CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

OUD en NIEUW beleid huisvesting arbeidsmigranten 2021 per hoofdstuk.docx

Commissie 30 maart 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Evaluatie beleid huisvesting arbeidsmigranten short stay 2019 (2021-022)10.814 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

LEESWIJZER In dit document staat steeds eerst onder OUD de tekst van het beleid 2019 Daarin is in rood aangegeven, tekst die vervalt, in zwart tekst die blijft en in felgeel, de nieuwe tekst. Daarna staat onder NIEUW het gehele aangepaste hoofdstuk van het beleid 2021. De oude inleiding is geheel herschreven, alleen de nieuwe tekst is opgenomen. INLEIDING Sinds jaar en dag vullen mensen uit Midden- en Oost- en Zuid Europese landen de vraag naar tijdelijke arbeid in. De oorsprong ligt in de agrarische sector, waar tijdens oogstmomenten onvoldoende capaciteit was om het beschikbare werk aan te kunnen. De tijd heeft niet stilgestaan in Peel en Maas. De lokale economie is blijven groeien, de behoefte aan tijdelijke arbeidskrachten is meegegroeid. Door de vergrijzing is de beroepsbevolking niet meegegroeid. In meerdere branches is daardoor een tekort aan personeel ontstaan. Dit tekort neemt zelfs bij een lage economische groei alleen maar toe. De branches met een tekort aan personeel zijn naast de agrarische sector en de logistiek steeds meer de maakindustrie, de bouw en de zorg. De huidige economische opleving maakt de frictie tussen krimp van de traditionele beroepsbevolking en de sterke behoefte aan arbeidskrachten alleen maar groter. Daarnaast is er een trend waarneembaar dat er steeds meer behoefte is aan werknemers voor een langere periode of zelfs permanent.

Deze ontwikkeling is te zien in de agrarische sector en ook in de logistiek en maakindustrie. In april 2019 is het beleid huisvesting arbeidsmigranten short stay vastgesteld. Dat beleid liet een verruiming van huisvestingsmogelijkheden toe om te voorkomen dat de economische ontwikkeling afremt door gebrek aan arbeidskrachten. Daarnaast stimuleren we dat de short stay arbeidsmigrant zich voor langere tijd of permanent hier vestigt. Op 22 juni 2020 heeft het college het besluit genomen geen nieuwe aanvragen om een ruimtelijke toestemming en geen nieuwe principeverzoeken voor huisvesting arbeidsmigranten in behandeling te nemen. Met het inlassen van een tijdelijke stop nam het college de tijd en ruimte om de uitrol en de gevolgen van het huisvestingsbeleid sinds april 2019 te evalueren. De uitkomst van deze evaluatie en de onderstaande ontwikkelingen hebben geleid tot een aanpassing van het huisvestingsbeleid. Regionale, provinciale en landelijke ontwikkelingen Rapport Roemer: Het aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten heeft in het rapport “Geen tweederangs burgers” een samenhangend voorstel gedaan op gebied van de certificering van uitzendbureaus en verbetering van de registratie van arbeidsmigranten. Belangrijkste punt is de kwaliteit en de beschikbaarheid van huisvesting. Ook over de gezondheid en het welzijn van de arbeidsmigrant zijn aanbevelingen op het netvlies gekomen.

Het advies om misstanden aan te kunnen pakken met een verhuurdersvergunning wordt nader uitgewerkt. Ook waar de aanbevelingen niet direct betrekking hebben op huisvesting, hebben ze invloed op denkwijze en kennis over arbeidsmigranten in Nederland (voorlichting, zorg, zorgverzekering, taal, samenleven). De groepsgewijze registratie van arbeidsmigranten in het bevolkingsregister blijft in de Gemeente Peel en Maas leidend om de arbeidsmigrant welkom te heten als nieuwe inwoner, te informeren over zijn rechten en plichten en om met de arbeidsmigrant zelf in gesprek te zijn. Rapport WRR: “Samenleven in verscheidenheid” geeft aan dat we ons beleid moeten inrichten op de gewijzigde samenleving: “DE” arbeidsmigrant bestaat niet meer, het klassieke beeld moet vervangen worden naar de realiteit van nu: meer kleine groepen uit meer landen, met verschillende motieven, opleidingsniveaus, inkomensklassen, soorten arbeidscontract, intenties en verblijfsduur. Ook de gemiddelde gemeente bestaat niet: Peel en Maas is een typische tuinbouwgemeente. Regio Noord Limburg: Het Rapport van Decisio geeft aan dat de groei van het aantal werkende arbeidsmigranten in onze regio tot 2030 nog verdubbeld wordt. De regionale samenwerking gaat goed op het gebied van informeren. Afstemmen van huisvestingsbehoefte op de vraag vergt echter meer.

Ook in het Sociaal Domein wordt de samenwerking steeds beter gevonden. Provincie Limburg: de stuurgroep internationale werknemers presenteert in haar “Visie Internationale Werknemers Limburg” de ambitie om tot de top van de aantrekkelijkste regio’s in Europa te willen behoren voor internationale werknemers. Voldoende huisvesting van goede kwaliteit

is daar de belangrijkste pijler van. Verder staan goedwerkgeverschap aan de basis van de werknemers niet alleen naar de provincie te halen, maar hen ook te behouden. Beleid Huisvesting arbeidsmigranten 2021 De Gemeente Peel en Maas zet zich in voor goed wonen, werken en samenleven van en met de arbeidsmigrant in onze gemeente. De belangrijkste wijzigingen van het beleid 2021 ten opzichte van het beleid 2019 laten zich als volgt samenvatten: Nieuwe initiatieven zijn welkom voor vooral onze eigen lokale bedrijven, voor de werknemers die in hoofdzaak in die bedrijven werken. De passende schaal daarbij is maximaal 80 plaatsen en de ideale locatie is buiten de kernen. Kleinere initiatieven tot 8 personen kunnen wel in de kern plaatsvinden, indien het gebouw, de omgeving en het woon- en leefklimaat gegarandeerd is. Voor maximaal 3 nieuwe grootschalige initiatieven van 200 plaatsen is nog maar beperkt plaats. Deze worden alleen toegelaten op locaties die dat vanuit draagkracht kunnen hebben. De bevoegdheid daarvoor ligt bij het college. Over de komst en voorwaarden voor de derde en laatste pilot wordt na 2021 een besluit genomen. Woningen in de kernen zijn bedoeld voor inwoners en arbeidsmigranten die er langer willen verblijven.

Om zicht te krijgen op kamersgewijze verhuur wordt hiervoor een meldplicht op basis van de APV ingesteld, totdat de verhuurdersvergunning als passend instrument ontwikkeld is. Begrippenlijst arbeidsmigrant: persoon van tenminste 18 jaar, afkomstig uit een land van de Europese Unie of op basis van een tewerkstellingsvergunning, legaal in Nederland mag verblijven en arbeid verrichten; kenniswerker: arbeidsmigrant of persoon van buiten de Europese Unie die op grond vaneen bepaalde hoogte van het inkomen gerechtigd is om legaal in Nederland te verblijven en arbeid te verrichten; Internationale Werknemers: arbeidsmigranten en kenniswerkers samengevoegd, definitie van de Provincie Limburg; short stay arbeidsmigrant: arbeidsmigrant die op het moment dat deze zich in de gemeente Peel en Maas vestigt of werkzaam is en gebruikt maakt of gaat maken van huisvesting; Wet BRP: Wet Basisregistratie Personen, ook wel het bevolkingsregister genoemd; lokaal bedrijf: bedrijf dat volgens inschrijving in het register van de Kamer van Koophandel haard hoofd- en/of nevenvestiging heeft binnen de gemeente Peel en Maas, voor welk bedrijf de short stay arbeidsmigranten werkzaamheden verrichten dan wel via welk bedrijf zij voor andere partijen/bedrijven in de gemeente Peel en Maas werkzaamheden verrichten; ruimtelijke toestemming: plannen als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening zoals het

bestemmingsplan, omgevingsvergunningen als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en/of een tijdelijke omgevingsvergunningen voor maximaal 10 jaar als bedoeld in laatstgenoemde wet en het Besluit omgevingsrecht; short stay: verblijfstermijn van een arbeidsmigrant die in de Gemeente Peel en Maas verblijft tot 18 maanden; long stay: verblijfstermijn van een arbeidsmigrant die langer dan 18 maanden of permanent in de Gemeente Peel en Maas wil blijven. Toepassing beleid Dit beleid laat zien hoe de gemeente wil omgaan met huisvestingsinitiatieven waarvoor een ruimtelijke toestemming nodig is. Het is daardoor een beleidsregel in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Een dergelijke beleidsregel kan alleen gaan over de uitoefening van de eigen bevoegdheden. De raad is het bevoegde gezag voor plannen als bedoeld in de Wro, zodat dit beleid voor deze ruimtelijke toestemmingen geldt. Het beleid geldt formeel gesproken niet voor de (tijdelijke) omgevingsvergunningen als bedoeld in de Wabo, want voor deze ruimtelijke toestemmingen is het college het bevoegde gezag. Alle ruimtelijke toestemmingen op het onderwerp huisvesting van short stay arbeidsmigranten moeten wel langs dezelfde lijn worden beoordeeld.

