20260203 - Vragenhalfuurtje - VVD - Art. 34 Woningmarktonderzoek Peel en Maas
Tekst van het document
Art. 34 vragenhalfuurtje, raadsvergadering 3 februari 2026 Betreft: Woningmarktonderzoek Peel en Maas Het recent vastgestelde woningmarktonderzoek spreekt over een woningbouwbehoefte van circa 1.000 woningen tot en met 2035. Dat staat in schril contrast met de ambities die in de begroting zijn opgenomen, waarin wordt uitgegaan van aanzienlijk hogere aantallen. Daarbij zien we dat prognoses de afgelopen jaren telkens naar boven zijn bijgesteld en dat Peel en Maas in de praktijk daardoor achter blijft lopen. De prognoses waarop de woningbouwbehoefte is gebaseerd (2022 en 2024) zijn inmiddels alweer ingehaald door nieuwe ontwikkelingen in onze regio. Tijdens de presentatie aan de raad is bovendien aangegeven dat het woningmarktonderzoek uitgaat van een 100% match tussen inwoners en woningaanbod. Tegelijkertijd weten we dat deze aanname in de praktijk niet realistisch is. Dit raakt met name jongeren, die we hard nodig hebben om de vergrijzing in Peel en Maas te verzachten. 1. Hoe rijmt het college de aanbevelingen uit het woningmarktonderzoek, waarin wordt uitgegaan van circa 1.000 woningen tot en met 2035, met de begroting waarin is vastgelegd dat de gemeente minimaal 2.000 woningen tot en met 2035 wil realiseren? Beschouwt het college het onderzoek als richtinggevend of de begroting als leidend? 2.
Hoe representatief en actueel acht het college dit woningmarktonderzoek, nu vaststaat dat het is gebaseerd op prognoses uit 2022 en 2024, terwijl zich sinds die tijd ingrijpende ontwikkelingen op de woningmarkt hebben voorgedaan? En welke consequenties verbindt het college aan die verouderde uitgangspunten? 3. Erkent het college dat jongeren en starters in de praktijk nauwelijks toegang hebben tot sociale huur en de duurdere koopsegmenten, en daardoor vrijwel volledig zijn aangewezen op het beperkte segment betaalbare koop in de vrije markt, dat ongeveer 35 procent van het totale woningaanbod beslaat? 4. Waarom is in het woningmarktonderzoek uitgegaan van een theoretische 100% match tussen woningaanbod en inwoners, terwijl bekend is dat deze match in de praktijk, zeker voor jongeren en starters, aanzienlijk lager ligt? Acht het college deze aanname realistisch als basis voor beleid?
Namens VVD Peel en Maas, Kevin Steeghs