CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Ontwerpbegroting 2023 VRH

Raad Oordeelvorming 19 mei 2022, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2023 Veiligheidsregio Haaglanden18.683 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

MEERJARENONTWERPBEGROTING 2023 – 2026

‘verbindend vakmanschap in veiligheid en zorg’

Bezoekadres Dedemsvaartweg 1 - 2545 AP Den Haag / Postbus 52155 - 2505 CD Den Haag

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3

Algemeen (blz 2) Inleiding Doelstelling Taken

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Beleidsmatige ontwikkelingen (blz 5) De veiligheidsregio Brandweer Rampenbestrijding en crisisbeheersing GHOR Meldkamers (GnkM en MKB) Gemeentelijke crisisbeheersing

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Programma Veiligheid (blz 9) Raming van lasten en baten Toelichting op grondslagen Financiële ontwikkelingen Financiën in hoofdlijnen

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Paragrafen (blz 14) Gemeentelijke bijdrage Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Overzicht van baten en lasten en toelichting van programmaonderdelen (blz 28) Brandweerzorg Crisisbeheersing en rampenbestrijding Meldkamer brandweer (MKB) Geneeskundige meldkamer (GnkM) Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Gemeentelijke crisisbeheersing Overhead

6

Vaststelling meerjarenbegroting 2023-2026 (blz 47)

7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Bijlagen (blz 48) Kostenverdeelstaat Verdeling naar taakvelden Inkomensoverdracht van het Rijk Investeringsplan Liquiditeitsplanning Reserves en voorzieningen Geprognotiseerde balans EMU saldo Afkortingenlijst

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

1

1. 1.1

Algemeen Inleiding

Voor u ligt de meerjarenbegroting 2023-2026 van de gemeenschappelijke regeling GR Veiligheidsregio Haaglanden (VRH). De VRH is een door de Wet Veiligheidsregio’s verplichte gemeenschappelijke regeling. Nederland telt in totaal 25 veiligheidsregio’s, waarbij elke regio anders is georganiseerd en andere taken kent. Voor de VRH geldt dat deze regionaal de belangen behartigt op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening. Brandweerzorg In Haaglanden is sprake van één regionaal korps: Brandweer Haaglanden. Binnen de gehele regio ontvangt elke gemeente vergelijkbare brandweerzorg. Voor het 24/7 bestrijden van incidenten bestaat de operationele dienst uit beroepsmedewerkers en vrijwilligers, verdeeld over 23 kazernes. Beiden worden ingezet voor de dagelijkse brandweerzorg, waarbij specialistische taken bij beroeps zijn belegd. De vrijwilligers zijn van groot belang voor het borgen van de slagkracht die nodig is voor de bestrijding van grote en langdurige incidenten. Naast incidentbestrijding is ook risicobeheersing een hoofdtaak. Jaarlijks wordt hiervoor een uitvoeringsprogramma vastgesteld in overleg met de gemeenten. Ook worden de taken van de meldkamer brandweer uitgevoerd.

Geneeskundige hulpverlening De ‘kolom’ Geneeskundige hulpverlening van de VRH bestaat uit de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en de geneeskundige meldkamer (GnkM), die ook de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) omvat. De GHOR is o.a. verantwoordelijk voor de inzet en coördinatie van het optreden van de geneeskundige (hulp)diensten bij incidenten. Dat betreft onder meer ambulancediensten, ziekenhuizen, huisartsen en GGD. De geneeskundige meldkamer omvat mede de MKA die, op basis van een SLA met de Regionale Ambulancevoorziening (RAV), de ambulancemeldingen verwerkt. Naast een gemeenschappelijke regeling is de VRH ook een regionaal samenwerkingsverband met betrekking tot gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding en crisisbeheersing (‘multidisciplinaire samenwerking’). Gemeentelijke crisisbeheersing Sinds 2010 zijn de gemeentelijke processen zoveel mogelijk geüniformeerd, waardoor de 9 gemeenten als één kolom (de ‘oranje’ kolom genoemd) optreden m.b.t. bevolkingszorg. Hoewel deze ‘kolom’ geen deel uitmaakt van de VRH als gemeenschappelijke regeling, is deze activiteit wel in deze begroting opgenomen omdat deze kolom via de VRH-begroting wordt gefinancierd.

Rampenbestrijding en crisisbeheersing In regionaal verband werken de brandweer, geneeskundige kolom, gemeentelijke crisisbeheersing en de eenheid Den Haag van de Nationale Politie samen op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Hierbij wordt de focus primair gelegd op het dagelijkse werk van de hulpdiensten (“99% van het werk”), en vindt de voorbereiding op rampen en crises als een afgeleide daarvan plaats. Op deze manier wordt voorkomen dat de voorbereiding op rampen en crises op zichzelf staat en onvoldoende aansluit bij het werk van de hulpdiensten. De 4 kolommen vormen de vaste kern van de multidisciplinaire samenwerking, maar deze samenwerking wordt waar nodig per onderwerp verbreed met andere partners, zoals waterschappen. Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

2

Toelichting op de begroting Het bestuur van de VRH heeft bij de behandeling van voorliggende begroting de kaders1 die zijn aangedragen door de wethouders Financiën (namens de colleges in de regio Haaglanden) volledig overgenomen. De begroting van de VRH is – op basis van bovenstaande kaderbrief – gebaseerd op de meest recente cijfers die het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan publiceert (maart 2022). Echter, net als alle burgers, bedrijven en overheidsinstellingen krijgt ook de VRH te maken met steeds verder stijgende kostprijzen. Dit vertaalt zich op dit moment praktisch door in prijsstijgingen van 30% voor energie en van 15% voor huisvesting, onderhoud en vervangingsinvesteringen (zoals voor een tankautospuit, het basisvoertuig van de brandweer). Mede door de huidige geopolitieke ontwikkelingen is op dit moment sprake van meer onzekerheid over de toekomstige prijsontwikkeling. De begroting van de VRH wordt voor veruit het grootste deel – namelijk 88% – gefinancierd door gemeenten (inwonerbijdrage). Het huidige verdeelmodel vormt hiervoor de basis. Zoals toegelicht in de kaderbrief, wordt het verdeelmodel dit jaar (2022) geëvalueerd. Vanuit het Rijk wordt 5% via de Brede doeluitkering rampenbestrijding (Bdur) bijgedragen aan rampenbestrijding. In de VRH-begroting is het onderscheid tussen taken en deze Bdurfinanciering verder vormgegeven.

Dit is noodzakelijk omdat veiligheidsregio’s in toenemende mate een rol toegedeeld krijgen in de landelijke crisisstructuur en de uitvoering van vraagstukken die de regiogrens overstijgen. Dit is een ontwikkeling die nadrukkelijk samenhangt met de opvolging die landelijk wordt gegeven aan de uitkomsten van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. Het bestuur van de VRH heeft – naar aanleiding van verzoeken vanuit diverse gemeenteraden – aangegeven om bezuinigingsmogelijkheden inzichtelijk te maken. Deze eerdere toezegging is ook opgenomen in de kaderbrief. Het bestuur van de VRH zal later dit jaar de eventuele mogelijkheden bespreken, waarbij nadrukkelijk ook bovenstaande landelijke ontwikkelingen en de eerder genoemde ontwikkeling van de inflatie worden meegenomen.

1 Kaderbrief begroting 2022 gemeenschappelijke regelingen.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

3

1.2

Doelstelling

Verbindend Vakmanschap in Veiligheid en Zorg Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar voor veiligheid en zorg in de regio. Zij bundelt hiervoor de krachten van verschillende partners om samen goed voorbereid te zijn op dagelijkse, maar ook op grootschalige incidenten en deze slagvaardig te bestrijden. Daarbij treedt de VRH op als regisseur bij het organiseren en uitvoeren van de hulpverlening. De doelstelling is verwoord in artikel 2, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR). De Veiligheidsregio Haaglanden behartigt de belangen van de gemeenten op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening.

