5-C II Begroting VRH 2024 versie 1 0 publicatie geredigeerd
Tekst van het document
ONTWERP MEERJARENBEGROTING 2024 – 2027
‘verbindend vakmanschap in veiligheid en zorg’
Bezoekadres Dedemsvaartweg 1 - 2545 AP Den Haag / Postbus 52155 - 2505 CD Den Haag
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3
Algemeen (blz 2) Inleiding Doelstelling Taken
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Beleidsmatige ontwikkelingen (blz 4) De veiligheidsregio Brandweer Rampenbestrijding en crisisbeheersing GHOR Meldkamers (GnkM en MKB) Gemeentelijke crisisbeheersing
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Programma Veiligheid (blz 8) Raming van lasten en baten Toelichting op grondslagen Financiële ontwikkelingen Financiën in hoofdlijnen
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Paragrafen (blz 14) Gemeentelijke bijdrage Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
Overzicht van baten en lasten en toelichting van programmaonderdelen (blz 28) Brandweerzorg Crisisbeheersing en rampenbestrijding Meldkamer brandweer (MKB) Geneeskundige meldkamer (GnkM) Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Gemeentelijke crisisbeheersing Overhead
6
Vaststelling meerjarenbegroting 2023-2026 (blz 47)
7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9
Bijlagen (blz 48) Kostenverdeelstaat Verdeling naar taakvelden Inkomensoverdracht van het Rijk Investeringsplan Liquiditeitsplanning Reserves en voorzieningen Geprognotiseerde balans EMU saldo Afkortingenlijst
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
1
1. 1.1
Algemeen Inleiding
Voor u ligt de meerjarenbegroting 2024-2027 van de gemeenschappelijke regeling GR Veiligheidsregio Haaglanden (VRH). De VRH is een door de Wet Veiligheidsregio’s verplichte gemeenschappelijke regeling. Nederland telt in totaal 25 veiligheidsregio’s, waarbij elke regio anders is georganiseerd en andere taken kent. Voor de VRH geldt dat deze regionaal de belangen behartigt op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening. Brandweerzorg In Haaglanden is sprake van één regionaal korps: Brandweer Haaglanden. Binnen de gehele regio ontvangt elke gemeente vergelijkbare brandweerzorg. Voor het 24/7 bestrijden van incidenten bestaat de operationele dienst uit beroepsmedewerkers en vrijwilligers, verdeeld over 23 kazernes. Beiden worden ingezet voor de dagelijkse brandweerzorg, waarbij specialistische taken bij beroeps zijn belegd. De vrijwilligers zijn van groot belang voor het borgen van de slagkracht die nodig is voor de bestrijding van grote en langdurige incidenten. Naast incidentbestrijding is ook risicobeheersing een hoofdtaak. Jaarlijks wordt hiervoor een uitvoeringsprogramma vastgesteld in overleg met de gemeenten. Ook worden de taken van de meldkamer brandweer uitgevoerd.
Geneeskundige hulpverlening De ‘kolom’ Geneeskundige hulpverlening van de VRH bestaat uit de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en de geneeskundige meldkamer (GnkM), die ook de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) omvat. De GHOR is o.a. verantwoordelijk voor de inzet en coördinatie van het optreden van de geneeskundige (hulp)diensten bij incidenten. Dat betreft onder meer ambulancediensten, ziekenhuizen, huisartsen en GGD. De geneeskundige meldkamer omvat mede de MKA die, op basis van een SLA met de Regionale Ambulancevoorziening (RAV), de ambulancemeldingen verwerkt. Naast een gemeenschappelijke regeling is de VRH ook een regionaal samenwerkingsverband met betrekking tot gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding en crisisbeheersing (‘multidisciplinaire samenwerking’). Gemeentelijke crisisbeheersing Sinds 2010 zijn de gemeentelijke processen zoveel mogelijk geüniformeerd, waardoor de 9 gemeenten als één kolom (de ‘oranje’ kolom genoemd) optreden m.b.t. bevolkingszorg. Hoewel deze ‘kolom’ geen deel uitmaakt van de VRH als gemeenschappelijke regeling, is deze activiteit wel in deze begroting opgenomen omdat deze kolom via de VRH-begroting wordt gefinancierd.
Rampenbestrijding en crisisbeheersing In regionaal verband werken de brandweer, geneeskundige kolom, gemeentelijke crisisbeheersing en de eenheid Den Haag van de Nationale Politie samen op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Hierbij wordt de focus primair gelegd op het dagelijkse werk van de hulpdiensten (“99% van het werk”), en vindt de voorbereiding op rampen en crises als een afgeleide daarvan plaats. Op deze manier wordt voorkomen dat de voorbereiding op rampen en crises op zichzelf staat en onvoldoende aansluit bij het werk van de hulpdiensten. De 4 kolommen vormen de vaste kern van de multidisciplinaire samenwerking, maar deze samenwerking wordt waar nodig per onderwerp verbreed met andere partners, zoals waterschappen. Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
2
1.2
Doelstelling
Verbindend Vakmanschap in Veiligheid en Zorg Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar voor veiligheid en zorg in de regio. Zij bundelt hiervoor de krachten van verschillende partners om samen goed voorbereid te zijn op dagelijkse, maar ook op grootschalige incidenten en deze slagvaardig te bestrijden. Daarbij treedt de VRH op als regisseur bij het organiseren en uitvoeren van de hulpverlening. De doelstelling is verwoord in artikel 2, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR). De Veiligheidsregio Haaglanden behartigt de belangen van de gemeenten op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening.
1.3
Taken
De taken van de VRH staan benoemd in artikel 3 van de GR. Aan het Algemeen Bestuur worden de taken overgedragen zoals genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. In aanvulling op de taken die de Veiligheidsregio op het basisniveau voor gemeenten verricht op grond van artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s en het Besluit veiligheidsregio’s (basispakket), kan per gemeente worden overeengekomen dat de Veiligheidsregio ten aanzien van deze taken een hoger voorzieningenniveau levert (pluspakket). In artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s staan de volgende taken: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid (brandweerzorg); d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i.
het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
3
2
Beleidsmatige ontwikkelingen
2.1
De veiligheidsregio
De beleidsmatige ontwikkelingen binnen de VRH spelen zich af binnen de kolommen (brandweer, geneeskundige hulpverlening, gemeentelijke crisisbeheersing en in het verlengde daarvan de multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing, alsook de gemeenschappelijke meldkamer). In de hierna volgende paragrafen worden deze ontwikkelingen nader toegelicht. 2.2
Brandweer
Brandweer Haaglanden heeft in 2020 het meerjarenbeleidsplan ‘Verantwoord doorontwikkelen’ voor de duur van vijf jaar vastgesteld. Maatschappelijk gezien vinden op hoog tempo ontwikkelingen plaats die leiden tot nieuwe risico’s en een veranderende hulpvraag vanuit de samenleving. In het meerjarenbeleidsplan zijn de maatschappelijke ontwikkelingen vertegenwoordigd door drie thema’s; verdichting, energietransitie en duurzame inzetbaarheid. Om ervoor te zorgen dat deze maatschappelijke ontwikkelingen verantwoord kunnen plaatsvinden, wordt ingezet op de doorontwikkeling van materieel en procedures én het blijven investeren in de ontwikkeling van kennis. Het is noodzakelijk om deze koers voort te zetten, om een brandweer van waarde te blijven in een brede maatschappelijke context en brandweerzorg op niveau te kunnen blijven continueren. Duurzame inzetbaarheid is een van de speerpunten waaraan wordt gewerkt: het op een veilige en gezonde wijze inzetbaar blijven, ook voor de operationele functies. Verdichting in de steden is regionaal en lokaal in ontwikkeling. Dit resulteert in bouwwerken die dichter op elkaar staan, hoogbouw, complexe inrichting en functiemenging. De energietransitie ontwikkelt in een dermate tempo dat veiligheidsmaatregelen in regelgeving ongelijklopen/ achterlopen op dit tempo.
