Advies ASD Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024
Tekst van het document
Aan het College van Burgemeester en Wethouders Pijnacker-Nootdorp Postbus 1 2640 AA Pijnacker Pijnacker, 10 mei 2023 Betreft advies van de Adviesraad Sociaal Domein m.b.t. de (concept) verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024. Geacht College, Recent ontvingen wij bovengenoemde conceptverordening met het verzoek om over deze verordening advies uit te brengen. Tijdens ons overleg op 4 april 2023 hebben Lauren Stoeven Hoogenbeld en Sharon van Belzen de nieuwe verordening toegelicht. Aansluitend hebben wij het plan intern besproken, zowel op 4 april als op 2 mei j.l. Deze besprekingen en onderling overleg in de tussenliggende periode hebben geleid tot het volgende advies. Algemeen Het valt ons op dat de verordening maatschappelijke ondersteuning een hoge frequentie van wijzigingen en aanpassingen kent. Nog in november 2022 bracht de ASD een advies uit over de inmiddels vijfde wijziging van de verordening maatschappelijke ondersteuning 2018. De nu voorliggende verordening beoogt een geheel nieuwe verordening te zijn, die met ingang van 1 januari 2024 ingaat. Overigens is deze nieuwe verordening niet compleet, omdat het onderwerp beschermd wonen en beschermd thuis nog ontbreken. Dat maakt dat wij in het komende najaar al de eerste wijziging van de nu voorliggende verordening tegemoet kunnen zien.
De ASD vraagt zich af waarom nu niet een wijziging is voorgesteld en het voorleggen van een geheel nieuwe verordening is uitgesteld tot het moment dat ook het onderwerp beschermd wonen en beschermd thuis daarin opgenomen kan worden. Voor de leesbaarheid van de nu voorliggende verordening zou het een verbetering zijn, als er een inhoudsopgave en een pagina nummering aan toegevoegd wordt. Door het ontbreken van een puntsgewijze opsomming van veranderingen ten opzichte van de vorige verordening (was-wordt lijst) vond de ASD het lastig om te beoordelen of en zo ja waar sprake is van wijzigingen in het beleid en in welke mate. De mondelinge toelichting heeft daarin slechts ten dele kunnen voorzien. Relatie met eerdere adviezen In ons eerder uitgebrachte advies bij de vijfde wijziging hebben wij aangegeven het positief te waarderen dat gericht aandacht besteed is aan de leesbaarheid en duidelijkheid van de teksten. Verder hebben wij in dat advies aangegeven dat de adviesraad voorstander is van de aansluiting bij de H4 gemeenten rondom centrumgemeente Delft. De inhoudelijke samenwerking, die de vijf gemeenten voorstaan, zien we als een belangrijk winstpunt. Het is goed dat in de nu voorliggende verordening vervolgstappen gezet worden in de aansluiting van de beschreven ondersteuningsmogelijkheden op het te voeren beleid in de toekomstige H5 gemeenten.
2
Destijds hebben wij ook aangegeven de gewijzigde aanvraagprocedure te zien als een verbetering voor aanvragers van een maatwerkvoorziening. De beschreven mogelijkheden sluiten beter aan op de praktijk en beperken onnodige handelingen. Resultaatgericht werken De adviesraad kan zich vinden in de keuze voor resultaatgericht werken bij de maatwerkvoorzieningen Begeleiding, Dagbesteding en Kortdurend Verblijf . Resultaten die gericht zijn op het vergroten of behouden van zelf- en (samen)redzaamheid van de cliënten. Met keuzevrijheid en invloed van de cliënt over de wijze waarop de ondersteuning wordt ingevuld. Het is evenwel een omschakeling en vraagt om een andere manier van denken. Wij willen daarom pleiten voor een zorgvuldige invoering, waarbij we extra aandacht vragen voor de omzetting van de bestaande voorzieningen voor huidige cliënten. Daarbij hebben we ook enkele kanttekeningen. Herindicatie van bestaande toekenningen zou niet tot extra wachttijden moeten leiden. De omschakeling dient voor de cliënten tot zo min mogelijk extra belasting te leiden. Bovendien zou het niet tot onnodige werklast van consulenten moeten leiden. De intentie om de extra belasting te beperken is er wel, zo is ons gebleken uit de mondelinge toelichting, maar we willen daar met enige nadruk toch op wijzen.
Leidt de andere manier van werken tot grotere belasting van de kernteams? Behalve de extra belasting door herindicatie wordt overgegaan op resultaatgericht werken. Dat vraagt om een andere benadering, ook voor de daarbij betrokken professionals. Wat wordt de rol van de kernteams daarin? Waar ligt de monitoring en bijsturing? Het lijkt ons in ieder geval van belang om de aandacht in het vervolgproces niet alleen te richten op aanvragers, cliënten en zorgverleners. Ook de betrokken medewerkers vanuit de gemeente, zoals consulenten en kernteams zullen meegenomen dienen te worden in de implementatie van de nieuwe werkwijze. Uit de mondelinge toelichting is ons niet duidelijk geworden of hier al een concreet plan voor is opgesteld. Meer duidelijkheid over kwaliteit pgb. Ook hier speelt het resultaatgericht werken een rol in de zin dat gekeken dient te worden naar de kwaliteit die de zorgaanbieder levert. Hoe kan gegarandeerd worden dat de benodigde zorg met het pgb gedekt wordt? Beschikt de gemeente over voldoende kennis om ingediende aanvragen op hun waarde te beoordelen? Of gaat de gemeente in principe mee in de indicatie van de zorgaanbieder? De Adviesraad vindt het belangrijk om goed te kijken naar de kwaliteit die de zorgaanbieder biedt. Zie ook hoofdstuk 7.2. Niet alleen bij de aanvraag, maar ook bij de uitvoering van de toegekende ondersteuning.
