Aanbiedingsnota raad - Nota financieel beleid
Tekst van het document
Aanbiedingsnota raad
beeldvorming op oordeelvorming op besluitvorming op
invullen organisatie zaaknummer
1602829
berichtnummer
1469159
voorstel over portefeuillehouder behandeld in college
Nota financieel beleid Peter Hennevanger 7 oktober 2025
domein
Bedrijfsvoering en Dienstverlening
besluit
Ja
bijlagen
1. 2.
pagina
1/5
Nota Financieel beleid Pijnacker-Nootdorp 2025 Besluit raad
Aanbiedingsnota raad
Gevraagde beslissing Wij stellen u voor vast te stellen: 1. Nota Financieel beleid Pijnacker-Nootdorp 2025 Inleiding De nota Financieel beleid biedt een integraal kader voor het financiële beleid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp en is een nadere uitwerking van de financiële verordening. In deze nota zijn de algemene uitgangspunten voor het financieel beleid vastgelegd. Het beleid dat gericht is op specifieke onderwerpen is in separate nota’s opgenomen. Het voorliggend document is richtinggevend voor de financiële beleidsnota’s. Een aantal wijzigingen in wet- en regelgeving binnen het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en het onderzoek van de Rekenkamer Pijnacker-Nootdorp naar de financiële reserves bieden aanleiding voor het opstellen van deze nota. De aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek over het reservebeleid zijn in dit document betrokken. Daarnaast zijn de acties uit het ‘Investerings- en financieringsplan 2020-2025’ (vastgesteld 25 maart 2021) conform planning afgerond. Een aantal relevante uitgangspunten die nog van toepassing zijn, is in het voorliggend document verwerkt. Uitgangspunten in de nota Voor de gemeentelijke financiën gelden verschillende wettelijke kaders. De basis voor het financiële kader is de Gemeentewet.
Die basis is weer verder uitgewerkt in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening gemeente PijnackerNootdorp. In de wettelijke kaders zit een hiërarchie waarbij de financiële verordening en het BBV ondergeschikt zijn aan de Gemeentewet. Binnen de wettelijke randvoorwaarden heeft de gemeente beleidsvrijheid voor de inhoud van het financieel beleid. In de nota Financieel beleid zijn uitgangspunten geformuleerd die lokale keuzes binnen onze gemeente bevatten. Uiteraard voldoen deze uitgangspunten aan de hogere wet- en regelging. Hieronder volgt per uitgangspunt een duiding van de lokale keuzes. 1. 2. 3.
4.
5.
6.
pagina
2/5
Onze gemeente kiest voor een reëel en structureel evenwicht conform de BBV-richtlijnen en hierbij de inzet van het surplus van 10% van de algemene reserve niet standaard te benutten en deze wettelijke mogelijkheid alleen in te zetten als laatste mogelijkheid. Onze gemeente past voor de financiële meerjarenraming de systematiek van lopende prijzen toe, en niet de methode van constante prijzen. De (bestendige) gedragslijn wordt hiermee voortgezet. De gemeente dient een van de methodes te kiezen. In onze Begroting gaan wij uit van de prijsindexen in de Meicirculaire om de loon- en prijsontwikkeling te verwerken. Per categorie gelden verschillende uitgangspunten die in lijn zijn met regionale afspraken en voorschriften met betrekking tot toezicht vanuit de Provincie Zuid-Holland. Overige indexaties: lokale beleidskeuzes a. Voor indexatie van investeringen in onderwijshuisvesting hanteren we de normen, zoals deze door de VNG jaarlijks worden geadviseerd. b. Wij hanteren géén indexatie van toekomstige investeringsbudgetten in onze begroting. Voor de toekomst zal verkend worden of dit uitgangspunt dient te worden aangepast. Wij informeren de raad actief over alle (effecten uit) de circulaires; de Meicirculaire verwerken wij in de Begroting, de Septembercirculaire, voor zover deze het lopende jaar betreft, als wijziging op de Begroting in de Najaarsnota.
