CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanbiedingsnota raad - toestemming aanpassing GR-VRH

Raad Besluitvorming 20 februari 2025, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: 15589231.649 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanbiedingsnota raad

beeldvorming op oordeelvorming op besluitvorming op

invullen organisatie zaaknummer

1555715

berichtnummer

1409445

voorstel over

Toestemming vaststellen GR VRH 2025

portefeuillehouder

​Björn Lugthart

behandeld in college

​14 januari 2025

domein

Samenleving

besluit

Ja

bijlagen

pagina

1/5

I.

Aanbiedingsbrief VZ VRH aan colleges

II.

GR VRH 2025 def.

III. IV.

Toelichting GR VRH 2025 def. Besluit raad – toestemming vaststellen GR VRH 2025

Aanbiedingsnota raad

Gevraagde beslissing Wij stellen u voor het college toestemming te geven om de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2025 vast te stellen overeenkomstig het bijgaande definitieve ontwerpbesluit. Inleiding In de zomer van 2024 is het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling (GR) van de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) ter zienswijze aan de gemeenteraden voorgelegd. Uw gemeenteraad heeft in oktober 2024 een zienswijze vastgesteld en aan de VRH verzonden. Inmiddels zijn alle zienswijzen van de negen gemeenteraden uit de VRH verwerkt in een definitieve versie van de GR. Het algemeen bestuur heeft deze op 6 december 2024 vastgesteld. Voor vaststelling van deze definitieve Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2025 (GR VRH 2025) is toestemming van de gemeenteraden vereist. Vervolgens is het noodzakelijk dat de colleges na toestemming van de raden de regeling vaststellen met een collegebesluit. Het algemeen bestuur heeft de gemeenten verzocht het collegebesluit voor 1 maart 2025 vast te stellen en aan te leveren, zodat de regeling tijdig voor inwerkingtreding per 1 april 2025 kan worden gepubliceerd. Deze tijdigheid is van belang voor een goede overgang van de meldkamer ambulancezorg (MKA) naar de gemeente Den Haag – GGD Haaglanden die met deze regeling wordt geformaliseerd.

Op basis van de zienswijzen van alle gemeenteraden uit de VRH, zijn de GR en de toelichting aangepast. Deze aanpassingen zijn zichtbaar verwerkt in de GR (bijlage II) en de toelichting (bijlage III). In de brief van het algemeen bestuur aan het college (bijlage I) wordt geclusterd uiteengezet hoe de VRH de zienswijzen van de gemeenteraden heeft verwerkt. Onder ‘Argumenten’ van deze aanbiedingsnota wordt toegelicht hoe de punten uit de zienswijze van uw gemeenteraad in de GR en de toelichting zijn verwerkt. U wordt om toestemming te geven voor vaststelling van de GR VRH 2025 door uw college. Na toestemming uw raad stelt het college de GR vast en wordt de VRH hierover geïnformeerd. Wat willen wij bereiken? Dat het college voor 1 maart de GR VRH 2025 kan vast te stellen, zodat deze tijdig kan worden gepubliceerd en per 1 april 2025 in werking kan treden. Argumenten 1. Er is toestemming van de raden nodig voordat de colleges de regeling mogen vaststellen met een collegebesluit. Als uw raad de toestemming heeft gegeven, wordt de GR VRH 2025 vervolgens vastgesteld door het college. 2.

Het is van belang dat de nieuwe gemeenschappelijke regeling per 1 april in werking kan treden. De reden hiervoor is dat de datum voor de overgang van de MKA naar de gemeente Den Haag – GGD Haaglanden voor 1 april staat gepland. Met deze nieuwe regeling wordt ook deze overgang van de MKA geformaliseerd.

3.

De VRH heeft de zienswijzen van alle gemeenteraden verwerkt. In de brief van het algemeen bestuur aan het college wordt geclusterd uiteengezet hoe de zienswijzen van de gemeenteraden op verschillende aspecten van de ontwerpregeling in deze definitieve regeling zijn verwerkt. Hieronder is per onderdeel uitgewerkt hoe de zienswijze van uw raad in de regeling is verwerkt.

