CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Actieve informatie bij concept begroting 2025

Raad Beeldvorming 24 oktober 2024, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Actieve informatie college3.935 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota raad

beeldvorming op oordeelvorming op besluitvorming op

invullen organisatie

zaaknummer

1534192

berichtnummer

1387584

onderwerp

Concept Begroting 2025

reden

Actieve informatieplicht

portefeuillehouder

Peter Hennevanger

behandeld in college

16 september 2024

afdeling

Bedrijfsvoering

bijlagen

2 bijlagen

Geachte leden van de raad, Deze AI-brief sturen wij u in aanvulling op de meerjarenbegroting 2025-2028 en vooruitlopend op het vervolg op Toekomstbestendige Gemeentefinanciën fase 1. Wij adviseren u deze AIbrief te betrekken bij de begrotingsbehandeling in uw raad. In deze AI-brief informeren wij u over: 1. De voortgang op de acties voortvloeiende uit de aangenomen moties en amendementen, na behandeling van de Kadernota 2025 in de vergadering van de gemeenteraad van 11 juli 2024. Waar van toepassing is een verwijzing naar de Programmabegroting 2025 of Kadernota 2026 opgenomen. 2. Een aantal onderwerpen is aanvullend uitgewerkt en/of worden richting de Kadernota 2026 nader uitgewerkt. Dit betreft ‘schatkistbankieren’, ‘investeringsplanning’, ‘stelselwijziging indexeren’, ‘het interventieplan Sociaal Domein’ en ‘de organisatieontwikkeling en huisvesting’. Afsluitend vatten wij kort samen wat de komende periode uitgewerkt wordt.

pagina

1/11

Informatienota raad

A. Het vertrekpunt In de AI-brief van 24 juni 2024 heeft het college de raad geïnformeerd over de uitkomsten van de meicirculaire voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Dit gaf het volgende beeld met betrekking tot het begrotingssaldo voor de komende jaren.

B. Stand van zaken aangenomen amendementen en moties Bij de behandeling van de Kadernota 2025 heeft u diverse amendementen en moties aangenomen waar acties uit voortvloeien voor het college. Hieronder geven wij per amendement en motie aan hoe wij daar invulling aan geven of hebben gegeven. Amendement 2 - Technische wijzigingen beslispunten 2j en 4b Door de gemeenteraad is in de vergadering van 11 juli 2024 het geamendeerde besluit inzake de Voorjaarsnota 2024 en Kadernota 2025 aangenomen. Amendement 3 – Cultuur Het college had u, als onderdeel van de in de eerste fase voorgestelde maatregelen, met ingang van 2026 een structurele aframing van het budget voor cultuur van € 70.000 voorgesteld. Met dit amendement heeft u dit voorstel geplaatst op de lijst maatregelen waarvan u vindt dat deze vooralsnog niet worden doorgevoerd. Deze taakstelling is dan ook niet in de meerjarenbegroting 2025-2028 verwerkt. Conform uw amendement actualiseren wij het cultuurbeleid waarin en waarmee eventuele afwegingen ten aanzien van activiteiten en in te zetten middelen aan u worden voorgelegd. De conclusies daarvan worden meegenomen in de P&C-cyclus, en eventueel in de uitwerking van fase 2 van Toekomstbestendige Gemeentefinanciën.

Amendement 4 – OZB verhoging: Met dit amendement heeft u het college gevraagd de inhaalindexering OZB opnieuw te overwegen in relatie tot de structurele onderuitputting, die bij de Kadernota 2025 nog deel uitmaakt van het meerjarig geraamde saldo. Het college heeft in haar overweging geconstateerd dat het te verwachten begrotingstekort vanaf 2026 niet volledig is te corrigeren door middel van het bijstellen van begrotingsposten waarvan uitgaven structureel te hoog of opbrengsten structureel te laag zijn geraamd. Daarbij is het college van mening dat de urgentie voor het inzetten van maatregelen voor het oplossen van de toekomstige begrotingstekorten voor het begrotingsjaar 2025 lager is dan voor de jaren daarna. Tegelijkertijd ziet het college dat de geraamde opbrengsten uit de OZB achterblijven bij de gehanteerde maatstaven van de algemene uitkering.

