2.1 Voorontwerpbestemmingsplan - toelichting
Tekst van het document
BP Verzamelplan PijnackerNootdorp 2023/2024
datum projectnummer
5 mei 2023 230083
Rapport
Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 548 85 33 33 info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl
Verzamelplan Pijnacker Nootdorp project projectnummer projectleider
opdrachtgever
BP Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2023/2024 230083 Marcel Volbeda Gemeente Pijnacker-Nootdorp
paraaf gecontroleerd
Marcel Volbeda
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Inleiding Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend plangebied Planvorm Planproces Leeswijzer
1 1 1 3 3 3 4
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
Planbeschrijving Kortelandsedreef nabij 9, Nootdorp (A) Zwolse Anjer 65, Nootdorp (B) Overgauwseweg 50, Pijnacker (C) Gildeweg 32-A, Nootdorp (D) Overgauwseweg 75, Pijnacker (E) Klapwijkseweg 41, Pijnacker (F) Bedrijvenpark Heron, Nootdorp (G) Rijskade 1A, Pijnacker (H) Katwijkerlaan 37, Pijnacker (I)
5 5 6 7 8 9 10 11 12 13
3 3.1 3.2 3.3
Juridische Planbeschrijving Verantwoording planvorm Systematiek bestemmingen Planregels
14 14 14 14
4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1
Beleidskader Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ladder van duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Omgevingsvisie Zuid Holland Omgevingsverordening Zuid-Holland Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Pijnacker Nootdorp
17 17 17 18 18 18 19 20 20
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.6.1 5.6.2 5.7 5.8 5.9
Planologisch relevante (milieu)aspecten Inleiding Milieueffectrapportage Bodem Waterhuishouding Archeologie en cultuurhistorie Ecologie Natuurgebieden Flora en fauna Akoestiek Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid
21 21 21 22 23 26 28 28 29 30 31 32
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
5.10 5.11
Luchtkwaliteit Verkeer en parkeren
33 34
6 6.1 6.2 6.3
Uitvoerbaarheid Algemeen Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
35 35 35 35
Bijlagen Bijlage 1 Archeologisch onderzoek locatie A Bijlage 2 Bodemonderzoek locatie A Bijlage 3 Watersleutel locatie A Bijlage 4 Akoestisch onderzoek locatie A Bijlage 5 Quickscan Wet natuurbescherming locatie A Bijlage 6 AERIUS-calculatie locatie A Bijlage 7 Archeologisch onderzoek locatie C Bijlage 8 Bodemonderzoek locatie C Bijlage 9 Watersleutel locatie C Bijlage 10 Quickscan Wet natuurbescherming locatie C Bijlage 11 AERIUS-calculatie locatie C Bijlage 12 Bodemonderzoek locatie E Bijlage 13 Watersleutel locatie E Bijlage 14 Akoestisch onderzoek locatie E Bijlage 15 Quickscan Wet natuurbescherming locatie E Bijlage 16 AERIUS-calculatie locatie E Bijlage 17 Bodemonderzoek locatie F Bijlage 18 Watersleutel locatie F Bijlage 19 Akoestisch onderzoek locatie F Bijlage 20 Quickscan Wet natuurbescherming locatie F Bijlage 21 AERIUS-calculatie locatie F Bijlage 22 Archeologisch onderzoek locatie I Bijlage 23 Bodemonderzoek locatie I Bijlage 24 Watersleutel locatie I Bijlage 25 Akoestisch onderzoek locatie I Bijlage 26 Quickscan Wet natuurbescherming locatie I Bijlage 27 AERIUS-calculatie locatie I
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
De gemeente Pijnacker-Nootdorp is voornemens om voor het gehele grondgebied van de gemeente een bestemmingsplan op te stellen waarin diverse ontwikkelingen juridisch mogelijk worden gemaakt. Het plangebied van het op te stellen bestemmingsplan bevindt zich verspreid over het gehele grondgebied van de gemeente. Het betreffen op zichzelf staande ontwikkelingen. In totaal gaat het om 9 locaties. Het doel van voorliggend bestemmingsplan is de bestemmingsregelingen voor de hieronder te noemen locaties aan te passen aan de gewenste situatie: A. B. C. D. E. F. G. H. I.
Kortelandsedreef nabij 9 (Nootdorp): bouwen kleine seniorenwoning; Zwolse Anjer 65 (Nootdorp): bestemmingswijziging perceel C 4971 van Verkeer naar Tuin; Overgauwseweg 50 (Pijnacker): bouwen loods; Gildeweg 32-A (Nootdorp): legaliseren strijdig gebruik yogastudio; Overgauwseweg 75 (Pijnacker): Herontwikkeling van een bestaande boerderij ten behoeve van één bouwvolume voor bewoning. (Uitgevoerd als een vrijstaande woning of een twee-onder-een-kapwoning); Klapwijkseweg 41 (Pijnacker): Verkavelen perceel; Bedrijvenpark Heron perceel 6433 (Fugro) (Nootdorp): gevellijn toevoegen aan de Stoomweg; Rijskade 1A (Pijnacker) (Intratuin Pijnacker): de functieomschrijving van tuincentrum behorende bij de detailhandel bestemming uit te breiden; en: Katwijkerlaan 37 (Pijnacker): het aanpassen van de goot- en nokhoogte naar respectievelijk 6 en 9 meter ten behoeve van de realisatie van een nieuwe caravanstalling.
Met het nieuwe bestemmingsplan ontstaat de situatie, dat het bestemmingsplan een actueel en correct beeld geeft van de functies en een kader vormt waardoor (toekomstige) aanvragen voor een omgevingsvergunning kunnen worden getoetst. Het bestemmingsplan sluit aan bij de actuele juridische en planologische situatie en voldoet aan de vormvereisten van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). 1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied bestaat uit 9 verschillende op zichzelf staande deelgebieden. In figuur 1 is een overzicht van al deze locaties weergegeven, waarbij de belettering correspondeert met de nummering zoals gehanteerd in paragraaf 1.1 en 1.3.
