CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-079 07 9b Ecologische voortoets stikstof

Raad 30 juni 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO omgevingsplan ‘De Hoek fase II Meijel’ (2026-079)6.470 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VOORTOETS STIKSTO F DE HOEK FASE II IN MEIJEL

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

Mulleners Vastgoed BV PMA127 28 april 2026

VOORTOETS STIKSTOF DE HOEK FASE Il IN MEIJEL

Opdrachtgever:

Mulleners

Projectnr: Rapporinr:

Vastgoed

BV

PMA12/7

Status:

20250923PMA1 27-RAP-EVT-1 1 Definitief

Datum:

28

april 2026

Opsteller:

(geanonimiseerd) Verificatie:

(geanonimise rd) T088-33

66

333

Validatie:

F 088-33

66 099

(geanonimiseerd) [|

E

info@kragten.nl

© 2026

Kragien

dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze foe le possen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend. Niets uit

openbaar

gemaakt door

p D

INHOUDSOPGAV E 1 1. 1 1. 2

INLEIDIN . .G. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. .. . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . .. .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4.. . . . . Aanleiding en doe l.s. t.e. l. l.i.n. g. 4. Uitkomsten A-EbReIrUeSkenin g. e. n. 4.

2 2. 1 2. 2

GEVOLGEN VOOR NATUR-GAE 2B0IE0D0E. .N. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . .. . . . . .7. Instandhoudingsdoel s. t. e. l.l.i.n. g. e. n. 7 Toename stikstofd e. p. o. s. i.t.i.e. 12

3 3. 1 3. 2

EVALUATIE EN CON .C. .L. U. .S. .I.E. . . . . . . . . . . . . . . . .. .. . . .. .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. .. . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ..1..5. Evaluatie van de gevolgen voor de instan. d. h. o. u. d. i.n. g. s. d. o. e. l.e. n. 1. 5. Samenvatting conclusies en ve r. v. o. l.g. s. t.a. p. p. e. n. 2. 4

4

GERAADPLEEGDE BRO. . .N. . N.. .E. .N.. . . . . . . . . . . . . . . . . .. .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . .. .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . .. .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. 2.. 5.. . .

.

.

. . . . . . . . . . . . . . . . .. . .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. .. . .. . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . .

.

. .

. . .

.

.

. . . . . . . . . . . . . . .. . .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. .... .. . .

. . . . . . . . . . . . . . .. . .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. .. . .. . . . . . .

. . .. . .

,

.

. .

. .

. . .

. .

.

. .

. . .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . .. . .. .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . .. . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . .. . .. . . . . . . . . . . . .

3

1

INLEIDING

1. 1

Aanleiding en doe lstelling In het kader van de ontwikkeling van het woningbouwproject De Hoek fase II in Meijel is een AERIUS-berekening 1 uitgevoerd. Het projectgebied is op onderstaande afbeelding weergegeven , geprojecteerd op een luchtfoto. In , verband met berekende stikstofdeposities > 000 mol N/ha/jaar gedurende zowel de aanlegfase als de gebruiksfase op stikstofgevoelige habitattypen binnenN atura 2000-gebieden Deurnsche Peel & Mariapeel en Groote Peel , dient een ‘voortoets stiksto’f te worden opgesteld. Het doel van deze toets is na te gaan of significant negatieve gevolgen van het voornemen voor de betrokken habitattypen kunnen worden uitgesloten .

De Hoek fase

1

Afbeelding 1. Ligging projectgebied.

1. 2

Uitkomsten AE-bReIrUeSkeneinn g De aanlegfase beslaat de periode 2026-2027. In tabellen 1a en 1b staan de resultaten voor de aanlegfase. Er , wordt dan een depositietoename van maximaal 003 mol N/ha/jaar berekend op Natura 2000-gebied , Deurnsche & Mariapeel en maximaal 001 mol N/ha/jr op Natura 2000-gebied Groote Peel. De grootste stikstofemissie vindt plaats in hett weede jaar van aanleg , waarbij in totaal maximaal 448 ha met stikstofgevoelige typen belast wordt. In dat jaar worden in totaal 5 stikstofgevoelige typen 2 in gebied Deurnsche & Mariapeel belast en in gebied Groote Peel gaat het dan om 2 typen. In beide gebieden betreft het dezelfde

1 Kragten , Stikstofdepositie

onderzoek De Hoek Fase II Meijel , Rapportnr.20251127-PMA127-RAP-STD-4.0 , 27 november 2025. 2 De benaming habitattype wordt alleen gebruikt voor de typen waarvan de code begint met ‘H’ , daarnaast worden ook een zoekgebiedtype (beginnend met letters ‘ZG’) en een leefgebiedtype (idem ‘Lg’) belast. Voor zoekgebied - en leefgebiedtypen geldt dat deze niet in het Aanwijzingsbesluit zijn opgenomen 4

typen (H4030

en H7120ah) , in gebied Mariapeel

worden additioneel ook de typen H7110A Lg04 en ,

ZGH7120ah belast. Tabel 1a. Berekende stikstofdeposities per habitattype in Natura 2000-gebieden Deurnsche Peel & Mariapeel en Groote Peel in de aanlegfase jaar 1 (2026) ,

Habitattype

code

Berekende oppervlakte omschrijving

KDW *) in

ha

Maximale toename

depositie mol N/ha/jaar

mol N/ha/jaar

Hoogste totale depositie mol N/ha/jaar

DEURNSCHE PEEL & MARIAPEEL , , H4030 Droge heiden 714 (1. 071) 057 001 1. 349 H7120ah Herstellende hoogvenen , 500 19861 , 002 , 2. 257 actief hoogveen Lg04 Zuur ven 1. 071 (1. 214) 276 , 001 , 2. 053 ZGH7120ah Herstellende hoogvenen , , , 500 693 001 2. 261 actief hoogveen GROOTE PEEL H7120ah Herstellende hoogvenen , , , 500 837 001 1. 916 actief hoogveen *) Kritische depositiewaarde (zoals aangegeven in AERIUS Calculator) ; tussen haakjes de waarde in Van Dobben et al. (2012) en de Natuurdoelanalyse ; in 2023 zijn KDW’s van een aantal typen herzien (Marra et al. 2023)

Tabel 1b. Berekende stikstofdeposities per habitattype in Natura 2000-gebieden Deurnsche Peel & Mariapeel en Groote Peel in de aanlegfase jaar 2 (2027) ,

