CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

Afhandeling toezegging - Bijlage - Regionale detailhandelsvisie Noord Limburg.pdf

Commissie 11 januari 2022, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Hoofdkeuzes en voorbereidingskrediet herontwikkeling postkantoorlocatie (en omgeving) in Panningen (2022-003)5.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale detailhandelsvisie Noord-Limburg

1

2

Inhoudsopgave

1. Inleiding

5

2. Doel en Reikwijdte

9

3. Kaders

11

- Europese Dienstenrichtlijn - Ladder voor duurzame verstedelijking - Provinciaal beleid

4. Trends en Ontwikkelingen

14

5. Analyse van de Winkelgebieden

15

6. Uitgangspunten

25

7. Aan de slag met de Regionale Detailhandelsvisie

27

7.1 Afstemming van grootschalige initiatieven met een bovenlokaal/regionaal effect 7.2 Concentratie van detailhandel 7.3 Plannen 7.4 Uitvoeringsparagraaf

Geraadpleegde bronnen Bijlage: 1. Reactie MKB op ‘Regionaal Detailhandelsvisie Noord Limburg’ 2. Winkelmonitor Limburg 2015 3. Bestuursafspraken detailhandel d.d. 20 april 2016

3

11 11 13

27 30 31 32

33

4

1. Inleiding Winkels en winkelgebieden vervullen een essentiële rol in ons leven, als consument én als burger. Ze fungeren als dagelijkse voorziening, als werk- en ontmoetingsplek en als kloppend hart van onze dorpen en steden. Op dit moment zijn onze winkelgebieden in hoog tempo aan het veranderen. Het consumentengedrag is de laatste jaren namelijk sterk veranderd. Deels ten gevolge van de economische situatie, maar vooral ook door veranderingen in de samenstelling van de bevolking en de invloed van internet. De detailhandelssector is niet langer een groeimarkt; per saldo is er geen behoefte aan meer winkelmeters, wel aan ‘andere meters’ om ruimte te bieden aan dynamiek en innovatie. Deze verandering vraagt ook om een antwoord van de gemeenten. Voor een groot deel ligt deze opgave bij de individuele gemeenten maar bepaalde ontwikkelingen vragen om een regionale aanpak. In deze detailhandelsvisie is het beleid en de handelswijze van de regio Noord-Limburg met betrekking tot detailhandel opgenomen. De visie is een uitwerking van het POL2014 waarin de regiogemeenten door de Provincie Limburg worden uitgedaagd om een aanpak te formuleren voor het ´nieuwe groeien´.

Ten aanzien van het thema detailhandel zijn de afgelopen jaren diverse rapporten verschenen, zoals de ‘Detailhandelsvisie Provincie Limburg’ (Kamer van Koophandel/Ondernemend Limburg ), herijking detailhandelsvisie Limburg 2015 (MKB Limburg) en het rapport ‘Het winkelgebied van de toekomst’ van Platform 31. Van deze beide rapporten is dankbaar gebruik gemaakt in deze visie. De regionale detailhandelsvisie bevat een beschrijving van het doel en de reikwijdte van de visie. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de relevante kaders op rijks- en provinciaalniveau. Nadat een overzicht van de Trends en Ontwikkelingen en de analyse van de regionale winkelgebieden is uitgevoerd worden enkele uitgangspunten geformuleerd. In hoofdstuk 7 wordt beschreven welke aanpak en afspraken regionaal gemaakt worden om een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat te behouden. Deze visie is afgestemd met het MKB Limburg. De reactie van het MKB op een eerdere versie van de regionale detailhandelsvisie is als bijlage opgenomen bij deze nota (Bijlage 1)

5

Kerncijfers detailhandel Noord-Limburg Noord-Limburg telt

met een totale

winkeloppervlakte van 585.310 m², waarvan

in totaal zijn er

1

6

1712 winkels,

54.170 m² leeg staat (9,25%)

12.043 mensen zijn werkzaam in de detailhandelssector .

Bron: Winkelmonitor 2015

1

2. Doel en reikwijdte HET VERTREKPUNT (POL2014) Het vertrekpunt van deze regionale detailhandelsvisie is het Provinciaal Ontwikkelingsplan 2014 (POL2014), daarin zijn enkele thematische principes beschreven, namelijk dat: - In principe géén nieuwe solitaire c.q. verspreid gelegen winkels en winkelgebieden worden ontwikkeld/gerealiseerd. - Winkels niet thuis horen op bedrijventerreinen, behalve als het gaat om verkoop van goederen (volumineus) die zich lenen voor vestiging op zo’n terrein. - Nieuwe ontwikkelingen mogen alleen plaatsvinden in, of direct aansluitend aan, bestaande winkelgebieden. Daarnaast is het POL2014 opgenomen dat, ondanks dat er geen behoefte is aan kwantitatieve groei, stilstand geen optie is. Blijvende vernieuwing en innovatie mag niet in gevaar komen. Dynamiek is nodig om de omslag naar gewenste kwaliteit te maken. Met andere woorden nieuwe detailhandelsinitiatieven dienen op de goede plek gerealiseerd te worden. DOEL: Met POL2014 als vertrekpunt kan het doel dat we nastreven met de regionale detailhandelsvisie als volgt worden omschrijven: Adequaat inspelen op ontwikkelingen en trends in de markt zodat we een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat3 in stand kunnen houden. DIT BEREIKEN WE DOOR: Het afstemmen van grootschalige detailhandelsinitiatieven met een bovenlokaal/regionaal effect.