De afgelopen periode is met betrekking tot verdichting en energietransitie geïnvesteerd in het verder in kaart brengen van de regionale risico’s. Dit betekent voor verdichting dat in eerste instantie is onderzocht welke effecten het verdichten van de regio heeft én welke factoren hiervan voor (het werk van) de brandweer van belang zijn. Onderscheid is gemaakt in fysieke, infrastructurele en sociale effecten, zoals de verscheidenheid aan verdichte bebouwing, de toename van verkeer en vervoer, segmentatie en fragmentatie en de toename van kwetsbare personen. De komende jaren zullen in het teken staan van het maken van de vertaalslag van deze risico’s naar het werk van de brandweer; op welke wijze moet en kan de brandweer zich aanpassen aan de effecten die de verdichting met zich meebrengt. Op het gebied van het thema energietransitie is reeds gestart met het maken van de vertaalslag van landelijke doelen naar regionale ambities. De focus ligt op het structureel borgen van veiligheid in een veranderende wereld, de transitie van energietransitie als nieuwe ontwikkeling naar ‘business as usual’ en het zijn van een professionele kennispartner. Dit betekent voor de Veiligheidsregio Haaglanden dat we volop inzetten om zowel in adviseursrol als in de daadwerkelijke incidentbestrijding ‘up-to-date’ te blijven als het gaat om ontwikkelingen binnen de energietransitie.
De adviseursrol vindt hierbij in toenemende mate risicogericht in plaats van regelgericht plaats. Deze ontwikkeling is nodig omdat de wet- en regelgeving niet gelijkloopt met de ontwikkelingen en daardoor niet altijd in voldoende mate de (brand-)veiligheid of een (veilige) brandweerinzet waarborgen. De brandweer zal ook in deze periode investeren om in het kader van risicobeheersing een prominente gesprekspartner en adviseur van de gemeenten te blijven. Het Regionaal Uitvoeringsprogramma Risicobeheersing blijft het handvat voor de gemeenten voor de activiteiten op dit vakgebied. Aankomende wet- en regelgeving beïnvloedt de uitvoeringspraktijk Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
4
voor Risicobeheersing. Met name de op komst zijnde Omgevingswet is van invloed op het proces, de instrumenten en tot op zekere hoogte ook op de risicobeheersingstaken. Het programma Omgevingsrechtproof Risicobeheersing geeft verdere invulling aan alle randvoorwaarden die voor Risicobeheersing noodzakelijk zijn om te werken met de nieuwe wetgeving. De speerpunten: de adviesrol nieuwe stijl, informatievoorziening en de borging in beleid, geven richting aan de opgave. Voor de informatievoorziening gaat de afdeling door met de implementatie en de aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het DSO ondersteunt de interactie tussen overheid en samenleving. Het bestaat in ieder geval uit: a) publicatie van omgevingsdocumenten, b) informatie op de kaart over fysieke omgevingskwaliteit en van toepassing zijnde regels, c) informatie over meldings- en vergunningsplicht voor een specifieke activiteit op een specifieke locatie, en d) een digitaal loket voor vergunningaanvragen en meldingen. 2.3
Rampenbestrijding en crisisbeheersing
In regionaal verband zetten de brandweer, de GHOR, de gemeenten en de Politie Eenheid Den Haag zich samen in voor de veiligheid van iedereen die in Haaglanden woont, werkt of de regio bezoekt. De regio Haaglanden heeft bijzondere kenmerken en dit profiel stelt bijzondere eisen aan ons werk en daarmee aan onze organisatie en mensen. De verantwoordelijkheid voor goede multidisciplinaire samenwerking is een gezamenlijke. Door regionaal samen te werken, wordt ervoor gezorgd dat de hulpdiensten en gemeenten zo effectief mogelijk reageren op een ramp of crisis. Als basis voor de voorbereiding op de incidenten en crises die een multidisciplinair en veelal grootschalig optreden vergen, beschikt de VRH over een regionaal risicoprofiel, een beleidsplan Rampenbestrijding en Crisisbeheersing en een regionaal crisisplan. Deze plannen zijn geactualiseerd en begin 2023 aangeboden aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling. De huidige beleidsperiode van deze plannen loopt tot en met 2026. Het individuele vakmanschap van de disciplines vormt een stevig fundament voor de multidisciplinaire samenwerking. Diverse ontwikkelingen hebben effect op de risico’s in de regio en daarmee op het dagelijks werk en de multidisciplinaire samenwerking.
Om de kwaliteit van het werk te blijven garanderen moet de veiligheidsregio blijven inspelen op (toekomstige) maatschappelijke trends, ontwikkelingen en wijziging van wet- en regelgeving. Dit wordt gedaan door te blijven bouwen aan het fundament en ons te richten op het versterken van de continuïteit, effectiviteit en veerkracht. In navolging van de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s zijn landelijk bestuurlijke afspraken gemaakt om de crisisbeheersing en de informatiepositie te versterken. Onderdeel van deze afspraken is de geleidelijk opbouwende structurele toevoeging in de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR). De VRH ontvangt in dit kader ingaande 2023 € 1,6 mln. extra BDUR (ca. 1,4% van de VRH-begroting) specifiek bestemd voor de versterking van de (toekomstige) crisisbeheersing en de informatiepositie. Zowel landelijk als regionaal wordt momenteel bezien hoe de beoogde versterking kan worden vertaald naar de praktijk, en waarvoor de extra rijksgelden – zowel landelijk als regionaal – kunnen worden aangewend. Leidend hierbij is dat de versterking recht moet doen aan de uitdagingen waarvoor zowel de nationale als de regionale crisisbeheersing gesteld staat. Door het Rijk is ten aanzien hiervan nadrukkelijk aangegeven dat het niet de bedoeling is dat de gemeentelijke bijdragen aan veiligheidsregio’s – als effect van de ophoging van de BDUR – worden verlaagd.
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
5
2.4
GHOR
De GHOR is integraal onderdeel van het systeem van veiligheidszorg in Nederland. Voor een goede hulpverlening moet zij zorg dragen voor een effectieve en efficiënte samenwerking tussen de zorgketen en de fysieke veiligheidspartners: brandweer, politie en gemeenten. Deze publieke taak wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Bestuur en het opperbevel van de burgemeester (lokale rampen en crises) of de voorzitter van de Veiligheidsregio (bovenlokale rampen en crises). Hiermee is de GHOR hét aanspreekpunt voor het Openbaar Bestuur bij kwesties op het gebied van opgeschaalde acute en publieke zorg. De GHOR houdt overzicht over de partijen die hierin een rol spelen, monitort zorgcontinuïteit in de regio en coördineert bij zorgschaarste. Zij doet dit met oog voor het belang van de groep. De GHOR heeft hiermee een publieke taak in de semipublieke omgeving van de gezondheidszorg. De samenleving verandert snel en is complexer aan het worden. Dit geeft uitdagingen die invloed hebben op de wijze waarop de GHOR denkt invulling te geven aan haar opdracht. Belangrijk, het komende jaar, voor de positie van de GHOR zijn de wijzigingen in de Wet Veiligheidsregio’s. Afgelopen jaar is de contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg uitgekomen met daarin op hoofdlijnen beschreven de positie van de GHOR en DPG in het landschap van crisisbeheersing.
Daarin wordt beschreven dat Geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en de voorbereiding daarop een wezenlijk onderdeel zijn van de publieke veiligheidstaken. De GHOR, als onderdeel van de veiligheidsregio en onder aansturing van de DPG, vervult hierin een onafhankelijke en noodzakelijke regiefunctie. De GHOR en de DPG zijn en blijven -anders dan de evaluatiecommissie adviseert- dan ook een essentieel onderdeel van de publieke veiligheid. Het gaat hierbij niet alleen om de rol van de GHOR/DPG tijdens rampen en crises, maar ook bij de voorbereiding daarop. Tenslotte is een belangrijk uitgangspunt dat is opgenomen in de Contourennota dat er samenhang moet zijn tussen de drie wettelijke kaders waar de DPG-rol op de GHOR is omschreven (WPG-WVr-AMvB Acute Zorg). Op dit moment zijn we in afwachting van de vervolgstappen van het kabinet met betrekking tot consultaties op de contournota, die zal leiden tot een vernieuwing van de Wet Veiligheidsregio’s Thema’s voor de volgende beleidsperiode Om flexibel te kunnen reageren op wat zich voordoet, is het noodzakelijk dat reeds proactief, in de koude fase, geïnvesteerd wordt in relevante netwerken, zodat stevige relaties zijn opgebouwd. De GHOR gaat het netwerkmanagement dan ook verder vormgeven en uitbreiden de komende beleidsperiode.
