CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Afhandeling Toezegging - Aangepaste versie - Toelichting (geanonimiseerd).pdf

Raad 31 januari 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan “Keup 11 en Keup ongenummerd Egchel en Baarloseweg ongenummerd Helden” voor de sanering van een intensieve veehouderij, het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming en het oprichten van twee nieuwe burgerwoningen ter compensatie van de sanering (2023-003)24.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN “Keup 11 en Keup ongenummerd Egchel en Baarloseweg ongenummerd Helden” NL.IMRO.1894.BPL0262-VG01 Vastgesteld

Document:

Bestemmingsplan “Keup 11 en Keup ongenummerd Egchel en Baarloseweg ongenummerd Helden”

IDN:

NL.IMRO.1894.BPL0262-VG01

Status:

Vastgesteld

Datum:

31 januari 2023

Aanvrager:

Gemeente Peel en Maas

Auteur:

Ing. P.W.M. van de Ligt Ing. N.A.H van den Ekker

Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

3.

4.

5.

6.

INLEIDING ...........................................................................................................................................................3 1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ................................................................................................................................... 3

1.2

Plangebied en begrenzingen ...................................................................................................................................................................... 4

1.3

Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................................................................ 5

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED...................................................................................................8 2.1

Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 8

2.2

Ruimtelijke structuur.................................................................................................................................................................................... 8

2.3

Functionele structuur................................................................................................................................................................................ 10

PLANBESCHRIJVING .................................................................................................................................... 11 3.1

Beschrijving plan .......................................................................................................................................................................................... 11

3.2

Landschappelijke inpassing ...................................................................................................................................................................... 13

BELEIDSKADER............................................................................................................................................... 15 4.1

Rijksbeleid....................................................................................................................................................................................................... 15

4.2

Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 17

4.3

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 22

RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ............................................................. 28 5.1

Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 28

5.2

Kabels en leidingen ..................................................................................................................................................................................... 40

5.3

Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 40

5.4

Waterhuishouding...................................................................................................................................................................................... 41

5.5

Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 44

5.6

Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 46

5.7

Spuitzones gewasbescherming.............................................................................................................................................................. 47

JURIDISCHE ASPECTEN .............................................................................................................................. 51 6.1

Toelichting op de verbeelding ............................................................................................................................................................... 51

6.2

Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 52

7.

HANDHAVING ................................................................................................................................................ 53

8.

UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ................................................................................................... 54 8.1

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 54

Vastgesteld

1

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 54

8.3

Procedure....................................................................................................................................................................................................... 55

BIJLAGEN Bijlage 1: Geurberekening Baarloseweg ong. Helden Bijlage 2: AERIUS berekening Bijlage 3: Omgevingsdialoog SEPARATE BIJLAGEN ▪ Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Baarloseweg ong. Helden (HMB Groep) ▪ Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Keup ong. Egchel (HMB Groep) ▪ Archeologisch onderzoek Keup ong. en Baarloseweg ong. (RAAP) ▪ Bodemonderzoek Baarloseweg ong. Helden (HMB Groep) ▪ Bodemonderzoek Keup ong. Egchel (HMB Groep) ▪ Bodemonderzoek Keup 11 Egchel (HMB Groep) ▪ Flora en Fauna quickscan Keup 11, Keup ong. en Baarloseweg ong. (IVN Helden) ▪ Landschappelijke inpassing

Vastgesteld

2

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

Op de locatie Keup 11 in Egchel was de varkenshouderij van G.M. Aarts B.V. gevestigd. In 2013 is door deze veehouder een vergunning aangevraagd voor de uitbreiding van zijn varkenshouderij. Het bedrijf heeft in 2017 een vergunning gekregen voor het uitbreiden van de varkenshouderij. De uitbreiding van de veehouderij paste toen der tijd binnen de marge van de afspraken die de gemeente Peel en Maas in 2008 met Egchel heeft opgesteld over geuremissie. In 2018 is de norm van combi luchtwassers aangepast, waarbij de norm met 40% naar beneden is bijgesteld. Hierdoor emitteert de varkenshouderij in de huidige situatie, zonder uitvoering van de uitbreiding, te veel geuremissie over Egchel en met name woningbouwgebied Giel Peetershof. In 2020 had een andere partij het voornemen om de varkenshouderij over te nemen en om de uitbreiding uit te voeren. Hierdoor zou de geursituatie in Egchel en Giel Peetershof nog meer verslechteren. Om dit te voorkomen is de gemeente voornemens om, in samenspraak met de veehouder, de varkenshouderij te saneren, de vergunningen in te trekken en de stallen te slopen. De gemeente Peel en Maas heeft daarom met G.M. Aarts B.V. afspraken gemaakt om de varkenshouderij te saneren. Beiden hebben op 2 juli 2020 een overeenkomst gesloten tot sanering van deze varkenshouderij.

Met de sanering van de varkenshouderij verbetert het woon- en leefklimaat in de omgeving van de varkenshouderij, in de kern Egchel en in het woningbouwgebied Giel Peetershof. Als tegenprestatie voor het saneren van de varkenshouderij is met G.M. Aarts B.V. afgesproken dat zij in de gemeente Peel en Maas twee nieuwe burgerwoningen mogen realiseren. Deze twee nieuwe woningen zijn beoogd op de locatie Keup ongenummerd (tegenover de woning Keup 10) en Baarloseweg ongenummerd (tussen de woningen Baarloseweg 8 en 9). Door deze constructie kan met de opbrengst van de verkoop van de woningen het saneren van de varkenshouderij kostenneutraal plaatsvinden. Daarnaast is de naastgelegen woning (Keup 13) reeds omgezet naar een burgerwoning. Gezien de relatief korte afstand tot de varkenshouderij aan de Keup 11 is destijds de aanduiding ‘milieuzone – geurzone’ opgenomen. Dit zodat geen nieuwe geurgevoelige functies binnen deze zone kunnen worden opgericht. Met de sanering van de varkenshouderij is sprake van het vervallen van de geuremissie, derhalve wordt met onderhavig bestemmingsplan de aanduiding ‘milieuzone – geurzone’ van de locatie Keup 13 verwijderd.

