Overzicht 2 Technische vragen en antwoorden - Huisvestingsverordening Peel en Maas 2026
Tekst van het document
Vergadering: Raadsvergadering 3 februari 2026 Huisvestingsverordening Peel en Maas 2026 (2026-005) Nr.
Vraag:
Antwoord:
De heer K. Steeghs, fractie VVD: Artikel 14 vierde lid van de Huisvestingswet uit 2014 vormt de wettelijke grondslag voor het hanteren van economische en maatschappelijke binding bij de verdeling van woonruimte. Deze luidt als volgt: 1. een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in die woningmarktregio, die gemeente of dat deel van de gemeente te vestigen, of 2. ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van die woningmarktregio, die gemeente of dat deel van de gemeente. In de Huisvestingsverordening staat enkel het tweede lid opgenomen voor de lokale binding. Daarvoor de volgende vragen: 1
Waarom is de voltallige begripsbepaling van lokale binding niet opgenomen in de Huisvestingsverordening?
Belangrijkste reden is dat lid 2 een objectief criterium is. Daarnaast wilden we de groep niet te groot maken.
2
Zijn er al gemeenten waar eenzelfde discussie heeft gespeeld?
Regionaal kiezen we allemaal voor lid 2. Volgens adviesbureau Companen kiezen de meeste gemeentes in Nederland ook voor lid 2. Sommigen kiezen ervoor om ook economische binding op te nemen waarbij ze dat met indicatoren verder hebben uitgewerkt om het zo objectief mogelijk te maken. Wat hun ervaringen hiermee zijn weten we niet.