Overzicht 1 Technische vragen en antwoorden - Vaststellen BP De Horsten
Tekst van het document
Vergadering: Commissievergadering 7 oktober 2025 Vaststellen “Bestemmingsplan De Horsten” (2025-062) Nr.
Vraag:
Antwoord:
De heer R. Janssen, fractie PvdA/GroenLinks: 1
Moet de ondernemer zijn bedrijf aan de Jacobusstraat beëindigen om zijn plannen op De Horsten volledig te realiseren?
Zijn daarover afspraken gemaakt met de gemeente?
Nee, er is geen juridische koppeling tussen de uitvoering van de plannen aan de Horsten en de beëindiging van het bestaande bedrijf aan de Jacobusstraat. In de reconstructiewet is aangegeven dat er in extensiveringgebieden en kernrandzones geen nieuwvestiging en uitbreiding van IV bedrijven kon plaatsvinden. Daarom zijn de LOG’s aangewezen zodat bedrijven hier verder kunnen ontwikkelen. Het beëindigen van de locatie in extensiveringgebied of kernrandzone is geen verplichting. Nee.
2
Heeft de ondernemer voldoende rechten voor het houden van 38.000 dieren op De Horsten zonder de dierrechten van de Jacobusstraat te gebruiken?
Het is niet bekend of hij voldoende dierrechten heeft. De gemeente gaat hier niet over.
3
Kan de raad inzage krijgen in de koopovereenkomst met de ondernemer uit 2011?
Deze zijn niet openbaar. Ze zijn in te zien voor raadsleden en burgercommissieleden.
4
De gemeente heeft de verplichting op zich genomen om de door de ondernemer gewenste ontwikkeling op De Horsten qua bestemming en vergunningen mogelijk te maken. In het raadsvoorstel wordt gemeld dat de totale kosten van het opstellen van het bestemmingsplan € 50.000 bedragen en dat deze kosten ten laste worden gebracht van ‘projecten niet strategisch vastgoed’. a. Is daarmee de gemeente feitelijk de initiatiefnemer c.q. opsteller van het bestemmingsplan De Horsten? b. Betekent de mededeling dat het regelen van het bestemmingsplan de gemeente € 50.000 kost, dat deze kosten niet worden verrekend met de ondernemer?
a. Ja, dat klopt b. Ja, dat klopt c. Wij wilden als gemeente de regie houden. Bij plannen waarbij wij als gemeente een belang hebben is dat gebruikelijk. Dit is vergelijkbaar met een bestemmingsplan voor een bedrijventerrein. d. Totdat het bestemmingsplan onherroepelijk is, dus na de uitspraak op beroep en/ of een reparatie van het plan. e. Voor deze specifieke ontwikkeling is tijdens de Raad Ruimte en Economie, d.d. 14-3-2023 medegedeeld dat de gemeente het bestemmingsplan op laat stellen.
c. d.
e. f.
g.
h.
5
Zijn er meer situaties waarin de gemeente een soortgelijke verregaande verplichting op zich genomen heeft in het kader van een beoogde bedrijfsontwikkeling van een particulier? Tot welk moment/fase geldt deze verplichting: tot en met het opstellen van het bestemmingsplan en de behandeling daarvan in de raad of tot en met de gehele bestuurlijke en juridische procedures die moeten worden doorlopen als beroep wordt aangetekend tegen een door de raad goedgekeurd bestemmingsplan, inclusief een eventuele reparatieprocedure? Wanneer is de gemeenteraad op de hoogte gesteld van deze verplichting en de daarmee gepaard gaande kosten? Er zijn diverse aanvullende onderzoeken uitgevoerd en adviezen gevraagd. Wat zijn de totale kosten die tot nu toe zijn gemaakt in het kader van het opstellen en behandelen van het bestemmingsplan De Horsten? Graag specificatie toevoegen, plus een overzicht van de uren die ambtenaren tot nu toe hebben besteed aan de behandeling van dit bestemmingsplan; vallen de kosten van deze ambtelijke inzet ook binnen het totaalbedrag van €50.000? Naast het opstellen en in procedure brengen van het bestemmingsplan geldt de aangegane verplichting ook voor vergunningen.