Keup ong. Keup 11

Afbeelding 1. Locatie Keup 11 (groen) en Keup ongenummerd (blauw)

Vastgesteld

3

Baarloseweg ong.

Afbeelding 2. Locatie Baarloseweg ongenummerd (rood)

Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de sanering van de varkenshouderij juridisch-planologisch verankerd; de vigerende agrarische bestemming van de locatie Keup 11 wordt omgezet naar een woonbestemming. Verder wordt de aanduiding ‘milieuzone – geurzone’ van de locatie Keup 13 verwijderd. Daarnaast worden de twee nieuwe woningen, ter compensatie voor het saneren van de varkenshouderij, juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.

1.2

Plangebied en begrenzingen

De varkenshouderij van de G.M. Aarts B.V. is gevestigd op de locatie Keup 11, in het buitengebied van Egchel, ten oosten van de bebouwde kom. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie H, nummer 1508. De Keup is een buurtschap ten oosten van de Roggelseweg (N562) die de verbinding vormt tussen de Helden en Roggel. De wegen in dit buurschap zijn eveneens Keup genaamd. De varkenshouderij wordt in het noorden begrensd door een watergang van het waterschap; de “Hoekspeel”. Aan de overzijde van deze watergang ligt een glastuinbouwbedrijf. In het oosten grenst de varkenshouderij aan de weg Keup, waaraan aan de overzijde van de weg nog een stal en weide behorende bij het bedrijf zijn gelegen. In het zuiden grenst de varkenshouderij aan een woning (Keup 13). Een van de locaties waar een nieuwe woning is beoogd ligt in het buitengebied van Egchel, op korte afstand van de huidige varkenshouderij. Deze woning is beoogd op de percelen kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie G, perceelnummer 7800. Dit perceel ligt op de hoek van waar de noord-zuid georiënteerde weg Keup de oost-west georiënteerde Keup elkaar kruisen. Deze locatie grenst dan ook aan de Keup, aan zowel de westelijke als de noordoostelijke zijde. Aan de westelijke overzijde van de weg ligt een glastuinbouwbedrijf. Het perceel is gelegen tegen over de woningen Keup 5 en Keup 10.

In het zuiden grenst dit perceel aan een akker. De andere woning is beoogd tegen de bebouwde kom van Helden aan, in het bebouwingslint van de Baarloseweg, op het perceel kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie W, nummer 1098 (ged.). In het noorden wordt dit perceel begrensd door de Baarloseweg. In het oosten grenst het perceel aan de woningen Baarloseweg 9 en 10. In het zuiden grenst het perceel aan landbouwgrond en in het westen is het perceel tegen de woning Baarloseweg 8 gelegen. Vastgesteld

4

Keup 11

Keup ong. Baarloseweg ong.

Afbeelding 3. Luchtfoto en begrenzing Keup 11 en Keup ong.

Afbeelding 4. Luchtfoto en begrenzing Baarloseweg ong.

Het gehele plangebied betreft dan ook de locaties Keup 11, Keup ongenummerd en Baarloseweg ongenummerd.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Keup 11 De locatie Keup 11 maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” (vastgesteld d.d. 24 december 2014) en is hierin bestemd als ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ en daarbij voorzien van een bouwvlak met een oppervlakte van circa 1,1 ha. Binnen dit deel van het plangebied zijn ook de gebiedsaanduidingen ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ en ‘wro-zone – wijzigingsgebied 4 go’ opgenomen. Voor een klein deel zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie – 5 en ‘Waterstaat – beschermingszone watergang’ opgenomen. Het bouwvlak van de locatie Keup 11 is verbonden met een bouwvlak aan de overzijde van de weg. Voor dit bouwvlak zijn tevens de gebiedsaanduidingen ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ en ‘wro-zone – wijzigingsgebied 4 go’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 5’ opgenomen.

Afbeelding 5. Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan

De voor ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig gebruik, in de vorm van een intensieve veehouderij. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak, waarbij het bouwvlak geheel mag worden bebouwd. Per intensieve veehouderij is één bedrijfswoning inclusief bijbehorende bouwwerken toegestaan met een inhoud van maximaal 1.000 m3.

Vastgesteld

5

Voor de Keup 11 is op 18 januari 2017 een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan. Deze vergunning is verleend voor een uitbreiding van de varkenshouderij en het oprichten van een nieuwe stal achter de huidige stallen. Tot op heden is deze stal echter niet gerealiseerd. Om de intensieve veehouderij te saneren dient de bestemming te worden omgezet naar een woonbestemming. In het vigerende bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen (artikel 56.4) om de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ om te zetten naar ‘Wonen’. In dit geval kan echter geen gebruik gemaakt worden van deze wijzigingsbevoegdheid omdat het initiatief tevens voorziet in het oprichten van twee nieuwe woningen. Er zal dan ook een buitenplanse procedure moeten worden doorlopen om de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’. Keup ongenummerd De Keup ongenummerd maakt eveneens onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” en is hierin bestemd als ‘Agrarisch’. Voor dit deel van het plangebied gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie – 2’ en ‘Waarde – Archeologie – 7’. Daarnaast gelden voor deze locatie de gebiedsaanduidingen ‘ontwikkelingszone bebouwingslinten’, ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ en ‘wro-zone – wijzigingsgebied 1 ob’.