Hoofdstuk 2 Toegang De ASD vindt het positief dat in artikel 2.2 meteen wordt aangegeven dat inwoners een beroep kunnen doen op gratis cliëntondersteuning. Het indienen van een hulpvraag is voor veel inwoners onbekend terrein. De complexiteit van het aanvragen en toekennen, zoals beschreven in dit hoofdstuk zal veel inwoners de nodige hoofdbrekens bezorgen. Het is daarom belangrijk dat goede ondersteuning beschikbaar is en dit actief wordt gemeld aan de aanvragende inwoner. Zeker in relatie met de nieuwe manier van resultaatgericht werken. Artikel 2.5 Ondersteuningsplan Mede in het licht van de hierboven genoemde complexiteit in de aanvraagprocedure heeft de ASD enige aarzeling bij de slotzin in artikel 2.5.2. ‘Het College kan de melding buiten behandeling stellen.’ Wij verzoeken u om hier meer zekerheid in te bouwen voor de aanvrager. Dat zou kunnen door eerst te kiezen voor een opschorting van de behandeling en daarna het actief navragen waarom het ondersteuningsplan niet is ingediend.
3
Het doel zou altijd moeten zijn om de aanvrager waar mogelijk te helpen om tot een kansrijke aanvraag te komen. Overigens zien wij ook hierbij een belangrijke rol weggelegd voor goede cliëntondersteuning. Hoofdstuk 3 maatwerkvoorzieningen In eerdere adviezen bij wijzigingen van verordeningen en beleidsregels heeft de ASD gewezen op het belang van goede mantelzorgondersteuning. Het wordt in deze verordening genoemd als onderwerp van onderzoek in artikel 2.3.g. Daarna wordt het in artikel 3.1. opgenomen in een overzicht van maatwerkvoorzieningen onder punt g. Het verbaast ons echter dat dit punt daarna niet nader wordt uitgewerkt, maar in feite opgenomen is in artikel 3.5 Aanvullende criteria voor kortdurend verblijf. In de vijfde wijziging werd deze maatwerkvoorziening in artikel 4.9 nog afzonderlijk genoemd. Op zich constateren wij dat er inhoudelijk niet veel is gewijzigd, maar het perspectief is toch anders. Meer vanuit de voorziening, dan vanuit het belang van de cliënt en vooral de mantelzorger. Tevens constateren wij dat de bevoegdheid van het College om af te wijken van de maximale omvang van het kortdurend verblijf is vervallen. Wij nemen aan dat de hardheidsclausule in artikel 9.1 die mogelijkheid tot afwijking in stand houdt. Zo niet, dan zien wij die mogelijkheid tot afwijking graag alsnog opgenomen.
In eerdere adviezen hebben wij onze zorg uitgesproken over de beschikbaarheid van voldoende mantelzorgers en hun belastbaarheid bij het verlenen van ondersteuning. We hebben aangegeven dat de overheid een stevig beroep doet op deze ondersteuning uit de eigen kring rond de aanvrager. Het is juist daarom van belang dat ondersteuning van de mantelzorgers beschikbaar blijft. Om goede mantelzorg te kunnen bieden en om overbelasting te voorkomen. Nu staat alleen in artikel 8.3 vastgelegd dat de gemeente jaarlijks een blijk van waardering verzorgt voor alle mantelzorgers en daarmee het belang van hun inbreng benadrukt. Hoofdstuk 8 Overige bepalingen De ASD stelt vast dat in de verordening een klachtenregeling is opgenomen. Tevens is ons mondeling meegedeeld dat aanvragers bezwaar kunnen aantekenen, als ze het niet eens zijn met de beschikking over de aanvraag. In de verordening kunnen wij daar echter niets over vinden. Tenslotte De Adviesraad heeft in haar advies bij de vijfde wijziging aangegeven zich te kunnen vinden in het in artikel 7.2.2 beschreven plan voor de toekenning van vouchers voor huishoudelijke hulp en voor deze vorm van ondersteuning een uitzondering te maken van het nu geldende abonnementstarief van € 19,00 per maand. Ons rest daarom de vraag: Waar is het idee van de voucher gebleven in de nieuwe verordening?
Met vriendelijke groet, namens de Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp
Piet van Adrichem voorzitter c.c. Gemeente Pijnacker-Nootdorp, mevrouw L. Stoeven Hoogenbeld, mevrouw S. van Belzen