1.3

Taken

De taken van de VRH staan benoemd in artikel 3 van de GR. Aan het Algemeen Bestuur worden de taken overgedragen zoals genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. In aanvulling op de taken die de Veiligheidsregio op het basisniveau voor gemeenten verricht op grond van artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s en het Besluit veiligheidsregio’s (basispakket), kan per gemeente worden overeengekomen dat de Veiligheidsregio ten aanzien van deze taken een hoger voorzieningenniveau levert (pluspakket). In artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s staan de volgende taken: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid (brandweerzorg); d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i.

het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

4

2

Beleidsmatige ontwikkelingen

2.1

De veiligheidsregio

De beleidsmatige ontwikkelingen binnen de VRH spelen zich af binnen de kolommen (brandweer, geneeskundige hulpverlening, gemeentelijke crisisbeheersing en in het verlengde daarvan de multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing, alsook de gemeenschappelijke meldkamer). In de hierna volgende paragrafen worden deze ontwikkelingen nader toegelicht. 2.2

Brandweer

Brandweer Haaglanden heeft in 2020 het meerjarenbeleidsplan ‘Verantwoord doorontwikkelen’ voor de duur van vijf jaar vastgesteld. Maatschappelijk gezien vinden op hoog tempo ontwikkelingen plaats die leiden tot nieuwe risico’s en een veranderende hulpvraag vanuit de samenleving. In het meerjarenbeleidsplan zijn de maatschappelijke ontwikkelingen vertegenwoordigd door drie thema’s; verdichting, energietransitie en duurzame inzetbaarheid. Om ervoor te zorgen dat deze maatschappelijke ontwikkelingen verantwoord kunnen plaatsvinden, wordt ingezet op de doorontwikkeling van materieel en procedures én het blijven investeren in de ontwikkeling van kennis. Het is noodzakelijk om deze koers voort te zetten, om een brandweer van waarde te blijven in een brede maatschappelijke context en brandweerzorg op niveau te kunnen blijven continueren. De afgelopen periode is met betrekking tot verdichting en energietransitie geïnvesteerd in het verder in kaart brengen van de regionale risico’s. Dit betekent voor verdichting dat in eerste instantie is onderzocht welke effecten het verdichten van de regio heeft én welke factoren hiervan voor (het werk van) de brandweer van belang zijn.

Onderscheid is gemaakt in fysieke, infrastructurele en sociale effecten, zoals de verscheidenheid aan verdichte bebouwing, de toename van verkeer en vervoer, segmentatie en fragmentatie en de toename van kwetsbare personen. De komende jaren zullen in het teken staan van het maken van de vertaalslag van deze risico’s naar het werk van de brandweer; op welke wijze moet en kan de brandweer zich aanpassen aan de effecten die de verdichting met zich meebrengt. Op het gebied van het thema energietransitie is reeds gestart met het maken van de vertaalslag van landelijke doelen naar regionale ambities. De focus ligt op het structureel borgen van veiligheid in een veranderende wereld, de transitie van energietransitie als nieuwe ontwikkeling naar ‘business as usual’ en het zijn van een professionele kennispartner. Dit betekent voor de Veiligheidsregio Haaglanden dat we volop inzetten om zowel in de adviseursrol als in de daadwerkelijke incidentbestrijding ‘upto-date’ te blijven als het gaat om ontwikkelingen binnen de energietransitie. Het aanhouden van COVID-19 heeft daarnaast al gedurende enige tijd invloed op de brandweer. Binnen de organisatie hebben fasen van lockdown en fasen van heropstart elkaar afgewisseld. Ook de komende periode zal de coronapandemie nog vragen om continue flexibiliteit van de organisatie.

De VRH zal ook in deze periode investeren om in het kader van risicobeheersing een prominente gesprekspartner en adviseur van de gemeenten te blijven. Het Regionaal Uitvoeringsprogramma Risicobeheersing blijft het handvat voor de gemeenten voor de activiteiten op dit vakgebied. Aankomende wet- en regelgeving beïnvloedt de uitvoeringspraktijk voor de afdeling Risicobeheersing. Met name de op komst zijnde Omgevingswet is van invloed op het proces, de instrumenten en tot op zekere hoogte ook op de risicobeheersingstaken. Het programma Omgevingsrechtproof Risicobeheersing geeft verdere invulling aan alle randvoorwaarden die Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

5

voor de afdeling Risicobeheersing noodzakelijk zijn om te werken met de nieuwe wetgeving. De speerpunten: de adviesrol nieuwe stijl, informatievoorziening en de borging in beleid, geven richting aan de opgave. Voor de informatievoorziening gaat de afdeling door met de implementatie en de aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het DSO ondersteunt de interactie tussen overheid en samenleving. Het bestaat in ieder geval uit: a) publicatie van omgevingsdocumenten, b) informatie op de kaart over fysieke omgevingskwaliteit en van toepassing zijnde regels, c) informatie over meldings- en vergunningsplicht voor een specifieke activiteit op een specifieke locatie, en d) een digitaal loket voor vergunningaanvragen en meldingen. Verdichting in de steden is regionaal en lokaal in ontwikkeling. Dit resulteert in bouwwerken die dichter op elkaar staan, hoogbouw, complexe inrichting en functiemenging. De energietransitie ontwikkelt in een dermate tempo dat veiligheidsmaatregelen in regelgeving ongelijklopen/ achterlopen op dit tempo. De energietransitie en verdichting is topprioriteit voor de brandweer en daarmee voor risicobeheersing. Gevolgen worden gemonitord, onderzocht en ondergebracht in de veiligheidsadvisering. Deze advisering vindt in toenemende mate risicogericht plaats.

Daarmee worden de risico’s geduid en de gemeenten en initiatiefnemers geadviseerd verder te kijken dan het minimale regelgevingsniveau. Dit zodat de brandweer bij een incident in deze complexere omgeving- en bouwwerken niet voor een onmogelijke taak komt te staan en de gebruikers veilig kunnen ontvluchten. 2.3

Rampenbestrijding en crisisbeheersing

In regionaal verband werken de brandweer, de GHOR, de gemeenten en de Politie Eenheid Den Haag projectmatig en flexibel samen op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Door regionaal samen te werken, wordt ervoor gezorgd dat de hulpdiensten en gemeenten zo effectief mogelijk reageren op een ramp of crisis. Ter voorbereiding op de incidenten en crises die een multidisciplinair en veelal grootschalig optreden vergen, beschikt de VRH over een Regionaal Risicoprofiel, een Beleidsplan Rampenbestrijding en Crisisbeheersing en een Regionaal Crisisplan. De nieuwe beleidsperiode van deze plannen zal in 2023 starten. De (geactualiseerde) plannen zullen in 2023 aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden. In het beleid wordt rekening gehouden met ontwikkelingen in de samenleving en binnen het vakgebied. De samenleving wordt steeds complexer en dit vraagt een grote mate van veerkracht van de functionarissen en de crisisorganisatie. Goede samenwerking kan het effect van een ramp of crisis beperken en bijdragen aan de continuïteit van de samenleving. Daarom heeft de veiligheidsregio samenwerking hoog in het vaandel staan, vanuit ieders verantwoordelijkheid. De regionale samenwerking zorgt er daarnaast voor dat de voorbereiding blijft aansluiten op het reguliere werk van de hulpdiensten.

