12. 1473663 (1+2+3)
Tekst van het document
Op afspraak ontvangen wij u graag op één van onze vestigingen. Een afspraak met beeldbellen hoort echter ook tot de mogelijkheden.
AANTEKENEN EN GEWONE POST Raad van gemeente Pijnacker-Nootdorp Postbus 1 2640 AA PIJNACKER
Dossiernummer: 2KX.7.23.025144
Telefoon:
Datum: 13 december 2023
Behandeld door: Mw. mr. M.A. de Boer afwezig vrijdag
E-mail: dossiergroep@das.nl Fax: 020-6914737 vermeld ons dossiernummer in de onderwerpregel
Betreft: aanvulling zienswijze ontwerpbestemmingsplan “Oude Polder- Dierenpension” Uw kenmerk: 1473663 Geachte leden van de Raad, Ondergetekende heeft namens de heer L.B. Tielak (hierna: cliënt) wonende te (2642JM) Pijnacker aan Gantellaan 66, een pro forma zienswijze bij u ingediend d.d. 30 november 2023 inzake het ontwerpbestemmingsplan "Oude Polder- Dierenpension”. Op 4 december 2023 heeft ondergetekende telefonisch van een medewerker van uw gemeente vernomen dat de pro forma zienswijze uw Raad in goede orde heeft bereikt en is geregistreerd onder kenmerk: 1473663. Hierbij wordt de zienswijze van een aanvullende motivering voorzien. Namens cliënt wens ik het volgende onder uw aandacht te brengen. Ontwerpbestemmingsplan "Oude Polder- Dierenpension” Het ontwerpbestemmingsplan "Oude Polder- Dierenpension” (hierna: ontwerpbestemmingsplan) heeft betrekking op een perceel grond gelegen in Pijnacker tussen de wijk Tolhek, het 380-Kv-opstijpunt en de N470. Deze grond heeft een recreatiebestemming waar een tennispark mogelijk is met een tennishal en meerdere buitenbanen. Een tennispark is er echter nooit gekomen. In de beoogde situatie wordt het plangebied herontwikkeld ten behoeve van een dierenpension, dagopvang van honden, kattenopvang, een hondenschool met bedrijfswoning, een dierenbegraafplaats en een groen uitloopgebied.
Onderstaand treft u een printscreen aan van de verbeelding van het ontwerp bestemmingsplan De verbeelding laat zien dat de woningen van cliënt is gesitueerd in de directe nabijheid van het plangebied. De woning van cliënt is namelijk gesitueerd op de hoek van de Gantellaan en Boomaplaats.
Pagina 2 Dossiernr 2KX.7.23.025144
Geen goede ruimtelijke ordening Bij het maken van een bestemmingsplan moet de Raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de Raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. Cliënt betoogt dat zijn woon- en leefklimaat wordt aangetast als gevolg van het ontwerpbestemmingsplan en voert daartoe aan dat hij vreest voor onaanvaardbare geluidhinder vanwege het voorziene dierenpension, dagopvang van honden, een hondenschool, kattenopvang en dierenbegraafplaats. Hij betwist de juistheid van de uitkomsten van het opgestelde akoestisch rapport van Peutz van 16 maart 2022, dat aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag is gelegd, en licht dit als volgt toe: De eigenaar van het dierenpension heeft aangegeven dat het voor een rendabele exploitatie van de nieuwe locatie noodzakelijk is het aantal opvangplaatsen uit te breiden ten opzichte van de huidige bedrijfsvoering. De voorziene bedrijfsvoering op de locatie Oude Polder bestaat uit de volgende onderdelen: Opvang van honden. Er zijn 96 plaatsen bedacht voor de opvang van honden. Het gaat om 49 plaatsen in de dagopvang en 47 plaatsen voor langduriger opvang. Opvang van katten en andere kleine huisdieren. Voor deze opvang zijn 40 plaatsen aanwezig in een separaat gebouw. Hondenschool.
Op meerdere dagdelen per week worden honden met en door hun baasje getraind. Er komen circa 90 honden per week, verdeeld over verschillende kleine groepen. De hondenschool is ondergebracht in een apart gebouw. Dierenbegraafplaats, welke aan de oostzijde van het pension is voorzien. Cliënt stelt zich op het standfpunt dat in de rapportage van Peutz niet uitgegaan wordt van een representatieve bedrijfssituatie. Het akoestisch onderzoek van Peutz bevat volgens hem onjuistheden en is niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand gekomen. Dit rapport kan dan ook niet aan de besluitvorming ten grondslag worden gelegd. Zo is in de rapportage van Peutz, voor wat betreft de opvang van honden (paragraaf 3.1) uitgegaan van maximaal 44 honden in de dagopvang in plaats van 49 honden en maximaal 54 honden voor langdurige opvang in plaats van 47 honden. De rekenresultaten zijn daarmee niet kloppend. Dit heeft een onderschatting van de geluidsbelasting tot gevolg.
Pagina 3 Dossiernr 2KX.7.23.025144
Ook de aannames in de akoestische rapportage van Peutz inzake het verkeer binnen de inrichting (paragraaf 3.2) acht cliënt onjuist. Voor het pension, de dagopvang en de hondenschool komen volgens de akoestische rapportage van Peutz dagelijks 75 voertuigen. Echter uit paragraaf 2.5.2 van de toelichting van het bestemmingsplan volgt dat het plan 122,6 voertuigbewegingen per etmaal genereert. Dit heeft eveneens een onderschatting van de geluidsbelasting tot gevolg. In de akoestische rapportage van Peutz is als uitgangspunt verder opgenomen dat het geluid van blaffende honden die binnen in de gebouwen verblijven verwaarloosbaar is. In het akoestisch onderzoek is echter niet aangegeven wat de samenstelling is van de diverse geveldelen (gebruikte gevelmaterialen, diktes, spouwen/geen spouw, type glas etc) en het dak van de gebouwen waar de honden verblijven. Hierdoor kan helemaal niet worden beoordeeld of de geluidwering van geveldelen en dak wel voldoende hoog is om de geluidsemissie naar de omgeving op te vangen tot een niet relevant geluidniveau. Tenslotte wordt opgemerkt dat Peutz in de akoestische rapportage een toeslag van 5 dB heeft toegepast vanwege de extra hinder door het impulsachtige karakter van hondengeblaf. In het artikel “Geluid van honden, een nieuwe beoordelingsrichtlijn van de NSG” van juni 2020, wordt echter betoogd dat een toeslag van 8,5 dB verdedigbaar is.
Waarom is daar niet voor gekozen in de rapportage van Peutz? Ontbreken van een voorwaardelijke verplichting in de planregels Een voorwaardelijke verplichting is een planregel die verplicht tot het uitvoeren van bepaalde maatregelen alvorens een nieuwe ontwikkeling tot stand kan worden gebracht. Cliënt stelt zich op het standpunt dat in de planregels ten onrechte een voorwaardelijke verplichting ontbreekt. Zo is in de gebruiksregels bijvoorbeeld niet opgenomen hoeveel honden in het dierenpension maximaal mogen worden gehuisvest/ mogen komen en is in de regels niet vastgelegd op welke locatie(s) de honden buiten mogen verblijven in de dag- en avond periode en om hoeveel honden dit tegelijkertijd gaat. Ook is niet opgenomen dat de hondenschool uitsluitend gebruik mag maken van binnenruimten. Daarmee is de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan niet gewaarborgd. Verkeersgeneratie Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw zijn de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in het buitengebied en te typeren als matig stedelijk. Bij de bedrijfswoning hoort volgens u een maximaal aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 8,6 per woning. Bij een ‘arbeidsextensief/bezoekersextensief’ bedrijf hoort een vpe van maximaal 5,7 per 100 m2 bvo.
Uitgaande van een bvo van 2.000 m2 genereert het plan maximaal (5,7 x 20) + 8,6 = 122,6 vpe. Het is cliënt niet duidelijk waarom u voor de verkeersgeneratie aansluiting heeft gezocht bij arbeidsintensieve/bezoekersextensieve bedrijvigheid. Dat betreft immers bedrijven met relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers. In casu zullen ter plaatse wel veel bezoekers het plangebied bezoeken om zo gebruik te kunnen maken van de hondenschool en om hun dieren te brengen/halen van het dierenpension. Over het aantal bezoekers dat de dierenbegraafplaats zal aantrekken wordt niet gesproken. Ook is het niet in te zien dat van het voorziene groengebied geen enkele verkeersaantrekkende werking uitgaat. Cliënt stelt zich dan ook op het standpunt dat de verkeersgeneratie niet juist is berekend en hij verwacht problemen bij de afwikkeling van verkeersstromen. Dit klemt temeer nu het algemeen bekend is dat bij scholen tweemaal daags veel verkeersbewegingen plaatsvinden in verband met het halen/brengen van kinderen. Zo ook bij de scholen aan de Gantellaan.
Pagina 4 Dossiernr 2KX.7.23.025144
Ontsluiting plangebied In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan (paragraaf 2.5.2) is opgenomen dat het plangebied wordt ontsloten op de kruising tussen de Schie en de Gantellaan, waarna het verkeer via deze wegen direct op de Parklaan of Miep Gieslaan komt. Als de verbeelding wordt geraadpleegd en de toepasselijke regels is ook te zien dat de ontsluiting daar is geregeld. Zo is in artikel 4.1 sub g van de planregels bepaald dat op de enkelbestemming groen een ontsluiting ten behoeve de belendende bedrijfsbestemming mogelijk is.
Op 21 september 2023 heeft de gemeenteraad het participatieplan ‘Groen en Verkeer Oude Polder’ vastgesteld. Dit plan beschrijft hoe omwonenden en andere partners in het gebied mee kunnen beslissen over de herinrichting van het groen en verkeer rondom de Oude Polder inclusief de Gantellaan. Samengevat ziet het participatieproces er als volgt uit: de gemeente gaat in gesprek met omwonenden en andere partners in het gebied over hun wensen en aandachtspunten voor de herinrichting. Als we in beeld hebben wat er volgens hen belangrijk is bij de herinrichting dan komt een ontwerpfase. Betrokkenen kunnen een reactie geven op de ontwerpvoorstellen. Vervolgens verwerken we deze reacties in één voorkeursontwerp. Dit ontwerp wordt weer met de betrokkenen besproken. Het voorkeursontwerp wordt aangepast aan de hand van de laatste opmerkingen en samen met een participatieverslag voorgelegd aan de gemeenteraad. Cliënt vraagt zich af hoe het participatieproces zich verhoudt tot ontwerpbestemmingsplan nu de ontsluiting van het plangebied op de kruising tussen de Schie en de Gantellaan in het ontwerpbestemmingsplan al ‘in beton’ lijkt te zijn gegoten. Eén en ander klemt temeer nu het tijdspad van het participatieproces en de vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan niet gelijk lopen/opgaan.
Ingevolge het bepaalde in artikel 3.8, lid 1, sub e van de Wro geschiedt de vaststelling van het bestemmingsplan namelijk na 12 weken en met het participatieproces is veel meer tijd gemoeid. Cliënt vreest dat de ontsluitingsweg zal leiden tot ernstige problemen met de verkeersafwikkeling en tot een verkeersonveilige situatie in de omgeving. Houdbaarheidsbepaling onderzoeken Over de houdbaarheid van gegevens en onderzoeken is in artikel 3.1.1a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) het volgende opgenomen: “ Bij de vaststelling van een bestemmingsplan kan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar. BK Bodem BV heeft in 2014 een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de toekomstige Oostelijke randweg. Het onderhavige plangebied is daarbij eveneens onderzocht. Toen nog vanwege de mogelijke ontwikkeling ter plaatse van een tennispark. De Ecologische risico-inspectie Oude Polder Pijnacker van VanderHelm Milieubeheer B.V dateert van 28 juni 2018.
Pagina 5 Dossiernr 2KX.7.23.025144
Cliënt stelt vast dat zowel het (water) bodemonderzoek als ook de Ecologische risico inspectie gegevens bevatten die veel ouder zijn dan de 2 jaar die wordt genoemd in artikel 3.1.1a Bro. Uit de MvT bij de Wijziging van de Chw blijkt dat in het geval een bestuursorgaan gebruik maakt van gegevens en onderzoeken die ouder zijn dan twee jaar, het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel vereisen dat het bevoegde bestuursorgaan nader motiveert waarom die gegevens nog immer actueel zijn (verzwaring van de motiveringsplicht). Cliënt ontvangt graag een verklaring van uw Raad waarop u baseert dat een besluit op basis van 'oude' gegevens mag worden genomen. Hij meent dat actualisatie nodig is. Planschade Cliënt menen verder dat sprake zal zijn van een waardevermindering van zijn woning. Mocht dit ontwerp bestemmingsplan op deze wijze worden vastgesteld dan beraadt cliënt zich op het indienen van een verzoek om tegemoetkoming in planschade. Conclusie Gelet op het vorenstaande stelt cliënt zich op het standpunt dat het ontwerp bestemmingsplan niet op deze wijze kan worden vastgesteld nu het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Cliënt verzoekt u om op de hoogte te worden gehouden van het verdere verloop van deze bestemmingsplanprocedure. Met vriendelijke groet, DAS
Mw. mr. M.A. de Boer
Op afspraak ontvangen wij u graag op één van onze vestigingen. Een afspraak met beeldbellen hoort echter ook tot de mogelijkheden.
Gemeenteraad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp Postbus 1 2640 AA PIJNACKER
Dossiernummer:
Telefoon:
Datum: 30 november 2023
2 KX.7.23.025144
Behandeld door: afwezig vrijdag
E-mail: vermeld ons dossiernummer in de onderwerpregel
Betreft: pro forma zienswijze ontwerpbestemmingsplan ?Oude Polder- Dierenpension’
Geachte heer, mevrouw, In deze zaak treed ik op voor (hierna: cliënt) wonende te ( aan , en stel ik mij hierbij als zijn gemachtigde.
) Pijnacker
Blijkens een publicatie in het Gemeenteblad 2023 (nr. 1440602) van 25 oktober 2023 ligt met ingang van 26 oktober 2023 voor een periode van zes weken, derhalve tot en met 6 december 2023, het ontwerp bestemmingsplan’ Oude Polder - Dierenpension’ ter inzage. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een perceel grond gelegen in Pijnacker tussen de wijk Tolhek, het 380-Kv-opstijpunt en de N470. Deze grond heeft een recreatiebestemming waar een tennispark mogelijk is met een tennishal en meerdere buitenbanen. Een tennispark is er echter nooit gekomen. De gemeente wil de grond nu herbestemmen zodat hier een dierenpension en een groengebied kunnen komen.
Cliënt dient hierbij tijdig, want binnen de termijn van zes weken, een pro forma zienswijze in. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat in een dergelijk geval een termijn wordt verleend van 2 weken na ontvangst van de pro forma zienswijze. Binnen deze 2 weken kan een onderbouwing worden gegeven, zie onder meer de uitspraak van 16 december 2009 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2009: BK6777), waarin is overwogen: “ 2.3.2. Het ontwerpbesluit is volgens de kennisgeving met ingang van 12 juni 2008 gedurende zes weken ter inzage gelegd. De termijn, waarbinnen zienswijzen konden worden ingebracht, eindigde derhalve op 23 juli 2008. [appellante sub 4] heeft bij brief van 20 juli 2008, bij de provincie ingekomen op 22 juli 2008, te kennen gegeven dat zij bezwaren heeft tegen het ontwerpbesluit. Het kenbaar maken door [appellante sub 4] van niet nader toegelichte bezwaren is onvoldoende om zienswijzen in te brengen in evenbedoelde zin. Er is evenwel aanleiding om het beroep van [appellante sub 4] om deze reden niet niet-ontvankelijk te verklaren. Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbeDAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.
Amsterdam
Pagina 2 Dossiernr 2KX.7.23.025144
reidingsprocedure Algemene wet bestuursrecht en de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Algemene wet bestuursrecht in werking getreden. Zoals de Afdeling heeft overwogen (uitspraak van 13 augustus 2008 in zaak nr. 200706451/1), brengt het zorgvuldigheidsbeginsel met zich dat, indien een besluit met de in afdeling 3.4 van de Awb neergelegde uniforme openbare voorbereidingsprocedure is voorbereid, zoals in dit geval, de indiener van de binnen de wettelijke termijn ingebrachte niet nader toegelichte bezwaren onverwijld in de gelegenheid wordt gesteld om deze binnen twee weken van gronden te voorzien. Het college heeft [appellante sub 4] niet onverwijld in de gelegenheid gesteld om de door haar bij brief van 20 juli 2008 niet nader toegelichte zienswijze van gronden te voorzien. Gelet hierop, kan [appellante sub 4] redelijkerwijs niet worden verweten dat zij geen zienswijzen tegen het bestreden besluit heeft ingebracht Uit artikel 3.10 Wabo blijkt dat Afdeling 3.4 (Uniforme openbare voorbereidingsprocedure) van de Awb op de onderhavige zaak van toepassing is. Ik verzoek u om mij de goede ontvangst van deze zienswijze schriftelijk te bevestigen en mij een termijn van 2 weken te verlenen en wel vanaf het moment van verzending van uw brief aan ondergetekende, zulks ter onderbouwing van deze zienswijze.
Cliënt is eigenaar van gronden die in de directe nabijheid van het plangebied liggen. Hij is vooralsnog van mening dat het ontwerpbestemmingsplan niet dan wel niet op deze wijze dient te worden vastgesteld. Teneinde er zeker van te zijn dat de zienswijze u bereikt, zend ik u deze per aangetekende post. Met vriendelijke groet, DAS
{oOAAOS -- Soda
330-024
Postbus 23000, 1100 DM Amsterdam
PostNL Port Betaald Port Payé Pays-Bas
4/2 Op afspraak ontvangen wij u graag op één van onze vestigingen. Een afspraak met beeldbellen hoort echter ook tot de mogelijkheden.
AANTEKENEN Gemeenteraad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp Postbus 1 2640 AA PIJNACKER
Dossiernummer:
Telefoon:
Datum: 30 november 2023
2 KX.7.23.025144
Behandeld door: afwezig vrijdag
E-mail: vermeld ons dossiernummer in de onderwerpregel
Betreft: pro forma zienswijze ontwerpbestemmingsplan ?Oude Polder- Dierenpension? Geachte heer, mevrouw, In deze zaak treed ik op voor (hierna: cliënt) wonende te ( aan , en stel ik mij hierbij als zijn gemachtigde.
) Pijnacker
Blijkens een publicatie in het Gemeenteblad 2023 (nr. 1440602) van 25 oktober 2023 ligt met ingang van 26 oktober 2023 voor een periode van zes weken, derhalve tot en met 6 december 2023, het ontwerp bestemmingsplan’ Oude Polder - Dierenpension’ ter inzage. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een perceel grond gelegen in Pijnacker tussen de wijk Tolhek, het 380-Kv-opstijpunt en de N470. Deze grond heeft een recreatiebestemming waar een tennispark mogelijk is met een tennishal en meerdere buitenbanen. Een tennispark is er echter nooit gekomen. De gemeente wil de grond nu herbestemmen zodat hier een dierenpension en een groengebied kunnen komen.
Cliënt dient hierbij tijdig, want binnen de termijn van zes weken, een pro forma zienswijze in. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat in een dergelijk geval een termijn wordt verleend van 2 weken na ontvangst van de pro forma zienswijze. Binnen deze 2 weken kan een onderbouwing worden gegeven, zie onder meer de uitspraak van 16 december 2009 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2009: BK6777), waarin is overwogen 2.3.2. Het ontwerpbesluit is volgens de kennisgeving met ingang van 12 juni 2008 gedurende zes weken ter inzage gelegd. De termijn, waarbinnen zienswijzen konden worden ingebracht, eindigde derhalve op 23 juli 2008. [appellante sub 4] heeft bij brief van 20 juli 2008, bij de provincie ingekomen op 22 juli 2008, te kennen gegeven dat zij bezwaren heeft tegen het ontwerpbesluit. Het kenbaar maken door [appellante sub 4] van niet nader toegelichte bezwaren is onvoldoende om zienswijzen in te brengen in evenbedoelde zin. Er is evenwel aanleiding om het beroep van [appellante sub 4] om deze reden niet niet-ontvankelijk te verklaren. Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbeDAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatscnappi] NV
Amsterdam
Pagina 2
Dossiernr 2KX.7.23.025144
reidingsprocedure Algemene wet bestuursrecht en de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Algemene wet bestuursrecht in werking getreden. Zoals de Afdeling heeft overwogen (uitspraak van 13 augustus 2008 in zaak nr. 200706451/1), brengt het zorg vuldigheidsbeginsel met zich dat, indien een besluit met de in afdeling 3.4 van de Awb neerge legde uniforme openbare voorbereidingsprocedure is voorbereid, zoals in dit geval, de indiener van de binnen de wettelijke termijn ingebrachte niet nader toegelichte bezwaren onverwijld in de gelegenheid wordt gesteld om deze binnen twee weken van gronden te voorzien. Het college heeft [appellante sub 4] niet onverwijld in de gelegenheid gesteld om de door haar bij brief van 20 juli 2008 niet nader toegelichte zienswijze van gronden te voorzien. Gelet hierop, kan [appellante sub 4] redelijkerwijs niet worden verweten dat zij geen zienswijzen tegen het bestreden besluit heeft ingebracht. ” Uit artikel 3.10 Wabo blijkt dat Afdeling 3.4 (Uniforme openbare voorbereidingsprocedure) van de Awb op de onderhavige zaak van toepassing is. Ik verzoek u om mij de goede ontvangst van deze zienswijze schriftelijk te bevestigen en mij een termijn van 2 weken te verlenen en wel vanaf het moment van verzending van uw brief aan ondergetekende, zulks ter onderbouwing van deze zienswijze.
Cliënt is eigenaar van gronden die in de directe nabijheid van het plangebied liggen. Hij is vooralsnog van mening dat het ontwerpbestemmingsplan niet dan wel niet op deze wijze dient te worden vastgesteld. Teneinde er zeker van te zijn dat de zienswijze u bereikt, zend ik u deze per aangetekende post. Met vriendelijke groet, DAS
2KX 7.23.025144
PostNL Port Betaald Port Payé Pays-Bas
ci? . postnl
DAS Postbus 23000 1100DM AMSTERDAM The Netherlands Frankering betaald
R Aangetekend 3SGQRH6587153 Recommandé
D-A-1
Gemeenteraad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp Postbus 1 2640AA PIJNACKER
NL GDACBDJ2VW3 GP
SGQR 165 7153
9O
, 9
2kX j.Z3 025/ 330-024
Postbus 23000, 1100 DM Amsterdam
a 8 2 e E co
38Ö
E 8