CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-079 07 9a Stikstofdepositieonderzoek met AERIUS berekeningen

Raad 30 juni 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO omgevingsplan ‘De Hoek fase II Meijel’ (2026-079)4.893 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtgever:

Mulleners Vastgoed BV

Projectnr: Datum:

PMA127 27 november 2025

STIKSTOFDEPOSITIE ONDERZOEK DE HOEK FASE 1 MEIJEL

Opdrachtgever:

Mulleners

Projecinr: Rapporinr:

PMA127

Status:

Definitief

Datum:

27

20251

Vastgoed

BV

127-PMA127-RAP-STD-4.0

november 2025

Opsteller:

(geanonimiseerd) Verificatie:

(geanonimiseerd) T088-33 F 088 E

©

66

333

Validatie:

33 66 099

-

(geanonimiseerd)

info@kragten.nl 2025

Kragen

Niet

ope otor

g worden verveelvoudigd en/of r middel van druk, fotokopie, microfilm

toes

tie

en

der overeenkomst

toestemming

wordt

verleend

stellen

aan

raan

inde

Y d

p p

te n

INHOUDSOPGAVE 2. 1 2. 2

Algemeen Situering Natura 2000-gebieden

3. 1 3. 2 3. 3 3. 4

Algemeen Wet- en regelgeving. Voortoets. Toetsingskader buurlanden

4. 1 4. 2 4. 3 4. 3. 1 4. 3. 2 4. 3. 3 4. 3. 4

Algemeen Referentiesituatie Beoogde situatie Stookinstallaties Verkeer Mobiele werktuigen Bouwverkeer

.... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... . ..... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... .

5 6

8 8 9 10

.... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... . .. ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... .

.... ...... ...... ....... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ....... ...... . ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... .....

.... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ..... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... .....

. ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ..... . ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... .....

. ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ..... ... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... .....

...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... .....

11 11 11 11 11 12 12

BIJLAGEN B1. 1 B1. 2 B1. 3

Beoogde situatie 2026 Beoogde situatie 2027 Beoogde situatie 2028

B2. 1 B2. 2

Inzet mobiele werktuigen 2026 Inzet mobiele werktuigen 2027

3

1

INLEIDING Het voornemen bestaat om het woongebied De Hoek fase II in Meijel te ontwikkelen met in totaal 102 grondgebonden woningen. Daarnaast is de realisatie van 4 woningen ten noorden van de Steegstraat voorzien waarmee in totaal 106 woningen zijn voorzien.

,

Ten behoeve van de juridisch-planologische verankering van het initiatief wordt een wijziging van het

omgevingsplan doorgevoerd. Als onderdeel hiervan dient te worden bepaald of als gevolg van dit initiatief significant negatieve gevolgen op nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Een van deze mogelijke beïnvloedingsfactoren is stikstofdepositie waarvoor voorliggend onderzoek is uitgevoerd. ,

Ten behoeve van een voortoets voor het onderdeel stikstofdepositie is de gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever. De stikstofdepositie is op de nabijgelegen Natura 2000-

gebieden berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve gevolgen veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek de rekenresultaten en de bevindingen. ,

4

2

UITGANGSPUNTEN

2. 1

Algemeen Het voornemen bestaat om binnen het plangebied aan de zuidoostzijde van de kern Meijel een woongebied te

realiseren met bijbehorende verkeerskundige voorzieningen groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige ,

,

voorzieningen.

Afbeelding 1

Globale ligging plangebied

,

weergegeven op een topografische

kaart

Het plan betreft de ontwikkeling van 106 grondgebonden woningen inclusief de openbare ruimte en

infrastructuur. Navolgende afbeelding geeft een weergave van de beoogde indeling van het woongebied.

5

Afbeelding 2

2. 2

Impressie stedenbouwkundige opzet woningbouwplan

Situering Natura 2000-gebieden Ten behoeve van de stikstofdepositieberekeningen dient rekening gehouden te worden met de Natura 2000-

gebieden waar een relevante bijdrage vanwege het plan verwacht kan worden. Navolgend zijn de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden opgesomd en weergegeven in de navolgende verbeelding. Aerius Calculator bepaalt automatisch de van toepassing zijnde Natura 2000-gebieden met een relevant effect. -

Deurnsche Peel & Mariapeel Groote Peel Leudal Sarsven en De Banen

Swalmdal Weerter- en Budelerbergen & Ringselven

circa 26, circa 27, circa 90, circa 95, circa 122, circa 134,

km van plangebied km van plangebied km van plangebied km van plangebied km van plangebied km van plangebied