De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor duurzaam agrarisch (bedrijfsmatig) grondgebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Bebouwing ten behoeve van een agrarisch bedrijf kan uitsluitend worden opgericht binnen een bouwvlak, welke ter plaatse niet aanwezig is. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het niet mogelijk op om de locatie Keup ongenummerd een nieuwe woning te realiseren. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn niet bestemd voor woondoeleinden en er ontbreekt de mogelijkheid tot het oprichten van gebouwen.

Afbeelding 6. Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan Keup ongenummerd

Vastgesteld

6

Baarloseweg ongenummerd De locatie Baarloseweg ongenummerd maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Dubbelkern Helden-Panningen” (vastgesteld d.d. 5 februari 2013)’ en is hierin bestemd als ‘Agrarisch’. Binnen dit deel van het plangebied zijn ook de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie – 3’ en ‘Waarde – Archeologie – 4’ opgenomen. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor duurzaam agrarisch (bedrijfsmatig) grondgebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Bebouwing ten behoeve van een agrarisch bedrijf kan uitsluitend worden opgericht binnen een bouwvlak, welke ter plaatse niet aanwezig is.

Afbeelding 7. Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan Baarloseweg ongenummerd

Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het niet mogelijk op om de locatie Baarloseweg ongenummerd een nieuwe woning te realiseren. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn niet bestemd voor woondoeleinden en er ontbreekt de mogelijkheid tot het oprichten van gebouwen.

Vastgesteld

7

2.

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED

2.1

Algemeen

In dit hoofdstuk is een beschrijving van het gehele plangebied gegeven. Hierbij komen de aanwezige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en de omgeving aan bod. De locaties Keup 11 en Keup ongenummerd zijn gelegen in het buitengebied van Egchel, in het buurtschap Keup. Dit buurtschap maakt deel uit van de gemeente Peel en Maas en is gelegen ten zuidoosten van de kern Egchel en ten zuiden van de kern Helden. De locatie Baarloseweg ongenummerd is gelegen in het noordoosten van Helden. Helden vormt samen met de kern Panningen een dubbelkern. De locatie ligt op de rand van de bebouwde kom met het buitengebied, in het karakteristieke bebouwingslint van de Baarloseweg. Helden en Egchel zijn gelegen binnen de gemeente Peel en Maas. Peel en Maas is op 1 januari 2010 ontstaan uit een fusie van de vroegere gemeenten Helden, Kessel, Meijel en Maasbree.

2.2

Ruimtelijke structuur

De locatie Keup 11 is gelegen in het buitengebied van de gemeente Peel en Maas op circa 900 meter ten zuiden van de dubbelkern Helden-Panningen en op circa 500 meter ten oosten van Egchel. Het landschap in de omgeving van de Keup 11 wordt gekenmerkt door het grootschalig open ontginningslandschap. Met behulp van de ontginning zijn de woeste gronden ontgonnen tot grote kavels die geschikt zijn voor de landbouw. Het open ontginningslandschap bestaat uit open gebieden met lange rechte wegen die gesierd worden door bomenrijen langs de weg. Bebouwing bevindt zich geconcentreerd aan de weg en heeft vaak een agrarisch karakter.

Afbeelding 8. Impressie Keup 11

Afbeelding 9. Impressie stal en weide behorende bij Keup 11

Even verderop, is de locatie Keup ongenummerd gelegen. Het landschap van deze locatie is te kenmerken als een oud bouwland, dit zijn van oorsprong grote open akkerbouwgebieden. Kenmerkend voor dit type landschap zijn onregelmatige grote percelen, (hoofd)wegen rondom het veld en bomenrijen langs de weg.

Vastgesteld

8

Afbeelding 10. Impressie Keup ongenummerd

Afbeelding 11. Impressie Keup richting Keup 11

De Keup loopt in zuidelijke richting en heeft twee aftakkingen aan zowel de oostelijke als aan de westelijke zijde. De beide aftakkingen heten ook Keup. Aan de Keup is sprake van verspreid liggende bebouwing. In het oostelijke en westelijke deel van de Keup liggen voornamelijk woningen. In het zuidelijke deel van de Keup liggen enkele bedrijven waaronder twee glastuinbouwbedrijven. Ten oosten en zuidoosten van de Keup zijn de Bovensbos en Keuperheide gelegen. Deze gebieden vormen samen een onderdeel van het uitgestrekte bosgebied ‘de Heldense Bossen’. Dit gebied kenmerkt zich door een afwisseling van dennenbossen en kleinschalig akkerland. Ten zuiden van de Keup is het natuurgebied ‘Gruise Epper’ gelegen. Dit gebied kenmerkt zich door de afwisseling van akkers, houtwallen, weilanden en bosgebieden.

Afbeelding 12. Impressie Baarloseweg ongenummerd

Afbeelding 13.Impressie Baarloseweg richting de kern Helden

De locatie Baarloseweg ongenummerd is gelegen in een uitloper van de kern Helden, te weten de Baarloseweg. De Baarloseweg is gelegen tussen het beekdal van de Kwistbeek in het noorden en de Heldense Bossen in het zuiden. De Baarloseweg vormt een karakteristiek bebouwingslint, gelegen aan de rand van de bolle akker. Oudere en nieuwe bebouwing wisselen elkaar af en verwijzen naar verschillende ontwikkelingsperioden. Het slingerend verloop van de weg in samenhang met opeenvolgende voornamelijk vrijstaande woningen en open gebieden, biedt een mix van landelijke en dorpse karakteristiek. Zowel de Keup ongenummerd als de Baarloseweg zijn in de huidige situatie onbebouwd. Beide locaties worden momenteel benut voor de landbouw en zijn in gebruik als akker.