Met het thema “verbreden van het netwerk” richt de GHOR zich de komende jaren op het aansluiten bij bestaande en nieuwe netwerken, het vormen van nieuwe samenwerkingsverbanden en het verrichten van onderzoek naar dynamische samenwerkingsverbanden over (regio)grenzen heen. Vanuit het feit dat de maatschappij digitaliseert en er een overload aan data op instellingen af komt, is het de ambitie van de GHOR om deze data om te zetten in bruikbare integrale informatie die tijdens crisis of gebruikt wordt bij de sturingsvraagstukken of prospectief inzicht biedt. De verandering in soorten crises, zoals de COVID-19 crisis en (vluchtelingen)opvangcrises, heeft de behoefte aan een 24/7 actueel en gedeeld geneeskundig beeld meer dan bevestigd. Met het thema “de GHOR creëert een actueel en gedeeld (geneeskundig) beeld” heeft de GHOR als doel te groeien naar een informatieknooppunt door aan te sluiten op bestaande en toekomstige informatiesystemen in de zorg en veiligheidsregio’s om zodoende een actueel en gedeeld geneeskundig beeld te creëren en proactief te monitoren en waar mogelijk te sturen. Landelijk is dit dan ook een onderwerp dat hoog op de beleidsagenda staat, dan in de vorm van meer en beter informatie-uitwisseling tussen Rijk en regio’s (KCR2, Knooppunt Coördinatie Regio-Rijk). Dit geldt niet alleen voor de GHOR maar voor de hele VRH.
Daarnaast kan het omzetten van data naar een voorspellende waarde voor belangrijke stakeholders inzicht verschaffen om uitspraken te kunnen doen over mogelijke scenario’s en trends. Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
6
2.5
Meldkamers (GnkM en MKB)
Het Transitieakkoord (TA) ‘Meldkamer van de Toekomst’ uit 2013 is nu in de eindfase beland. De LMS zal in de ‘bouwplaats’ periode (2020 – 2022) de gezamenlijke meldkamers verder gestalte geven. Gedurende die tijd zullen de rafelranden als gevolg van de overgang verder worden afgehecht. In dit kader is de meldkamer in 2022 gestart met de overgang naar het LMSplatform. Naar verwachting zal de overgang in 2024 zijn gerealiseerd en zal helder worden wat de VRH-opschalingsruimten gaan kosten. Er lopen een aantal projecten zoals herinrichting van de 9e verdieping met opschalingsruimtes. De VRH heeft middelen gereserveerd voor zowel de afhechting van de rafelranden als voor het optimaliseren van de meldkamerfunctie. In dit kader krijgt bij de GnkM het ambulance coördinatie centrum vorm. Met betrekking tot de MKB hebben de veiligheidsregio’s Haaglanden en Hollands Midden een convenant afgesloten over de intensivering van de samenwerking in de gezamenlijke brandweermeldkamer. Bij de producten is dit nader toegelicht. Sinds 1 januari 2021 is de nieuwe Wet ambulancevoorzieningen in werking getreden. Op dit moment voert de geneeskundige meldkamer van de VRH meldkamertaken uit in opdracht van de (coöperatie) Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Haaglanden. De afspraken over deze uitvoering zijn vastgelegd in een Service Level Agreement (SLA).
Feitelijk fungeert de VRH hiermee als onderaannemer van het RAV. Als gevolg van de nieuwe Wet ambulancevoorzieningen is het voor RAV’s echter niet meer toegestaan om voor de meldkamerfunctie een onderaannemer in te schakelen. De RAV en VRH hebben uitgesproken dat de huidige uitvoering van de meldkamertaak wordt gecontinueerd totdat een oplossing is bereikt. Aan deze oplossing wordt thans gezamenlijk gewerkt, waarbij het VRH-bestuur belang hecht aan publieke borging en een multidisciplinaire organisatie van de geneeskundige meldkamerfunctie. 2.6
Gemeentelijke crisisbeheersing/bevolkingszorg
De evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s heeft geleid tot een aantal aanbevelingen die ook de gemeentelijke crisisbeheersing raken. Landelijk wordt de uitwerking van deze aanbevelingen vormgegeven in het programma ‘Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg’, dat wordt geleid door het ministerie van JenV en een project ‘Uniform kwaliteitsniveau Bevolkingszorg’ dat hier aan gekoppeld is. In 2023 zal duidelijk worden wat de definitie wordt van gemeentelijke crisisbeheersing in relatie tot bevolkingszorg, welke inputindicatoren geformuleerd worden t.a.v. uniformiteit en kwaliteit en hoe dit zijn beslag zal krijgen in voorstellen tot aanpassing van de Wet. De uitwerking en implementatie van regionale visie op gemeentelijke crisisbeheersing gaat daarnaast onverminderd voort. Waar nodig en mogelijk zal de verbinding met de landelijke trajecten gelegd worden.
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
7
3
Programmabegroting Veiligheid
3.1
Raming van lasten en baten
Meerjarenraming van lasten en baten
(bedragen in duizenden euro's) Rekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Lasten
111.417
117.225
120.320
120.077
120.077
119.977
Baten
114.563
115.114
119.978
119.977
119.977
119.977
Saldo lasten en baten
-3.146
2.111
342
100
100
0
439
2.111
342
100
100
0
Mutatie reserves Resultaat
-3.585
0
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
0
0
Resultaat na belasting
-3.585
0
0
0
0
0
Raming lasten en baten programma-activiteiten jaarschijf 2024
(bedragen in duizenden euro's) Mutatie
Lasten
Baten
Reserve
Brandweerzorg
87.087
86.880
Rampenbestrijding en crisisbeheersing
4.046
Meldkamer/MKB
3.492
Meldkamer/GnkM GHOR Gemeentelijke crisisbeheersing Overhead Bedrijfsvoering onvoorzien Totaal
Saldo
207
0
4.046
0
0
3.392
100
0
3.778
3.778
0
0
2.174
2.174
0
0
814
779
35
0
18.733
18.733
0
0
196
196
0
0
120.320
119.978
342
0
Financiële ontwikkelingen
(bedragen in duizenden euro's) Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
Verloopstaat lasten 2023 naar 2024 Begroting 2023
110.306
109.669
109.519
109.519
Interne verschuiving tussen producten
0
0
0
0
0
Voorcalculatie trend 2024
0
2.765
2.765
2.765
2.765
Nacalculatie trend voorgaande jaren
3.622
3.622
3.622
3.622
3.622
Overige ontwikkelingen
3.297
4.264
4.171
4.171
4.071
117.225
120.320
120.077
120.077
119.977
Totaal
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
8
109.519
De VRH heeft voor het jaar 2024 € 342.000 aan incidentele baten. Het betreft de vrijval van specifieke reserves voor incidentele lasten. Structureel begrotingssaldo
(bedragen in duizenden euro's) begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
Saldo baten en lasten
2.111
342
100
100
0
Vrijval reserves
2.111
342
100
100
0
Dotatie reserves
0
0
0
0
0
Begrotingssaldo na bestemming
0
0
0
0
0
Incidentele lasten en baten
2.111
342
100
100
0
Structureel begrotingssaldo
0
0
0
0
0
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
Overzicht Incidentele lasten
(bedragen in duizenden euro’s)
Verlaging gemeentelijke bijdrage
1.698
0
0
0
0
Frictiekosten OMS
50
54
0
0
0
Programma gemeentelijke crisisbeheersing
120
35
0
0
0
Uitgaven realistisch oefenen
0
153
0
0
0
Bouwfase LMS
200
100
100
100
0
FLO officieren
43
0
0
0
0
2.111
342
100
100
0
Saldo
3.2
Toelichting op grondslagen
De grondslagen zijn gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). De grondslagen zijn van toepassing voor begroting en jaarrekening. Niet alle grondslagen zijn direct relevant voor de begroting. Algemeen Algemeen uitgangspunt is dat het stelsel van baten en lasten wordt toegepast. Hoofdregel is dat als prijsgrondslag de historische kostprijs inclusief BTW wordt gehanteerd. Op basis van de Wet markt en overheid is getoetst dat de VRH niet als ondernemer voor de vennootschapsbelasting moet worden aangemerkt. Materiële vaste activa Voor de investeringen en kapitaallasten in deze begroting geldt: - De post materiële vaste activa betreft investeringen met economisch nut. - De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van de oorspronkelijke verkrijgingof vervaardigingprijs en worden als regel annuïtair (panden) of lineair (overig) afgeschreven. - Afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de verwachte technische of economische levensduur. Waardeverminderingen worden onafhankelijk van het resultaat van het begrotingsjaar in aanmerking genomen. De afschrijving vangt aan het eerste boekjaar na ingebruikname van het actief. Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
9
Vlottende activa en passiva - Vlottende activa en passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vorderingen worden gewaardeerd onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Reserves De VRH kent (naast specifieke bestemmingsreserves) een aantal reserves. - Algemene reserve betreft het eigen vermogen (weerstandscapaciteit) van de VRH. Overheadtoerekening en vernieuwing BBV De meerjarenbegroting is vervaardigd volgens het vernieuwde Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De wijzigingen richten zich met name op: - de opname van uniforme taakvelden (zie bijlage 7.2); - meer inzicht in de kosten van overhead (zie 5.7 overzicht overhead); - opnemen van een geprognotiseerde balans en het EMU-saldo (zie bijlagen 7.7 en 7.8). In deze begroting is een overzicht Overhead opgenomen. Een gevolg van de voorschriften is dat er tussen de producten een andere verrekening ontstaat. De PIJOFACH-kosten (Personeel, Informatievoorziening, Juridisch, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting) worden niet verdeeld over de producten, maar verantwoord op het overzicht overhead. De kazernes worden conform landelijke richtlijnen toegerekend aan het primair product. Daarnaast worden leidinggevenden volgens de BBV als overhead aangemerkt. Ook deze lasten staan gerubriceerd onder het overzicht Overhead.