pagina

2/11

Informatienota raad

Tegen deze achtergrond stelt het college in de meerjarenbegroting 2025 – 2028 voor de inhaalindexering OZB van 6% niet in één keer te corrigeren op de tarieven voor 2025, maar dit geleidelijk te implementeren in twee stappen van 3% over 2025 en 2026. Dit resulteert in een verslechtering van het geraamde begrotingssaldo voor 2025 van € 328.000 euro. Het college blijft van mening dat deze inhaalindexatie meerjarig noodzakelijk is voor een gezonde gemeentelijke huishouding. Mede in de overweging meegenomen om in 2025 tóch al een deel van de (inhaal)indexatie toe te passen is het voornemen uit het hoofdlijnenakkoord van de regering om de indexatie van de OZB te maximeren. Dit kan betekenen dat het gemeenten vanaf 2026 begrenst tot (bijvoorbeeld) de inflatie. Om invulling te geven aan het amendement én het risico van niet kunnen/ mogen indexeren in de toekomst stelt het college deze twee stappen van 3% voor. In bijlage 1 lichten wij u enkele voor de OZB relevante begrippen toe inclusief de bijbehorende berekeningen voor onze gemeente. Amendement 7 – Gehandicaptenparkeerkaart In de Kadernota 2025 heeft het college een voorstel opgenomen voor het herinvoeren van leges voor de aanvraag van een parkeervergunning voor mindervaliden, de zogenaamde gehandicaptenparkeerkaart.

Uw raad heeft bij de besluitvorming aangegeven dat het originele doel uit 2018 en de invoering in 2019 onveranderd is. In uw woorden: te succesvol hoort niet afgeschaft te worden, maar dient aangepast te worden. Hiermee geeft u aan dat u de overweging van het college om met dit voorstel te komen herkent, u wenst echter een andere wijze van uitwerken. Daartoe heeft u gevraagd om enkele scenario’s uit te werken en bij de Kadernota 2026 aan u voor te leggen. Daarmee is dit voorstel niet verwerkt in de meerjarenraming 2025 – 2028, wat resulteert in een negatief effect van 100.000 euro structureel op het begrotingssaldo 2026 e.v. Motie 2 – Onderuitputting en optimalisatie bedrijfsvoering Met uw motie vraagt u het college een plan te maken om de jaarlijkse onderuitputting te verlagen en te schetsen wat daarvan de verwachte opbrengst is. In feite heeft het college dit gedaan en bij de Kadernota 2025 aan u voorgelegd. Op basis van de Najaarsnota 2023 en de Jaarstukken 2023 is een inventarisatie gemaakt van alle begrotingsposten en structurele onderuitputting in kaart gebracht. De resultaten zijn opgenomen in de Kadernota 2025. In bijlage 2 bij deze brief vindt u een overzicht van de betreffende bedragen. Na vaststelling van de Kadernota 2025 resteert nog een aantal posten die voorafgaand aan het opstellen van de meerjarenbegroting 2025-2028 zijn uitgewerkt en meegenomen.

Dit betreft (met name) de investeringsplanning en de geraamde renteopbrengsten. We zien dat hierdoor voor 2025 de kapitaallasten afnemen ten gunste van het begrotingssaldo. In de meerjarenraming zien we de begrote kapitaallasten toenemen (zie verdere toelichting onder ‘Investeringsplanning’). Voor de begrote rentebaten zien we in de meerjarenraming bij de Kadernota 2025 een (te) voorzichtige inschatting. Deze is in de Programmabegroting 2025 en de meerjarenraming 2026 tot en met 2028 naar boven bijgesteld met een gunstig effect op de begrotingssaldi van de betreffende jaren.1 LET OP: de rentebaten zijn gemaximeerd. Oftewel bij teruglopen schatkistbankieren is direct sprake van een negatief rente-effect. Het is verstandig toekomstig bij (grote) besluiten/ projecten (zoals SCC, Klapwijk, grondaankopen) verminderde rentebaten als onderdeel van het besluit mee te nemen. 1

