2026-078 15 Bijlage 12 - Ecologische quickscan (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
ECOLOGISCHE Onderzoek
naar
ten behoeve
Locatie:
QUICKSCAN
beschermde natuurwaarden
van
ruimtelijke ontwikkeling
Helenaveenseweg 6 en omliggende agrarische percelen Grashoek
Rapportnummer:
2025-BE-1466
opdracht van: Herver Projectontwikkeling In
Bosschebaan
84
5384 VZ Heesch
4)
NEA
Brab ant E CO ‚
/
Ecologische Dienstverlening
.
Colofon
Rapportage Brabant Eco
Rapportnummer 2025-BE-1466
Opdrachtgever Herver
Projectontwikkeling
Contactpersoon
nn nn Locatie
Helenaveenseweg 6 Grashoek Auteur
Collegiale controle
Opleverdatum 23 juli 2025
Overname, verveelvoudiging of
openbaarmaking toegestaan
dit rapport is niet
van
zonder
vermelding van
bron.
4
Brabant
Eco
Ecologische Dienstverlening
Dit rapport
is met de
samengesteld. De
Lange
5061
PX
Kant 27
Oisterwijk
Brabant voor
www.brabanteco.nl
onderzoek
gebruik
adviezen.
door
van
aanvaardt
aansprakelijkheid
eventuele schade
uit het
ecologische dienstverlening
Desondanks
Eco geen
06-24218274
Brabant Eco;
grootste zorg
voortvloeiend
de resultaten
toepassing
van
van
dit
Inhoudsopgave
SAMENVATTING 1.
eee
INLEIDING EN ONDERZOEK
eeeeneneeeenveneneneneneenneeseneneenennnneneneneeeeeneeen
4
….nnnnnannenennenennenensenenennenennenennenennenenneneneenentenenennenennenennenensenenenneneenene
4
nnenanenenneneneeneneenenenvenennenensenenennenteneneenenennenennenensenenenneneenene
4
nnnnnnenenennenenenenenenenennenenenenennnennenenenenenenenennenenenenennneenenenenenenennvenvnneneneneneneneeen
4
1.1 Aanleiding 1.2
Doelstelling
1.3 Criteria. 1.4 2.
…
Geldigheid onderzoek
a
Ligging van het plangebied
2.2
Omschrijving van het invloedsgebied ontwikkeling
…
8
…...nnnnennenenenveneenenennenennenenenneneenenennenenensenvenenennenvenenvenenennenenven
8
aa
enennenenenvenennenennenenaeneneeneneenenennenenennenvenenenvensenenenvenennenenven
Beschrijving plangebied ten tijde van het veldbezoek….nnnenenenenenennenenr
4.1
Gebiedsbescherming
4.2
Houtopstanden
4.3
Soortenbescherming
…
…
aa
neeneeensennennnenneernerenernneneneensenenenneennen
15
…
nnn
…
an
ananannrnenenenenenenenenennenenenenenenennenenenenenenenennenenenenenenenenceee
eeeeeeneeeeneennennennnennnenennenseneeennennnnnnenenenenvensen
advies beschermde
gebieden en houtopstanden
5.2 Resultaten
en
advies beschermde
soorten
Brabant Eco;
14
…...nnnnnnnnnenensenenenvenennenennenenneneneenennenenennensenenenvenenaenennenenaeneneenenven
en
BRONNEN
9
14
5.1 Resultaten
Aanbevelingen
9
……...nnnnannanenaenenennenennenennenennenensenensenenenvenennenensenennenenvenencen
RESULTATEN EN ADVIES
5.3
6.
nnn
_ BESCHERMDE NATUURWAARDEN
5.
7
vnnrenereneenvenenrenvenerenernsersnernserseeene
3.2 Veldonderzoek 3.3
5
.nnnsnennnrsenenenenenereenenenenenenenvenenenenenenenenenannenenenen
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN 3.1 Bureauonderzoek
4
eeeeeeeeeeerenenenenenneneeeneenvenennnnnnennnennenveneenvenennneneeenen
2.1
2.3 Voorgenomen
4.
a
..nnnnseneneenenenenenenenenensenrnenenenenenenveneneneneneneneneeanvenenenen
PROJECTGEGEVENS
3.
3
eeenenenenenenenseneeenenennnennnennenenenvenseneneenennennnenennenrenennnennnenneenen
…….nnnnenenenenenenn
ne
25
…
25
..unnnnnenrnenenenenenennenrneneneneneneneeen
25
27
nneneeeeennenenernennneneenneneerrnnnnennensennseereneneenennnnnenennnnnenernennneneenen
ecologische dienstverlening
16
28
2
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
6 en
omliggende agrarische percelen Grashoek,
BE-1466
SAMENVATTING
Opdrachtgever is voornemens om het plangebied Helenaveenseweg 6 en omliggende agrarische percelen te Grashoek te herontwikkelen voor een woningbouwproject. Er worden 45 woningen gerealiseerd. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. Omdat overtreding van de Omgevingswet in het kader van ecologie op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan in het plangebied in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid
en
gevolg
van
de
mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte
natuuronderzoek.
Op
basis van
uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden
te verwachten
die van
negatieve invloed zijn op de mogelijk aanwezige beschermde soorten en hun functioneel leefgebied, mits
lichtverstoring van omliggende bebouwing, akkers en vliegroutes wordt voorkomen en buiten het van vogels wordt gewerkt. Indien werken buiten het broedseizoen niet mogelijk is dient
broedseizoen een
broedvogelinspectie te worden uitgevoerd.
Van de te
slopen bebouwing
is de dakbedekking reeds
schuilplaatsen meer bieden van
voor
sporen die duiden op de
In de directe
verwijderd waardoor
beschermde diersoorten. Verder
aanwezigheid
van
ze
geen
geschikte
zijn er geen waarnemingen gedaan
beschermde diersoorten. Er worden geen bomen
gekapt.
omgeving blijft voldoende alternatief foerageergebied beschikbaar.
Natuurgebieden
worden niet
stikstofdepositie berekening.
op Natura
Nader onderzoek of een De zorgplicht is altijd van
aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. De eventuele
2000-gebieden dient aangetoond of uitgesloten te worden
omgevingsvergunning in het kader van de ecologie is dan toepassing.
met een AERIUS-
ook niet nodig.
Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen.
Brabant Eco Juli 2025
Brabant Eco;
ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
6 en
omliggende agrarische percelen Grashoek,
„Brabant Eco
1.
INLEIDING
EN
BE-1466
ONDERZOEK
Ecologische Dienstverlening
In dit hoofdstuk staan de aanleiding en
doelstelling van deze ecologische quickscan
de criteria en de geldigheid van dit onderzoek vermeld. Op enkele uitzonderingen na, zijn de provincies het bevoegd gezag van de wet. De vergunningverlening en handhaving. Zie bijlage 2.
beschreven. Ook staan
provincies organiseren de
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Herver Projectontwikkeling is het voornemen om in het plangebied Helenaveenseweg 6 met omliggende agrarische percelen te Grashoek 45 woningen te realiseren.
Bij deze werkzaamheden In
opdracht
is opdrachtgever
heeft Brabant Eco
gebonden aan de Omgevingswet.
ecologische quickscan uitgevoerd voor het plangebied en
een
directe
omgeving in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. 1.2
Doelstelling
Het doel
van
dit verkennend onderzoek
heeft op beschermde flora en fauna
en
is om
vast te stellen of de geplande
op beschermde
ontwikkeling mogelijk effect
natuurgebieden. Ingeschat wordt of er binnen
invloedsgebied van de voorgenomen ingreep mogelijk planten- en
diersoorten
het
aanwezig zijn, die volgens de
Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloeden kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura
2000-gebieden, houtopstanden
deel uitmaken
van
die middels de
Omgevingswet zijn beschermd, of op gebieden
die
het Natuurnetwerk Nederland.
De centrale vraag luidt: Is de voorgenomen
natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden? Als blijkt dat de ingreep leidt tot een mogelijke overtreding van de Omgevingswet, wordt bepaald naar welke soorten beschermde
en
ontwikkeling
in strijd met de
functies eventueel aanvullend onderzoek
nodig is en of nadere toetsing in het kader van
gebieden noodzakelijk is.
1.3 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o
Het onderzoek is
uitgevoerd door
ecologisch deskundigen. Een ecologisch deskundige heeft
aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring en geeft ecologisch advies en/of begeleidt werkzaamheden op het gebied van habitats en soorten.
1.4
o
_Hetonderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco verklaart enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek.
oo
De resultaten
hierbij geen
zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen.
Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Geldigheid onderzoek
Dit onderzoek is
maximaal drie
uitgevoerd conform
de
landelijk geldende richtlijnen. Onderzoeksgegevens
mogen
jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn
opgetreden
in de
afgelopen drie jaar. In gebieden
Brabant Eco;
ecologische dienstverlening
waarvoor
dit niet
geldt, moeten
de gegevens recenter
zijn.
4
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
6
en
omliggende agrarische percelen Grashoek,
„Brabant Eco
2.
BE-1466
PROJECTGEGEVENS
Ecologische Dienstverlening
In dit hoofdstuk worden de
belangrijkste gegevens ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen ingegaan op de geografische ligging van het plangebied en de kenmerken het invloedsgebied. Vervolgens worden de voorgenomen ontwikkelingen en het toekomstige gebruik
weergegeven. Allereerst wordt van
beschreven.
2.1
Ligging van het plangebied
Het
plangebied
Grashoek
is
gelegen aan de Helenaveensweg/Roomweg, ten noorden van de kern van dorp behorende tot de gemeente Peel en Maas in de provincie Limburg
is een
Ten westen van het De
ligging van
Grashoek.
.
het
dorp liggen de natuurgebieden
de Scherliet
plangebied in de wijdere omgeving
en
Het Kwakvors.
is weergegeven
in onderstaande
afbeelding.
Afbeelding 1: Ligging plangebied (rode pin) in de wijdere omgeving. Bron: Google Earth.
2.2
Omschrijving van het invloedsgebied
Het
plangebied
zuidelijke deel
bestaat is
perceel
in
gebruik als (moes)tuin en er bevindt
melkstal. Ten oosten
en
zuiden
van
de schuur is het terrein voorzien
Deze
puinhoudende halfverharding
pad dat van de schuur naar de Roomweg loopt. afgewisseld
afbeelding wordt
Brabant
greppels. Op het
het
klein
puinhoudende halfverharding. met
wordt doorkruist door enkele
gedeelte van
een
schuur/voormalige
grotendeels uit akkerland, welke
tuinpercelen
behorende
het plangebied
bij de
Het
invloedsgebied
woningen,
een
is tevens
aanwezig
zich
een
van een
ter
plaatse van
het
bestaat vooral uit cultuurgronden
golfbaan en weilanden. Op onderstaande
globaal aangegeven.
Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
6 en
omliggende agrarische percelen Grashoek,
Afbeelding 2: Globaal omlijnd plangebied in blauw. Bron: Google Earth.
Afbeelding 3: Globaal omlijnd plangebied in rood. Bron: Vermeer Architecten.
Brabant
Eco; ecologische dienstverlening
BE-1466
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
2.3
6 en
omliggende agrarische percelen Grashoek,
BE-1466
Voorgenomen ontwikkeling
Het initiatief bestaat uit het herontwikkelen van het Het voornemen
is om
een
woningbouwproject
plangebied Helenaveenseweg 6 te Grashoek. bestaande uit 45 woningen te realiseren. En uitbreiding
van
bouwbedrijf Verhaegh.
Afbeelding 4: Beoogde situatie. Bron:
Vermeer Architecten.
Afbeelding 5: Beoogde situatie. Bron:
Vermeer Architecten.
Brabant
Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
‚Brabant Eco
6 en
omliggende agrarische percelen Grashoek,
BE-1466
3.