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 1/62
Figuur 1: Situering plangebied binnen Pijnacker-Nootdorp
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 2/62
1.3
Vigerend plangebied
Toetsingskader Voor de locaties zijn momenteel diverse bestemmingsplanning van kracht. In onderstaande tabel is voor elke locatie zichtbaar welk bestemmingsplan vigerend is. Locatie
Vigerend plan
Vastgesteld
B
Kortelandsedreef nabij 9, Nootdorp Zwolse Anjer 65, Nootdorp
Ypenburg-Centraal Parapluplan 2022 Nootdorp-Zuid Parapluplan 2022
9 november 2022 9 november 2022 27 oktober 2016 9 november 2022
C
Overgauwseweg 50, Pijnacker
Duurzame Glastuinbouwgebieden 1e herziening Duurzame Glastuinbouwgebieden Partiële herziening ‘Agrarische Glastuinbouwbestemmingen’ Parapluplan 2022
24 februari 2011 27 oktober 2016 19 december 2019
A
9 november 2022
D
Gildeweg 32-A, Nootdorp
Oostambacht 2017 Parapluplan 2022
29 september 2017 9 november 2022
E
Overgauwseweg 75, Pijnacker
F
Klapwijkseweg 41, Pijnacker
Tuindershof 2019 Parapluplan 2022 Ackerswoude 2022
19 december 2019 9 november 2022 24 oktober 2022
G
Bedrijvenpark Heron, Nootdorp Rijskade 1A, Pijnacker
1e partiële herziening bedrijvenpark Heron Parapluplan 2022 Duurzame Glastuinbouwgebieden 1e herziening Duurzame Glastuinbouwgebieden Partiële herziening ‘Agrarische Glastuinbouwbestemmingen’ Parapluplan 2022 Katwijk en Nieuwkoop Partiële herziening ‘Agrarische Glastuinbouwbestemmingen’ Parapluplan 2022
29 mei 2019 9 november 2022 24 februari 2011 27 oktober 2016 19 december 2019
H
I
Katwijkerlaan 37, Pijnacker
9 november 2022 1 juni 2017 19 december 2019 9 november 2022
Onderhavig bestemmingsplan vervangt deze plannen voor de in het plangebied gelegen locaties. 1.4
Planvorm
Dit bestemmingsplan is gedetailleerd van karakter. Het plan vormt hierdoor een eenduidig toetsingskader voor de beoordeling van bouwaanvragen en voor een adequate handhaving van de regels. 1.5
Planproces
Het voorontwerp van dit bestemmingsplan zal de inspraakprocedure doorlopen. Hiertoe wordt het plan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende de termijn van terinzagelegging is eenieder de gelegenheid geboden om inspraakreacties naar voren te brengen. De resultaten van deze inspraakprocedure worden gebundeld in de "Nota van Beantwoording inspraak- en overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan 'Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2023/2024". De resultaten van de inspraakprocedure zullen te zijner tijd in het plan verwerkt worden.
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 3/62
Parallel aan de inspraakprocedure is tevens het vooroverleg op grond van art. 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening gevoerd. De resultaten daarvan worden eveneens gebundeld in de Nota Inspraak- en overlegreacties. De vooroverlegreacties zullen verwerkt worden zodra deze beschikbaar zijn. Het ontwerpbestemmingsplan, waarin de wijzigingen op grond van inspraak en vooroverleg zijn verwerkt, wordt wederom ter inzage gelegd. Tijdens deze formele termijn van terinzagelegging van zes weken kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht bij de gemeenteraad. De gemeenteraad zal deze zienswijzen beoordelen en kan eventueel daarin aanleiding vinden om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. De raad zal vervolgens het al dan niet aangepaste - bestemmingsplan vaststellen. 1.6
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing/overleg aan de orde.
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 4/62
2
Planbeschrijving
Inleiding Voor het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het besluitgebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. 2.1
Kortelandsedreef nabij 9, Nootdorp (A)
De gronden van het perceel aan de Kortelandsedreef 9 kennen momenteel de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Met onderhavig verzamelplan wordt de bouw van een seniorenwoning van circa 80m², bestaande uit een bouwlaag in de tuin bij de bestaande woning mogelijk gemaakt. Waar de extra woning gerealiseerd moet worden, zal een bouwvlak opgenomen worden. De bouwhoogte worden bepaald op respectievelijk maximaal 4 meter. Het huidige plangebied is weergeven op onderstaande figuur.
Figuur 2: Vigerend bestemmingsplan Kortelandsedreef 9 Nootdorp
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 5/62
2.2
Zwolse Anjer 65, Nootdorp (B)
De gronden van het perceel aan de Zwolse Anjer 65 hebben momenteel de bestemming ‘Verkeer’. De gronden worden gebruikt als tuin en krijgen met onderhavig verzamelplan de bijbehorende bestemming ‘Tuin’. Het plangebied is weergeven in onderstaande figuur.
Figuur 3: Vigerend bestemmingsplan Zwolse Anjer 65, Nootdorp
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 6/62
2.3
Overgauwseweg 50, Pijnacker (C)
Verzocht is de bouw van een loods toe te staan die op basis van het aantal vierkante meters en bouwhoogte nu in strijd is met het bestemmingsplan. In onderhavig verzamelplan wordt het aantal te bebouwen vierkante meters uitgebreid en de bouwhoogte dusdanig aangepast naar het bouwplan. Het plangebied is weergeven in onderstaande figuur.
Figuur 4: Luchtfoto locatie Overgauwseweg 50, Pijnacker
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 7/62
2.4
Gildeweg 32-A, Nootdorp (D)
De gronden van het perceel aan de Gildeweg 32-A kennen de bestemming ‘bedrijf’. De locatie wordt gebruikt als yoga studio. Met onderhavig verzamelplan zal het strijdig gebruik omtrent de yoga studio worden gelegaliseerd. Het plangebied is weergeven in onderstaande figuur.
Figuur 5: Vigerend bestemmingsplan locatie Gildeweg 32-A, Nootdorp
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 8/62
2.5
Overgauwseweg 75, Pijnacker (E)
Een verzoek is ingediend om het perceel aan de Overgauwseweg 75 op te splitsen ten behoeve van maximaal 2 woningen. Met onderhavig verzamelplan wordt het bouwvlak aangepast (één bouwvolume voor bewoning uitgevoerd als vrijstaande woning of twee-onder-een-kap). In het vigerend bestemmingsplan is slechts één woning toegestaan. Het plangebied is weergeven in onderstaande figuur.