Wanneer de situatie daarom vraagt, wordt deze samenwerking uitgebreid naar andere crisispartners. In navolging van de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s, zal het kabinet – met behoud van het goede – een toekomstbestendig, samenhangend stelsel voor de crisisbeheersing en brandweerzorg realiseren. Als een gevolg van de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s en allerhande maatschappelijke ontwikkelingen is het waarschijnlijk dat de druk op de multisamenwerking en crisisbeheersing zal toenemen. Dit zal gevolgen hebben voor de hoeveelheid en invulling van het werk. Deze ontwikkelingen worden op de voet gevolgd.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

6

2.4

GHOR

De GHOR is integraal onderdeel van het systeem van veiligheidszorg in Nederland. Voor een goede hulpverlening moet zij zorg dragen voor een effectieve en efficiënte samenwerking tussen de zorgketen en de fysieke veiligheidspartners: brandweer, politie en gemeenten. Deze publieke taak wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Bestuur en het opperbevel van de burgemeester (lokale rampen en crises) of de voorzitter van de Veiligheidsregio (bovenlokale rampen en crises). Hiermee is de GHOR hét aanspreekpunt voor het Openbaar Bestuur bij kwesties op het gebied van opgeschaalde acute en publieke zorg. De GHOR houdt overzicht over de partijen die hierin een rol spelen, monitort zorgcontinuïteit in de regio en coördineert bij zorgschaarste. Zij doet dit met oog voor het belang van de groep. De GHOR heeft hiermee een publieke taak in de semi-publieke omgeving van de gezondheidszorg. De samenleving verandert snel en is complexer aan het worden. Dit geeft uitdagingen die invloed hebben op de wijze waarop de GHOR denkt invulling te geven aan haar opdracht. Belangrijk, het komende jaar, voor de positie van de GHOR zijn de uitkomsten van de evaluatie Wet Veiligheidsregio’s.

Op dit moment is het kabinetsstandpunt met betrekking tot de conclusies van de evaluatiecommissie nog niet bepaald en is men in afwachting van wat ook de evaluatie van de Covid crisis ons gaat leren over de rol en de positie van de GHOR bij een dergelijke crisis. Thema’s voor de volgende beleidsperiode Om flexibel te kunnen reageren op wat zich voordoet, is het noodzakelijk dat reeds proactief, in de koude fase, geïnvesteerd wordt in relevante netwerken, zodat stevige relaties zijn opgebouwd. De GHOR gaat het netwerkmanagement dan ook verder vormgeven en uitbreiden de komende beleidsperiode. Met het thema “verbreden van het netwerk” richt de GHOR zich de komende jaren op het aansluiten bij bestaande en nieuwe netwerken, het vormen van nieuwe samenwerkingsverbanden en het verrichten van onderzoek naar dynamische samenwerkingsverbanden over (regio)grenzen heen. Vanuit het feit dat de maatschappij digitaliseert en er een overload aan data op instellingen af komt, is het de ambitie van de GHOR om deze data om te zetten in bruikbare integrale informatie die tijdens crisis of gebruikt wordt bij de sturingsvraagstukken of prospectief inzicht biedt. De COVID-19 crisis heeft de behoefte aan een 24/7 actueel en gedeeld geneeskundig beeld meer dan bevestigd.

Met het thema “de GHOR creëert een actueel en gedeeld (geneeskundig) beeld” heeft de GHOR als doel te groeien naar een informatieknooppunt door aan te sluiten op bestaande en toekomstige informatiesystemen in de zorg en veiligheidsregio’s om zodoende een actueel en gedeeld geneeskundig beeld te creëren en proactief te monitoren en waar mogelijk te sturen. Daarnaast kan het omzetten van data naar een voorspellende waarde voor belangrijke stakeholders inzicht verschaffen om uitspraken te kunnen doen over mogelijke scenario’s en trends. 2.5

Meldkamers (GnkM en MKB)

Het Transitieakkoord (TA) ‘Meldkamer van de Toekomst’ uit 2013 is nu in de eindfase beland. De LMS zal in de ‘bouwplaats’ periode (2020 – 2022) de gezamenlijke meldkamers verder gestalte geven. Gedurende die tijd zullen de rafelranden als gevolg van de overgang verder worden afgehecht. In dit kader zal de meldkamer in 2022 starten met de overgang naar het LMS-platform en zal helder worden wat de VRH-opschalingsruimten gaan kosten. Er lopen nu een aantal projecten zoals herinrichting van de 9e verdieping. De VRH heeft middelen gereserveerd voor zowel de afhechting van de rafelranden als voor het optimaliseren van de meldkamerfunctie. Bij de producten is dit nader toegelicht.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

7

Met de overdracht van het beheer zijn afspraken gemaakt om zaken als gezag en governance te waarborgen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de regeling hoofdlijnen beleid en beheer meldkamers, die samen met de wet Wijziging meldkamers geldt vanaf 1 juli 2020. Sinds 1 januari 2021 is de nieuwe Wet ambulancevoorzieningen in werking getreden. Op dit moment voert de geneeskundige meldkamer van de VRH meldkamertaken uit in opdracht van de (coöperatie) Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Haaglanden. De afspraken over deze uitvoering zijn vastgelegd in een Service Level Agreement (SLA). Feitelijk fungeert de VRH hiermee als onderaannemer van het RAV. Als gevolg van de nieuwe Wet ambulancevoorzieningen is het voor RAV’s echter niet meer toegestaan om voor de meldkamerfunctie een onderaannemer in te schakelen. De RAV en VRH hebben uitgesproken dat de huidige uitvoering van de meldkamertaak wordt gecontinueerd totdat een oplossing is bereikt. Aan deze oplossing wordt thans gezamenlijk gewerkt, waarbij het VRH-bestuur belang hecht aan publieke borging en een multidisciplinaire organisatie van de geneeskundige meldkamerfunctie. In dit kader wordt verkend of de VRH lid kan worden van de coöperatie RAV Haaglanden. 2.6

Gemeentelijke crisisbeheersing

De evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s heeft geleid tot een aantal aanbevelingen die ook de gemeentelijke crisisbeheersing raken. Landelijk wordt de uitwerking van deze aanbevelingen vormgegeven in het programma ‘Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg’, dat wordt geleid door het ministerie van JenV en een project ‘Uniform kwaliteitsniveau Bevolkingszorg’ dat hier aan gekoppeld is. In 2023 zal duidelijk worden wat de definitie wordt van gemeentelijke crisisbeheersing in relatie tot bevolkingszorg, welke prestaties geformuleerd worden t.a.v. uniformiteit en kwaliteit en hoe dit zijn beslag zal krijgen in voorstellen tot aanpassing van de Wet. De uitwerking en implementatie van regionale visie op gemeentelijke crisisbeheersing gaat daarnaast onverminderd voort. Waar nodig en mogelijk zal de verbinding met de landelijke trajecten gelegd worden.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

8

3

Programmabegroting Veiligheid

3.1

Raming van lasten en baten

Meerjarenraming van lasten en baten

(bedragen in duizenden euro's) Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Lasten

113.780

107.258

110.306

109.669

109.519

109.519

Baten

112.723

106.664

109.728

109.519

109.519

109.519

Saldo lasten en baten

1.057

594

578

150

0

0

Mutatie reserves

2.323

594

578

150

0

0

Resultaat

-1.266

0

0

0

0

0

Vennootschapsbelasting

0

0

0

0

0

0

Resultaat na belasting

-1.266

0

0

0

0

0

Raming lasten en baten programma-activiteiten jaarschijf 2023

(bedragen in duizenden euro's) Mutatie

Lasten

Baten

Reserve

Saldo

Brandweerzorg

80.964

80.706

258

0

Rampenbestrijding en crisisbeheersing

2.266

2.266

0

0

Meldkamer/MKB

1.968

1.768

200

0

Meldkamer/GnkM

3.554

3.554

0

0

GHOR

2.022

2.022

0

0

862

742

120

0

18.475

18.475

0

0

194

194

0

0

110.306

109.728

578

0

Gemeentelijke crisisbeheersing Overhead Bedrijfsvoering onvoorzien Totaal

Financiële ontwikkelingen

(bedragen in duizenden euro's) Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

104.888

104.644

104.219

104.459

104.459

Verloopstaat lasten 2022 naar 2023 Begroting 2022 Interne verschuiving tussen producten

0

0

0

0

0

Voorcalculatie trend 2023

0

2.822

2.822

2.822

2.822

1.967

1.967

1.967

1.967

1.967

403

872

661

271

271

107.258

110.306

109.669

109.519

109.519

Nacalculatie trend voorgaande jaren Overige ontwikkelingen Totaal

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

9

De VRH heeft voor het jaar 2023 € 578.000 aan incidentele baten. Het betreft de vrijval van specifieke reserves voor incidentele lasten. Structureel begrotingssaldo