De concentratie van detailhandel in perspectiefvolle, elkaar aanvullende, winkelgebieden. Het creëren van voorzienbaarheid om restcapaciteit/leegstand buiten de winkelgebieden te saneren. HET BELANG: Het in stand houden van een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat is van belang om bij te dragen aan/ het versterken van: - een gezond ondernemersklimaat (economische doelstelling): het creëren van omstandigheden voor de huidige en toekomstige detailhandelsondernemingen waarbij een rendabele exploitatie mogelijk is en perspectief wordt geboden voor de langere termijn. Een ondernemer dient daarbij ook de ruimte te krijgen om te ondernemen. Dit heeft ook een positief effect op de werkgelegenheid. - een compleet en aantrekkelijk voorzieningenniveau voor consumenten(sociaal-maatschappelijke functie): de consument dient te beschikken over een in kwantitatief en kwalitatief opzicht zo compleet, gevarieerd en attractief mogelijk pakket aan winkels. Dit alles op aanvaardbare afstand van de woonomgeving. Dit heeft ook een positief effect op het behoud en de versterking van de leefbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Een aantrekkelijk (winkel)centrum heeft ook een belangrijke toeristische en/of culturele functie. - een goede ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik, bijvoorbeeld door het terugdringen van leegstand (ruimtelijke doelstelling).

3

9

Met winkelklimaat wordt bedoeld het ondernemersklimaat, het voorzieningenniveau en de ruimtelijke kwaliteit van de winkelgebieden

REGIONAAL EN LOKAAL De toegevoegde waarde van deze regionale detailhandelsvisie ten opzichte van de lokale detailhandelsvisies is gelegen in de afstemming van grootschalige initiatieven met een bovenlokaal/regionaal effect. De detailhandelsmarkt is namelijk een regionale markt geworden waarbij het van groot belang is om grootschalige detailhandelsinitiatieven op regionale schaal te overleggen, af te stemmen én in te stemmen. Daarnaast vindt door het structurele regionale overleg, zowel ambtelijk als bestuurlijk, uitwisseling plaats van informatie over de lokale aanpak. Door gebruik te maken van elkaars kennis, netwerk en instrumenten kunnen de gemeenten meer visie en veranderkracht ontwikkelen. De regionale detailhandelsvisie heeft betrekking op: - de afstemming van beleidsprincipes - de afstemming van grootschalige initiatieven met een bovenlokaal/regionaal effect (= reikwijdte van de regionale detailhandelsvisie). In veel gevallen gaat het dan om volumineuze detailhandel en grootschalige detailhandelsvestigingen(GDV). Op pagina 7 staan de belangrijkste gebieden waar dergelijke activiteiten in onze regio plaatsvinden. Op pagina 8 staat een overzicht wat verstaan wordt onder volumineuze detailhandel en grootschalige detailhandelsvestigingen(GDV) - de afstemming van de uitvoering van het beleid.

Het beleid en de afspraken die in de regionale detailhandelsvisie zijn opgenomen werken uiteindelijk door in het lokale (detailhandels)beleid. De verdere uitwerking van bepaalde onderwerpen, zoals de uitstraling van winkelgebieden en de aanpak van leegstand, worden lokaal opgepakt. Voorbeelden hiervan zijn het project ThuisIn Panningen en de retaildeal van de gemeente Venray. In hoofdstuk 7 is een schema opgenomen dat inzicht geeft welke initiatieven lokaal dan wel regionaal van aard zijn. TIJDSHORIZON De ontwikkelingen in de detailhandel gaan snel. Daarom is gekozen voor een tijdshorizon van de Regionale Detailhandelsvisie van 2022 met daar waar dit zinvol is een doorkijk naar 2025. Hierdoor sluit de visie aan bij de looptijd van het POL.

BOVENREGIONAAL Daarnaast spelen ook initiatieven op bovenregionaal niveau. De afstemming van deze initiatieven op Provinciaal niveau valt buiten de scope van deze visie. Het gaat dan om hele grote detailhandelsinitiatieven, zoals bijvoorbeeld IKEA . Ook deze initiatieven dienen op de meest geschikte plek te landen. Voor Noord-Limburg gaat het dan om de afstemming met Gelderland (Nijmegen), Noord-Brabant (Eindhoven), Nord-Rhein Westfalen (o.a. Mönchengladbach) en MiddenLimburg (Roermond). Hier ligt nadrukkelijk een rol voor de Provincie om dit soort initiatieven af te stemmen. Detailhandel heeft ook raakvlakken met andere regionale visies die momenteel worden uitgewerkt . Het gaat dan om de visies voor Werklocaties, Landelijk gebied en Vrijetijdseconomie. Bij de uitwerking en bij de uitvoering van de detailhandelsvisie wordt rekening gehouden met de cross overs met de andere visies.

10

Provinciaalbeleid POL 2014 Het centrale begrip in het provinciale beleid, zoals vastgelegd in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014), is dynamisch voorraadbeheer. Daarmee wordt bedoeld dat de voorraden van woningen, werklocaties, winkels en vrijetijdsparken groot genoeg zijn, in toenemende mate zelfs te groot. Er is daarbij ook sprake van een mismatch tussen kwalitatief aanbod en behoefte. Er is geen behoefte aan meer van hetzelfde, er is juist behoefte aan andere kwaliteit. Waar de behoefte aan kwantitatieve groei is weggevallen, is stilstand geen optie. Blijvende vernieuwing en innovatie mag niet in gevaar komen. Dynamiek is nodig om de omslag naar gewenste kwaliteit te maken. Dynamisch voorraadbeheer vereist een regionale aanpak in de vorm van regionale detailhandelsvisies. Deze visies maken helder wat de perspectiefvolle gebieden zijn waarop de focus ligt en welke gebieden juist minder kansrijk geacht worden. Ze maken de positie en profilering van de belangrijkste winkelgebieden duidelijk, ook in relatie tot winkelgebieden in de omliggende gebieden. De visies schetsen ook welke slagen er nodig zijn op het gebied van kwaliteit van de binnensteden en de grootschalige winkelgebieden aan de rand van de steden. De visies bevatten gezamenlijke ambities en opgaven, gezamenlijke principes en spelregels (toegespitst op de regionale situatie) en een gezamenlijke werkwijze.