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
10
3.3
Financiële ontwikkelingen
Jaarschijf 2024 De jaarschijf 2024 in deze begroting is ten opzichte van de voorgaande begroting 2023 - 2026 met € 10.651.000 gestegen van € 109.669.000 tot € 120.320.000. De wijzigingen: Trend 2024 € 6.387.000 De trendsystematiek voor de VRH is volledig in lijn met de kaderbrief voor gemeenschappelijke regelingen van de gemeenten. De begroting van de VRH bestaat voor circa 65% uit personeelskosten. Om aan te sluiten bij de opbouw van de begroting, baseert de VRH de indexatie op een gecombineerde loon-/prijsindex. Dit zijn de index ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ en ‘nationale consumentenprijsindex’. Mede door de huidige geopolitieke ontwikkelingen is op dit moment sprake van meer onzekerheid over de toekomstige prijsontwikkeling. Het trendpercentage voor 2024 bedraagt 2,73% ( € 2.765.000). De trend voor voorgaande jaren is met 3,71% naar boven bijgesteld (€3.622.000). De inflatie is duidelijk merkbaar als het gaat om kosten van lonen, huisvesting, materieel, energie en ICT. Dit geeft het volgende overzicht: Tabel 1. Trend Trend
(bedragen in duizenden euro's) 2021 (%)
2022 (%)
Begroting 2023 1,53% 4,94% CPB indexcijfers *1,53% ***8,31% Nacalculatie 0,00% 3,37% Begroting 2024 *CEP maart 2022/**MEV sept 2022/***CEP maart 2023
2023 (%)
t/m 2023
2024(%)
2024
2,99% ***3,33%
0,34% 3,71%
**2,73%
3.622
2,73%
2.765
Versterking toekomstige crisisbeheersing en informatiepositie € 1.624.000 Dit bedrag is onderdeel van de eerste reeks aan extra financiële middelen voor crisisbeheersing, ook op grond van de contourennota, en informatievoorziening in het kader van de geleidelijke, opbouwende structurele toevoeging van landelijk € 83.000.000 in de BDUR. De aanwending en verdeling van de extra financiële middelen voor 2023 is gebaseerd op twee voorstellen die op 10 oktober 2022 met instemming zijn besproken in het VB. Het betreft het verder professionaliseren van crisisbeheersing als vak door veiligheidsregio’s en het versterken en waarborgen van de informatiepositie van de veiligheidsregio’s door het inrichten van gegarandeerde Veiligheids Informatie Knooppunten (VIK) per veiligheidsregio. Zowel landelijk als regionaal wordt momenteel bezien hoe de beoogde versterking kan worden vertaald naar de praktijk, en waarvoor de extra rijksgelden – zowel landelijk als regionaal – kunnen worden aangewend. Leidend hierbij is dat de versterking recht moet doen aan de uitdagingen waarvoor zowel de nationale als de regionale crisisbeheersing gesteld staat. Meldkamerfunctie brandweer van de VRH en Hollands Midden € 1.330.000 De veiligheidsregio’s Haaglanden en Hollands Midden hebben in 2022 een convenant afgesloten over de intensivering van de samenwerking in de gezamenlijke brandweermeldkamer.
In dit kader zijn de brandweercentralisten van Hollands Midden, voorheen in dienst van de politie, op vrijwillige basis overgegaan naar de VRH. De hiermee samenhangende kosten worden verrekend met de veiligheidsregio Hollands Midden. Overige ontwikkelingen € 1.310.000 Het betreft onder meer de toename van de gemeentelijke bijdrage vanwege het hoger aantal inwoners € 401.000. Ook is de BDUR met € 326.000 trendmatig verhoogd. De RAV bijdrage is Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
11
toegenomen met € 225.000 mede in relatie tot het ambulance coördinatiecentrum. Tot slot nog een toename van enkele posten van per saldo € 358.000. Jaarschijf 2023 De jaarschijf 2023 in deze begroting is ten opzichte van de voorgaande begroting 2023 - 2026 met € 6.919.000 gestegen van € 110.306.000 tot € 117.225.000. De wijzigingen: Trend 2023 € 3.622.000 De nacalculatie op de trend is conform de CPB cijfers van september 2022 met € 1,9 mln. bijgesteld. Vanwege de inflatie en de stijgende loonkosten als gevolg van het principeakkoord van 28 februari 2023 over de arbeidsvoorwaarden is op basis van de CPB-cijfers van maart 2023 (Centraal Economisch Plan) de trend aanvullend met € 1,7 mln. verhoogd. De meest recente cijfers van het CPB houden meer rekening met de stijgende loonkosten (zie ook toelichting bij jaarschijf 2024). De aanvullende trend van € 1,7 mln. wordt in 2023 gedekt uit een bestemmingsreserve, gevormd uit het voordelige jaarrekeningresultaat over 2022. Overige ontwikkelingen € 3.298.000 De meest relevante wijzigingen zijn de eerder bij jaarschijf 2024 benoemde verhoging van de BDUR met € 1.624.000 en de samenwerking van de meldkamers van Hollands Midden en de VRH op de locatie Yp (€ 1.330.000) en de trendaanpassing van de BDUR (€ 326.000) en de bijdrage van de RAV ( € 225.000). Tot slot nog een afname van vooral reserves met € 207.000.
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
12
3.4
Financiën in hoofdlijnen
Om snel inzicht te geven in de geldstromen van de VRH twee grafieken. Aan welke producten geven we het uit? De grafiek geeft weer dat 72% van het geld naar brandweerzorg gaat. De overige producten krijgen samen 28%. Grafiek 1. Aandeel uitgaven producten
Aandeel uitgaven per producten 16% 2% 3% 3%
1%
3%
72%
Brandweerzorg
Crisisbeheersing
GHOR
MKB
GMK
Gemeentelijke crisisbeh.