6

Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand gelegen. De locatie van het plangebied is in de navolgende afbeelding weergegeven. De opgesomde en grafisch weergegeven Natura 2000-gebieden zijn niet gelijk aan de Natura 2000-gebieden met een relevante bijdrage maar geven slechts een overzicht van de ligging van het plan ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. ,

Situering Natura 2000-gebieden met de ligging van het plangebied aangeduid met een rode Afbeelding 3 pijl (bron: AERIUS Calculator) ,

7

3

WETTELIJK KADER

3. 1

Algemeen Stikstof is een scheikundig element met het symbool N. De voornaamste vorm stikstof is stikstofgas (N)2 de lucht bestaat voor ongeveer 78% uit stikstofgas. Bij de stikstofproblematiek gaat het niet om dit gas als zodanig maar gaat het voornamelijk om twee reactieve verbindingen waarin het element stikstof voorkomt. Stikstofoxiden (NO)x komen vooral in de lucht terecht door de uitlaatgassen van het verkeer en door de uitstoot van industrie. Ammoniak (NH)3 komt met name van dieren in de veeteelt. Een klein deel van de ammoniakuitstoot komt uit andere bronnen zoals industrie de bouw en het verkeer. ,

,

,

Bij emissie van stikstof gaat het om de uitstoot van stoffen waardoor deze in de lucht terecht komen. Bij depositie ,

gaat het om de

neerslag van stoffen vanuit de lucht waardoor deze stoffen op of in de grond terecht komen. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen natte depositie en droge depositie. Bij natte depositie komen de stoffen door neerslag op de bodem terecht. Bij droge depositie worden de stoffen vanuit de lucht door planten of door de bodem opgenomen. ,

De stikstofproblematiek gaat over het overschot aan stikstof in beschermde natuurgebieden waar stikstofgevoelige

natuurwaarden 1 aanwezig zijn wat volgens onderzoeken een oorzaak is van de verslechtering van de natuur. Conform wetgeving is het derhalve niet toegestaan om stikstofdepositie te veroorzaken op specifieke beschermde natuurgebieden die mogelijk significante gevolgen op de habitattype in deze gebieden. Hier meer over in navolgende paragraaf. ,

3. 2

Wet- en regelgeving Europese wetgeving De Vogelrichtlijn (hierna Vrl) en de Habitatrichtlijn (Hrl) zijn door de Europese Unie opgesteld om de biologische biodiversiteit in Europa in stand te houden. Speciale beschermingszones worden in de Vrl 2 en Hrl 3 aangewezen genaamd ‘Natura 2000-gebieden’. In deze Natura 2000-gebieden worden bepaalde dieren planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Onderstaand een uitsnede van artikel 6

,

,

,

derde lid van de Hrl : Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. ,

,

,

Er is geen definitie exacte van ‘significante gevolgen’. Verschillende factoren bepalen samen of sprake is van significante gevolgen of niet. Factoren zijn bijvoorbeeld:

Afname van de oppervlakte van een habitat in relatie tot de zeldzaamheid van die habitat Afname van een populatie in relatie tot de zeldzaamheid van planten- of diersoorten in die populatie Algemene condities van het gebied voor behoud en herstel van de habitat of soorten

1 Stikstofgevoelige

natuurwaarden zijn habitattypen en habitats van soorten in Natura 2000-gebieden die aangetast kunnen worden door een overmaat aan depositie van stikstof. Door de aantasting kunnen deze habitattypen of habitats van soorten uiteindelijk verdwijnen. In 129 Nederlandse Natura 2000- gebieden komen stikstofgevoelige natuurwaarden voor. 2 artikel 4 eerste en tweede lid van de Vogelrichtlijn 3 artikel 1 onder l van de Habitatrichtlijn , ,

,

,

8

Nederlandse wetgeving In Nederland is deze Europese wetgeving opgenomen in de Omgevingswet (hierna Ow). In artikel 16.53c eerste lid van de Ow staat: Een plan of een project als bedoeld in artikel 6 derde lid van de Hrl maakt het bestuursorgaan dat het plan vaststelt de aanvrager van de betrokken omgevingsvergunning of het bevoegd gezag voor het projectbesluit een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6 derde lid van die richtlijn van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied. ,

,

,

,

,

,

,

,

In artikel 16.53c tweede lid van de Ow zijn echter de volgende uitzonderingen opgenomen: In afwijking van het eerste lid hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt als: ,

,

het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan of project of b. het plan deel uitmaakt van een ander plan mits voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of a.

,

,

project.

