CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

3 GR GGD en VT Haaglanden - was-wordtlijst

Informatieavond 8 januari 2024, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Wijziging GR GGD en Veilig Thuis Haaglanden4.626 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GR GGD en VT Haaglanden – was-wordtlijst Toelichting: -

Toegevoegde of verwijderde artikelen of leden zijn aangemerkt Wijzigingen in bestaande artikelen of leden zijn dikgedrukt weergegeven Spelling: ‘algemeen bestuur’ en ‘dagelijks bestuur’ zijn consequent zonder hoofdletters geschreven De gewijzigde regeling kent enkele nieuwe artikelen, te weten artikel 9, 10, 30, 31, 32, 33 en 34. In de was-wordtlijst worden in de kolom ‘artikel’ de nieuwe artikelnummers gebruikt. De onderstaande tabel maakt de artikelnummers duidelijk. Was 1 2 3 4 5 6 7 8

Wordt 1 2 3 4 5 6 7 8

Was 9 10 11 12 13 14

De was-wordtlijst volgt op de volgende pagina.

Wordt 9 10 11 12 13 14 15 16

Was 15 16 17 18 19 20 21 22

Wordt 17 18 19 20 21 22 23 24

Was 23 24 25 26 27 -

Wordt 25 26 27 28 29 30 31 32

Was 28 29 30 31 32 33 34

Wordt 33 34 35 36 37 38 39 40 41

Artikel Intitulé

Was Wordt - op grond van de Wet publieke gezondheid, de - op grond van de Wet publieke gezondheid, zoals deze gemeenten die behoren tot één veiligheidsregio als van tijd tot tijd luidt, de gemeenten die behoren tot bedoeld in de Wet veiligheidsregio's, door middel één veiligheidsregio als bedoeld in de Wet van het treffen van een gemeenschappelijke veiligheidsregio's, door middel van het treffen van regeling, zorg dragen voor de instelling en een gemeenschappelijke regeling, zorg dragen voor instandhouding van één regionale de instelling en instandhouding van één regionale gezondheidsdienst in die regio; gezondheidsdienst in die regio; … het wenselijk is om ter behartiging van de gemeenschappelijke belangen op het terrein van de volksgezondheid en Veilig Thuis, de reeds bestaande samenwerking inzake volksgezondheid uit te breiden met Veilig Thuis; besluiten:

Art. 4

Art. 8

Verwijderd

besluiten:

de volgende gewijzigde gemeenschappelijke regeling Tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst en Veilig Thuis vast te stellen: Haaglanden, zodat deze als volgt komt te luiden: GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST EN VEILIG THUIS HAAGLANDEN 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste twee maal en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het tweemaal en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dat nodig oordeelt, dan wel tenminste dagelijks bestuur dat nodig oordeelt, dan wel tenminste twee leden daarom verzoeken. twee leden daarom verzoeken. … … 2b. artikel 1.61 en artikel 2.19 Wetkinderopvang en 2b. de uitvoering van de taken van de directeur publieke kwaliteitseisen peuterspeelzalen gezondheid krachtens artikel 1.61 van de Wet Kinderopvang; Toegevoegd: 4. Het Algemeen Bestuur kan, aanvullend op de in deze regeling bepaalde onderwerpen, besluiten de raden van de deelnemende gemeenten de mogelijkheid te bieden

Art. 9

Art. 10

Art. 12

om een zienswijze in te dienen. Het besluit om een zienswijze te vragen wordt genomen bij gewone meerderheid, tenzij besluitvorming over het betreffende onderwerp in deze regeling een gekwalificeerde meerderheid of unanimiteit vereist is. Als het onderwerp een verzwaarde meerderheid vereist, wordt het besluit om de mogelijkheid tot een zienswijze te bieden genomen met de verzwaarde meerderheid. Als het onderwerp unanimiteit vereist, wordt het besluit om de mogelijkheid tot een zienswijze te bieden genomen met unanimiteit. Toegevoegd: Artikel 9. Participatie Mogelijkheden voor inspraak en participatie worden vastgelegd in het reglement van orde van het Algemeen Bestuur. Toegevoegd: Artikel 10. Wettelijke controle-instrumenten 1. De rekenkamer(commissie)s van de deelnemende gemeenten, afzonderlijk en in samenwerking met elkaar, worden door het dagelijks bestuur in staat gesteld om alle informatie te verkrijgen die voor de wettelijke taakuitoefening nodig is, dit onverminderd het bepaalde in artikel 184 Gemeentewet. 2. De raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk, op voorstel van een van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers aan de betreffende regeling, kunnen een onderzoek instellen naar het door het openbaar lichaam gevoerde bestuur. Artikel 10. Inlichtingen Artikel 12. Inlichtingen 1. Het algemeen bestuur geeft aan de raden en de 1.