Vastgesteld

9

2.3

Functionele structuur

In het buitengebied van Peel en Maas voert voornamelijk de agrarische functie de boventoon. In de omgeving van de Keup 11 en Keup ongenummerd zijn dan ook enkele veehouderijen en glastuinbouwbedrijven gelegen. De onbebouwde agrarische percelen zijn in gebruik als akker- of weiland. In de omgeving zijn ook veel bosgebieden gelegen waardoor de natuurfunctie prominent aanwezig is. Aan de oostelijke aftakking van de Keup is sprake van lintbebouwing bestaande uit voornamelijk woningen. De woningen die zijn gelegen aan de Keup betreffen voornamelijk vrijstaande woningen op ruime percelen. Aan de Baarloseweg overheerst voornamelijk de woonfunctie. Van oorsprong betrof de Baarloseweg een agrarisch bebouwingslint. De afgelopen jaren heeft de woonfunctie de agrarische functie steeds verder naar de achtergrond verdrongen. Tussen de voormalige agrarische bedrijven zijn daarbij tevens nieuwe woningen gebouwd.

Vastgesteld

10

3.

PLANBESCHRIJVING

3.1

Beschrijving plan

Keup 11 De varkenshouderij op de locatie Keup 11 is gelegen ten zuidoosten van Egchel en ten zuidwesten van Helden en ligt op een afstand van hemelsbreed 580 meter respectievelijk 970 meter van beide kernen. De varkenshouderij is bebouwd met een bedrijfswoning, een loods en twee stallen. Daarnaast is op de locatie verharding aanwezig in de vorm van erfverharding en kuilplaten. De intensieve veehouderij beschikt over een milieutoestemming voor het houden 4.644 vleesvarkens en 90 vleesstieren. In tabel 1 is de vergunningssituatie van de varkenshouderij weergegeven. Tabel 1. Vergunde situatie Keup 11

Diercategorie

Huisvestingssysteem

Vleesvarkens Vleesvarkens Zoogkoeien Vleeskalveren Vleesstieren

D3.2.1 D3.2.15.4 A2 A4.100 A6 Totaal

Aantal dieren

754 3.890 12 23 55 4.734

Ammoniak (NH3) per totaal dier 4,5 3.393 0,45 1.751 4,1 49 3,5 81 5,3 292 5.565

Geur (OU/s) per totaal dier 23 17.342 4 13.615 36 36

819 1.958 33.734

Fijnstof (PM10) per totaal dier 153 115.362 31 120.590 86 1.032 33 759 170 9.350 247.093

In samenspraak met de gemeente wordt deze varkenshouderij gesaneerd om het woon- en leefklimaat in de kernen Egchel en Helden te verbeteren. De gemeente heeft op 2 juli 2020 een overeenkomst gesloten met G.M. Aarts B.V. voor het saneren van deze varkenshouderij. Inmiddels is begonnen met de sloop van de stallen. Met de sanering worden alle bedrijfsgebouwen gesloopt met uitzondering van 450 m2 aan bijgebouwen (zijnde de loods met een afhang en twee afdelingen van de stal). In totaliteit zal straks 3.000 m3 aan bebouwing resteren. Daarnaast wordt ook de omliggende verharding verwijderd. In totaal wordt circa 2.260 m2 aan bebouwing gesloopt. Het slopen van de bebouwing en het verwijderen van de verharding zorgt voor een aanzienlijke ontstening van het buitengebied. De bedrijfswoning blijft behouden. In het kader van de sanering van de varkenshouderij wordt deze woning omgezet naar een burgerwoning. Met het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming is het niet langer mogelijk de locatie aan te wenden voor een agrarisch gebruik. Het is daarmee uitgesloten dat op de locatie nieuwe veehouderijactiviteiten worden ontplooid. Keup 13 Ten zuiden van de Keup 11 ligt de woning Keup 13. Deze woning betreft een voormalige bedrijfswoning die in 2017 is omgezet naar een burgerwoning.

Door de korte afstand tussen deze burgerwoning en de varkenshouderij aan de Keup 11 is de aanduiding ‘milieuzone – geurzone’ opgenomen. Dit zodat geen nieuwe geurgevoelige functies binnen deze zone kunnen worden opgericht. Met de sanering van de varkenshouderij aan de Keup 11 is sprake van het vervallen van de geuremissie vanuit deze locatie op de Keup 13. Bij dit deel van het plangebied wordt dan ook de aanduiding ‘milieuzone – geurzone’ van deze locatie verwijderd.

Vastgesteld

11

Keup ongenummerd en Baarloseweg ongenummerd Keup ongenummerd Ter compensatie van de sanering mogen twee nieuwe woningen opgericht worden. Een van de woningen wordt opgericht aan de Keup ongenummerd in Egchel. De nieuwe woning betreft een vrijstaande woning, gelegen ten oosten van de woningen Keup 10 en ten westen van de woning Keup 5. De woning is beoogd op het perceel kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie G, perceelnummer 7800. Op dit perceel is een woning beoogd met een inhoud van maximaal 2.250 m3 en met maximaal 450 m2 aan bijgebouwen. Beleidsmatig heeft de gemeente Peel en Maas de standaard regel dat een woning inclusief bijbehorende bouwwerken maximaal 1.000 m3 mag bedragen. Echter gezien de meerwaarde van onderhavig initiatief heeft de gemeente Peel en Maas met de toekomstige bewoners maatwerkafspraken gemaakt. De gemaakte afspraken hebben geleid dat de inhoud van de woning in beginselen 1.500 m3 mag bedragen en de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken 450 m2. In de overeenkomst is vastgelegd dat voor een woning met een inhoud van meer dan 1500 m3 op grond van het kwaliteitskader een extra compensatie noodzakelijk is. Dit vindt plaats in de vorm van een bijbetaling welke in het fonds wordt gestort. Voor een inhoud groter dan 1.500 m3 is een aanvullende kwaliteitsverbetering benodigd. Voor 1 m3 geldt een bijdrage van €15,-.

