2 Was-wordt lijst wijzigingswet consequenties MRDH
Tekst van het document
Was-wordt lijst Wet tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen
Pagina 1 van 11
1. Inleiding
1. Algemeen
Op 1 juli 2022 is de Wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen in werking getreden. Deze wet wijzigt o.a. de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet. Een aantal wijzigingen zijn per 1 juli 2022 in werking getreden. Een aantal andere wijzigingen betreffen bepalingen waarvoor de Gemeenschappelijke regeling (mogelijk) aangepast dient te worden. MRDH heeft twee jaar vanaf 1 juli 2022 de tijd om deze wijzigingen door te voeren. Een aantal wijzigingen zijn verplicht en een aantal betreffen kan-bepalingen. Hieronder worden de voor de MRDH relevante wijzigingen opgesomd, waarbij ook wordt aangegeven wat dit betekent voor de MRDH en in hoeverre de GR kan of moet worden aangepast. De wijzigingen zijn in de wetsartikelen in het rood aangegeven.
Pagina 2 van 11
Overzicht wijzigingen voorgenomen wijziging WGR
Wet gemeenschappelijke regelingen
Afdeling 2 Algemene bepalingen Artikel 9 1. De regeling houdt bepalingen in omtrent wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, en de deelnemende gemeenten, met inachtneming van artikel 1. 2. De regeling waarbij een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie wordt ingesteld houdt bepalingen in omtrent de vereffening van het vermogen ingeval dat openbaar lichaam wordt ontbonden. 3. Het bij een regeling ingestelde openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie blijft na zijn ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is.
Nb. artikel 8, eerste en derde lid: openbaar lichaam cq. bedrijfsvoeringsorganisatie
Consequentie MRDH
Wijzigen GR Ja, uittredingsregels opnemen in GR
De GR MRDH bevat nu nog geen expliciete bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon. Verder bepaalt artikel 6:4 uit de GR dat er een liquidatieplan moet komen en het AB uittredingsregels kan vaststellen. Deze Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 zijn ook opgesteld en door het AB op 12 juli 2019 vastgesteld. Daarin zijn, hoewel in andere terminologie, ook regels omtrent het vermogen opgenomen .
Artikel 10 1 De regeling vermeldt het belang of de belangen ter behartiging waarvan zij is getroffen of gewijzigd. 2 Een regeling, waarbij gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede of derde lid, geeft aan welke bevoegdheden de besturen van de deelnemende gemeenten aan het bestuur van het openbaar lichaam of de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk aan het Pagina 3 van 11
gemeenschappelijk orgaan bij het aangaan van de regeling overdragen. Een regeling als hier bedoeld kan bepalingen inhouden omtrent de wijze waarop verandering kan worden gebracht in de overgedragen bevoegdheden, met dien verstande dat niet kan worden bepaald dat het bestuur van het openbaar lichaam of de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan kan besluiten tot uitbreiding van de overgedragen bevoegdheden. 3 Een regeling als bedoeld in het tweede lid houdt bepalingen in omtrent de inrichting en samenstelling van het bestuur van het openbaar lichaam onderscheidenlijk de samenstelling van het gemeenschappelijk orgaan en wijst de plaats van vestiging aan. 4 Een regeling als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede of derde lid, kan aangeven dat een ombudsman of ombudscommissie van een van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 81p, eerste lid, van de Gemeentewet bevoegd is tot de behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Indien een regeling de hiervoor bedoelde bevoegdheid instelt, dan wel deze beëindigt, zendt het bestuur de regeling aan de Nationale ombudsman. 5.
Een regeling als bedoeld in het tweede lid houdt bepalingen in omtrent de besluiten van het bestuur van het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan, waarover de raden van de deelnemende gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit, met uitzondering van het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting, bedoeld in artikel 35, en besluiten als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, en de wijze waarop de zienswijze gegeven kan worden. 6. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is stelt het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan, de raden van de deelnemende gemeenten en, indien het een besluit van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam betreft, het algemeen bestuur van het openbaar lichaam schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vorige lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 7. Een regeling als bedoeld in het tweede lid houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden. 8.
De in het zevende lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover in de regeling niet anders is bepaald.
Consequentie MRDH
Wijzigen GR Ja, voor lid 6 en lid 7
Lid 5: artikel 2 van de GR MRDH geeft reeds een overzicht van zienswijzeplichtige besluiten Lid 6: het dagelijks bestuur moet reeds voorafgaand aan besluitvorming over een zienswijzeplichtig document de raden en het algemeen bestuur “schriftelijk en gemotiveerd in kennis (stellen) van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vorige lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt”.