De visies zijn stevig en nietvrijblijvend, maar wel realistisch (rekening houdend met de markt) en flexibel (met ruimte om in overleg in te spelen op nieuwe ontwikkelingen). De volgende basisprincipes en spelregels zijn het vertrekpunt voor de regionale visievorming: - Voor nieuwe winkelgebieden of grotere uitbreidingen van bestaande winkelgebieden met regionale impact is er ruimte als deze aantoonbaar toegevoegde waarde bieden aan de regio, leiden tot versterking van de structuur en de vitaliteit van de binnensteden niet aantasten. Volgens de principes van het dynamisch voorraadbeheer moet de ontwikkeling ervan gepaard gaan met het verdwijnen van bestaande voorraad elders in de regio. - Buiten het stedelijk gebied is er geen plek voor nieuwe winkelgebieden of grote uitbreidingen van bestaande. In landelijke kernen blijven kleinere uitbreidingen, die passen bij het verzorgingsgebied, wel mogelijk, mits deze verantwoord zijn en in lijn met de regionale visie. Daarbuiten, in het landelijk gebied, willen we helemaal geen nieuwe winkels, met uitzondering van kleinschalige boerderijwinkels. - Binnen het stedelijk gebied hebben de binnensteden prioriteit, eventueel ook gebieden die direct daarop aansluiten.

Er blijft ruimte voor verantwoorde uitbreidingen van bestaande winkelgebieden elders in het stedelijk gebied (bijvoorbeeld perifere themacentra van internationaal belang), zolang die de vitaliteit van de binnensteden niet aantasten en passen in de regionale visie. - We vinden dat winkels in principe niet op bedrijventerreinen thuishoren, behalve als het gaat om verkoop van goederen die zich bij uitstek lenen voor vestiging op zo’n terrein. - We zetten in op compactere winkelgebieden en clustering van winkels. - Om te voorkomen dat grootschalige winkelgebieden aan de rand van de steden uitgroeien tot ‘nieuwe binnensteden’ bieden we in deze gebieden geen ruimte voor winkels uit branches die bij uitstek thuishoren in de stadscentra (zoals: kleding, schoenen). Voor supermarkten die niet (meer) in te passen zijn in binnensteden of de winkelgebieden in wijken en dorpskernen, is in uitzonderingsgevallen vestiging op zo’n terrein mogelijk. Het vraagt wel om een goede afweging, waarbij de onmogelijkheid voor vestiging in een regulier winkelgebied, de impact op de leefbaarheid en een passende (her)invulling van de vrijvallende locatie betrokken worden. In de regionale visies moet hiervoor een gezamenlijke lijn ontwikkeld worden. - Voor initiatieven voor grotere nieuwe winkelgebieden, winkels of uitbreidingen zal steeds bekeken moeten worden of deze passen binnen de regionale visie.

Er vindt daarover regionale afstemming plaats.

13

- Aan de afweging ligt een ruimtelijk-economische effectenstudie ten grondslag. Bij de afweging speelt ook de ladder van duurzame verstedelijking een rol: kortom ze moeten bij voorkeur binnen het bestaand bebouwd gebied gerealiseerd worden. Bestuursafspraken en de Omgevingsverordening Limburg Op 20 april 2016 hebben de Provincie Limburg en de regiogemeenten een set (tussentijdse) bestuursafspraken ondertekend. De bestuursafspraken hebben betrekking op de regionale POL uitwerkingen. Gezien de verschillende fases waarin de POL-uitwerkingen verkeren, hebben deze bestuursafspraken ook een divers karakter. Daar waar mogelijk gaat het om concrete afspraken (hoe bereiken we het doel), aangevuld met procesmatige afspraken (wat gaan we samen doen om het doel te bereiken). De bestuursafspraken met betrekking tot detailhandel zijn als bijlage bij deze visie gevoegd (bijlage 3). Bij de actualisatie van de Omgevingsverordening Limburg in 2016 zijn de bestuurspraken meegenomen. Hiermee zijn de bestuursafspraken juridisch geborgd. De bestuursafspraken hebben een dynamisch karakter en worden regelmatig geactualiseerd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat in het kader van herbenutting leegstaande gebouwen een motiveringsverplichting voor plannen die voorzien in het toestaan van nieuwe functies.