Habitattype

code

Berekende oppervlakte omschrijving

DEURNSCHE PEEL & MARIAPEEL H4030 Droge heiden H7110A Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap) H7120ah Herstellende hoogvenen , actief hoogveen Lg04 Zuur ven ZGH7120ah Herstellende hoogvenen , actief hoogveen GROOTE PEEL H4030 Droge heiden H7120ah Herstellende hoogvenen , actief hoogveen

Maximale toename

Hoogste totale depositie mol N/ha/jaar

KDW in mol N/ha/jaar

ha

depositie mol N/ha/jaar

714 (1. 071) 500

, 075 002 ,

, 002 001 ,

1. 349 1. 225

500

, 36297

, 003

2. 257

1. 071 500

, 1469 2313 ,

, 001 001 ,

2. 035 2. 261

714 (1. 071) 500

025 , 4639 ,

001 , 001 ,

1. 617 2. 291

In tabel 2 staan de resultaten voor gebruiksfase. In de gebruiksfase (vanaf 2028) gaat het om een depositie van maximaal 002 , mol N/ha/jr en wordt een gebied van ca. 120 ha in gebied Deurnsche & Mariapeel met 3 stikstofgevoelige typen beïnvloed (H4030 , H7120ah en ZGH7120ah). Van gebied Groote Peel wordt dan 1 stikstofgevoelig habitattype (H7120ah) beïnvloed. Beide Natura 2000-gebieden liggen deels in Noord -Brabant en deels in Limburg. Deposities vinden in beide provincies plaats.

5

Tabel 2. Berekende stikstofdeposities per habitattype in Natura 2000-gebieden Deurnsche Peel & Mariapeel en Groote Peel in de gebruiksfase Habitattype

code

Berekende oppervlakte omschrijving

DEURNSCHE PEEL & MARIAPEEL H4030 Droge heiden H7120ah Herstellende hoogvenen , actief hoogveen ZGH7120ah Herstellende hoogvenen , actief hoogveen GROOTE PEEL H7120ah Herstellende hoogvenen , actief hoogveen

Maximale

Hoogste totale depositie mol N/ha/jaar

toename

KDW in mol N/ha/jaar

ha

depositie mol N/ha/jaar

714 (1. 071) 500

057 , , 11408

001 , , 002

1. 349 2. 196

500

, 091

, 001

1. 964

500

, 405

, 001

1. 916

In tabel 3 volgt een samenvattend overzicht van de berekende deposities in de verschillende fasen en jaren per

habitattype. Tabel 3. Samenvattend overzicht van berekende stikstofdeposities per habitat- zoekgebied- en leefgebiedtype in Natura 2000-gebieden Deurnsche Peel & Mariapeel en Groote Peel vanwege het project ,

Gebied

Type

Aanlegfase*) jaar 1 057 , / 001 ,

Gebruiksfase*)

jaar 2 Deurnsche Peel & H4030 075 , / 002 , Mariapeel , / 001 , H7110A 002 / 002 / 003 H7120ah 19861 , , 36297 , , , / , , / , Lg04 276 001 1469 001 / / ZGH7120ah 693 , 001 , 2313 , 001 , Groote Peel H4030 025 , / 001 , H7120ah , / 001 , , / 001 , 837 4639 *) respectievelijk oppervlakte die belast wordt in ha en maximale depositie in mol N/ha/jr

057 , / 001 , -

/ 002 ,

11408 , -

/ 001 091 , , , / 001 , 405

Voor wat betreft de resultaten van de AERIUS-berekeningen en de gehanteerde uitgangspunten zij verwezen naar de rapportage van het stikstofdepositie onderzoek.3

3 Kragten , Stikstofdepositie

onderzoek De Hoek Fase II Meijel

,

Rapportnr.20251127-PMA127-RAP-STD-4.0

,

27 november

2025.

6

2

GEVOLGEN VOOR NATURA 20-0G0EBIEDEN

2. 1

Instandhoudingsdoels tellingen Er worden stikstofdeposities berekend op twee Natura 2000-gebieden , namelijk Deurnsche Peel & Mariapeel en Groote Peel. De ligging van het projectgebied ten opzichte van deze Natura 2000-gebieden is op onderstaande kaart (afbeelding 2) weergegeven. Het projectgebied ligt op ongeveer gelijke afstand ten opzichte van beide Natura 2000-gebieden. De totale oppervlakte van Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel bedraagt ca. 2. 735 ha , dus het gaat om een uitgestrekt gebied , maar wel een aaneengesloten gebied. Dit geldt ook voor het andere Natura 2000-gebied , de Groote Peel , dat een totale oppervlakte heeft van 1. 337 ha. Beide gebieden liggen deels in Noord-Brabant en deels in Limburg.

Afbeelding 2. Ligging Natura 2000-gebieden Deurnsche Peel & Mariapeel en Groote Peel ten opzichte van het projectgebied. Voor elk Natura 2000-gebied in Nederland zijn door het Rijk in het aanwijzingsbesluit de IHD’s vastgesteld. In het aanwijzingsbesluit wordt bepaald welke habitattypen moeten worden behouden dan wel uitgebreid in oppervlakte en kwaliteit. Voor habitatsoorten heeft de doelstelling betrekking op de omvang van de populatie. Voor het Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel gelden in totaal 12 IHD’s verdeeld over 3 habitattypen , 2 habitatsoorten en 7 Vogelrichtlijnsoorten , zie tabellen 4a , 4b , 4c en 4d. Van de laatstgenoemde categorie zijn er 4 broedvogelsoorten en 3 niet-broedvogelsoorten. Het leefgebied van de habitatsoorten en de broedvogels is nauw verbonden aan de habitattypen , zodat negatieve gevolgen voor de habitattypen tevens nadelig zijn voor de soorten. Hierop wordt in hoofdstuk 3 nader ingegaan. Voor de niet-broedvogelsoorten geldt dat het gaat om foerageer- en slaapplaatsen en hiervoor is het stikstofaspect niet relevant , daarom wordt er verder geen aandacht aan besteed.