Voor welke vergunningen geldt deze verplichting? Gold deze verplichting ook al voor natuurvergunningen of andere vergunningen die in 2015 en 2020 zijn aangevraagd en waarvan nu in het voorliggende bestemmingsplan gebruik wordt gemaakt? Zijn hiervoor uitgaven gedaan die door de gemeente zijn betaald of vergoed? Zo ja, is de raad hiervan op de hoogte gesteld en heeft de raad hiervoor krediet beschikbaar gesteld? Geldt bedoelde verplichting ook voor vergunningen die nog moeten worden aangevraagd ter realisering van het totale bedrijfsontwikkelplan waarvoor dit bestemmingsplan de planologische kaders aangeeft?
In de inleiding van het raadsvoorstel wordt vermeld dat de ondernemer wenst dat een bestemmingsplan in procedure wordt gebracht voor het totale plan op de locatie aan De Horsten “zodat ook voor iedereen duidelijk is wat de eindsituatie zal zijn”.
In juni 2021 is er een digitale ROM geweest met een toelichting op het collegebesluit voor de verkoop van de gronden een aangaan van deze verplichtingen. f. De genoemde kosten van € 50.000 zijn enkel kosten van het adviesbureau. De uren van de ambtenaren zitten hier niet in en zijn ook niet apart bijgehouden omdat er geen grondexploitatie van toepassing is. g. Nee, de gemeente staat niet aan de lat voor de onherroepelijke natuurvergunningen of andere vergunningen. Hier heeft de gemeente geen kosten voor gemaakt. h. Nee, zie g.
De elementen die uit het bestemmingsplan zijn gehaald zijn eruit gehaald omdat ze niet in de bestaande situatie aanwezig zijn én niet in overeenstemming zijn met de onherroepelijke natuurvergunning zijn. Deze situatie is voor zover nu bekend is, de eindsituatie.
Het college deelt mee dat het bedrijf zich kan doorontwikkelen binnen de kaders van het thans voorliggende kaderstellende bestemmingsplan. Is het nu voorliggende bestemmingsplan inderdaad de eindsituatie? Betekent dit dat definitief wordt afgezien van de elementen die uit het ontwerp-bestemmingsplan zijn gehaald?
De ondernemer kan voor elementen die niet toegestaan zijn in dit bestemmingsplan op een later moment een wijziging van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor planologische toestemming (Bopa) aanvragen, waarover uiteindelijk de gemeenteraad moet beslissen.
6
De oppervlakte van het bedrijf overschrijdt de maximaal toegestane grootte zoals vastgesteld in het raadsbesluit van 29 september 2015. Aannemelijk is dat dit reeds duidelijk was bij het sluiten van de overeenkomst in 2020. Is de raad destijds op de hoogte gesteld van deze afwijking van genoemd raadsbesluit? Zo ja, hoe en wanneer? Zo nee, waarom niet?
Ja, in de Raadswerkgroep van 21 februari 2018 is de raad hierover geïnformeerd.
7
Het college overlegt met het dorpsoverleg. Intussen is algemeen bekend dat in Egchel een groep van bezorgde burgers actief is. Is het college ook in overleg met deze groep? Zo ja, wanneer en hoe? Zo nee, waarom niet?
Nee, deze groep heeft zich niet bij ons gemeld.
8
In de toelichting op de tweede aanvulling MER (bijlage 7 pag. 8) wordt gemeld dat het beoogde totale ontwikkelplan door de ondernemer fasegewijs ingevoerd wordt. Gemeld wordt dat inzichten t.a.v. het ontwikkelplan in de toekomst kunnen wijzigen en dat daardoor mogelijk het totale ontwikkelplan niet gerealiseerd kan of zal worden. Wat betekent dit? Kan de gemeente naar aanleiding van nieuwe inzichten en wettelijke bepalingen delen van het bestemmingsplan intrekken?