Indien sprake is van een activiteit (project) conform artikel 16.53c eerste lid van de Ow wordt dit een ‘Natura 2000-activiteit’ genoemd. Op basis van artikel 5.1 eerste lid onder e van de Ow is het verboden om een Natura 2000-activiteit uit te voeren zonder een omgevingsvergunning. En conform artikelen 4. 15 lid 2 en 6. 15 van de Omgevingsregeling (hierna Or) verstrekt de aanvrager van een omgevingsvergunning een berekening van de stikstofdepositie die het project of de handeling op een Natura 2000-gebied veroorzaakt. Voor het berekenen van de stikstofdepositie moet conform artikel 4. 15 lid 2 de meest recente versie AERIUS Calculator worden ,

,

,

toegepast.

3. 3

Voortoets Zoals in voorgaande paragraaf aangegeven is het noodzakelijk om een passende beoordeling uit te voeren indien een plan of project significante gevolgen kán hebben. Om te beoordelen of het project significante kan hebben wordt in eerste instantie een voortoets uitgevoerd. In een voortoets wordt op grond van objectieve gegevens nagegaan of op voorhand kan worden uitgesloten dat een plan of project op zichzelf negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen 4 van Natura

2000-gebieden of significant verstorende effecten kan hebben op de habitattypen en soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Een voortoets beoordeeld naast stikstofdepositie tevens andere verstoringsfactoren deze andere storingsfactoren zijn echter geen onderdeel van dit onderzoek. ,

,

De resultaten van een berekening via de AERIUS Calculator zijn een objectieve manier om de negatieve gevolgen inzichtelijk te maken. Indien er uit de berekening in de AERIUS Calculator volgt dat zowel ten gevolge van de

gebruiksfase als de aanlegfase geen resultaten worden berekend kan op basis van deze objectieve gegevens worden beoordeeld dat er geen sprake is van significante gevolgen. ,

Er zijn activiteiten met nadelige gevolgen op Natura 2000-gebieden echter deze gevolgen hoeven niet significant te zijn. In dat geval is conform de Omgevingswet sprake van “Geen Natura 2000-activiteit wel nadelig voor Natura 2000-gebied”. Voor een dergelijke activiteit geldt geen vergunningplicht. Volgens de ,

,

“Porthos einduitspraak” 5 zal bij elk nieuw plan of project dat leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden een voortoets gemaakt kunnen worden waarbij een ecologische analyse moet worden gegeven van de gevolgen in het licht van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het betreffende Natura 2000-gebied ook als het gaat om een tijdelijke en beperkte toename. Daarbij zal voor de relevante Natura 2000-gebieden moeten worden onderzocht hoe de staat van de instandhouding op dat moment is. ,

4 Instandhoudingsdoelstellingen

zijn doelstellingen die zijn geformuleerd voor de habitattypen , habitatsoorten en vogelsoorten

waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. 5 ABRvS 16 augustus 2023 , ECLI:NL:RVS:2023:3129

9

Wanneer uit de voortoets blijkt dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en/of aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten is een passende beoordeling noodzakelijk. ,

3. 4

Toetsingskader buurlanden Nederland heeft met Duitsland en met België overlegd over de wijze waarop de bevoegde gezagen bij de beoordeling van aanvragen van toestemmingsbesluiten de gevolgen toetsen van activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken op buitenlandse Natura 2000-gebieden. De Vlaamse en Nederlandse regeringen en alle grensprovincies hebben op 11 juni 2025 een afsprakenkader vastgesteld voor stikstof-vergunningverlening. Het afsprakenkader komt erop neer dat vergunningen altijd getoetst

worden aan de wet- en regelgeving van de regio waar de economische ontwikkeling plaatsvindt ook als er stikstofeffecten over de grens verwacht worden. ,

Voor de toetsing op Duitse Natura 2000-gebieden geldt het volgende toetsingskader: 1. Wanneer een project of een handeling op Nederlands grondgebied op geen enkel Natura 2000gebied in Duitsland een toename van stikstofdepositie van meer dan 714 mol per hectare per jaar veroorzaakt is er geen bezwaar tegen het verlenen van toestemming voor deze activiteit. Dit ,

,

stikstofaspect staat een vergunningverlening door het Nederlandse bevoegde gezag dan niet in de weg.

2.