(bedragen in duizenden euro's) begroting 2022 594

begroting 2023 578

begroting 2024 150

begroting 2025 0

begroting 2026 0

Vrijval reserves

594

578

150

0

0

Dotatie reserves

0

0

0

0

0

Begrotingssaldo na bestemming

0

0

0

0

0

Incidentele lasten en baten

594

578

150

0

0

Structureel begrotingssaldo

0

0

0

0

0

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

0

0

0

0

0

Saldo baten en lasten

Overzicht Incidentele lasten

(bedragen in duizenden euro’s) Rekening 2021

Verlaging gemeentelijke bijdrage Frictiekosten OMS

100

50

50

0

0

Programma gemeentelijke crisisbeheersing

120

120

0

0

0

Extra afschrijving tankautospuit

74

0

0

0

0

Uitgaven realistisch oefenen

0

120

0

0

0

Bouwfase LMS

200

200

100

0

0

FLO officieren

100

88

0

0

0

594

578

150

0

0

Saldo

3.2

0

Toelichting op grondslagen

De grondslagen zijn gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). De grondslagen zijn van toepassing voor begroting en jaarrekening. Niet alle grondslagen zijn direct relevant voor de begroting. Algemeen Algemeen uitgangspunt is dat het stelsel van baten en lasten wordt toegepast. Hoofdregel is dat als prijsgrondslag de historische kostprijs inclusief BTW wordt gehanteerd. Op basis van de Wet markt en overheid is getoetst dat de VRH niet als ondernemer voor de vennootschapsbelasting moet worden aangemerkt. Materiële vaste activa Voor de investeringen en kapitaallasten in deze begroting geldt: - De post materiële vaste activa betreft investeringen met economisch nut. - De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van de oorspronkelijke verkrijgingof vervaardigingprijs en worden als regel annuïtair (panden) of lineair (overig) afgeschreven. - Afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de verwachte technische of economische levensduur. Waardeverminderingen worden onafhankelijk van het resultaat van het begrotingsjaar in aanmerking genomen. De afschrijving vangt aan het eerste boekjaar na ingebruikname van het actief. Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

10

Vlottende activa en passiva - Vlottende activa en passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vorderingen worden gewaardeerd onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Reserves De VRH kent (naast specifieke bestemmingsreserves) een aantal reserves. - Algemene reserve betreft het eigen vermogen (weerstandscapaciteit) van de VRH. Overheadtoerekening en vernieuwing BBV De meerjarenbegroting is vervaardigd volgens het vernieuwde Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De wijzigingen richten zich met name op: - de opname van uniforme taakvelden (zie bijlage 7.2); - meer inzicht in de kosten van overhead (zie 5.7 overzicht overhead); - opnemen van een geprognotiseerde balans en het EMU-saldo (zie bijlagen 7.7 en 7.8). In deze begroting is een overzicht Overhead opgenomen. Een gevolg van de voorschriften is dat er tussen de producten een andere verrekening ontstaat. De PIJOFACH-kosten (Personeel, Informatievoorziening, Juridisch, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting) worden niet verdeeld over de producten, maar verantwoord op het overzicht overhead. De kazernes worden conform landelijke richtlijnen toegerekend aan het primair product. Daarnaast worden leidinggevenden volgens de BBV als overhead aangemerkt. Ook deze lasten staan gerubriceerd onder het overzicht Overhead.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

11

3.3

Financiële ontwikkelingen

Jaarschijf 2023 De jaarschijf 2023 in deze begroting is ten opzichte van de voorgaande begroting 2022 - 2025 met € 5.662.000 gestegen van € 104.644.000 tot € 110.306.000. De wijzigingen: Trend 2023 € 2.822.000 De trendsystematiek voor de VRH is volledig in lijn met de kaderbrief voor gemeenschappelijke regelingen van de gemeenten. De begroting van de VRH bestaat voor circa 65% uit personeelskosten. Om aan te sluiten bij de opbouw van de begroting, baseert de VRH de indexatie op een gecombineerde loon-/prijsindex. Dit zijn de index ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ en ‘nationale consumentenprijsindex’. Het percentage is gebaseerd op de meest recente informatie van het Centraal Plan Bureau (CPB) van 9 maart 2022. Mede door de huidige geopolitieke ontwikkelingen is op dit moment sprake van meer onzekerheid over de toekomstige prijsontwikkeling. Het trendpercentage voor 2023 bedraagt 2,99% ( € 2.822.000). De trend voor voorgaande jaren is met 2,13% naar boven bijgesteld (€1.967.000). De inflatie is duidelijk merkbaar als het gaat om kosten van huisvesting, materieel, energie en ICT. Dit geeft het volgende overzicht: Tabel 1. Trend Trend Begroting 2022 CPB maart 2022 Nacalculatie Begroting 2023

(bedragen in duizenden euro's) 2020 (%)

2021 (%)

2022 (%)

3,52% 1,50% -2,02%

0,92% 1,53% 0,61%

1,41% 4,94% 3,53% 2,13%

t/m 2022

2023(%)

2023

2,99% 1.967

2,99%

2.822

Overige ontwikkelingen € 872.000 Het betreft onder meer de toename van de gemeentelijke bijdrage vanwege het hoger aantal inwoners € 238.000. Ook is de BDUR verhoogd met € 187.000. Met betrekking tot mutaties in reserves is sprake van een toename met € 158.000. Tot slot nog een toename van enkele posten per saldo € 289.000. Jaarschijf 2022 De jaarschijf 2022 in deze begroting is ten opzichte van de voorgaande begroting 2022 - 2025 met € 2.370.000 gestegen van € 104.888.000 tot € 107.258.000. De wijzigingen: Trend 2022 € 1.967.000 De nacalculatie op de trend is conform de CPB cijfers van maart 2022 bijgesteld (zie toelichting bij jaarschijf 2022). Overige ontwikkelingen € 403.000 De meest relevante wijziging is de eerder bij jaarschijf 2023 toegelichte verhoging van de BDUR met € 187.000. Met betrekking tot mutaties in reserves is sprake van een toename met € 120.000. Tot slot nog een toename van enkele posten per saldo € 96.000.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

12

3.4

Financiën in hoofdlijnen

Om snel inzicht te geven in de geldstromen van de VRH twee grafieken. Aan welke producten geven we het uit? De grafiek geeft weer dat 73% van het geld naar brandweerzorg gaat. De overige producten krijgen samen 27%. Grafiek 1. Aandeel uitgaven producten

Aandeel uitgaven per producten 17% 1% 3% 2% 2% 2%

73%

Brandweerzorg

Crisisbeheersing

GHOR

MKB

GMK

Gemeentelijke crisisbeh.

Overhead

En wat voor kosten betreft het? De personeelskosten (incl. FLO) zijn met bijna 64% de grootste post. De kosten van de 2e loopbaan als onderdeel van de overgangsregeling zijn hier nog niet begroot. De overige 31% betreft kapitaallasten en goederen en diensten. Grafiek 2. Aandeel uitgaven kostensoorten

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

13

Aandeel uitgaven naar kosten 25% 6% 64% 5%

Personeelskosten

Overgangsregeling FLO

4

Paragrafen

4.1

Gemeentelijke bijdrage

Kapitaallasten

Goederen en diensten

De gemeentelijke bijdrage is veruit de grootste inkomstenbron voor de VRH. Grafiek 3 geeft weer dat in totaal 88% van de inkomsten door de gemeenten wordt betaald. Ook het Rijk draagt bescheiden bij via de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR). Deze bedraagt in totaal 8% waarvan 5% de bijdrage voor rampenbestrijding en 3% voornamelijk BTW compensatie betreft. Grafiek 3. Aandeel inkomsten stakeholders

Aandeel inkomsten van stakeholders 1%

8%

Gemeenten

RAV

3%

88%

Rijk

Overigen

De gemeentelijke bijdrage is voor 2023 geïndexeerd met 2,99% (€2.822.000).Deze berekening volgt uit de CEP cijfers van het CPB van 9 maart 2022. De trend voor voorgaande jaren is met 2,13% (€ 1.967.000) bijgesteld. Dit houdt per saldo in een stijging van € 4.789.000. Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 14 AB 8 april 2022 – versie 1.0