Het algemeen bestuur geeft aan de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten ongevraagd alle informatie die nodig is voor gemeenten ongevraagd alle informatie die nodig is voor

een juiste beoordeling van het door het Bestuur gevoerde en te voeren beleid.

Art. 16

Art. 21

een juiste beoordeling van het door het Bestuur gevoerde en te voeren beleid. Deze informatie wordt mondeling of schriftelijk verstrekt. Artikel 14. Besluitvorming Artikel 16. Besluitvorming 1. Tenzij in deze regeling anders is bepaald, neemt het 1. Het dagelijks bestuur streeft in haar besluitvorming dagelijks bestuur besluiten met een gewone naar consensus. Als met consensus kan worden meerderheid van stemmen. besloten, neemt het dagelijks bestuur besluiten met een gewone meerderheid van stemmen. Artikel 19. Benoeming en rechtspositie Artikel 21. Benoeming en rechtspositie … … 2. Het dagelijks bestuur benoemt de manager van de 2. Het dagelijks bestuur benoemt de directeur van de uitvoeringsorganisatie Veilig Thuis van de gemeente uitvoeringsorganisatie Veilig Thuis van de gemeente Den Den Haag tot manager veilig thuis, mits eerder door Haag tot directeur veilig thuis, mits eerder door het het dagelijks bestuur is ingestemd met de aanstelling dagelijks bestuur is ingestemd met de aanstelling van de van de manager van de Uitvoeringsorganisatie Veilig directeur van de Uitvoeringsorganisatie Veilig Thuis door Thuis door het college van burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de wethouders van de gemeente Den Haag. Het dagelijks gemeente Den Haag.

Het dagelijks bestuur is bevoegd bestuur is bevoegd tot schorsing en ontslag van de tot schorsing en ontslag van de directeur veilig thuis in directeur veilig thuis in overeenstemming met het overeenstemming met het college van B&W van de college van B&W van de gemeente Den Haag. Over gemeente Den Haag. Over benoeming, schorsing en benoeming, schorsing en ontslag worden nadere ontslag worden nadere afspraken vastgelegd in het afspraken vastgelegd in het Benoemingsstatuut als Benoemingsstatuut als bedoeld in het twaalfde lid. bedoeld in het twaalfde lid. … … 4. De functies van directeur publieke gezondheid en 4. De functies van directeur publieke gezondheid en directeur veilig thuis worden niet door een en dezelfde directeur veilig thuis worden niet door een en dezelfde persoon uitgeoefend persoon uitgeoefend met dien verstande dat de … directeur publieke gezondheid als plaatsvervangend directeur veilig thuis kan worden benoemd en dat de 5. In het organisatiestatuut wordt de vervanging van de directeur veilig thuis als plaatsvervangend directeur directeur publieke gezondheid en directeur veilig thuis publieke gezondheid kan worden benoemd. nader geregeld. …

5.Bij afwezigheid, ziekte of ontstentenis van de … directeur publieke gezondheid en van diens 6. Bij afwezigheid, ziekte of ontstentenis van de plaatsvervanger als bedoeld in het vierde lid wordt de directeur publieke gezondheid en van diens functie van directeur publieke gezondheid plaatsvervanger als bedoeld in het vijfde lid wordt de waargenomen door een door het algemeen bestuur, op functie van directeur publieke gezondheid waargenomen voordracht van het college van burgemeester en door een door het algemeen bestuur, op voordracht van wethouders van de gemeente Den Haag en in het college van burgemeester en wethouders van de overeenstemming met het bestuur van de gemeente Den Haag en in overeenstemming met het veiligheidsregio Haaglanden, aan te wijzen bestuur van de veiligheidsregio Haaglanden, aan te plaatsvervanger. Bij afwezigheid, ziekte of ontstentenis wijzen plaatsvervanger.