Dit is 750 x 15 euro = €11.250,- voor de gehele overschrijding. De gemeente heeft dit in de overeenkomst vastgelegd zodat aan deze eis voldaan moet worden. Het agrarisch gebied begint langzaam te veranderen in woonfuncties waarbij in de directe omgeving meer grotere woningen liggen. In onderling overleg met de eigenaar en de gemeente is bekeken op welke manier de inpassing het beste gerealiseerd kan worden. Het bos aan de achterkant van het perceel waar de nieuwe woning is beoogd is aangekocht door de eigenaar. Dit aangekochte perceel staat kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie D en perceelnummer 2406. Op perceel 2388, wat ook is aangekocht, wordt een boomgaard met kruidenrijk gras aangelegd. Vervolgens loopt er vanuit dat perceel een laan die onlangs opgeknapt is naar het betreffende bosperceel. De landschappelijke inpassing is juist in overleg met de gemeente beoogd op perceel 2388 om deze bestaande laan meer ‘body’ te geven. Dit alles bij elkaar zorgt voor een kwalitatieve impuls in het gebied. De gehele landschappelijke inpassing is uitgewerkt in paragraaf 3.2. Initiatiefnemer is daarnaast nog voornemens om het perceel waarop de woning wordt gerealiseerd zodanig landschappelijk in te passen zodat de woning en de bijgebouwen in het landschap en in de omgeving passen. Baarloseweg ongenummerd De andere woning wordt opgericht aan de Baarloseweg in Helden.

De woning is beoogd tussen de vrijstaande woningen Baarloseweg 8 en 9. Het perceel waarop deze woning is beoogd staat kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie W, nummer 1098 (ged.). Op dit perceel is een woning met bijbehorende bouwwerken beoogd. Voor de mogelijkheden wordt aangesloten bij de regels uit het bestemmingsplan Dubbelkern Helden Panningen. De Baarloseweg is een uitloper van de kern Helden. In de omgeving overheerst de woonfunctie en de woningen bestaan uit allerlei woningtypen. In zowel oostelijke, zuidelijke en westelijke richting zijn woningen gelegen. De nieuwe woning aan de Baarloseweg past dan ook goed bij de omgeving. Bouwtekeningen voor de nieuwe woningen zijn nog niet aanwezig. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt dan ook niet een specifieke woning geregeld, maar wordt een bouwrecht aan beide locaties toegekend. Het bouwrecht kan worden ingevuld met een vrijstaande woning, zolang deze voldoet aan de bepalingen uit de planregels. Over de architectonische uitstraling van de nieuwe woningen is momenteel dan ook nog niets bekend.

Vastgesteld

12

3.2

Landschappelijke inpassing

Keup 11 De ontwikkeling op de locatie Keup 11 heeft betrekking op een sanering van een intensieve veehouderij. De beëindiging van de agrarische bedrijfsactiviteiten heeft een positieve invloed op de omgevingskwaliteit in de directe omgeving van het plangebied en binnen de kernen Egchel en Helden. Daarnaast zorgt de sloop van de bedrijfsgebouwen eveneens voor een aanzienlijke verbetering van de omgevingskwaliteit. Bij het saneren van de intensieve veehouderij wordt de agrarische bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning hiermee worden aan deze locatie geen extra bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt. Basiskwaliteit vindt plaats door het slopen van de bedrijfsbebouwing, het niet langer kunnen houden van vee en het omzetten van de bestemming. Baarloseweg ong. Ter compensatie van de sanering van de varkenshouderij worden twee nieuwe woningen gerealiseerd. Een van de woningen wordt opgericht aan de Baarloseweg in Helden, binnen de dorpskern. Het kwaliteitskader is niet van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen binnen de dorpskern voor deze woning is derhalve geen landschappelijke inpassing vereist. Keup ong. De andere woning is beoogd in het buitengebied van Egchel, aan de Keup ong. Voor het oprichten van de nieuwe woning aan de Keup ong.

is een landschappelijk inpassingsplan1 opgesteld, waarmee is gegarandeerd dat de woning op een passende wijze onderdeel uitmaakt van het omringende landschap. Uitvoering van het gestelde in het landschappelijk inpassingsplan is als verplichting opgenomen in de planregels als voorwaardelijke bepaling. De visie is om nieuwe groenelementen toe te voegen passend binnen het authentieke landschap. Bij de erven en het landschap in de omgeving wordt gewerkt met zowel een soortige hagen als gemengde hagen en met zowel bomenrijen als met solitaire bomen. Stimulering van overhoeken, perceelsranden en bloemrijk grasland zorgt dan ook voor de biodiversiteitsimpuls. De visie heeft geresulteerd in het definitieve plan: A. Aan te planten gemengde hagen; B. Aan te planten hoogstamweide; C. Aanleg en beheer extensief bloemen en kruidenweitje.

1

Ron Janssen, Erf- en landschapsverfraaiing, Landschappelijke kwaliteitsbijdrage Keup 11 ong., 22 december 2021

Vastgesteld

13

Afbeelding 14. Landschappelijke inpassing Keup ong. Egchel

Het landschappelijk inpassingsplan geeft weer wat aangeplant wordt om samen met het bestaande groen van de locatie hier een mooie plek van te maken. De landschappelijke inpassing is niet alleen binnen de woonbestemming beoogd maar ook daarbuiten (zie afbeelding 14). Binnen dit deel van het plangebied is de aanduidingen ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing Keup ongenummerd’ toegekend waarmee is gewaarborgd dat de nieuwe woning pas mag worden gebruikt als de landschappelijke inpassing is uitgevoerd en in stand wordt gehouden. Hierdoor wordt voldaan aan de eisen uit het Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas.

Vastgesteld

14

4.

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Peel en Maas.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪ ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Vastgesteld

15

Het initiatief kent een dermate kleinschalig karakter dat deze geen nadelige invloed heeft op de gestelde doelen van het Rijk. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken.