In de begroting 2023 is sprake van een bijdrage per inwoner variërend tussen € 61,17 voor Midden Delfland (landelijk) en € 93,56 voor Den Haag (grootstedelijk). De inwonerbijdrage van Delft (stedelijk) bedraagt met € 85,84 ongeveer het gemiddelde van de inwonerbijdrage. De bijdrage van de gemeenten volgt de ontwikkeling van het aantal inwoners. De stijging van het aantal inwoners in Haaglanden bedraagt bijna 1% (10.937 inwoners). Het AB heeft bij de vaststelling van het verdeelmodel besloten dat hiervan 25% wordt doorberekend. Dit resulteert in een stijging van de bijdrage met € 238.000. Hieruit worden regionale ontwikkelingen bekostigd.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

15

De verdeelsystematiek De onderliggende verdeelsystematiek, die leidt tot de bijdrage per inwoner, heeft de VRH in de bestuursvergadering in december 2017 vastgesteld. De VRH-kosten van de gemeenten bestaan grofweg uit drie onderdelen, boxen genoemd: Box 1

Brandweerzorg De kosten van box 1 worden toegerekend naar brandveiligheidsrisico’s en de mate van verstedelijking. Deze kosten hebben betrekking op de regionale basis brandweerzorg, specialistische brandweerzorg en brandweer Multi kosten. Deze kosten behelzen circa 80% van de gemeentelijke bijdragen in totaal.

Box 2

Algemene kosten De kosten van box 2 zijn gebaseerd op algemeen nut en zijn een gelijk bedrag per inwoner. Deze kosten hebben betrekking op de kosten voor bedrijfsvoering, meldkamer, crisisbeheersing, GHOR en gemeentelijkje crisisbeheersing. Deze kosten behelzen circa 20% van de gemeentelijke bijdragen in totaal.

Box 3

Aanvullend maatwerk De kosten van box 3 worden per gemeente afgerekend met de individuele gemeenten. Deze kosten hebben betrekking op de kosten voor de overgangsregelingen (FLO) en een gemeentelijk pluspakket (strandveiligheid in Den Haag).

Tabel 2. Bijdrage per inwoner per gem. Gemeente

2022

(bedragen in euro's) 2023

2024

2025

Aantal inwoners

2026

2022

2023

Categorie grootstedelijk Den Haag

91,51

93,56

93,56

93,56

93,56

547.757

553.039

Zoetermeer

80,36

82,15

82,15

82,15

82,15

125.265

125.754

Delft

83,98

85,84

85,84

85,84

85,84

103.588

104.533

Leidschendam-Voorburg

82,46

84,31

84,31

84,31

84,31

76.417

76.648

Rijswijk

89,71

91,66

91,66

91,66

91,66

55.205

56.954

Westland

65,76

67,23

67,23

67,23

67,23

111.366

112.487

Pijnacker Nootdorp

67,81

69,32

69,32

69,32

69,32

55.668

56.551

Wassenaar

79,65

81,43

81,43

81,43

81,43

26.939

27.105

Midden Delfland

59,83

61,17

61,17

61,17

61,17

19.409

19.480

Gemiddelde bijdrage gemeenten

84,30

86,19

86,19

86,19

86,19

Categorie stedelijk

Categorie kleinstedelijk

Categorie landelijk

1.121.614 1.132.551

* De bepaling van de aantallen inwoners wordt altijd begin maart uitgevoerd op basis van de laatste gegevens van het CBS over het aantal inwoners per 1 januari 2022.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

16

In de volgende tabel is de bijdrage per gemeente weergegeven. Tabel 3. Bijdrage per gemeente Gemeente

(bedragen in duizenden euro's) 2022

2023

2024

2025

2026

Categorie grootstedelijk Den Haag

50.127

51.743

51.743

51.743

51.743

Zoetermeer

10.066

10.331

10.331

10.331

10.331

Delft

8.699

8.973

8.973

8.973

8.973

Leidschendam Voorburg

6.301

6.462

6.462

6.462

6.462

Rijswijk

4.952

5.221

5.221

5.221

5.221

Westland

7.324

7.563

7.563

7.563

7.563

Pijnacker Nootdorp

3.775

3.920

3.920

3.920

3.920

Wassenaar

2.146

2.207

2.207

2.207

2.207

1.161

1.192

1.192

1.192

1.192

94.552

97.612

97.612

97.612

97.612

Categorie stedelijk

Categorie kleinstedelijk

Categorie landelijk Midden Delfland Totale bijdrage gemeenten

Een bedrag van € 0,15 per inwoner (€ 194.000) voor de post onvoorzien wordt niet op voorhand in rekening gebracht. Het Algemeen Bestuur heeft in deze opzet de ruimte om eigenstandig te besluiten voor onvoorziene zaken tot (maximaal) € 0,15 per inwoner extra te heffen. 4.2

Weerstandsvermogen en beheersing van risico’s

Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op potentiële risico’s en de vertaling van deze risico’s tot een acceptabel weerstandsvermogen. Risicomanagement is het bewust worden, identificeren, kwantificeren en beheersen van relevante risico’s. De risico’s worden twee keer per jaar geïnventariseerd en geactualiseerd. Vervolgens wordt bepaald of het hier afgedekte, of niet afgedekte risico’s betreft. Voor de niet afgedekte risico’s dient een weerstandscapaciteit te worden aangehouden. Weerstandscapaciteit Op basis van risico-identificatie en de risicomatrix is de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Uitgangspunt hierbij is de statische benadering die ervan uitgaat dat de risico’s zich niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang voor zullen doen. De weerstandscapaciteit binnen de VRH bestaat uit de algemene reserve. Deze reserve dient ter dekking van geïdentificeerde risico’s van materiële aard. Risico’s met een beperkt financieel beslag worden gedekt uit de lopende exploitatie en de post onvoorzien. De toevoeging van een voordelig resultaat aan de algemene reserve is regel tot de algemene reserve het maximum heeft bereikt van 1% van de begrotingsomzet. Het Algemeen Bestuur kan besluiten tot een hogere algemene reserve. De post onvoorzien, groot € 194.000, is gebaseerd op € 0,15 per inwoner.

Daarnaast wordt de weerstands-capaciteit gevormd door de deelnemende gemeenten die garant staan voor de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

17

Verloop van reserves en voorzieningen De VRH heeft een algemene reserve en een aantal bestemmingsreserves. Het verloop tot en met 2023 is in onderstaande tabel zichtbaar. Voor het verdere verloop wordt verwezen naar bijlage 7.6. Tabel 4. Reserves Rekening

Toename

Onttrekking

2021

(bedragen in duizenden euro's) ToeOntEindstand name trekking Eindstand

2022

2023

Algemene reserve

1.487

150

0

1.637

0

0

1.637

Algemene reserve VRH

1.487

150

0

1.637

0

0

1.637

OMS

204

0

100

104

0

50

54

Bestemmingsreserve LMS

500

0

200

300

0

200

100

Gemeentelijke crisisbeheersing

275

0

120

155

0

120

35

Realistisch oefenen

153

0

0

153

0

120

33

Verkorte levensduur tankautospuiten

74

0

74

0

0

0

0

Affinancieren operationele officieren

188

0

100

88

0

88

0

Bestemmingsreserves VRH

1.394

0

594

800

0

578

222

Te bestemmen resultaat 2020

1.266

-1.266

0

0

0

0

0

Totale reserve

4.147

-1.116

594

2.437

0

578

1.859

Bestemmingsreserve OMS De VRH heeft in 2020 de exploitatie van het OMS aan de markt overgedragen. Het OMS is aangepast zodat abonnees via meerdere aanbieders kunnen aansluiten. Abonnees kunnen hun eigen aanbieder kiezen. Op termijn zullen ook deze aansluitingen overgaan naar het LMS platform in de loop van de ‘bouwplaats’ periode 2021 – 2023. De bestemmingsreserve zal deels gebruikt worden om de VRH frictiekosten voor 2 jaren te dekken (€ 200.000). Bestemmingsreserve LMS Het beheer van de meldkamer is per 1 januari 2020 overgegaan naar de LMS. De LMS geeft in de ‘bouwplaats’ periode 2021 – 2023 verder gestalte aan de gezamenlijke meldkamers. In deze periode worden rafelranden als gevolg van de overgang afgehecht. Het ministerie van JenV heeft op basis van de afspraken landelijk ‘Uitwerkingskader Meldkamer’ € 0,5 mln. voor achterblijvende kosten overgemaakt (instemming AB 30 mei 2018). Met de vorming van deze reserve kunnen kosten als gevolg van de transitie worden opgevangen. Reserve gemeentelijke crisisbeheersing (bevolkingszorg) De reserve gemeentelijke crisisbeheersing is bij het vaststellen van de jaarrekening 2014 (AB 8 juli 2015) ontstaan. Ter implementatie van het regionale plan gemeentelijke crisisbeheersing zou in 2020 een programma starten van twee jaar. Vanwege Corona is dit traject opgeschoven.

