Overzicht 2 Technische vragen en antwoorden - Vaststelling Omgevingsvisie Peel en Maas.docx
Tekst van het document
Vergadering: Commissievergadering 21 juni 2022 Vaststelling Omgevingsvisie Peel en Maas (2022-065) Nr.
Vraag:
Antwoord:
De heer R. Janssen, fractie PvdA/GroenLinks: 1
In zijn algemeenheid is de rode lijn van de beantwoording van de zienswijzen dat deze omgevingsvisie uitgaat van het bestaande beleid en geen nieuwe beleid bevat. In de zienswijzen staan echter een aantal opmerkingen over ontbreken van specifiek beleid, o.a. over de omgeving rond natuurgebieden, die zeer relevant zijn, mede i.v.m. actuele vraagstukken rond stikstof, water, lucht, biodiversiteit. Dit roept met nog grotere urgentie de reeds eerder door ons gestelde vraag op of bij de vaststelling van de eerste omgevingsvisie volstaan kan worden met de weergave van bestaand beleid dat zeker voor een deel zo niet de veroorzaker is van een aantal nijpende vraagstukken, dan toch zeker niet in staat is gebleken om een passend antwoord te geven op deze vraagstukken. Ook het feit dat er een aantal pogingen van de zijde van de agrarische sector is om uitbreidingsmogelijkheden voor de landbouw te vergroten steunt ons in onze opvatting dat er nieuw beleid zou moeten worden opgenomen in de omgevingsvisie en dat een verwijzing naar bestaand beleid niet langer passend is.
Deze vraag is niet technisch maar beleidsmatig van aard. De vraag wordt in dit kader dan ook niet beantwoord. Deze vraag hoort thuis bij de inhoudelijke discussie over het raadsvoorstel.
Delen andere fracties en het college ons standpunt? 2
Daarnaast wordt in de omgevingsvisie naar onze opvatting het middel maatwerk veel te ruim toegepast. In het verleden is dit middel vaak toegepast om agrarische ontwikkelingen toe te staan terwijl dit planologisch en ruimtelijk niet was toegestaan. Onze vrees is dat dit met de omgevingsvisie nog meer zal plaatsvinden.
Deze vraag is niet technisch maar beleidsmatig van aard. De vraag wordt in dit kader dan ook niet beantwoord. Deze vraag hoort thuis bij de inhoudelijke discussie over het raadsvoorstel.
Kan het College deze vrees bij ons wegnemen? 3
In hoeverre biedt het opnemen van het middel maatwerk in de omgevingsvisie nog meer ruimte om af te wijken van ruimtelijke kaders?
Dit maatwerk is vormgegeven vanuit bestaande kaders (kaderstellingen, structuurvisies enz.) Dit levert niet meer ruimte op. Wij werken al langere tijd in de geest van de Omgevingswet. Hierbij bieden we ruimte voor maatwerk bij ontwikkelingen die niet rechtstreeks passen binnen de bestemmingsplannen.
4
In welke mate is er sprake van harde saldering bij sloop van stoppers?
Er is geen sprake van harde saldering. Bij onze eigen ‘Win-win regeling’ is er sprake van verplichte sloop bij beëindiging IV en omzetten naar wonen. Bij de ‘warme sanering varkenshouderij’ is er sprake van vergoeding voor sloop van stallen maar is het niet verplicht. Bij de landelijk ‘Stoppersregeling’ is er geen sprake van een sloopverplichting of vergoeding voor sloop.
5
Het College geeft aan dat de omgevingsvisie in zijn ogen niet het instrument is om een plan vergezeld te laten gaan van een haalbaarheidstoetsing aan milieu- en natuuraspecten.
De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen en zelfbindend. Dit legt dus geen regels op aan derden. Regels liggen juridisch vast in het omgevingsplan. Daarnaast is de omgevingsvisie vooral bedoeld om de wenselijkheid van initiatieven te beoordelen en niet specifiek de haalbaarheid. Hierbij wordt natuurlijk wel gekeken in hoeverre ontwikkelingen bijdragen of afbreuk doen aan natuur- en milieukwaliteit op hoofdlijnen. Specifieke toetsing aan milieu en natuurwetgeving volgt pas in een vervolgstap als de wenselijkheid besproken is.
Onze vraag is of dit juridisch wél mogelijk is?
6
Waarom is bij opgave 5, toekomst gericht ondernemen bij recreatie en toerisme, de volgende passage toegevoegd: We bieden in onze bossen en natuurgebieden ruimte aan extensieve recreatieve en sportieve activiteiten passend binnen de kenmerken, waarden en kwaliteiten van het betreffende gebied? En welke consequenties heeft dit b.v. voor het motorcrosscircuit De Vossenberg?
Dit is toegevoegd op basis van de reactie van de provincie en een ambtelijke check vanuit bestaande kaderstellingen en structuurvisies. Hiermee verankeren we de bestaande mogelijkheid om extensieve recreatieve- en sportactiviteiten, onder voorwaarden toe te staan in bos- en natuurgebieden. Dit is noodzakelijk voor de voortzetting van alle huidige evenementen in bos- en natuurgebieden zoals hardloop- of sledehonden wedstrijden, wandelevenementen en ook de motorcrossactiviteiten op de Vossenberg.
7
Waarom gaat het thema wonen niet in op de ladder voor duurzame verstedelijking?
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dat onderdeel uitmaakt van de invoering van de Omgevingswet regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling of voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit toepassing van de ladder is vereist. Het is niet nodig om dit ook vast te leggen in de omgevingsvisie.
8
Waarom zijn de bos- en natuurgebieden langs het kanaal van de Vieruitersten 24 tot aan N-Brabant veel kleiner opgenomen op de kaart dan ze in werkelijkheid zijn?
De officiële bos- en natuurgebieden zijn qua verschijningsvorm/bestemming vastgelegd in de bestemmingsplannen. Dit staat los van de term bos- en natuurgebieden in de Omgevingsvisie. In de omgevingsvisie is dit een van de gebiedstypologie die verbonden is aan een groter aaneengesloten gebied van bos en natuur. Aan deze gebiedstypologie hangen waarden en kwaliteiten vast voor onze omgevingsvisie.
Hoe wordt geborgd dat dit niet leidt tot aantasting van dit waardevolle gebied?
De bestemming bos- en natuurgebied, vastgelegd in het bestemmingsplan, kan ook in de overige gebiedstypologieën liggen zoals bijv. de grootschalige ontginnings-landschappen en beekdalen liggen. De begrenzing voor bos en natuurgebieden in de omgevingsvisie doen geen afbreuk aan de waarde van de bestemmingen van bos en natuur.