Figuur 6: Luchtfoto plangebied Overgauwseweg 75 Pijnacker
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 9/62
2.6
Klapwijkseweg 41, Pijnacker (F)
De percelen aan de Klapwijkseweg 41 kennen de bestemming ‘Wonen’. Reeds is in het verzamelplan PijnackerNootdorp 2017-2018 de realisatie van twee woningen op de locatie van de schuur mogelijk gemaakt. Enkel is het bouwvlak en voorgevellijn wat ongelukkig om tot een verkaveling te komen voor 2 woningen. Aan de hand van de bovenstaande uitgangspunten biedt het perceel de mogelijkheid om twee vrijstaande woningen haaks aan de Klapwijkseweg te plaatsen, één woning in één bouwmassa of twee vrijstaande woningen naast elkaar parallel aan de Klapwijkseweg zoals nu in het bestemmingsplan omschreven. Onderhavig verzamelplan voorziet in een nieuwe verkaveling van de achterste percelen waardoor de gevellijn verlegd moet worden. On onderstaande figuur is het plangebied weergeven.
Figuur 7: Vigerend bestemmingsplan locatie Klapwijkseweg 41 Pijnacker
Figuur 8: Opties t.o.v. mogelijkheden Lintenvisie: links twee woningen haaks op de Klapwijkseweg verspringend, rechts één woning
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 10/62
2.7
Bedrijvenpark Heron, Nootdorp (G)
Ten behoeve van het nieuwe hoofdkantoor van Fugro is er een plan opgesteld voor het kantoor en parkeergarage. De gevellijn aan de kant van de Stoomweg is bij de 1e Partiele herziening komen te vervallen. In het bouwplan is aangegeven dat er een parkeergarage op de erfgrens aan de kant van de Stoomweg wordt gerealiseerd. Dit is in strijd met het bestemmingsplan. Met onderhavig verzamelplan wordt een nieuwe gevellijn aangebracht om de bouw van een parkeergarage aan de Stoomweg te legaliseren. Het plangebied is weergeven op onderstaande figuur.
Figuur 9: Vigerend bestemmingsplan locatie bedrijvenpark Heron
Figuur 10: Beoogde ontwikkeling locatie bedrijvenpark Heron
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 11/62
2.8
Rijskade 1A, Pijnacker (H)
De gronden ter hoogte van het plangebied Rijskade 1A kennen de bestemming ‘Detailhandel’ met de functieaanduiding ‘Tuincentrum’. In het bestemmingsplan ‘Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2017/2018’ is de zuidwestelijke hoek ook opgenomen ten behoeve van het uitbreiden van het bedrijf. De in dat bestemmingsplan opgenomen bestemming ‘Detailhandel – Tuincentrum’ is op maat gemaakt voor de locatie en daarom nu overgenomen. Onderhavig verzamelplan voorziet in het opnemen van een begripsomschrijving ‘Tuincentrum’. Verder zijn er geen wijzigingen in de bouwmogelijkheden opgenomen. Het plangebied is in rood weergeven in onderstaande figuur.
Figuur 11: Vigerend bestemmingsplan locatie Rijskade 1A Pijnacker
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 12/62
2.9
Katwijkerlaan 37, Pijnacker (I)
Het verzoek is om de goot en nokhoogte van de nieuw te bouwen schuur te verhogen naar respectievelijk 6 en 9 meter ten behoeve van het stallen van caravans. Onderhavig verzamelplan voorziet in het toevoegen van een bouwvlak en het vergroten van het bouwvolume ten behoeve van caravanstalling. Van de gelegenheid is tevens gebruik gemaakt om een drietal bestaande gebouwen eveneens te voorzien van een aanduiding maximaal toegestane goot- en bouwhoogte. De maatvoering komt overeen met de bestaande hoogtematen van de gebouwen.
Figuur 12: Luchtfoto locatie Katwijkerlaan 37 Pijnacker
Figuur 13: Beoogde ontwikkeling Katwijkerlaan 37 Pijnacker
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 13/62
3
Juridische Planbeschrijving
Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen binnen het plangebied. In dit hoofdstuk is een toelichting op de systematiek en de inhoud van de verschillende toegekende bestemmingen van het bestemmingsplan gegeven. 3.1
Verantwoording planvorm
Voor het bestemmingsplan 'Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2023/2024' is gekozen voor de planfiguur van een gedetailleerd plan. De voorziene ontwikkelingen worden hierdoor mogelijk gemaakt, zonder dat ruimte wordt gecreëerd voor andersoortige (niet gewenste) ontwikkelingen. Er ontstaat zo tevens een adequaat toetsingskader voor de toekomst. Aan de opzet van de juridische systematiek worden hoge eisen gesteld, te weten: • De regeling moet praktisch en hanteerbaar zijn. Hanteerbaar voor iedereen die ermee moet werken. Dus zowel voor de diverse gemeentelijke afdelingen als voor de medewerk(st)er van de Informatiebalie; • De regeling moet helder en eenduidig zijn. Discussies over interpretatievraagstukken moeten niet aan de orde zijn; • Daarbij dient ook te worden gekeken naar relevantie: 'niet meer regelen dan nodig is'; • De regeling moet ook voor de burger toegankelijk zijn; • De regeling moet handhaafbaar zijn. Naarmate het juridische systeem logischer en meer doelgericht is, zullen de toegankelijkheid en uitvoerbaarheid beter zijn. Daarmee worden ook controle en handhaving bevorderd. 3.2
Systematiek bestemmingen
Het bestemmingsplan 'Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2023/2024' is opgezet volgens de Wet ruimtelijke ordening die vanaf 1 juli 2008 van kracht is. De opbouw van het bestemmingsplan is conform de SVBP2012 (Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen). De planregels bij het bestemmingsplan zijn als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 komen de Inleidende regels aan bod. Het betreft hier de Begrippen (artikel 1) en de Wijze van meten (artikel 2). In hoofdstuk 2 ‘Bestemmingen’ zijn de planregels, behorende bij de verschillende bestemmingen en dubbelbestemmingen opgenomen. Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ bevat verschillende algemene bepalingen die van toepassing zijn. Tot slot zijn de Overgangs- en slotregels opgenomen in hoofdstuk 4. 3.3
Planregels
Inleidende regels Begrippen In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan en hoe gemeten dient te worden. Bestemmingsregels Bestemmingsregels Detailbestemmingen De detailbestemmingen bestaan uit diverse bestemmingen die afkomstig zijn van de vigerende juridische regelingen ter plaatse. Deze bestemmingen zijn aangepast conform de beoogde ontwikkeling. Op deze wijze worden bestaande rechten en plichten in stand gelaten.