pagina

3/11

Informatienota raad

Analyse van onderuitputting van budgetten is verankerd in de P&C- cyclus en vindt plaats op basis van bijstellingen in de Voorjaars- en Najaarsnota en budgetvergelijkingen vanuit de Jaarstukken. Het college is van mening dat met de voorgestelde maatregelen van fase 1 de spreekwoordelijke ‘lucht’ eruit is. Oftewel; de meer technische maatregelen zijn hiermee benut. Dit wil niet zeggen dat er geen enkele ruimte meer in de begroting is, maar de grote effecten zijn eruit. Voor het vervolg van Toekomstbestendige Gemeentefinanciën fase 2 moet gekeken worden naar meer beleidsmatige maatregelen. Ten behoeve daarvan wil het college in fase 2 van Toekomstbestendige Gemeentefinanciën een IV3-analyse2 op taakvelden en een vergelijk daarvan met andere gemeenten laten uitvoeren. Hiermee wil het college nader onderzoeken of en zo ja op welke financiële taakvelden mogelijk financiële middelen overblijven. Tevens wil zij in een vergelijk met andere gemeenten bekijken op welke taakvelden Pijnacker-Nootdorp relatief hoge uitgaven of inkomsten per inwoner heeft. Daarnaast vraagt u het college om in kaart te brengen welke optimalisaties in de bedrijfsvoering nog mogelijk zijn en wat daarvan de geraamde opbrengst is. Het college werkt aan een nadere analyse van de organisatie, de staat van het gemeentekantoor en de gemeentelijke dienstverlening.

De resultaten hiervan zullen in een afzonderlijk traject met de raad worden gedeeld. Eventuele financiële gevolgen zullen worden verwerkt in de Kadernota 2026. Tot slot vraagt u het college om een lange termijnvisie te formuleren op de vermogenspositie van de gemeente en benodigde weerstandsvermogen. In de Programmabegroting, onderdeel Samenvatting – Hoofdlijnen van de financiële positie vindt u een meerjarenraming van het verloop van de Algemene Reserve. In het deel Overzicht reserves en voorzieningen bij de Financiële begroting is een uitgebreide meerjarenraming opgenomen van alle reserves. Op dit moment voert de Rekenkamer een onderzoek uit naar de reserves en voorzieningen. Aanvullend op dit rekenkameronderzoek wordt de nota Reserves en Voorzieningen geactualiseerd waarbij rekening wordt gehouden met de aanbevelingen van de Rekenkamer. Deze geactualiseerde nota wordt aan u ter besluitvorming voorgelegd. Eventuele wijzigingen met betrekking tot bestaande reserves worden via de Kadernota 2026 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Motie 3 – Bestaanszekerheid op 1 Met deze motie vraagt u het college om bij maatregelen die nodig zijn om een sluitende begroting te hebben, aan te geven wat de consequenties zijn voor de bestaanszekerheid van de inkomensgroep tot 130% van het bestaansminimum. In principe is dit, waar dat van toepassing is, in ons bestaande beleid geborgd.

Tegelijkertijd kunnen wij niet volledig uitsluiten dat er situaties zijn waar toch in enige mate consequenties zijn. Hier ligt een relatie met het op te stellen interventieplan Sociaal Domein. Wij zullen deze motie waar dat kan betrekken bij dit plan.

2 De Iv3-rapportage is een financiële analyse waarmee overheidsorganisaties bij het CBS verantwoorden hoe ze er financieel voorstaan.

pagina

4/11

Informatienota raad

Motie 4 Ruimte voor de begroting: U heeft het college gevraagd te onderzoeken welke opties er zijn als het om het verhogen van de toeristen- en forensenbelasting gaat. Het college gaat dit uitwerken en legt dit met de Kadernota 2026 aan u voor. Motie 5 Kosten Sociaal Cultureel Centrum In de motie wordt het college verzocht de raad te informeren over mogelijkheden de kosten voor het SCC te verminderen. Het college heeft de raad hierover geïnformeerd in een informatienota van 27 augustus jl. C. Overige uitgewerkte en nog nader uit te werken onderwerpen Enkele onderwerpen die hiervoor niet benoemd zijn, zijn aanvullend wel van belang kijkend naar onze gemeentefinanciën. Dit betreft de onderwerpen ‘schatkistbankieren’, ‘investeringsplanning’, ‘stelselwijziging indexeren’, ‘het interventieplan Sociaal Domein’ en ‘de organisatieontwikkeling en huisvesting’. Deze worden richting de kadernota 2026 nader uitgewerkt. Schatkistbankieren: De rentebaten schatkistbankieren zijn in de begroting 2025 ten opzichte van de Kadernota 2025 geactualiseerd naar de laatste inzichten. Als gevolg van een snel gestegen marktrente sinds september 2022 van 0% naar 3,66% eind 2e kwartaal 2024 en het positieve rekeningcourantsaldo schatkistbankieren kunnen de kort termijn renteopbrengsten worden verhoogd in de meerjarenraming.