De gemeente kan geen deel van een bestemmingsplan intrekken. De ondernemer moet altijd omgevingsvergunningen voor bouw en milieu aanvragen en dat is het moment dat de aanvraag getoetst wordt aan de op dat moment geldende wet- en regelgeving. Het kan zijn dat: • Andere emissienormen voor stalsystemen gaan gelden (de regeling van dit bestemmingsplan zorgt ervoor dat de consequentie hiervan bij de ondernemer ligt, door de vergunde ammoniakemissie als plafond op te nemen en door ook voor het buitengebied een maximale achtergrondbelasting geur op te nemen). • De landelijke geurregelgeving voor veehouderijen wordt aangescherpt (een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit moet voldoen aan de regelgeving die geldt op moment van besluitvorming).
Of heeft de ondernemer de mogelijkheid om over een aantal jaren in afwijking van dan geldende stringentere inzichten en bepalingen zijn plannen toch door te zetten op basis van een in het verleden vastgesteld bestemmingsplan (= het thans voorliggende plan) ten behoeve van het bedrijfsontwikkelplan op De Horsten?
• •
Er niet meer gebouwd mag worden vanwege overheidsmaatregelen. De verzekering andere eisen stelt over afstand van stallen.
9
Het bestemmingsplan maakt gebruik van in 2015/2020 afgegeven en bijgestelde natuurvergunningen. Die zijn opgesteld volgens de toen geldende visie en inzichten. Intussen zijn visie en inzichten aangescherpt. Is het nu in procedure gebrachte bestemmingsplan De Horsten getoetst aan deze intussen aangescherpte visie en inzichten?
Het bestemmingsplan de Horsten is opgesteld volgens de nu geldende wet- en regelgeving en getoetst aan de laatste jurisprudentie.
10
Meegedeeld wordt dat het voorliggende bestemmingsplan binnen de eerder afgegeven natuurvergunningen (2025 en 2020 + de feitelijke planologisch legale mestscheiding) blijft door enkele elementen uit het eerdere concept te halen. Hoe moet in dit licht de volgende passage geïnterpreteerd worden uit de toelichting bij de tweede aanvulling MER (pag. 17): “Voor de ondernemer is binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan voor vaststelling geen flexibiliteit voor interne saldering ten aanzien van stikstof. Hiervoor zal de ondernemer een omgevingsvergunning moeten aanvragen voor (buitenplans) afwijken van dit bestemmingsplan (een omgevingsvergunning voor een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’; afgekort ‘bopa’)”. Duidt dit op een mogelijkheid of intentie om de uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit en de vernieuwing van de huidige mestscheiding naar een nieuwe loods die eerder opgenomen waren in het ontwerp-bestemmingsplan maar bij nader inzien niet meegenomen zijn in het voorliggende bestemmingsplan, in de toekomst toch nog mogelijk te maken? Maken deze elementen nog steeds deel uit van het totale bedrijfsontwikkelplan?
Het vergroten van de mestscheidingscapaciteit was niet meegenomen in de onherroepelijke natuurvergunningen. Om die reden is dit uit het bestemmingsplan gehaald. Mocht de ondernemer in de toekomst deze ontwikkeling nog wensen dan zal dit met een aparte planologische procedure geregeld moeten worden. De ondernemer zal hiervoor een natuurvergunning aan moeten vragen bij de provincie.
Zijn door de gemeente betreffende deze thans weggelaten elementen afspraken gemaakt met de ondernemer of is de gemeente dienaangaande inspanningsverplichtingen aangegaan? Gelden de reeds eerder aangegane verplichtingen omtrent het oorspronkelijke bedrijfsontwikkelplan ook nog aangaande bedoelde weggelaten elementen in juridische zin of anderszins?