Dit programma geeft gemeenten een gezamenlijk referentiekader voor onderdelen die elke gemeente lokaal vorm moet geven. Zo kunnen gemeenten kiezen bij welke activiteit zij actief betrokken zijn en bij welke zij alleen gebruik maken van uitwerkingen door en/of ervaringen van andere gemeenten (best practices/ kennisdeling). Realistisch oefenen

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

18

Bij de vaststelling van de jaarrekening 2018 (AB april 2019) is een reserve ingesteld voor realistisch oefenen. Eén maal per twee á drie jaar wordt het gehele repressieve personeel realistisch geoefend. Via deze bestemmingsreserve worden de kosten geëgaliseerd over de jaren. Bestemmingsreserve verkorte levensduur tankautospuiten Bij de vaststelling van de jaarrekening 2017 (AB april 2018) is een reserve ingesteld om de technische problemen met de levensduur van een aantal tankautospuiten op te lossen. De afschrijvingstermijn van de betreffende tankautospuiten is met 3 jaar verkort van 15 naar 12 jaar. Dit heeft tot gevolg dat een aantal jaren sprake is van extra afschrijvingskosten. Bestemmingsreserve affinancieren operationele officieren Het AB heeft in januari 2020 besloten tot de affinanciering van de operationele officieren. Vanwege het verhogen van de AOW leeftijd en het vervallen van de levensloopregeling per 1-12022 is besloten het FLO-overgangsrecht aan te passen. In het nieuwe FLO-overgangsrecht 2018 (hoofdstuk 9f CAR/UWO) is de 60-jarigenregeling voor officieren vervallen. Besloten is (analoog aan artikel 9e:11, vierde lid) tot de affinanciering van operationele officieren. De resterende kosten ten bedrage van ca. € 188.000 komen ten laste van deze bestemmingsreserve.

Te bestemmen resultaat 2021 Het bestuur van de VRH zal april 2022 in haar vergadering besluiten over de resultaatbestemming. Het voorstel is het saldo grotendeels ten gunste van de gemeenten te laten komen. Risico’s De VRH onderkent een aantal niet afgedekte risico’s. Hieronder is aangegeven welke risico’s de VRH onderkent en in hoeverre, indien dit risico zich voordoet, een beroep wordt gedaan op de weerstandscapaciteit. Incidentele risico’s Loopbaanbeleid operationele dienst Per 1 januari 2006 is de FLO afgeschaft en vervangen door verplicht loopbaanbeleid voor personeel in bezwarende functies. Essentie van het loopbaanbeleid is dat medewerkers twintig jaar werkzaam zijn in een bezwarende functie en daarna overstappen naar een andere functie. Om dit mogelijk te maken investeren medewerker en werkgever in een passende beroepsopleiding. Vanaf 2021 worden er binnen de Veiligheidsregio verschillende initiatieven ontplooid om medewerkers in de operationele dienst hierbij te faciliteren. Indien de caoafspraken in overleg met de vakbonden tussentijds niet worden aangepast zal hier vanaf nu rekening mee worden gehouden. Daarnaast kan de uitkomst van het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO) aangeven dat het voor een brandweermedewerker verstandig is eerder naar een niet-bezwarende functie door te stromen.

Tot nu toe is gebleken dat het percentage uitval door de PPMO zeer beperkt is. Het risico is berekend op € 109.000. Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) De Wnra regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde status krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. In dit kader komen bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten in de plaats van de huidige eenzijdige aanstellingen en zullen er cao’s moeten worden afgesloten in plaats van eenzijdig vastgestelde rechtspositieregelingen. De regeling is voor de brandweer nog niet van kracht. Binnen de brandweer wordt gewerkt met zowel beroepsmedewerkers als vrijwilligers. Vrijwilligers hebben momenteel een ambtelijke aanstelling, maar onderscheiden zich van andere ambtenaren doordat zij zijn uitgezonderd van veel wettelijke en rechtspositionele bepalingen. Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

19

De Wnra kan leiden tot het (gedeeltelijk of volledig) einde van het huidige systeem van brandweervrijwilligers en een kostenstijging van 30% tot 50%. Voor de VRH met 300 vrijwilligers zou dit circa € 600.000 per jaar bedragen. De veiligheidsregio’s hebben uitstel verkregen voor invoering van de Wnra om een oplossing te zoeken voor het knelpunt. Inmiddels hebben in opdracht van de Brandweerkamer van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van JenV onderzoeken plaatsgevonden die zich richten op Europese en internationaal-rechtelijke regels in relatie tot de huidige rechtspositie van de brandweervrijwilliger. Uit de onderzoeken blijkt dat, om een onderscheid in rechtspositie tussen vrijwilligers en beroepsbrandweermensen te handhaven, er ook onderscheid dient te zijn in aard van het werk, opleiding en arbeidsomstandigheden. De Minister van JenV doet samen met het Veiligheidsberaad vervolgonderzoek naar de mogelijkheden voor herinrichting van de brandweerzorg in Nederland waardoor het rechtspositionele onderscheid tussen beroepsbrandweermensen en vrijwilligers gehandhaafd kan blijven. In de huidige planning wordt in het voorjaar van 2022 een aanvullende onderzoeksopdracht besproken in het Veiligheidsberaad. Het berekende risico komt onveranderd uit op € 474.000.

Structurele risico’s Niet verzekerbare risico’s Verzekeraars zijn steeds minder bereid om bepaalde risico’s te verzekeren. Zo zijn verzekeraars bijvoorbeeld gestopt met het aanbieden van de verzekering ter dekking van de predispositie voor brandweervrijwilligers. Predispositie is het risico dat een medewerker onder diensttijd letsel oploopt of overlijdt, zonder dat aangetoond kan worden dat dit veroorzaakt wordt door een dienstongeval. Ook is groot molest bijvoorbeeld voortkomend uit terrorismegevolgbestrijding niet verzekerbaar in Nederland. In geval van schade (uitval van materieel en nazorg nabestaanden en personeel) kan een beroep worden gedaan op de Nederlandse Herverzekering maatschappij voor Terrorismeschade (NHT). Buiten dit heeft de veiligheidsregio een financiële buffer nodig om, indien er claims volgen die niet gedekt zijn door een verzekering, deze uit haar eigen middelen te kunnen dragen. De VRH houdt rekening met een financieel restrisico. Het risico is berekend op € 245.000. Ontwikkelingen vrije instroom vrijwilligers De VRH hecht er aan de brandweerzorg in Haaglanden te blijven verzorgen door een beroepsbezetting in combinatie met vrije-instroomvrijwilligers. De beschikbaarheid van de vrijwilligers in de dag-situatie wordt een steeds grotere uitdaging.