Daarom en ook omdat het college het beleid heeft voorbereid in de vorm van een raadsvoorstel, zal het college, nadat de raad het beleid heeft vastgesteld, het beleid formeel nog als eigen beleidsregel vaststellen. Daarmee is verzekerd dat dit beleid uniform voor alle ruimtelijke toestemmingen geldt.

OUD Hoofdstuk 1 Maatschappelijke bijdrage verantwoordelijkheid Zoals gezegd is een van de uitgangspunten het voor langere tijd of permanent binden van de arbeidsmigrant aan de gemeente of de regio. De arbeidsmigrant moet daartoe actief verleid worden, hij moet zich welkom en gewenst voelen, hij moet weten dat er in de gemeente Peel en Maas een wereld te ontdekken en te winnen is met volop ontwikkelingsmogelijkheden, dat het hier goed toeven is. Het goede leven in Peel en Maas geldt ook voor de arbeidsmigrant. Hij moet dat wel te weten krijgen en kunnen ervaren, dit is immers dé reden om hier te blijven. Het proeven van het goede leven in Peel en Maas moet zo snel mogelijk beginnen, dus liefst direct nadat de arbeidsmigrant zijn intrek op zijn huisvestingslocatie heeft genomen. De gemeente kan dat echter niet alleen. Ook de werkgever en de huisvester hebben daarin een rol. Zij zijn het immers met wie de arbeidsmigrant als eerste kennismaakt in Peel en Maas, een goede werkgever of een goede huisvester moet proberen uit te nodigen tot méér Peel en Maas. Elk huisvestingsinitiatief wordt daarom beoordeeld op de maatschappelijke bijdrage die vanuit het initiatief wordt geleverd om de arbeidsmigrant deelgenoot te maken van het goede leven in Peel en Maas. Welke middelen vanuit een concreet initiatief het beste zijn, is afhankelijk van het initiatief.

Parameters zoals (maar dus niet alleen) het aantal personen, de aard van de omgeving, de afstand tot een dorpskern of voorzieningen spelen daarbij een rol, evenals de mogelijkheden en onmogelijkheden aan de kant van de huisvester. Zo kan de bijdrage bijvoorbeeld inhouden dat er vanwege het aantal te huisvesten personen op eigen locatie een sportvoorziening komt of juist dat verbinding wordt gelegd met verenigingen of fitnesscentra. Elk initiatief is qua parameters weer anders, wat de bijdrage specifiek maatwerk maakt. Insteek is om in overleg met de initiatiefnemer tot een passende bijdrage te komen en die vast te leggen. De maatschappelijke bijdrage zal in het binnenkort vast te stellen collegebeleid integrale benadering nieuwkomers in een breder perspectief geplaatst worden. Het college werkt aldus concreet de inhoud van de maatschappelijke bijdrage uit. NIEUW Hoofdstuk 1 Maatschappelijke verantwoordelijkheid De gemeente Peel en Maas zet zich in voor goed wonen, werken en samenleven van en met de arbeidsmigrant in onze gemeente en onze regio. De gemeente onderschrijft de ambitie om tot de top van de aantrekkelijkste regio’s in Europa te willen behoren voor arbeidsmigranten. Een warm welkom door gemeente en werkgever is de onderstreping van deze ambitie. Voldoende huisvesting van de juiste kwaliteit is daar de belangrijkste pijler van.

In de volgende hoofdstukken van dit beleid wordt aangegeven waar en hoe de huisvesting gerealiseerd kan worden. Goed werkgeverschap is de tweede belangrijke pijler om de ambitie van aantrekkelijke regio waar te kunnen maken. De arbeidsmigrant die voor werken en wonen voor de regio heeft gekozen, willen we graag behouden. De Gemeente Peel en Maas vraagt werkgevers om bij de aanvraag om huisvesting kenbaar te maken hoe zij het begrip goed werkgeverschap vormgeven. Wij vragen daarbij aandacht voor:  het wegwijs maken in de omgeving;  de doorgroei van flexcontract naar een vervolgcontract;  educatie van taal en beroepsvaardigheden;  erkenning van diploma’s;  doorgroei naar een zelfstandige woning, indien gewenst door de arbeidsmigrant of na afloop van de short stay termijn. Bij initiatieven voor de huisvesting van meer dan 80 arbeidsmigranten wordt de naleving van het goed werkgeverschap vastgelegd in een anterieure overeenkomst met een boeteclausule. Jaarlijks wordt door de werkgever een verslag aan de Gemeente Peel en Maas verzonden waarin de maatschappelijke verantwoording wordt beschreven.

OUD Hoofdstuk 2 Locatie van de huisvesting Waar het huidige beleid voor sommige huisvestingsvormen qua locatie beperkingen bevat, kan nu elke locatie in beginsel in aanmerking komen. De Gemeente Peel en Maas sluit in beginsel geen locaties uit. Het spreekt vanzelf dat Dde ene locatie is beter geschikt is dan de andere, maar nadelen of beperkingen van een bepaalde locatie zijn met specifieke voorschriften,of eisen of de inhoud van de te leveren maatschappelijke bijdrage te ondervangen, compenseren of te beperken. Een geschikte locatie: - zorgt voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor buurtbewoners én arbeidsmigranten; - is in alle redelijkheid de juiste plek voor dit concrete initiatief: nader uitgewerkt in hoofdstuk 15; - heeft draagvlak: afstemming is aantoonbaar afgestemd met de omgeving (bedrijven en omwonenden die wat kunnen gaan merken van de huisvesting) moet aantoonbaar zijn meegenomen in voordat de aanvraag voor de huisvestingsplannen wordt ingediend; - levert geen beperking op voor bedrijven binnen wiens invloedssfeer de huisvesting plaatsvindt; - past in het ruimtelijk beleid van de provincie dan wel het Rijk. Huisvesting van arbeidsmigranten is niet gewenst op industrieterreinen, locaties voor verblijfsrecreatie en recreatiewoningen. Huisvesting van arbeidsmigranten van meer dan 8 personen is niet gewenst binnen de kernen, aangeduid op de contouatlas Limburg.

De genoemde eisen sluiten bijvoorbeeld de huisvesting op een bedrijven- of industrieterrein op voorhand niet uit, wat het huidige beleid wel doet. Of de huisvesting op een bepaalde locatie binnen een bepaald bedrijventerrein mogelijk is, is dus afhankelijk van het concrete geval (maatwerk), dus of voldaan wordt aan voornoemde eisen. NIEUW Hoofdstuk 2 Locatie van de huisvesting De Gemeente Peel en Maas sluit in beginsel geen locaties uit. De ene locatie is beter geschikt dan de andere, maar nadelen of beperkingen van een bepaalde locatie zijn met specifieke voorschriften of eisen te ondervangen, te compenseren of te beperken. Een geschikte locatie:  zorgt voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor buurtbewoners én arbeidsmigranten;  is in alle redelijkheid de juiste plek voor dit concrete initiatief: wat wordt verstaan onder de juiste plek is nader uitgewerkt in hoofdstuk 15;  is aantoonbaar afgestemd met de omgeving (bedrijven en omwonenden die wat kunnen gaan merken van de huisvesting) voordat de aanvraag voor de huisvesting wordt ingediend;  levert geen beperking op voor bedrijven binnen wiens invloedssfeer de huisvesting plaatsvindt;  past in het ruimtelijk beleid van de provincie dan wel het Rijk. Huisvesting van arbeidsmigranten is niet gewenst op industrieterreinen, locaties voor verblijfsrecreatie en recreatiewoningen.