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 14/62
Dubbelbestemmingen De verschillende bestemmingen ‘ ‘Waarde–Archeologie 1’, ‘Waarde-Archeologie-2’, ‘Waarde-Archeologie-3’, ‘Leiding – Water’ en 'Waterstaat-Waterkering' betreffen dubbelbestemmingen waarin de bescherming van de aanwezige, archeologische waarden, leidingbelangen en waterkeringen worden geregeld. Deze zijn conform de standaardregels. Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meegeteld mogen worden bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is een bepaling opgenomen om bestaande, legaal gerealiseerde bebouwing die bijvoorbeeld qua afmetingen buiten de bepalingen van dit bestemmingsplan valt, planologisch-juridisch te borgen. Algemene gebruiksregels In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod gegeven voor gebruik in strijd met de bestemming. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken ten behoeve van niet-ingrijpende bouwactiviteiten.
Algemene wijzigingsregels In deze bepalingen wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven de in het plan opgenomen bestemmingen in geringe mate te wijzigen, indien dit van belang is voor een betere realisering of in verband met een afwijkende toestand van het terrein. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor wijzigingen van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, indien daartoe aanleiding bestaat. Algemene procedureregels In deze bepalingen wordt aangegeven welke procedure gevolgd dient te worden in daarvoor aangewezen gevallen. Overige regels In deze regels worden een tweetal algemeen geldende bepalingen gegeven. Het betreft hier het dynamisch verwijzen naar de gemeentelijke parkeernormen en een bepaling ten aanzien van woningsplitsing en/of samenvoegen. Overgangs- en slotregels Overgangsregels In deze bepalingen wordt inhoud gegeven aan het overgangsrecht betreffende bouwwerken en het gebruik, met de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Slotregel Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze bepaling bevat de titel van het plan. Toelichting op de verbeelding Op de verbeelding, zijn de binnen het plangebied gelegen percelen voorzien van een passende bestemming, conform de in de regels gehanteerde indeling.
Daarnaast zijn middels dubbelbestemmingen de archeologische zones en de zones langs waterkeringen weergegeven, waarbinnen een bijzondere beschermingsregeling geldt. De
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 15/62
aanduidingen geven, daar waar noodzakelijk, een specifieke bepaling per (bouw)perceel weer. In de regels worden, zoals bovenstaand toegelicht, bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen van een juridische bepaling voorzien.
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 16/62
4
Beleidskader
De voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied moeten passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau. Voor de ontwikkelingen binnen het plangebied zijn verschillende beleidsstukken relevant. Hierna zijn kort de belangrijkste bevindingen uit het beleid beschreven en wordt aangegeven hoe de ontwikkelingen binnen het plangebied zich verhouden tot dit beleid. In dit hoofdstuk worden alleen de volgende ontwikkelingen getoetst aan het beleid: • Locatie A, Kortelandsedreef 9 Nootdorp: nieuwbouw seniorenwoningen • Locatie C, Overgauwseweg 50 (Pijnacker): bouwen loods; • Locatie D, Gildeweg 32-A Nootdorp: bestemmingswijziging functies planlocatie; • Locatie E, Overgauwseweg 75 Pijnacker: Aanpassen bouwvlak; • Locatie F, Klapwijkseweg 41 Pijnacker: aanpassen bouwvlak; • Locatie I, Katwijkerlaan 37 Pijnacker: toevoegen bouwvlak en aanpassen bouwvolume. Locaties B, G en H betreffen uitsluitend technische wijzigingen waarvoor een beleidstoets niet noodzakelijk is. 4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die de plangebieden van onderhavige ontwikkelingen overstijgt. Conclusie De planvoornemens zijn passend binnen de Nationale Omgevingsvisie.
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 17/62
4.1.2
Ladder van duurzame verstedelijking
Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.
Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uiteen worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. In het Besluit ruimtelijke ordening is de “ladder duurzame verstedelijking” opgenomen. Dit betekent dat voor onder meer bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke voorzieningen mogelijk maken de treden van de ladder moeten worden doorlopen. Het doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Volgens Bro artikel 1.1.1 lid 1 wordt stedelijke ontwikkeling omschreven als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is, conform het Bro, de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen als verplicht te doorlopen 'stappenschema' ter onderbouwing van stedelijke ontwikkelingen.
In paragraaf 4.2.2 wordt hier nader op ingegaan. Conclusie De ontwikkelingen die in onderhavig bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt hebben geen directe relevantie op rijksniveau. De ladder van duurzame verstedelijking is succesvol doorlopen. De planvoornemens passen binnen de uitgangspunten van het rijksbeleid. 4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie Zuid Holland
Toetsingskader De provincie stuurt op (boven)regionaal niveau op de inrichting van de ruimte in Zuid-Holland. De omgevingsvisie, vastgesteld door Provinciale Staten op 20 februari 2019, (geconsolideerd in werking per 1 april 2023) geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. Hoofddoel van de omgevingsvisie is het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio. Dat betekent: ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. Het beleid bevat een nieuwe sturingsfilosofie. De kern daarvan is: • Ruimte bieden aan ontwikkelingen. • Aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijfsterreinen, kantoren, winkels en mobiliteit.
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 18/62
• •
Allianties aangaan met maatschappelijke partners. Minder toetsen op regels en meer sturen op doelen.
In de omgevingsvisie zijn 4 thema's te onderscheiden: • Beter benutten en opwaarderen. • Versterken stedelijk gebied (agglomeratiekracht) • Versterken ruimtelijke kwaliteit. • Bevorderen van een water- en energie-efficiënte samenleving. Bebouwde ruimte De plangebieden liggen grotendeels binnen de contouren van de 'stads- of dorpsrand'. De provincie Zuid-Holland wil de groei van de bevolking, de mobiliteit en de economische activiteit hoofdzakelijk opvangen in de bestaande netwerken en bebouwde gebieden. De provincie draagt bij aan het beter benutten van de bebouwde ruimte door samen te werken met andere overheden en marktpartijen, en via regelgeving. Dat gebeurt op de volgende manieren: • Het stimuleren en faciliteren van verdichting, herstructurering en transformatie; • Het bevorderen van een actuele, regionale programmering van plannen voor wonen en werken. De provincie zet in op het zoveel mogelijk concentreren van nieuwbouw binnen de bebouwde ruimte. De provincie is zich echter ook zeer bewust dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden om te verdichten. Het bepalen of de woningbehoefte binnen de bebouwde ruimte opgevangen kan worden, is niet alleen een technische afweging (is het fysiek mogelijk om de woningbehoefte te accommoderen) maar bevat ook kwalitatieve elementen.