QUICKSCAN
PRAKTIJK
ECOLOGISCHE
Ecologische Dienstverlening
aanvraag
voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Omgevingswet. In het kader van deze noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied en of er met de voorgenomen ingreep negatieve effecten te verwachten zijn op de kwaliteit van beschermde natuurgebieden in de omgeving. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, is de eerste stap van ecologisch onderzoek en geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten, dieren en natuurgebieden. De ecologische waarden worden in kaart gebracht middels bureau- en veldonderzoek. Een
wet is het
De volgende vragen worden beantwoord: o
Welke beschermde soorten
zijn potentieel aanwezig binnen
het invloedsgebied
van
de
beoogde
ingreep?
zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten?
oo
Wat
o
Welke
Wordt de
Omgevingswet ten aanzien van het onderdeel ecologie overtreden? mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren
of
te voorkomen? o
_Isereen aanvullend
o
Is het noodzakelijk de
ecologie aan
onderzoek om voor
nodig naar soorten of functies?
de voorgenomen
plannen een omgevingsvergunning
in het kader
van
te vragen
bij de provincie Limburg? Een ecologische quickscan is een momentopname en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit verkennend onderzoek geen nadere inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een nadere inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest
gunstige periode(n) van het
jaar.
3.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich
gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als
nationaal. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de
gebieden
bevinden die beschermd
nabijheid van het plangebied
zijn in het kader van de natuurwetgeving
en
is
er een
inschatting
gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database van de Nationale Databank Flora
en
Fauna
(NDFF), zie bijlage 1, aangevuld
met gegevens
uit relevante recente
actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. verspreidingsatlassen NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de en
Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en
stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum
Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland
(NNN). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt Voedselkwaliteit
Brabant Eco;
en
die van de
van de website
van
het Ministerie
van
Landbouw, Natuur en
provincie Limburg.
ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
omliggende agrarische percelen Grashoek,
6 en
BE-1466
3.2 Veldonderzoek Op donderdag 8 juli 2025 in de middag hebben ecologen Nn het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek
het keder van
uitgevoerd omgeving. weersomstandigheden waren bewolkt met een westenwind met windkracht 2 en 0,1 mm neerslag. De
De
het plangebied
aan
en
de directe
gemiddelde temperatuur lag rond de 18 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van het invloedsgebied in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. In het plangebied en omgeving is zoveel mogelijk informatie verzameld over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hierbij zijn waarnemingen, zowel visueel als auditief, en sporenonderzoek cruciaal. Er is gekeken naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Daarnaast is op basis van terreinkenmerken beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. De
aanwezige
habitats tijdens het veldbezoek
habitatvereisten
van
beschermde
en
planten- en
de
waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de Op basis van deze vergelijking en expert
diersoorten.
judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. 3.3 Het
Beschrijving plangebied ten tijde van het veldbezoek plangebied betreft een akkerland met in de westenhoek twee voormalige melkstallen
Helenaveenseweg woningen
6 te Grashoek.
langs de
Langs
de zuidwestgrens behouden
Helenaveenseweg blijven
woningen gebouwd. Hierbij verdwijnt vermoedelijk de
huidige
loopt
en
moestuin
met eiken
laanbeplanting en woonhuizen
aan
de
op Roomweg 81. Langs de
scheidt van
Kapèlkeshof.
plangebied
Wijn
& Golfdomein
plangebied van landbouwmachine vanaf de
voormalige
Roomweg,
melkstallen
en
aanwezige nieuwe
De noordoostenhoek
noordgrens
grenst aan
staat een houtwal die het een
greppel
van
de akkers
het
plangebied wordt doorkruist door een
plangebied een T-splitsing vormt richting enerzijds
anderzijds Verhaegh Bouwbedrijf. Naast deze T-splitsing staat een
eikenboom. Ook rondom alle grenzen
liggen greppels.
enkele
De akkers bestaan uit een monocultuur
ruigtevegetatie langs zijn gebouwd in 1954 (oost) en 1972 (west) en bestaan uit stenen gevels afgewisseld met betonnen penanten met een houten
van
raaigras
het
van
bij
gekapt. Langs de oostgrens loopt de
In de noordwestenhoek scheidt
leverancier Evax Grashoek. Het
welke in het midden
behorend
behorend tot huisnummer 4. Met de
overzijde.
Verhaegh Bouwbedrijf en de woning
de
Helenaveenseweg.
De
tussen huisnummers 2 en 4 worden
voorgenomen werkzaamheden zouden geen bomen worden
Roomweg
greppel
de
de greppels. De te slopen melkstallen
met
dakconstructie
waarvan
de
dakbedekking ten tijde van
kopgevels gaat de stenen gevelmuur over zuidgevel van
de oostelijke melkstal
met
golfplaten
oud
stalgebouw,
weerszijden,
en
in metalen damwand
aan
de
afdak gebouwd. In het zuiden
noordgevel van
van
het
bestaande uit slechts één bakstenen
met een metalen de
plangebied muur
en
verwijderd. Aan de
westelijke staan
een
dakrandafwerking. Aan de
melkstal is een stenen
muur
overblijfselen vermoedelijk van een
houten
balkenconstructie
aan
zonder dak.
Foto 1: Overzicht noordoostelijk deel plangebied.
Brabant Eco;
het veldbezoek reeds is
ecologische dienstverlening
Foto 2: Overzicht midden plangebied vanaf Roomweg.
9
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
Foto 3: Zijaanzicht
6
voormalige melkstal vanaf Roomweg.
en
omliggende agrarische percelen Grashoek,
Foto 4:
Overzicht zuidgrens plangebied vanaf Roomweg.
Foto 6: Greppel vanaf midden
Foto 7: Eik in midden
Brabant
Eco;
van
plangebied.
ecologische dienstverlening
BE-1466
plangebied naar Roomweg.
Foto 8: Noordoostgrens plangebied.
10
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
Foto 9: Westzijde Verhaegh
Foto 11:
6
Bouwbedrijf.
Brabant
omliggende agrarische percelen Grashoek,
Foto 10:
Greppel langs verharding Verhaegh Bouwbedrijf.
Foto 13: Evax Grashoek in noordwestenhoek
en
plangebied.
Eco; ecologische dienstverlening
BE-1466
Verharding Verhaegh Bouwbedrijf langs noordgrens.
Foto 12: Noordgrens
Foto 14: Zuidgrens
plangebied
plangebied vanaf midden.
11
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
Foto 15: Oostgevel
6
en
voormalige melkstal met ruigtevegetatie.
omliggende agrarische percelen Grashoek,
Foto 16: Aangebouwde schuur
aan
BE-1466
zuidgevel voormalige melkstal.
Foto 17: Overzicht plangebied vanaf zuid.
Foto 19: Overzicht tuin Helenaveenseweg 6.