Wanneer een project of een handeling op Nederlands grondgebied op een Duits Natura 2000-gebied meer dan 714 mol per hectare per jaar aan stikstofdepositie veroorzaakt maar minder dan 3% van de kritische depositiewaarde van een voor stikstof gevoelig habitattype of leefgebied waar de totale deposities hoger zijn dan de kritische depositiewaarde verzoekt het Nederlandse bevoegd gezag aan het desbetreffende Duitse bevoegd gezag om vast te stellen of in cumulatie sprake kan zijn van significante gevolgen. Als het Duitse bevoegd gezag vaststelt dat daarvan geen sprake is staat dit stikstofaspect vergunningverlening door het Nederlandse bevoegd gezag niet in de weg. Wanneer een project of handeling op Nederlands grondgebied op een Duits Natura 2000-gebied aan stikstofdepositie meer veroorzaakt dan 3% van de kritische depositiewaarde van een voor stikstof gevoelig habitattype of leefgebied waarvan de totale deposities hoger zijn dan de kritische depositie waarde heeft het desbetreffende Nederlandse bevoegd gezag overleg met het desbetreffende Duitse bevoegd gezag. Zij zullen gezamenlijk bezien of en zo ja onder welke voorwaarden toestemming mag worden verleend. Ingeval het gaat om een project met mogelijk significante gevolgen als bedoeld in artikel 6 derde lid van de Habitatrichtlijn stelt degene die voornemens is het project te realiseren daartoe een passende beoordeling op. ,

,

,

,

3.

,

,

,

,

,

10

4

BEREKENINGSSYSTEMATIEK

4. 1

Algemeen Ten behoeve van de berekening van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden is een rekenmodel opgesteld met behulp van AERIUS Calculator versie 2025.6 Daarbij is gebruik gemaakt van het ‘Handboek Werken met AERIUS Calculator’ (hierna Handboek AERIUS) en de ‘Instructie Gegevensinvoer AERIUS Calculator’ (hierna Instructie Gegevensinvoer) corresponderend met de versie van de AERIUS calculator. De AERIUS Calculator rekent op basis van het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM en de Standaardrekenmethode 2 (SRM-2) uit artikel 8. 10 van de Omgevingsregeling. ,

4. 2

Referentiesituatie Ter plaatse van het plangebied is in de huidige situatie sprake van overwegend agrarische gronden. Ten

behoeve van de referentiesituatie is in dit onderzoek worstcase ervan uitgegaan dat er geen relevante stikstofemissies naar de lucht plaatsvinden ter plaatse van het plangebied.

4. 3

Beoogde situatie Het plan wordt gefaseerd uitgevoerd in navolgende tabel een overzicht van de fasering. ,

Tabel 1 Jaar 2026 2027 2028

Emissies stationair draaiend verkeer (bron: TNO) Aanleg woningen Gebruik woningen 56 50 0

0 56 106

De voor stikstofdepositie relevante bronnen ten aanzien van het gebruik betreffen het verkeer en stookinstallaties.

Relevante emissiebronnen ten gevolge van de aanleg zijn het bouwverkeer en de inzet van mobiele werktuigen. De uitgangspunten zijn in navolgende paragrafen beschreven. Bijlage B1 geeft een weergave van de invoergegevens.

4. 3. 1

Stookinstallaties Middels de inwerkingtreding van de Wet voortgang energietransitie op 1 juli 2018 is voor netbeheerders de aansluitplicht op het landelijk gastransportnet voor nieuwbouwwoningen vervallen. Op deze vervallen aansluitplicht is echter bij de realisatie van wooneenheden de mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing conform de Regeling gebiedsaanwijzing gasaansluitplicht. Met de inwerkingtreding van deze Regeling heeft het college van Burgemeester en Wethouders de mogelijkheid om voor een gebied een ontheffing te verlenen voor het realiseren van een gasaansluiting. De mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing overeenkomstig de Regeling wordt in het voorliggende plan

uitgesloten.

4. 3. 2

Verkeer Ten gevolge van het woningbouwplan vindt een verkeersaantrekkende werking plaats. In de bepaling van de

stikstofdepositie is rekening gehouden met het arriverend en vertrekkend verkeer binnen het plan. Op basis van de CROW-kencijfers is de verkeersgeneratie van de nieuwe woningen berekend. Hierbij is uitgegaan van de standaard CROW-kencijfers voor het woonmilieu ‘landelijk wonen’. Dit scenario is gekozen omdat het een worstcasebenadering geeft voor de te verwachten verkeersgeneratie. Op basis van deze kencijfers 6 https://calculator. aerius. nl/calculator/

11

is sprake van gemiddeld 74, motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. Voor 106 woningen komt neer op een totaal van circa 785 motorvoertuigbewegingen per etmaal op een gemiddelde weekdag. In navolgende tabel een overzicht van de verkeersgeneratie per jaar.