4. Trends en ontwikkelingen In het rapport ´Winkelgebied van de toekomst´ van Platform 31 worden een achttal trends beschreven die een grote impact zullen hebben op winkelgebieden. Het betreft de volgende trends: economische stagnatie, omzetverschuivingen in offline en online winkels, toenemende winkelleegstand, digitalisering van de samenleving, demografische transities; comeback van de (binnen)stad, veranderende tijdsbesteding van consumenten en bewegingen in de horeca. Het gevolg is dat het winkellandschap er anders gaat uitzien. We hebben minder winkels nodig, winkelcentra zullen passen bij behoeften van de consument. In het onderzoek ´Retail2020´ van de brancheorganisatie CBW-MITEX gaat men ervan uit dat het aantal vierkante meters winkeloppervlak in de komende tien jaar met 20% tot 35% zal teruglopen. Deels onder invloed van de opmars van online shopping, maar ook door de overvloed aan winkelmeters die we hebben. De detailhandelssector is niet langer een groeimarkt (de totale detailhandelsomzet in Nederland is sinds 2008 gedaald met 9% tot € 81 miljard in 2013); per saldo is er geen behoefte aan meer winkelmeters, wel aan ‘andere meters’ om ruimte te bieden aan dynamiek en innovatie. Dit wil dus ook niet zeggen dat er helemaal geen nieuwe ontwikkelingen meer wenselijk zijn.

In tegendeel, ontwikkelingen die iets toevoegen aan de kwaliteit van het winkelaanbod blijven noodzakelijk om goed te kunnen inspelen op de veranderende behoeften van de consument. Winkelformules en/of -gebieden die zich kunnen onderscheiden zullen hierbij de winnaars zijn, maar er zullen zeker ook verliezers zijn. De regio Noord-Limburg zet in op het behouden en versterken van de hoofdwinkelstructuur (zie volgende paragraaf).

14

5. Analyse van de winkelgebieden Inleiding De ‘Foto winkelgebieden Noord-Limburg’ is een analyse van de winkelstructuur van Noord-Limburg. De analyse heeft betrekking op winkelcentra met meer dan 5.000 m2 winkelvloeroppervlak (wvo). Het winkelcentrum van Nieuw-Bergen is iets kleiner maar mag in deze analyse niet ontbreken. Daarnaast zijn de perifere detailhandelclusters met volumineuze detailhandel met meer dan 10.000 m2 meegenomen. In de analyse worden de winkelgebieden ten opzicht van elkaar gepositioneerd. Vervolgens is per winkelgebied beoordeeld wat de sterktes en zwaktes zijn en wat de belangrijkste opgave is voor de komende periode. De analyse is een goede basis voor de regionale detailhandels visie. Positionering van de winkelgebieden naar verzorgingsgebied De bestaande hoofdstructuur van de Noord-Limburgse detailhandel is als volgt: • één bovenregionaal verzorgend centrum (ca. 75.000 m² wvo): Venlo • één regionaal verzorgend centrum (ca. 45.000 m² wvo): Venray • drie bovenlokaal verzorgende centra (ca. 20.000 m² wvo): Panningen, Horst, Gennep • twee stadsdeelverzorgende centra (ca. 10-20.000 m2 wvo): Blerick, Tegelen • vier lokaal verzorgende centra (ca. 5-10.000 m2 wvo): Meijel, Sevenum, Reuver en NieuwBergen • één bovenregionaal cluster met volumineuze detailhandel (ca.

50.000 m2 wvo): Venlo Trefcenter • twee regionale clusters met volumineuze detailhandel (10-25.000 m² wvo): Inter Chalet Horst en De Brier Venray. De indeling is gemaakt op basis van de functie van het winkelgebied en het wvo. Op de overzichtskaart, op pagina 16, zijn de winkelgebieden naar verzorgingsgebied weergegeven. Opgave per winkelgebied (Perspectief) De winkelgebieden zijn beoordeeld op hun sterktes en zwaktes. Op basis van de sterkte/zwakteanalyse is gekeken wat de belangrijkste opgave is voor het winkelgebied. Daarbij is rekening gehouden met de enorme verschuivingen die de laatste jaren hebben plaatsgevonden in het ‘winkellandschap’. Kort samengevat komt het erop neer dat Venlo, als bovenregionaal verzorgend centrum, een belangrijke recreatieve winkelfunctie heeft. Dat het een kansrijk centrum is waar de voorwaarden aanwezig zijn om te komen tot een verdere kwalitatieve groei van winkel- en andere functies. Waarbij de focus ligt op recreatief winkelen. De opgave is om ontwikkelingsmogelijkheden te bieden binnen het compacte centrum. Venray als 2e winkelstad van Noord-Limburg, als regionaal verzorgend centra, een sterke positie. Om het centrum aantrekkelijk te houden wordt de leegstand actief aangepakt onder andere door het compacter maken van het centrum. Ook voor de drie bovenlokaal verzorgende centra, Gennep, Horst en Panningen, is het perspectief positief.

De opgave van deze centra is erop gericht om de boodschappenfunctie te behouden en om accenten te zetten voor het recreatieve winkelen. Deze centra hebben ook actieve ondernemersverenigingen die gezamenlijk met vastgoedpartijen, bewoners en gemeente samen werken om de centra aantrekkelijk te houden. Voor de twee stadsdeelverzorgende centra, Blerick en Tegelen, is de opgave zwaarder. In het verleden hadden deze centra een bovenlokaal verzorgend karakter met zowel een boodschappen functie als een beperkte recreatieve functie. Voor de toekomst is de opgave om binnen een compacter gebied de boodschappen functie te behouden. De verzorgende centra zijn in zijn algemeenheid een kwetsbare categorie. Uitzonderingen hierop zijn Sevenum (vanwege een grote publiekstrekker in het centrum) en Reuver (vanwege de geografische