3.1 In het ontwerp van de GR VRH 2025 werd ‘gemeenteraad’ niet eenduidig aangeduid. De termen gemeenteraad en raad dan wel raden werden alle drie gebruikt. In uw zienswijze heeft u verzocht om eenduidige terminologie te gebruiken waarbij de term ‘gemeenteraad’ de

pagina

2/5

Aanbiedingsnota raad

voorkeur had. De VRH heeft hier gedeeltelijk gehoor aangegeven door in de definitieve versie steeds voor de term ‘raden’ te kiezen en ‘raad’ in het geval van enkelvoud. In artikel 1 van de regeling (Begripsbepalingen) is het begrip ‘raden’ gedefinieerd als ‘de gemeenteraden van de gemeenten’. 3.2 Uw raad heeft de VRH verzocht om in alle artikelen van de GR duidelijk te benoemen welk bestuur de bevoegdheid dan wel de verantwoordelijkheid draagt. In het ontwerp was in een aantal artikelen niet duidelijk of het over het ‘algemeen bestuur’ of het ‘dagelijks bestuur’ ging doordat alleen de term ‘bestuur’ werd gebruikt. De VRH heeft in de begeleidende toelichting op de GR extra aandacht besteed aan het onderscheid tussen deze begrippen en de juridische onderbouwing daarvan. 3.3 In uw zienswijze heeft u opgemerkt dat bij de vergadering van het AB middels lid 4 van artikel 4 duidelijk de rol van adviseur wordt toebedeeld aan de leden van de veiligheidsdirectie. Uw raad zou graag zien dat dezelfde rol wordt opgenomen voor de commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris bij de vergaderingen van het dagelijks bestuur in het 5e lid van artikel 12. De VRH heeft deze suggestie overgenomen in de definitieve versie van de GR. Er wordt nu duidelijke vermeld welke adviseurs aan de vergaderingen van het dagelijks bestuur deelnemen.

3.4 Uw raad heeft in de zienswijze gevraagd om een toelichting te geven op de reden(en) van het verwijderen van ‘regionale’ bij de brandweer in artikel 18, lid 1 sub a. In de toelichting op de GR ligt de VRH toe dat het woord ‘regionale’ voor ‘brandweer’ kan worden gemist omdat na de herziening van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) in 2013 de brandweer regionaal is georganiseerd en gemeentelijke brandweerkorpsen niet meer bestaan. 3.5 In de ontwerpversie van de regeling werd de taakstelling voor de Commissie van Advies voor de Rampenbestrijding (CAR) in artikel 24 aangescherpt met de toevoeging ‘gemeentelijke processen op het gebied van’ rampenbestrijding en crisisbeheersing. Uw raad en andere raden hebben in de zienswijzen aangegeven dat dit een vernauwing is van de taken van de gemeentesecretaris en de CAR, die bijvoorbeeld ook de processen bevolkingszorg en crisiscommunicatie behartigen. Uw raad heeft daarom verzocht deze aanpassing te verwijderen en naar de originele tekst te herstellen, omdat de CAR breed moet kunnen blijven adviseren aan het algemeen bestuur. De VRH heeft conform de verzoeken van de raden deze toevoeging verwijderd uit de definitieve versie van de regeling. 3.6 Uw raad heeft de VRH verzocht om in artikel 25 (Begroting) van de regeling een uiterste datum op te nemen, namelijk 30 april.