In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Op dit bestemmingsplan werken geen van de genoemde Rijksbelangen rechtstreeks door. In de gebieden is verder ook geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Het bestemmingsplan is dan ook in lijn met het Barro. 4.1.3 Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 ingevoerd en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd.

De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL: RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Gelet op de kleinschaligheid (betreft slechts het toevoegen van twee woningen en het omzetten van een bedrijfswoning naar burgerwoning), betreft onderhavig initiatief geen stedelijke ontwikkeling. Er hoeft in het kader van onderhavig initiatief dan ook niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden.

Vastgesteld

16

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). De omgevingsvisie is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: ▪ Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk als in het bebouwde gebied; ▪ Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); ▪ Klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Doorwerking initiatief Op basis van het vigerende bestemmingsplan en de geldende milieuvergunning mogen aan de Keup 11 grote hoeveelheden ammoniak, geur en fijn stof worden geëmitteerd. In de beoogde situatie wordt de intensieve veehouderij volledig gesaneerd waarmee de ammoniak-, geur en fijnstof uitstoot volledig vervalt. Door het vervallen van deze uitstoot is sprake van de verbetering van het woon- en leefklimaat. Het saneren van de intensieve veehouderij, het oprichten van de woningen en het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning past binnen de provinciale uitgangspunten zoals gesteld in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg.

Het initiatief is daarmee in lijn met de Provinciale Omgevingsvisie Limburg.

Vastgesteld

17

4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 Op 17 december 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg vastgesteld. In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor een ieder gelden of voor specifieke doelgroepen. De volgende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2021 zijn in dit geval van toepassing: ▪ Overstromingskansgebieden C ▪ Natuurnetwerk Limburg ▪ Wonen, werken en recreëren Overstromingskansgebieden C Vanuit de provincie gelden voor regionale oppervlaktewateren omgevingswaarden, ofwel “normen” voor wateroverlast. De omgevingswaarden geven de maximaal toelaatbare kans op overstroming per jaar van aangewezen gebieden aan. Ze zijn gericht op extreme situaties: neerslag- en afvoersituaties die niet vaak voorkomen. In totaal zijn vijf gebieden opgenomen met de specificatie voor dat gebied en de gemiddelde overstromingskans per jaar. Tabel 2. Overstromingskans per jaar per gebied gespecificeerd

Gebied

Specificatie

Overstromingskansgebieden A

1. 2.

Overstromingskansgebieden B Overstromingskansgebieden C

Overstromingskansgebieden D Overstromingskansgebieden E

Natuurnetwerk Limburg Groenblauwe mantel langs alle natuurbeken en langs omgevingsgerichte wateren binnen beekdalen en natte laagten Groenblauwe mantel langs omgevingsgerichte wateren buiten natte laagten 1. Overige landbouwgebieden, recreatieparken 2. Bebouwing in bebouwde kernen langs beken en in droogdalen in beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg Glastuinbouwgebieden Bebouwing in bebouwde kernen behalve langs beken en in droogdalen in beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg

Gemiddelde overstromingskans per jaar Geen kans aangegeven

1:10 1:25

1:50 1:100

Het plangebied ligt in overstromingskansgebieden C. Voor dit gebied is een gemiddelde overstromingskans per jaar 1:25. De norm is uitgedrukt als maximale overstromingskans per jaar. Een norm van 1:25 geeft aan dat de kans per jaar 1:25 is dat een overstroming plaats vindt. Anders gezegd: een overstroming komt statistisch gezien niet vaker voor dan gemiddeld eens per 25 jaar. Gesteld kan worden dat de kans op wateroverlast binnen het plangebied zeer klein is, zodoende kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Natuurnetwerk Limburg Een van de wijzigingen in de Omgevingsverordening 2021 ten opzichte van de Omgevingsverordening 2014 betreft het samenvoegen van de zilvergroene en bronsgroene landschapszone tot de groenblauwe mantel. De regels voor beide typen gebieden komen sterk overeen, net als het feitelijke gebruik. In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is opgenomen dat in de Groenblauwe mantel inzichtelijk moet worden gemaakt wat de betekenis van een ontwikkeling in een ‘plangebied’ is voor de natuurwaarden in aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg.

Vastgesteld

18

De provincie geeft daarbij aan dat het belangrijk is dat dit niet meer is dan een motiveringsplicht en geen gebodsbepaling. De verwachting is dat deze motiveringsplicht in veel situaties weinig extra inspanning (motivering) vergt omdat verbindingsof bufferfuncties niet geraakt worden. Met onderhavig initiatief wordt een varkenshouderij gesaneerd en daarvoor in de plaats worden twee woningen gerealiseerd. Een van de woningen is beoogd aan de Keup ongenummerd en ligt op korte afstand van de groenblauwe mantel. Ter plaatse van de Keup 11 wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning en ter plaatse van de Keup 13 wordt een gebiedsaanduiding verwijderd. Alle drie deze locaties liggen op korte afstand van een gebied dat is aangewezen als ‘Groenblauwe mantel’ derhalve is een motiveringsplicht benodigd. Bij de keup 11 vindt basiskwaliteit plaats door het slopen van de bedrijfsbebouwing, het niet langer kunnen houden van vee en het omzetten van de bestemming. Met het initiatief vindt een ontstening van het buitengebied plaats wat positief is voor de belevingswaarde van de omgeving, waaronder het gebied dat is aangewezen als ‘groenblauwe mantel’. Bij de keup 13 vinden geen fysieke wijzigingen plaats waardoor dit eveneens geen afbreuk doet aan het gebied dat is aangewezen als ‘groenblauwe mantel’. Aan de Keup ongenummerd wordt één nieuwe woning gerealiseerd.