Overhead
En wat voor kosten betreft het? De personeelskosten (incl. FLO) zijn met bijna 62% de grootste post. De kosten van de 2e loopbaan als onderdeel van de overgangsregeling zijn hier nog niet begroot. De overige 34% betreft kapitaallasten en goederen en diensten. Grafiek 2. Aandeel uitgaven kostensoorten
Aandeel uitgaven naar kosten 27%
7%
62%
4%
Personeelskosten Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
Overgangsregeling FLO 13
Kapitaallasten
Goederen en diensten
4
Paragrafen
4.1
Gemeentelijke bijdrage
De gemeentelijke bijdrage is veruit de grootste inkomstenbron voor de VRH. Grafiek 3 geeft weer dat in totaal 87% van de inkomsten door de gemeenten wordt betaald. Ook het Rijk draagt bescheiden bij via de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR). Deze bedraagt in totaal 9% waarvan 6% de bijdrage voor rampenbestrijding en 3% voornamelijk BTW compensatie betreft. Grafiek 3. Aandeel inkomsten stakeholders
Aandeel inkomsten van stakeholders 3%
1%
9%
87%
Rijk
Gemeenten
RAV
Overigen
De gemeentelijke bijdrage is voor 2024 geïndexeerd met 2,73% (€2.765.000). De trend voor voorgaande jaren is met 3,71% (€ 3.622.000) bijgesteld. Dit houdt per saldo in een stijging van € 6.387.000. In de begroting 2024 is sprake van een bijdrage per inwoner variërend tussen € 64,58 voor Midden Delfland (landelijk) en € 98,49 voor Den Haag (grootstedelijk). De inwonerbijdrage van Delft (stedelijk) bedraagt met € 90,38 ongeveer het gemiddelde van de inwonerbijdrage. De bijdrage van de gemeenten volgt de ontwikkeling van het aantal inwoners. De stijging van het aantal inwoners in Haaglanden bedraagt 1,59% (17.935 inwoners). Het AB heeft bij de vaststelling van het verdeelmodel besloten dat hiervan 75% structureel wordt bezuinigd en 25% wordt doorberekend om regionale ontwikkelingen te bekostigen. Dit resulteert in een stijging van de bijdrage met € 401.000.
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
14
De verdeelsystematiek De onderliggende verdeelsystematiek, die leidt tot de bijdrage per inwoner, heeft de VRH in de bestuursvergadering in december 2012 herbevestigd. De VRH-kosten van de gemeenten bestaan grofweg uit drie onderdelen, boxen genoemd: Box 1
Brandweerzorg De kosten van box 1 worden toegerekend naar brandveiligheidsrisico’s en de mate van verstedelijking. Deze kosten hebben betrekking op de regionale basis brandweerzorg, specialistische brandweerzorg en brandweer Multi kosten. Deze kosten behelzen circa 80% van de gemeentelijke bijdragen in totaal.
Box 2
Algemene kosten De kosten van box 2 zijn gebaseerd op algemeen nut en zijn een gelijk bedrag per inwoner. Deze kosten hebben betrekking op de kosten voor bedrijfsvoering, meldkamer, crisisbeheersing, GHOR en gemeentelijke crisisbeheersing. Deze kosten behelzen circa 20% van de gemeentelijke bijdragen in totaal.
Box 3
Aanvullend maatwerk De kosten van box 3 worden per gemeente afgerekend met de individuele gemeenten. Deze kosten hebben betrekking op de kosten voor de overgangsregelingen (FLO) en een gemeentelijk pluspakket (strandveiligheid in Den Haag).
Tabel 2. Bijdrage per inwoner per gem. Gemeente
2023
(bedragen in euro's) 2024
2025
2026
Aantal inwoners
2027
2023
2024
Categorie grootstedelijk Den Haag
97,03
98,49
98,49
98,49
98,49
553.039
562.416
Zoetermeer
85,21
86,58
86,58
86,58
86,58
125.754
127.052
Delft
89,03
90,38
90,38
90,38
90,38
104.533
106.083
Leidschendam-Voorburg
87,44
88,81
88,81
88,81
88,81
76.648
77.759
Rijswijk
94,98
96,43
96,43
96,43
96,43
56.954
58.004
Westland
69,74
70,75
70,75
70,75
70,75
112.487
114.915
Pijnacker Nootdorp
71,89
72,95
72,95
72,95
72,95
56.551
57.683
Wassenaar
84,44
85,85
85,85
85,85
85,85
27.105
27.106
Midden Delfland
63,51
64,58
64,58
64,58
64,58
19.480
19.468
Gemiddelde bijdrage gemeenten
89,39
90,75
90,75
90,75
90,75
Categorie stedelijk
Categorie kleinstedelijk
Categorie landelijk
1.132.551 1.150.486
* De bepaling van de aantallen inwoners wordt altijd begin maart uitgevoerd op basis van de laatste gegevens van het CBS over het aantal inwoners per 1 januari 2023.
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
15
In de volgende tabel is de bijdrage per gemeente weergegeven. Tabel 3. Bijdrage per gemeente Gemeente
(bedragen in duizenden euro's) 2023 reserve
2023
2024
2025
2026
2027
-900
53.664
55.402
55.402
55.402
55.402
Zoetermeer
-180
10.715
10.991
10.991
10.991
10.991
Delft
-156
9.307
9.588
9.588
9.588
9.588
Leidschendam Voorburg
-112
6.702
6.902
6.902
6.902
6.902
Rijswijk
-91
5.410
5.590
5.590
5.590
5.590
Westland
-132
7.845
8.136
8.136
8.136
8.136
Pijnacker Nootdorp
-68
4.065
4.210
4.210
4.210
4.210
Wassenaar
-38
2.289
2.324
2.324
2.324
2.324
-21
1.237
1.255
1.255
1.255
1.255
-1.698
101.233
104.398
104.398
104.398
104.398
Categorie grootstedelijk Den Haag Categorie stedelijk
Categorie kleinstedelijk
Categorie landelijk Midden Delfland Totale bijdrage gemeenten
Een bedrag van ruim € 0,15 per inwoner (€ 196.000) voor de post onvoorzien wordt niet op voorhand in rekening gebracht. Het Algemeen Bestuur heeft in deze opzet de ruimte om eigenstandig te besluiten voor onvoorziene zaken tot (maximaal) € 0,15 per inwoner extra te heffen. 4.2
Weerstandsvermogen en beheersing van risico’s
Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op potentiële risico’s en de vertaling van deze risico’s tot een acceptabel weerstandsvermogen. Risicomanagement is het bewust worden, identificeren, kwantificeren en beheersen van relevante risico’s. De risico’s worden twee keer per jaar geïnventariseerd en geactualiseerd. Vervolgens wordt bepaald of het hier afgedekte, of niet afgedekte risico’s betreft. Voor de niet afgedekte risico’s dient een weerstandscapaciteit te worden aangehouden. Weerstandscapaciteit Op basis van risico-identificatie en de risicomatrix is de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Uitgangspunt hierbij is de statische benadering die ervan uitgaat dat de risico’s zich niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang voor zullen doen. De weerstandscapaciteit binnen de VRH bestaat uit de algemene reserve. Deze reserve dient ter dekking van geïdentificeerde risico’s van materiële aard. Risico’s met een beperkt financieel beslag worden gedekt uit de lopende exploitatie en de post onvoorzien. De toevoeging van een voordelig resultaat aan de algemene reserve is regel tot de algemene reserve het maximum heeft bereikt van 1% van de begrotingsomzet. Het Algemeen Bestuur kan besluiten tot een hogere algemene reserve. De post onvoorzien, groot € 196.000, is gebaseerd op € 0,15 per inwoner.
Daarnaast wordt de weerstands-capaciteit gevormd door de deelnemende gemeenten die garant staan voor de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden.