Ten opzichte van de Kadernota 2025 zijn de rentebaten verhoogd met € 1,875 miljoen in 2025, aflopend naar € 1,1 miljoen in 2028. In totaliteit wordt, inclusief deze mutaties, nu rekening gehouden met € 3,25 miljoen rentebaten kort in 2025, aflopend naar € 2,0 miljoen in 2028. Investeringsplanning Als tussenstap naar de Voorjaarsnota 2025/Kadernota 2026 én actualisatie van de beheerplannen is bij de begroting 2025 een deel van de kapitaallasten afgeraamd, op basis van haalbaarheid van de huidige investeringsplanning. Op basis van de investeringsplanning is geconstateerd dat sprake is van: -

‘Planningsoptimisme’ (onrealistische verwachting dat de planning gehaald gaat worden), beperkte capaciteit (zowel intern als op de markt), (politieke) Ambities die gerealiseerd moeten worden (hetgeen kan knellen met de beschikbare capaciteit), Onvoldoende overzicht/ overview over de totale haalbaarheid van investeringen, Niet optimaal gebruik maken van de (mogelijkheden van de) systemen, (andere) Externe afhankelijkheden, zoals opdrachtgeving vanuit de wettelijke taak.

Door middel van een ‘andere manier van werken’, op basis van haalbare/ realistische (beheer/ project-)plannen, zullen uitvoering en afweging van investeringen beter inzichtelijk worden (gemaakt). Met het volgende rekenvoorbeeld wordt dit in beeld gebracht:

pagina

5/11

Informatienota raad

Investeringsomvang BHP totaal Waarvan noodzakelijk Waarvan haalbaar Totaal in de planning Bijbehorende afschrijvingslast (ca. 4 jr.)

Oud 3.000.000

Nieuw 3.000.000

3.000.000

1.000.000 1.000.000 2.000.000

750.000

500.000

* ICT voorbeeld, met (semi)fictieve bedragen

Tegenover de haalbaarheid op korte termijn staat ook het doorplannen op lange termijn; tot op heden is in de investeringsplanning uitsluitend de daadwerkelijk geplande investeringen opgenomen. Dit betekent dat bij afloop van een (beheer)plan geen investeringen worden opgenomen, terwijl zeker is dat een opvolgend beheerplan een dergelijke investeringsomvang zal bevatten. Hier dient in de meerjarenraming rekening te worden gehouden (bijvoorbeeld door het gemiddeld doortrekken van de (vervangings-)investeringen van het huidige beheerplan. Een verdere uitwerking wordt opgenomen in de Voorjaarsnota 2025 / Kadernota 2026. Stelselwijziging indexering: Bij het indexeren van de bedragen in de meerjarenraming zijn twee stelsels mogelijk: vaste prijzen en lopende prijzen. Kort door de bocht betekent vaste prijzen dat de indexatie voor het jaar T constant gehouden wordt in de rest van de begroting. Terwijl bij lopende prijzen ieder begrotingsjaar opnieuw geïndexeerd wordt. In feite indexatie op indexatie. Beide stelsels worden door verschillende gemeentes gebruikt. Tot nu toe hanteert de gemeente PijnackerNootdorp het stelstel van indexatie op basis van de verwachte inflatiecijfers volgens CEP.