Tabel 2 Jaar 2026 2027 2028

dit

Emissies stationair draaiend verkeer (bron: TNO) Aantal woningen Verkeersgeneratie 0 56 106

0

415 785

Het verkeer is gemodelleerd binnen het projectgebied en meegenomen tot aan de Randweg (N279). Hierna is het verkeer ruimschoots opgenomen in het heersend verkeersbeeld. De verkeersgeneratie is gemodelleerd middels het itemtype ‘Binnen bebouwde kom (normaal)’. Uit onderzoek van TNO 7 is gebleken dat de emissie van wegverkeer kort na het starten met een koude motor veel hoger is dan de emissie tijdens het rijden. Dit wordt de ‘koude start’ genoemd. Het aantal koude starten is toegevoegd als separate emissiebron “Verkeer” onder sector “Koude start: Overig”. ,

4. 3. 3

Mobiele werktuigen Ten behoeve van de aanlegfase van het project wordt gebruik gemaakt van mobiele werktuigen. De AERIUS Calculator berekent de stikstofemissie van mobiele werktuigen op basis van de STAGE categorie (motortechniek)

,

het vermogen het brandstofverbruik de draaiuren en het AdBlue verbruik. De exacte inzet van type materieel en draaiuren is ten tijde van uitvoeren van dit onderzoek nog niet bekend. De gehanteerde uitgangspunten zijn op basis van expert judgement bepaald. Voor de stagecategorie wordt uitgegaan van STAGE IV (bouwjaar vanaf 2014). Het vermogen is bepaald op basis van het type materieel. Voor het bepalen van het brandstofverbruik is conform de TNO methodiek 8 gebruik gemaakt van de invoer van het vermogen de belasting en de motortechnologie (STAGE-klasse). Voor het AdBlue verbruik wordt uitgegaan van een percentage van het dieselverbruik conform de Instructie Gegevensinvoer bij mobiele werktuigen met een vermogen hoger dan 56 kW. Bij een vermogen lager dan 56 kW is geen AdBlue toegepast. Het percentage AdBlue is 3% voor Stage IIIb en ,

,

,

6%

voor

Stage IV en nieuwer.

Bijlage B2 geeft een volledige weergave van de gehanteerde uitgangspunten. De stikstofemissie is tevens bepaald ter controle van de invoergegevens hier kunnen kleine afwijking in zitten ten gevolge van afronding. ,

4. 3. 4

Bouwverkeer In de berekening is ervan uitgegaan dat ten behoeve van het project in totaal 1. 908 voertuigen zwaar vrachtverkeer nodig zijn ten behoeve van de aan- en afvoer van bouwmateriaal waarvan 1. 008 in 2026 en 900 in 2027. Daarnaast wordt rekening gehouden met 55 voertuigen licht verkeer per jaar (110 bewegingen) ,

voor

het arriveren en vertrekken van uitvoerders en ondersteunend personeel.

Verder zijn de emissies van het stationair draaien van vrachtwagens tijdens het laden en lossen meegenomen conform Instructie Gegevensinvoer. Stationair draaien geldt alleen voor zwaar verkeer zoals betonmixer en laadkranen middelzwaar vrachtverkeer hoeft niet stationair te draaien tijdens het laden en lossen. Er is rekening gehouden met 5 minuten stationair draaien per vrachtwagen. Voor het gehele project betreft dit derhalve 159 uur stationair draaien. In navolgende tabel een overzicht van de emissie kentallen voor stationair draaiend verkeer. ,

7 Emissiefactoren wegverkeer 2024 , TNO 2024 R11049 , d. d. 4 juni 2024 8 TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik , Uren , en Brandstofverbruik): een van

mobiele werktuigen 13 december 2021

robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot

,

12

Tabel 3

Emissies stationair draaiend verkeer (bron: TNO)

Op basis van de emissie kentallen uit bovenstaande tabel zijn de emissies ten gevolge van stationair draaiend

vrachtverkeer in navolgende tabel weergegeven. Jaar 2026 2027

Tabel 4

NO-emissie X

NH-emissie 3 591 , kg 528 , kg

008 , kg 007 , kg

Emissies stationair draaiend verkeer voor 2026 en 2027

Het verkeer is gemodelleerd binnen het projectgebied en meegenomen tot aan de Randweg (N279). Hierna is het verkeer ruimschoots opgenomen in het heersend verkeersbeeld. De verkeersgeneratie is gemodelleerd middels het itemtype ‘Binnen bebouwde kom (normaal)’.

