Bijlage bij afhandeling toezegging - BCF en kostendekkendheid afval
Tekst van het document
Werking BTW CompensatieFonds (BCF) en impact op kostendekkendheid leges Invoering BCF en financiële effecten: In 2002 is het BCF ingesteld om een eerlijkere vergelijking te maken tussen uitbesteden en inbesteden van werkzaamheden. Zonder BCF geldt dat uitbestede diensten per saldo altijd 9% of 21% duurder zijn en daarmee vaker werd gekozen voor inbesteding. Decentrale overheden kunnen betaalde btw terugvragen bij het BCF. De betaalde btw moet daarvoor aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de btw betaald zijn over een niet-ondernemerstaak en mag er geen sprake zijn van verstrekking aan een individuele derde. Voorbeelden van taken waarvoor gemeenten en provincies btw kunnen terugvragen zijn: inzameling van huisvuil, onderhoud aan gebouwen, straatbeheer, schoonmaakactiviteiten, archivering, ingenieurswerkzaamheden en groenbeheer. Naast BCF kunnen gemeenten als ze optreden als ondernemer (bijv. grondexploitatie) ook reguliere BTW declareren. Bij de invoering van het BCF is bepaald dat het voor de rijksoverheid een budgettair neutrale operatie betreft. Alle middelen die beschikbaar zijn in het BCF voor gemeenten om te declareren worden onttrokken aan het gemeentefonds. Dat betekent dat gemeenten sinds 2022 een lagere algemene uitkering ontvangen. Dat financiële nadeel wordt gecompenseerd door BTW te kunnen declareren bij het BCF.
Op landelijk niveau geldt dat jaarlijks wordt bijgehouden hoeveel BTW bij het BCF wordt gedeclareerd. Is dat meer dan initieel in het BCF is opgenomen dan wordt extra onttrokken aan het gemeentefonds (via de septembercirculaire). Is er minder gedeclareerd dan aan budget beschikbaar was dan wordt het restant terugstort in het gemeentefonds. Vanaf 2004 zijn de uitgaven van het BCF (gedeclareerde BTW door gemeenten) als volgt:
Gevolgen BCF voor berekeningen kostendekkendheid Voor de invoering van het BCF gold BTW vanzelfsprekend tot de kosten bij de berekening van kostendekkende tarieven voor gemeentelijke leges (riool, afval, bouwvergunnigen etc.). Als gemeenten ná invoering van het BCF de BTW niet meer zouden meetellen in de berekening dan dalen de tarieven en dus de inkomsten van de gemeente. Omdat de BTW die via het BCF wordt uitgekeerd al in mindering is gebracht op de algemene uitkering betalen gemeenten deze dus zelf. Als er dan ook nog minder opbrengst aan leges is dan ontstaat dus een financieel nadeel voor elke gemeente. Om die reden is vastgelegd in artikel 15.33 lid 3 Wet milieubeheer* dat de BTWcomponent meegenomen moet worden in de berekening van de kostendekkendheid. Dat gebeurt al bij nagenoeg elke gemeente sinds de invoering van het BCF en is ook in Peel en Maas vanaf 2010 jaarlijks op deze wijze toegepast. De BTW-component op de kosten behoort dus tot de kosten bij een 100% kostendekkend tarief. Op de volgende pagina is dit schematisch weergegeven. * letterlijke wettekst: 3. Onder de in het eerste lid bedoelde kosten wordt mede verstaan de omzetbelasting die ingevolge de Wet op het BTW-compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit het fonds.
Vóór BCF AFVALSTOFFENHEFFING
Ná BCF - huidig 1)
AFVALSTOFFENHEFFING
BCF
Na BCF - zonder BTW in afvaltarief 2)
3)
MINDER OPBRENGST AFVALSTOFFENHEFFING
=> ca. € 480.000 in Peel en Maas 4)
BCF
ALGEMENE UITKERING ALGEMENE UITKERING
1) incl. BTW want alle kosten zijn inclusief BTW
2) incl. BTW want anders dalen de totale opbrengsten voor gemeente (expliciet benoemd in wet)
3) gemeente declareren hun BTW-kosten bij het BCF en ontvangen daardoor gemiddeld hetzelfde bedrag als is gekort op de algemene uitkering
ALGEMENE UITKERING
4) gemeenten mogen er voor kiezen om minder kosten dat wettelijk toegestaan door te berekenen in hun afvaltarieven. Bij 100% kostendekkendheid is BTW inbegrepen.