Bij afwezigheid, ziekte of van de directeur veilig thuis en van diens ontstentenis van de directeur veilig thuis en van diens plaatsvervanger als bedoeld in het vierde lid wordt de plaatsvervanger als bedoeld in het vijfde lid wordt de functie van directeur veilig thuis waargenomen door functie van directeur veilig thuis waargenomen door een een door het dagelijks bestuur, op voordracht van het door het dagelijks bestuur, op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van de college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, aan te wijzen plaatsvervanger. gemeente Den Haag, aan te wijzen plaatsvervanger. … … 8. Het algemeen bestuur, in overeenstemming met het 8. Het algemeen bestuur, in overeenstemming met het bestuur van de veiligheidsregio Haaglanden en het bestuur van de veiligheidsregio Haaglanden en het college van B&W van de gemeente Den Haag, stelt voor college van B&W van de gemeente Den Haag, stelt voor de selectie van de directeur publieke gezondheid een de selectie van de directeur publieke gezondheid een functieprofiel vast. Het dagelijks bestuur stelt voor de functieprofiel vast.

Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur veilig thuis, de secretaris en de controller een directeur veilig thuis, de secretaris en de controller een functieprofiel vast in overeenstemming met het college functieprofiel vast in overeenstemming met het college van B&W van de gemeente Den Haag voorzover de van B&W van de gemeente Den Haag voor zover de functionaris in dienst komt bij de gemeente Den Haag. functionaris in dienst komt bij de gemeente Den Haag. … … 10. De directeur publieke gezondheid, de directeur 10. De directeur publieke gezondheid, de directeur veilig veilig thuis, de secretaris en de controller zijn als thuis, de secretaris en de controller zijn als onbezoldigd onbezoldigd ambtenaar in dienst van het openbaar ambtenaar in dienst van het openbaar lichaam. De lichaam. De directeur publieke gezondheid, de directeur publieke gezondheid, de directeur veilig thuis directeur veilig thuis, de secretaris en de controller en de controller zijn tevens aangesteld als bezoldigd ambtenaar bij de gemeente Den Haag.

zijn tevens aangesteld als bezoldigd ambtenaar bij de gemeente Den Haag.

Art. 22

Art. 23

Artikel 20. Taken en Bevoegdheden … 5. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur stellen gezamenlijk, elk voor zover het hun bevoegdheden betreft, een Directiestatuut vast waarin de taken en bevoegdheden van de directeur publieke gezondheid en van de directeur veilig thuis en hun relatie met het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden geregeld. Vaststelling of wijziging van het Directiestatuut geschiedt bij unanimiteit.

Toegevoegd: 5. In het organisatiestatuut wordt de vervanging van de DPG en DVT nader geregeld. Artikel 22. Taken en Bevoegdheden … 5. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur stellen gezamenlijk, elk voor zover het hun bevoegdheden betreft, in het organisatiestatuut de taken en bevoegdheden van de directeur publieke gezondheid en van de directeur veilig thuis vast, waarin tevens hun relatie met het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden geregeld. 6. Het dagelijks bestuur stelt, gehoord het algemeen bestuur, in het organisatiestatuut de taken en bevoegdheden van de controller vast.

6. Het dagelijks bestuur stelt, gehoord het algemeen bestuur, een controllerstatuut vast waarin de taken en bevoegdheden van de controller zijn vastgelegd. Toegevoegd: Vaststelling of wijziging van het controllerstatuut 7. Vaststelling of wijziging van het organisatiestatuut geschiedt bij unanimiteit. geschiedt bij unanimiteit. Artikel 21. Commissies Artikel 23. Commissies 1. Het algemeen bestuur kan vaste en andere 1. Het algemeen bestuur kan commissies van advies commissies van advies aan het algemeen bestuur instellen. Het regelt de bevoegdheden en de instellen, waaronder: samenstelling. a. een vaste commissie van advies GGD aan het algemeen (en dagelijks) bestuur bestaande uit 2. De instelling van vaste commissies van advies aan leden van de colleges van burgemeester en het dagelijks bestuur of aan de voorzitter en de regeling wethouders die deelnemen aan de regeling en die de van haar bevoegdheden en samenstelling geschieden GGD in hun portefeuille hebben; door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk van de voorzitter.