7

Eén habitattype heeft een prioritaire status toegekend gekregen. De prioritaire status houdt in dat voor dit type een bijzondere verantwoordelijkheid geldt omdat een belangrijk deel van het natuurlijk verspreidingsgebied in het betreffende Natura 2000-gebied ligt (artikel 1 Habitatrichtlijn). ,

Tabel 4a. IHD’s Deurnsche Peel & Mariapeel habitattypen (Bron: Arcadis 2023a) ,

Toelichting: •

Aangegeven is wat de relatieve bijdrage is van de

Deurnsche Peel & Mariapeel voor deze habitattypen binnen Nederland gebaseerd op het actuele aandeel van de landelijke oppervlakte dat in het gebied aanwezig was ten tijde van de aanwijzing. Hiervoor is de volgende klassenindeling gehanteerd: A1 = 15 30% A2 = 30-50% A3 = 50-75% en A4 = > 75% B1 = 2 -6% B2 = 6-15% C = < 2%. In de eindkolom is de toelichting op de IHD opgenomen. Typen met * zijn prioritaire typen ,

,

•

,

,

,

,

Tabel 4b. IHD’s Deurnsche Peel & Mariapeel habitatsoorten (Bron: Arcadis 2023a) ,

Toelichting: •

Aangegeven is wat de relatieve bijdrage is van de Deurnsche Peel & Mariapeel voor deze soorten binnen Nederland , gebaseerd op het aandeel van de landelijke populatie dat (geregeld) in het gebied aanwezig was ten tijde van de aanwijzing. Hiervoor is de volgende klasseindeling gehanteerd , A1 = 15-30% , A2 = 30-50% , A3 = 50-75% en A4 = > 75% B1 = 2 -6% en B2 = 6-15% C = < 2%. In de eindkolom is de toelichting op de IHD opgenomen.

8

Tabel 4c. IHD’s Deurnsche Peel & Mariapeel broedvogelsoorten (Bron: Arcadis 2023a) ,

Toelichting: zie tabel 4b. Tabel 4d. IHD’s Deurnsche Peel & Mariapeel

,

niet-broedvogelsoorten (Bron: Arcadis 2023a)

Toelichting: •

Aangegeven is hoeveel gebieden voor de soort zijn aangewezen , wat het landelijk en gebiedsdoel is en wat de functie van het gebied is voor de soort. In de eindkolom is de toelichting op de instandhoudingsdoelstelling opgenomen zoals staat weergegeven in het aanwijzingsbesluit.

Voor het Natura 2000-gebied Groote Peel gelden in totaal 11 IHD’s verdeeld over 2 habitattypen en 9 Vogelrichtlijnsoorten , zie tabellen 5a , 5b en 5c. Van de laatstgenoemde categorie zijn er 5 broedvogelsoorten en 4 niet-broedvogelsoorten. Net als voor het Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel geldt ook voor de Groote Peel dat het leefgebied van de (broedvogel)soorten nauw is verbonden aan de habitattypen , zodat negatieve gevolgen voor de habitattypen tevens nadelig zijn voor de soorten. Hierop wordt in hoofdstuk 3 nader ingegaan.

9

Tabel 5a. IHD’s Groote Peel habitattypen (Bron: Arcadis 2023b) ,

10

Tabel 5b. IHD’s Groote Peel broedvogelsoorten (Bron: Arcadis 2023b) ,

11

Tabel 5c. IHD’s Groote Peel niet-broedvogels (Bron: Arcadis 2023b) ,

Toelichting: zie tabel 4c

2. 2

Toename stikstofd epositie De berekende stikstofdeposities zijn in tabel 1 (hoofdstuk 1) samengevat. In deze paragraaf

volgt aan de hand

van kaartbeelden een visuele weergave van de stikstofdepositie. •

Afbeelding 3 geeft de resultaten visueel weer voor wat betreft de aanlegfase jaar 2. In dit jaar is de stikstofemissie het grootst en daarmee ook de depositie Getoond worden de hexagonen (vlakjes van 1 ha) waar stikstofgevoelige habitattypen liggen èn sprake is van overbelasting door stikstof. Dit laatste betekent dat de kritische depositiewaarde (KDW) 4 van het betreffende habitattype wordt overschreden of bijna5 wordt overschreden. Het gaat om een vrij grote oppervlakte stikstofgevoelige typen die beïnvloed wordt circa 400 ha dat is 98% van de totale oppervlakte van beide Natura 2000-gebieden. Afbeelding 4 geeft de resultaten visueel weer voor de gebruiksfase. Het gebied dat belast wordt is dan aanmerkelijk kleiner namelijk ca. 120 ha. Van de Groote Peel wordt dan alleen nog een kleine oppervlakte van ca. 4 ha stikstofgevoelige typenb elast binnen 8 hexagonen (8 ha). ,

.

,

,

,

•

,

,

,

4 In Alterra-rapport 2397

(Van Dobben et al. 2012) wordt voor ieder habitattype de KDW gegeven ; de KDW’s zijn primair uitgedrukt in kg stikstof per ha per jaar en daarvan afgeleid ook in mol stikstof per ha per jaar (1 kg N = 7143 , mol N) 5 te weten KDW minus 70 mol 12

Afbeelding 3. Hexagonen waarbinnen toename van stikstofdepositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen in de aanlegfase jaar 2 – totaalbeeld (Bron: AERIUS Calculator). ,

Afbeelding 4. Hexagonen waarbinnen toename van stikstofdepositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen in de gebruiksfase – totaalbeeld (Bron: AERIUS Calculator).

13

In tabel 6 zijn gegevens over de habitattypen en de depositie samengevat. De overschrijding van de KDW is ontleend aan AERIUS Calculator en is voor wat betreft de gebruiksfase ook geïllustreerd in de afbeeldingen in

hoofdstuk 3. Zie voor de gestelde doelen per habitattype ook tabellen 4 en 5. IHD’s zijn alleen voor de habitattypen geformuleerd niet voor de lee-f en zoekgebiedtypen. ,

Tabel 6. Kenmerken habitattypen waarop stikstofdepositie berekend is Habitattype code

DEURNSCHE PEEL & MARIAPEEL , H4030 714 087 H7110A 500 002 ,

=

H7120ah

500

, 113088

= /

Lg04

1. 07 1 500

?

nvt

?

Depositietoename max. oppervlakte in mol beïnvloed N/ha/jr (ha / %) (JAAR 2) , , / 862% , 002 075 001 , 002 , / 1000% , , , / 003 36297 32. 1% , , / ? 001 1469

nvt

?

001 ,

KDW

opp

doel

trend

(ha)

ZGH7120 4258 , ah GROOTE PEEL – AANLEGFASE , H4030 714 1419 H7120ah 500 91188 , DEURNSCHE PEEL & MARIAPEEL H4030 714 087 , H7120ah , 500 113088

AANLEGFASE / = ? / > / > -/ –

>

?