Huisvesting van arbeidsmigranten van meer dan 8 personen is niet gewenst binnen de kernen, aangeduid op de contouratlas Limburg.

OUD Hoofdstuk 3. Kwaliteit van de huisvesting Het “dak boven het hoofd” Huisvesting van arbeidsmigranten kan diverse vormen aannemen. Nieuwe vormen van flexwonen worden aan het spectrum toegevoegd. Ook duurzame bouwwijzen worden echter niet uitgesloten. De behoefte aan voldoende privacy – en een goed werkende internetverbinding- vinden wij van het grootste belang. Enkele uniforme basisbeginselen zijn daarom van belang: - het gebruik van bestaande bebouwing staat voorop; - nieuwbouw alleen als aangetoond kan worden dat in bestaande bebouwing geen ruimte is; - permanente woonunits alleen als nieuwbouw niet haalbaar of rendabel is; - tijdelijke woonunits alleen voor seizoensarbeid/piekmomenten (zie artikel hoofdstuk 6); - woonunits (structureel of tijdelijk) niet in de bebouwde kom of bebouwingslinten; - de huisvesting moet kwalitatief goed zijn:, waarbij het voldoen aan de op het moment van de benodigde besluitvorming aanvraag actuele SNF-normen (normen voor huisvesting van arbeidsmigranten van de Stichting Normering Flexwonen, ook wel de norm voor het reguliere SNFregister genoemd) de ondergrens is.; - de Gemeente Peel en Maas streeft naar een minimaal gebruiksoppervlakte (GBO) van 15 m2 met een minimum van 12 m2 GBO per persoon voor iedere verblijfsvorm genoemd in de SNF. - 2-persoonskamers zijn wenselijk, voor arbeidsmigranten die daar behoefte aan hebben. NIEUW Hoofdstuk 3.

Kwaliteit van de huisvesting Huisvesting van arbeidsmigranten kan diverse vormen aannemen. Nieuwe vormen van flexwonen worden aan het spectrum toegevoegd. Ook duurzame bouwwijzen worden echter niet uitgesloten. De behoefte aan voldoende privacy – en een goed werkende internetverbinding- vinden wij van het grootste belang. Enkele uniforme basisbeginselen zijn:  het gebruik van bestaande bebouwing staat voorop;  nieuwbouw alleen als aangetoond kan worden dat in bestaande bebouwing geen ruimte is;  permanente woonunits alleen als nieuwbouw niet haalbaar of rendabel is;  tijdelijke woonunits alleen voor seizoensarbeid/piekmomenten (zie hoofdstuk 6);  de huisvesting moet kwalitatief goed zijn: voldoen aan de op het moment van de aanvraag actuele SNF-norm (norm voor huisvesting van arbeidsmigranten van de Stichting Normering Flexwonen, ook wel de norm voor het reguliere SNF-register genoemd);  de Gemeente Peel en Maas streeft naar een minimaal gebruiksoppervlakte van 15 m2 met een minimum van 12 m2 GBO per persoon voor iedere verblijfsvorm genoemd in de SNF;  2-persoonskamers zijn wenselijk, voor arbeidsmigranten die daar behoefte aan hebben.

OUD Hoofdstuk 4 Termijn short stay Zoals in de inleiding is aangegeven, gaat het in dit beleid alleen over short stay. Het huidige beleid bepaalt dat de short stay arbeidsmigrant maximaal 6 maanden op een locatie mag verblijven. Deze termijn levert in de praktijk voor bedrijven problemen op. Waar bedrijven vroeger alleen behoefte hadden aan echte seizoenarbeiders, hebben economische ontwikkelingen ervoor gezorgd dat er steeds meer behoefte is aan medewerkers voor langere termijn of zelfs vast. Dit pleit ervoor een andere termijn voor short stay vast te leggen. Ook het doel om de arbeidsmigrant te verleiden zich voor langere tijd of permanent in Peel en Maas te vestigen pleit daarvoor. Het moment waarop de migrant de keuze maakt om wel of niet hier te blijven is natuurlijk geen uniforme termijn. De persoonlijke omstandigheden (bijvoorbeeld wel of geen gezin in het land van herkomst) verschillen van migrant tot migrant, maar bepalen wel die keuze. De ideale termijn is dus per migrant een eigen, persoonlijke maatwerktermijn. Helaas is dat niet werkbaar. Nog afgezien van de administratieve lasten is het zaak te voorkomen dat door een te lange verblijfsduur een te grote afhankelijkheidsrelatie tussen migrant en huisvester ontstaat.

De arbeidsmigrant moet voldoende tijd krijgen om een goede keuze te maken, maar weer niet te lang op een locatie verblijven die niet met een woonwijk te vergelijken is en die zich kwalitatief nooit met een reguliere woning kan meten. Naast het doel de arbeidsmigrant tot permanente vestiging te verleiden en daarmee de persoonlijke omstandigheden van de arbeidsmigrant te verbeteren, hebben ook de economische belangen van werkgevers invloed op de verblijfsduur. De huidige termijn van 6 maanden is voor veel (met name agrarische) bedrijven te kort, steeds vaker is langer of zelfs permanent personeel nodig. Recente cijfers van de uitzendbrancheorganisaties ABU en NBBU bevestigen dit. Ze laten namelijk zien dat de gemiddelde contractduur is toegenomen van 44 weken in 2016 naar 46 weken in 2018. Gelet op de demografische doelen van het beleid sluit de maximale short stay-termijn aan bij de inschrijftermijn voor een woning bij lokale woningbouwverenigingen. Die ligt op dit moment tussen de 14 en 17 maanden. Daarbij moet de arbeidsmigrant wel tijd krijgen om kennis te maken met het goede leven in Peel en Maas. Na 4 maanden verblijf in Nederland moet de arbeidsmigrant zich verplicht inschrijven in de BRP. Deze periode moet voldoende zijn om kennis te maken met Peel en Maas.

Samen met een inschrijftermijn van tenminste 14 maanden voor een huurwoning levert dit een maximale short stay-termijn van de individuele arbeidsmigrant van 18 maanden op. Deze maximale termijn komt ook tegemoet aan het steeds meer knellen van de termijn van 6 maanden uit het huidige beleid. De maximale verblijfsduur voor arbeidsmigranten in short stay huisvesting is 18 maanden. Indien de arbeidsmigrant langer wenst te verblijven op dezelfde locatie in onze gemeente, zal deze moeten omzien naar een meer permanente woonvorm. Daarbij houden we rekening met de omstandigheden van de individuele arbeidsmigrant. Permanent verblijven in short stay huisvesting wordt onwenselijk geacht. Dit betekent niet dat bij initiatieven voor huisvesting de arbeidsmigrant standaard 18 maanden in de huisvesting mag verblijven. De initiatiefnemer moet altijd motiveren hoe lang de arbeidsmigranten nodig zijn voor het werk dat ze doen. Dat de huisvesting zelf jaarrond en permanent benut mag worden is immers wat anders als en staat dus los van het individu dat in die huisvesting verblijft. De gemeente gaat ervan uit dat het verblijf van de arbeidsmigrant op de huisvestingslocatie gedurende de short stay-termijn die vanuit de ruimtelijke toestemming geldt, ononderbroken en inclusief afwezigheid vanwege vakantie of persoonlijke omstandigheden is.