Art. 24

b. een vaste commissie van advies Veilig Thuis aan het algemeen (en dagelijks) bestuur bestaande uit leden 3. Andere commissies van advies aan het dagelijks van de colleges van burgemeester en wethouders die bestuur of aan de voorzitter worden door het dagelijks deelnemen aan de regeling en die Veilig Thuis in hun bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. portefeuille hebben; c. een vaste commissie van advies voor de rekening, 4. Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam kan die tot taak heeft de jaarrekening en het jaarverslag commissies instellen met het oog op de behartiging van te onderzoeken teneinde tot een oordeel te komen bepaalde belangen. Het algemeen bestuur regelt de over de doelmatigheid van het gevoerde financiële bevoegdheden en de samenstelling. beheer en beleid. De rekeningcommissie brengt advies uit aan het algemeen bestuur. 5. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld in het vierde lid dan 2. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en nadat de raden van de deelnemende gemeenten van de samenstelling van de vaste en andere commissies dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de van advies aan het algemeen bestuur. gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 3.

Het algemeen bestuur kan op voorstel van het dagelijks bestuur besluiten tot instelling van vaste 6. Op voorstel van de raden van de deelnemende commissies van advies aan het dagelijks bestuur. Het gemeenten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur een algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en de gemeenschappelijke adviescommissie in die het samenstelling. algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende 4. Het dagelijks bestuur kan andere commissies van gemeenten met betrekking tot de regeling kan advies aan het dagelijks bestuur instellen. Het voorbereiden of de raden van advies kan voorzien. dagelijks bestuur regelt de bevoegdheden en de samenstelling. 7. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden, de taken en werkwijze van de commissie zoals bedoeld in het zesde lid, nadat het de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid heeft gesteld hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Artikel 22. Begroting Artikel 24. Begroting

1. Het dagelijks bestuur zendt, vóór 15 april van het 1. Het dagelijks bestuur zendt, vóór 30 april van het jaar jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de gemeenten. De begroting bestaat uit de raden van de gemeenten. De begroting bestaat uit de van elkaar gescheiden programma’s GGD en VT. van elkaar gescheiden programma’s GGD en VT. … … 3. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en 3. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en de toelichting daarop ten minste acht weken voor de toelichting daarop voor 30 april voorafgaand aan vaststelling door het algemeen bestuur toe aan de vaststelling door het algemeen bestuur toe aan de raden raden van de gemeenten. van de gemeenten. 4. De raden van de gemeenten kunnen binnen acht 4. De raden van de gemeenten kunnen binnen twaalf weken na ontvangst van de ontwerpbegroting hun weken na ontvangst van de ontwerpbegroting hun zienswijze over die begroting bij het dagelijks bestuur zienswijze over die begroting bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de naar voren brengen.

Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze zijn vervat, bij de commentaren waarin deze zienswijze zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur bestuur wordt aangeboden. wordt aangeboden. … … 7. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen 6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 1 augustus van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor september van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, aan de colleges van burgemeester de begroting dient, aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en aan en wethouders van de gemeenten en aan gedeputeerde gedeputeerde staten van Zuid-Holland. staten van Zuid-Holland. 8. Het bepaalde in dit artikel is mede van toepassing op 7.

Het bepaalde in dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting met besluiten tot wijziging van de begroting met uitzondering uitzondering van de in het zevende lid genoemde van de in het zevende lid genoemde datum voor datum voor inzending, en met dien verstande dat de inzending, en met dien verstande dat de zienswijzenprocedure bedoeld in het vierde lid niet van zienswijzenprocedure bedoeld in het vierde lid niet van toepassing is op een besluit tot wijziging van de toepassing is op een besluit tot wijziging van de begroting waarbij de bijdragen van de gemeenten niet begroting waarbij de bijdragen van de gemeenten niet

veranderen en er niet wordt geschoven tussen programmaonderdelen in de begroting, het programma GGD en het programma Veilig Thuis.

Art. 25

Art. 26

veranderen en er niet wordt geschoven tussen programmaonderdelen in de begroting, het programma GGD en het programma Veilig Thuis.