De provincie beoogt een 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). De Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) is verankerd in de omgevingsvisie. Op 2 locatie vindt nieuwbouw van woningen plaats, te weten de locaties Kortelandsedreef 9 (Nootdorp) en Klapwijkseweg 41 (Pijnacker) waar respectievelijk een nieuwe seniorenwoning en één of twee vrijstaande woningen achter de bestaande woning worden gerealiseerd. Beide locaties liggen in bestaand bebouwd gebied en de nieuwbouw zal ook plaatsvinden binnen het bestaand bebouwd gebied. Voor het overige is er geen sprake van het toevoegen van woningen. 4.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Toetsingskader De verordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; c. zorgvuldig beheren, beschermen en ontwikkelen van de natuur, gelet op de intrinsieke waarde, dierenwelzijn, het behouden en herstellen van de biologische diversiteit, economische belangen, volksgezondheid en openbare veiligheid. Onderhavig verzamelingsplan maakt enkele kleinschalige ontwikkelingen mogelijk. Hierbij worden (qua aard en schaal) geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Op 2 locatie vindt nieuwbouw van woningen plaats, te weten de locaties Kortelandsedreef 9 (Nootdorp) en Klapwijkseweg 41 (Pijnacker) waar respectievelijk een nieuwe seniorenwoning en één of twee vrijstaande woningen achter de bestaande woning worden gerealiseerd. Beide locaties liggen in bestaand bebouwd gebied en de nieuwbouw zal ook plaatsvinden binnen het bestaand bebouwd gebied. Voor het overige is er geen sprake van het toevoegen van woningen. Verder betreft het bij de ontwikkelingen het wijzigen van een bestemming of bestemmingsregels.
Het is dan ook conform
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 19/62
jurisprudentie niet noodzakelijk om de ladder voor duurzame verstedelijking voor deze ontwikkelingen te doorlopen. Conclusie Binnen het voorliggende bestemmingsplan is geen sprake van strijdigheid met de doelen en uitgangspunten zoals omschreven in het provinciale beleid. Voorzien wordt in diverse kleinschalige ontwikkelingen, die conform jurisprudentie niet onder artikel 3.1.6 lid 2 Bro vallen. • terug in artikel 3.7 van de Interim omgevingsverordening. • Rond: kijk niet sectoraal en stel de vraag hoe de ontwikkeling zó kan worden vormgegeven dat deze bijdraagt aan de balans tussen People, Planet en Profit. Rond kijken komt terug in artikel 3.8 van de Interim omgevingsverordening (meerwaardecreatie); 4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Pijnacker Nootdorp
Toetsingskader Wanneer de nieuwe Omgevingswet in werking treedt op 1 januari 2024, wordt het opstellen van een gemeentelijke Omgevingsvisie verplicht gesteld. In de Omgevingsvisie worden de ambities en uitgangspunten van de gemeente Pijnacker-Nootdorp beschreven voor de fysieke leefomgeving. Met de Omgevingsvisie biedt de gemeente perspectief op de lange termijn (tot 2050) en loopt hiermee vooruit op de invoering van de Omgevingswet. Het ontwerp van de Omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen alle elementen van de fysieke leefomgeving die je ruikt, ziet, voelt en hoort wanneer je je door de gemeente beweegt. Door ontwikkelingen in de gemeente af te wegen tegen het gewenste toekomstbeeld ontstaat een integrale visie en samenhangende leefomgeving. Hierop zijn 4 ontwikkelingslijnen ontworpen die beschrijven welke elementen de gemeente koestert en wat er toegevoegd moet worden. Deze ontwikkelingslijnen zijn: • Het behouden van de kwaliteit en kwantiteit van de groengebieden • De woningbouwopgave en het behouden van de karakteristieke woonomgeving • Het toekomstbestendig houden van de bedrijvigheid (waaronder de glastuinbouw) en • De benodigde verduurzaming van de leefomgeving inclusief de energietransitie Conclusie De gemeente stimuleert initiatieven van particulieren en zet in op versterking van de kwaliteit van de kernen en het landelijk gebied.
Er wordt met de ontwikkelingen geen afbreuk gedaan aan de kwaliteit van het bebouwingslint. De - kleinschalige - ontwikkelingen die middels onderhavig verzamelingsplan mogelijk worden gemaakt passen binnen dit gemeentelijk beleid.
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 20/62
5
Planologisch relevante (milieu)aspecten
5.1
Inleiding
Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van onderhavig verzamelingsplan dienen de volgende ontwikkelingen te worden getoetst aan de relevante (milieu)aspecten: • Locatie A, Kortelandsedreef nabij 9 (Nootdorp): realiseren seniorenwoning; • Locatie C, Overgauwseweg 50 (Pijnacker): bouwen loods; • Locatie E, Overgauwseweg 75 (Pijnacker): herontwikkeling van een bestaande boerderij ten behoeve van één bouwvolume voor bewoning; • Locatie F, Klapwijkseweg 41 (Pijnacker): realiseren één of twee woningen achter bestaande woning; • Locatie I, Katwijkerlaan 37 (Pijnacker): vergroten bouwvolumen ten behoeve van caravanstalling. Locaties B, G en H betreffen uitsluitend technische wijzigingen waarvoor een nadere toetsing niet noodzakelijk is. 5.2
Milieueffectrapportage
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r. beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijk) belangrijke nadelige milieu gevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r. plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. is de activiteit 'stedelijk ontwikkelingsproject' (onderdeel D11.2) opgenomen met een drempelwaarde van 100 hectare of 2000 of meer woningen.
Op 2 locatie vindt nieuwbouw van woningen plaats, te weten de locaties Kortelandsedreef 9 (Nootdorp), Overgauwseweg 75 (Pijnacker) en Klapwijkseweg 41 (Pijnacker). Op de locatie Kortelandsedreef wordt een nieuwe seniorenwoning gerealiseerd. Aan de Overgauwseweg 75 wordt de mogelijkheid geboden om of één vrijstaande woning of een tweekapper te realsieren. De Klapwijkseweg ten slotte biedt de mogelijkheid om of twee vrijstaande woningen of één tweekapper te realiseren achter de bestaande woning. Beide locaties liggen in bestaand bebouwd gebied en de nieuwbouw zal ook plaatsvinden binnen het bestaand bebouwd gebied. De overige locaties voorzien enkel in een bestemmingswijziging of een wijziging van de bestemmingsregels. Daarmee ligt de ontwikkeling ruim lager dan de drempelwaarde. Op de locatie waar de nieuwe woningen worden gebouwd is reeds sprake van een
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 21/62
woonbestemming. Daarmee worden deze ontwikkelingen niet beoordeeld als een stedelijk ontwikkelingsproject waarvoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig zou zijn. 5.3
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Dit kan worden aangetoond met een actueel bodemonderzoek.