Nee, hier zijn geen afspraken over gemaakt en er zijn geen inspanningsverplichtingen aangegaan.
Zie antwoord hierboven. In het bestemmingsplan is het geschrapt. Dus op dit moment maakt het geen deel (meer) uit van het bedrijfsontwikkelplan.
Nee.
11
De thans aanwezige feitelijke situatie op De Horsten wijkt af van de natuurvergunde situatie. Wat zijn deze afwijkingen?
De stal en dus ook het emissiepunt is te ver naar het zuidwesten gebouwd.
Hoe kunnen deze afwijkingen zijn ontstaan?
Door verkeerd inmeten van de bouw Bij de bouwcontrole is gecontroleerd of er correct (conform bouwvergunning is gebouwd).
Heeft het bij de bouw aan afdoende toezicht en controle ontbroken?
De ondernemer is zelf verantwoordelijk dat vergunningen (en dus bouwwerken) op elkaar zijn afgestemd.
Zijn de afwijkingen inmiddels weggenomen? Wanneer is dat gebeurd?
Bouwtechnisch moet het emissiepunt nog verplaatst worden. Dit is mogelijk binnen het bestaande dak, zonder de stal zelf te verplaatsen.
Is er een ambtelijke notitie over deze afwijkingen? Zo ja, kan de raad die inzien?
Nee, er is geen ambtelijke notitie.
12
Heeft de gemeente een beleid en/of een plan van aanpak om de naleving van afgegeven vergunningen te controleren en om periodiek te controleren of aannames omtrent effecten en emissies overeenstemmen met de feitelijke situatie?
De RUD controleert IPPC bedrijven 1 keer in de 3 jaar op de milieuaspecten. Hierin worden stalsystemen en dierencategorieën meegenomen. Hieruit volgt reken technisch of er voldaan wordt aan de emissies.
13
Om de natuurvergunning van 2015 te verkrijgen heeft ondernemer ammoniakrechten van vier stoppende veehouderijen gekocht ten behoeve van externe saldering om daarmee de beoogde bedrijfsontwikkeling mogelijk te maken. In hoeverre was hierbij sprake van ‘slapende’ rechten en/of latente ruimte in vergunningen?
Dat is bij ons niet bekend aangezien de provincie bevoegd gezag is voor het verlenen van de Nb wet vergunning.
14
Zijn de adviesnormen van de WHO en de GGD ten aanzien van geur en luchtkwaliteit van belang in relatie tot het voorliggend bestemmingsplan? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe kan het college de gemeenteraad ondersteunen in het rekening houden met deze normen bij de belangenafweging?
Nee deze zijn niet van belang omdat de WHO en GGD normen niet zijn verankerd in geldende wet- en regelgeving waaraan wij moeten toetsen. Gemeenten kunnen de gezondheidskundige advieswaarden gebruiken bij met name het opstellen van beleid, maar ook bij de belangenafweging voor ruimtelijke plannen. Deze advieswaarden zijn strenger dan de wettelijke normen. Voor het buitengebied wordt door de GGD geen onderscheid gemaakt tussen verschillende gebiedstyperingen. In een landbouwontwikkelingsgebied waar
besloten is om de veehouderij de ruimte te geven, wat automatisch betekent dat zeer terughoudend omgegaan wordt met realiseren van nieuwe gevoelige functies in dit gebied, zijn de ruimere normen waaraan het bestemmingsplan is getoetst passend. Naast de hoogte van de geur-/fijnstofbelasting moet ook de mate van blootstelling (het aantal mensen) betrokken worden in de belangenafweging. Dit landbouwontwikkelgebied is o.a. aangewezen vanwege de gunstige ligging ten opzichte van bestaande woongebieden en in het gebied zijn weinig woningen aanwezig (lage blootstelling, weinig blootgestelden). 15
Klopt het dat op de Gruise Epper, gelegen in de nabijheid van De Horsten, op basis van bestaande rechten een ‘slapende’ intensieve veehouderij opnieuw opgestart wordt waardoor het aantal dieren in de omgeving van De Horsten aanzienlijk zal toenemen? Zo ja, moet daardoor het bestemmingsplan De Horsten opnieuw getoetst worden op emissies (stikstof, fijnstof, geur)?