Om de paraatheid te kunnen blijven garanderen wordt het verloop van de vrijwilligers permanent gemonitord en daar waar mogelijk beïnvloed. Naast wervingscampagnes wordt ook het bedrijfsleven actief benaderd. Zij kunnen medewerkers stimuleren toe te treden tot de brandweer om zodoende de beschikbaarheid te vergroten. Daarnaast zijn vier posten opgeleid om te werken met variabele voertuigbezetting en wordt dagdienstpersoneel opgeleid als brandweervrijwilliger om overdag vanuit de Westlandse kazernes in de voertuigbezetting te kunnen voorzien. Dit vergroot onze flexibiliteit. Gezien de landelijke terugloop in aantallen vrijwilligers onderkent de VRH dat ondanks de inspanningen de werving niet volledig zal slagen. Het risico is berekend op € 297.000. Aansprakelijkheid dienstverlening De dienstverlening van de VRH is vastgelegd in procedures. Zo zijn kwaliteit en kwantiteit van de dienstverlening geborgd. Mocht de kwaliteit van de dienstverlening onverhoopt tekort schieten, dan is dit risico deels afgedekt via een WA verzekering. De ervaring leert dat er sprake is van een restrisico (juridische kosten etc.). In het geval van een grieppandemie is de kwantiteit een risico. In dat geval wordt enerzijds de zorgvraag groter, anderzijds valt veel personeel wegens ziekte uit. Het risico is deels afgedekt door bijvoorbeeld het Draaiboek Grieppandemie en Afschaalmodel Brandweer.

Het restrisico wordt geraamd op € 140.000. Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

20

Cyberdreiging/digitale dreiging Organisaties binnen verschillende overheidslagen zijn slachtoffer geworden of hebben last ondervonden van een cyberaanval. De kans op een cyberaanval op de VRH wordt als reëel ingeschat. De VRH beperkt dit risico door het nemen van technische en organisatorische maatregelen, onder andere middels afspraken met medewerkers, leveranciers en ketenpartners. Het risico van een aanval, waardoor gegevens mogelijk openbaar, ontoegankelijk of onbetrouwbaar worden, is echter nooit volledig te voorkomen. We zien in de afgelopen jaren dat aanvallen complexer worden, waardoor het ontdekken van een lek en het uitvoeren van herstelwerkzaamheden meer capaciteit en expertise vraagt van een organisatie. Financiële gevolgen van een aanval, die ontstaan uit onder andere het doen van onderzoek, het aanschaffen van vervangend apparatuur en het herstellen van de omgeving, worden hiermee groter ingeschat dan vorig jaar. Daarnaast bestaat het risico dat er een datalek optreedt. Bij een datalek, dat veroorzaakt kan worden door een cyberaanval maar ook andere oorzaken kan hebben, kunnen persoonsgegevens in handen vallen van derden die geen recht hebben op toegang tot deze gegevens. Het vervolg risico voor de personen kan bestaan uit stigmatisering, schade aan de gezondheid, financiële schade of (identiteits)fraude. Dit kan ook gevolgen hebben voor de VRH.

Dit risico legt een beslag op het weerstandsvermogen van € 263.000. Gemiddeld werkgeversrisico WGA/WW Voor de gevolgen van arbeidsongeschiktheid van medewerkers, het werkgeversrisico WGA (Wet Gedeeltelijke Arbeidsongeschiktheid), is de VRH eigen risico drager. Dit is financieel voordeliger dan het volledig te verzekeren. Met ingang van 2017 is de regelgeving gewijzigd en omvat het eigen risicodragerschap ook de WGA–flex en de ZW. Ook voor de gevolgen van de werkeloosheidswet is de VRH verplicht eigen risico drager, dit betreft zowel tijdelijke als vaste medewerkers. In de budgetten is hier rekening mee gehouden. Echter deze keuze brengt wel een restrisico met zich mee. Het totale beslag op het weerstandvermogen is berekend op € 109.000. Overgangsregeling FLO Begin 2018 is het akkoord “Reparatie FLO-overgangsrecht Brandweerpersoneel” door werkgevers en werknemers definitief ondertekend. Een nadere uitwerking van het akkoord betrof nog een tweetal zaken: ”loopbaanbeleid voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006” en “verrekening van de door de werkgever opgebouwde levensloop tegoeden”. Het akkoord is in het voorjaar van 2019 definitief afgerond. Belangrijke essenties van de regeling is dat er in 2020 en 2021 versneld wordt gespaard (gebruik makend van de levensloopregeling) zodat zoveel mogelijk de fiscale boete van 52% wordt voorkomen.

Daarnaast is sprake van een netto garantie voor de werknemer. De netto garantie en de complexe regeling maken de uitgaven lastig voorspelbaar. Wijzigingen in (fiscale) regels, maar ook de individuele keuzes van medewerkers (eerder of later uittreden) hebben direct effect op de uitgaven. De deelnemende gemeenten dragen individueel zorg voor een voorziening voor deze kosten en zijn separaat geïnformeerd over de indicatieve financiële effecten. In die zin is er voor de VRH geen sprake van een financieel risico. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen bestemmingsreserves of voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. Deze ratio bedraagt nu 0,98 (1.487/1.487). De ratio is lager dan 1,00 (= precies voldoende) en dit betekent dat het weerstandsvermogen matig is. Voorgesteld wordt om € 30.000 toe te voegen vanuit het resultaat 2020 zodat het Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

21

weerstandsvermogen voldoende is. Volledigheidshalve de toevoeging dat als risico’s zich onverhoopt tegelijkertijd voordoen en in de maximale omvang, die de gewenste weerstandscapaciteit te boven gaan. Tabel 5 Risicoberekening

(bedragen in duizenden euro's)

Risico’s versus weerstandscapaciteit

2023

Incidentele risico’s Loopbaanbeleid operationele dienst

109

Wet normering rechtspositie ambtenaren

474

Structurele risico’s Niet verzekerbare risico's

245

Ontwikkelingen vrije instroom vrijwilligers

297

Aansprakelijkheid dienstverlening

140

Cyberdreiging / digitale veiligheid

263

Gemiddeld werkgeversrisico WGA/WW

109

Geïdentificeerde niet afgedekte risico’s – gewenste weerstandscapaciteit

1.637

Beschikbare weerstandscapaciteit Voorstel toevoeging uit voordelig resultaat

1.487 150

Weerstandscapaciteit na voorgestelde resultaatbestemming

1.637

1.487 +150 (voorstel verhoging) Ratio weerstandsvermogen = ---------------------------------------------1.637 Tabel 6. Ratio weerstandvermogen

= 1,00

(x) betekenis

Betekenis

Ratio weerstandsvermogen

Uitstekend

> 2,0

Ruim voldoende

1,4 < x < 2,0

Voldoende

1,0 < x < 1,4

Matig

0,8 < x < 1,0

Onvoldoende

0,6 < x < 0,8

Ruim onvoldoende

< 0,6

Het rijk heeft een regeling gepubliceerd over financiële kengetallen. Deze kengetallen moeten de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in de begroting en jaarverslag opnemen. Er worden in dit besluit zes kengetallen benoemd. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de VRH niet van toepassing. De overige zijn in onderstaande tabel opgenomen.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

22

Tabel 7. Financiële kengetallen Rekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Netto schuldquote

85,0%

88,5%

104,9%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

85,0%

88,5%

104,9%

Solvabiliteitsratio

3,7%

2,1%

1,4%

Structurele exploitatieruimte

1,1%

0,0%

0,0%

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de netto schuldenlast van de VRH ten opzichte van de baten. De VRH heeft voor ruim € 63 mln. materiele vaste activa op de balans staan waarvan ca. 70% gebouwen (kazernes). Ter financiering zijn leningen aangegaan voor bijna € 46 mln. Daarnaast heeft de VRH ruim € 40 mln. vooruit gefactureerde gemeentelijke bijdragen op de balans staan. Deze posten leiden ertoe dat de schuldquote hoog is. De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre de VRH aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De veiligheidsregio zelf heeft een beperkt eigen vermogen, omdat gemeenten garant staan voor eventuele risico’s. Als gevolg hiervan is een ratio van < 10% aanvaardbaar. De structurele exploitatieruimte geeft aan in hoeverre de VRH tegenvallers kan opvangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. De flexibiliteit is beperkt. 4.3