De geschiktheid is ook voldoende aangetoond als uit het vooronderzoek op basisniveau conform NEN 5725 blijkt dat de bodem niet verdacht is op bodemverontreinigingen er geen risico’s voor het toekomstige gebruik te verwachten zijn. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Indien er sprake is van bouwactiviteiten, is ook in het kader van de omgevingsvergunning mogelijk ook een actueel onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. Hiernaast geldt dat de gemeente bevoegd gezag is in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In het Besluit bodemkwaliteit wordt hergebruik van licht verontreinigde grond mogelijk gemaakt.
Beoordeling Ter plaatse van de locaties Zwolse Anjer 65, Gildeweg 32-A, bedrijvenpark Heron en Rijskade 1A is enkel sprake van verandering van gebruiksmogelijkheden. Extra bouwmogelijkheden worden niet geboden waardoor er geen nieuwe bodemroerende werkzaamheden mogelijk zijn. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan is er geen bodemonderzoek nodig. In het kader van de omgevingsvergunning voor het onderdeel 'bouwen' kan een bodemonderzoek alsnog moeten worden uitgevoerd. Ter plaatse van de locaties A, C, E, F en I is wel sprake van een functiewijziging of sprake van een ontwikkeling waarbij grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. Hiervoor is wel een bodemonderzoek nodig. De resultaten worden hieronder weergeven. Kortelandsedreef nabij 9 Het bodemonderzoek is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Overgauwseweg 50 Het bodemonderzoek is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden.
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 22/62
Overgauwseweg 75 Het bodemonderzoek is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Klapwijkseweg 41 Het bodemonderzoek is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Katwijkerlaan 37 Het bodemonderzoek is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Conclusie Volgt nog. 5.4
Waterhuishouding
Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Beleid provincie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft het regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 vastgesteld. Hierin staat hoe de provincie samen met onze partners werken aan een regionaal watersysteem dat bijdraagt aan een gezond, veilig, aantrekkelijk, concurrerend en bereikbaar Zuid-Holland. Het regionaal waterprogramma van Zuid-Holland bevat de uitwerking van het waterbeleid. Het regionaal waterprogramma heeft vijf hoofdopgaven: • Waarborgen waterveiligheid. • Zorgen voor mooi en schoon water.
• Beperken maatschappelijke kosten bodemdaling. • Behoudt sport, recreatie en water- en groenbeleving • Goed functionerende en toekomstbestendige infrastructuur Beleid Hoogheemraadschap Delfland In het Waterbeheerplan 2022-2027 (WBP6) ‘Waterwerk-Watermerk’ heeft Delfland de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor ‘droge voeten’, ‘stevige dijken’ en ‘schoon water’ zijn meerjarenprogramma’s opgesteld die doorlopen in de planperiode tot 2027. Deze maatregelen zullen periodiek tegen het licht gehouden worden en deze waar nodig bij te stellen binnen de kaders van de wet. Delfland zet in op integraal waterbeheer in het sterk verstedelijkte deel van Nederland. Samen met de gemeenten en andere partners werkt Delfland aan klimaatadaptatie. Een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem is vertaald naar zelfvoorzienendheid door het sluiten van kringlopen van water, energie en grondstoffen (duurzaam circulair). Om doelen te bereiken werkt Delfland samen met gebiedspartners. Delfland werkt ook aan het waterbewustzijn om
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 23/62
de kosten van het waterbeheer waar mogelijk te verlagen en het draagvlak te vergroten voor het zelf nemen van maatregelen. Het Hoogheemraadschap heeft de Handreiking watertoets voor gemeenten vastgesteld. Deze is specifiek geschreven voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. Met deze handreiking wordt inzicht gegeven in de wijze waarop het Hoogheemraadschap van Delfland procedureel en inhoudelijk omgaat met de watertoets. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de landelijke wet- en regelgeving. Met de watertoets wordt gestreefd naar een goede inpassing van water in ruimtelijke planvorming. Voorkomen moet worden dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen negatieve effecten hebben op het watersysteem. Waar mogelijk moeten kansen worden benut om het watersysteem te verbeteren. Beleid gemeente Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) beschrijft hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In het GRP vertaalt de gemeente de ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie en benodigde activiteiten. In lijn met de voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater streeft de gemeente bij nieuwbouw naar een volledig gescheiden inzameling en verwerking van afval- en hemelwater, zolang de lokale situatie dit toelaat. 1.
Zoveel mogelijk verwerken hemelwater op eigen terrein; 2. Hemelwater waar mogelijk terugbrengen in het watersysteem, in de bodem, óf in de riolering. 3. Overtollig hemelwater gescheiden aanleveren van het vuilwater; Beoordeling Aangezien in voorliggend plan slechts sprake is van kleinschalige ontwikkelingen, passend binnen de uitgangspunten van de gemeentelijke raamplannen, is geen nader wateronderzoek noodzakelijk, wel zal voor individuele ontwikkelingen een waterparagraaf opgesteld worden. Hieronder wordt daar per project op ingegaan. Wel moet voldaan worden aan het stand still principe. Dit betekent dat ontwikkelingen niet tot een verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie mogen leiden. Bodem en grondwater Het (grond)waterpeil wordt niet aangepast als gevolg of ten behoeve van de ontwikkeling. Bij geen van de nu voorliggende projecten wordt voorzien in ondergrondse bouwwerken zoals kelders. Eventuele bodemdaling in de omgeving zal niet door het plan worden beïnvloed. Het Hoogheemraadschap adviseert bij de realisatie van de projecten een drooglegging van 1,2 meter met een minimum van 1,0 meter aan te houden. Waterkwantiteit Kortelandsedreef nabij 9 Aan de hand van de watersleutel van hoogheemraadschap Delfland is bepaald hoeveel water extra geborgen moet worden binnen het plangebied. Hierbij is de toename van het bouwvlak als uitgangspunt genomen.
