CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht 2 - Bijlage 1 - Beantwoording vragen uitgangspunten IHP.docx

Commissie 18 mei 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2021-2036 (2021-027)1.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Antwoorden op vraag uitgangspunten IHP 2021-2036 commissievergadering 18 mei 2021 In het IHP staat in hoofdstuk 2 de visie op kindcentra beschreven. Het is met name deze visie die wordt vastgesteld in beslispunt 1.

2. Visie op kindcentra De visie op kindcentra vormt een belangrijke basis voor het IHP. Naast een heldere visie en ambitie op onderwijs bevat de visie concrete uitgangspunten voor samenwerking met opvang en spelregels voor de uitvoering van het IHP. Dit kader is tot stand gekomen door samenwerking tussen schoolbesturen, opvang en de gemeente Peel en Maas. De vraag die centraal staat, is: “Wat is onze belofte ten aanzien van het onderwijs- en opvangaanbod betreffende de huisvesting aan de kinderen van de gemeente Peel en Maas?” De visie bestaat uit de volgende thema’s: ▪ Aanbod en samenwerking; ▪ Flexibiliteit en ruimtegebruik; ▪ Gezondheid; ▪ Duurzaamheid; ▪ Type maatregelen binnen het IHP; ▪ Investeren in kinderopvang. De thema’s zijn uitgewerkt waarvan in deze notitie de kern is van hetgeen in het IHP uitgebreider is weergegeven.

2.1 Aanbod en samenwerking Aanbod per kern:

Momenteel is in iedere kern één (of meerdere) onderwijs-en opvangvoorziening(en) aanwezig. Het streven is om in iedere kern deze voorzieningen te behouden, mits de basiskwaliteit vanuit het oogpunt van het schoolbestuur gewaarborgd kan blijven In een kindcentrum werken aan doorgaande ontwikkellijn In een kindcentrum staat nadrukkelijk de ontwikkeling en ontplooiing van het kind voorop. Een kindcentrum start vanuit de inhoud. De fysieke locatie (huisvesting) speelt hierin een faciliterende en aanvullende rol voor het vergemakkelijken en versterken van de samenwerking. Onderwijsaanbod Met de invoering van passend onderwijs (per 1 augustus 2014) hebben scholen de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind te realiseren. Kinderen gaan in principe naar het reguliere onderwijs, waar ze worden uitgedaagd op basis van de mogelijkheden en de onderwijsbehoefte. Voor specifieke doelgroepen zijn specifieke voorzieningen nodig. Binnen kindcentra zijn regulier basisonderwijs en kinderopvang leidend. Passend onderwijs betekent ook passende kinderopvang in plaats van reguliere kinderopvang vanwege andere benodigde expertise. Dit vertaalt zich ook in een passende plek voor alle kinderen. Daarnaast is aandacht voor integratief onderwijs. Dit betekent onderwijs dat gericht is op integratie van alle kinderen in het onderwijs, daar waar de mogelijkheden zich voordoen.

Kinderopvang Binnen Peel en Maas ligt de nadruk op maatschappelijke kinderopvang zonder winstoogmerk. Deze partijen verrichten betekenisvolle activiteiten voor kinderen die de gemeente onderschrijft en ondersteunt. Het IHP richt zich op deze kinderopvangorganisaties die ook veelal binnen kindcentra actief zijn. Daarom is het van belang dat alle partners gezamenlijk investeren in een duurzame en langdurige samenwerking met overeenkomsten die voldoende ruimte bieden om in te spelen op wijziging van omstandigheden (zoals bijvoorbeeld bestemming van lokalen voor kinderopvang bij groei van scholen).

1

2.2 Flexibiliteit en ruimtegebruik Het is belangrijk om op groei en krimp te anticiperen met behoud van het onderwijsconcept. Wanneer een van beide situaties aan de orde is, dan is het belangrijk om maatregelen te nemen maar wel op zodanige wijze dat het onderwijs- en opvangconcept geen geweld wordt aangedaan. Het is belangrijk om op toekomstige aanpasbaarheid te anticiperen bij (vervangende) nieuwbouw of renovatie door aandacht te hebben voor:  Uitbreidingsmogelijkheden: bij planvorming rekening te houden met toekomstige uitbreiding zonder dat de uitbreiding het onderwijskundige of kinderopvangconcept te niet doet.  Aanpasbaarheid: bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om (eventuele) groei, krimp en/of verandering van onderwijsconcept (flexibel) op te vangen – gebouwelijk en installatietechnisch. Daarbij is aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing (en veranderingen in het binnenklimaat) zo veel mogelijk te voorkomen.

2.3 Gezondheid Een gezond klimaat in het gebouw is een voorwaarde voor goed onderwijs en opvang. Om dit te waarborgen wordt gestreefd naar een goed binnenklimaat, waarbij vooral de CO2- concentratie en binnentemperatuur van belang zijn. Het uitgangspunt is het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B en de vereisten die gelden voor opvangvoorzieningen. Dit geldt zowel bij nieuw te realiseren voorzieningen, als bij renovatie en instandhouding. Voor de bestaande bouw is de ambitie zo goed mogelijk te benaderen met nog verantwoorde investeringen. De primaire verantwoordelijkheid om deze ambitie bij bestaande gebouwen te realiseren ligt bij de schoolbesturen en opvangorganisaties. Voor de gemeente is een medeverantwoordelijkheid alleen aanwezig in geval van renovatie van een bestaand gebouw. Een ander aspect van gezondheid is het bevorderen van bewegen, ook bij jonge mensen. Om te komen tot goede leerprestaties en ontwikkeling van kinderen is het belangrijk dat ze voldoende kunnen bewegen in en rond het (school)gebouw. Om kinderen op school tot meer bewegen uit te dagen, moet de schoolomgeving ook als zodanig ingericht worden.