Onderhoud kapitaalgoederen

Panden De VRH heeft een 24-tal panden in gebruik. De kazernes in Den Haag (6), Delft (1), Rijswijk (1), Leidschendam-Voorburg (1), Pijnacker-Nootdorp (1), Wassenaar (1) en Zoetermeer Oosterheem (1) zijn in eigendom van de VRH. De overige kazernes in Midden-Delfland (3), Westland (7) en Zoetermeer Stadshart (1) worden net als de Yp (1) gehuurd. Op 4 locaties zijn kantoor werkplekken beschikbaar. Op basis van het in 2020 geactualiseerde duurzame meerjarige onderhoudsplan (DMJOP), is de dotatie vastgesteld op € 779.000. De activiteiten in het onderhoudsplan garanderen dat de panden op het onderhoudsniveau 3 (voldoende) blijven. Hierbij is gedacht aan lange termijn functionaliteit, veiligheid, maar ook aan duurzaamheid en reductie van energieverbruik. Bij het gunnen van langjarige onderhoudscontracten voor installatieonderhoud is energiebesparing een speerpunt. De fluctuatie in de uitgaven wordt opgevangen via de voorziening groot onderhoud. Hiervoor geldt een ondergrens van € 25.000 per activiteit. Overig onderhoud valt onder de reguliere exploitatie. Het verloop tot en met 2023 is in onderstaande tabel weergegeven. De dotatie (toename) aan de voorziening is trendmatig verhoogd. Voor het verdere verloop tot 2026 wordt verwezen naar bijlage 7.7. Tabel 8. Voorziening groot onderhoud

(bedragen in duizenden euro's)

Rekening 2021

Begroting 2022 Toename

Onttrekking

Begroting 2023 Eindstand

Toename

Onttrekking

Eindstand

Voorziening groot onderhoud

3.026

802*

640

3.188

826*

3.158

855

Voorzieningen VRH

3.026

802

640

3.188

826

3.158

855

* De toename van de voorziening wordt geïndexeerd

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

23

Overige kapitaalgoederen De VRH heeft ook voor het voertuigenbestand, waaronder 73 1e-lijns voertuigen zoals tankautospuiten, en de overige repressieve middelen een meerjarig investeringsplan en een onderhoudsplanning vastgesteld. De onderhoudsplanning omvat ook de verplichte keuringen en certificeringen van het operationeel materiaal. Het onderhoudswerk wordt grotendeels in eigen beheer gedaan. In tegenstelling tot panden zijn de jaarlijkse kosten redelijk stabiel en worden de kosten gedekt uit de jaarlijkse exploitatiebudgetten onderhoud voertuigen en materiaal. 4.4

Financiering

Voor de financiering van de investeringen in materiële vaste activa trekt de VRH langlopende leningen aan. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschikbare eigen middelen. Per eind 2020 is de stand van de lening portefeuille van de VRH € 48,5 mln. Voor de financiering worden de kaders vanuit het Treasurystatuut gevolgd. Het statuut heeft rekening gehouden met de laatste ontwikkelingen. Het treasurybeleid van de VRH is gebonden aan richtlijnen, die aangeven dat alle overtollige liquide middelen dagelijks afgestort moeten worden op de rekening bij de Rijks schatkist. In bijlage 7.5 liquiditeitsplanning is de liquiditeitsverwachting berekend. De interne rentetoerekening van de VRH is in 2022 gebaseerd op 2,8%. Tabel 9. Renteschema

(bedragen in duizenden euro's)

Omschrijving

2023

Externe rentelasten over de korte en lange financiering

1.813

De externe rentebaten

0

Saldo rente lasten en rente baten

1.813

Rente over eigen vermogen

0

Rente over voorzieningen

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.813

Aan de taakvelden toegerekende rente

1.813

Renteresultaat taakveld treasury

0

De Wet financiering decentrale overheden (FIDO) kent een tweetal kwantitatieve randvoorwaarden. Dit zijn de kasgeldlimiet, die een grens stelt aan de hoogte van de nettovlottende schuld, en de renterisiconorm, die hetzelfde doet voor de langlopende schuld. Bij het aangaan van de financiering houdt de Veiligheidsregio Haaglanden rekening met deze randvoorwaarden. De Provincie ziet als toezichthouder toe op de naleving.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

24

Tabel 10. Kasgeldlimiet

2022

2023

(bedragen in duizenden euro's) 2024 2025 2026

107.258

110.306

109.669

Berekening kasgeldlimiet Begrotingstotaal aan lasten Percentage regeling

(1)

109.519

109.519

(2)

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

(3)=(1*2)

8.795

9.045

8.993

8.981

8.981

Vlottende schuld

(4)

49.510

48.296

49.088

47.970

45.518

Vlottende middelen

(5)

41.894

41.894

41.894

41.869

41.869

(6)=(4-5)

7.616

6.402

7.194

6.101

3.649

Kasgeldlimiet, in bedrag

(3)

8.795

9.045

8.993

8.981

8.981

Netto vlottende schuld

(6)

7.616

6.402

7.194

6.101

3.649

Ruimte (+) / overschrijving (-)

(3-6)

1.179

2.643

1.799

2.880

5.332

Kasgeldlimiet, in bedrag Berekening netto vlottende schuld

Netto Vlottende schuld Toets aan kasgeldlimiet

Tabel 11. Renterisiconorm

2022

2023

(bedragen in duizenden euro's) 2024 2025 2026

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal aan lasten

(1)

107.258

110.306

109.669

109.519

Percentage regeling

(2)

20%

20%

20%

20%

20%

(3)=(1*2)

21.452

22.061

21.934

21.904

21.904

(4)

0

0

0

0

0

Aflossingen

(5)

2.763

2.573

2.147

1.727

1.593

Renterisico

(6)=(4-5)

2.763

2.573

2.147

1.727

1.593

Renterisiconorm, in bedrag

(3)

21.452

22.061

21.934

21.904

21.904

Renterisico

(6)

2.763

2.573

2.147

1.727

1.593

Ruimte (+) / overschrijding (-)

(3-6)

18.689

19.488

19.786

20.177

20.311

Renterisiconorm, in bedrag

109.519

Berekening renterisico Renteherzieningen

Toets renterisiconorm

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 april 2022 – versie 1.0

25

4.5

Paragraaf bedrijfsvoering

4.5.1 Organisatie Het Algemeen Bestuur wordt gevormd door de 9 burgemeesters van de deelnemende gemeenten. De directievoering is in handen van de commandant brandweer en de directeur publieke gezondheid. Onderstaand het organogram.

Algemeen bestuur

Dagelijks bestuur

Directie

Brandweer

Bedrijfsvoering

Zorg

Brandweerzorg

GHOR

Communicatie

Risico-

Geneeskundige

& crisisbeheersing

Meldkamer

Financiën control

Gemeentelijke crisisbeheersing

& HRM Facilitair bedrijf

Operationele ondersteuning

(incl informatiemanagement en automatisering)

4.5.2 Personeel De formatie van Veiligheidsregio Haaglanden bestaat per 1 januari 2022 uit 899 fte en ca. 300 vrijwilligers. Per saldo is dit een stijging met 2 fte. Vanuit de visie van duurzame inzetbaarheid wordt ingezet op de uitbreiding van loopbaanpaden en arbeidsarrangementen om de loopbaanontwikkeling van medewerkers te ondersteunen. Vanuit goed werkgeverschap is het noodzakelijk om zorg te dragen voor het ‘gezond halen van de eindstreep’ voor de medewerkers. Dit geldt met name voor de medewerkers in de operationele dienst, die fysiek en mentaal zwaar werk uitvoeren, maar waarvoor het vroegpensioen is afgeschaft. Door aandacht te hebben voor een brede loopbaan, kunnen medewerkers langer inzetbaar blijven binnen de VRH of eventueel daarbuiten. Parallel aan dit proces wordt verder gewerkt aan een flexibele inrichting van de organisatie om de uitvoering van loopbaanontwikkeling mogelijk te maken. Ingaande 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) van toepassing. De Wnra regelt ingaande 2020 dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde status krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. Deze wijziging is van toepassing op de medewerkers van de GnkM die onder de CAO ambulancezorg vallen. Voor alle overige medewerkers van veiligheidsregio’s is uitstel verleend. Dit vanwege de onduidelijke gevolgen voor de bijzondere rechtspositie van de brandweervrijwilliger.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11463302/1