Brabant
Eco; ecologische dienstverlening
Foto 20: Zuidgevel
westelijke voormalige melkstal.
12
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
omliggende agrarische percelen Grashoek,
6 en
Foto 21: Zuidgevel
oostelijke voormalige melkstal met afdak.
Foto 22: Binnenkant
Foto 23: Afdak
noordgevel oostelijke melkstal.
Foto 24:
aan
Brabant Eco;
ecologische dienstverlening
BE-1466
westelijke voormalige melkstal.
Overblijfselen vermoedelijk van oude stallen.
13
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
6 en
omliggende agrarische percelen Grashoek,
„Brabant Eco
A.
Ecologische Dienstverlening
BESCHERMDE
BE-1466
NATUURWAARDEN
In dit hoofdstuk worden de beschermde van
gebieden en soorten beschreven die zich (mogelijk) in de nabijheid het plangebied bevinden. Er wordt aangegeven of de voorgenomen ingreep mogelijk negatieve effecten
heeft op deze beschermde
gebieden en soorten en of er met de werkzaamheden
beschermde
houtopstanden verdwijnen. 4,1
Gebiedsbescherming
Door middel van bureaustudie is onderzocht of het plangebied binnen
natuurgebieden gelegen Natuur en Voedselkwaliteit, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid
of in de nabijheid
beschermde
van
is. Daarbij is gebruikgemaakt van de gegevens van het Ministerie van
4.1.1 Natura Het
en
Milieu
en
de
2000
plangebied ligt op minimaal
2 kilometer afstand
van
noordwestelijk gelegen gronden
Natura
2000-gebied
Deurnsche Peel & Mariapeel’. Op ongeveer 6 kilometer afstand
Natura
2000-gebied
‘Groote Peel’
onderstaande weergegeven.
Landbouw, provincie Limburg.
en
zuidelijk op
12 kilometer Natura
naar
behorend tot
het oosten
ligt
2000-gebied ‘Leudal’. Op
afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied De ligging van het plangebied wordt met een rode pin aangegeven. Natura 2000-gebieden zijn
in bruin aangegeven.
Minimaal 2 kilometer tussen het en
gronden
plangebied
behorend tot Natura 2000
Afbeelding 6: Natura 2000-gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Natura2000.eea.europa.eu. Met de meest
nabije Natura 2000-gebieden op minder dan 25 kilometer afstand valt een negatief effect van 2000-gebieden niet uit te sluiten (Aanpak Stikstof). Door de korte afstand kan er mogelijk verspreiding van schadelijke stoffen via de lucht of het water naar Natura 2000-gebieden de
geplande
acties op Natura
plaatsvinden. Een stikstofberekening om
Brabant Eco;
ecologische dienstverlening
eventuele
stikstofdepositie ten gevolge van de geplande
14
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
6 en
omliggende agrarische percelen Grashoek, BE-1466
inrichtings-, sloop- en/of bouwwerkzaamheden daarom
op Natura
2000-gebieden
aan
te tonen of uit te sluiten is
noodzakelijk. 4.1.2 Natuurnetwerk
Nederland
Het
plangebied ligt op minimaal 350 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving het plangebied weergegeven. De NNN-gebieden in groene kleur.
van
ligging van het plangebied
wordt met een rode
pin aangegeven. De
Minimaal 350 meter tussen het plangebied
en
gronden
behorend tot Natuurnetwerk Nederland
Afbeelding 7: Natuurnetwerk Nederland-gebieden. De afstand tussen het plangebieden NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Atlasleefomgeving. In of in de directe
nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aantasting van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op kenmerken of waarden’ aantasten. Het
voorhand uit te sluiten. 4.1.3 Het
Conclusie
plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland
of Natura
2000-gebied. Vanwege de ligging
buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk geen negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Een AERIUS-berekening is nodig om externe effecten op Natura
4.2
2000-gebieden
uit te sluiten.
Houtopstanden
Volgens artikel 11.111 van het Besluit activiteiten leefomgeving in de Omgevingswet is het verboden een houtopstand (bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en bosplantsoenen) geheel of gedeeltelijk te vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij de Gedeputeerde
Staten. Het betreft hier
houtopstanden
van
tenminste
10 are of
rijbeplanting van minimaal 20 bomen. Verder geldt er ook een herplantplicht voor gekapte
Brabant
Eco; ecologische dienstverlening
15
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
houtopstanden. dan
gelden
de
4.3
omliggende agrarische percelen Grashoek,
Indien de totale oppervlakte of het aantal bomen
rijksregels
Er worden geen
6 en
bomen
over
het vellen
herplanten
en
kleiner is dan deze 10
BE-1466
are
of 20
bomen,
niet.
gekapt. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.
Soortenbescherming
Bijlage 1, project Helenaveenseweg met nummer planten-
waargenomen
BE-1466 d.d. 2 juli 2025
diersoorten in en in de omgeving
en
van
het
geeft een overzicht van de
plangebied volgens de
verspreidingsgegevens van de NDFF.
De NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke informatiebron van landelijke verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door
soortexperts gevalideerd.
Bijlage 3 betreft een lijst van beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn. Deze soorten zijn beschermd onder
bijlage IV van de Habitatrichtlijn.
dienen te worden
en
Dit betreft soorten wiens
Nederland
waarvoor
tot het
voortplantings- en rustplaatsen beschermd natuurlijke verspreidingsgebied behoort.
Bijlage 4 betreft een lijst aan soorten van nationaal belang welke verder niet in de Vogel- of Habitatrichtlijn zijn opgenomen
maar
waarvoor
wel
rijksregels gelden om
Per soortgroep wordt in onderstaande
paragrafen
te beschermen.
ze
beschreven welke soorten worden verwacht in het
plangebied, welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn. 4.3.1 Flora De beschermde van
plantensoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen
twee kilometer rond het
Beschermde
plangebied zijn
plantensoort
een
straal
Habitat
Drijvende waterweegbree Tabel 1: Waargenomen beschermde
binnen
te vinden in de onderstaande tabel.
Helder, voedselarm
matig voedselrijk, zwak zuur water
tot
plantensoorten binnen een straal van twee kilometer.