Daarmee wil Peel en Maas voorkomen dat een nieuwe short stay-termijn begint als de arbeidsmigrant ongeacht de reden korte tijd niet meer ter plaatse verblijft. Een nieuwe short stay-periode kan pas beginnen als de arbeidsmigrant tenminste 6 maanden geen verblijf in de gemeente Peel en Maas heeft gehad. Zo helpt de gemeente de (met name agrarische) bedrijven die eigenlijk alleen op piekmomenten personeel nodig hebben: zij laten namelijk elk jaar dezelfde mensen, die geen interesse hebben zich in Nederland te vestigen, overkomen. Tegelijkertijd wordt voorkomen dat de short stay-termijn op een manier wordt gebruikt die niet past bij het doel van de termijn. Om de doorstroming naar reguliere huisvesting te bevorderen is het van belang te controleren of de arbeidsmigrant de verplichting zich in te schrijven in de BRP nakomt. Vanaf dat moment kan de migrant zich ook inschrijven voor een huurwoning en krijgt hij een DigiD en daarmee toegang tot diverse (overheids-)diensten en faciliteiten. Om administratieve lasten voor iedereen te beperken gaat de gemeente per huisvestingsinitiatief afspraken maken met de bij het initiatief betrokkenen. De arbeidsmigrant kan op een gegeven moment in een overgangsfase terechtkomen.

Dat is het geval als de arbeidsmigrant zich hier langdurig of permanent wil vestigen, in afwachting is van een reguliere woning (huur of koop), maar in de tussentijd na het verstrijken van de short stay-termijn nog verblijft op dezelfde huisvestingslocatie. In dergelijke individuele gevallen worden maatwerkafspraken

gemaakt met de arbeidsmigrant en de exploitant van de huisvesting. Uitgangspunt daarbij is om het verblijf op de huisvestingslocatie buiten de short stay-termijn zo kort mogelijk te houden. Nachtregister Geheel nieuw, zie hieronder Bevolkingsregister (BRP) Geheel nieuw, zie hieronder NIEUW Hoofdstuk 4 Termijn short stay De maximale verblijfsduur voor arbeidsmigranten in short stay huisvesting is 18 maanden. Als de arbeidsmigrant langer wil verblijven op dezelfde locatie in onze gemeente, moet hij/zij kijken naar een meer permanente woonvorm. Daarbij houden we rekening met de omstandigheden van de individuele arbeidsmigrant. Permanent verblijven in short stay huisvesting is niet wenselijk. De initiatiefnemer moet altijd motiveren hoe lang de arbeidsmigranten nodig zijn voor het werk dat ze doen. Nachtregister Het is van belang om een goede registratie van alle aanwezige personen in de gemeente te hebben. Bij calamiteiten is het voor politie, brandweer en andere hulpverleners noodzakelijk om te weten wie er in een woning, chalet of iedere andere slaapgelegenheid verblijft. Iedereen die in het bevolkingsregister staat, is voor de hulpdiensten hierin te vinden. Een groot deel van de arbeidsmigranten, maar ook andere tijdelijk in onze gemeente verblijvenden, zoals toeristen, zijn niet geregistreerd.

Hiervoor is het Nachtregister op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) toereikend. Bij besluit van 24 juni 2019 is het digitaal Nachtregister verplicht voor alle huisvestingslocaties die onder het beleid 2019 tot stand zijn gekomen. We stellen voor het digitale Nachtregister per 1 mei 2021 verplicht voor alle huisvestingslocaties vanaf 5 personen, niet behorend tot hetzelfde huishouden. Om de belasting voor de huisvesters te verminderen worden afspraken op maat gemaakt. Bevolkingsregister (BRP) Iedereen die het voornemen heeft 4 maanden te verblijven in Nederland (over een periode van 6 maanden) is verplicht om zich in te schrijven in de Basisregistratie Personen (BRP). Daarmee wordt men ingezetene van de gemeente. Men heeft dan een officieel adres en maakt deel uit van de gemeenschap met bijbehorende rechten en plichten. Gemeenten baseren veel op dit inwonertal. Niet alleen de basisvoorzieningen worden erop berekend (woningen, scholen, winkels, etc) ook de financiering vanuit de Rijksoverheid is erop gebaseerd. Zolang men niet in het BRP staat ingeschreven wordt dan ook verblijfsbelasting geheven. De inschrijving in het BRP van arbeidsmigranten is een flinke opgave voor het team bevolking. Daarom wordt gewerkt met groepsgewijs inschrijven, van te voren gepland, als het mogelijk is op locatie. Het warme welkom en de voorlichting kan ter plekke plaatsvinden.

OUD Hoofdstuk 5 Huisvesting bij agrarische en overige lokale bedrijven Het huidige beleid legt voor agrarische bedrijven een maximum van 40 te huisvesten arbeidsmigranten vast, inclusief de mogelijkheid om tijdens piekmomenten (maximaal 3 maanden) maximaal 20 personen in tijdelijke woonunits te huisvesten. De huisvesting mag los van de toegestane verblijfsduur van de arbeidsmigrant permanent gebruikt worden, zodat in de tijd dat er geen “eigen” werknemers mensen zijn gehuisvest er mensen werknemers van derden mogen worden gehuisvest. Conform het coalitieakkoord en regionale ontwikkelingen verruimt Peel en Maas het maximaal aantal te huisvesten arbeidsmigranten. Met de verruiming krijgt schaalvergroting en economische groei een plaats. Verder is de insteek om goede, bestaande huisvestingslocaties nog beter te laten benutten, om zo al te veel versnippering van de huisvesting en verstening van het buitengebied te voorkomen. Ook zullen Oondernemers met en zonder voldoende huisvesting kunnen elkaar meer nog dan nu gaan opzoeken bij huisvestingsvraagstukken. De verruiming mag er echter niet voor zorgen dat agrarische bestemmingen en het buitengebied te zeer onder druk komen staan. De core business van het buitengebied is tenslotte ruimte bieden aan agrarisch ondernemen, natuur en recreatie.

Wonen en verblijven van grote groepen mensen past daar, uitgezonderd recreatief verblijf op bijvoorbeeld een camping, niet in. Tegelijkertijd beseft Peel en Maas dat ruimte schaars is en steeds schaarser wordt. Peel en Maas zet vanuit voornoemde overwegingen in op een verdubbeling hanteert een standaard omvang van het aantal te huisvesten mensen bij agrarische en overige lokale bedrijven mensen van naar maximaal 80 arbeidsmigranten., maar in tegenstelling tot het huidige beleid wel onder de voorwaarde dat voor het aantal een motivatie wordt gegeven. Zo wordt verkeerd gebruik van de verruiming, die tenslotte is bedoeld voor het oplossen van de economische opgave, tegengegaan. Het is namelijk mogelijk dat als gevolg van de verruiming een agrariër bijna exclusief voor derden kan gaan huisvesten. Het huidige beleid laat dat tot op zekere hoogte al toe omdat de op een locatie aanwezige huisvesting permanent gebruikt mag worden. De gemeente wil echter voorkomen dat binnen een agrarische bedrijfstemming alleen en exclusief alleen voor derden wordt gehuisvest en er geen binding met het eigen bedrijf is. Daarom wordt niet alleen meegewerkt aan initiatieven als de reden voor het aantal te huisvesten arbeidsmigranten niet is gemotiveerd en als niet tenminste 25% 75% van deze mensen de te huisvesten werknemers gedurende tenminste 4 maanden op of voor het eigen bedrijf werkzaam is.

In de verruiming naar maximaal 80 mensen hebben de mensen die op piekmomenten nodig zijn ook een plaats. Bij agrarische bedrijven die buiten piekmomenten arbeidsmigranten huisvesten staan de gemeente dus geen tijdelijke units voor huisvesting tijdens piekmomenten meer toe. Peel en Maas wil zo het gebruik van tijdelijke woonunits beperken tot bedrijven met alleen een arbeids-vraag tijdens piekmomenten. Artikel 6 gaat hier verder op in. Peel en Maas verwacht dat de verruiming enkele grote agrarische en lokale bedrijven desondanks onvoldoende soelaas biedt meer personeel hebben dan de standaard omvang toelaat. Zij zijn onder het huidige beleid aangewezen op meerdere locaties om hun personeel te kunnen huisvesten en hebben daardoor problemen om voldoende arbeidskrachten te werven. Dit zorgt los van deze grote agrarische bedrijven bovendien voor prijsopdrijving, de vraag naar huisvesting is namelijk groot maar het aanbod niet navenant. De gemeente is bereid om bij/voor dergelijke grote agrarische bedrijven de huisvesting tot maximaal 200 personen te faciliteren, mits de ondernemer aantoont de mensen daadwerkelijk nodig te hebben voor zijn bedrijf. Het spreekt voor zich dat indachtig artikel 1 bij grotere aantallen te huisvesten mensen de eisen aan de maatschappelijke bijdrage zwaarder zullen worden.