De woning wordt landschappelijk ingepast en vormt daarmee een mooi geheel met het omliggende landschap. De landschappelijke inpassing is opgesteld aan de hand van het omliggende landschap en sluit derhalve goed aan bij de omgeving. De visie is dan ook om nieuwe groenelementen toe te voegen passend binnen het authentieke landschap. Bij de erven en het landschap in de omgeving wordt gewerkt met zowel een soortige hagen als gemengde hagen en met zowel bomenrijen als met solitaire bomen. Stimulering van overhoeken, perceelsranden en bloemrijk grasland zorgt dan ook voor de biodiversiteitsimpuls. Met het initiatief wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan de groenblauwe mantel in de omgeving van het plangebied. Wonen, werken en recreëren In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is opgenomen dat de motivering bij een plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. Rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. Sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c. Over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg.

De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. Het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; e. Realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Onderhavig initiatief is hierboven getoetst aan het rijksbeleid en het provinciaal beleid en wordt hieronder getoetst aan het regionale en gemeentelijk beleid. Uit de toetsing blijkt dat het oprichten van een Ruimte voor Ruimte woning op deze locatie passend is. Conclusie Op dit moment geldt nog de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding: 1 januari 2023) is een nieuwe verordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. Hierna is het initiatief getoetst aan de huidige verordening.

Vastgesteld

19

4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld en in werking getreden. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019. Nieuwe woningen In de Omgevingsverordening is opgenomen dat een ruimtelijk plan in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen NoordLimburg. Het initiatief voldoet niet aan de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg.

Wel voldoet het initiatief aan het beleid van de gemeente Peel en Maas, daarmee kan het initiatief in afwijking van de Regionale Structuurvisie Wonen NoordLimburg worden toegestaan. Zie hiervoor paragraaf 4.2.4 en 4.3.3. Regionale wateroverlast – normering 1:25 Tevens is de regel ‘Regionale wateroverlast – normering 1:25’ uit de Omgevingsverordening in dit geval van toepassing op alle delen van het plangebied. In de Omgevingsverordening is voor verschillende te onderscheiden gebieden een norm opgenomen waarin is aangegeven waarop de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren moeten zijn ingericht. In de Bronsgroene landschapszone waar geen natuurbeek is gelegen (dit zijn overwegend beekdalen) is de norm (1:10) afgestemd op het meest geëigende en meest toegepaste grondgebruik, namelijk grasland. Voor de overige landbouwpercelen in het buitengebied geldt de referentienorm voor akkerbouw (1:25). Voor belangrijke glastuinbouwgebieden is de referentienorm voor hoogwaardige land- en tuinbouw (1:50) toegepast. Voor bebouwde kernen is meestal de referentienorm voor bebouwd gebied (1:100) vastgesteld. De norm is uitgedrukt als de maximale kans per jaar dat wateroverlast mag optreden. In veel gebieden is de daadwerkelijke kans op wateroverlast kleiner dan de norm aangeeft. Alle delen van het plangebied liggen in het buitengebied.

Voor het buitengebied is de referentienorm voor wateroverlast vastgesteld op 1:25. Binnen het plangebied is de maximale kans op wateroverlast 4% per jaar. Dit wil zeggen dat in totaal 14,6 dagen per jaar wateroverlast kan optreden binnen alle delen van het plangebied. De kans op daadwerkelijke wateroverlast is kleiner dan de norm, gesteld kan worden dat de kans op wateroverlast dan ook zeer klein is. Binnen het plangebied kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Goudgroene natuurzone De woningen Keup 11 en Keup 13 en de nieuwe woning aan de Keup ongenummerd zijn gelegen op korte afstand van een gebied dat is aangeduid als goudgroene natuurzone. Het initiatief is in paragraaf 4.2.2 reeds getoetst aan deze beschermingszone. De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de belevingswaarde van deze zone.

Vastgesteld

20

4.2.4 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Peel en Maas heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Peel en Maas gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 156 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Peel en Maas de gestelde opgave heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.

Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van de kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.

▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. ▪ Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. Het oprichten van de twee woningen op de beoogde locaties is in principe in strijd met de regionale structuurvisie. Echter de gemeente Peel en Maas geeft aan in de ‘beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018’ dat de gemeente hierop een gelimiteerde uitzondering wil maken bij een zogenoemde win-winsituatie. Met de win-winsituatie blijft de mogelijkheid bestaan voor intensieve veehouderijen, die in of tegen de kernrandzone liggen, om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen ter verbetering van het woon- en leefklimaat van de omliggende woonomgeving. In paragraaf 4.3.3 wordt verder in gegaan op dit beleid van de gemeente Peel en Maas. Het initiatief voldoet aan het specifieke woonbeleid van de gemeente Peel en Maas en kan derhalve in afwijking van de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 toch worden toegestaan.

Vastgesteld

21

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas In december 2011 is de Structuurvisie buitengebied door de gemeenteraad vastgesteld. Op 15 december 2015 is de gewijzigde versie vastgesteld. In de structuurvisie is het bestaande beleid van dat moment (Structuurplan Buitengebied Peel en Maas 2008, Structuurvisie Intensieve Veehouderij en Glastuinbouw, Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas en Archeologiebeleid) samengebracht. De structuurvisie bevat grotendeels een voortzetting van het bestaand beleid. Daarnaast zijn er enkele aanvullingen en uitwerkingen opgenomen, waardoor het beleid beter aansluit bij de recente ontwikkelingen in het buitengebied. De structuurvisie heeft twee doelstellingen, te weten: het bieden van een integraal beleidskader voor het buitengebied dat mede dient als grondslag voor het bestemmingsplan “Buitengebied Peel & Maas” en het mogelijk maken van kostenverhaal voor bovenplanse verevening en bijdragen in de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de ontwikkelingsplanologie. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen voor het te voeren ruimtelijk beleid. Het beleid voor het buitengebied is grotendeels vastgelegd in het Structuurplan Buitengebied Peel en Maas 2008. In het structuurplan is opgenomen dat het uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat oprichting van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied is uitgesloten.