Drijvende waterweegbree Drijvende waterweegbree
is een
plant van helder, voedselarm
water. Ze komt voor in laaglandbeken, vennen, kanalen en
tot
poelen.
matig voedselrijk (fosfaatarm), zwak Het is een
vrij zeldzame soort met
zuur
een
uitgebreide verspreiding in de hoge delen van Nederland. Het bolwerk ligt in Noord-Brabant. Ze is de afgelopen decennia sterk achteruitgegaan en staat inmiddels op de Rode Lijst. Afhankelijk van de omgeving kent de plant meerdere groeiwijzen. In diep (meren) of stromend water (beken) worden dichte matten met rozetten gevormd, met alleen ondergedoken lijnvormige bladeren. In ondiepe delen van vennen en plassen ontwikkelen zich vanuit deze rozetten bloeiende planten met kenmerkende drijfbladeren. Op periodiek droogvallende oevers ontwikkelen zich planten met gesteelde bladeren die vaak uitbundig bloeien. Veldbezoek flora Het veldbezoek vond
plaats in de zomer, wanneer de meeste van de aanwezige planten zichtbaar zijn.
Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Ze zijn er
ook niet te verwachten door het voedselrijke karakter
perceel. en
ligt op
De akkers een
zijn ingezaaid
kalkloze
met
gooreerdgrond
kalkhoudende
een
met
passend bij een agrarisch ingericht en gebruikt
van raaigras. Het plangebied wordt intensief bemest
monocultuur
lemig fijn zand. Beschermde soorten komen vooral
vochtdoorlaatbare
Enkele waargenomen flora
voor
voedselarme, grond. langs rietgras, grote brandnetel, gewone rolklaver, gewone berenklauw, kattenstaart, jakobskruiskruid, en
op
de greppels
zijn
paardenbloemm kompassla, hoge fijnstraal, melganzenvoet en haagwinde. Deelconclusie flora Het
plangebied bestaat naast
inrichting, het beheer
Brabant Eco;
en
intensief bemeste akkers uit verharding
gebruik geen geschikt
ecologische dienstverlening
habitat
voor
en
beschermde
bebouwing
en
biedt vanwege de
plantensoorten.
16
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
6 en
omliggende agrarische percelen Grashoek,
BE-1466
4.3.2 Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd
zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het
gehele systeem waarvan
een
Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, beschermd
foerageerroutes)
populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van maar
ook
belangrijke verbindingen
zijn. Voor alle vleermuissoorten
hiertussen
geldt geen vrijstelling
of
de soort’.
(vlieg- en
vergunningverlening
indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist Vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van
aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen kilometer rond het
zijn te vinden
plangebied
binnen
straal van twee
een
in de onderstaande tabel.
Vleermuissoort
Verblijfplaatsen
Gewone
Soms
in
grootoorvleermuis bebouwing, soms bomen Vooral | Grijze grootoorvleermuis bebouwing Tabel2: Waargenomen vleermuizen binnen een straal van twee kilometer. Veldbezoek vleermuizen Het
plangebied is beoordeeld
op de
geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen
die in bomen
hun
verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. De in het
plangebied staande bomen
met
geschikte stamdiameter zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd
op holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen
mogelijk verblijfplaatsen kunnen
Hiervan
rond het plangebied
zijn geen waarnemingen gedaan. Alle bomen
in
en
blijven
hebben.
behouden
tijdens de
voorgenomen werkzaamheden.
Foto 25: Geen holtes waargenomen in eikenboom temidden van plangebied.
Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De
dakbedekking van
verblijfplaatsen
voor
beide melkveestallen
plangebied
beschikt niet over
maken. De
woningen
aan
de
dakbedekking
of andere holtes
Helenaveenseweg
vleermuisverblijfplaatsen, rekening gehouden te worden omliggende woningen.
maar
Brabant Eco;
zijn reeds verwijderd,
waardoor deze
vleermuizen kan vormen. Ook de overblijfselen
deze
en
het
met de zorgplicht met
gebruik
geschikt
van
zouden kunnen
kunnen
zijn voor
blijven betrekking tot het voorkomen van lichtverstoring van van
de ingreep
bebouwing geen geschikte
gebouw in het zuiden van het
vleermuizen
Roomweg zouden in theorie
zijn geen onderdeel
ecologische dienstverlening
waar
van
en
behouden. Wel dient
17
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
6 en
Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden
foerageergebied beschikbaar
voor
vleermuizen
als foerageergebied.
aangezien
in de directe
BE-1466
Het is echter geen essentieel
omgeving voldoende alternatieve akkerlanden
blijven.
Vleermuizen oriënteren zich op
houtwallen, om Er zijn
omliggende agrarische percelen Grashoek,
lijnvormige elementen
zich te verplaatsen
van
verblijfplaats
in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of
foerageergebieden.
naar
duidelijke lijnvormige elementen direct naast het plangebied aanwezig in de vorm van
laanbeplanting en onderdeel
van
houtwal, die duiden op de aanwezigheid van
een
de ingreep en zullen
een
vliegroute, doch deze zijn geen
gehandhaafd blijven.
Vleermuizen worden snel verstoord door
verlichting. Soms
kunnen vleermuizen door
verlichting een
verblijfplaats, vliegroute of foerageergebied niet meer gebruiken. De mate waarin verstoord is afhankelijk van de hoeveelheid licht, de lichtkleur en de gevoeligheid
het licht vleermuizen
Omdat
kan licht verstorend
van
naburige woningen, akkers en vliegroutes potentie biedt voor vleermuizen
de soort
voor
licht.
werken. Deelconclusie vleermuizen Indien
lichtverstoring van omliggende woningen,
effecten
van
vliegroutes wordt voorkomen kunnen negatieve werkzaamheden op vleermuizen worden uitgesloten. In de omgeving van het
de voorgenomen
akkers
en
plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. omgevingsvergunning nodig voor deze soortgroep.
groenelementen voor
Er is dus geen
lichtverstoring op de omliggende woiningen
niet voorkomen kan worden is aanvullend onderzoek
vleermuizen
4.3.3
Indien
naar
en
de functie van deze elementen
noodzakelijk.
Marterachtigen
Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk
is. De
marterachtigen die volgens de NDFF
straal van twee kilometer rond het plangebied
Martersoort
Das
de laatste
vijf jaar zijn waargenomen
binnen
een
zijn te vinden in de onderstaande tabel. Bescherming
3:
Tabel Waargenomen
Beschermd marterachtigen binnen een straal van twee kilometer.