Als zou worden aangesloten bij artikel 35 eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), zou de behandeling van de zienswijze op de begroting in het zomerreces vallen. Dat zou een tijdige behandeling feitelijk onmogelijk maken. De VRH heeft de datum niet concreet in de definitieve versie van de regeling opgenomen. De VRH geeft aan dat de in artikel 25 genoemde termijnen in de praktijk reeds worden gehanteerd, maar dat deze nu ook zijn geborgd door in de GR van de VRH de termijnen uit de Wgr van toepassing te verklaren. Op deze manier wordt voorkomen dat een wijziging van de wettelijke termijn automatisch om een aanpassing van de GR vraagt. De VRH heeft de datum van 30 april als uiterste datum voor verzending van de conceptbegroting aan de raden wel in de toelichting opgenomen om meer helderheid te verschaffen. 3.7 U heeft in uw zienswijze over Artikel 31 (Toe- en uittreding) verzocht dat voor besluitvorming over toe- en uittreding de verplichting tot unanimiteit bij de achterblijvende deelnemers wordt gehanteerd en daar een apart lid voor op te nemen in artikel 31. Dit gezien de mogelijke impact en gevolgen van toe- en uittreding voor iedere afzonderlijke deelnemer aan deze GR. De VRH heeft aan dit verzoek uitwerking gegeven via een nieuw artikel (artikel 32. Uittreding). De VRH heeft nog wel opgemerkt dat de Wvr verplicht voorschrijft welke gemeente in welke

pagina

3/5

Aanbiedingsnota raad

veiligheidsregio ligt. Dit betekent dat uittreding alleen kan plaatsvinden als deze wet wordt aangepast. 3.8 Tot slot heeft u uw zienswijze afgesloten met twee generieke verzoeken ten aanzien van de ontwerpregeling. Deze verzoeken hadden betrekking op het voor zover (juridisch) mogelijk de regeling in taalniveau B1 te formuleren en het ontwerp na te gaan op de zogenaamde taaltechnische ‘kleine kwaliteit’. De wijzigingen op kleine kwaliteit zijn niet expliciet aangegeven in de definitieve versie, maar er is ambtelijk contact geweest tussen de VRH en de gemeente Pijnacker-Nootdorp om deze (kleine) benodigde aanpassingen goed te verwerken. De VRH is niet ingegaan op het verzoek om de regeling in taalniveau B1 te formuleren. Kanttekeningen 1. De VRH is niet ingegaan op uw verzoek om de regeling voor zover juridisch mogelijk in taalniveau B1 te formuleren. Dit terwijl ook door de Rijksoverheid wordt geadviseerd taalniveau B1 aan te houden. Anderzijds dient te worden opgemerkt dat het complex is om wetsteksten waarbij geen onduidelijkheid mag bestaan over de terminologie en betekenis in taalniveau B1 te schrijven.

Beleidskaders a. Binnen welk programma past het voorgestelde besluit? Programma 8. Leefbaar, veilig en duurzaam b. Welke beleidskaders zijn van belang? n.v.t. c. Duurzaamheid n.v.t. Wat gaan wij daarvoor doen? Zodra u heeft besloten toestemming aan het college te geven voor de vaststelling van de GR VRH 2025, stelt het college de GR vast. Vervolgens wordt dit collegebesluit aan de VRH verzonden, publiceert de VRH de nieuwe GR en kan deze per 1 april 2025 inwerking treden. Wat gaat het kosten? n.v.t. "In verbinding" Er is contact geweest met de VRH voor de verbeteringen in de regeling op het gebied van de ‘kleine kwaliteit’. Vervolg a. Planning De colleges van de gemeenten binnen de VRH dienen vóór 1 maart de nieuwe GR vast te stellen. Dit zodat de GR tijdig kan worden gepubliceerd en per 1 april inwerking kan treden. Inwerkingtreding per 1 april is van belang omdat de MKA per 1 april overgaat naar de gemeente Den Haag – GGD Haaglanden. b. Evaluatie De uitvoering van dit voorstel wordt niet geëvalueerd. c. Communicatie en participatie n.v.t.

pagina

4/5

Aanbiedingsnota raad

Het college van Pijnacker-Nootdorp,

Annelies Kroeskamp secretaris

pagina

5/5

Björn Lugthart burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15052817/1