15

6. Uitgangspunten Om ervoor te zorgen dat nieuwe detailhandelsinitiatieven op de goede plek worden gerealiseerd zullen grootschalige detailhandelsontwikkelingen binnen de regio ter afstemming aan de Regio worden voorgelegd. Bij de afstemming worden enkele uitgangspunten gehanteerd. De uitgangspunten zijn aanvullend op het vertrekpunt van deze regionale detailhandelsvisie, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Waarin verwezen wordt naar de basisprincipes uit het POL 2014. De regiogemeenten onderschrijven namelijk de basisprincipes en de spelregels uit het POL 2014 met uitzondering van de mogelijkheid die geboden wordt om supermarkten in uitzonderingsgevallen te vestigen in grootschalige winkelgebieden aan de rand van de steden. Nieuwe supermarkten horen namelijk in of aan de rand van een winkelcentrum thuis. Het betreft de volgende uitgangspunten: 1. Behoud en versterking van bestaande detailhandelsstructuur Nieuwe grootschalige ontwikkelingen dienen minimaal bij te dragen aan het behoud van de bestaande regionale detailhandelsstructuur en indien mogelijk de structuur te versterken. 2. Kwaliteit in plaats van kwantiteit (het nieuwe groeien) De signalen worden steeds duidelijker en ook het Provinciale beleid speelt, middels dynamisch voorraadbeheer, hierop in. De tijd van grote groei in de winkelontwikkeling is voorbij.

Niet alle winkelontwikkelingen zullen worden gerealiseerd zonder dat dit tot effecten op de bestaande voorzieningenstructuur leidt. Meer dan ooit zal gedacht moeten worden in termen van keuzes, kwaliteit en structuur. Het gaat steeds meer om de duurzaamheid van winkelontwikkelingen waarbij niet alleen de aandacht uit kan gaan naar het ontwikkelen van nieuwe meters, in het belang van de eigen gemeente. Het gaat om de afstemming van ontwikkelingen waarbij tegelijkertijd gekeken zal moeten worden naar de sanering en het herontwikkelen van incourante oude meters. Bij de afweging van dergelijke ontwikkelingen moet de focus liggen op kwaliteit. Kwaliteit wordt dan vooral ook bepaald door de meerwaarde die de locaties opleveren voor de bestaande detailhandelsstructuur. 3. Innovatie en dynamiek in de detailhandel op verantwoorde wijze faciliteren De ontwikkeling in de detailhandel gaan heel snel. Winkelformules komen en gaan en nieuwe innovatieve winkelconcepten worden geïntroduceerd, waarbij vaak integratie wordt gezocht met niet-winkelconcepten. Deze vernieuwing houdt winkelgebieden up-to-date en daarmee ook interessant voor de consument. Via regionale afstemming dient de vernieuwing op de juiste locatie binnen de detailhandelsstructuur plaats te vinden. 4.

Schaalvergroting op de juiste plek faciliteren Een van de belangrijkste motoren achter de dynamiek in de detailhandel is schaalvergroting. Zeker ook om de concurrentiepositie te behouden en te versterken, is het belangrijk dat Noord-Limburg blijft inspelen op deze ontwikkeling en de schaalvergroting faciliteert. Tussen de verschillende soorten grootschalige winkels bestaan grote verschillen in effecten op de detailhandelsstructuur als geheel. Een zorgvuldige inpassing en uiteraard concentratie van de grootste winkels in de regionale detailhandelsstructuur is daarom noodzakelijk.

25

5. Complementariteit perifere detailhandel De volumineuze en grootschalige detailhandel op perifere locaties dient aanvullend (en niet bedreigend) te zijn voor de detailhandel in de bestaande hoofdwinkelgebieden (de centrumgebieden en de binnensteden met een sterk accent op recreatief winkelen). Voor de regionale afstemming is het van belang om niet teveel soortgelijk aanbod te ontwikkelen. Bij nieuwe ontwikkelingen die vallen binnen de reikwijdte van deze regionale detailhandelsvisie wordt in principe beleidsmatig meegewerkt als: • Aangetoond wordt dat het initiatief een meerwaarde heeft voor de regionale detailhandelsstructuur. Deze meerwaarde kan zich uiten in een toename van de keuzemogelijkheden voor de consument, bijvoorbeeld omdat een thema of branche zwak vertegenwoordigd is. • Als er sprake is van een nieuwe formule die zich onderscheidt door kwaliteit, specialisatie en/of gerichtheid op één of meer bepaalde doelgroepen. • Aangetoond kan worden dat de locatie een versterking betekent voor de regionale detailhandelsstructuur. • Als alternatieve locaties ten opzichte van elkaar afgewogen en beoordeeld zijn (conform ladder voor duurzame verstedelijking). De afbakening van het gebied waarbinnen alternatieve locaties dienen worden te onderzocht is afhankelijk van het verzorgingsgebied en type detailhandel (branchering , omvang etc) waarop het initiatief betrekking heeft.

Met ander woorden dat het alternatieve locaties betreft ie gericht zijn op hetzelfde verzorgingsniveau als het verzorgingsbereik van het betreffende initiatief. • Aangetoond kan worden dat het initiatief geen (blijvende) negatieve effecten heeft op de bestaande regionale detailhandelsstructuur. Onder negatieve effecten wordt in ieder geval verstaan dat de keuzemogelijkheden voor (een deel van) de inwoners van een tot de regio behorende gemeente onaanvaardbaar afnemen door een winkelontwikkeling in een van de andere regiogemeenten.

26

7. Aan de slag met de regionale detailhandelsvisie Om adequaat in te kunnen spelen op ontwikkelingen en trends in de markt, zodat we een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat in stand kunnen houden, gaan we grootschalige detailhandelsinitiatieven met een bovenlokaal/regionaal effect afstemmen in de regio, het concentreren van detailhandel in perspectiefvolle, elkaar aanvullende, winkelgebieden en het creëren van voorzienbaarheid om restcapaciteit/leegstand buiten de winkelgebieden te saneren. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe we hier uitvoering aangeven. Tevens zijn de zogenaamde pijplijnplannen in kaart gebracht.