(JAAR 2) , = / = ? / ? 001 = / > ? / 002 , – GEBRUIKSFASE = / = ? / 001 , / / , = > 002

ADW*)

overschrijding KDW procentueel

1318 – 1349 1225– 1225**) 1153 – 2257

, 846, – 889% 1450% ,

1114

–

2035

40,

2313 , / 543% ,

1199

–

2261

1398,

–

, / 18% , 025 4639 , / 51% ,

1541 1179

–

1719 2184

1158, 1358,

–

057 , / 655% , , 11408 / , 101% , , 091 / 21%

1199 1089

–

1349 2196

679, – 889% , , – , 1178 3392%

range

–

–

1306,

–

–

, nvt , ZGH7120 500 4258 ? 001 1267 – 1964 1534, ah GROOTE PEEL – GEBRUIKSFASE H7120ah , , , / 04% , 500 91188 = / > 001 405 1495 – 1916 1990, Toelichting: bij doel en trend zijn respectievelijk de ontwikkeling in de oppervlakte en kwaliteit weergegeven *) namelijk binnen de betreffende hexagonen waar een toename van stikstofdepositie is berekend ; zie ook de afbeeldingen in hoofdstuk 3 **) het betreft slechts 1 hexagoon

, 3514%

, 900%

–

–

3522, %

, 1404% 3368% ,

, 2928%

, - 2832%

14

3

EVALUATI EEN CONCLUSI E

3. 1

Evaluatie van de gevolgen

voor

de instan dhoudingsdoelen

Hieronder wordt toegespitst op de Deurnsche Peel & Mariapeel en de Groote Peel en de IHD’s voor de betrokken habitattypen habitatsoorten en vogelrichtlijnsoorten een beoordeling van de gevolgen voor de IHD’s gegeven. Eerst volgen enkele algemene overwegingen. ,

,

Algemene overwegingen Voor geringe depositietoenames kunnen in het algemeen de volgende nuanceringen worden gegeven: Op basis van wetenschappelijk onderzoek zijn er geen aantoonbare verschillen in de kwaliteit van een a) habitat aangetoond veroorzaakt door depositie kleiner dan 1 kilogram stikstof per hectare per jaar. Deze hoeveelheid staat ongeveer gelijk aan een depositie van 70 mol/N/ha/jr. Onderzoek geeft dan oo k aan dat de kritische depositiewaarde met een onzekerheidsmarge van 70 mol N/ha/jaar moeten worden gehanteerd (Van Dobben et al. 2012). b) Gevolgen van een geringe en tijdelijk stikstofdepositie voor de biomassa zijn min of meer verwaarloosbaar en kunnen niet leiden tot wijzigingen in de concurrentieverhouding tussen planten. Een (eenmalige) depositie van 001 mol N/ha komt overeen met een stikstofgift van 014 gram N/ha. Ervan uitgaande dat de helft hiervan daadwerkelijk wordt benut (en de andere helft uitspoelt) leidt deze stikstofgift tot een aanwas van de vegetatie van 007/ 02 = 035 gram biomassa/ha (voor de aangroei van 1 gram heeft e en plant ongeveer 02 gram stikstof nodig ; Ter Steege 1996). Deze toename valt in het niet ten opzichte van de productie van natuurlijke habitattypen die uiteenloopt tussen 2. 000 en 6. 000 kg droge stof/ha/jr en waarvoor 30 tot 90 kg N/ha/jr nodig is over eenkomend met circa 2. 150 tot 6. 400 mol N/ha/jr Dit (Tolkamp et al.

2006). betreft de totale aanvoer van stikstof dus ook vanuit bronnen naast atmosferische depositie zoals grond- en oppervlaktewater nalevering uit de bodem mineralisatie van organisch materiaal en natuurlijke bemesting Een jaarlijkse depositie van 003 mol N/ha/jaar komt daarmee overeen met circa 00014% - 000047% van de jaarlijkse benodigde stikstof van natuurlijke habitattypen. Ook wanneer deze dosis volledig ter beschikking komt aan de vegetatie zal dit niet leiden tot meetbare veranderingen in groeisnelheid van individuele planten en daarmee tot veranderingen in concurrentiepositie en ook geen veranderingen in de verhouding waarmee individuele soorten in de vegetatie voorkomen. Hieruit volgt dat een dergelijke extreem kleine stikstofdepositietoename de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden niet meetbaar kan ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

.

,

,

,

,

,

c)

d)

aantasten. Op alle Natura 2000-gebieden in Nederland vindt als gevolg van natuurlijke en door mensen beïnvloede oorzaken depositie van stikstofdepositie plaats. Deze achtergronddepositie varieert tussen ca. 1. 000 en 1. 855 mol N/ha/ jaar , afhankelijk van de locatie. Deze deposities vinden al gedurende decennia , zij permanent plaats het dat ze in de afgelopen decennia aanzienlijk gedaald zijn (bijvoorbeeld tussen 2005 en 2022 met circa 20%). Op basis van Aerius Monitor is voor Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel een dalende trend van 392% , in de ontwikkeling van stikstofdepositie van 1. 549 in 2020 naar 942 mol/h/jaar in 2040 voorzien. Voor Natura 2000 -gebied Groote Peel is een dalende trend van 401% , in de ontwikkeling van stikstofdepositie van 1. 441 in 2020 naar 863 mol/h/jaar in 2040 voorzien. De berekende geringe toename valt geheel weg tegen de geleidelijke afname van de

achtergronddepositiewaarde. Naast deze langjarige trend waarbij de emissies en achtergronddepositie dalen kan de achtergronddepositie op een specifieke locatie door meteorologische omstandigheden (temperatuur windrichting en hoeveelheid neerslag) van jaar tot jaar fluctueren in een ordegrootte van 10% (Marra et al. 2024). Uitgaande van een achtergronddepositie op de Deurnsche Peel & Mariapeel in 2023 van circa 1. 176 mol N/ha/jaar kunnen dus jaarlijkse fluctuaties optreden van rond de 118 mol N/ha/jaar: De berekende extra stikstofdepositie van maximaal 003 mol/ha/jaar op de Deurnsche Peel & Mariapeel is dan slechts 00167% van de natuurlijke fluctuaties in de achtergronddepositie. Uitgaande van een achtergronddepositie op de Groote Peel in 2023 van circa 1. 323 mol N/ha/jaar kunnen dus jaarlijkse fluctuaties optreden van rond de 132 mol N/ha/jaar: De berekende extra stikstofdepositie van maximaal 001 mol/ha/jaar op de Groote Peel is dan slechts circa 00076% van de ,