Naar verwachting komen 5 tot 6 3 agrarische bedrijven voor deze verruiming in aanmerking. Het is bovendien mogelijk dat enkele agrarische en/of lokale ondernemers de handen ineenslaan en voor hun bedrijven samen op één specifieke locatie meer dan 80 personen of meer willen huisvesten. Aangezien dit prima past bij de redenen om te verruimen wil de gemeente meewerken aan dergelijke samenwerkingen tot maximaal 200 personen. Ook bij dergelijke initiatieven worden hogere eisen aan de maatschappelijke bijdrage gesteld.

NIEUW Hoofdstuk 5 Huisvesting bij agrarische en overige lokale bedrijven Peel en Maas hanteert een standaard omvang van het aantal te huisvesten mensen bij agrarische en overige lokale bedrijven van maximaal 80 arbeidsmigranten. De gemeente wil voorkomen dat binnen een agrarisch of lokaal bedrijf alleen voor derden wordt gehuisvest. Daarom wordt alleen meegewerkt aan initiatieven als de reden voor het aantal te huisvesten arbeidsmigranten is gemotiveerd en als tenminste 75% van de te huisvesten werknemers gedurende tenminste 4 maanden op of voor het eigen bedrijf werkzaam is. De huisvesting mag permanent gebruikt worden, zodat in de tijd dat er geen eigen werknemers zijn gehuisvest er personeel van derden mogen zijn gehuisvest. Peel en Maas verwacht dat enkele grote agrarische en lokale bedrijven meer personeel hebben dan de standaard omvang toelaat. Zij zijn onder het huidige beleid aangewezen op meerdere locaties om hun personeel te kunnen huisvesten en hebben daardoor problemen om voldoende arbeidskrachten te werven. De gemeente is bereid om bij/voor dergelijke grote agrarische bedrijven de huisvesting tot maximaal 200 personen te faciliteren, mits de ondernemer aantoont de mensen daadwerkelijk nodig te hebben voor zijn bedrijf. Naar verwachting komen 3 agrarische bedrijven voor deze verruiming in aanmerking.

Het is bovendien mogelijk dat enkele agrarische en/of lokale ondernemers de handen ineenslaan en voor hun bedrijven samen op één specifieke locatie 80 personen of meer willen huisvesten. Aangezien dit prima past bij de redenen om te verruimen wil de gemeente meewerken aan dergelijke samenwerkingen tot maximaal 200 personen. Verder is de insteek om goede, bestaande huisvestingslocaties beter te benutten, om versnippering van de huisvesting en verstening van het buitengebied te voorkomen. Ondernemers met en zonder voldoende huisvesting kunnen elkaar opzoeken bij huisvestingsvraagstukken. Vrijkomende bestaande huisvestingslocaties, die op een goede locatie liggen, kunnen ten behoeve van lokale bedrijven worden benut en eventueel worden uitgebreid. Een geheel nieuwe ruimtelijke toestemming is dan nodig, waarbij aan alle voorwaarden van het beleid 2021 voldaan dient te worden. Daarbij kunnen dan tevens voorwaarden worden verbonden om niet meer bruikbare stallen, loodsen en overige niet meer functionele opstallen te slopen.

OUD Hoofdstuk 6 Huisvesting in piekmomenten bij agrarische bedrijven Er zijn ook agrarische bedrijven die alleen tijdens korte piekmomenten behoefte hebben aan extra arbeidskrachten. Zij hebben geen behoefte aan permanente huisvesting als bedoeld in Hoofdstuk artikel 5 omdat dit voor hen een te grote en niet rendabele investering is. Het kunnen opvangen van de seizoenarbeid volstaat voor deze ondernemers. Dergelijke agrarische bedrijven moeten ook een plaats in het beleid hebben. Peel en Maas maakt het voor deze bedrijven daarom mogelijk om voor de opvang van piekmomenten maximaal 4 maanden maximaal 40 personen te huisvesten in tijdelijke woonunits. Concrete initiatieven die van deze mogelijkheid gebruik willen maken moeten laten zien dat het aantal te huisvesten mensen en de benodigde huisvestingstermijn past in bij de bedrijfsvoering. Zo wordt voorkomen dat er meer mensen dan nodig zijn gehuisvest en dat ze ook niet langer dan nodig zijn gehuisvest. De woonunits moeten voldoen aan de SNF-norm en moeten na afloop van het piekmoment weer verwijderd worden. Huisvesting in bedrijfsgebouwen staat de gemeente niet toe, omdat dit de mogelijkheid opent dat huisvesting wordt voortgezet buiten de toegestane periode. Voor deze vorm van huisvesting zijn alleen de hoofdstukken 1 t/m 4, 9 en 11 t/m 14 van toepassing.

Eenmaal getoetst aan het beleid kan jaarlijks worden volstaan met een melding van periode en aantal te huisvesten werknemers, zolang de overige gegevens niet wijzigen. NIEUW Hoofdstuk 6 Huisvesting in piekmomenten bij agrarische bedrijven Er zijn ook agrarische bedrijven die alleen tijdens korte piekmomenten behoefte hebben aan extra arbeidskrachten. Zij hebben geen behoefte aan permanente huisvesting als bedoeld in Hoofdstuk 5 omdat dit voor hen een te grote en niet rendabele investering is. Het kunnen opvangen van de seizoenarbeid volstaat voor deze ondernemers. Peel en Maas maakt het voor deze bedrijven mogelijk om voor de opvang van piekmomenten maximaal 4 maanden maximaal 40 personen te huisvesten in tijdelijke woonunits. Concrete initiatieven die van deze mogelijkheid gebruik willen maken moeten laten zien dat het aantal te huisvesten mensen en de benodigde huisvestingstermijn past in bij de bedrijfsvoering. De woonunits moeten voldoen aan de SNF-norm en moeten na afloop van het piekmoment weer verwijderd worden. Huisvesting in bedrijfsgebouwen staat de gemeente niet toe, omdat dit de mogelijkheid opent dat huisvesting wordt voortgezet buiten de toegestane periode. Voor deze vorm van huisvesting zijn alleen de hoofdstukken 1 t/m 4, 9 en 11 t/m 14 van toepassing.

Eenmaal getoetst aan het beleid kan jaarlijks worden volstaan met een melding van periode en aantal te huisvesten werknemers, zolang de overige gegevens niet wijzigen.

OUD Hoofdstuk 7 Huisvesting in overige gevallen woningen Als de huisvestingslocatie geen agrarisch bedrijf betreft of als het (agrarisch) bedrijf is beëindigd maar er op de locatie nog wel een bij het beëindigde gebruik passende bestemming rust staat Peel en Maas huisvesting tot eveneens maximaal 80 arbeidsmigranten toe. Dat mag dan alleen in de aanwezige bestaande bebouwing om verdere verstening van de omgeving c.q. het buitengebied te voorkomen. Voor zover nodig moet ook de bestemming omgezet worden naar een die past bij het nieuwe gebruik (de huisvesting dus). (Naar hoofdstuk 5 verplaatst en gewijzigd). Dit aantal geldt niet voor de locaties die momenteel legaal al meer dan 80 personen mogen huisvesten (zoals onder andere de recreatieparken De Berckt en Breebronne) en locaties die de experimentstatus krijgen (zie hierna artikel 8). Overigens blijft het altijd mogelijk om zonder ruimtelijke toestemming maximaal 4 arbeidsmigranten te huisvesten op plekken en in gebouwen waar het bestemmingsplan een woonbestemming heeft toegekend. NIEUW Hoofdstuk 7 Huisvesting in woningen Woningen zijn in hoofdzaak bedoeld voor permanente bewoning. Arbeidsmigranten die langer dan 18 maanden op dezelfde locatie willen verblijven, in gezinsverband leven en arbeidsmigranten met kinderen onder de 18 horen niet thuis in huisvestingslocaties voor short stay.