7.1 Afspraken met betrekking detailhandelsinitiatieven In de regionale detailhandelsvisie worden onder andere afspraken gemaakt welke grootschalige initiatieven met een boven lokaal/regionaal effect wenselijk zijn gelet op het doel van deze visie. Dergelijke initiatieven worden ter instemming dan wel ter afstemming voorgelegd aan de regiogemeenten. Verder worden afspraken gemaakt om elkaar te informeren over detailhandelsinitiatieven met enige omvang. Hieronder wordt uitgelegd op welke wijze detailhandelsinitiatieven in regionaal verband worden behandeld. Vervolgens is dit nog eens weergegeven in het schema op pagina 28. Daarbij is aangesloten bij de indeling van de winkelgebieden. Instemming Voor instemming wordt een maat van minimaal 2.500 m2 gehanteerd voor de grotere centra/clusters en een maat van minimaal 1.000 m2 voor alle overige kernen en uitbreiding van solitaire locaties. Voor de duidelijkheid de gehanteerde maten gelden voor alle detailhandelslocaties, dus niet enkel voor de centra die zijn meegenomen in de Foto van de winkelgebieden. Afstemming Voor afstemming wordt een maat gehanteerd van minimaal 1.000 m2 voor een stadsdeel verzorgend centrum en een regionaal cluster met volumineuze detailhandel. Informeren Via de regionale werkgroep informeren de gemeenten elkaar over alle detailhandelsinitiatieven van enige omvang die spelen.

Voor de duidelijkheid de in deze paragraaf genoemde detailhandelsontwikkelingen hebben betrekking op de ‘totaalontwikkeling’. Integrale ontwikkelingen kunnen niet opgeknipt worden in enkelvoudige initiatieven. Daarnaast gaan we bij de genoemde getallen uit van het bruto vloeroppervlak. Er is gekozen voor twee verschillende oppervlaktematen omdat de impact van een initiatief voor een grootschalige detailhandelsvestiging (> 1000 m2) op een solitaire locatie of een lokaal verzorgend centrum is groter dan bij een groter centrum. Voor de norm 1.000 m2 is gekozen omdat deze norm ook als grens wordt gehanteerd voor de definitie van een grootschalige detailhandelsvestiging. Wanneer een initiatief groter is dan de gehanteerde normen wordt deze in een vroegtijdig stadium (idee fase)voorgelegd ter regionale toetsing. De regionale toetsing wordt dusdanig ingericht dat het initiatief geen vertraging oploopt. Daarnaast is er een onderscheid gemaakt tussen afstemmen en instemmen. Bepaalde initiatieven bij clusters van volumineuze detailhandel of stadsdeelverzorgende centra, die groter zijn dan 1.000 m2 kunnen een impact hebben op het verzorgingsniveau van de centra. Vandaar dat er voor gekozen is om deze initiatieven af te stemmen in de regio. Dit is minder zwaar dan instemmen.

27

Indien geen eensluidend advies uit de werkgroep economie/detailhandel komt, wordt het initiatief aan het casus-team (zie paragraaf onder het schema) aangeboden voor een onafhankelijk advies. De motivatie van de werkgroep economie/detailhandel en het advies van het Casus-team wordt opgewerkt tot een integraal advies en ter besluitvorming aan het PHO Ruimte voorgelegd. - afstemmen: De initiatieven worden met het principebesluit van B&W van de inbrengende gemeente aan de werkgroep economie/detailhandel voorgelegd, waarin een positieve regionale afstemming als voorwaardelijk is opgenomen. Indien de afstemming leidt tot consensus in de werkgroep ontvangt het RCO Ruimte en het bestuurlijk overleg (PHO Ruimte) het advies ter informatie. Indien geen consensus wordt bereikt, dient het initiatief aan het casus-team te worden aangeboden voor een onafhankelijk advies. De motivatie van de werkgroep en het advies van het Casus-team wordt opgewerkt tot een integraal advies en ter besluitvorming aan het PHO Ruimte voorgelegd. voorgelegd. - informeren: De initiatieven en relevant geacht beleid of plannen worden ter informatie aan de Werkgroep economie/detailhandel aangeboden. Het ambtelijk afstemmend overleg (RCO Ruimte) ontvangt een verslag van de bespreking. Schematisch ziet dat er als volgt uit:

Onafhankelijk advies van casus-team Het casus-team is een pool van zowel interne als externe adviseurs/deskundigen die desgevraagd een onafhankelijk advies uitbrengen over een initiatief of ontwikkeling. In principe zijn de werkgroep aan zet om te bepalen of een dergelijk advies nodig/wenselijk is om het RCO Ruimte te ondersteunen bij de integrale afweging. De werkgroep bepaalt de uitvraag en afhankelijk van de behoefte wordt bekeken wie en onder welke condities (tijd, geld, kwaliteit) een bijdrage kan leveren. Per casus zal het dus gaan om maatwerk. Het PHO Ruimte kan in het geval dat er vooraf geen onafhankelijk advies is ingewonnen bij het casus-team, alsnog beargumenteerd besluiten om een ‘second opinion’ te vragen.

