Schriftelijke beantwoording vragen - TO jaarstukken 2023 op 10 juni 2024
Tekst van het document
TECHNISCH OVERLEG JAARSTUKKEN 2023 OP MAANDAG 10 JUNI 2024 Op pagina 13 staat vermeld: We ondersteunen de beweging om de identiteit van de dorpen en het landschap te behouden en te versterken. Deze beweging ondersteunen we door laagdrempelig advies te verstrekken in de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) en door dorpen, ontwerpers en ontwikkelaars bij planvorming en beleidsvorming te betrekken. De ARK is in 2023 gewijzigd om te voldoen aan de eisen vanuit de Omgevingswet. De bestaande commissie is uitgebreid met twee externe deskundigen op het gebied van erfgoed en landschap. Op die wijze is ruimtelijke kwaliteit ruim en integraal geborgd in de adviescommissie.
Vraag: Wie zit er in de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit (ARK) en wat is de werkwijze van deze commissie? Antwoord: Uw raad heeft in december 2023 de externe leden van de adviescommissie benoemd. Zij worden ondersteund door een ambtelijk secretaris. De samenstelling is op dit moment: - Jules Beckers (architectuur en stedenbouw, voorzitter) - Iwan Povse (erfgoed) - Anjo Verhoeven (Landschap) - John Horijon (ambtelijk secretaris) Beknopte samenvatting van de werkwijze: Vergunningaanvragen, principeverzoeken en vooroverleggen worden door de casemanager (indien relevant) ter advisering voorgelegd aan de ambtelijk adviseur stedenbouw, landschap en/of erfgoed. De ambtelijk adviseur adviseert over het plan en biedt indien nodig (op basis van de geldende wet- en regelgeving) het plan ter agendering aan bij de secretaris van de commissie. De voorzitter en secretaris komen in beginsel iedere twee weken bijeen, ter advisering over plannen m.b.t. architectuur en stedenbouw. De volledige commissie vergadert in beginsel maandelijks, ter advisering over plannen m.b.t. stedenbouw, architectuur, landschap en/of erfgoed. De secretaris maakt een verslag van de vergadering en koppelt dit terug naar de casemanagers. Uw raad heeft op februari 2022 de taken en werkzaamheden van de adviescommissie vastgelegd in een verordening.
Op pagina 16 staat vermeld: Het aantal intensieve veehouderijen in de kernrandzone is in de periode 2013-2023 afgenomen van 34 naar 5.
Vraag: Hoe staat dit in verhouding tot het aantal dieren dat in die veehouderijen wordt gehouden? Antwoord: In december 2011 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie buitengebied Peel en Maas vastgesteld. Binnen deze structuurvisie zijn kernrandzones vastgelegd voor zowel de intensieve veehouderij als de glastuinbouw. In geval een intensieve veehouderij is gelegen in deze kernrandzones wordt er niet meegewerkt aan het vergroten van het bouwvlak (excl. 15% ihkv dierenwelzijn onder gelijkblijvend dieraantal). Tevens is de algemene beleidsuitspraak gedaan dat in het kader van het behoud en versterking van het woon- en leefklimaat van de kernen de “afwaartse beweging” van de intensieve veehouderij van de kernen wordt gestimuleerd. Zoals in de Analyse intensieve veehouderij Peel en Maas 2021, en de factsheet intensieve veehouderij Peel en Maas van 2023, is te zien dat het aantal intensieve veehouderij locaties in de kernrandzone sinds 2010 is afgenomen van 34 locaties naar 5 locaties. In de analyse is duidelijk te zien dat dit positieve effecten heeft op het woon-en leefklimaat van onze kernen. Uitgangspunt binnen het door de gemeenteraad vastgestelde beleid is in beginsel gericht op het sturen van de effecten ten aanzien van de intensieve veehouderij en niet gericht op het aantal vergunde dan wel gehouden dieren.
Op pagina 17 staat vermeld: Ook hebben we een start gemaakt met de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed in de gemeente. In 2023 zijn we hiervoor gestart met een onderzoek naar de te nemen maatregelen.
Vraag: Kan er een integrale lijst worden verstrekt van het maatschappelijk vastgoed dat ‘verduurzaamd’ moet worden? Valt het zwembad hier ook onder? Antwoord: We werken momenteel aan een projectaanpak. Daarbij wordt een lijst opgesteld van vastgoed dat mogelijk verduurzaamd wordt. Als de projectaanpak in concept is stemmen we deze bestuurlijk af. Op dat moment kan er een lijst van te verduurzamen vastgoed aangeleverd worden.
Op pagina 17 staat vermeld: Circulaire varkenshouderij Het initiatief is gefaciliteerd met het indienen van een aanvraag in het kader van het interbestuurlijk programma Zuidoostelijke Zandgronden. Vraag: Kan de raad de aanvraag inzien om duidelijk te krijgen wat een circulaire veehouderij is?
Antwoord: Projectplan is bijgevoegd (niet openbaar) Op pagina 18 staat vermeld: Warmte-Koude-net Panningen Het initiatief is gefaciliteerd met het indienen van een aanvraag voor een subsidiebijdrage proeftuinenregeling Programma Aardgasvrije Wijken voor een wijk in Panningen. In januari 2024 is een van de initiatiefnemers failliet gegaan. Momenteel doen we onderzoek naar een doorstart van het project.
Vraag: hoe staat het hiermee? Antwoord: Momenteel wordt er nog steeds gewerkt aan een eventuele doorstart van het project. Het onderzoek terzake (business-case, projectgebied etc) zit in een afrondende fase. De resultaten hiervan zullen aan het bestuur van het Warmte-Koudenet Panningen (WKP) gepresenteerd worden. Indien uit het onderzoek blijkt, dat er een sluitende business-case voor het project is, zal het bestuur verzocht worden om een doorstart met het project te maken. Op pagina 20 onder punt 6.2 staat vermeld: Ook wordt vanuit de gemeente gewerkt aan een tijdelijke woonwijk die ook zal voorzien in sociale huur.
Vraag: Waar wordt deze tijdelijke woonwijk voorzien? Op welke termijn wordt deze gerealiseerd? Is deze woonwijk ook voor statushouders? Antwoord: Keuzes voor locaties, doelgroepen, duur van de tijdelijkheid en andere zaken zijn nog in onderzoek. Op pagina 20 staat vermeld Verder is er een nieuwe tijdelijke vergunning voor maximaal 5 jaar verleend voor het woongebouw Irenehof aan de Loenhofstraat in Panningen, met 20 sociale huurappartementen die door Wonen Limburg worden verhuurd.
Vraag: de duur van 5 jaar is die gebaseerd op een wettelijke grondslag of is dit lokaal bepaald? Antwoord: Er is gekozen voor een termijn van maximaal 5 jaren, omdat een plan wordt uitgewerkt om op deze locatie permanente woningen te realiseren. Daarnaast is er sprake van een tijdelijk gebouw dat voldoet aan de tijdelijke technische eisen van het Bouwbesluit. De maximale termijn daarvoor is 15 jaar, waarvoor de eerste 10 jaren al zijn verstreken. Op pagina 20 onder punt 6.3 staat vermeld: Met de corporaties hebben we prestatieafspraken gemaakt waarin we rekening houden met de huisvesting van statushouders en andere kwetsbare doelgroepen
Vraag 1: Zijn er afspraken met corporaties over de huisvesting van statushouders? Zijn we hierover in dialoog? Door het toevoegen van sociale huurwoningen hebben mensen die afhankelijk zijn van dit type woning meer kans op passende huisvesting. Daarnaast wordt in regionaal verband gewerkt aan een huisvestingsverordening, zodat bepaalde kwetsbare doelgroepen voorrang krijgen op een sociale huurwoning.
Vraag 2: Is er ook rekening gehouden met kwetsbare groepen. Is er voldoende kennis over zorg en veiligheid bij corporaties Voor het type woonwagens en standplaatsen is de behoefte bepaald en wordt gewerkt aan het toevoegen van dit type woonruimte.
Vraag 3: Wat is hiervan de stand van zaken en welke afspraken zijn hier gemaakt? Antwoord 1: Met de corporaties maken we jaarlijks prestatieafspraken. Daarin is aangegeven dat de corporaties in beginsel 25% van de jaarlijkse verhuringen reserveren voor doelgroepen die met voorrang worden gehuisvest, waaronder statushouders. We zijn hier samen doorlopend over in gesprek; de toewijzingen aan statushouders worden halfjaarlijks gemonitord en dit wordt samen met de corporaties geëvalueerd. De corporaties geven maximale inspanning aan huisvesting statushouders. Door druk van urgenten in een wijk, het teruglopend aantal mutaties en het al dan niet vrijkomen van een passende woning is duidelijk dat de taakstellen een grote uitdaging is.
Antwoord 2: Zie het antwoord hierboven, de afspraken gelden ook voor andere kwetsbare doelgroepen. De corporaties nemen ook deel in het regionale Transferpunt (nu: Woonkans) waarin woningen worden toegewezen aan bepaalde kwetsbare doelgroepen. Daarin zitten ook zorgpartijen. De samenwerking tussen corporaties, gemeente en zorgpartijen op dit gebied is nauwgezet waardoor er kennis over zorg en veiligheid ‘in huis’ is. In ons lokale zorgnetwerk zijn corporaties ook aangesloten. Antwoord 3: Samen met de corporaties voeren we het raadsbesluit uit van oktober 2022, waarin is besloten om het aantal woonwagenlocaties met 5 te verruimen. Op pagina 21 staat vermeld: Hogere kosten invoering Omgevingswet
Vraag: Hoe zijn de ervaringen met de omgevingswet tot dusver We waren goed voorbereid op de invoering van de omgevingswet per 1 januari 2024. Alle minimale vereisten voor invoering van de Omgevingswet waren doorgevoerd. Qua nieuwe systemen en processen was alles op hoofdlijnen voorbereid en hebben we vooral op details moeten finetunen. Er was wel duidelijk sprake van een bulk aan (veelal incomplete) vergunningaanvragen die voor de invoering van de omgevingswet zijn ingediend. Dit zorgde voor extra tijdsinvestering om de ontbrekende gegevens op te vragen. Het aantal aanvragen onder de omgevingswet is nog beperkt. Op het gebied van de WKB (Wet Kwaliteitsborging) hebben we nog geen meldingen ontvangen. Verder merken we dat het nieuwe Omgevingsloket (het DSO) voor burgers, bedrijven en verenigingen nog wennen is. Het verder finetunen van processen en systemen zal naar verwachting nog het hele jaar 2024 in beslag nemen. Ook de uitwerking van het nieuwe omgevingsplan vraagt veel aandacht. Het is echt opnieuw uitvinden omdat de opzet compleet anders is als onder de oude ruimtelijke wetgeving. Op pagina 26 onder punt 4.1 staat vermeld: Op dit moment staan er 110 laadpalen in de openbare ruimte. De uitbreiding van de laadinfrastructuur wordt op dit moment samen met alle Limburgse gemeenten aanbesteed. Deze concessie wordt eind juli 2024 afgerond.
Dan wordt ook het exacte aantal nog te plaatsen laadpalen bepaald.
Vraag: hoe lopen we op dit moment met de laadpalen in de pas in Limburg? Antwoord: Binnen Peel en Maas staan momenteel 63 laadpalen met 125 laadpunten. Hiervan komen uit de huidige concessie met Vattenfall die loopt 57 laadpalen en 112 laadpunten. Van deze concessie moeten nog 3 locatie worden gerealiseerd. In de huidige concessie in Limburg zijn 6.164 laadlocaties gepland. Hiervan moeten nog 513 locaties worden gerealiseerd. Deze zijn voorbereid en moeten alleen nog worden uitgevoerd. Op pagina 29 staat vermeld: Hogere inkomsten riolering € 217.000 Meer inkomsten rioolrecht door de vereenvoudigde procedure om panden en perceel te splitsen of anders te bestemmen wat tot meer aansluitingen dan ingeschat heeft geleid. Er zijn hogere inkomsten uit leges rioolaansluitingen, tegenover deze inkomsten staan ook uitgaven.
Vraag: Hoeveel panden en percelen zijn er gesplitst (mede in relatie tot het aantal van 13 kavelsplitsingen die eerder aan de raad zijn gecommuniceerd)en hoeveel rioolaansluitingen zijn er geweest. Kan er een specificatie worden opgesteld van de meeropbrengst van € 217.000. Antwoord: Nieuwe huisaansluitingen die we op aanvraag voor particulieren en bedrijven maken, tegenover de inkomsten staan ook kosten Doorberekende kosten aan veroorzakers van problemen aan het rioolstelsel Hogere inkomsten rioolheffing Het in 2021 begroot aantal aansluitingen voor 2023 bedraagt 19.860 stuks Het werkelijk aantal aansluitingen in 2023 bedraagt 20.272 stuks Verschil is 412 aansluitingen maal tarief € 284,64, de méér opbrengst is dan € 117.000 Het hoger aantal aansluitingen is het gevolg van hogere groei dan voorzien
80.000 20.000 117.000
217.000
Van de beleidsregel woning en kavelsplitsing maken tot nu toe 14 locaties gebruik. Deze hebben een aanvraag voor een vergunning ingediend, deze aanvragen lopen nog en hebben in 2023 dus geen aanslag rioolheffing ontvangen. Op pagina 31 onder 3.2 staat vermeld: We onderzoeken kredietmogelijkheden voor een grotere groep (meer dan 120% van bijstandsnorm) die door de huidige ontwikkelingen in financiële problemen zijn gekomen. Dit in lijn met het beleid vanuit de centrale overheid. We hebben dit onderzocht en de conclusies van dit onderzoek worden in de eerste helft van 2024 via een raadsvoorstel verder uitgewerkt.
Vraag: wanneer kunnen we dit raadsvoorstel tegemoet zien? Antwoord: De uitwerking van deze uitbreiding is verwerkt in de beleidsregels die onlangs door het college zijn vastgesteld. Daarover is ook een RIS-bericht geplaatst wat ter informatie onderstaand nog eens is opgenomen voor wat betreft het onderwerp uitbreiding doelgroep:
Op pagina 34 onder 1.1 staat vermeld: Het project ‘Technologie achter de voordeur’ is niet doorgegaan in de huidige vorm, omdat met name draagvlak ontbrak.
Vraag: Is dit een project dat is opgenomen in de regiodeal / investeringsagenda? Antwoord: Nee, dit project was niet opgenomen in de regiodeal / investeringsagenda. Het betrof een lokaal project. Op pagina 35 staat vermeld onder punt 1.4: We hebben voor Panningen-Zuid in gesprekstafels met omwonenden en betrokken partijen gesproken over wat belangrijk is om te komen tot ‘een buurt met en voor elkaar’. Ook zijn we in gesprek met De Zorggroep over toepassing van hun nieuwe Woonwelconcept in dit gebied.
Vraag: wat houdt het Woonwelconcept in? Antwoord: De Zorggroep heeft de naam Woonwelconcept inmiddels vervangen door GeWoon Thuis. Het betreft een woonzorgconcept dat uitgaat van een lokale en gebiedsgerichte aanpak waarbij we uitgaan van het principe dat iedereen ‘thuis’ woont en een betekenisvol leven kan leiden. Onderdeel van het concept voor Panningen-Zuid is een kleinschalige beschermde woonomgeving van waaruit zorg en ondersteuning ook in de buurt en omliggende buurten gegeven kan worden. Daarbij worden vitale gemeenschappen gestimuleerd waarbij mensen naar elkaar omkijken en elkaar helpen. De inzet van het (informele) netwerk staat centraal, omdat zij als geen ander hun naaste kennen en ondersteunen. Professionals sluiten aan op dit bestaande netwerk en voegen ondersteuning toe. Op pagina 36 onder 3.2 staat vermeld: Wooncomplex De Fontein in Helden is opgeleverd door de betrokken stichting. De elf wooneenheden zijn bedoeld voor jongeren waarbij er ook ruimte is voor enkele kwetsbare jongvolwassenen.
Vraag: Is er ook daadwerkelijk huisvesting voor kwetsbare jongeren gerealiseerd? Antwoord: Ja, drie woningen zijn toegewezen aan kwetsbare jongeren.
Op pagina 36 staat onderstaande vermeld. Dit is te vaag, kan het geconcretiseerd worden? 2.7
Op basis van een evaluatie van Ervaringen Delen (eind 2022) geven we verder vorm aan het Vertelpunt of eventuele alternatieven voor cliëntervaringsonderzoeken. Uit de evaluatie is gebleken dat het delen van ervaringen belangrijk is maar dat het in deze vorm niet werkt. (Vraag: waarom niet) We kijken nu naar een vorm waarbij het delen van ervaringen over maatwerkvoorzieningen beter in het proces van de inwoner past en vanuit hun eigen regie wordt ingevuld.
Toelichting: De wijze van evalueren staat onvoldoende in verhouding tot de opbrengst van het vertelpunt en er wordt gezocht naar een meer passende wijze van informatieverzameling. 2.8
Op basis van nader onderzoek en de door Vorkmeer gevoerde gesprekken met de dorpen maken we een keuze over de opzet van de warme maaltijdvoorziening. Afgelopen jaar hebben we samen met Vorkmeer bekeken hoe we faciliterend kunnen zijn aan initiatieven in de dorpen die zorgen voor een warme maaltijd aan huis voor kwetsbare oudere inwoners.
Toelichting: Inmiddels is besloten dat de warme maaltijdvoorziening vanuit De Flierenhof voor Maasbree, Baarlo en Kessel(-Eik) stopt in verband met een sterk verminderde vraag en de aanwezigheid van een goed lokaal alternatief in Baarlo. Voor Panningen e.o. hebben we afspraken met Zorgcentrum Vincent Depaul gemaakt tot eind 2024. 3.1
We versterken de lokale sociale basis. Insteek hierbij is het normaliseren en zo te komen tot een duurzamere uitstroom vanuit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. En op het voorkomen van instroom. We faciliteren en subsidiëren een aantal algemene voorzieningen ter versterking van de lokale sociale basis. Daarnaast hebben we in een netwerkbijeenkomst met aanbieders Beschermd Wonen en Vorkmeer ervaringen gedeeld en onderzocht hoe ze meer kunnen samenwerken.
Toelichting: Algemene voorzieningen die we faciliteren en subsidiëren zijn o.a. zoals de inloop GGZ in het gemeenschapshuis In Kepel en de Bonte Specht (voorheen TWP/Theaterwerkplaats) in Maasbree Op pagina 38 staat vermeld: Aan de Zorgcoöperatie zijn verder ca. € 130.000 kosten gecompenseerd voor aanbieders die BTW in rekening hebben gebracht ondanks het uitgangspunt dat BTW in principe niet van toepassing is.
Vraag: Welke concrete acties heeft het college ondernomen? Antwoord: De opgave om duidelijkheid te verkrijgen over de BTW-status en -vrijstelling is zowel belegd bij de zorgcoöperatie als bij de gemeente. Voor de belastingdienst is de gemeente geen direct betrokkene maar indirect zijn we financieel natuurlijk wel belanghebbende. Vanaf de start van de ontwikkeling tot een dorpsvoorziening zijn een tweetal hoofdsporen onderzocht en ontwikkeld om te BTW-kosten te voorkomen. Spoor 1 betreft de organisatievorm coöperatie die op een advies van Victor advocaten (Tim Robbe) en bureau Kantelingen is gekozen. Victor advocaten heeft aangegeven dat een coöperatievorm het beste past (hierbij is gekeken hoe het dan zit met bijv. aanbesteden). Bureau Kantelingen heeft vervolgens onderzocht hoe het dan zit met de BTW-vrijstelling en hierin een vergelijking gemaakt met energiecoöperaties. Gemeente en zorgcoöperatie hebben in 2023 regelmatig besproken in hoeverre de coöperatievorm meer volwaardig kan worden ingericht door ook de zorgaanbieders als leden te betrekken. Daarvan is inmiddels duidelijk dat de zorgaanbieders dit voorlopig niet zullen doen. We hebben daarop advies gevraagd aan een extern expert (Tax navigator - Joep Swinkels) die heeft geconcludeerd dat de huidige coöperatievorm in zijn optiek geen grond biedt voor BTW-vrijstelling.
Spoor 2 betreft de lobby richting Rijk en belastingdienst om de regelgeving zodanig aan te passen dat de BTW-vrijstelling die voor Wmo diensten geldt ook van toepassing moet zijn voor de dorpsvoorzieningen die inhoudelijk dezelfde diensten verlenen. Het lobby-traject is door diverse personen en instanties gevoerd waarbij bij verschillende overheidsinstanties is gevraagd om medewerking voor het aanpassen van de regels. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een antwoordbrief van de minister dat er geen aanpassing van de regels wordt overwogen. Er wordt nog overleg gevoerd met VNG over deze problematiek maar vooralsnog zit daar weinig voortgang in en is niet de verwachting dat dit op afzienbare termijn tot een oplossing leidt.
In de overleggen die we gedurende 2023 met de Zorgcoöperatie frequent hebben gevoerd zijn beide sporen regelmatig besproken en hebben we de stand van zaken afgestemd. Daarbij is geconstateerd dat de situatie is ontstaan waarbij op korte termijn bij beide sporen geen vrijstelling op BTW verkregen kan worden. Aangezien er door één aanbieder in 2023 wel al inclusief BTW gefactureerd wordt acht de zorgcoöperatie en de gemeente duidelijkheid op dit BTW-vraagstuk van belang. Daarom is besloten om bij een extern deskundige (Taksnavigator- Joep Swinkels) advies in te winnen over de opties om alsnog een BTW-vrijstelling te kunnen verkrijgen. Dat adviesgesprek is onlangs gevoerd en de opties die zijn benoemd worden door de Zorgcoöperatie intern afgewogen. De afspraak is dat ze na die interne afstemming terugkomen bij de gemeente met het verzoek om gezamenlijke uitwerking van de voorkeursoptie van de Zorgcoöperatie. Op pagina 43 staat vermeld: Lagere lasten specifieke uitkeringen: € 124.000 In 2023 hebben we minder uitgegeven aan specifieke uitkeringen; OAB, NPO en voorschoolse educatie aan ontheemde peuters. Dit bedrag naar de balans gebracht; als we dit bedrag namelijk niet meer uitgeven in de toekomst zullen we deze moeten terugbetalen. Volgens de nieuwe richtlijnen moet dit dan via een negatieve inkomst naar de balans worden gebracht.
Vraag: Is dit geld ook bedoeld voor de peuters in de AZC’s? Antwoord: De looptijd van de specifieke uitkering voor de ontheemde peuters was tot 31 december 2023, de noodopvang is pas daarna gekomen. Het regelen van VVE voor kinderen in de noodopvang is in eerste instantie een organisatorische kwestie (beschikbare ruimte en gekwalificeerde medewerkers) en in tweede instantie een financieel vraagstuk. Op pagina 51 staat vermeld: Het opstellen van leerlingenprognoses om (toekomstige) plannen te kwantificeren voor wat betreft de ruimtebehoefte en de huidige capaciteit;
Vraag: In hoeverre sluit deze prognose aan bij de werkelijkheid, ook in relatie tot de mogelijk aanzuigende werking van een nieuwe school Antwoord: Eens per twee jaar voeren we leerlingenprognoses uit conform aanbeveling IHP. Recente prognoses dateren van mei ’23 (1 jaar oud), hierin zijn demografische ontwikkelingen en de woonagenda meegenomen. Mogelijke aanzuigende werking van een nieuwe school is hierin niet specifiek meegenomen, de praktijk wijst uit dat een mogelijke aanzuigende werking in de eerste 2, 3, 4 jaar te zien is in de leerlingenaantallen en daarna vervolgens weer ‘afvlakt’. Prognoses worden met name gebruikt om voor een periode van minimaal 15 aanstaande jaren de plannen op af te stemmen (conform VNG). In hoeverre prognoses aansluiten bij de werkelijkheid worden nieuwe prognoses vergeleken met eerdere prognoses / de dan geldende werkelijkheid. Op pagina 56 onder 2.2 staat vermeld: De bronzen situla van Baarlo is digitaal gescand door het Rijksmuseum van Oudheden en tentoongesteld in het museum Jan Kunen in Oss.
Vraag: Is die digitale scan tentoongesteld in Oss of betreft dat de originele situla? Kan er ook een digitale scan worden gemaakt die in ons eigen Peel en Maas museum tentoongesteld wordt? Antwoord: Tijdens de tentoonstelling “De vorst van Oss” is in het museum Jan Cunen de originele situla tentoongesteld. De originele situla maakt deel uit van de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden. Hij is nu in het Limburgs museum in Venlo, waar de situla in bruikleen is. Of er een digitale scan van de situla bestaat, is bij de gemeente niet bekend. Wanneer Museum Peel en Maas de originele situla of een scan hiervan zou willen tentoonstellen, is dat aan het Museum Peel en Maas om de mogelijkheden hiervoor te onderzoeken. Mocht het Museum Peel en Maas ondersteuning nodig hebben van de gemeente, dan kan het gesprek worden aangegaan.
Op pagina 56 onder 2.1 staat vermeld: Het uitvoeringsbeleid voor erfgoed en bijbehorende verordening zijn vastgesteld. In het proces om te komen tot een gemeentelijke erfgoedlijst zijn een aantal belangrijke stappen gezet zoals: - Inloop-/participatieavonden zijn gehouden met betrokken inwoners; - De inventarisatie van cultureel waardevolle objecten is afgerond; - Nieuwsbrieven zijn verstuurd richting belanghebbenden; - Op de gemeentelijke website is een pagina ingericht die informatie verstrekt over het erfgoedproces.
Vraag: Wanneer komt dit uitvoeringsbeleid tot uitvoering? Antwoord: In het najaar van 2024 wordt gestart met het vastleggen de gemeentelijke erfgoedlijst. Overige onderdelen van het uitvoeringsbeleid, gericht op het beschermen en behouden van erfgoed, zijn opgestart of worden doorlopend uitgevoerd. Pagina 80 paragraaf weerstandsvermogen: Op 8 juli 2020 gaf de staatssecretaris een handelingskader voor PFAS-houdende grond. Daardoor moet de grond bij civiele werken onderzocht worden op de aanwezigheid van PFAS. Kavels die verkocht worden moeten ook onderzocht worden. Verontreinigde grond mag niet meer verwerkt worden. Dit zorgt voor extra kosten, vertragingen schaarste aan schone grond. En heeft mogelijk ook invloed op de voortgang van projecten en investering
Vraag: Hebben we in kaart welke gronden in Peel en Maas Pfas vatten? Gaat het college hier pro actief mee om door zelf te onderzoeken welke gronden mogelijk Pfas bevatten? Is het risico in beeld van het gebruik van bestrijdingsmiddelen zoals glyfosaat? Antwoord: Hebben we in kaart welke gronden in Peel en Maas Pfas bevatten? Het college heeft op 16 november 2020 de PFAS-Bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord vastgesteld. De data hiervoor bestaan uit de resultaten van een provincie-dekkend onderzoek in opdracht van de Provincie Limburg naar de gehalten aan PFAS in de bodem en de resultaten die in de regio al beschikbaar waren uit bodemonderzoeken. Uit de berekeningen voor de kaart blijkt dat de regionale achtergrondwaarden voor PFAS ruimschoots voldoen aan de geldende landelijke achtergrondwaarden (normen voor schone grond). Gaat het college hier pro actief mee om door zelf te onderzoeken welke gronden mogelijk Pfas bevatten? In 2019/2020 zijn alle gemeentelijke bouwkavels voor woningen en industrie die destijds in beeld waren, onderzocht op PFAS. Er zijn geen waarden aangetoond waarbij sprake is van risico’s voor de gezondheid of het ecosysteem. Deze onderzoeksresultaten zijn meegenomen in de data voor het opstellen van de PFAS-Bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord.
Is het risico in beeld van het gebruik van bestrijdingsmiddelen zoals glyfosaat? Ten aanzien van mogelijke risico’s van het gebruik van bestrijdingsmiddelen wordt de geldende wetgeving en het landelijke beleid gevolgd. Hieruit komt naar voren welke bestrijdingsmiddelen door wie en op welke manier gebruikt mogen worden. De informatie hierover is onder andere te vinden via: • Veilig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen | Bestrijdingsmiddelen | Rijksoverheid.nl • Bestrijdingsmiddelen | RIVM • https://ggdleefomgeving.nl/schadelijke-stoffen/bestrijdingsmiddelen Ten aanzien van glyfosaat is redelijk recente informatie bekend: Glyfosaat: de stand van zaken | College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (ctgb.nl) Kijkend naar bodemonderzoeken, dan wordt bij het uitvoeren ervan bij het vooronderzoek beoordeeld of er sprake is van verdachte deellocaties. Als het (voormalig) gebruik van bestrijdingsmiddelen hierbij naar voren komt, dan moet dit meegenomen worden in het onderzoek. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij (voormalige) boomgaarden. Op pagina 164 staat vermeld: Office-omgeving We hebben hiervoor een overeenkomst afgesloten. Deze overeenkomst is ingegaan op 1 november 2020 en eindigt op 31 oktober 2025. De looptijd van het contract is 60 maanden. De kosten hiervan bedragen jaarlijks (inclusief software) ongeveer € 13.000. Repro
Vraag: wat hoort tot de Office-omgeving en wat is het verschil met de Repro?
Antwoord: De Office-omgeving betreft de printers die in de servicecorners staan voor de kantooromgeving. De repro daarentegen zijn de printers die door de huismeesters worden gebruikt voor het bulkwerk.