Verwijderd: 6. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de gemeenten. Artikel 23. Financiering uitvoering takenpakket; bijdragen deelnemers …

Artikel 25. Financiering uitvoering takenpakket; bijdragen deelnemers … Toegevoegd: 6. De deelnemers betalen bij wijze van voorschot jaarlijks telkens de helft van de door hen verschuldigde bijdrage. De in het zesde lid bedoelde bijdrage wordt op een daartoe strekkend verzoek van het dagelijks bestuur, door de deelnemers binnen zes weken voldaan. Artikel 24. Vergoeding dienstverlening gemeente Den Artikel 26. Vergoeding dienstverlening gemeente Den Haag Haag 1. Voor de uitvoering van het basispakket GGD, 1. Voor de uitvoering van het basispakket GGD, pluspakket GGD en pakket VT is het openbaar lichaam pluspakket GGD en pakket VT is het openbaar lichaam aan de gemeente Den Haag een vergoeding aan de gemeente Den Haag een vergoeding verschuldigd. De hoogte van die vergoeding wordt verschuldigd. De hoogte van die vergoeding wordt jaarlijks voor 1 april voor het daaropvolgende jaar, door jaarlijks voor 30 april voor het daaropvolgende jaar, door het college van burgemeester en wethouders van de het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag en door het dagelijks bestuur, gemeente Den Haag en door het dagelijks bestuur, binnen de kaders gesteld door het algemeen bestuur, binnen de kaders gesteld door het algemeen bestuur, vastgesteld. vastgesteld. … … 3. Financiele tekorten van de Uitvoeringsorganisatie 3.

Over financiële tekorten van de GGD en de Uitvoeringsorganisatie VT die niet worden Uitvoeringsorganisatie GGD en de Uitvoeringsorganisatie gedekt door voorzieningen daaromtrent in de VT die niet worden gedekt door voorzieningen

dienstverleningsovereenkomst komen niet ten laste van het openbaar lichaam. Art. 27

Art. 28

daaromtrent in de dienstverleningsovereenkomst worden nadere afspraken gemaakt in het financieel statuut. Artikel 25. Jaarrekening Artikel 27. Jaarrekening … … 2. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 februari ten 2. Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 maart ten behoeve van het opstellen van de gemeentelijke behoeve van het opstellen van de gemeentelijke jaarrekening en het gemeentelijke jaarverslag de jaarrekening en het gemeentelijke jaarverslag de benodigde gegevens aan de raden van de benodigde gegevens aan de raden van de deelnemende deelnemende gemeenten. Het dagelijks bestuur zendt gemeenten. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april de vóór 15 april de voorlopige jaarrekening aan de raden voorlopige jaarrekening aan de raden van de van de deelnemende gemeenten. deelnemende gemeenten. Artikel 26. Toetreding Artikel 28. Toetreding … … 3. Toetreding en uittreding dient te geschieden per 1 2. Toetreding dient te geschieden per 1 januari van enig januari van enig jaar, waarbij in het geval van jaar. uittreding een opzegtermijn van tenminste twee jaar in acht wordt genomen. 3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan voorwaarden verbinden aan de 4.

Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding, waarbij de belangen van alle deelnemers toetreding of de uittreding en kan voorwaarden worden gewogen, en de vertegenwoordiger van het verbinden aan de toetreding of uittreding, waarbij de college van burgemeester en wethouders van Den Haag belangen van alle deelnemers worden gewogen, en de in het algemeen bestuur in ieder geval moet hebben vertegenwoordiger van het college van burgemeester ingestemd met de voorwaarden. en wethouders van Den Haag in het algemeen bestuur in ieder geval moet hebben ingestemd met de voorwaarden Verwijderd: 2. Uittreding van een college van burgemeester en wethouders van een gemeente uit de regeling is mogelijk voor zover dit niet in strijd is met het bij of krachtens enige wettelijke regeling bepaalde.

Art. 30

-

Toegevoegd: Artikel 30 Uittreding 1. Een deelnemer kan geheel of gedeeltelijk uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van het betreffende college en na verkregen toestemming van de betreffende raad. Onder gedeeltelijk uittreden wordt verstaan het vanaf een bepaalde datum niet langer afnemen van diensten van c.q. het niet langer delegeren van tot dan toe gedelegeerde taken en bevoegdheden of het niet langer mandateren van tot dan toe gemandateerde taken en bevoegdheden aan de gemeenschappelijke regeling. 2. In het geval diensten, taken en bevoegdheden door alle colleges die de betreffende diensten, taken en bevoegdheden afnemen hebben gedelegeerd of gemandateerd met ingang van dezelfde datum niet langer worden afgenomen c.q. niet langer worden gedelegeerd of gemandateerd, stellen de colleges met elkaar een plan op waarin alle aspecten en gevolgen daarvan worden geregeld, zodat er geen sprake is van achterblijvende kosten en achterblijvend personeel. 3. Een college zendt het besluit tot uittreding aan het Algemeen Bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het Algemeen Bestuur het besluit heeft ontvangen. 4. Tenzij het Algemeen Bestuur een kortere termijn bepaalt, kan de (gedeeltelijke) uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede

kalenderjaar volgend op de datum van de in het tweede lid bedoelde ontvangstdatum.