29

7.2 Concentratie van detailhandel De regio Venlo streeft ernaar om detailhandel te concentreren in perspectiefvolle, elkaar aanvullende, winkelgebieden. In de foto van de winkelgebieden is de opgave per winkelgebied aangegeven. Momenteel wordt gewerkt aan een digitale tool, op basis van de Winkelmonitor Limburg, om de leegstand buiten de winkelgebieden in beeld te brengen. In het kader van de monitoring zijn alle winkelgebieden van enige omvang in Noord-Limburg afgebakend (0-situatie). Op basis van monitoring wordt beoordeeld of de winkelgebieden in de toekomst compacter gemaakt moeten worden. Zoals opgenomen in het POL 2014 dient bij nieuwe ontwikkelingen, met een uitbreiding van het wvo, op enige wijze saldering plaats te vinden. Dit kan bijvoorbeeld door: - compensatie door direct gekoppelde sloop of onttrekking (al dan niet gekoppeld aan sloop) buiten de afgebakende hoofdstructuur. -compensatie met direct gekoppelde onttrekking (al dan niet gekoppeld aan sloop) binnen (andere) gebieden in de afgebakende hoofdstructuur. Het betreft vaak maatwerk, de komende periode wordt de saldobenadering bij nieuwe projecten verder uitgewerkt. De gemeenten hebben als opgave om op termijn restcapaciteit/leegstand buiten de afgebakende winkelgebieden te saneren. Via deze detailhandelsvisie wordt een 1e fase van voorzienbaarheid gecreëerd. Dit dient lokaal verder uitgewerkt te worden.

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten om bestemmingsplannen vast te stellen. In het verleden is bij de vaststelling van die bestemmingsplannen nog uitgegaan van het groeimodel. Inmiddels zijn er demografische wijzigingen opgetreden die een veranderde behoefte aan woonruimte/winkelruimte/kantoren enz. met zich meebrengen. Dat heeft geleid tot planovercapaciteit; dit wil zeggen, dat er meer bouwtitels zijn uitgegeven dan de voorziene behoefte. De situatie heeft zich inmiddels zo ontwikkeld, dat die planovercapaciteit een belemmering is gaan vormen voor de verdere ontwikkeling. De ontstane situatie kan worden verbeterd door de planovercapaciteit terug te brengen op detailhandelslocaties buiten de centrumgebieden. Daarmee wordt concreet uitvoering gegeven aan de versterking van de bestaande detailhandel structuur. Om deze ruimte te creëren en om planschade te voorkomen is dit voornemen tot het schrappen van onbenutte plancapaciteit opgenomen in de detailhandelsvisie. Immers, het wegbestemmen van een directe bouwtitel valt uitdrukkelijk onder de schadeoorzaken als genoemd in artikel 6.2 Wro; ingeval van het wegbestemmen van een bouwtitel zondermeer, kan de betreffende eigenaar een verzoek tot planschadevergoeding indienen. Bij het zonder meer wegbestemmen van bouwtitels, is er grote kans dat er schadevergoeding betaald moet worden.

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling van de Raad van State is het echter voldoende dat, bezien vanuit de positie van een redelijk denkende en handelende eigenaar, aanleiding bestond rekening te houden met de kans dat de planologische situatie op het desbetreffende perceel zou gaan veranderen in een voor hem ongunstige zin (‘voorzienbaarheid’). Daarbij dient rekening te worden gehouden met concrete beleidsvoornemens die openbaar zijn gemaakt. Voor voorzienbaarheid is niet vereist dat een dergelijk beleidsvoornemen een formele status heeft, zoals bijvoorbeeld een structuurvisie of bestemmingsplan. Vervolgens is er sprake van ‘passieve risicoaanvaarding’ als er voorzienbaarheid is en er in het verleden geen stappen zijn ondernomen tot realisering van de bouw- en gebruiksmogelijkheden die onder het nieuwe planologische regime zijn komen te vervallen.

30

Uit voorgaande kan worden afgeleid dat het van belang is om per gemeente inzicht te krijgen in ‘verborgen’, onbenutte plancapaciteit (buiten de winkelgebieden) en het nemen van stappen om deze uit bestemmingsplannen te kunnen schrappen. Acties die hieruit voortvloeien die opgenomen worden in de uitvoeringsparagraaf zijn: - monitoring - compacter maken van de winkelgebieden -uitwerken van de saldobenadering bij nieuwe initiatieven (principe van dynamisch voorraadbeheer uit het POL2014 - saneren van restcapaciteit/leegstand detailhandel buiten de afgebakende winkelgebieden.

7.3 Plannen In het kader van de detailhandelsvisie heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de detailhandelsplannen die momenteel spelen. De inventarisatie heeft enkel betrekking op initiatieven die onder de reikwijdte van de regionale detailhandelsvisie vallen. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen harde en zachte plannen. Zachte plannen bevinden zich planologisch nog in de ideefase en er zijn hooguit mondelinge afspraken gemaakt met de initiatiefnemer. Bij harde plannen is een B&W besluit genomen en/of bevindt de planologische procedure zich in de ontwerpfase. Door middel van de inventarisatie wordt ook meteen duidelijk welke plannen onderdeel uitmaken van de nulsituatie, namelijk de harde plannen (pijplijnplannen). De volgende criteria worden onderscheiden om een plan als hard of zacht te typeren.