Door middel van de gemeentelijke regelingen ‘Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas’ bestaat in een aantal gevallen de mogelijkheid een woning te bouwen, in ruil voor grote kwaliteitswinst (de zogenaamde win-win situaties). Nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied zijn dan ook toegestaan indien hierbij een kwaliteitsbijdrage wordt geleverd. Onderhavig initiatief voorziet in a) de sanering van een intensieve veehouderij, b) het omzetten van de bedrijfswoning naar een burgerwoning en c) het oprichten van twee nieuwe woningen. Met het saneren van de varkenshouderij is sprake van kwaliteitsverbetering door de sloop van de bedrijfsgebouwen en het intrekken van de milieutoestemming voor het houden van vee. Met de sloop van de bedrijfsgebouwen en het verwijderen van de erfverharding is sprake van een aanzienlijke ontstening van het buitengebied. Daarnaast is de intensieve veehouderij dicht bij de kernen Egchel en Helden gelegen. Het saneren van de varkenshouderij heeft dan ook positieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat in deze kernen. Met het saneren van de intensieve veehouderij en het oprichten van de nieuwe woningen is derhalve sprake van een winwin situatie zoals opgenomen in de ‘Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas’ (paragraaf 4.3.3).

Daarnaast is voor de nieuw op te richten woningen, indien noodzakelijk, een landschappelijke inpassing uitgewerkt (paragraaf 3.2) zodat hiermee ook een kwaliteitsbijdrage wordt geleverd. 4.3.2 Structuurvisie kernen en bedrijventerreinen Op 31 maart 2015 is de structuurvisie Kernen en Bedrijventerreinen vastgesteld door de raad van gemeente Peel en Maas. Deze structuurvisie is de eerste structuurvisie voor de kernen en bedrijventerreinen na de gemeentelijke herindeling in 2010. De structuurvisie bevat het beleid voor de bebouwde kom van alle elf kernen en de bedrijventerreinen in Peel en Maas, met uitzondering van Klavertje 4. Het doel van deze structuurvisie is een nieuwe ambitie neerzetten en de kernwaardes verder uitwerken. De structuurvisie geeft een ruimtelijke vertaling van de kernwaarden van de gemeente Peel en Maas. Daarnaast draagt de structuurvisie bij aan het vormgeven van de regionale ambities, werkt ze uit en concretiseert deze voor wat betreft het ruimtelijke domein. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen voor het te voeren ruimtelijk beleid. De structuurvisie kernen en bedrijventerreinen behandeld een aantal voor de kernen ruimtelijk relevante (gebiedsgerichte) thema’s en heeft ten aanzien van deze thema’s beleidsuitgangspunten geformuleerd. Vastgesteld

22

De woningbouwlocatie van de Baarloseweg ongenummerd maakt onderdeel uit van deze structuurvisie en maakt op basis daarvan onderdeel uit van de dorpskern. De beleidsuitgangspunten ten aanzien van woningbouw zijn: ▪ Woningbouw vindt primair plaats in de kernen; ▪ Elke kern mag minimaal bouwen voor de eigen behoefte. Daarnaast is er ruimte voor maatwerk, zeker bij initiatieven uit de kernen zelf. In leef- en centrumdorpen is (beperkte) extra groei mogelijk; ▪ Stimuleren van levensloopbestendig en duurzaam bouwen; ▪ Belangrijkste doelgroepen zijn starters en ouderen; ▪ Stimuleren van kwalitatief goede huisvesting voor (tijdelijke) arbeidskrachten en woonurgenten. Tot 2020 ligt er in Peel en Maas nog een behoorlijke woningbouwopgave om de autonome huishoudensgroei op te vangen. In de periode 2020-2030 vlakt de vraag af en vanaf 2030 is er sprake van een afname. In de periode 2021-2030 is in de gemeente Peel en Maas behoefte aan 370 woningen. In de kern Helden is een woningbehoefte van 101 woningen voor de periode 2013-2020. In casu is sprake van een win-winsituatie aangezien aan de Keup 11 een varkenshouderij wordt gesaneerd en hiervoor in de plaats twee woningen worden gerealiseerd, waaronder die aan de Baarloseweg. Deze woning past binnen de woningbehoefte voor de kern Helden.

De nieuwe woning aan de Baarloseweg voldoet aan de Structuurvisie kernen en bedrijventerreinen omdat deze binnen de dorpskern wordt opgericht en uit kwantitatief oogpunt voldoet aan de woningbehoefte. 4.3.3 Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas Het Limburgs Kwaliteitsmenu van provincie Limburg heeft zijn uitwerking naar lokaal niveau gekregen in het Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas Het doel van het hierin opgenomen kwaliteitsmenu is het bieden van een instrument om noodzakelijke en/ of wenselijke ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met kwaliteitsverbetering. Bij kwaliteitsverbetering wordt in dat kader onderscheid gemaakt in Basiskwaliteit (geldt altijd bij ontwikkelingen), daar bovenop Basiskwaliteit Plus of Aanvullende Kwaliteitsverbetering. Bij iedere ontwikkeling binnen het bestaande bouwvlak en bij uitbreiding van het bouwvlak tot de referentiemaat in een agrarisch gebied zonder waarden, is Basiskwaliteit van toepassing. Ook bij functiewijziging van een gebouw zoals de vestiging van een kleinschalige logeerinrichting of huisvesting van arbeidsmigranten binnen de bestaande bebouwing er is sprake van Basiskwaliteit. Basiskwaliteit wil zeggen dat de nieuwe bebouwing of functie goed ingepast moet worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=b64d9793-052a-4e83-99ca-e90f13d91df6