Art. 31

-

5. Het dagelijks bestuur zendt een besluit tot (gedeeltelijke) uittreding van een deelnemer aan overige deelnemers. Toegevoegd: Artikel 31 Uittredingsplan 1. Het Algemeen Bestuur stelt een uittredingsplan vast. Het uittredingsplan regelt de gevolgen van de uittreding. 2. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële -, juridische -, personele - en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 3. Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 4. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt, als bedoeld in artikel 31 lid 5 en 6. 5. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn.

6. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 7. Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt, als bedoeld in artikel 31 lid 4, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom. 8. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. 9. De in het derde lid bedoelde systematiek wordt gebaseerd op: a. Relevante regelgeving; b. Relevante jurisprudentie; c. Feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom.

10. Het openbaar lichaam alsmede de uittredende deelnemer is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het Algemeen Bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. 11.Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het vierde lid wordt een risico-opslag van tien procent toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen.

Art. 32

12. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. Toegevoegd: Artikel 32 Externe deskundige 1. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het Algemeen Bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het Algemeen Bestuur het conceptuittredingsplan voorbereidt. De onafhankelijke deskundige kan, in overleg met het Algemeen Bestuur, voor specifieke onderdelen van het Uittredingsplan andere deskundigen inschakelen.

2. De kosten voor het inschakelen van de onafhankelijke externe deskundige en overige ingeschakelde deskundigen vallen onder de frictiekosten als bedoeld in artikel 31, lid 5. 3. Het Algemeen Bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het Dagelijks Bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het Algemeen Bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van meerderheid van stemmen in het Algemeen Bestuur. Toegevoegd: Artikel 33 Uittreedsom 1. Ten minste 12 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het Algemeen Bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het Algemeen Bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 31, derde lid en op de jaarrekening van het openbaar lichaam over het meest recent verstreken begrotingsjaar. 2. Uiterlijk 6 maanden na het moment van uittreding stelt het Algemeen Bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het Algemeen Bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 31, derde lid en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.

3. Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het Algemeen Bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het Algemeen Bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Als de uittredende deelnemer kiest voor betaling in termijnen kan het Algemeen Bestuur een rentevergoeding in rekening brengen. Toegevoegd: Artikel 34 Verplichtingen uittreder 1. De uittredende deelnemer is gehouden zich in te spannen om de formatie van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.

Art.

Artikel 28. Opheffing … 2. Het algemeen bestuur stelt, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten gehoord, een liquidatieplan vast en regelt met

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden. Artikel 35. Opheffing … 2. Het algemeen bestuur stelt, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten gehoord, een liquidatieplan vast en regelt met

Art. 38

Art. 39 Art. 40

inachtneming van het bepaalde in artikel 23, eerste lid, inachtneming van het bepaalde in artikel 25, eerste lid, de vereffening van het vermogen. de vereffening van het vermogen. Artikel 31. Duur en inwerkingtreding Artikel 38. Duur en inwerkingtreding … … 2. Zij treedt in werking met ingang van 1 januari 2018. 2. Zij treedt in werking met ingang van 1 juli 2024. Artikel 32. Artikel 39. Publicatieblad … … Artikel 33 Artikel 40. Evaluatie Het algemeen bestuur evalueert voor 1 januari 2023 en nadien ten minste een maal per vier jaar het functioneren van de regeling. Het algemeen bestuur bepaalt voorafgaand aan de uitvoering van de evaluatie, gehoord de raden van de deelnemende gemeenten, het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie.

Het algemeen bestuur evalueert in 2024 en nadien om de vier jaar het functioneren van de regeling. Het algemeen bestuur bepaalt voorafgaand aan de uitvoering van de evaluatie, gehoord de raden van de deelnemende gemeenten, het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13500097/1