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
16
Verloop van reserves en voorzieningen De VRH heeft een algemene reserve en een aantal bestemmingsreserves. Het verloop tot en met 2023 is in onderstaande tabel zichtbaar. Voor het verdere verloop wordt verwezen naar bijlage 7.6. Tabel 4. Reserves Toename
Rekening
Onttrekking
2022
(bedragen in duizenden euro's) ToeOntEindstand name trekking Eindstand
2023
2024
Algemene reserve
1.637
45
0
1.682
Algemene reserve VRH
1.637
45
0
1.682
50
1.682 0
0
1.682
54
54
0
200
300
100
200
120
35
35
0
153
0
0
0
OMS
104
Bestemmingsreserve LMS
500
Gemeentelijke crisisbeheersing
155
0
Realistisch oefenen
153
0
0
153
Affinancieren operationele officieren
43
0
43
0
Verlaging gemeentelijke bijdrage
0
1.698
1.698
0
0
0 200
Bestemmingsreserves VRH
0
955
1.698
2.111
542
0
342
Te bestemmen resultaat 2022
3.585
-3.585
0
0
0
0
0
Totale reserve
6.177
-1.842
2.111
2.224
0
342
1.882
Bestemmingsreserve OMS De VRH heeft in 2020 de exploitatie van het OMS aan de markt overgedragen. Het OMS is aangepast zodat abonnees via meerdere aanbieders kunnen aansluiten. Abonnees kunnen hun eigen aanbieder kiezen. Op termijn zullen ook deze aansluitingen overgaan naar het LMS platform in de loop van de ‘bouwplaats’ periode 2021 – 2024. De bestemmingsreserve zal deels gebruikt worden om de VRH frictiekosten voor 3 jaren te dekken. Bestemmingsreserve LMS Het beheer van de meldkamer is per 1 januari 2020 overgegaan naar de LMS. De LMS geeft in de ‘bouwplaats’ periode 2021 – 2024 verder gestalte aan de gezamenlijke meldkamers. In deze periode worden rafelranden als gevolg van de overgang afgehecht. Het ministerie van JenV heeft op basis van de afspraken landelijk ‘Uitwerkingskader Meldkamer’ € 0,5 mln. voor achterblijvende kosten overgemaakt (instemming AB 30 mei 2018). Met de vorming van deze reserve kunnen kosten als gevolg van de transitie worden opgevangen. Reserve gemeentelijke crisisbeheersing (bevolkingszorg) De reserve gemeentelijke crisisbeheersing is bij het vaststellen van de jaarrekening 2014 (AB 8 juli 2015) ontstaan. Ter implementatie van het regionale plan gemeentelijke crisisbeheersing zou in 2020 een programma starten van twee jaar. Vanwege Corona is dit traject opgeschoven.
Dit programma geeft gemeenten een gezamenlijk referentiekader voor onderdelen die elke gemeente lokaal vorm moet geven. Zo kunnen gemeenten kiezen bij welke activiteit zij actief betrokken zijn en bij welke zij alleen gebruik maken van uitwerkingen door en/of ervaringen van andere gemeenten (best practices/ kennisdeling).
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
17
Realistisch oefenen Bij de vaststelling van de jaarrekening 2018 (AB april 2019) is een reserve ingesteld voor realistisch oefenen. Eén maal per twee á drie jaar wordt het gehele repressieve personeel realistisch geoefend. Via deze bestemmingsreserve worden de kosten geëgaliseerd over de jaren. Vanaf 2023 gaat de VRH ieder jaar met een deel van het personeel realistisch oefenen. De reserve zal worden afgebouwd. Bestemmingsreserve affinancieren operationele officieren Het AB heeft in januari 2020 besloten tot de affinanciering van de operationele officieren. Vanwege het verhogen van de AOW leeftijd en het vervallen van de levensloopregeling per 1-12022 is besloten het FLO-overgangsrecht aan te passen. In het nieuwe FLO-overgangsrecht 2018 (hoofdstuk 9f CAR/UWO) is de 60-jarigenregeling voor officieren vervallen. Besloten is (analoog aan artikel 9e:11, vierde lid) tot de affinanciering van operationele officieren. De resterende kosten ten bedrage van ca. € 43.000 komen ten laste van deze bestemmingsreserve. Te bestemmen resultaat 2022 Het bestuur van de VRH zal april 2023 in haar vergadering besluiten over de resultaatbestemming. Het voorstel is het saldo grotendeels ten gunste van de gemeenten te laten komen door enerzijds € 1,7 mln. terug te betalen naar rato van de bijdrage en anderzijds voor € 1,7 mln.
een bestemmingsreserve te vormen voor de kosten van het overeengekomen principeakkoord over de arbeidsvoorwaarden. Hierdoor wordt de benodigde stijging van de gemeentelijke bijdrage 2023 beperkt. Risico’s De VRH onderkent een aantal niet afgedekte risico’s. Hieronder is aangegeven welke risico’s de VRH onderkent en in hoeverre, indien dit risico zich voordoet, een beroep wordt gedaan op de weerstandscapaciteit. Incidentele risico’s Loopbaanbeleid operationele dienst Per 1 januari 2006 is de FLO afgeschaft en vervangen door verplicht loopbaanbeleid voor personeel in bezwarende functies. Essentie van het loopbaanbeleid is dat medewerkers twintig jaar werkzaam zijn in een bezwarende functie en daarna overstappen naar een andere functie. Om dit mogelijk te maken investeren medewerker en werkgever in een passende beroepsopleiding. Op dit moment draait binnen de VRH het programma Duurzame Inzetbaarheid. Binnen dit programma worden instrumenten ontwikkeld om medewerkers in een bezwarende functie op weg te helpen met hun loopbaan. Daarnaast kan de uitkomst van het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO) aangeven dat het voor een brandweermedewerker verstandig is eerder naar een niet-bezwarende functie door te stromen. Tot nu toe is gebleken dat het percentage uitval door de PPMO zeer beperkt is.
Het risico is berekend op € 112.000 Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) De Wnra regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde status krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. In dit kader komen bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten in de plaats van de huidige eenzijdige aanstellingen en zullen er cao’s moeten worden afgesloten in plaats van eenzijdig vastgestelde rechtspositieregelingen. De regeling is voor de brandweer nog niet van kracht. Binnen de brandweer wordt gewerkt met zowel beroepsmedewerkers als vrijwilligers. Vrijwilligers hebben momenteel een ambtelijke aanstelling, maar onderscheiden zich van andere ambtenaren doordat zij zijn uitgezonderd van veel wettelijke en rechtspositionele bepalingen. Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
18
De Wnra kan leiden tot het (gedeeltelijk of volledig) einde van het huidige systeem van brandweervrijwilligers en een kostenstijging van 30% tot 50%. Voor de VRH met 300 vrijwilligers zou dit circa € 600.000 per jaar bedragen. De veiligheidsregio’s hebben uitstel verkregen voor invoering van de Wnra om een oplossing te zoeken voor het knelpunt. De Minister van JenV zet in overleg met het Veiligheidsberaad stappen naar een herinrichting van de brandweerzorg in Nederland waardoor het rechtspositionele onderscheid tussen beroepsbrandweermensen en vrijwilligers gehandhaafd kan blijven. In een eerste fase richt men zich daarbij op de beëindiging van het verplichtende karakter van het werk als brandweervrijwilliger. Dat betekent concreet dat vrijwilligers in de toekomst niet meer structureel gekazerneerd en geconsigneerd kunnen worden. Het berekende risico komt uit op € 487.000. Structurele risico’s Niet verzekerbare risico’s Verzekeraars zijn steeds minder bereid om bepaalde risico’s te verzekeren. Zo zijn verzekeraars bijvoorbeeld gestopt met het aanbieden van de verzekering ter dekking van de predispositie voor brandweervrijwilligers. Predispositie is het risico dat een medewerker onder diensttijd letsel oploopt of overlijdt, zonder dat aangetoond kan worden dat dit veroorzaakt wordt door een dienstongeval.