Het college onderzoekt richting de Kadernota 2026 wat de voor- en nadelen aan het gebruik van deze stelsels zijn, om op basis daarvan een afweging te kunnen maken welk stelsel wij in Pijnacker-Nootdorp willen hanteren. Hierbij gaat het college uit van het kader ‘reëel begroten’. Interventieplan Sociaal Domein: Op dit moment wordt gewerkt aan het opstellen van een interventieplan fase 2 voor het Sociaal Domein. In oktober stuurt het college u een tussenbericht over de voortgang en in de eerste helft van 2025 wordt het interventieplan zelf aan u voorgelegd. Als opmaat richting de verdere uitwerking van dit interventieplan heeft het college gesproken over de te hanteren 0-lijn en een standpunt ingenomen hoe om te gaan met de indexering van 1,2 miljoen over 2024 en volgende jaren. De 0-lijn is bepaald op basis van de realisatie van 2023. Die realisatiecijfers zijn het startpunt voor de Programmabegroting 2025. Het budget voor 2025 is dus gebaseerd op tarieven van 2023 terwijl op basis van tarieven 2025 ingekocht wordt. Zodoende is bij het bepalen van de 0lijn de prijsindexering voor 2024 “overgeslagen”. In het verleden werd dat gedurende het jaar bijgesteld, veelal bij de najaarsnota. Vanuit het perspectief van realistisch begroten is het college van mening dat de indexatie voor 2024 alsnog meegenomen moet worden (met een structureel effect van de hiervoor genoemde € 1,2 miljoen).

Het college stelt voor deze indexatie voor 2024 in de Najaarsnota 2024 en voor 2025 en volgende jaren in de Programmabegroting 2025 – 2028 structureel op te nemen. Tevens stelt

pagina

6/11

Informatienota raad

het college voor dit voor de jaren 2024 en 2025 volledig ten laste van het exploitatieresultaat van de begroting te brengen, voor 2026 voor 50% ten laste van de reserve Sociaal Domein te brengen en voor 50% een taakstelling voor het interventieplan fase 2 op te nemen. Vanaf 2027 wordt voor het volledige bedrag (€ 1,2 miljoen) een (bij het interventieplan nader uit te werken) taakstelling opgenomen. In oktober informeren wij de gemeenteraad voorafgaand aan de behandeling van de begroting over de huidige kostenontwikkeling in het sociaal domein en het proces voor het nieuwe interventieplan sociaal domein. Organisatieontwikkeling en huisvesting: Sinds enkele jaren merken we dat verschillende ontwikkelingen in de samenleving uitdagingen met zich meebrengen voor het functioneren van de ambtelijke organisatie. Net als andere gemeenten en bedrijven heeft ook onze gemeente te maken met een krappe arbeidsmarkt waardoor het steeds lastiger wordt om de vacatures tijdig in te vullen. Onze ambtelijke organisatie is bovendien efficiënt en compact ingericht. Dit - in relatie tot de extra taken die wij vanuit de rijksoverheid krijgen, de samenleving die steeds hogere eisen stelt aan de snelheid van ons handelen - maakt deze uitdagingen complexer en vereist meer flexibiliteit en wendbaarheid. Het effect hiervan zien wij bijvoorbeeld terug in een lagere klantwaardering dan voorheen.

Inwoners verwachten dat we sneller reageren en meer maatwerk leveren. En het meest recente medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) laat een duidelijk signaal zien over de (te) hoge werkdruk. In 2024 hebben we verkend welke ontwikkelopgave de ambtelijke organisatie nodig heeft om toekomstbestendig te zijn en te blijven. De ontwikkelopgave gaat over meerdere thema’s en wordt verwoord in een Ontwikkelagenda. Er is een Organisatievisie in uitwerking, deze wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2024 door het college vastgesteld en met de raad gedeeld. De Organisatievisie en de ontwikkelagenda worden vertaald in een meerjarig programmaplan waarlangs de organisatieontwikkeling vorm krijgt vanaf 2025 tot en met 2028. Dienstverlening aan inwoners en ondernemers is één van de thema’s van de organisatieontwikkeling. In 2025 stellen wij een nieuwe visie op de (digitale) dienstverlening aan onze inwoners en ondernemers op. In het derde kwartaal van 2024 heeft de raad hier een startnotitie voor vastgesteld waarin de kaders voor de visie zijn bepaald. Ook hebben wij op basis van signalen vanuit de raad, griffie en van onze medewerkers in 2024 een QuickScan laten uitvoeren om te beoordelen wat er nodig is om de knelpunten in gemeentelijke huisvesting aan te pakken.

