Aanvullende beeldvormende vragen CDA - Begroting
Tekst van het document
Aanvullende beeldvormende vragen CDA - Begroting Nr. 58
62
64
82
Blz.
Vraag Op de vraag over het verkeersveiliger maken van de infrastructuur specifiek rond scholen en fietsroutes naar school, geeft het college aan dat zij, afhankelijk van de capaciteit, in 2025 een plan maken voor de verbetering van de verkeersveiligheid rondom de scholen bij de Poort in Nootdorp en dat het college voornemens is om jaarlijks een schoolroute onder de loep te nemen. De CDA-fractie vraagt zich daarop af: 1. Wat is de reden dat er specifiek voor deze ene schoollocatie naar verbetering van de verkeersveiligheid gekeken wordt? En als dit door ontoereikende capaciteit in 2025 niet zou lukken, wat betekent dat dan voor de verkeersveiligheid bij deze scholen? 2. Pijnacker-Nootdorp telt ca. 12 verschillende schoollocaties. Met één schoolroute per jaar duurt het dan minimaal 12 jaar voor alle schoolroutes ‘onder de loep’ zijn genomen. Is het mogelijk om meerdere schoolroutes per jaar onder de loep te nemen of alle schoolroutes binnen één analyse? Zou de hulp van scholen en ouders ingeschakeld kunnen worden om sneller knelpunten in de veiligheid van schoolroutes in kaart te brengen? De CDA-fractie vroeg door naar de actualisatie van de (structurele) knelpunten op het wegennet i.v.m. de vier voorziene woningbouwlocaties.
In de beantwoording valt te lezen dat de resultaten onderdeel zijn van het Omgevingsprogramma Duurzame Mobiliteit waar het college in 2025 mee aan de slag gaat. Deze beantwoording bevat geen nieuwe informatie t.o.v. de tekst in de Programmabegroting (blz. 42). Daar het college We starten in de 2e helft van 2024 is gestart met het in beeld brengen van mogelijke knelpunten: zijn de resultaten hiervan reeds beschikbaar? Zo ja, kunt u deze met de gemeenteraad delen? Zo nee, wanneer verwacht het college deze resultaten met de gemeenteraad te kunnen delen? Het college schetst dat voor de MFR route Delft-Rotterdam de planning is dat voor de delen 11 en 12 in 2024 subsidie wordt aangevraagd en dat deze delen in 2026 zijn gerealiseerd. Daarnaast geeft zij aan dat voor deel 10 (tracé achter de Ackersdijkseweg) de planning is dat de subsidie wordt aangevraagd in 2026 en dat dit deel van de route in 2029 is gerealiseerd. 1. Betekent dit dat 2031 (blz. 49 Programmabegroting) een onjuist jaartal is? 2. In hoeverre zijn ontwikkelingen in de ons omliggende gemeenten van invloed op de haalbaarheid van de door u geschetste planning? In de Programmabegroting viel te lezen dat ‘de instrumentenkoffer betaalbare woningvoorraad een overzicht bevat van maatregelen die worden ingezet om een lokale wooncarrière te faciliteren.
Hierin zijn maatregelen opgenomen zoals een doelgroepenverordening, antispeculatiebeding en flexwonen in aansluiting op hetraadsakkoord.’ Het CDA vroeg of het instrument KoopStart onderdeel is van deze koffer.
Het college geeft in de beantwoording aan dat ‘in de eerste versie van de koffer KoopStart nog niet was uitgewerkt’ en dat ‘een voorstel voor het wel of niet inzetten van KoopStart onderdeel is van deze actualisatie.’
90
In hoeverre is dit in lijn met de motie KoopStart in nieuwbouwprojecten van 3 november 2022 waarbij de raad het college heeft opgeroepen ‘de raad voor behandeling van de Kadernota 2024 een voorstel te doen hoe KoopStart in nieuwbouwprojecten in onze gemeente kan worden geïntroduceerd? Het CDA heeft via SBJ SamenSterk vernomen dat het Rijk gemeenten bij de overgang van (grootschalige) gesloten instellingen naar kleinschalige groepen (in de wijk) financieel maximaal ondersteund via een SPUK-regeling. In hoeverre is hiermee rekening gehouden in de begroting? Klopt het dat dit eerst één van de redenen was om extra geld in de begroting op te nemen voor jeugdzorg?