In het bestemmingsplan is een woning gedefinieerd voor een gezin of voor maximaal 4 personen niet behorend tot hetzelfde huishouden. Deze regels vormen de basis van het beleid voor alle inwoners en arbeidsmigranten in de Gemeente Peel en Maas. Samengevat: reguliere woningen zijn voor bewoning in gezinsverband en voor long stay arbeidsmigranten. Huisvesting van arbeidsmigranten is - ongeacht het aantal personen- verboden in recreatieobjecten. Huisvesting van arbeidsmigranten is - zonder ruimtelijke toestemming - verboden in reguliere woningen met meer dan 4 personen niet behorend tot hetzelfde huishouden, bedrijfswoningen en agrarische woningen/gebouwen. In kernen, volgens de contouratlas van Limburg, kunnen evenwel panden/objecten staan die groot genoeg zijn om meer arbeidsmigranten te huisvesten, met in achtneming van de SNF-norm. Voor die panden kan een ruimtelijke toestemming aangevraagd worden tot een maximum van 8 personen. Buiten kernen geldt er het maximum van 80 personen en dient verder aan het vereiste van hoofdstuk 5 voldaan te worden. Meldplicht verhuur woningen Om zicht te krijgen op kamersgewijze verhuur van woningen wordt een meldplicht ingesteld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor het kamersgewijs verhuren van woningen, ook aan niet-arbeidsmigranten.

Verhuur aan een gezin en/of huishouden hoeft niet gemeld te worden, mits men is ingeschreven in het bevolkingsregister (BRP). Het bestaand beleid dat maximaal 4 personen, niet behorend tot eenzelfde huishouden in een woning mag verblijven, wordt met de meldplicht niet verboden of ingeperkt. De commissie Roemer geeft in haar eindrapport het advies om een verhuurdersvergunning te introduceren teneinde misstanden in straten, buurten of wijken aan te kunnen pakken. De minister van BZK heeft per brief van 22 februari 2021 aangekondigd daar een wettelijke basis voor te gaan maken. In een verhuurdersvergunning kunnen eisen gesteld worden aan het maximum aantal personen per woning, of een maximaal aantal woningen met kamerverhuur in een straat, buurt of kern. Daarbij worden landelijk uniforme voorschriften opgenomen om ongewenste situatie gericht aan te kunnen pakken. Mocht daar aanleiding toe zijn kan het college, nadat deze een wettelijke basis heeft gekregen, de meldplicht omzetten in een verhuurdersvergunning.

OUD Hoofdstuk 8 Experimenten huisvestingsvormen/-locaties Onder het huidige beleid is de huisvesting op de recreatieparken De Berckt en Breebronne als (provinciale) pilot meegenomen. Dit heeft geresulteerd in een al geldende permanente regeling voor recreatiepark Breebronne, terwijl de procedure voor een permanente regeling bij De Berckt nog loopt. Het nieuwe beleid geeft ook aanleiding om te experimenteren., namelijk om te zien hoe de van de huisvester te vragen maatschappelijke bijdrage bij grootschalige huisvesting uitpakt. Peel en Maas is benieuwd of de vorm en zwaarte van de maatschappelijke bijdrage en het nieuwe beleid ook bij grote aantallen arbeidsmigranten haar werk doet en of ook dan het doel de arbeidsmigrant te verleiden tot langdurige of permanente vestiging bereikt wordt. Peel en Maas wil daarom experimenteerruimte geven aan enkele nog één nieuwe pilot. goede nieuwe plannen, binnen de volgende voorwaarden: innovatief, maximaal tot 400 personen, alleen tijdelijke omgevingsvergunning voor maximaal 10 jaar. Het college beoordeelt aldus het innovatieve karakter van een concreet initiatief dat als experiment wil dienen. Het college maakt bekend wanneer en onder welke voorwaarden initiatieven daartoe kunnen worden ingediend, alsmede het kader om tot de selectie van de enkele goedgekeurde pilot te komen.

Bij de verlening van de tijdelijke vergunning moet het college uitdrukkelijk toelichten welke aspecten ervoor zorgen dat het initiatief als innovatief is te beschouwen en dus de experimentstatus verdient. Het spreekt voor zich dat de verdere voorwaarden uit dit beleid onverkort ook voor deze pilot initiatieven geldten, met aanvullend een regelmatige evaluatieplicht. Voor de duidelijkheid: de experimentstatus zet wet- en regelgeving niet opzij, zodat bijvoorbeeld ook altijd sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening. Omdat Peel en Maas naast De Berckt en Breebronne maar een beperkte ruimte ziet voor huisvesting op dergelijk grote schaal, moet het aantal experimenten tot maximaal 3 beperkt blijven. Verder is Peel en Maas bereid om voortbordurend op de eerdere pilot als experiment mee te werken aan de uitbreiding van de huisvesting op recreatiepark Breebronne. Sinds de inrichting van het nieuwe huisvestingsterrein heeft de exploitant zijn zaken goed voor elkaar. Zo zijn er onder meer vanwege de ligging geen klachten bekend. Als de exploitant binnen het bestemmingsvlak waar huisvesting is toegestaan ruimte kan vinden voor uitbreiding, is Peel en Maas bereid om bovenop de toegestane 750 personen de huisvesting van nog eens 250 personen toe te laten.

Deze verruiming is eveneens een experiment, omdat de vraag beantwoord moet worden of een verdere uitbreiding niet ten koste gaat van het op dit moment goede functioneren van het huisvestingsterrein. De experimentstatus betekent ook hier een tijdelijke omgevingsvergunning voor maximaal 10 jaar die wet- en regelgeving niet opzij kan zetten. Mocht de exploitant de uitbreiding gaan aanvragen, dan gaat de gemeente voor de gehele huisvesting (dus inclusief de al toegestane 750 personen) een maatschappelijke bijdrage conform het beleid vragen. NIEUW Hoofdstuk 8 Experimenten huisvestingsvormen/-locaties Het nieuwe beleid geeft aanleiding om te experimenteren. Peel en Maas wil daarom ruimte geven aan nog één nieuwe pilot. Het college maakt bekend wanneer en onder welke voorwaarden initiatieven daartoe kunnen worden ingediend, alsmede het kader om tot de selectie van de enkele goedgekeurde pilot te komen. Het spreekt voor zich dat de verdere voorwaarden uit dit beleid onverkort ook voor deze pilot geldt, met aanvullend een regelmatige evaluatieplicht. Voor de duidelijkheid: de experimentstatus zet wet- en regelgeving niet opzij, zodat bijvoorbeeld ook altijd sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening.

OUD Hoofdstuk 9 Parkeren Op 19 juni 2018 is het Parapluplan Parkeernota Peel en Maas vastgesteld. Dit plan heeft tot doel de (beperkte) ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten en in het openbaar gebied parkeeroverlast zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken. Daartoe legt het plan als algemeen uitgangspunt vast dat een concreet initiatief op eigen terrein kan voldoen aan de parkeervraag. Verder bevat het plan een norm voor een veelheid aan functies, gerelateerd aan de locatie (centrum, rest bebouwde kom en buiten bebouwde kom). Het parapluplan is van toepassing op alle te verlenen ruimtelijke toestemmingen voor huisvestingsinitiatieven. Dat betekent dat een initiatiefnemer moet zorgen voor voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en als dat niet lukt, moet motiveren waarom. De initiatiefnemer dient daarbij aansluiting te zoeken bij de parkeernorm van de functie die past bij de huisvestingsvorm en de locatie waar de huisvesting gaat plaatsvinden. Indien geen norm passend is, wordt een norm van 0,6 parkeerplaats per 2 personen in de huisvesting gehanteerd. NIEUW Hoofdstuk 9 Parkeren Op 19 juni 2018 is het Parapluplan Parkeernota Peel en Maas vastgesteld. Dit plan heeft tot doel de (beperkte) ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten en in het openbaar gebied parkeeroverlast zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken.

Het parapluplan is van toepassing op alle te verlenen ruimtelijke toestemmingen voor huisvestingsinitiatieven. Dat betekent dat een initiatiefnemer moet zorgen voor voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en als dat niet lukt, moet motiveren waarom. De initiatiefnemer dient daarbij aansluiting te zoeken bij de parkeernorm van de functie die past bij de huisvestingsvorm en de locatie waar de huisvesting gaat plaatsvinden. Indien geen norm passend is, wordt een norm van 0,6 parkeerplaats per 2 personen in de huisvesting gehanteerd.