,

,

,

,

,

,

,

natuurlijke fluctuaties in de achtergronddepositie Een geringe depositie van bijvoorbeeld 003 mol N/ha is tegen de achtergrond van deze fluctuaties in feite verwaarloosbaar en niet relevant. De modelberekeningen zijn gebaseerd op metingen van stikstofconcentraties in de lucht en van stikstofdeposities op diverse proeflocaties waarbij deze een onzekerheidsmarge kennen van circa 35% voor achterliggende jaren en meer dan 35% voor toekomstige jaren (Hoogerbrugge R. et al 2020). Uitgaande van een achtergronddepositie op de Deurnsche Peel & Mariapeel in 2023 van circa 1. 176 mol N/ha/jaar is er dus uitgaande van 35% een onzekerheidsmarge van rond de 411mol N/ha/jaar. De berekende extra stikstofdepositie van maximaal 003 mol/ha/jaar op de Deurnsche Peel & Mariapeel is in dat geval slechts 00073% van de onzekerheidsmarge. Uitgaande van een achtergronddepositie op de Groote Peel in 2023 van circa 1. 323 mol N/ha/jaar is er dus uitgaande van 35% een onzekerheidsmarge van rond de 463 mol N/ha/jaar. De berekende extra stikstofdepositie van maximaal 001 mol/ha/jaar op de Groote Peel is in dat geval slechts circa 00022% van de onzekerheidsmarge. Een tijdelijke of permanente toename van slechts enkele honderdsten van molen N/ha/jaar stikstofdepositie ook als de KDW wordt overschreven leidt niet per definitie tot een ecologisch effect laat staan significante gevolgen.

Ecologische effecten gaan over aantasting van de kwaliteit van een habitattype of afname van oppervlakte. Het gaat in alle gevallen om concreet waarneembare veranderingen zoals verandering van de soortensamenstelling van de vegetatie biomassa (structuur) zuurgraad van de bodem of stikstofbeschikbaarheid in de bodem. Als ecologische effecten kunnen worden uitgesloten kunnen er geen significant negatieve gevolgen optreden voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding oppervlak behoud kwaliteit ; Uitspraak 202105591/1/R1 Raad va n State 2022). De ecologische effecten van gereduceerde stikstof (NHx) oftewel ammoniak zijn veel groter dan die van geoxideerde stikstof (NOx). Dit geldt voor de direct toxische effecten verzuring en vermesting en is ook te zien in de effecten op vegetaties. De uitstoot van NOx is van minder belang voor de ecologische IHD’s uit de habitatrichtlijn. Al decennia maakt gereduceerde stikstof meer dan 70 procent uit van de totale stikstofdepositie in de natuur (Van den Burg et al. 2019). Stikstofoxiden worden slecht gebonden in de bodem en zijn goed oplosbaar in water. Een groot deel van de stikstofdepositie in de vorm van NOx stroomt uit naar het grondwater waar het voor de meeste vegetaties onbereikbaar is.

Vooral in het winterhalfjaar wanneer sprake is van een neerslagoverschot -en weinig tot geen groei van de vegetatie is deze uitspoeling relatief groot en verdwijnt een belangrijk deel van de stikstof uit de wortelzone voordat deze onderschept en vastgelegd wordt door de vegetatie (Schoumans et al. 2008). Het onderhavige project leidt tot depositie van NOx maar nauwelijks tot toename van NHx. In (bijna) overbelaste delen van habitattypen kan een toename van 001 mol N/ha/jaar gedurende één of maximaal twee jaar niet leiden tot significant negatieve gevolgen (Uitspraak 202106637/1/R4 Raad van State 2022). Ten slotte wordt in de zogenaamde ‘Porthos uitspraak’ van de Raad van State (16 augustus 2023) betoogd dat kleine tijdelijke hoeveelheden stikstof6 niet per definitie tot een significante verslechtering zullen leiden. Omvang en duur van de depositie spelen een belangrijke rol. .

,

e)

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

f)

,

,

,

,

,

,

,

,

g)

,

,

,

,

,

,

,

,

h)

,

,

,

,

,

i)

Beoordeling toegespitst op de Peelvenen Voor de beoordeling is in belangrijke mate gebruik gemaakt van de natuurdoelanalyses (NDA) opgesteld door Arcadis (2023ab). Onderstaand wordt per gebied 7 en per type (habitattype leefgebiedtype en zoekgebiedtype) ingegaan op de gevolgen. Ten slotte wordt ook ingegaan op de gevolgen voor de habitat- en vogelrichtlijnsoorten De namen van beide gebieden worden afgekort tot respectievelijk DP&M en GP. ,

,

,

,

.

DP&M

- H4030 Droge heiden Habitattype H4030 komt op 2 plaatsen voor binnen het Natura 2000-gebied plaatsen liggen voor een groot deel binnen het gebied dat belast wordt.

–

zie afbeelding 5

- en

beide

6 bij het betreffende project zijn er tijdelijke deposities tot maximaal 057 , mol N/ha/jr , gedurende een periode van 2 jaar 7 voor de beide Natura 2000-gebieden worden de volgende afkortingen gehanteerd: DP&M = Deurnsche Peel & Mariapeel ,

GP = Groote Peel

Afbeelding 5. Verspreiding type H4030 (paarse vlakjes) binnen het gebied van de Deurnsche Peel & Mariapeel dat belast wordt (Bron: AERIUS Calculator). In totaal wordt 862% , , in de gebruiksfase (zie tabel van de oppervlakte belast in de aanlegfase (jaar 2) en 655% 6). De depositie is in de aanlegfase maximaal 002 , N/ha/jr . In mol de gebruiksfase wordt alleen de locatie in , zie 6 , het zuiden nog belast afbeelding en daarbij gaat het om een depositie van maximaal 001 mol N/ha/jr. Type H4030 is met een KDW van 714 mol N/ha/jr 8 zeer gevoelig voor stikstof en gezien de relatief hoge ADW zal er volgens de NDA ook in 2030 nog sprake zijn van een matige overbelasting , ondanks dat de ADW , geleidelijk daalt. De geringe depositie van 001 mol N/ha/jr zal de trend in de afname van de ADW 9 niet

wezenlijk beïnvloeden en significant negatieve effecten kunnen met zekerheid worden uitgesloten zie ook de algemene overwegingen. ,

Afbeelding 6. Voorkomen van habitattype H4030 (DP&M) in relatie tot hexagonen met toename stikstofdepositiei n de gebruiksfase. 8 onlangs is de KDW drastisch verlaagd , zie tabellen 1abc , , en 2 9 ten opzichte van de berekeningen in de eerdere versies van dit rapport (april en september

van

2025) ligt de ADW 50 à 150 mol N/ha/jr lager in hexagonen van het zuidwestelijk deel van het Natura 2000 -gebied ; hierbij gaat het niet om een even grote trendmatige daling , maar dit illustreert de temporele variatie wel duidelijk (zie algemene overweging b)

DP&M – H7110A Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap) , Van habitattype H7110A , waarvan de KDW met 500 mol N/ha/jr extreem laag is , komt slechts 002 ha voor in de huidige situatie en dit is binnen 1 hexagoon. Op het kaartje van afbeelding 7 is het voorkomen gevisualiseerd , de ligging is nabij het Defensie- of Peelkanaal.

