Afhandeling Toezegging - Begroting 2025 Peel en Maas - amendement A 40
Tekst van het document
Afhandeling toezegging - vergadering: Raadsvergadering 12 november 2024 Begroting 2025 Peel en Maas (2024-107) – Amendement A 40 – Afvalstoffenheffing (aangehouden) Nr.
Toezegging:
Antwoord:
1
Naar aanleiding van een vraag van de heer P. Sanders, fractie VVD, hoe het zit met de toezegging dat het ‘Veoliageld’ via de afvalstoffenheffing naar de burgers zou terugvloeien, zegt wethouder Van Lierop toe de destijds gedane toezegging hierop na te kijken en hierover in gesprek te gaan met de heer Sanders.
Er is nergens een formele (schriftelijke) toezegging gevonden waarin het college aangeeft dat de vrijval van de Veoliagelden terugvloeit naar de burgers. In de raadsbijeenkomst over afval d.d. 29-8-2023, ter voorbereiding op de begroting 2024 is over de Veoliagelden nog het volgende aangegeven (dia 15): • Als ASL wint kan de raad beslissen om de al ingeboekte kosten € 537.000 te reserveren in de egalisatiereserve Afval. De reserve afval bevat per 1-1-2025 een saldo € 422.000 en wordt ingezet ter egalisatie van de tarieven voor afvalstoffenheffing. Door incidentele inzet van de reserve kunnen grote tariefschommelingen worden voorkomen. De reservering van de Veoliamiddelen is indertijd (Bijstellingsrapportage 2021) niet ten laste van de reserve afval gedaan (onvoldoende saldo) maar uit de algemene middelen bekostigd. Daarom zou het logisch zijn die middelen daar weer aan toe te voegen bij de daadwerkelijke vrijval. Bovendien zetten we in 2025 (€ 389.000) en 2026 (€ 285.000) de algemene reserve in om de tariefstijging op afval te egaliseren en meer gelijkmatig te laten verlopen. Alleen door die inzet is afval 100% kostendekkend in die jaren. Zouden we de reserve niet inzetten dan was de kostendekkendheid maar 93% in 2025. Die inzet vanuit de reserve voor 2025 is vergelijkbaar met € 20 per huishouden.
Het feit dat we de algemene reserve inzetten voor de tarief egalisatie pleit ook voor toevoeging van de vrijvallende Veoliamiddelen aan de algemene reserve. Bij de behandeling van de jaarstukken 2024 zal het college daartoe een voorstel doen maar uiteraard bepaalt de gemeenteraad uiteindelijk waar de vrijvallende middelen terechtkomen.
Omdat er nog wat onduidelijkheid bestaat over de BTW-component in het kostendekkende tarief van afval is een notitie over het BCF als bijlage toegevoegd en is onderstaand een vereenvoudigde vergelijking gemaakt van de diverse scenario’s. De BTW die we betalen op afval declareren we inderdaad bij het BCF en komt terug in de exploitatie. Daar staat echter tegenover dat we in de exploitatie ook gekort zijn op de algemene uitkering vanwege de mogelijkheid om BTW te declareren. Per saldo is dit voor de exploitatie dus budgettair neutraal. Als we de BTW niet doorrekenen in het tarief afvalstoffenheffing krijgen we dus minder opbrengst dan we voor het BCF hadden. Aangezien de restitutie van de BTW al dient ter dekking van de korting op de algemene uitkering is er dus geen dekking voor een lagere opbrengst afvalstoffenheffing. Dat is de reden waarom BTW is aangemerkt als één van de onderdelen voor een kostendekkend tarief (wet milieubeheer). Er ontstaat met BTW een 100% kostendekkend tarief. Zonder die btw-component is de dekkingsgraad lager. SCENARIO 1: SITUATIE VÓÓR / ZONDER BCF Zonder BTW Compensatiefonds (BCF) was/is de situatie als volgt: Situatie voor/zonder BCF lasten Kosten afval (incl. 21% BTW) Opbrengst afvalstoffenheffing Algemene uitkering Totaal afval en algemene uitkering
baten
121 121 121
500 621
Het product afval is in dit voorbeeld omkaderd en 100% kostendekkend en alle kosten m.b.t. afval, dus ook de betaalde BTW worden doorberekend in het tarief.
SCENARIO 2: HUIDIGE SITUATIE MÉT BCF Ná invoering van het BCF bestaat de mogelijk om de BTW terug te vragen máár worden we ook gekort op de algemene uitkering vanwege die mogelijkheid. Dat leidt tot de volgende (huidige) situatie: Huidige situatie incl. BCF lasten Kosten afval (incl. 21% BTW) Opbrengst afvalstoffenheffing
121 121
Algemene uitkering BCF Totaal afval, algemene uitkering en BCF
baten
479 21 121
621
De kosten op afval blijven uiteraard gelijk maar de betaalde BTW kunnen we terugvragen bij het BCF. Tegelijkertijd worden we voor eenzelfde bedrag gekort op de algemene uitkering. Per saldo blijven inkomsten en uitgaven dus gelijk. Dat was ook de insteek bij invoering van het BCF. Het moest en moet budgettair neutraal verlopen. De kostendekkendheid wijzigt niet als BTW in het tarief wordt doorberekend en blijft 100%. SCENARIO 3: BTW NIET DOORBELAST IN TARIEF Als we ervoor zouden kiezen de betaalde BTW niet meer te verrekenen in het tarief voor afval dan ontstaat de volgende situatie: Situatie incl. BCF zonder BTW in tarief afval lasten Kosten afval (incl. 21% BTW) Opbrengst afvalstoffenheffing
121 100
Algemene uitkering BCF Totaal afval, algemene uitkering en BCF
baten
479 21 121
600
Aan de kosten, de algemene uitkering en de BTW terugvraag wijzigt niets alleen de opbrengst afvalstoffenheffing daalt. In dit voorbeeld met 21, in werkelijkheid zo’n € 487.000 in 2025. Het tarief voor afvalstoffenheffing is in deze situatie ook niet meer 100% kostendekkend. Om een financieel tekort te voorkomen is daarom ook in de wet Milieubeheer in artikel 15.33 aangegeven dat BTW onderdeel uitmaakt van de kostendekkende onderdelen. https://wetten.overheid.nl/BWBR0003245/2024-01-01/#Hoofdstuk15 Uiteraard mag een gemeente daarvan afwijken maar dan moet wel dekking gevonden worden voor het tekort of dit komt ten laste van het begrotingssaldo. Uit het recente rekenkamerrapport blijkt overigens dat van de onderzochte 23 gemeenten er 22 de BTW component doorrekenen in het tarief afvalstoffenheffing. Wij rekenen BTW al vanaf het begin van Peel en Maas in 2010 tot het kostendekkende tarief.