Zacht Hard

Privaatrechtelijk Geen afspraak Mondelinge afspraak B&W besluit Getekende overeenkomst

Planologisch Idee Ontwerp bestemmingsplan Vastgesteld bestemmingsplan Onherroepelijk bestemmingsplan

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de inventarisatie van de detailhandelsinitiatieven. Harde plannen (pijplijnplannen) Gemeente

Horst aan de Maas Venlo

m² bvo

9.500 5.000 3.500 1.250 8.650 5.000 3.700 6.000 2.500 15.000 3.500

6

31

waarvan PDV/GDV 9.500 5.000

8.650 5.000 3.700 6.000 2.500 15.000

naam plan

InterChalet kazerne thema leisure Albert Heijn/Berden Blerick e 2 supermarkt Belfeld Bauhaus, Trefcenter Tuingedeelte Drive in Trefcenter Groethofstraat Berden, Trefcenter Van Cranenbroek Supermarkten, Tegelen

Op 1 februari 2017 heeft het PHO ruimte ingestemd met het initiatief

nieuw /uitbreiding

Bestemmingsplan vastgesteld

uitbreiding nieuw uitbreiding nieuw

Ja Ja Ja Nee

nieuw uitbreiding uitbreiding Nieuw Uitbreiding/ Nieuw

Ja Nee Nee 6 Nee Nee

Zachte plannen Gemeente Venray Venlo Horst aan de Maas

m² bvo pm 1.500 pm pm

waarvan PDV/GDV pm

pm pm

naam plan nieuw /uitbreiding uitbreiding De Brier uitbreiding Supermarkt Venray nieuw Ikea Equestrian Centre de Peelbergen

In het kader van de bestuursafspraken heeft een inventarisatie van de pijplijnplannen plaatsgevonden. De inventarisatie is besproken in het bestuurlijk overleg (PHO Ruimte) van 11 oktober 2016. Daar is afgesproken om de besluitvorming over initiatieven waarvoor (nog) geen bestemmingsplan is verleend plaats vindt conform hetgeen hierover is vastgelegd in de bestuursafspraken. Dit betekent dat deze initiatieven ter instemming worden voorgelegd aan het PHO ruimte, inclusief een advies van de werkgroep Economie/detailhandel. Per initiatief wordt in ieder geval inzicht gegeven in regionale meerwaarde en de regionale consequenties betreffende de winkelleegstand. Bij de advisering en besluitvorming over initiatieven uit de lijst met pijplijn projecten weegt mee de mate waarin er reeds besluiten zijn genomen , afspraken zijn gemaakt en investeringen zijn gepleegd. De harde pijplijnplannen, waarvoor (nog) geen bestemmingsplan is verleend zullen middels een onafhankelijk onderzoek beoordeeld worden. Deze actie is opgenomen in de uitvoeringsparagraaf.

7.4 Uitvoeringsparagraaf Naast de beleidslijnen en handelswijze die in deze visie zijn opgesteld is ook gekeken naar benodigde acties om deze visie tot uitvoering te kunnen brengen of verder te ondersteunen. In deze paragraaf zijn de belangrijkste acties vermeld. In een aantal gevallen zijn dit acties die vanuit iedere gemeente afzonderlijk dient te worden opgepakt in een aantal andere gaat het om een regionale actie.

32

Actie

Actor

Termijn

1. Beoordeling pijplijnplannen 2. Inzicht in ‘onbenutte’ plancapaciteit buiten centra 3. Uitwerken tool ‘winkelleegstand’ 4. Aanpak Leegstand 5. Compacter maken winkelgebieden 6. Saneren van restcapaciteit/leegstand 7. Uitwerken van de saldobenadering / Principe van dynamisch voorraadbeheer 8.Verankering regionaal beleid in lokaal beleid 9. Monitoring

Regionaal Lokaal Provincie/Regio Lokaal Lokaal Lokaal

2017 2017 2017 Continu Continu Continu

Regionaal Lokaal Regionaal

2018 2019 Continu

Geraadpleegde bronnen Detailhandelsvisie Provincie Limburg van Kamer van Koophandel Limburg en Ondernemend Limburg Winkelmonitor Limburg 2012 van de Provincie Limburg Winkelgebied van de toekomst, Bouwstenen voor publiek-private samenwerking van Platform 31 Trendboek Retail2020, HBD en CBW-MITEX Onderzoek Retail 2020, Re´structure van CBW-MITEX Winkelleegstand praktisch oplossen, 2012, Adviesbureau Seinpost en de Kamer van Koophandel. Herijking Detailhandelsvisie Limburg 2015, MKB Limburg Regio Noord-Limburg Regio in Balans, Strategische visie Regio Venlo (2012) Gemeente Beesel Detailhandelsstructuurvisie Beesel (2013) Gemeente Bergen Gemeente Gennep Centrumvisie Gennep 2013 (2013) Gemeente Horst aan de Maas Detailhandelsstructuurvisie Gemeente Horst aan de Maas (2008) Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Peel en Maas Retailstructuurvisie Peel en Maas (2010) Structuurvisie centrum Panningen (2011) Actualisatie Structuurvisie Panningen (2014) HBD-Kansenkaart van Meijel (2013) Gemeente Venlo Ruimtelijke Structuurvisie Venlo (2014) Visie Stedelijk Centrum (2012) Adviesrapport t.b.v. detailhandelsbeleid Venlo (2014) Detailhandelsvisie Venlo 2015-2025 Gemeente Venray Centrumvisie Venray (2016) Structuurvisie Detailhandel Venray (2013, 1e partiele herziening 2015) Structuurvisie De Brier (2009).

Bijlagen: 1. 2. 3.

33

MKB-Reactie op nota ‘Regionale Detailhandelsvisie noord-Limburg’ Winkelmonitor Limburg 2015, Provincie Limburg/Etil BV, d.d. 18 augustus 2016 Bestuursafspraken Detailhandel

Bijlage 2: Winkelmonitor Limburg 2015

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=963d34a1-4e66-49d9-8ddd-916538335a12