Das De das leeft in allerlei soorten
biotopen,
verspreide bosjes, heggen
houtwallen.
geschikte leefgebieden.
en
met een voorkeur voor Maar ook open
kleinschalig akker- en weidelandschap
terreinen, zoals vochtige heiden en
Het leefgebied van de das moet voldoen
aan
voldoende
met
rivierdalen
zijn
dekking, weinig verstoring,
groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Dassen foerageren in kort gras, omdat hier het een
voedsel het
gemakkelijkst te vinden is.
Veldbezoek marterachtigen Binnen het plangebied is weinig dekkende
vegetatie aanwezig voor dassen
en
veel menselijke
Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen waargenomen zoals wissels, uitwerpselen of een op de aanwezigheid van dassen of andere marterachtigen. De
ruigte langs de greppels en ook de houtwal zouden dekking kunnen
marterachtigen
zoals de
waardoor geen
sprake is van essentieel leefgebied voor marters binnen
bovendien behouden.
bunzing
of wezel. In de directe
In de te slopen
bieden
voor
verstoring.
burcht die duiden
foeragerende
omgeving blijft genoeg ruigtevegetatie beschikbaar het plangebied. De houtwal
blijft
bebouwing zijn geen potentiële verblijfplaatsen aanwezig voor
marters.
Brabant Eco;
ecologische dienstverlening
18
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
Deelconclusie Het ontbreekt binnen
marterachtigen.
omliggende agrarische percelen Grashoek,
6 en
BE-1466
marterachtigen
het plangebied
In de te
volledig aan sporen die duiden op de aanwezigheid van
slopen bebouwing zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor marterachtigen
In de directe omgeving
aanwezig. blijft voldoende foerageergebied met ruigtevegetatie aanwezig, waardoor negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op marterachtigen uitgesloten kunnen worden. Nader onderzoek
de orde
aan
en
kan worden volstaan met de
er
zorgplicht.
Overige grondgebonden zoogdieren
4.3.4 De
is niet
overige grondgebonden zoogdieren omvatten
alle verder in het wild levende
zoogdieren,
waaronder
knaagdieren, evenhoevigen en insecteneters. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen in de provincie Limburg tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze vooral
categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen omgevingsvergunning hoeft te worden gevraagd en
dat rust- of verblijfplaatsen
bestaat. Het is echter wel
redelijkerwijs mogelijke
verwijderd mogen worden, wanneer
geen andere
bevredigende oplossing
noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen
dient gedaan te worden
het doden
om
individuen te voorkomen.
van
en
al het
In de
onderstaande tabel zijn de overige
grondgebonden zoogdieren te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf
jaar zijn waargenomen
straal
binnen
een
van
twee kilometer rond het
Overige zoogdiersoort
Bescherming
Bever Eekhoorn Waterspitsmuis
Beschermd Beschermd
plangebied.
(mei-juni en december-februari)
Beschermd
Tabel 4: Waargenomen beschermde
grondgebonden zoogdieren binnen een straal van
twee
kilometer.
Bever In 1988 is
begonnen
men
langzamerhand tussen land
plek
rustige rivieren en
meren
oevers
van
bevers in Nederland
en
het
lijkt erop dat de
in onze fauna heeft heroverd. Bevers komen
water zoals moerassen,
en
bossen op de
met het uitzetten
een vaste
omzoomd
langs beken, rivieren en
meren.
door broekbossen met bomen
voor
De bever heeft een
als wilg
en
es.
bever
in het overgangsgebied De
voorkeur voor
aanwezigheid
van
is een vereiste.
Eekhoorn Eekhoorns
zijn te vinden in verschillende bosomgevingen, waaronder loof-, naald- en gemengd bos. Ze voor in tuinen, parken en houtwallen. Als er voldoende voedsel beschikbaar is, kunnen ze ook in bebouwde gebieden worden aangetroffen. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden, zoals eikels, noten en zaden uit kegels van naaldbomen. Ook eten ze als aanvulling daarop (afhankelijk van het jaargetijde) knoppen, bladeren, bessen, paddenstoelen, rupsen, vogeleieren en jonge vogels. Specifieke voedselbomen kunnen zijn: eiken-, beuken-, walnoot-, hazelnoten- en pijnbomen. Eekhoorns bouwen nesten in bomen. Naast één hoofdnest zijn ook vaak vijf tot zes bijnesten aanwezig. komen ook
Waterspitsmuis De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snelstromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hij komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt hij veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren daar voor
bodembedekkende
waar
vinden. Bovendien
terugtrekken
om
moet
en
eekhoorns.
vegetatie aanwezig
binnen
een
komt alleen
straal van 500 meter water is te
schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich
kan
overige grondgebonden zoogdieren
zijn enkele bomen aanwezig die kunnen fungeren als voedselbomen voor
De vrijstaande eikenboom
midden in het
zijn hier niet in waargenomen. Bovendien
Brabant Eco;
en waar
op te eten.
rondom het plangebied
dennenappels
kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis
in de oevers voldoende
zijn prooien
Veldbezoek
Binnen
er
en
zijn
er geen
plangebied is geïnspecteerd sporen in de vorm
van
op
eekhoornnesten,
deze
bijvoorbeeld afgeknaagde
waargenomen.
ecologische dienstverlening
19
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
Vanwege van
het zomerse
bladderrijk van
6 en
omliggende agrarische percelen Grashoek,
de bomen
in de houtwal
eekhoorn
vrijgesteld
Omgevingswet
in
Limburg
in de
periode
maart
—
kan daarom worden voorkomen door
april
en
de
en
eekhoornnesten daar niet uitgesloten worden. Echter, deze
BE-1466
laanbeplanting kan de aanwezigheid
blijven volledig behouden.
juli
—
november.
Een
Bovendien is de
overtreding van de
bepaalde werkzaamheden binnen deze
periode
uit te
voeren.
Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied ontbreekt het volledig waardoor het geen essentieel onderdeel vormt van het leefgebied van de bever
aan en
oppervlaktewater, de
waterspitsmuis.
Tijdens het veldbezoek is gebleken dat het aannemelijk is dat er vrijgestelde soorten in het plangebied kunnen worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen.