2.4 Duurzaamheid De gemeente Peel en Maas ziet duurzaamheid als norm en haar werkwijze (Peel en Maas, duurzaamheidsbeleid, 2020). Zo is binnen het IHP duurzaamheid als belangrijke voorwaarde opgenomen. Voor nieuwbouw resulteert dit om in samenwerking met schoolbesturen te onderzoeken of volgens de normen van ENG (energieneutrale gebouwen) te bouwen is. Daarnaast kunnen de volgende elementen een rol spelen bij onderwijshuisvesting: Klimaatadaptatie Voor de schoolomgeving is het van belang om te anticiperen op meer groen (daar waar mogelijk met biodiversiteit) en het verminderen van bestaande verharding en/of het tegengaan van nieuwe verharding, bijvoorbeeld een groen schoolplein. Energietransitie zoals zonnepanelen De energietransitie betekent de overgang van stroom uit fossiele brandstoffen (gas en kernenergie) naar volledig groene energie zoals met behulp van zonnepanelen. Dit houdt in dat een school ook energieleverend kan zijn. Met voldoende dakoppervlak kunnen zonnepanelen worden geplaatst waarmee de school een bijdrage kan leveren aan een energie neutrale wijk. Circulaire economie Vanuit milieudoelstellingen kan het een afweging zijn om voor nieuwe en bestaande gebouwen te gaan werken met een registratie in een grondstoffendatabank. Dit bevordert het hergebruik van grondstoffen wat de duurzaamheid ten goede komt.

Natuurinclusief bouwen Dit is een vorm van duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een gebouw bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Natuurinclusief bouwen draagt ook bij aan de kwaliteit van de leefomgeving waaronder de gezondheid van bewoners, bevordering van sociale (en duurzame) contacten, bevordering van toerisme, het temperen van de temperatuur in een stad en verminderen van de luchtvervuiling in de stad.

2

2.5 Type maatregelen binnen het IHP In het IHP wordt een zestal scenario’s voor gebouwen onderscheiden: 1. Nieuwbouw; 2. Renovatie; 3. Verduurzamen; 4. Positie herschikking; 5. In stand houden; 6. Afstoten.

2.7 Investeren in kinderopvang In bestaande kindcentra binnen de gemeente is inmiddels voorzien in het huisvesten van onderwijs en opvang. Hieronder liggen bestaande afspraken. De vraag die nog voorligt is hoe de investeringen in opvang structureel te borgen. Vanuit de gemeente is aangegeven dat ze niet investeren in kinderopvang. Datzelfde geldt voor schoolbesturen. In Peel en Maas wordt een investeringsmethodiek gehanteerd bij realisatie van kindcentra waar de opvangorganisatie investeert. Met de opvangorganisaties worden duurzame subsidierelaties (langdurige afspraken over het inhoudelijke aanbod) aangegaan waardoor ze ook kunnen investeren in kinderdagverblijven. Er kunnen ook andere ‘kindpartners’ betrokken zijn die volgens dezelfde systematiek als de opvang in huisvesting kunnen voorzien.

Uitgangspunten in de Businesscases Naast de uitgangspunten in de visie op kindcentra zijn in de notitie ‘Ingrediënten voor een businesscase’ de volgende uitgangspunten genoemd:     

 

Schoolbestuur is bouwheer; Alle bedragen zijn inclusief btw en conform geldig prijspeil; Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen; De gemeente is vanuit wet- en regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen zoals gasloos bouwen bij nieuwbouw; De schoolbesturen dragen bij in de realisatie van voorzieningen via een bijdrage. Deze bijdrage moet per situatie worden bekeken. De bijdrage bestaat uit exploitatiegerichte investeringen met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar en die passen binnen het Onderwijsaccountsprotocol; Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van minimaal 40 jaar; Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met tenminste 25 jaar verlengen.

In het raadsvoorstel is beslispunt 3 als volgt verwoord: 3. De in beslispunt 2 uitgezette richting per school/kindcentrum uit te laten werken in een businesscase conform vast format, waarbij vooraf uitgangspunten per businesscase door het college in afstemming met de raad worden vastgesteld; Hiermee wordt bedoeld dat de hierboven genoemde punten zonder meer uitgangspunten vormen. Daarnaast zijn voor de verdere uitwerking in de businesscase de antwoorden op de vragen die per school relevant zijn uitgangspunten. De vragen kunnen per situatie verschillen. In ieder geval gelden de volgende vragen voor elke businesscase:      

Hoe kijkt dorp er tegen aan? Wat betekent dit voor de bereikbaarheid? Wat zijn overige kosten ivm de infrastructuur? Wat betekent keuze in relatie tot omgeving? Wat zijn andere opgaven in de omgeving vanuit de gemeentelijke kaders (riool, verkeer etc)? Wat zijn de risico’s? 3

   

Hoe is samenhang met kinderopvang? Hoe is nagedacht over visie op onderwijs en aansluiting gebouw? Is het toekomstig gebouw voldoende flexibel in te delen en uit te breiden? Wat zijn overige beïnvloedende factoren en alternatieven?

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=8a4937e3-197b-46b5-9dae-4dd2479c15ee