De bevoegdheid om de (concept) nota van beantwoording voor te bereiden en te laten verspreiden ligt hiermee bij het dagelijks bestuur. In de huidige praktijk wordt de concept nota van beantwoording eerst behandeld in het DB en (indien van toepassing de Bc’s) en daarna op de website gepubliceerd voor de AB-vergadering (immers een openbaar stuk) en verstuurd aan alle AB-leden. Daarmee heeft elke gemeente nog voldoende mogelijkheid om te reageren op de nota van beantwoording. Deze verzending zal verruimd worden tot toezending aan de raden. Pagina 4 van 11
Lid 7: burgerinspraak. De Memorie van Toelichting stelt dat uit dit artikel dus een verplichting voortvloeit om afspraken te maken omtrent participatie in de gemeenschappelijke regeling, echter de keuze voor het openen van welke mogelijkheid wordt overgelaten aan de gemeenschappelijke regeling. In de huidige Reglementen van Orde is geregeld dat burgers wel mogen inspreken bij de commissies en het AB. Dit wordt opgenomen in de GR.
Artikel 11a Artikel 11a Een regeling houdt bepalingen in omtrent de evaluatie van de regeling.
Consequentie MRDH
Wijzigen GR nee
De GR MRDH heeft in hoofdstuk 8 reeds bepalingen opgenomen over evaluatie van de regeling.
Artikel 17 1. De regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop door het bestuur van het openbaar lichaam of de bedrijfsvoeringsorganisatie of door het gemeenschappelijk orgaan aan de raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen worden verstrekt. 2. Het bestuur van het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan geeft de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 3. De regeling, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede of derde lid, houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop de inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, worden verstrekt.
Consequentie MRDH Lid 1: Het vigerende artikel 17 is nu niet verwerkt in de GR MRDH. Deze wijziging van de GR staat op het lijstje van de actualisatie Wel is in de reglementen van orde opgenomen hoe een raadslid of een raad aan informatie kan komen. Het gaat hier om een passieve informatieplicht (informatie verstrekken op verzoek)
Wijzigen GR Ja. Voor lid 1 en lid 3
Deze regels zullen in de GR opgenomen dienen te worden.
Pagina 5 van 11
Lid 2: In lid 2 wordt nu toegevoegd dat er een actieve informatieplicht is ten aanzien van informatie die de raad nodig heeft voor de uitoefening van haar taak. Deze actieve informatieplicht staat al opgenomen in de GR MRDH In de GR staat nu in het eerste lid van artikel 2:2 Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden 1.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de vertegenwoordigende organen alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. Met betrekking tot het tweede lid (zie lid 3) is tevens de vraag hoe je bepaalt welke informatie actief aan de raden ter beschikking dient te worden gesteld. De Memorie van Toelichting geeft hier geen voorbeelden of verduidelijkingen.
Artikel 24a Artikel 24a 1. Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur van een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie in die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden of de raden van advies kan voorzien. 2. Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam regelt de bevoegdheden, de taken en werkwijze van de commissie, nadat het de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid heeft gesteld hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 3. De commissie bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden worden aangewezen. Een raad kan besluiten geen lid aan te wijzen. 4. Het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie eindigt van rechtswege op het moment dat men ophoudt lid te zijn van de raad uit wiens midden men aangewezen is. 5. Artikel 22 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de commissie. 6. De leden van de gemeenschappelijke adviescommissie kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen.
De hoogte van de vergoeding staat in redelijke verhouding tot de aan het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het lid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad. De artikelen 96, tweede en derde lid, tweede zin, 98 en 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regels, zijn van overeenkomstige toepassing.
Consequentie MRDH
Wijzigen GR
Pagina 6 van 11
Artikel 24 Wgr regelt de instelling van commissies van advies bestaande uit raadsleden. Deze instelling is mogelijk als alle raden van de deelnemers dit gezamenlijk wensen.
Nee, als alle raden van de deelnemers gezamenlijk gebruik willen maken van deze ruimere mogelijkheden dan kan dat door het indienen van een gezamenlijk verzoek waarna het AB een verordening vaststelt na een zienswijzeprocedure
Het huidige artikel 24 Wgr biedt nu ook de mogelijkheid om commissies in te stellen die advies kunnen geven aan het algemeen bestuur. MRDH heeft op basis van dit huidige artikel reeds adviescommissies aan het AB ingesteld, die gevraagd en ongevraagd advies mogen geven aan zowel AB, DB als de Bc’s. Lid 5 is alleen van toepassing op een commissie ex artikel 24a. Commissies ex artikel 24 kennen deze mogelijkheid niet.
Pagina 7 van 11
Afdeling 3 Bevoegdheden Artikel 34 1 Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2 Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 3 Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 4 Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.
