Aanvullende beeldvormende vragen PvdD - Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit
Tekst van het document
Aanvullende beeldvormende vragen PvdD Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit 1. In het antwoord over de overlap tussen diverse programma’s wordt geantwoord: ‘Omgevingsprogramma’s zijn op onderdelen nauw met elkaar verbonden. Doelstellingen en keuzes die gemaakt worden in het ene programma kunnen gevolgen hebben voor een ander programma.’ Bijvoorbeeld wordt er gesteld dat de keuzes die voor het natuurlandschap worden gemaakt in het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit. Maar het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen is er nog niet. Dus als er een andere volgordelijkheid is, hoe werkt het dan? Wordt er rekening gehouden met de juiste volgordelijkheid en hoe ziet dat er dan uit? En wat weegt in de volgordelijkheid dan zwaarder, waardoor het eerder aan de orde komt. Is dat bijvoorbeeld klimaat, biodiversiteit of anders? 2. Het is voor onze fractie nog steeds niet duidelijk. Voor groen binnen de bebouwde kom is er ook overlap. Het omgevingsprogramma Groen in en om de kernen zal ambities m.b.t. biodiversiteit binnen de bebouwde kom bevatten en gaan over natuurinclusief beheer van de openbare ruimte. En mogelijk bevat het ook ambities over wat de gemeente gaat doen om bewoners te bewegen hun tuinen natuurvriendelijker en klimaatbestendiger in te richten.
Maar volgens de kaderstellende notitie gaat het omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit dan weer over zaken als geveltuinen en bewonersgroen. Dus ook hier weer: geeft het ene programma richting m.b.t. ecologische kwaliteit en het ander over hoe plantsoenen er uit zien, of kun je dat toch niet scheiden? 3. Er staat dat de integraliteit van de diverse programma’s wordt getoetst. Maar hoe gaat dat dan in zijn werk? 4. Bij het omgevingsprogramma Groen in en om de kernen werd aangegeven dat het voor de gemeente een oefening was om eerste ervaring op te doen met het ontwikkelen van een omgevingsprogramma en de bijbehorende participatie. Tot welke evaluatiepunten en aanpassingen hebben deze pilot geleid?
Hartelijke groet, Carla