Verder is rekening gehouden met de koude start van het verkeer. Volgens de Handleiding AERIUS Calculator 2024 kunnen koude start emissies gekoppeld worden aan de locaties waar verkeer langer dan twee uur geparkeerd staat. Het vrachtverkeer voor de aan- en afvoer van bouwmateriaal zal echter maar enkele minuten geparkeerd staan en deels stationair draaien. Voor de aanleg gelden de koude start emissies dus enkel voor de uitvoerders en het ondersteunend personeel. Het aantal koude starten is toegevoegd als separate emissiebron “Verkeer” onder sector “Koude start: Overig”. Navolgende verbeelding geeft een weergave van de gehanteerde bronnen in de beoogde situatie.

Afbeelding 4

Grafische weergave gehanteerde bronnen beoogde situatie

13

5

REKENRESULTATEN EN BEOORDELING Met behulp van het rekenprogramma Aerius Calculator is de stikstofdepositiebijdrage vanwege de gebruiks- en aanlegfase berekend ter plaatse van nabijgelegen gevoelige habitattypen in de voor het plan relevante Natura 2000-gebieden. In bijlage B1 zijn de uitgevoerde berekeningen naar de beoogde situaties weergegeven middels de Aerius PDF-export. Uit de berekening volgt dat er sprake is van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden ‘Deurnsche Peel & Mariapeel’ en ‘Groote Peel’. In navolgende tabel een overzicht van de rekenresultaten.

Tabel 5

Rekenresultaten

Jaar

Stikstofdepositie Deurnsche Peel & Mariapeel

Stikstofdepositie Groote Peel

2026 2027 2028

002 , 003 , 002 ,

001 , 001 , 001 ,

Op basis van de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase (eindsituatie 2028) blijkt dat de stikstofdepositie 002 mol N/ha/jaar bedraagt in het Natura 2000-gebied “Deurnsche Peel & Mariapeel” en ten hoogste 001 mol N/ha/jaar bedraagt in het Natura 2000-gebied “Groote Peel”. Uit de uitgevoerde berekening naar de aanlegfase in 2026 blijkt dat de stikstofdepositie van ten hoogste 002 mol N/ha/jaar plaatsvindt in het Natura 2000-gebied “Deurnsche Peel & Mariapeel” en ten hoogste 001 mol N/ha/jaar in het Natura 2000-gebied “Groote Peel”. In de aanlegfase in 2027 bedraagt dit 003 mol N/ha/jaar in het Natura 2000-gebied “Deurnsche Peel & Mariapeel” en 001 mol N/ha/jaar in het Natura 2000-gebied “Groote Peel”. Significant negatieve gevolgen kunnen derhalve niet op voorhand worden uitgesloten. Hiermee is mogelijk sprake van een vergunningplicht Natura 2000-activiteit. ,

,

,

,

,

,

Ten behoeve van het vervolgtraject zijn meerdere vervolgstappen mogelijk en navolgend behandeld (in volgorde van

1.

voorkeur).

Géén Natura 2000-activiteit

Hierbij is het hoofddoel om 000 mol N/ha/jaar stikstofdepositie te veroorzaken op Natura 2000-gebieden waardoor significante gevolgen op voorhand kunnen worden uitgesloten. Feitelijk dient hiervoor aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd naar een aanvullende reductie op de stikstofemissie. In het onderhavige geval kan hierbij gedacht worden aan optimaliseren van de benodigde werkzaamheden ofwel het inzetten van emissiearm- of emissieloos (elektrisch) materieel. Deze vervolgstap kan echter financieel of technisch niet haalbaar of wenselijk zijn. ,

2.

Géén Natura 2000-activiteit wel nadelig voor Natura 2000-gebied Er zijn activiteiten met nadelige gevolgen op Natura 200-gebieden echter deze gevolgen hoeven niet significant te zijn. In dat geval is conform de Omgevingswet sprake van “Geen Natura 2000-activiteit wel nadelig voor Natura 2000-gebied”. Voor een dergelijke activiteit geldt geen vergunningplicht. Volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van 16 augustus de “Porthos einduitspraak” 9 zal bij elk nieuw plan of project dat leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden een voortoets gemaakt kunnen worden ,

,

,

,

waarbij een ecologische analyse moet worden gegeven van de gevolgen in het licht van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het betreffende Natura 2000-gebied ook als het gaat om een tijdelijke en beperkte toename. Daarbij zal voor de relevante Natura 2000-gebieden moeten worden onderzocht hoe de staat van de instandhouding op dat moment is. Indien bij een hogere stikstofdepositie onduidelijk is of deze vervolgstap haalbaar is is het verstandig dit voor te bespreken met het bevoegd gezag. ,

,

9 ABRvS

16 augustus 2023 , ECLI:NL:RVS:2023:3129

14

3.