Er
en
s
7
ER
Foto 26: Holletje in de grond
vermoedelijk van muizensoort.
Deelconclusie overige Het is uit te sluiten dat het
zoogdieren. Alle bomen
Ne
IN
Foto 27:
Uitwerpselen op akker vermoedelijk van konijn of haas.
grondgebonden zoogdieren
plangebied
essentieel onderdeel is van de habitat van
in en rond het plangebied
overige grondgebonden
blijven behouden.
Vogels
4.3.5
In de Omgevingswet worden alle broedende
vogels strikt beschermd
op
grond van de Vogelrichtlijn
waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de
bescherming van deze wet. De hanteert voor het Omgevingswet geen standaardperiode broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen door Van
een
vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen
van
bepaalde aantal
werkzaamheden buiten het broedseizoen
vogelsoorten
uit te
voeren.
worden de nesten ook buiten het broedseizoen
beschermd. De
zogenaamde
“Jaarrond beschermde nesten’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een vergunningsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van
vogels in Limburg kan worden opgedeeld
in 4 categorieën.
Categorie 1-3 De eerste 3 categorieën betreffen
vogels die hun nesten jaarrond gebruiken, zeer plaatstrouw broeden of afhankelijk zijn van bebouwing. Voor deze vogelsoorten gelden de verbodsbepalingen van de Omgevingswet De vogelsoorten
het
gehele jaar.
uit deze
jaar zijn waargenomen
categorieën
met jaarrond beschermde nesten die volgens de NDFF de laatste vijf
in een straal van twee kilometer rond het
plangebied zijn te vinden in de
onderstaande tabel.
Vogelsoort
Gierzwaluw | Grote gele kwikstaart
Brabant
Beschermingscategorie*
Nestplaats
3
In bomen
2
In boomholtes,
2
In gebouwen en nestkasten
2
Op de grond, in gebouwen
Eco; ecologische dienstverlening
nestkasten
en
gebouwen
en
nestkasten
20
Ecologische quickscan Helenaveenseweg
6 en
omliggende agrarische percelen Grashoek,
BE-1466
Havik
3
In bomen
Huismus
2
In gebouwen en nestkasten
Huiszwaluw Kerkuil
2
Tegen gebouwen
1
In gebouwen en nestkasten
Oehoe
1 2
In bomen en op de grond In bomen, op gebouwen en
1
In gebouwen, boomholtes en nestkasten
3
In gebouwen, bomen
3
In bomen
Ooievaar Steenuil Torenvalk Wespendief
en
nestpalen
nestkasten
Tabel 5: Waargenomen vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten binnen een straal van twee kilometer. “Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten.
“Categorie 2: Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk van bebouwing. “Categorie 3: Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar een specifiek nest.
Categorie 4 Categorie 4-soorten zijn vogels die jaarlijks terugkeren om
elders
nieuw nest te bouwen. Ze
een
niet in het geding mag De vogelsoorten
laatste vijf
zijn dusdanig
specifiek nest,
naar een
maar
voldoende flexibel
kwetsbaar dat de functionaliteit van het
zijn
leefgebied
komen.
waarvan
voldoende functioneel
leefgebied aanwezig
moet
blijven
die volgens de NDFF de
jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de
onderstaande tabel.
Vogelsoort
Nestplaats
Blauwe
In bomen
reiger
Buizerd Grutto IJsvogel
In bomen
Op de grond In steile wanden
Kramsvogel Oeverzwaluw Sperwer Wulp
In bomen
Zwarte
In boomholtes
In steile wanden In bomen
Op de grond
specht
Tabel 6: Waargenomen vogelsoorten waarvan voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet blijven binnen een straal van twee kilometer.
Gierzwaluw De
gierzwaluw
is voor
zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen
ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Deze koloniebroeders liefst elk jaar hetzelfde nest.
Uilen Steenuil
en
huizen,
loodsen
kerkuil schuwen de menselijke en
schuren,
maar
waarbij
omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van de
aanwezigheid
van
geschikt foerageergebied
omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond maken ze gebruik van nestkasten die speciaal voor hen zijn opgehangen. De ransuil is
een
landschappen bomen,
uilensoort die in verschillende habitats voorkomt, waaronder
met
verspreide
bomen
meestal in verlaten nesten
en
van
gebruiken het
agrarisch gebied
andere
vogels
met houtwallen en
in de directe
beschermd. Soms
bosgebieden, parken, open
bosjes. Ze nestelen zich vaak in
zoals kraaien of eksters. Ze geven ook de voorkeur
aan
bomen met dichte takken of holen in oude bomen. De oehoe is
een
grote uilensoort die een
breed scala
aan
habitats
berggebieden tot bosrijke gebieden en zelfs open landschappen. bestaande nesten nesten bouwen
Brabant Eco;
van
andere
grote vogels,
zoals arenden
bewoont,
variërend
van
rotsachtige
Oehoes maken vaak gebruik
of roofvogels,
maar
ze
van
kunnen ook hun
eigen
op rotsrichels, in bomen of zelfs op de grond.
ecologische dienstverlening
21
Ecologische quickscan Helenaveenseweg 6 en omliggende agrarische percelen Grashoek BE-1466 ,
Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van de huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de huismus: nestlocatie habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Gewoonlijk binnen een straal van enkele honderden meters van de nestlocatie. Deze uitgesproken standvogels nestelen bij voorkeur onder dakpannen in gaten en kieren van gebouwen en mussenkasten. ,
,
Ooievaar Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien inclusief insecten vissen amfibieën reptielen kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken dat soms jaren wordt gebruikt. ,
,
,
,
,
,
,
,
Grote gele kwikstaart In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust. ,
Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat afhankelijk van de soort uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. ,
,
Boerenzwaluw/Huiszwaluw De boerenzwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en de nestplaatsen ervan zijn jaarrond beschermd. Broedvogels keren jaarlijks terug naar dezelfde kolonie al zijn vooral de vrouwtjes minder plaats trouw. Jonge vogels zoeken een geschikte nestplek in de omgeving van hun ouderlijk nest. Boerenzwaluwen zijn in Nederland van maart tot in oktober incidentele waarnemingen daargelaten. De meerderheid der broedvogels arriveert in april of begin mei soms echter later vanwege ongunstige trekomstandigheden. De Boerenzwaluw nestelt in het hele land in boerenland met een voorkeur voor gemengde bedrijven. Het gros van de paren huist in koeien- varkens- of paardenstallen. De huiszwaluw is een kleine zangvogel die bekend staat om zijn gevorkte staart en zijn voorkeur om te nestelen onder de overhangende daken van gebouwen. Ze worden vaak aangetroffen in open landschappen zoals agrarische gebieden en weilanden in de buurt van waterlichamen zoals meren en rivieren. Huiszwaluwen zijn sterk geassocieerd met menselijke nederzettingen en nestelen graag onder dak overstekken van gebouwen. Hun nestplaatsen moeten beschut zijn tegen regen en roofdieren en zich boven open ruimtes bevinden waar ze gemakkelijk kunnen jagen op insecten hun belangrijkste voedselbron.