Ook is groot molest bijvoorbeeld voortkomend uit terrorismegevolgbestrijding niet verzekerbaar in Nederland. In geval van schade (uitval van materieel en nazorg nabestaanden en personeel) kan een beroep worden gedaan op de Nederlandse Herverzekering maatschappij voor Terrorismeschade (NHT). Buiten dit heeft de veiligheidsregio een financiële buffer nodig om, indien er claims volgen die niet gedekt zijn door een verzekering, deze uit haar eigen middelen te kunnen dragen. De VRH houdt rekening met een financieel restrisico. Momenteel zijn er landelijke ontwikkelingen om dit restrisico met alle 25 veiligheidsregio’s af te dekken. Over deze ontwikkelingen wordt de besluitvorming in het tweede halfjaar van 2023 verwacht. Vooralsnog is het risico voor de VRH berekend op € 252.000. Ontwikkelingen vrije instroom vrijwilligers De VRH hecht er aan de brandweerzorg in Haaglanden te blijven verzorgen door een beroepsbezetting in combinatie met vrije-instroomvrijwilligers. De beschikbaarheid van de vrijwilligers in de dag-situatie wordt een steeds grotere uitdaging. Om de paraatheid te kunnen blijven garanderen wordt het verloop van de vrijwilligers permanent gemonitord en daar waar mogelijk beïnvloed. Naast wervingscampagnes wordt ook het bedrijfsleven actief benaderd. Zij kunnen medewerkers stimuleren toe te treden tot de brandweer om zodoende de beschikbaarheid te vergroten.
Daarnaast zijn vier posten opgeleid om te werken met variabele voertuigbezetting en wordt dagdienstpersoneel opgeleid als brandweervrijwilliger om overdag vanuit de Westlandse kazernes in de voertuigbezetting te kunnen voorzien. Dit vergroot onze flexibiliteit. Gezien de landelijke terugloop in aantallen vrijwilligers onderkent de VRH dat ondanks de inspanningen de werving niet volledig zal slagen. Het risico is berekend op € 305.000. Aansprakelijkheid dienstverlening De dienstverlening van de VRH is vastgelegd in procedures. Zo zijn kwaliteit en kwantiteit van de dienstverlening geborgd. Mocht de kwaliteit van de dienstverlening onverhoopt tekort schieten, dan is dit risico deels afgedekt via een WA verzekering. De ervaring leert dat er sprake is van een restrisico (juridische kosten etc.). In het geval van een (griep)pandemie is de kwantiteit een risico. In dat geval wordt enerzijds de zorgvraag groter, anderzijds valt veel personeel wegens ziekte uit. Het risico is deels afgedekt door bijvoorbeeld het Draaiboek Grieppandemie en Afschaalmodel Brandweer. Het restrisico wordt geraamd op € 144.000.
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
19
Cyberdreiging/digitale dreiging Organisaties binnen verschillende overheidslagen zijn slachtoffer geworden of hebben last ondervonden van een cyberaanval. De kans op een cyberaanval op de VRH wordt als reëel ingeschat. De VRH beperkt dit risico door het nemen van technische en organisatorische maatregelen, onder andere middels afspraken met medewerkers, leveranciers en ketenpartners. Het risico van een aanval, waardoor gegevens mogelijk openbaar, ontoegankelijk of onbetrouwbaar worden, is echter nooit volledig te voorkomen. We zien in de afgelopen jaren dat aanvallen complexer worden, waardoor het ontdekken van een lek en het uitvoeren van herstelwerkzaamheden meer capaciteit en expertise vraagt van een organisatie. Financiële gevolgen van een aanval, die ontstaan uit onder andere het doen van onderzoek, het aanschaffen van vervangend apparatuur en het herstellen van de omgeving, worden hiermee groter ingeschat dan voorgaande jaren. Daarnaast bestaat het risico dat er een datalek optreedt. Bij een datalek, dat veroorzaakt kan worden door een cyberaanval maar ook andere oorzaken kan hebben, kunnen persoonsgegevens in handen vallen van derden die geen recht hebben op toegang tot deze gegevens. Het vervolg risico voor de personen kan bestaan uit stigmatisering, schade aan de gezondheid, financiële schade of (identiteits)fraude. Dit kan ook gevolgen hebben voor de VRH.
Dit risico legt een beslag op het weerstandsvermogen van € 270.000. Gemiddeld werkgeversrisico WGA/WW Voor de gevolgen van arbeidsongeschiktheid van medewerkers, het werkgeversrisico WGA (Wet Gedeeltelijke Arbeidsongeschiktheid), is de VRH eigen risico drager. Dit is financieel voordeliger dan het volledig te verzekeren. Met ingang van 2017 is de regelgeving gewijzigd en omvat het eigen risicodragerschap ook de WGA–flex en de ZW. Ook voor de gevolgen van de werkeloosheidswet is de VRH verplicht eigen risico drager, dit betreft zowel tijdelijke als vaste medewerkers. In de budgetten is hier rekening mee gehouden. Echter deze keuze brengt wel een restrisico met zich mee. Het totale beslag op het weerstandvermogen is berekend op € 112.000. Overgangsregeling FLO Begin 2018 is het akkoord “Reparatie FLO-overgangsrecht Brandweerpersoneel” door werkgevers en werknemers definitief ondertekend. Een nadere uitwerking van het akkoord betrof nog een tweetal zaken: ”loopbaanbeleid voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006” en “verrekening van de door de werkgever opgebouwde levensloop tegoeden”. Het akkoord is in het voorjaar van 2019 definitief afgerond. Belangrijke essenties van de regeling is dat er in 2020 en 2021 versneld wordt gespaard (gebruik makend van de levensloopregeling) zodat zoveel mogelijk de fiscale boete van 52% wordt voorkomen.
Daarnaast is sprake van een netto garantie voor de werknemer. De netto garantie en de complexe regeling maken de uitgaven lastig voorspelbaar. Wijzigingen in (fiscale) regels, maar ook de individuele keuzes van medewerkers (eerder of later uittreden) hebben direct effect op de uitgaven. De deelnemende gemeenten dragen individueel zorg voor een voorziening voor deze kosten en zijn separaat geïnformeerd over de indicatieve financiële effecten. In die zin is er voor de VRH geen sprake van een financieel risico. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen bestemmingsreserves of voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. Deze ratio bedraagt nu 0,98 (1.637/1.682). De ratio is lager dan 1,00 (= precies voldoende) en dit betekent dat het weerstandsvermogen matig is. Voorgesteld wordt om € 45.000 toe te voegen vanuit het resultaat 2022 zodat het weerstandsvermogen voldoende is. Volledigheidshalve de toevoeging dat als risico’s zich Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
20
onverhoopt tegelijkertijd voordoen weerstandscapaciteit te boven gaan.
en
in
de
maximale
omvang,
Tabel 5 Risicoberekening
die
de
gewenste
(bedragen in duizenden euro's)
Risico’s versus weerstandscapaciteit Incidentele risico’s Loopbaanbeleid operationele dienst
112
Wet normering rechtspositie ambtenaren
487
Structurele risico’s Niet verzekerbare risico's
252
Ontwikkelingen vrije instroom vrijwilligers
305
Aansprakelijkheid dienstverlening
144
Cyberdreiging / digitale veiligheid
270
Gemiddeld werkgeversrisico WGA/WW
112
Geïdentificeerde niet afgedekte risico’s – gewenste weerstandscapaciteit
1.682
Beschikbare weerstandscapaciteit Voorstel toevoeging uit voordelig resultaat
1.637 45
Weerstandscapaciteit na voorgestelde resultaatbestemming
1.682
1.637 +45 (voorstel verhoging) Ratio weerstandsvermogen = ---------------------------------------------1.682 Tabel 6. Ratio weerstandvermogen
= 1,00
(x) betekenis
Betekenis
Ratio weerstandsvermogen
Uitstekend
> 2,0
Ruim voldoende
1,4 < x < 2,0
Voldoende
1,0 < x < 1,4
Matig
0,8 < x < 1,0
Onvoldoende
0,6 < x < 0,8
Ruim onvoldoende
< 0,6
Het rijk heeft een regeling gepubliceerd over financiële kengetallen. Deze kengetallen moeten de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in de begroting en jaarverslag opnemen. Er worden in dit besluit zes kengetallen benoemd. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de VRH niet van toepassing. De overige zijn in onderstaande tabel opgenomen.