OUD Hoofdstuk 10 Landschappelijke inpassing Als de huisvesting resulteert in nieuwe bebouwing of als het gewijzigde gebruik van gronden en/of bestaande bebouwing de ruimtelijke uitstraling ter plaatse verandert, dan moet dit op een goede manier in de omgeving worden ingepast. Het huisvestingsinitiatief moet daarom voldoen aan de regels en kaders voor landschappelijke inpassing die op het moment van de ruimtelijke toestemming gelden (op dit moment het Kwaliteitskader Peel en Maas, onderdeel van de Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas van 15 december 2015). De inpassingsplicht geldt niet voor de tijdelijke huisvesting gedurende maximaal 4 maanden tijdens piekmomenten als bedoeld in hoofdstuk artikel 5. Indien de landschappelijke inpassing reeds op orde is, en toevoeging van landschapselementen overbodig wordt bevonden, kan ook een donatie in het kwaliteitsfonds worden gedaan. NIEUW Hoofdstuk 10 Landschappelijke inpassing Als de huisvesting resulteert in nieuwe bebouwing of als het gewijzigde gebruik van gronden en/of bestaande bebouwing de ruimtelijke uitstraling ter plaatse verandert, dan moet dit op een goede manier in de omgeving worden ingepast.

Het huisvestingsinitiatief moet daarom voldoen aan de regels en kaders voor landschappelijke inpassing die op het moment van de ruimtelijke toestemming gelden (op dit moment het Kwaliteitskader Peel en Maas, onderdeel van de Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas van 15 december 2015). De inpassingsplicht geldt niet voor de tijdelijke huisvesting gedurende maximaal 4 maanden tijdens piekmomenten als bedoeld in hoofdstuk 5. Indien de landschappelijke inpassing reeds op orde is, en toevoeging van landschapselementen overbodig wordt bevonden, kan ook een donatie in het kwaliteitsfonds worden gedaan.

OUD Hoofdstuk 11. Beheer en toezicht Openbare orde en veiligheid zijn onderwerpen die een rol spelen een rol in het begrip goede ruimtelijke ordening en worden dus getoetst bij een aanvraag voor een ruimtelijke toestemming. Goed beheer zorgt ook voor draagvlak in de omgeving. Vanwege de mogelijke impact van slecht toezicht en beheer op de omgeving is dit onderwerp minder geschikt voor maatwerk, want die impact is in potentie voor alle huisvestingsinitiatieven hetzelfde. Peel en Maas gaat daarom bij elke aanvraag voor een ruimtelijke toestemming beoordelen hoe de initiatiefnemer het toezicht en beheer heeft georganiseerd. Er moet bekend zijn wie de exploitatie op zich neemt en welke maatregelen er komen om overlast voor zowel de arbeidsmigranten (onderling) als omwonenden te voorkomen. De aspecten die een plaats krijgen in de beoordeling zijn: - gebruik van drugs (hard/soft) en alcohol; - parkeren van voertuigen; - zwerfafval; - geluid; - vechtpartijen (onderling) en/of geweldsincidenten; - brandveiligheid (vluchtwegen, vindplaats blusmiddelen); - (wijze van) beschikbaarheid van belangrijke telefoonnummers (hulpdiensten, exploitant); - (wijze van) beschikbaarheid van een eventueel huisreglement inclusief de taal waarin het reglement beschikbaar is. Daarnaast beoordeelt Peel en Maas ook de exploitatie (vorm van het beheer) en de persoon van de beheerder.

De beheerder is (degene die verantwoordelijk is voor het houden van toezicht op de huisvestingslocatie, bij voorkeur is dat de initiatiefnemer of ondernemer zelf). De beheerder is altijd (dus 24/7) bereikbaar voor de arbeidsmigranten, omwonenden, hulpdiensten en de gemeente, ook tijdens vakanties. De aanvraag moet daarnaast borgen dat de beheerder (of zijn vervanger bij gerechtvaardigde afwezigheid zoals vakantie) binnen maximaal 15 minuten op de huisvestingslocatie aanwezig kan zijn als dat nodig of vereist is (door bijvoorbeeld de hulpdiensten). Ook moet altijd een persoon op de huisvestingslocatie aanwezig te zijn die de Nederlandse, Duitse of Engelse taal en de moedertaal van de verblijvende arbeidsmigranten machtig is (dit kan dus een arbeidsmigrant zijn) die als aanspreekpunt/tolk dient. De beheerder moet bij klachten uit de omgeving in elk geval ter plaatse komen en moet bevoegd zijn om antwoorden te geven op vragen en zo nodig maatregelen nemen om klachten op te lossen. Ook moet de beheerder beschikken over een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) of het equivalent daarvan uit het land van herkomst. Aan de ruimtelijke toestemming verbindt de gemeente verder de voorwaarde dat de beheerder digitaal een overzicht bijhoudt van de arbeidsmigranten die op de betreffende locatie zijn gehuisvest en er overnachten (Nachtregister). Het college ontwikkelt hiervoor een model.

NIEUW Hoofdstuk 11 Beheer en toezicht Openbare orde en veiligheid spelen een rol in het begrip goede ruimtelijke ordening en worden dus getoetst bij een aanvraag voor een ruimtelijke toestemming. Goed beheer zorgt voor draagvlak in de omgeving. Vanwege de impact van slecht toezicht en beheer op de omgeving is dit onderwerp minder geschikt voor maatwerk. Peel en Maas gaat daarom bij elke aanvraag voor een ruimtelijke toestemming beoordelen hoe de initiatiefnemer het toezicht en beheer heeft georganiseerd. Er moet bekend zijn wie de exploitatie op zich neemt en welke maatregelen er komen om overlast voor zowel de arbeidsmigranten (onderling) als omwonenden te voorkomen. De aspecten die een plaats krijgen in de beoordeling zijn: - gebruik van drugs (hard/soft) en alcohol; - parkeren van voertuigen; - zwerfafval; - geluid; - vechtpartijen (onderling) en/of geweldsincidenten; - brandveiligheid (vluchtwegen, vindplaats blusmiddelen); - beschikbaarheid van belangrijke telefoonnummers (hulpdiensten, exploitant); - beschikbaarheid van een huisreglement inclusief de taal waarin het reglement beschikbaar is. Daarnaast beoordeelt Peel en Maas ook de exploitatie (vorm van het beheer) en de persoon van de beheerder. De beheerder is degene die verantwoordelijk is voor het houden van toezicht op de huisvestingslocatie.

De beheerder is altijd (dus 24/7) bereikbaar voor de arbeidsmigranten, omwonenden, hulpdiensten en de gemeente, ook tijdens vakanties. De aanvraag moet daarnaast borgen dat de beheerder (of zijn vervanger bij gerechtvaardigde afwezigheid zoals vakantie) binnen maximaal 15 minuten op de huisvestingslocatie aanwezig kan zijn als dat nodig of vereist is (door bijvoorbeeld de hulpdiensten). Ook moet altijd een persoon op de huisvestingslocatie aanwezig zijn die de Nederlandse, Duitse of Engelse taal en de moedertaal van de verblijvende arbeidsmigranten machtig is (dit kan dus een arbeidsmigrant zijn) die als aanspreekpunt/tolk dient. De beheerder moet bij klachten uit de omgeving in elk geval ter plaatse te komen en moet bevoegd zijn om antwoorden te geven op vragen en zo nodig maatregelen kunnen nemen om klachten op te lossen. Ook moet de beheerder beschikken over een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) of het equivalent daarvan uit het land van herkomst.

OUD Hoofdstuk 12 Exploitatievergunning Toezicht en beheer komt daarnaast ook in de op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV) benodigde exploitatievergunning terug. Dit lijkt dubbelop, want de stukken die nodig zijn bij de aanvraag voor een dergelijke vergunning komen voor een groot deel overeen met de stukken die nodig zijn voor de ruimtelijke toestemming. Een echte doublure is het niet want de APV heeft openbare orde en veiligheid als specifiek doel, terwijl openbare orde en veiligheid tot op zekere hoogte deel uitmaakt van het begrip woon- en leefklimaat die in de ruimtelijke toestemming centraal staat. De eisen vanuit de APV zijn dus gerichter dan de eisen vanuit het ruimtelijk toetsingskader. Aanvullend voordeel is dat Eeen aanvraag voor een exploitatievergunning wordt aan een Bibob-toets onderworpen. kan worden wat niet mogelijk is bij een aanvraag voor een ruimtelijke toestemming. Een exploitatievergunning is nodig bij het op één locatie huisvesten vanaf 4 personen, niet behorend tot hetzelfde huishouden. De aanvraag voor een exploitatievergunning dient compleet ingediend te zijn voordat de ruimtelijke toestemming verleend kan worden. NIEUW Hoofdstuk 12 Exploitatievergunning Toezicht en beheer komt daarnaast ook in de op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV) benodigde exploitatievergunning terug.