Natura 2000-activiteit

Indien in de voortoets niet uitgesloten kan worden dat het plan of project leidt tot significant negatieve gevolgen dan is sprake van een Natura 2000-activiteit. Hiervoor dient een passende beoordeling uitgevoerd te worden (conform artikel 16.53c Omgevingswet). Deze beoordeling moet zekerheid geven dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten. In de passende beoordeling mag rekening worden gehouden met de effecten van mitigerende maatregelen. Dit zijn maatregelen zoals het inzetten van interne of externe saldering of verleasen. Bij interne salderen wordt de nieuwe activiteit beoordeeld ten opzichte van de (vanuit de Ow) reeds toegestane Natura 2000-activiteit op die locatie. Bij extern salderen neemt een initiatiefnemer de ruimte die ontstaat door beëindiging van een stikstofemissie-veroorzakende activiteit op een andere locatie permanent over bij verleasen gaat het om het tijdelijk overnemen van deze rechten. Hierbij dient wel rekening gehouden te worden met een afroming van de overgenomen stikstofrechten.

,

,

,

4.

ADC-toets

Wanneer er ondanks eventuele mitigerende maatregelen (nog steeds) sprake is van een significant negatief effect dan kan volgens dan kan volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving een vergunning alleen worden verleend op basis van een ADC-toets (8.74b tweede lid en 10.24 tweede lid Bkl). Hiervoor gelden de volgende criteria: A. Er zijn geen alternatieven D. Sprake van dwingende redenen en groot belang C. Compenseerde maatregelen ,

,

,

,

,

,

,

15

6

CONCLUSIE Het voornemen bestaat om het woongebied De Hoek fase II in Meijel te ontwikkeling met in totaal 102

grondgebonden woningen. Ten behoeve van de juridisch-planologische verankering van het initiatief wordt een wijziging van het

omgevingsplan doorgevoerd. Als onderdeel hiervan dient te worden bepaald of als gevolg van dit initiatief significant negatieve gevolgen op nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Een van deze mogelijke beïnvloedingsfactoren is stikstofdepositie waarvoor voorliggend onderzoek is uitgevoerd. ,

Op basis van de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase (eindsituatie 2028) blijkt dat de stikstofdepositie 002 mol N/ha/jaar bedraagt in het Natura 2000-gebied “Deurnsche Peel & Mariapeel” en ten hoogste 001 mol N/ha/jaar bedraagt in het Natura 2000-gebied “Groote Peel”. Uit de uitgevoerde berekening naar de aanlegfase in 2026 blijkt dat de stikstofdepositie van ten hoogste 002 mol N/ha/jaar plaatsvindt in het Natura 2000-gebied “Deurnsche Peel & Mariapeel” en ten hoogste 001 mol N/ha/jaar in het Natura 2000-gebied “Groote Peel”. In de aanlegfase in 2027 bedraagt dit 003 mol N/ha/jaar in het Natura 2000-gebied “Deurnsche Peel & Mariapeel” en 001 mol N/ha/jaar in het Natura 2000-gebied “Groote Peel”. Significant negatieve gevolgen kunnen derhalve niet op voorhand worden uitgesloten. Hiermee is mogelijk sprake van een vergunningplicht Natura 2000-activiteit. ,

,

,

,

,

,

Ten behoeve van het vervolgtraject zijn meerdere vervolgstappen mogelijk en navolgend behandeld (in volgorde van

1. 2. 3. 4.

voorkeur).

Géén Natura 2000-activiteit Géén Natura 2000-activiteit wel nadelig voor Natura 2000-gebied Natura 2000-activiteit ADC-toets ,

16

BIJLAGEN

B1

AERIUS

B1. 1

Beoogde situatie 2026

B1-1

B1. 2

Beoogde situatie 2027

B1-2

B1. 3

Beoogde situatie 2028

B1-3

B2

EMISSIEBEPALING

B2. 1

Inzet mobiele werktuigen 2026

B2-4

Emissiebepaling aanleg Rekenjaar Projectnummer

2026 PMA127

Mobiele Werktuigen Naam Betonstorter Graafmachine Hijskraan Laadschop Trilplaat Verreiker Graafmachine Laadschop Wals Asfaltmachine Kleefwagen

STAGE Klasse

Motorbelasting/ aandrijving

STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV

Dynamisch - transmissie Dynamisch - hydrauliek Hoge last - vaste as Dynamisch - hydrauliek Beperkt - vaste as Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - transmissie Dynamisch - transmissie Dynamisch - transmissie