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
21
Tabel 7. Financiële kengetallen rekening 2022
begroting 2023
begroting 2024
Netto schuldquote
90,0%
96,9%
101,0%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
90,0%
96,9%
101,0%
Solvabiliteitsratio
5,5%
1,7%
1,3%
Structurele exploitatieruimte
3,4%
0,0%
0,0%
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de netto schuldenlast van de VRH ten opzichte van de baten. De VRH heeft voor ruim € 63 mln. materiele vaste activa op de balans staan waarvan ca. 70% gebouwen (kazernes). Ter financiering zijn leningen aangegaan voor bijna € 46 mln. Daarnaast heeft de VRH ruim € 40 mln. vooruit gefactureerde gemeentelijke bijdragen op de balans staan. Deze posten leiden ertoe dat de schuldquote hoog is. De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre de VRH aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De veiligheidsregio zelf heeft een beperkt eigen vermogen, omdat gemeenten garant staan voor eventuele risico’s. Als gevolg hiervan is een ratio van < 10% aanvaardbaar. De structurele exploitatieruimte geeft aan in hoeverre de VRH tegenvallers kan opvangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. De flexibiliteit is beperkt. 4.3
Onderhoud kapitaalgoederen
Panden De VRH heeft een 24-tal panden in gebruik. De kazernes in Den Haag (6), Delft (1), Rijswijk (1), Leidschendam-Voorburg (1), Pijnacker-Nootdorp (1), Wassenaar (1) en Zoetermeer Oosterheem (1) zijn in eigendom van de VRH. De overige kazernes in Midden-Delfland (3), Westland (7) en Zoetermeer Stadshart (1) worden net als de Yp (1) gehuurd. Op 4 locaties zijn flexibele kantoor werkplekken beschikbaar. Op diverse kazernes in Midden-Delfland en Westland zijn werkplekken beschikbaar voor opstappers en ondersteuners. Op basis van het in 2020 geactualiseerde duurzame meerjarige onderhoudsplan (DMJOP), is de dotatie vastgesteld op € 1.071.000. De verhoging is het gevolg van een prijscorrectie (9,9%) die op zijn beurt ook in enkele gevallen tot een herlabeling van regulier onderhoud naar groot onderhoud hebben geleid (doordat onderhoudsactiviteiten na indexatie boven de groot onderhoudsgrens van € 25.000 uitkwamen). De activiteiten in het onderhoudsplan garanderen dat de panden op het onderhoudsniveau 3 (voldoende) blijven. Hierbij is gedacht aan lange termijn functionaliteit, veiligheid, maar ook aan duurzaamheid en reductie van energieverbruik. Bij het gunnen van langjarige onderhoudscontracten voor installatieonderhoud is verduurzaming een speerpunt. De fluctuatie in de uitgaven wordt opgevangen via de voorziening groot onderhoud.
Hiervoor geldt een ondergrens van € 25.000 per activiteit. Overig onderhoud valt onder de reguliere exploitatie. Het verloop tot en met 2024 is in onderstaande tabel weergegeven. De dotatie (toename) aan de voorziening is trendmatig verhoogd. Voor het verdere verloop tot 2027 wordt verwezen naar bijlage 7.7. Tabel 8. Voorziening groot onderhoud
(bedragen in duizenden euro's)
Rekening 2022
Begroting 2023 Toename
Onttrekking
Begroting 2024 Eindstand
Toename
Onttrekking
Eindstand
Voorziening groot onderhoud
3.706
1.071
1.798
2.979
1.100
1.045
3.034
Voorzieningen VRH
3.706
1.071
1.798
2.979
1.100
1.045
3.034
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
22
Overige kapitaalgoederen De VRH heeft ook voor het voertuigenbestand, waaronder 73 1e-lijns voertuigen zoals tankautospuiten, en de overige repressieve middelen een meerjarig investeringsplan en een onderhoudsplanning vastgesteld. De onderhoudsplanning omvat ook de verplichte keuringen en certificeringen van het operationeel materiaal. Het onderhoudswerk wordt grotendeels in eigen beheer gedaan. In tegenstelling tot panden zijn de jaarlijkse kosten redelijk stabiel en worden de kosten gedekt uit de jaarlijkse exploitatiebudgetten onderhoud voertuigen en materiaal. 4.4
Financiering
Voor de financiering van de investeringen in materiële vaste activa trekt de VRH langlopende leningen aan. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschikbare eigen middelen. Per eind 2020 is de stand van de lening portefeuille van de VRH € 48,5 mln. Voor de financiering worden de kaders vanuit het Treasurystatuut gevolgd. Het statuut heeft rekening gehouden met de laatste ontwikkelingen. Het treasurybeleid van de VRH is gebonden aan richtlijnen, die aangeven dat alle overtollige liquide middelen dagelijks afgestort moeten worden op de rekening bij de Rijks schatkist. In bijlage 7.5 liquiditeitsplanning is de liquiditeitsverwachting berekend. De interne rentetoerekening van de VRH is in 2024 gebaseerd op 3,0%. Dit is ten opzichte van vorig jaar een verhoging met 0,2% vanwege de stijgende rentetarieven. Tabel 9. Renteschema
(bedragen in duizenden euro's)
Omschrijving
2024
Externe rentelasten over de korte en lange financiering
2.115
De externe rentebaten
0
Saldo rente lasten en rente baten
2.115
Rente over eigen vermogen
0
Rente over voorzieningen
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
2.115
Aan de taakvelden toegerekende rente
2.115
Renteresultaat taakveld treasury
0
De Wet financiering decentrale overheden (FIDO) kent een tweetal kwantitatieve randvoorwaarden. Dit zijn de kasgeldlimiet, die een grens stelt aan de hoogte van de nettovlottende schuld, en de renterisiconorm, die hetzelfde doet voor de langlopende schuld. Bij het aangaan van de financiering houdt de Veiligheidsregio Haaglanden rekening met deze randvoorwaarden. De Provincie ziet als toezichthouder toe op de naleving.
Meerjarenbegroting VRH 2024-2027 AB 14 april 2023 – versie 1.0
23
Tabel 10. Kasgeldlimiet
2023
2024
(bedragen in duizenden euro's) 2025 2026 2027
117.225
120.320
120.077
Berekening kasgeldlimiet Begrotingstotaal aan lasten Percentage regeling
(1)
120.077
119.977
(2)
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
(3)=(1*2)
9.612
9.866
9.846
9.846
9.838
Vlottende schuld
(4)
59.813
58.141
59.476
56.258
51.980
Vlottende middelen
(5)
50.401
50.401
50.401
50.376
50.376
(6)=(4-5)
9.412
7.740
9.075
5.882
1.604
Kasgeldlimiet, in bedrag
(3)
9.612
9.866
9.846
9.846
9.838
Netto vlottende schuld
(6)
9.412
7.740
9.075
5.882
1.604
Ruimte (+) / overschrijving (-)
(3-6)
200
2.126
771
3.964
8.234
Kasgeldlimiet, in bedrag Berekening netto vlottende schuld
Netto Vlottende schuld Toets aan kasgeldlimiet
Tabel 11. Renterisiconorm
2023
2024
(bedragen in duizenden euro's) 2025 2026 2027
Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal aan lasten
(1)
117.225
120.320
120.077
120.077
119.977
Percentage regeling
(2)
20%
20%
20%
20%
20%
(3)=(1*2)
23.445
24.064
24.016
24.016
23.996
Renterisiconorm, in bedrag Berekening renterisico Renteherzieningen
(4)
0
0
0
0
0
Aflossingen
(5)
2.147
1.727
1.593
1.634
6.474
Renterisico
(6)=(4-5)
2.147
1.727
1.593
1.634
6.474
(3)
23.445
24.064
24.016
24.016
23.996
Toets renterisiconorm Renterisiconorm, in bedrag Renterisico
(6)
2.147
1.727
1.593
1.634
6.474
Ruimte (+) / overschrijding (-)