Afbeelding 7. Verspreiding type H7110A (paars vlakje) binnen het gebied van de Deurnsche Peel & Mariapeel dat belast wordt (Bron: AERIUS Calculator). De betreffende hexagoon kent een ADW van 1. 225 mol N/ha/jr 10 en vanwege de genoemde lage KDW (500 mol N/ha/jr) , is er sprake van een sterke overbelasting (ADW > 2xKDW). Ook in 2030 zal volgens de NDA nog steeds sprake zijn van een sterke overbelasting , ondanks een geleidelijke daling in de ADW. Alleen in de aanlegfase vindt een depositie plaats van maximaal 001 , mol N/ha/jr. Deze tijdelijke belasting , alleen in jaar 2 van de aanleg , valt in het niet bij de temporele variatie in de ADW (zie bij de algemene overwegingen) en zal ook de licht positieve trend qua afname van de ADW niet beïnvloeden. Significant negatieve gevolgen vanwege het project zijn daarom uitgesloten. – H7120ah/ZGH7120ah Herstellende hoogvenen , actieve hoogveen Habitattype H7120ah is met een totale oppervlakte van ongeveer 1. 130 ha van de 3 habitattypen het type met de grootste verspreiding waarvoor een IHD is geformuleerd binnen het Natura 2000-gebied. Van de totale oppervlakte van dit type wordt ongeveer 32% belast met een depositie van maximaal 001 à 003 mol N/ha/jr ha in de aanlegfase. Van het gelijknamige zoekgebiedtype wordt in de aanlegfase 543% van de oppervlakte belast.

DP&M

,

,

,

In de gebruiksfase wordt een aanzienlijk geringer aandeel van de oppervlakte (101%) , nog belast - zie , , afbeeldingen 8a en 8b - en daarbij gaat het bij het habitattype om een maximale depositie van 001 à 002 mol N/ha/jr op 101% , van de totale oppervlakte. , Alleen bij 3 hexagonen , waar het habitattype voorkomt , is in de gebruiksfase sprake van een belasting met 002 mol N/ha/jr , hierbij gaat het dus om een zeer geringe oppervlakte (maximaal 1 ha) , zie afbeelding 8b.

10 In 2025 was in de toenmalige versie van AERIUS

N/ha/jr lager!

Calculator de ADW 1. 403 mol N/ha/jr , deze ligt nu dus 178 mol

Afbeelding 8a. Voorkomen van habitattype H7120ah (DP&M) in relatie tot hexagonen met toename van stikstofdepositiei n de gebruiksfase ; boven: noordoost (Limburg) onder: noordwest (Noord-Brabant). ,

Afbeelding 8b Voorkomen van habitattype H7120ah (DP&M) in relatie tot hexagonen met toename van stikstofdepositiei n de gebruiksfase ; zuid (Noord-Brabant). Van het gelijknamige zoekgebiedtype wordt in de gebruiksfase een oppervlakte van nog geen 1 ha (091 , ha) , 21% , Zie 9 belast zijnde van de totale oppervlakte (vergelijk tabel 6). afbeelding voor de betreffende hexagonen , waaruit blijkt dat het om drie locaties gaat , verspreid in Noord-Brabant (2 locaties) en Limburg (1

locatie).

Afbeelding 9. Voorkomen van habitattype ZGH7120ah (DP&M) in relatie tot hexagonen met toename van stikstofdepositiei n de gebruiksfase ; boven: noordwest (Noord-Brabant) midden: Limburg onder: zuid (NoordBrabant). ,

,

Het betreft voor stikstofbelasting zeer gevoelig typen , gelet op de zeer lage KDW (500 mol N/ha/jr) , gelijk aan de KDW van type H7110A. Het is daarom te verwachten dat er in de huidige situatie , maar ook nog in 2030 sprake is van een sterke overbelasting. Een mogelijk nog grotere drukfactor dan stikstof is de hydrologie , er is sprake van verdroging , er zijn te grote fluctuaties in waterstanden en het water wordt nog onvoldoende vastgehouden binnen hetN atura 2000-gebied. De belasting met maximaal 001 , à 003 , mol is verwaarloosbaar ten opzichte van de temporele en ruimtelijke variatie in de ADW (1.000 , zal niet tot processen van verzuring > mol N/ha/jr binnen het gebied , zie tabel 6) en vermesting kunnen leiden en deze belasting zal de licht positieve trend qua afname van de ADW niet negatief beïnvloeden. Significant negatieve effecten kunnen dan ook met zekerheid worden uitgesloten. DP&M – Lg04 Zuur ven Van leefgebiedtype Lg04 wordt 1469 , , ha belast , met een maximale depositie van 001 mol N/ha/jr , alleen in is niet de aanlegfase. Er voor dit type geen IHD opgenomen en het type wordt dan ook behandeld in de NDA. De geringe , tijdelijke , depositie kan ecologisch gezien geen significant negatief effect hebben , zie ook de algemene overwegingen.

GP - H4030 Droge heiden Er zijn maar 2 habitattypen in Natura 2000-gebied Groote Peel waarvoor een IHD is geformuleerd , zie tabel 5a: H4030 en H7120ah. Habitattype H4030 komt verspreid voor binnen de Groote Peel , op 4 locaties , waarvan verreweg het grootste deel in Limburg , zie afbeelding 10. Volgens de NDA is dit habitattype in goede kwaliteit aanwezig en kan met continuering van het huidige beheer de oppervlakte in stand worden gehouden.

Afbeelding 10. Verspreiding type H4030 (paarse vlakjes) binnen AERIUS Calculator).