Dit lijkt dubbelop, want de stukken die nodig zijn bij de aanvraag voor een dergelijke vergunning komen voor een groot deel overeen met de stukken die nodig zijn voor de ruimtelijke toestemming. Een echte doublure is het toch niet want de APV heeft openbare orde en veiligheid als specifiek doel, terwijl openbare orde en veiligheid tot op zekere hoogte deel uitmaakt van het begrip woon- en leefklimaat die in de ruimtelijke toestemming centraal staat. De eisen vanuit de APV zijn dus gerichter dan de eisen vanuit het ruimtelijk toetsingskader. Een aanvraag voor een exploitatievergunning wordt aan een Bibob-toets onderworpen. Een exploitatievergunning is nodig bij het op één locatie huisvesten vanaf 4 personen, niet behorend tot hetzelfde huishouden. De aanvraag voor een exploitatievergunning dient compleet ingediend te zijn voordat de ruimtelijke toestemming verleend kan worden.

OUD Hoofdstuk 13 Handhaving Het beleid biedt volop ruimte en kansen. Dat is een van de kernwaarden waar Peel en Maas voor staat. Daar waar huisvesters op een goede manier met de geboden ruimte omgaan en de omgeving weinig merkt van de huisvesting, moet omgekeerd de omgeving beschermd worden tegen huisvesters die het niet goed voor elkaar krijgen. Peel en Maas treedt daarom handhavend op tegen huisvesters die herhaaldelijk of structureel de voorwaarden en voorschriften van de exploitatievergunning en de ruimtelijke toestemming niet nakomen of huisvestingslocaties waar herhaaldelijk of structureel ingrijpen door de politie nodig is. Omdat h Het college en de burgemeester zijn de bevoegde gezagen zijn bij de handhaving van de ruimtelijke toestemming (dus ook die waarvoor de raad het bevoegd gezag zijn) respectievelijk de exploitatievergunning. , gaan zij Het specifieke handhavingsbeleid is op 1 juli 2019 vastgesteld opstellen. Het spreekt voor zich dat de huisvester die zich niet aan het beleid en de regels van de ruimtelijke toestemming houdt, niet voor een nieuwe ruimtelijke toestemming in aanmerking komt, ook niet op een andere locatie. NIEUW Hoofdstuk 13 Handhaving Het beleid biedt volop ruimte en kansen. Dat is een van de kernwaarden waar Peel en Maas voor staat.

Daar waar huisvesters op een goede manier met de geboden ruimte omgaan en de omgeving weinig merkt van de huisvesting, moet omgekeerd de omgeving beschermd worden tegen huisvesters die het niet goed voor elkaar krijgen. Peel en Maas treedt daarom handhavend op tegen huisvesters die herhaaldelijk of structureel de voorwaarden en voorschriften van de exploitatievergunning en de ruimtelijke toestemming niet nakomen of huisvestingslocaties waar herhaaldelijk of structureel ingrijpen door de politie nodig is. Het college en de burgemeester zijn de bevoegde gezagen bij de handhaving van de ruimtelijke toestemming respectievelijk de exploitatievergunning. Het specifieke handhavingsbeleid is op 1 juli 2019 vastgesteld. Het spreekt voor zich dat de huisvester die zich niet aan het beleid en de regels van de ruimtelijke toestemming houdt, niet voor een nieuwe ruimtelijke toestemming in aanmerking komt, ook niet op een andere locatie.

OUD Hoofdstuk 14 Ruimtelijke toestemming De hoofduitgangspunten van ruimtelijke ordening zijn een efficiënt gebruik van de beschikbare ruimte en de juiste functie op de juiste plaats. De huisvesting van short stay arbeidsmigranten op grond van het huidige beleid en ook dit nieuwe beleid staat op gespannen voet met deze uitgangspunten. Het huidige beleid koppelt daarom een uitsterfconstructie aan de ruimtelijke toestemming. De genoemde spanning blijft ook met het nieuwe beleid. Ruimte is een schaars goed. Peel en Maas wil niet dat onnodig ruimte in beslag wordt genomen voor iets dat er niet meer is. In de ruimtelijke toestemmingen wordt daarom vastgelegd dat het gebruik van/voor huisvesting ongedaan gemaakt moet worden als de huisvesting gedurende 1 jaar niet wordt gebruikt. Deze constructie is gelijk aan die onder het huidige beleid in ruimtelijke toestemmingen werd vastgelegd. De uitsterfconstructie betekent overigens niet dat een mogelijk op hetzelfde bestemmingsvlak gevestigd (agrarisch) bedrijf ook is, moet zijn of moet worden beëindigd. Het gaat enkel en alleen om de ruimte, gebouwen en bouwwerken die voor de huisvesting gebruikt worden. Dit betekent dat Er is een nieuwe ruimtelijke toestemming nodig als de huisvesting in dezelfde of een andere vorm hervat gaat worden.

Materieel gezien is dit logisch omdat de huisvesting vanuit het perspectief van de omgeving en omwonenden gezien op dat moment nieuw is, wat een nieuwe en actuele belangenafweging rechtvaardigt. Voor zover de werking van de uitsterfconstructie betekent dat op een locatie sprake is van VAB’s of VNAB’s (vrijkomende agrarische en niet-agrarische bebouwing), staat dit toepassing van artikel 7 niet in de weg. Ook dan is dus een nieuwe ruimtelijke toestemming nodig. Omdat in de De tijdelijke omgevingsvergunning voor maximaal 10 jaar heeft een dergelijke als ruimtelijke toestemming de voorkeur van de Gemeente Peel en Maas. zo’n De uitsterfconstructie is hierin al impliciet grotendeels opgesloten zit,. Dit laat onverlet dat de De gemeente bepaalt altijd in overleg met de initiatiefnemer de voor de situatie juiste ruimtelijke toestemming, kiest (waarin de uitsterfconstructie een plaats krijgt zal krijgen). De gemeente sluit op voorhand dus geen enkele ruimtelijke toestemming uit bij het mogelijk maken van een huisvestingsinitiatief. De kruimelgevallenregeling is niet mogelijk bij een aanvraag die als stedelijke ontwikkeling kan worden gezien. In dat geval dient de uitgebreide procedure te worden gevolgd.

Om locaties met bestaande vergunningen uit het beleid 2014 en 2019 te stimuleren onder de nieuwe regels te vallen, wordt door het college bekeken hoe ondernemers verleid kunnen worden om onder het nieuwe beleid te gaan werken. Procedure Vooruitlopend op de omgevingswet dient een initiatiefnemer de navolgende stappen te doorlopen om tot een ontvankelijke aanvraag te komen:  Vooroverleg: met initiatiefnemer worden alle relevante onderdelen van het beleid doorgenomen;  Nieuwe initiatievenoverleg (NIO): initiatiefnemer presenteert op compacte wijze zijn initiatief met locatie en beschrijving van de hoofdpunten van het beleid  Informeren omwonenden: initiatiefnemer informeert de omwonenden van het voornemen om een locatie voor te leggen aan de gemeente  Principeverzoek: initiatiefnemer vraagt aan de gemeente in principe medewerking wil verlenen aan een locatie voor huisvesting op een locatie met een bepaalde omvang  Intake: na goedkeuring van het principeverzoek wordt een intake gehouden om de aanlevering van alle relevante gegevens, onderzoeken en onderdelen van de aanvraag in te kunnen dienen  Aanvraag: deze dient alle relevante stukken te bevatten en wordt digitaal ingediend via de gemeentelijke website en via ruimtelijkeplannen.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=c0fa1427-a17b-4766-bd11-c1f0cbb4d9b4