16
In het raadsbesluit staat onder punt 3 “in te stemmen met het PlanMER en de aanvullingen op het Plan-MER”. Het oorspronkelijke Plan-MER, de eerste en de tweede aanvulling verschillen van elkaar op essentiële punten en de tweede aanvulling is niet meer getoetst door de MER-commissie. Waar wordt nu precies mee ingestemd als de gemeenteraad het voorgestelde besluit aanneemt?
Ja, aan Gruise Epper 8 ligt een vergunning. Deze is inderdaad nog niet uitgevoerd. Het bestemmingsplan hoeft niet opnieuw beoordeeld te worden. Er is immers gerekend met vergunde gegevens (ook van in de buurt liggende veehouderijen). Alle rechtsgeldige milieuvergunningen van veehouderijen in de omgeving (zoals geregistreerd in KRD) zijn betrokken in de berekeningen conform de invoerinstructies bij de gebruikte rekenmodellen. Ook ‘slapende’ milieuvergunningen zijn meegenomen, waaronder ook de milieuvergunning van Gruise Epper 8. Als het besluit wordt aangenomen wordt het bestemmingsplan vastgesteld waar het Plan-MER inclusief de aanvullingen een onderdeel/ motivatie voor is. Het voorlopige en definitieve toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. zijn adviezen om het MER (de informatie die nodig is om de milieugevolgen van het plan goed te kunnen afwegen) aan te vullen en te verbeteren. Dat heeft plaatsgevonden door middel van de eerste aanvulling (deze aanvulling is ook beoordeeld door de Commissie m.e.r. en betrokken in het definitieve toetsingsadvies) en door middel van de tweede aanvulling gecombineerd met verdere inperking van de mogelijkheden in het bestemmingsplan.
Een vrijwillige toetsing van de tweede aanvulling weegt niet op tegen de hoge kosten, aangezien aan alle punten in het eindadvies invulling is gegeven door een onafhankelijk adviesbureau met de benodigde expertise en ervaring.
17
Het bestemmingsplan bevat kaderstellingen voor onder meer stikstof en geur en er wordt uitgegaan van bepaalde emissiebeperkende werking van luchtwassers. Deze kaders zijn opgesteld op basis van natuurvergunningen uit 2015 en 2020. Intussen zijn relevante kaders al aangescherpt en het is geenszins denkbeeldig dat het beleid ten aanzien van bij voorbeeld stikstof en geur de komende jaren nog verder wordt aangescherpt. Ook is het zeer wel mogelijk dat de verwijderingsrendementen van luchtwassers worden bijgesteld. Welke vergunningen moeten nog worden aangevraagd om het ontwikkelplan daadwerkelijk te realiseren? Welke kaders gelden dan bij deze af te geven vergunningen: de kaders van het thans voorliggende bestemmingsplan? Of de kaders en regels die gelden op het moment dat vergunningen worden aangevraagd en/of behandeld?
Er zijn omgevingsvergunningen bouw en milieu noodzakelijk
18
In de bestemmingsplan-procedure is sprake van een plan-MER. Moet bij de fasegewijze realisatie van het bedrijfsontwikkelplan bij iedere fase nog een project-MER uitgevoerd worden?
Als het gefaseerd wordt aangevraagd is er waarschijnlijk geen project-MER nodig.
19
De eerste aanvulling op het MER-advies is opnieuw getoetst door de MER-commissie. Daaruit bleek dat een aantal belangrijke tekortkomingen uit het ontwerp-bestemmingsplan niet of niet voldoende waren weggenomen. Dat heeft geleid tot een tweede aanvulling. Die is niet meer getoetst door de MER-commissie. Waarom niet?