Natura 2000-gebied Groote Peel (Bron:

Slechts een gering oppervlakteaandeel van het type wordt beïnvloed in totaal 025 ha (18%) en alleen in de aanlegfase (zie tabel 6). In de gebruiksfase is geen sprake van depositie > 000 mol N/ha/jr het gaat dus Bij de algemene overwegingen is al uitsluitend om een tijdelijke depositie met maximaal 001 mol N/ha/jr. aangegeven dat een zo geringe en ook tijdelijke depositie geen significant negatieve gevolgen kan hebben in de zijn van wijzigingen in de vegetatiesamenstelling al is stikstofdepositie een belangrijke drukfactor en zal volgens de NDA ook in 2030 er nog sprake zijn van een matige overbelasting. Een andere belangrijke drukfactor is het voorkomen van ganzen waardoor een veelvoud van de stikstofbelasting ten opzichte van het project optreedt: de stikstofbijdrage van de aanwezige ganzen in het gebied is vele malen groter dan de tijdelijke projectbijdrage. Significant negatief effecten of negatieve effecten op de kwaliteit en het oppervlakte van het habitattype H4030 in Natura 2000-gebied de Groote Peel zijn daarmee met zekerheid uit te sluiten. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

GP – H7120ah Herstellende hoogvenen , actieve hoogveen Net als bij de Deurnsche Peel & Mariapeel is ook in de Groote Peel habitattype H7120ah , met een totale oppervlakte van ruim 900 ha het type met de grootste verspreiding. Van het habitattype wordt in de aanlegfase ruim 46 ha (51%) , van de oppervlakte belast vanwege het project , in de gebruiksfase gaat het om 405 , ha , 8 , zie 11. (04%) binnen hexagonen afbeelding

Afbeelding 11. Voorkomen van habitattype H7120ah stikstofdepositiei n de gebruiksfase.

(GP) in relatie tot hexagonen met toename van

Net als voor hetzelfde type in de Deurnsche Peel & Mariapeel geldt dat er sprake is van een sterke overbelasting door stikstof , gelet op de lage KDW van 500 mol N/ha/jr. Deze sterke overbelasting is volgens de NDA ook in , , 2030 nog aan de orde , ondanks dat e r een geringe afname van de ADW optreedt. Er is voor 4639 ha (51%) , , , vrijwel alleen sprake van een tijdelijke belasting van 001 mol N/ha/jr. Op 405 ha (04%) vindt een structurele toename van 001 , mol N/ha/jr plaats (gebruiksfase). De conclusie is gelijk aan die voor hetzelfde type in Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel , namelijk dat een zo geringe toename niet tot processen van verzuring en vermesting kan leiden. Ook zal deze belasting de licht positieve trend qua afname van de ADW niet negatief beïnvloeden. Significant negatieve effecten kunnen dan ook met zekerheid worden uitgesloten.

Habitatrichtlijnsoorten – DP&M Alleen voor Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel zijn IHD’s opgenomen voor habitatrichtlijnsoorten te weten de bittervoorn en de kleine modderkruiper. In de NDA wordt aangegeven dat het aspect stikstof voor deze soorten niet relevant is.

,

Vogelrichtlijnsoorten – DP&M Voor alle Vogelrichtlijnsoorten in Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel geldt dat er een ‘behoudsdoelstelling’ is zowel qua omvang van het leefgebied als qua kwaliteit ervan. De trend qua oppervlakte en kwaliteit is voor de meeste soorten stabiel voor de nachtzwaluw zelfs positief. Alleen voor de blauwborst is de trend voor beide aspecten negatief maar voor deze soort is het aspect stikstof niet relevant en dat geldt ook voor de niet-broedvogels kolgans kraanvogel en toendrarietgans. De broedvogels zijn afhankelijk van de typen H4030 (roodborsttapuit )H7110A (nachtzwaluw) H7120ah (dodaars nachtzwaluw en roodborsttapuit) en ZGH7120ah (idem). Aangezien deze typen te maken hebben met een matige (H4030) tot sterke overbelasting (H7110A H7120ah/ZGH7120ah) nu en in de nabije toekomst (2030) staat het broedgebied ook onder druk. Naast stikstof spelen ook andere drukfactoren een belangrijke rol te weten: 1) de afname van de kwaliteit van het broedhabitat door grauwe ganzen en verslechterde waterkwaliteit (dodaars) ; 2) onvoldoende draagkracht als gevolg van hoogveenherstel (blauwborst) hierbij is sprake van een conflicterend doel ; vernatting (en afname voedselrijkdom) ten behoeve van hoogveenherstel (roodborsttapuit ).

3) Bij de bespreking van de habitattypen is geconcludeerd dat de geringe depositietoenames geen significant negatief effect hebben. Ook voor de broedvogels die gebonden zijn aan stikstofgevoelige typen geldt dat de depositietoename zodanig gering is dat dit niet tot aantasting van de kwaliteit van het broedgebied leidt. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Vogelrichtlijnsoorten – GP Voor de meeste Vogelrichtlijnsoorten in Natura 2000-gebied Groote Peel geldt dat er een ‘behoudsdoelstelling’ is zowel qua omvang van het leefgebied als qua kwaliteit ervan. Voor de porseleinhoen geldt een verbeterdoelstelling. De trend qua oppervlakte en kwaliteit is voor de niet-broedvogels kolgans kraanvogel en toendrarietgans) stabiel of positief maar voor de taigarietgans wordt de trens als ‘zeer negatief’ getypeerd. Dit heeft niet met overbelasting door stikstof te maken maar met de klimaatverandreing waardoor deze soort vrijwel niet meer naar Nederland komt. Voor de broedvogels geldt dat het beeld wat minder eenduidig is zoals uit onderstaande opsomming blijkt: • De blauwborst en de roodborsttapuit staan er goed voor waarbij alleen voor de laatstgenoemde soort geldt dat de matige overbelasting van het habitattype H4030 – waar deze soort van afhankelijk is – een knelpunt vormt. Maar de geringe depositietoename van 001 mol N/ha/jr alleen in de aanlegfase en dus tijdelijk van aard kan geen significant negatief effect hebben. Voor de dodaars geldt dat de trend positief is maar de laatste jaren is sprake van afname zowel qua • oppervlakte als qua kwaliteit.