De meerjarige effecten uit de Septembercirculaire en Decembercirculaire verwerken we in de eerstvolgende Voorjaarsnota en Kadernota. De algemene uitkering uit het gemeentefonds vormt het belangrijkste algemene dekkingsmiddel en gemeenten hebben volledige bestedingsvrijheid bij de inzet van deze middelen. De manier waarop de verschillende mutaties gereserveerd worden, is aan de
Aanbiedingsnota raad
gemeente. Alleen specifiek geoormerkte mutaties dienen voor verantwoordingsdoeleinden apart zichtbaar geadministreerd te worden. 7. Tarieven OZB worden geïndexeerd conform gehanteerde percentage in de Meicirculaire gemeentefonds. Leges en heffingen zijn 100% kostendekkend conform de BBV-regels. Wel of niet indexeren van de Onroerende Zaakbelasting is lokaal beleid. Leges en heffingen mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn. 8. Het gebruik van stelposten is toegestaan en wordt vanuit het perspectief van verantwoord financieel beleid zoveel mogelijk beperkt tot de stelpost voor prijs, areaal en taakmutaties. Het opvoeren van eventuele andere stelposten wordt in de P&C-producten expliciet voorgelegd en verantwoord aan de gemeenteraad. Hoe om te gaan met stelposten is een lokale keus, waarbij rekening gehouden dient te worden met voorschriften van de provincie om een reëel prijsniveau in de begroting te verwerken; dit kan via een stelpost en/of via het ophogen van kosten. 9. Bij financiële baten met een sterke afhankelijkheid van externe factoren wordt reëel geraamd: rentebaten op basis van conservatieve inschattingen van de marktontwikkelingen, dividenden op basis van opgaves van de verbonden partijen en de ruimte onder het BCF-plafond o.b.v. het advies van BZK.
Dit zijn lokale keuzes, waarbij het afgeven van een realistische raming een voorschrift is vanuit het provinciaal toezichtskader. 10. Integrale afweging van toekenning van middelen voor nieuw beleid vindt plaats bij de behandeling van de Kadernota. Voorstellen die leiden tot structurele lasten zijn voorzien van een structurele financiële dekking. Artikel 189 Gemeentewet schrijft voor dat de begroting “structureel en reëel in evenwicht” moet zijn. Hoe de gemeente omgaat met nieuw beleid en de verwerking in de Kadernota is een lokale keus. 11. De algemene uitgangspunten voor de vorming, het gebruik en het opheffen van bestemmingsreserves zijn lokale keuzes, die op hoofdlijnen vastgelegd zijn in de Financiële verordening en uitgewerkt in onderliggende nota’s. Het BBV schrijft alleen voor dat bestemmingsreserves een vooraf vastgesteld doel moeten hebben. 12. Wij hanteren heldere voorwaarden voor de vorming en inzet van bestemmingsreserves afschrijvingslasten; aanvullende complementaire lasten worden uit de reguliere exploitatie gedekt. De voorwaarden voor vorming en inzet zijn een lokale keus complementaire kosten (zoals onderhoudskosten) die een structureel karakter hebben, dienen vanuit BBVvoorschriften structureel gedekt te worden binnen de exploitatie. 13.
In de Kadernota wordt een langetermijnoverzicht van aflopende reserves gepresenteerd; het bijbehorend handelingskader (i.e. hoe te handelen) wordt minimaal vier jaar vóór afloop expliciet aan de raad voorgelegd. Dit is een lokale keus. 14. In de Kadernota en jaarrekening wordt een actueel overzicht van de reserves gepresenteerd met doel, besteding, maximale omvang en duur. Dit uitgangspunt komt voort uit de BBVregelgeving (art. 54). Hierin staat dat in de jaarrekening de aard en reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen opgenomen (en toegelicht) dienen te worden. 15. Voor nieuwe en uitbreidingsinvesteringen dient eerst ruimte binnen de begroting te worden gevonden; een dekkingsvoorstel is altijd onderdeel van de aanvraag. Dit is een lokale afweging. 16. Wij hanteren een realistische planning voor de investeringsagenda waarbij de prioritering past binnen de balans tussen ambities en de beschikbare mensen en middelen. Dit is een lokaal uitgangspunt. 17. Voor de schuldenpositie blijven wij (ruim) binnen de signaleringswaarden zoals gesteld in het Gemeenschappelijk Toezichtskader (GTK) voor de ratio's solvabiliteit en netto schuldquote. Dit uitgangspunt komt voort uit het provinciaal toezichtskader. 18. Wij hanteren concernfinanciering als leidend principe. In specifieke omstandigheden is projectfinanciering mogelijk.