Consequentie MRDH
Wijzigen GR Nee.
In combinatie met artikel 35: De ontwerp begroting zal met ingang van 2023 iets later worden vrijgegeven en de gemeenten krijgen 12 weken de tijd om een zienswijze in te dienen. Dat was voorheen formeel 8 weken, waarbij de MRDH in de praktijk 9 weken hanteerde. De zienswijzeperiode zal nu begin juli eindigen in plaats van voorheen eind mei. Dat geeft de gemeenten meer tijd om het besluitvormingsproces over de gemeentelijke zienswijze ordentelijk af te ronden voor het zomerreces. Vaststelling van de begroting en de beantwoording van de zienswijzen vindt met ingang van 2023 plaats na het zomerreces in plaats van voor het zomerreces.
Deze termijnen zijn per 1-7-2022 gewoon in werking getreden.
Artikel 34b Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt vóór 15 april 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Consequentie MRDH
Wijzigen GR
Er onstaat hierdoor iets meer ruimte voor het ordentelijk besluiten op het vrijgeven van de voorlopige jaarrekening door het dagelijks bestuur van de GR.
Nee. Deze termijnen zijn per 1-7-2022 gewoon in werking getreden. Pagina 8 van 11
De financiële en beleidsmatige kaders (lees kadernota) wordt al aan de gemeenten verzonden als bijlage bij de ontwerpbegroting die eind maart aan de raden wordt verzonden. Artikel 35 1 Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt de ontwerpbegroting acht weken twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, onderscheidenlijk acht weken twaalf weken voordat zij door het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan wordt vastgesteld, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2 De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 3 De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4.
Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5 Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6 Het eerste, derde en vierde lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. In de gemeenschappelijke regeling kan worden bepaald ten aanzien van welke categorieën begrotingswijzigingen hiervan kan worden afgeweken. 7 De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens deze wet niet is afgeweken.
Consequentie MRDH
In combinatie met artikel 34: De ontwerp begroting zal met ingang van 2023 iets later worden vrijgegeven en de gemeenten krijgen 12 weken de tijd om een zienswijze in te dienen. Dat was voorheen formeel 8 weken, waarbij de MRDH in de praktijk 9 weken hanteerde. De zienswijzeperiode zal nu begin juli eindigen in plaats van voorheen eind mei. Dat geeft de gemeenten meer tijd om het besluitvormingsproces over de gemeentelijke zienswijze ordentelijk af te ronden voor het zomerreces. Vaststelling van de begroting en de beantwoording van de zienswijzen vindt met ingang van 2023 plaats na het zomerreces in plaats van voor het zomerreces.
wijzigen GR Nee, voor het begrotingsproces wordt in de GR verwezen naar artikel 35.
Wel dient in de GR de Begroting in een ander artikel te komen staan. Nu staat de P&C cyclus abusievelijk in de lijst met de door de MRDH zelf gekozen zienswijzeonderwerpen. (actualisatie)
Pagina 9 van 11
N.a.v. nieuw lid 4: Voor de MRDH betekent dit dat het dagelijks bestuur de concept nota-van beantwoording aan de gemeenteraden stuurt, voorafgaand aan besluitvorming door het algemeen bestuur over de begroting. In de huidige manier van werken wordt de concept nota van beantwoording eerst behandeld in het DB en daarna gepubliceerd voor de AB-vergadering (het is immers een openbaar stuk) en verstuurd aan alle AB-leden. Dit kan uitgebreid worden naar alle raden.
Gemeentewet Artikel 184 1 De rekenkamer heeft de in de volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van de volgende instellingen en over de volgende periode: a. openbare lichamen, bedrijfsvoeringsorganisaties en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling; b. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten, meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten, meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt; c. andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten, of een of meer derden voor rekening en risico van de gemeente of gemeenten rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft.
2 De rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten ontbreken, kan de rekenkamer van de betrokken instelling de overlegging daarvan vorderen. 3 De rekenkamer kan, indien de documenten, bedoeld in het tweede lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een onderzoek instellen een onderzoek instellen, waaronder een onderzoek naar het gevoerde bestuur van de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. De rekenkamer stelt de raad en het college de raad, het college en indien een onderzoek wordt ingesteld naar het gevoerde bestuur van een instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de rekenkamers van de deelnemende gemeenten en provincies aan deze instelling van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis.
Consequentie MRDH Geen. Gemeentelijke rekenkamer kon altijd al een onderzoek instellen bij de GR. Deze wijziging dient gezien te worden als een verdere inkleuring van de bevoegdheid van de rekenkamer.
Wijzigen GR Nee
Pagina 10 van 11
Pagina 11 van 11