CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht 1 Technische vragen en antwoorden - Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2021-2036.docx

Raad 8 juni 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2021-2036 (2021-027)1.356 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vergadering: Commissievergadering 18-05-2021 Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2021-2036 (2021-027) Nr.

Vraag:

Antwoord:

Schriftelijke beantwoording vragen van: Mevrouw K. Jacobs en S. Hermans (fractie VVD): 1

De huidige reserve Onderwijshuisvesting is toereikend voor de plannen die in het huidige IHP staan omschreven. Om welke plannen/scholen gaat dit precies en om welk bedrag gaat dit?

Dat waren de scholen waarvoor inmiddels allemaal een krediet is verleend conform de planning zoals dat in het IHP 2014-2023 stond gemaakt. De bedragen staan in genoemd IHP als richtbedrag. Dat deze bedragen niet afdoende waren i.v.m. de stijging van de bouwkosten is vanaf de voorbereiding van eerste bouwproject (Meijel) met de raad gedeeld. Overige scholen die onder dit IHP vielen waren Koningslust, de openbare school in Maasbree en de Pas in combinatie met SBO de Fontein. Vanwege de veranderde plannen bij Prisma is als laatste onderdeel van het vorige IHP alleen voor de Pas recentelijk (20 april) door de raad een krediet verleend.

2

Onder punt 4 van het raadsbesluit wordt vermeld dat de toekomstige kapitaallasten die uit de businesscases voortvloeien, als stelpost voor extra kapitaallasten in de kadernota worden opgenomen. Hoe gaat dat precies in z’n werk aangezien de businesscases allemaal verspreid worden uitgewerkt?

Er is een inschatting gemaakt stichtingskosten die per project mogelijk nodig zijn. Dit is gedaan op basis van de planning zoals die in de schoolkalender staat, dus welk project per jaar aan de beurt is. De indicatieve investering per project is omgeslagen in kapitaallasten. Omdat er elk jaar een project en dus ook indicatieve kapitaallasten bijkomen, zijn deze in de kadernota opgenomen. De bedragen blijven indicatief omdat in de businesscase de uitwerking plaatsvindt. Daaruit komen vervolgens bedragen die variëren tussen de minimale variant (wat is wettelijk noodzakelijk vanuit onderwijshuisvestingsverplichting van de gemeente) en de maximale variant (wat is door de schoolbestuurders vanuit hun perspectief wenselijk). De uitwerking wordt aan de raad voorgelegd met daarbij de concrete bedragen die op dat moment naar verwachting voor één of meer varianten nodig zijn en op grond waarvan de keuze voor een variant gemaakt kan worden.

3

Heeft het college inzage in de financiële reserves van de scholen in onze gemeente en welke gesprekken worden hierover gevoerd?

De financiële reserves per schoolbestuur zijn openbare gegevens die jaarlijks openbaar worden gemaakt in het jaarverslag.

Kunnen we eisen stellen aan wat door de schoolbesturen zelf moet worden bijgedragen?

Zoals in het IHP 2021-2036 staat vermeld gaan schoolbestuur en gemeente in een businesscase verkennen welke bijdrage door het schoolbestuur kan worden geleverd. Deze bijdrage kan worden geleverd op grond van de meerkosten die moeten worden gemaakt om de school van BENG (huidige verplichting vanuit de bouwverordening, dus op kosten van de gemeente) naar ENG te brengen (geen verplichting voor de gemeente, minder energieverbruik voor de school, waarmee school kan overwegen te investeren). Ook kunnen middelen die de school eventueel bespaart op onderhoud worden ingezet. De bijdrage vanuit het schoolbestuur moet exploitatiegericht zijn, met een redelijke terugverdientijd en passend binnen het onderwijs-accountantsprotocol.

4

In het raadsvoorstel wordt vermeld dat er vanuit de gemeente een projectleider wordt aangewezen om de businesscase uit te werken. Wie wordt de projectleider? Is dat een externe of een ambtenaar?

Dat is iemand die binnen de gemeente als projectleider verantwoordelijk is voor de gemeentelijke input in het project en integrale afwegingen kan maken. Dit kan een interne projectleider zijn of een binnen de personele budgetten ingehuurde kracht.

5

De gemeente ontvangt een niet-geoormerkte vergoeding uit het gemeentefonds. Hoe verhoudt deze vergoeding zich tot de investeringen?

Voor zover dit te herleiden is ontvangen we in de algemene uitkering ten behoeve van onderwijshuisvesting rond de 7,5 ton meer dan de huidige uitgaven. Jaarlijks storten we 215.671 in de reserve onderwijshuisvesting, wat nog van deze 7,5 ton af gaat. Inkomsten en uitgaven fluctueren vanwege de systematiek jaarlijks. In zijn algemeenheid wordt er geen koppeling gemaakt tussen algemene uitkering en uitgaven.

6

Landelijk is een signaal te horen dat de uitkering van het rijk omhoog moet. Wanneer komt er uitsluitsel of dit gaat lukken?