De keuze voor financiering is een uitvoeringsaangelegenheid en daarmee een bevoegdheid van het college. Dit is een lokale afweging die aansluit bij het huidige beleid en de bepaling in de Gemeentewet waarin is opgenomen dat het college in ieder geval bevoegd is om het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren (art. 160 lid 1 onder a). 19. Voor de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit gaan wij uit van de Algemene reserve en de post onvoorzien in de begroting. Welke middelen tot de weerstandscapaciteit
pagina
3/5
Aanbiedingsnota raad
gerekend kunnen worden is een lokale afweging. De middelen dienen volgens BBVvoorschriften tot de beschikking van de gemeente te zijn om niet begrote kosten te kunnen dekken. 20. Als ratio voor het weerstandsvermogen hanteren wij een streefwaarde van 1,4 en een minimum van 1,0. Dit is een lokale keus. Er bestaat geen voorgeschreven ratio die de gemeente geacht wordt na te streven. Als referentiekader gebruiken wij een veelgebruikte waarderingstabel van de Universiteit Twente en het Nederlands Adviesbureau voor Risicobeheersing die een ratio tussen 1,0 en 1,4 als “voldoende” aangeeft. 21. Als de weerstandsratio onder de norm van 1,0 dreigt uit te komen, stelt het college van B&W een verbeterplan op met maatregelen om de algemene reserve op normhoogte te krijgen. Dit is een lokale afweging. Wat willen wij bereiken? De Nota Financieel beleid wordt opgesteld om een integraal kader te bieden voor het financiële beleid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De nota wordt gemaakt om een consistent en actueel beleidskader te bieden voor het financieel handelen van de gemeente. Daarmee willen wij de financiële positie versterken, wettelijke kaders naleven, aanbevelingen van de rekenkamer verwerken en de raad beter in staat stellen strategisch te sturen op financiën.
De nota bundelt de kernprincipes van financieel beleid op hoofdlijnen en vormt de kapstok voor de meer specifieke nota’s (zoals reserves, rente, borgstellingen). Met deze nota beogen wij een aantal doelstellingen te realiseren: Een integraal overzicht bieden van financiële uitgangspunten; Het actualiseren van het financiële beleid van onze gemeente; Nader invulling geven aan de aanbevelingen van de Rekenkamer Pijnacker-Nootdorp met betrekking tot sturing op financiële reserves; Eenduidigheid en transparantie bevorderen in de toepassing van financieel-technische regels bij begroting, investeringen en verantwoording. Argumenten 1.1 Het vaststellen van de hoofdlijnen geeft richting aan de uitwerking van de financiële nota’s De nota bevat hoofdlijnen en uitgangspunten die uitgewerkt worden in de verschillende financiële nota’s. 1.2 De financiële verordening is de wettelijke kapstok voor kaderstelling De financiële verordening is de invulling van art. 212 van de BBV en geeft de kaders weer en de afzonderlijke financiële beleidsnota’s bevatten de nadere detailuitwerking. De voorliggende nota bevat de beleidskeuzes en argumentatie die aan de kaders ten grondslag liggen Kanttekeningen In deze nota staan uitgangspunten voor de toekenning van indexaties aan verschillende budgetten.
In dat kader dient opgemerkt te worden dat deze uitgangspunten niet ingaan op de vraag of de hoogte van de indexatie voldoende is om prijsstijgingen volledig te compenseren. De inflatiecompensatie vanuit het Rijk is de afgelopen jaren te laag geweest. Dit komt doordat die compensatie in mei wordt berekend en daarna niet meer wordt aangepast, ook niet als de inflatie uiteindelijk hoger uitvalt – wat elk jaar het geval blijkt. Beleidskaders a. Binnen welk programma past het voorgestelde besluit? Programma 9. Bestuur en dienstverlening
pagina
4/5
Aanbiedingsnota raad
b. Welke beleidskaders zijn van belang? de Gemeentewet (Gw); de Financiële-verhoudingswet (Fvw); de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido); Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof); het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV); Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO). c. Duurzaamheid Niet van toepassing Wat gaan wij daarvoor doen? Niet van toepassing Wat gaat het kosten? Niet van toepassing; aan dit voorstel zijn geen directe of extra kosten verbonden. "In verbinding" Niet van toepassing Vervolg Niet van toepassing a. Planning eze nota wordt voor onbepaalde tijd vastgesteld. Indien er wijzigingen in wet- en regelgeving optreden D of als er sprake is van veranderende inzichten op basis van ervaringen uit de praktijk of gewijzigde wensen van de raad wordt deze nota aangepast. b. Evaluatie De uitvoering van dit voorstel wordt eens in de vijf jaar geëvalueerd. c. Communicatie en participatie Samenvatting in begrijpelijke taal In de Nota financieel beleid staan de uitgangspunten en spelregels over hoe de gemeente met het geld moet omgaan. Er staat in hoe het huishoudboekje van de gemeente is geregeld. Ook staat er in aan welke wetten de gemeente zich moet houden voor het beheer van de gemeentelijke portemonnee. Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp,
Annelies Kroeskamp secretaris
pagina
5/5
Björn Lugthart burgemeester