Inzet Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend

Bouwjaar

Classificatie tabel TNO

Motorefficientie [%]

Belasting [%]

Dieselkental [L/uur]

2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018

200 100 200 100 10 75 125 125 75 90 300

D D D D A D D D D D D

922745% , 922745% , 922745% , 922745% , 922745% , , 922745% 922745% , 922745% , 922745% , 922745% , 922745% ,

299% , 367% , 380% , 367% , 253% , , 367% 367% , 367% , 299% , 299% , 299% ,

1645 , 1023 , 2059 , 1023 , , 130 , 780 1265 , 1265 , 650 , 770 , 2441 ,

224 448 448 224 224 336 224 112 112 112 112

36856, 45819, 92228, 22909, 2907, 26220, 28339, 14170, 7283, 8620, 27344,

2211, 2749, 5534, 1375, 0 1573, 1700, 850, 437, 517, 1641,

Voertuigen per dag

Bewegingen per dag

Voertuigen totaal

Bewegingen totaal

0

0 0 0

550,

1100, 00, 20160,

Bouwverkeer

Invoergegevens mobiele werktuigen AERIUS

Stage klasse en vermogen Stage IV en < 56kW Stage IV en 75-560 kW

BedrijfsduurDiesel-verbruik [uren] [L]

AdBlue verbruik [L]

Vermogen [kW]

Bedrijfsduur [uren]

Diesel-verbruik [L]

AdBlue verbruik [L]

224 2352

291 30979

0 1859

Categorie Lichtverkeer Middel zwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer

10080,

NO-emissie x [kg]

NH-3 emissie [kg]

2102 , 2698 , 5204 , 1349 , , 693 , 1584 1642 , 821 , 449 , 521 , 1533 , 18598 ,

088 , 110 , 221 , 055 , , 000 , 063 068 , 034 , 017 , 021 , 066 , 744 ,

B2. 2

Inzet mobiele werktuigen 2027

Emissiebepaling aanleg Rekenjaar Projectnummer

2027 PMA127

Mobiele Werktuigen Naam Betonstorter Graafmachine Hijskraan Laadschop Trilplaat Verreiker Graafmachine Laadschop Wals Asfaltmachine Kleefwagen

STAGE Klasse STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV

Motorbelasting/ aandrijving Dynamisch - transmissie Dynamisch - hydrauliek Hoge last - vaste as Dynamisch - hydrauliek Beperkt - vaste as Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - hydrauliek Dynamisch - transmissie Dynamisch - transmissie Dynamisch - transmissie

Inzet Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend Wisselend

Classificatie tabel TNO

Motorefficientie [%]

Belasting [%]

Dieselkental [L/uur]

Bedrijfsduur [uren]

Diesel-verbruik [L]

AdBlue verbruik [L]

2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018 2018

200 100 200 100 10 75 125 125 75 90 300

D D D D A D D D D D D

922745% , , 922745% 922745% , 922745% , 922745% , 922745% , 922745% , 922745% , 922745% , 922745% , 922745% ,

299% , , 367% 380% , 367% , 253% , 367% , 367% , 367% , 299% , 299% , 299% ,

1645 , , 1023 , 2059 1023 , 130 , 780 , 1265 , 1265 , 650 , 770 , 2441 ,

200 400 400 200 200 300 200 100 100 100 100

32907, 40910, 82346, 20455, 2595, 23410, 25303, 12651, 6502, 7696, 24414,

1974, 2455, 4941, 1227, 0 1405, 1518, 759, 390, 462, 1465,

Voertuigen per dag

Bewegingen per dag

Voertuigen totaal

Bewegingen totaal

0

0 0 0

550,

1100, 00, 18000,

Bouwverkeer

Invoergegevens mobiele werktuigen AERIUS Stage klasse en vermogen Stage IV en < 56kW Stage IV en 75-560 kW

Bouwjaar

Vermogen [kW]

Bedrijfsduur [uren]

Diesel-verbruik [L]

AdBlue verbruik [L]

200 2100

260 27660

0 1660

Categorie Lichtverkeer Middel zwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer

9000,

NO-emissie x [kg]

NH-3 emissie [kg]

1877 , , 2409 , 4647 1205 , 619 , 1414 , 1466 , 733 , 401 , 466 , 1368 , 16605 ,

079 , , 098 , 198 049 , 000 , 056 , 061 , 030 , 016 , 018 , 059 , 664 ,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=3aba937e-c23d-47f0-9ebe-971fa1493374