Uit deze QuickScan komen signalen naar voren die om nader onderzoek vragen, omdat de knelpunten te complex zijn om te kiezen voor kortetermijnoplossingen. Het gemeentehuis stamt uit de jaren ‘90 en vraagt langzamerhand meer aandacht voor groot onderhoud. Daarbij is een eigentijdse visie op de huisvesting van gemeenteraad en medewerkers nodig om beslissingen te nemen over deze huidige knelpunten. In 2025 wordt een huisvestingsvisie opgesteld waarin verschillende scenario’s worden uitgewerkt. De griffie en de raad worden hierin betrokken. De visie op huisvesting zal in samenhang met de visie op de organisatie worden ontwikkeld vanwege de relevantie voor de totale organisatieontwikkeling. De financiële vertaling hiervan zal te zijner tijd aan uw raad worden voorgelegd.

pagina

7/11

Informatienota raad

D. Tot slot: In onderstaand overzicht is samenvattend en beknopt aangegeven welke acties de komende periode worden uitgewerkt ter voorbereiding op de Kadernota 2026: Onderwerp Gehandicapten parkeerkaart Onderuitputting en optimalisatie bedrijfsvoering Bestaanszekerheid op 1 Ruimte voor de begroting Investeringsplanning Stelselwijziging indexering Interventieplan Sociaal Domein Organisatieontwikkeling en huisvesting

Actie Uitwerken scenario’s. Uitvoeren IV3-analyse op taakvelden en een vergelijk met andere gemeenten maken. Herijken nota Reserves en Voorzieningen. Betrekken motie bij Interventieplan Sociaal Domein. Opties om het verhogen van de toeristen- en forensenbelasting in beeld brengen. Een verdere uitwerking wordt opgenomen in de Voorjaarsnota 2025 / Kadernota 2026. Onderzoeken wat de voor- en nadelen aan het gebruik van deze stelsels zijn. Opstellen interventieplan. Opstellen programmaplan organisatieontwikkeling . Opstellen visie op dienstverlening. Opstellen bijbehorende financiële vertaling.

Het totaaloverzicht van de effecten van deze moties en amendementen treft u aan in de begroting 2025 en de aanbiedingsnota raad. Het college van Pijnacker-Nootdorp,

Annelies Kroeskamp secretaris

pagina

8/11

Björn Lugthart burgemeester

Informatienota raad

Bijlage 1: Toelichting relevante begrippen OZB Onroerende-zaak belastingen: Op grond van artikel 220 van de Gemeentewet heft de gemeente de Onroerende zaak belastingen. Jaarlijks stelt de raad de tarieven van de onroerende-zaak belastingen vast, zodat de begrote opbrengsten van deze belastingen kunnen worden geheven. Belastingcapaciteit: De belastingcapaciteit betreft de vastgestelde WOZ-waarde minus de vrijstellingen. Als voorbeeld: Een kas en de ondergrond van een kas maken wel onderdeel uit van de WOZ-waarde, maar hiervoor is een vrijstelling van de Onroerende-zaak belastingen. De belastingcapaciteit is dus gelijk aan de waarde waarover Onroerende-zaak belastingen worden geheven. Verdeelmaatstaf: Op grond van artikel 8 van de Financiële-verhoudingswet wordt de belastingcapaciteit betrokken in de verdeelmaatstaf van de uitkering uit het Gemeentefonds. Voor de verdeelmaatstaf wordt 80% van de belastingcapaciteit van de woningen en 70% van de belastingcapaciteit van de niet-woningen vermenigvuldigd met het vastgestelde rekentarief. Het rekentarief wordt jaarlijks door het Rijk vastgesteld in de mei-circulaire. Overzicht van de rekentarieven: De rekentarieven van de afgelopen 4 jaren zijn in onderstaande tabel vergeleken met de vastgestelde OZB-tarieven. Woningen:

Jaar 2021 2022 2023 2024

Rekentarief 0,089424% 0,083763% 0,085700% 0,089000%

OZB-tarief PN

Verschil3

0,08950% 0,08430% 0,07270% 0,07120%

0,000076% 0,000537% -0,013000% -0,017800%

Jaar

Rekentarief

OZB-tarief PN (exl. OFPN)

Verschil3

2021 2022 2023 2024

0,158957% 0,163111% 0,279600% 0,293300%

0,19640% 0,20530% 0,20480% 0,18210%

0,037443% 0,042189% -0,074800% -0,111200%

Jaar

Rekentarief

OZB-tarief PN (exl. OFPN)

Verschil3

2021 2022 2023 2024

0,128105% 0,131452% 0,212700% 0,223100%

0,14100% 0,14740% 0,14710% 0,11900%

0,012895% 0,015948% -0,065600% -0,104100%

Niet-woningen eigendom:

Niet woningen gebruik:

3

pagina

Een ‘- ‘ betekent PN lager dan Rekentarief

9/11

Informatienota raad

1. Verschil verdeelmaatstaf en OZB-opbrengst Voor de verdeelmaatstaf wordt 80% van de belastingcapaciteit van de woningen betrokken en 70% van de niet-woningen. Het verschil tussen de verdeelmaatstaf en de opbrengst OZB van de gemeente Pijnacker-Nootdorp is als volgt:

Jaar

Verdeelmaatstaf

Opbrengst OZB PN (excl. OFPN)

Verschil4

2021 2022 2023 2024

7.573.771,26 7.933.317,53 10.762.951,99 11.651.424,01

10.289.472,602 10.911.273,845 11.273.200,543 11.044.658,390

2.715.701,34 2.977.956,32 510.248,55 - 606.765,62

2. 100% belastingcapaciteit Het verschil in opbrengst tussen de tarieven van de OZB en de rekentarieven van de verdeelmaatstaf, waarbij wordt uitgegaan van 100% van de belastingcapaciteit is als volgt: Opbrengst OZB PN Verschil4 Jaar Belastingcapaciteit (Excl. OFPN) maal rekentarief

2021

9.805.657,19

10.289.472,60

483.815,41

2022 2023 2024

10.282.825,81 14.089.457,29 15.217.969,45

10.911.273,85 11.273.200,54 11.044.658,39

628.448,03 -2.816.256,74 -4.173.311,06

3. Onbenutte belastingcapaciteit Indien een gemeenteraad de Fondsbeheerders verzoekt om een aanvullende uitkering op grond van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet zal dit slechts worden verleend indien de gemeente de inkomsten zich op een redelijk peil bevinden. Onderdeel van dit redelijke peil is de Belastingcapaciteit. Deze wordt berekend door de totale OZBwaarde te vermenigvuldigen met vastgestelde tarief voor toelating artikel 12 (mei-circulaire 2024: 0,1595%) . De onbenutte belastingcapaciteit is het verschil tussen de Belastingcapaciteit artikel 12 FW en het gewogen landelijk gemiddelde, afgezet tegen de werkelijke OZB-opbrengst. Voor onze gemeente is de onbenutte belastingcapaciteit voor 2024 € 9.779.000,-. Conclusie: 1. Doordat de afgelopen jaren de rekentarieven harder zijn gestegen dan de door onze gemeente gehanteerde OZB-tarieven is de verdeelmaatstaf hoger geworden dan de opbrengst OZB. In 2021 was er nog een voordeel van € 2.715.000,-. De afgelopen jaren is dit gezakt naar een nadeel van € 606.000,-. 2. Het Rijk overweegt de komende jaren 100% van de belastingcapaciteit te betrekken in de verdeelmaatstaf van de uitkering uit het Gemeentefonds. In deze tabel is het verschil weergegeven tussen de verdeelmaatstaf bij 100% van de belastingcapaciteit en de opbrengst OZB (exclusief de opslag voor het OFPN). 3.

Indien de gemeente een aanvullende uitkering op grond van artikel 12 wet FV verzoekt, zal eerst de onbenutte belastingcapaciteit moeten worden gerealiseerd.

4

pagina

‘-‘ betekent PN lager dan Verdeelmaatstaf

10/11

Informatienota raad

Bijlage 2: Beknopt overzicht maatregelen proces Kadernota/ begroting en fase 1 toekomstbestendige gemeentefinanciën:

2025 1.857.723

2026 2.315.056

2027 2.543.389

2028 2.580.056

Maatregelen fase 1 (o.a. handhaving/ IVP, ICT kosten)

308.000

308.000

346.000

346.000

Ruimte onder het BCF plafond

250.000

250.000

250.000

250.000

1.875.000 400.000

2.055.000 500.000

2.170.000 330.000

1.610.000 -340.000

4.690.723

5.428.056

5.639.389

4.446.056

Aframing 'ruimte in de begroting', bestaande uit: - stelpost prijsindex '22, - structurele onderuitputting, - actualisatie dividendopbrengsten.

Aanvulling rentebaten nav. actualisatie Kapitaallasten irt haalbaarheid investeringen

pagina

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14542167/2