Het behoud van geschikte nestlocaties en het minimaliseren van verstoringen zijn cruciaal voor het behoud van huiszwaluwpopulaties. ,
,
,
,
,
,
,
,
Overige Vogelrichtlijnsoorten Overige Vogelrichtlijnsoorten zijn vogels wiens nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn. De Omgevingswet hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. ,
,
Veldbezoek vogels Op de onderzoekslocatie zijn geen geschikte holtes voor gierzwaluwen aanwezig en er zijn geen
hoogvliegende gierzwaluwen waargenomen tijdens het veldbezoek. Tijdens het veldbezoek is er uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen krijtsporen tegen muren of rui veren. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. ,
Brabant Eco ; ecologische dienstverlening
22
Ecologische quickscan Helenaveenseweg 6 en omliggende agrarische percelen Grashoek BE-1466 ,
Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien. Het pannendak van het woonhuis zou eventueel geschikt kunnen zijn voor nestelende huismussen. Hiervan zijn echter geen aanwijzingen gezien. De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de bebouwing binnen het plangebied. De woonhuizen met tuinen en hagen zullen immers geschikt blijven voor de huismussen. Mogelijk verdwijnt wel de moestuin van Helenaveenseweg 4. Echter blijft er voldoende geschikt foerageergebied beschikbaar in de directe omgeving. Wegens het gebrek aan oppervlaktewater in de directe omgeving van het plangebied vormt het geen geschikt habitat voor grote gele kwikstaart. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten van roofvogels waargenomen in de bomen in en rond het plangebied maar de aanwezigheid van dezen kan niet met zekerheid uitgesloten worden in verband met het zomerrijke bladerdek. Alle bomen in en rond het plangebied blijven echter behouden waardoor eventuele nestmogelijkheden blijven bestaan. Verstoring van vogelnesten wordt voorkomen door werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien werken buiten het broedseizoen niet mogelijk is dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een deskundig ecoloog.
,
,
Ook zijn er geen nesten waargenomen van ooievaar boerenzwaluw en huiszwaluw. In theorie is het mogelijk dat het plangebied gebruikt wordt als foerageergebied door deze soorten. Het gaat hier echter niet om essentieel foerageergebied aangezien er voldoende geschikte alternatieven aanwezig blijven in de directe omgeving. ,
In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige Vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene Vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten zoals o. a. houtduif en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in
struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. Deelconclusie vogels Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten waargenomen van beschermde vogelsoorten. Ook zijn er geen individuen of sporen waargenomen die wijzen op de aanwezigheid van beschermde vogelsoorten. Indien de moestuin wordt verwijderd blijft er voldoende geschikt alternatief foerageergebied beschikbaar in de directe omgeving. Eventuele nestgelegenheden in de bomen rondom het plangebied blijven bestaan. Verstoring van eventueel aanwezige nesten wordt voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. Indien dit niet mogelijk is dient een broedvogelinspectie te worden uitgevoerd door een deskundig ecoloog. Negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op beschermde vogelsoorten kunnen dan worden uitgesloten. Er worden geen verbodsbepalingen uit de Omgevingswet overtreden. Een vergunningsaanvraag is niet noodzakelijk. 4. 3. 6 Amfibieën , vissen en reptielen Amfibieën en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken.
Hierbij gaat het bij amfibieën om een waterstructuur van maximaal 15 meter diep. Nederlandse reptielen komen met name voor op hogere zandgronden met name bij stuwwallen kust- en rivierduingordels. Volgens de NDFF zijn de laatste vijf jaar geen soorten waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied. ,
,
Brabant Eco ; ecologische dienstverlening
,
23
Ecologische quickscan Helenaveenseweg 6 en omliggende agrarische percelen Grashoek BE-1466 ,
5. 3 Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen zodat de wet niet wordt overtreden. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: o Indien er verstoring plaatsvindt dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). o Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo zodat dieren kunnen vluchten. Gelet op de zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. ,
,
,
,
,
,
,
Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de ,
biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken (www. checklistgroenbouwen. nl). Daarnaast zijn er op de website www. bouwnatuurinclusief. nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. ,
Voor de ontwikkeling van het plangebied Helenaveenseweg 6 raden wij de volgende natuurinclusieve
maatregelen aan: o Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied wordt bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen bijen of vogels sterk van hun blad nectar en stuifmeel afhankelijk zijn zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom) Gelderse roos wilde kardinaalsmuts lijsterbes hondsroos sleedoorn of hazelaar. Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels maar ook kleine knaagdieren insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindes trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan en dus ook eerdergenoemde insecteneters. o Veel vleermuissoorten zijn afhankelijk van bebouwing als nestgelegenheid maar onze huizen en verdere bebouwing worden steeds dichter. Vleermuizen kunnen zelf geen nest bouwen maar maken gebruik van al bestaande holtes zoals spleten en spouwen. Ze verblijven op verschillende plekken afhankelijk van de periode van het jaar en de functie (zoals winter- of kraamverblijfplaats).
Door het plaatsen van inmetselstenen worden vleermuizen enorm geholpen bij het bieden van een verblijfplaats. Naast het plaatsen van vleermuisvoorzieningen kunt u ook ruimtes in het gebouw vrijlaten voor vleermuizen. Denk hierbij aan open stootvoegen om de spouw toegankelijk te maken ruimte achter de gevelbetimmering te laten of ruimte maken in (dubbele) daklijsten. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Brabant Eco ; ecologische dienstverlening
,
27