Op dit moment is niet duidelijk of en wanneer dit gaat gebeuren.

7

Scholen ontvangen van het rijk een materiele instandhoudingsvergoeding voor onder andere onderhoud van het gebouw en energiekosten. Heeft het college er zicht op hoe groot dit bedrag is en wordt dit meegenomen in de begroting?

Dit bedrag verschilt per school en dat bedrag is inzichtelijk. Dit is bestemd voor de exploitatie en met name gebaseerd op het aantal leerlingen. Zie verder punt 3.

8

In het voorliggende IHP wordt gesproken over twee afzonderlijke opheffingsnormen. Tot 1 augustus 2023 geldt voor Kessel en

Zie de prognose, die indicatief is. Mocht het aantal leerlingen onder de opheffingsnorm komen, dan kunnen nog maatregelen worden

Kessel-Eik een afwijkende opheffingsnorm van 53 leerlingen. Wat is de verwachting van deze normering voor deze kernen na 1 augustus 2023?

getroffen om toch nog in Kessel-Eik een school te houden, maar dit is in principe aan het schoolbestuur. Zij kunnen gebruik maken van de gemiddelde schoolgrootte-regeling, waarbij het gemiddelde aantal leerlingen verdeeld over de scholen boven de opheffingsnorm moet zitten.

9

Komen de kosten van infrastructuur nog boven op de indicatieve kosten genoemd in het IHP?

Inderdaad komt dat er nog bovenop. De kosten waarover wordt gesproken in het IHP zijn de stichtingskosten: het bedrag waarvoor een gebouw gebouwd kan worden, inclusief voorbereidingskrediet.

10

Wanneer kostenoverschrijding buiten verantwoordelijkheid van de scholen ontstaat, wie is er dan verantwoordelijk?

Op het moment dat de raad een krediet beschikbaar stelt, gebeurt dit op basis van de op dat moment meest reële cijfers. Dit voorkomt budgetoverschrijdingen. Indien zich dit onverhoopt toch voordoet, dan zal op dat moment bekeken moeten worden wat daarvan de oorzaak is en wie daarvoor aan de lat staat.

11

Er wordt ingezet op een hoog ambitieniveau met name op het gebied van klimaat, duurzaamheid en de frisse-school kwalificaties. Wat zijn de exploitatievoordelen per m2 voor het schoolbestuur als aan deze voorwaarden wordt voldaan?

Dit is per situatie verschillend en nu onbekend.

12

Kan het college per ambitieniveau ENG en BENG uitsplitsen wat daarvan de meerkosten zijn, denk hierbij aan aanschaf en onderhoud van installaties en de geschatte besparingen op de energierekening zijn?

Dit is per situatie verschillend en nu onbekend. Kan onderdeel zijn van de businesscase per school.

13

Is er al een verkenning geweest voor wat betreft een mogelijke samenwerking met andere partijen in de kernen op het gebied van de duurzaamheidsambitie voor de schoolgebouwen?

Nu niet. Dit zou te zijner tijd in een businesscase een punt van aandacht kunnen zijn.

14

Is er ook nagedacht of eventuele alternatieve financieringsconstructies mogelijk zijn en schoolbesturen hier eventueel voor open staan?

Dit is indertijd zeer serieuze optie en verkenning geweest voor de school in Meijel. Dit heeft geen wenselijk alternatief opgeleverd. Mochten er in de loop van de jaren wel nieuwe, haalbare en acceptabele constructies ontwikkeld te worden, dan zullen we daar zeker in gezamenlijkheid met de schoolbestuurders naar kunnen

kijken. 15

In het raadsvoorstel staat bij de kanttekeningen dat in de nabije toekomst mogelijk extra mogelijkheden nodig zijn rond ventilatie zowel in het primair- als in het voortgezet onderwijs. Dit betekent dan extra financiële opgaven. Wat is hierover bekend en hoe wordt dit opgepakt?

Er is een subsidieregeling op basis waarvan de scholen in het PO en VO gebruik van kunnen maken in relatie tot ventilatie. Of en de mate waarin de gemeente daarin moet bijdragen is dit moment nog niet duidelijk. Dit wordt nader bekeken. Er worden echter aan de gemeente geen extra middelen daarvoor verstrekt. Prisma had een voorstel om zelf te voorzien in maatregelen, zonder dat de gemeente hieraan hoefde bij te dragen. De subsidie hiervoor is echter niet toegekend omdat ze niet aan de voorwaarden voldeden. Het Bouwens heeft vergevorderde plannen om een deel van het gebouw waar de ventilatie volgens onderzoek te wensen overlaat aan te passen. Hierover wordt nog verkennend overleg gevoerd, waarbij nog niet duidelijk is of de gemeente een rol heeft en voor welk bedrag dit eventueel zou zijn. Hierover kan mogelijk wel op korte termijn meer over gezegd worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=c964465c-3555-4f52-80a4-eb4d0c27ad68