Het totale bouwvlak betreft 80 m2, hierbij is 50 m2 extra gerekend i.v.m. eventuele extra verhardingen (o.a. bestrating). Het totaal verhard oppervlakte neemt met de realisatie van de seniorenwoning toe met 130 m2. Hiermee dient er in totaal 12,8 m3 waterberging gerealiseerd te worden. In de verdere planuitwerking wordt hier invulling aan gegeven. De uitkomsten van de watersleutel zijn weergeven in de bijlage. Overgauwseweg 50 Watersleutel dient uitgevoerd te worden. Na afstemming Hoogheemraadschap wordt deze toegevoegd.
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 24/62
Overgauwseweg 75 Aan de hand van de watersleutel van hoogheemraadschap Delfland is bepaald hoeveel water extra geborgen moet worden binnen het plangebied. Hierbij is de toename van het bouwvlak als uitgangspunt genomen. De bouwlakken betreffen in totaal 530 m2, hierbij is 100 m2 extra gerekend (50 m2 per woning) i.v.m. eventuele extra verhardingen (o.a. bestrating). Het totaal verhard met beoogde ontwikkeling betreft 630 m2. Hiermee dient er in totaal 40,5 m3 waterberging gerealiseerd te worden. In de verdere planuitwerking wordt hier invulling aan gegeven. De uitkomsten van de watersleutel zijn weergeven in de bijlage. Klapwijkseweg 41 Aan de hand van de watersleutel van hoogheemraadschap Delfland is bepaald hoeveel water extra geborgen moet worden binnen het plangebied. Hierbij is de toename van het bouwvlak als uitgangspunt genomen. De bouwlakken betreffen in totaal 1400 m2, hierbij is 100 m2 extra gerekend (50 m2 per woning) i.v.m. eventuele extra verhardingen (o.a. bestrating). Het totaal verhard oppervlakte met beoogde ontwikkeling betreft 1500 m2. Hiermee dient er in totaal 90,2 m3 waterberging gerealiseerd te worden. In de verdere planuitwerking wordt hier invulling aan gegeven. De uitkomsten van de watersleutel zijn weergeven in de bijlage.
Katwijkerlaan 37 Aan de hand van de watersleutel van hoogheemraadschap Delfland is bepaald hoeveel water extra geborgen moet worden binnen het plangebied. Hierbij is de toename van het bouwvlak als uitgangspunt genomen. De verharding blijft met gelijk ten opzichte van de huidige situatie. Het totaal verhard oppervlakte met beoogde ontwikkeling betreft 5000 m2. Hiermee dient er in totaal 40,5 m3 waterberging gerealiseerd te worden. In de verdere planuitwerking wordt hier invulling aan gegeven. De uitkomsten van de watersleutel zijn weergeven in de bijlage.
Voor de ontwikkelingen waar extra waterberging gerealiseerd dient te worden geeft het Hoogheemraadschap Delftland de voorkeur voor het realiseren van extra oppervlaktewater. Indien compensatie in oppervlaktewater aantoonbaar niet mogelijk is, kan als alternatief voor vasthoudmaatregelen gekozen worden. Vanwege het belang voor de waterhuishouding hanteert Delfland richtlijnen bij de beoordeling van vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding. Deze zijn te vinden op Beleid - Delfland (hhdelfland.nl). Waterkwaliteit Het Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp 2017-2020, is op 30 maart 2017 vastgesteld. Voor wat betreft de waterkwaliteitsdoelen worden geen negatieve effecten voorzien. Er wordt gestreefd naar het principe van geen achteruitgang zoals genoemd in de Kaderrichtlijn water. Delfland kan vanuit de programma's Kaderrichtlijn Water en Ecologie concreet aanduiden welke ecologische waterkwaliteitsdoelen worden nagestreefd en wat deze concreet inhouden. In het gebied worden geen nieuwe, potentieel verontreinigende functies en ontwikkelingen voorzien, die vanuit het oogpunt van waterkwaliteit bijzondere aandacht vragen. Bij nieuwbouwlocaties dienen geen uitlogende materialen gebruikt te worden ter bescherming van de waterkwaliteit.
Voor die ontwikkelingen waar sprake is van functiewijziging blijft het huidig gebruik ongewijzigd dat er geen verslechtering van de waterkwaliteit optreedt. Afvalwater en riolering De gemeente Pijnacker-Nootdorp geeft in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2025 aan dat in geval van kleinschalige nieuwbouwprojecten de percelen worden aangesloten op het al aanwezige rioolstelsel. In het rioleringsplan is opgenomen dat dit een volledig gescheiden stelsel moet betreffen. In onderhavige situatie dienen de mogelijkheden van afkoppelen zoveel mogelijk benut te worden. Schoon daken terreinwater (mits geen uitlogende materialen worden toegepast) kan direct naar het oppervlaktewater afgevoerd worden. Waar mogelijk zal het hemelwater (tijdelijk) vastgehouden worden alvorens het af te voeren. Deze werkwijze kan wateroverlast in voorkomen. Voor het afvoeren van water zijn creatieve en efficiënte
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 25/62
maatregelen mogelijk, zoals bijvoorbeeld het toepassen van halfopen verharding ter plekke van parkeerplaatsen van de nieuw te bouwen woningen. Het aantal woningen dat aangesloten wordt op de riolering neemt toe met 2 of 3 stuks. Dit betreffen de seniorenwoning aan de Kortelandsedreef en de één of twee woningen aan de Klapwijkseweg. Klimaatadaptatie In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendiger inrichten van het terrein. Binnen onderhavige ontwikkeling liggen er kansen voor creatieve, simpele en efficiënte oplossingen om water of vasthoudmaatregelen aan te leggen of toe te passen. Zo zijn de volgende ontwerp principes denkbaar voor onderhavige ontwikkeling: Regenwater zo veel mogelijk afkoppelen en leiden naar vasthoudmaatregelen en vertraagd afvoeren naar nabijgelegen oppervlaktewater. Speeltuinen en openbare groen en openbare ruimtes worden zo veel mogelijk ingezet als extra en tijdelijke voorzieningen om regenwater vast te houden en te bergen. Veiligheid en waterkeringen Bouwen in waterkeringen en/of bijbehorende beschermingszones kan een bedreiging vormen voor de waterveiligheid.