Het was niet verplicht om de eerste aanvulling te laten toetsen door de MER commissie. Dit is uit het oogpunt van zorgvuldigheid wel gedaan. De tweede aanvulling is niet getoetst omdat er n.a.v. de eerste aanvulling slechts enkele adviezen over bleven die in de tweede aanvulling waar nodig nader zijn gemotiveerd. In navolging van het definitieve toetsingsadvies (over het MER én de eerste aanvulling) zijn de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan op alle genoemde punten ingeperkt en van extra waarborgen voorzien. Daarnaast zijn er aspecten zover mogelijk (uitputtend) toegelicht, soms in herhaling. Dit alles staat beschreven in de tweede aanvulling.
Is het verplicht of in ieder geval gebruikelijk dat de op advies van de MER-commissie aangebrachte aanvullingen van een ontwerpbestemmingsplan getoetst worden door de MER-commissie?
Nee. Dit is niet verplicht en niet gebruikelijk.
De bebouwing en gebruik moet passen binnen het bestemmingplan. Voor wat betreft de milieuregelgeving wordt getoetst op het moment van indienen van de aanvraag omgevingsvergunning.
20
21
De mestscheiding is gelegaliseerd voor de nu reeds bestaande stallen op De Horsten en op Jacobusstraat. In het ontwerpbestemmingsplan was een uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit opgenomen. Omwille van de juridische haalbaarheid van het bestemmingsplan is die uitbreiding eruit gehaald en is bepaald dat wat betreft mestscheiding alleen de feitelijk bestaande en planologisch legale mestscheiding is toegestaan. Er komen echter wel veel meer dieren en derhalve ook veel meer mest. Vandaar de vraag: is de huidige capaciteit voor het scheiden van de mest toereikend als de nieuwe stallen gerealiseerd zijn? Zo ja, is dat getoetst?
De hoeveelheid mest die wordt geproduceerd in de bestaande situatie kan worden gescheiden en de extra mestproductie door uitbreiding in varkens zal moeten worden afgevoerd.
Zo nee, wat gebeurt er met de mest die niet gescheiden kan worden?
De mest zal moeten worden afgevoerd.
En vindt er vanwege de toegenomen hoeveelheid mest ook een toename plaats van emissies, waaronder stikstof en fijnstof?
Nee, de mest gaat vanuit de putten van de stallen naar de mestsilo (een gesloten systeem) en wordt afgevoerd. De emissies van de mest zijn verdisconteerd in de emissiefactoren per dier.
In het raadsvoorstel worden de doestellingen van de gemeente ten aanzien van de intensieve veehouderij als volgt omschreven: “We bieden de mogelijkheden aan toekomstbestendige bedrijven op toekomstbestendige locaties waarbij sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening.” Dienaangaande twee vragen: a. Hoe is de toekomstbestendigheid van het onderhavige bedrijfsontwikkelplan getoetst? Is het streven om de varkenshouderij in de toekomst natuurinclusief en circulair te maken daarin meegenomen? b. Moet om de kwalificatie ‘goed’ te geven aan een ruimtelijke ontwikkeling deze ontwikkeling getoetst worden aan de meest recente wet- en regelgeving? Is dat gebeurd wat betreft De Horsten?
Als alle stallen gerealiseerd worden is de capaciteit voor scheiding niet toereikend.
a. We zien dit als een toekomstbestendig bedrijf op een toekomstbestendige locatie. Er ligt een duidelijk plan voor een ontwikkeling met een doorkijk naar de komende jaren. Het LOG is aangemerkt als een locatie waar Intensieve veehouderij kan ontwikkelen, dus er is sprake van een toekomstbestendige locatie. Nee, het is aan de veehouder om de varkenshouderij in de toekomst natuurinclusief en circulair te maken. Een varkenshouderij is in feite al circulair. b. Een bestemmingsplan wordt altijd beoordeeld en getoetst aan de hand van de meest recente wet- en regelgeving en jurisprudentie.