Hier speelt niet zozeer stikstofe en rol in maar de afname van kwaliteit van het broedhabitat wordt veroorzaakt door recente droge jaren (2018-2020 2022) Van de geoorde fuut wordt de trend als ‘zeer negatief’ getypeerd hier speelt het verdwijnen van de • kokmeeuwenkolonie 11 een belangrijke rol in. • Van de porseleinhoen is de trend onduidelijk maar voor deze soort is het aspect stikstof niet of nauwelijks relevant. De soort is juist afhankelijk van voedselrijk moeras. De drukfactoren verdroging verruiging en verbossing van leefgebied spelen een belangrijke rol. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

.

,

,

,

3. 2

Samenvatting

,

conclusies en ve rvolgstappen

Op grond van artikel 11. 6 lid van het Besluit activiteiten leefomgeving is een voortoets opgesteld voor de voorgenomen woningbouw De Hoek fase II in Meijel. In de voorliggende voortoets is een evaluatie uitgevoerd van de ecologische gevolgen van dit project voor de Natura 2000-gebieden Deurnsche Peel & Mariapeel en Groote Peel , voor wat betreft het aspect stikstof. N agegaan is of er sprake kan zijn van significant negatieve gevolgen van het voornemen. Uit AERIUS-berekeningen blijkt namelijk dat er overschrjidingen van de , grenswaarde 000 mol N/ha/jr berekend worden voor stikstofgevoelige habitat- , leefgebied- en zoekgebiedtypen in deze Natura 2000-gebieden , namelijk een toename van stikstofdepositie van 001 , à 003 , mol N/ha/jr op 5 habitattypen , 1 leefgebiedtype en 1 zoekgebiedtype in de aanlegfase (2 jaar) , te weten: , H7110A Actieve hoogvenen • van de Deurnsche Peel & Mariapeel de typen H4030 Droge heiden (hoogveenlandschap) , H7120ah/ZGH7120ah Herstellende hoogvenen , actief hoogveen en Lg04 Zuur ven ; •

van de Groote

Peel de typen H4030 Droge heiden

en H7120ah Herstellende

hoogvenen actief ,

hoogveen. In de gebruiksfase wordt een toename van 001 , , à 002 mol N/ha/jr berekend voor de habitattypen H4030 Droge heiden , H7120ah/ZGH7120ah Herstellende hoogvenen , actief hoogveen in de Deurnsche Peel & , Mariapeel. Ook voor de Groote Peel wordt een toename berekend van 001 mol N/ha/jr , maar alleen op een

kleine oppervlakte van type H7120ah. Voor alle genoemde typen geldt dat de geringe toename van stikstofdepositie ecologisch gezien geen negatief effect kan hebben , er kunnen geen processen van vermesting en verzuring door ontstaan. De geringe toename valt verder geheel weg tegen de geleidelijke afname van de achtergronddepositiewaarde , waarvoor in de , natuurdoelanalyses van de onderhavige Natura 2000-gebieden (Arcadis 2023ab) trends zijn bepaald. Het behalen van de IHD’s van de van deze typen afhankelijke broedvogels (en vogelrichtlijnsoorten) A004 Dodaars , A008 Geoorde fuut , A119 Porseleinhoen , A224 Nachtzwaluw , A272 Blauwborst en A276 Roodborsttapuit , wordt door het voornemen niet doorkruis t.

Omdat significant negatieve effecten redelijkerwijs kunnen worden uitgesloten is er geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig en hoeft er geen Passende Beoordeling te worden opgesteld. Vervolgstappen in het kader van de Omgevingswet zijn niet nodig. ,

11 geoorde

futen broeden vaak onder bescherming van de kokmeeuwen

4

GERAADPLEEGDB ER ONNEN Aarcadis. 2023a. Natuurdoelanalyse 139 Deurnsche Peel & Mariapeel Provincie Noord 2023. Arcadis Nederland B.V.’s -Hertogenbosch.

-Brabant. Februari

,

Aarcadis. 2023b. Natuurdoelanalyse 140 Groote Peel Provincie Noord Nederland B.V. ’s-Hertogenbosch.

-Brabant. Februari 2023. Arcadis

,

Burg , A. van den , H. Siebel , R. Bobbink & I. Borkent. 2019. natuur! In: Vakblad natuur bos landschap 2019(158):4-8.

Einde van het PAS. Nu inzetten op winst voor

Dienst Landelijk Gebied. 2017. Natura 2000-beheerplan Groote Peel , Deurnsche Peel & Mariapeel (139 en 140). Oktober 2017. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland , Den Haag.

Dobben H. van R. Bobbink D. Bal & A. van Hinsberg. 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Alterra-rapport 2397. Alterra ,

,

,

,

Wageningen UR , Wageningen.

Hoogerbrugge R. et al 2020 ,

,

Grootschalige concentratie - en depositiekaarten Nederland Rapportage 2020

,

RIVM-rapport 2020-0091. Marra , W.A. , S. B. Hazelhorst , S. Jonkers , J. M. Schram , G. J. C. Stolwijk , T. N. P. Nguyen , K. M. F. Brandt , L. A. de Jongh. 2023. Actualisatie AERIUS Calculator en Monitor 2023. RIVM-briefrapport 2023-0280. Rijksinstituut voor

Volksgezondheid en Milieu Bilthoven. ,

Marra , W.A. , S. B. Hazelhorst , L. A. de Jongh , R. J. Wichink Kruit , J. K. Schram & K. M. F. Brandt. 2024. RIVM-rapport 2024-0076. RIVM , Bilthoven stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2024.

Monitor

Schoumans O.F. P. Groenendijk L. Renaud & F. J. E. van der Bolt 2008. Nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater Vergelijking tussen landbouw- en natuurgebieden. Wageningen Alterra Alterra-rapport 1700. ,

,

,

,

,

,

Steege , M. W. ter. 1996. Regulation of nitrate uptake in a whole plant perspective: Changes in influx and efflux of nitrate in spinach. Doctor of Philosophy , University of Groningen , Groningen. Steunpunt Natura 2000. 2010. Leidraad bepaling significantie. Nadere uitleg van het begrip ‘significante gevolgen’ uit de Natuurbeschermingswet. Datum: versie 27 mei 2010. Steunpunt Natura 2000 , Ede.

Tolkamp G.W. C. A. van den Berg G. J. Nabuurs & A. F. Oltshoorn. 2006 Kwantificering van beschikbare biomassa voor bio-energie uit Staatsbosbeheerterreinen. Alterra-rapport 1380. Alterra Wageningen. ,

,

,

.

,

Websites https://www. brabant. nl/onderwerpen/aanpak

-stikstof/natuurdoelanalyse s

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=378bbe26-53f5-4af8-87e8-baffcadbbad9