Overzicht 3 Informatie n.a.v. vragen - Vaststellen nieuwe Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Gemeente Peel en Maas
Tekst van het document
Vergadering: Commissievergadering 10 september 2024 Vaststellen nieuwe Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Gemeente Peel en Maas (2024-092) Tijdens de commissievergadering van dinsdag 10 september, heeft de heer Fred Peeters, fractie PvdA/GroenLinks vragen heeft gesteld inzake het maaien van gemeentelijke bermen. Na afloop van deze commissievergadering zijn er nog vervolgvragen gesteld. Op verzoek van wethouder Van Lierop willen wij onderstaande informatie met u allen delen. Gemeentelijk maaibeleid We hebben het gemeentelijke maaibeleid de afgelopen jaren aangepast. We maaien minder en met oog voor de natuur. Dat betekent, dat onze bermen er vaak ook minder netjes uitzien en de bepaalde flora en fauna ook de ruimte krijgen om zich verder te verspreiden. Laten we hierbij voorop stellen, dat we inderdaad niet meer willen dat burgers en/of bedrijven onze bermen maaien. Helaas begrijpt niet iedereen (al) waarom we dit zo doen. In de communicatie naar buiten toe en ook op onze website heeft dit echter volop onze aandacht. Overleg Voor dit aangepaste beleid is natuurlijk draagvlak nodig en hier werken we (pro) actief aan, door uit te leggen waarom we minder maaien en waarom we niet willen dat burgers en/of bedrijven de bermen maaien. We spreken hier de mensen op aan en gaan hierover het gesprek aan, ook met bepaalde belangenverenigingen. Dit doen we samen met de accountmanager.
We brengen ook agrarische bedrijven een bezoekje. We merken dat hierdoor het aangepaste beleid steeds meer draagvlak krijgt. We merken ook, dat er soms – en dat is met name bij bedrijven – zorgen zijn. Zoals de zorgen die er zijn over de mogelijke schade die de Japanse duizendknoop kan toebrengen aan percelen van agrariërs en of het Jacobs kruiskruid dat zorgen geeft bij paardenhouders. Het is dus een geven en nemen en het voeren van goed overleg met elkaar. Ook wij mogen immers met ons nieuwe maaibeleid (of eigenlijk juist het gebrek aan maaien) geen onnodige schade berokkenen aan bijvoorbeeld gewassen of dieren van derden. Privaatrecht Als er gemaaid wordt door derden op gemeentegrond, dan is dit zuiver bezien een privaatrechtelijke kwestie (civielrechtelijk van aard). Iemand “vernielt” onze eigendom. Dat noemen we een onrechtmatige daad. De mogelijke schade die we hierbij lijden is echter lastig aan te tonen: binnen enkele weken groeien de grassen en planten immers weer terug. Daarnaast moet je bij een onrechtmatige daad kunnen bewijzen wie de schade heeft veroorzaakt en dat vergt in dit soort situaties een “betrapping op heterdaad”. Het is lastig om dit bestuursrechtelijk via een APV aan te pakken. Zuiver bezien is dit namelijk niet de geëigende weg, zo blijkt alleen al uit het feit dat dit niet staat opgenomen in de modelverordening van de VNG.
Dagvaarden bij de civiele rechter zou oprecht de meest geëigende weg zijn om schade te verhalen (vernieling van eigendom). Al met al niet eenvoudig en een erg kostbare procedure. Daarom creëren we aan de voorkant begrip en draagvlak. Ten overvloede ook een kleine uiteenzetting voor wat de bescherming van de natuur betreft.
Wet natuurbescherming We hebben wel de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming is bedoeld om inheemse soorten te beschermen. Het gaat erom dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. Alle soorten hebben een eigen rol in het ecosysteem en dragen bij aan de biodiversiteit. Het doel van de wet is het in stand houden van de planten- en diersoorten die in het wild voorkomen om daarmee een bijdrage te leveren aan de landelijke biodiversiteitdoelstellingen. Een tweede doel van de wet is dat álle in het wild levende planten en dieren in principe met rust worden gelaten, niet alleen de zeldzame soorten. De zorgplicht in die wet (artikel 1.11 van de wet) houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende (en dus niet alleen de beschermde) dieren en planten en hun leefomgeving. Dit is een algemene gedragseis die voor iedereen geldt. Uitgangspunt is de volgende prioriteit: 1. Voorkomen nadelige effecten. 2. Beperken nadelige effecten. 3. Ongedaan maken schade. Bevoegd gezag is provincie en soms Rijksoverheid De Wet natuurbescherming heeft invloed op alle activiteiten die een negatief effect kunnen hebben op de gunstige staat van instandhouding van inheemse planten en dieren en hun vaste rust- en verblijfplaatsen. Dit geldt voor zowel overheden, bedrijven als particulieren.
Voor gemeenten geldt dat zij hier wel taken hebben (zoals we doen met ons maaibeleid), maar geen bevoegdheden. Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. En zij zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De provincies zijn dus het bevoegd gezag en in sommige gevallen (bv Rijkswateren) is dit de Rijksoverheid (de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Rvo). Peel en Maas Als gemeente hebben we dus weinig in handen om via bestuursrechtelijke weg te handhaven of af te dwingen. Onze bermen en sloten hebben geen beschermde status. Als we aan gebiedsbescherming willen doen om de flora en fauna te stimuleren en de biodiversiteit willen vergroten, dan is de Provincie het aangewezen orgaan: De Provincie is bijvoorbeeld ook de beoogde instantie om zones aan te wijzen waar niet zomaar gemaaid etc. mag worden. En dat doen ze weloverwogen en niet heel snel. Als er sprake is van beschermde soorten (planten of dieren) dan is er sprake van een economisch delict en kan er aangifte worden gedaan. Je zit dan in een strafrechtelijk kader. Maar dan moeten we wel zeker weten dat we bewijs hebben dat een bepaalde persoon dit heeft gedaan. Datzelfde geldt dus ook voor het aanspreken op basis van het privaatrecht zoals hierboven geschetst.
Wat kan dan wel? We bereiken uiteindelijk zeker iets met het meenemen van de mensen en bedrijven in onze doelen en opgaven. Uitleggen waarom iets belangrijk is en uitleggen waarom we dit doen. We moeten draagvlak creëren. Daar bereiken we meer mee dan enkel wijzen op rechten en plichten, terwijl wij als gemeente weinig tot geen bevoegdheden hebben op het gebied van natuurbescherming of handhaving.