Voor de locaties Kortelandsedreef nabij 9 te Nootdorp, Rijskade 1A te Pijnacker en Overgauwseweg 50 zijn gelegen in zones waar de dubbelbestemming ‘Waterstaat- Waterkering’ geldt. Enkel bij de locatie aan de Kortelandsedreef nabij 9 te Nootdorp is de ontwikkeling mogelijk geprojecteerd in de beschermingszones van naastgelegen waterkering. De veiligheid en de waterkering worden beschermd door het handhaven van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Beschermingszone’. Naast de benodigde vergunningen voor het bouwen zal ook het Hoogheemraadschap een vergunning af moeten geven voor het bouwen. Onderhoud en bagger Voor alle ontwikkelingen geldt dat de eigendomssituatie niet veranderd. Eventuele verplichtingen die gelden voor het noodzakelijk onderhoud aan sloten en waterkeringen blijven ongewijzigd. Dit geldt eveneens voor het baggeren van de sloten. Conclusie Er worden vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de uitvoering van het plan. 5.5
Archeologie en cultuurhistorie
Toetsingskader In het Europese Verdrag van Malta, ondertekend door een groot aantal EU-landen, waaronder ook Nederland, is de veiligstelling van het (Europese) archeologische erfgoed als doelstelling opgenomen. In 1998 is dit verdrag goedgekeurd door het Nederlandse parlement. Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is in 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Dit is een aanpassingswet waarmee de Monumentenwet 1988 gewijzigd is op het onderdeel archeologie. Door middel van de gewijzigde Monumentenwet moet het archeologisch erfgoed in de bodem bescherming krijgen in het ruimtelijke ordeningsbeleid. De Cultuurhistorische Atlas van Zuid-Holland geeft een overzicht van de cultuurhistorische kenmerken en waarden in Zuid-Holland. De atlas bestaat uit kaarten voor de drie onderdelen van de cultuurhistorie: archeologie, historische stedenbouw en historisch landschap. Ieder onderdeel bestaat uit twee kaarten die inzichtelijk maken wat in Zuid-Holland cultuurhistorisch van belang is en waarom: • de kenmerkenkaart, waarop de kenmerkende nederzettingspatronen, landschapspatronen en de archeologische opbouw van het landschap zijn weergegeven;
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 26/62
•
de waardenkaart, waarop de waardevolle structuren van de kenmerkenkaart zijn gewaardeerd.
Deze cultuurhistorische kenmerken en waarden vormen de input bij processen van culturele planologie. In de CHA heeft het plangebied een redelijk tot grote kans op archeologische sporen. Aan deze kans is een onderzoeksplicht verbonden. Archeologiebeleid Pijnacker-Nootdorp De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft haar archeologiebeleid verwoord in de paraplubestemming Archeologie, welke momenteel de status ontwerp heeft (24 november 2022). Hierop zijn de verwachte archeologische waarden binnen de gemeente weergeven. Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeesters en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit kan in de vorm van het treffen van technische maatregelen, het doen van een opgraving of archeologische begeleiding van werkzaamheden. Daarnaast is een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden opgenomen. Per dubbelbestemming gelden ondergrenzen voor wat betreft de oppervlakte en diepte van de verstoring. Beoordeling In de volgende tabel is een overzicht opgenomen met de dubbelbestemmingen die zijn opgenomen op basis van het paraplubestemmingsplan Archeologie. Per dubbelbestemming is aangegeven wat de ondergrenzen voor de oppervlakte en diepte van de verstoring zijn.
Indien deze grenzen niet worden overschreden, dan is er geen onderzoek noodzakelijk. Dubbelbestemming
Ondergrens diepte
Locaties
Waarde- Archeologie - 1
Ondergrens oppervlakte 50 m2
0,3 meter
C, I
Waarde- Archeologie - 2 Waarde- Archeologie - 3
200 m2 1.000 m2
0,3 meter 0,3 meter
A, E, H D
Voor de locaties D, H geldt dat hier uitsluitend technische wijzigingen waarvoor een nadere toetsing niet noodzakelijk is. Voor locatie E geldt dat reeds archeologische onderzoek is uitgevoerd waarmee de dubbelbestemming is komen te vervallen. Bij de overige locatie geldt geen archeologische dubbelstemming. Bij de toekomstige ontwikkelingen zal op een aantal percelen binnen onderhavig bestemmingsplan rekening moeten worden gehouden met een redelijke tot grote trefkans op archeologische sporen. In de regels is daarom een regeling opgenomen, waarbij de voorwaarden staan aangegeven wanneer een verkennend archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Op basis van het archeologisch onderzoek zal bepaald worden of nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Kortelandsedreef nabij 9 Het archeologisch onderzoek is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Overgauwseweg 50 Het archeologisch onderzoek is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden.
datum referentie
5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0
P 27/62
Katwijkerlaan 37 Het archeologisch onderzoek is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Conclusie Volgt nog. 5.6
Ecologie
5.6.1
Natuurgebieden
Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) is een wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur. De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017 en vervangt daarmee het voorheen geldende wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en planten- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG, 30 november 2009) en Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG, 21 mei 1992) als uitgangspunt genomen. De gebiedsbescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in hoofdstuk 2 van de Wnb en richt zich onder meer op het verminderen van de depositie van stikstof op de Natura 2000-gebieden en het versterken van de natuur. Op 1 januari 2017 is de ‘Wet natuurbescherming’ in werking getreden. De ‘Boswet’, de ‘Flora en faunawet’ en de ‘Natuurbeschermingswet 1998’ zijn per die datum ingetrokken. De Wet natuurbescherming vormt het voornaamste beleidsmatige toetsingskader op het gebied van de soortenbescherming en gebiedsbescherming.
Beoordeling Alle locaties liggen buiten de begrenzing van het NNN. De locaties zijn op een dergelijke afstand gelegen, dat er van een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied geen sprake is. Tevens betreft het relatief beperkte ingrepen. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied Meijendel & Berkheide is met ruim 8 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien deze afstand en de beperkte aard van de ingrepen valt een significant negatief effect niet te verwachten. De emissie van stikstof reikt echter verder vanaf de plangebieden. De stikstofdepositie als gevolg van de realisatiefase (realiseren van de woningen) en de gebruiksfase (toenemende verkeersgeneratie) wordt in beeld gebracht middels een AERIUS-berekening. Op basis hiervan zal bepaald worden of er geen sprake is van stikstofuitstoot op het Natura2000-gebied Meijendel & Berkheide. Kortelandsedreef nabij 9 De AERIUS-berekening is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden.