CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht 3 Technische vraag en antwoord - Actualiseren Algemene subsidieverordening Peel en Maas

Raad 17 december 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Actualiseren Algemene subsidieverordening Peel en Maas (2024-115)845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vergadering: Raadsvergadering 17 december 2024 Actualiseren Algemene subsidieverordening Peel en Maas (2024-115) Nr.

Vraag:

Antwoord:

De heer P. Sanders, fractie VVD: 1

In hoeverre wordt Artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) meegewogen in de beoordeling van subsidieaanvragen?

In de subsidieverordening bestaat de mogelijkheid om subsidie te weigeren, in te trekken of terug te vorderen ingeval en op voorwaarden van artikel 3 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen (zie bijlage). Daarbij moet er dan sprake zijn van het ernstige gevaar dat de middelen worden ingezet ten behoeve van strafbare feiten of er voordelen behaald worden die voortkomen uit gepleegde strafbare feiten. Vervolgens moet naast dat ernstige gevaar voor de besteedbaarheid van de middelen voor het plegen van strafbare feiten dan wel de waardeerbare voordelen als gevolg van strafbare feiten evenredig zijn tot het weigeren van de subsidie. Kortom wanneer een strafbaar feit tot gevolg heeft dat iemand een subsidie verkrijgt of een hogere subsidie krijgt dan is dat mogelijk een weigeringsgrond. Er moet dus in dit geval aangetoond zijn dat het strafbaar feit heeft plaatsgevonden (aangifte en veroordeling) en dat strafbaar feit bedoeld was voor het of ontvangen van een hogere subsidie dan wel het ontvangen van een subsidie om strafbare feiten te plegen. Wanneer we dan aan de hand van artikel 3 een BIBOB toets doen komen die feiten en omstandigheden aan het licht waardoor de subsidie geweigerd kan worden. Er moeten sterke vermoedens zijn om een dergelijk zwaar middel in te zetten jegens vaak vrijwilligers die subsidieaanvragen doen.

Daarnaast zien we dat bij een groot deel van de verenigingen en vrijwilligersorganisaties er wordt gewerkt met VOG’s alvorens iemand als vrijwilliger (bestuurlijk) actief wordt. Om te voorkomen dat stichtingen benadeeld worden in het verkrijgen van een subsidie op basis van individueel onbehoorlijk gedrag adviseren wij geen extra regels hiervoor op te nemen in de verordening.

Bijlage 1. Artikel 3 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen Artikel 3 1.

Voor zover bestuursorganen bij of krachtens de wet daartoe de bevoegdheid hebben gekregen, kunnen zij weigeren een aangevraagde beschikking te geven dan wel een gegeven beschikking intrekken, indien ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om: a. uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of b. strafbare feiten te plegen.

2.

Voor zover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, betreft, wordt de mate van het gevaar vastgesteld op basis van: a. feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b. ingeval van vermoeden de ernst daarvan, c. de aard van de relatie en d. de grootte van de verkregen of te verkrijgen voordelen.

3.

Voor zover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, betreft, wordt de mate van het gevaar vastgesteld op basis van: a. feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die zijn gepleegd bij activiteiten die overeenkomen of samenhangen met activiteiten waarvoor de beschikking wordt aangevraagd dan wel is gegeven, b. ingeval van vermoeden de ernst daarvan, c. de aard van de relatie en d. het aantal van de gepleegde strafbare feiten.

4.

De betrokkene staat in relatie tot strafbare feiten als bedoeld in het tweede en derde lid, indien: a. hij deze strafbare feiten zelf heeft begaan, b. hij direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over of vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan een rechtspersoon in de zin van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht die deze strafbare feiten heeft begaan, of c. een ander deze strafbare feiten heeft gepleegd en deze persoon direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over, vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, of in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat of heeft gestaan.

5.

De weigering dan wel intrekking, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts plaats indien deze evenredig is met: a. de mate van het gevaar en b. voorzover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft, de ernst van de strafbare feiten.

6.

Eenzelfde bevoegdheid tot weigering dan wel intrekking als bedoeld in het eerste lid hebben bestuursorganen, indien feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven beschikking een strafbaar feit is gepleegd. De weigering dan wel intrekking vindt slechts plaats, indien deze tenminste evenredig is met, ingeval van vermoedens, de ernst daarvan en met de ernst van het strafbare feit.

7.

Voor zover blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, kan het bestuursorgaan bij mindere mate van gevaar aan de beschikking voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar.

8.

In dit artikel wordt mede verstaan onder strafbaar feit een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=9ee04078-8a57-4231-bfeb-9271d9abc381