CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-078 09 Bijlage 6 - Archeologisch onderzoek

Raad 30 juni 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO omgevingsplan 'Gebiedsontwikkeling Grashoek' (2026-078)11.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

KSP Archeologie

30

verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het LaatPaleolithicum tot en met Neolithicum blijft daarom gehandhaafd. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken. Hoewel de C-horizont grotendeels intact is aangetroffen, zal het gebied door de lage, vlakke ligging en daardoor oorspronkelijk natte landschappelijke condities niet geschikt zijn geweest voor bewoning. Daarom blijft de lage archeologische verwachting uit het bureauonderzoek om archeologische resten uit de perioden Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) aan te treffen voor het plangebied gehandhaafd. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen.

KSP Archeologie

31

4

Conclusie en advies

4.1

Conclusie

Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart is aan het plangebied en het daarbinnen gelegen onderzoeksgebied een middelhoge archeologische verwachting toegekend (Figuur 4). Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek is deze verwachting nader gespecificeerd per periode/bijgesteld. Op basis van de landschappelijke ligging binnen een dekzandvlakte en de archeologische onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Voor de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd is op basis van de historische ontwikkeling een lage verwachting aan het plangebied toegekend. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat het plangebied onderdeel uitmaakte van een dekzandvlakte bestaande uit lemig dekzand. De oorspronkelijke bodem is een gooreerdgrond die duidt op een natte landschappelijk situatie.

Door oxidatie, ontstaan na de ontginning, is deels een lichte mate van podzolisatie opgetreden. Het terrein met de stallen is ca. 50-70 cm opgehoogd. Oorspronkelijk zal het gebied vrij vlak en laag gelegen zijn geweest, waardoor de bodem relatief nat was en geen gunstige bewoningslocatie was. Op basis hiervan blijft zowel de lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als de lage verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) gehandhaafd. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. Een waardestelling conform protocol 4003, VS06 is niet van toepassing, omdat het onderzoek geen waarderend karakter heeft. 4.2

Beantwoording van de onderzoeksvragen 

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? De onverstoorde natuurlijke ondergrond bestaat in de boringen uit matig siltig zeer fijn zand, dat goed is gesorteerd en afgerond en een lemig karakter heeft. Dit zand is geïnterpreteerd als dekzand. In het zuidoostelijke deel van het onderzoeksgebied (boring 1, 2 en 3) is het zand afgedekt door een 50-65 cm dikke bouwvoor, die wat de onderste 15-20 cm betreft is verploegd met de natuurlijke zandondergrond. In het noordwestelijke deel van het onderzoeksgebied (boring 4-8) is het beeld gevarieerder. In boring 4, op het grasveld ten zuiden van de woning is het zand afgedekt door een 80 cm dikke bouwvoor, die wat de onderste 25 cm betreft is verploegd met de natuurlijke zandondergrond. In boring 5, grasveld ten noorden van de woning, is het zand afgedekt door een 50 cm dikke bouwvoor, die aan de onderzijde scherp is begrensd met de natuurlijke zandondergrond. In boring 6, ten noorden van het stallenterrein, is het zand afgedekt door een 60 cm dikke bouwvoor, die wat de onderste 25 cm betreft is verploegd met de natuurlijke zandondergrond. In de boringen 7 en 8, gelegen binnen het stallenterrein, is het zand afgedekt door een respectievelijk een 30 en 25 cm dikke bouwvoor, die wat de onderste 10 cm betreft zijn verploegd met de natuurlijke zandondergrond.

De bouwvoor is in beide boringen afgedekt door een respectievelijk 70 en 55 cm dik ophogingspakket. Op grond van het bureauonderzoek werden er in het plangebied gooreerdgronden verwacht. Over het algemeen bestaat de bodem in de boringen uit een Ap-horizont (bouwvoor) die in de

KSP Archeologie

32

meeste boringen is verploegd met de natuurlijke zandondergrond (Bs- dan wel C-horizont) (uitzondering hierop is mogelijk boring 5, waar de humeuze bovengrond mogelijk in één keer is opgebracht voor de aanleg van het grasveld). Doordat de bovengrond in de boringen 6-8 is geoxideerd ( te zien aan de neerslag van ijzer, Fe3) is er een zwakke vorm van podzolisatie ontstaan die herkenbaar is aan bruingeel gekleurde Bs-horizont onder de bouwvoor. 

Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek en wordt deze door het veldonderzoek bevestigd? Op basis van het bureauonderzoek was aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Voor de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd is op basis van de historische ontwikkeling een lage verwachting aan het plangebied toegekend. Het booronderzoek heeft uitgewezen dat het onderzoeksgebied onderdeel uitmaakt van een dekzandvlakte bestaande uit lemig dekzand. De oorspronkelijke bodem is een gooreerdgrond die duidt op een natte landschappelijk situatie. Door oxidatie, ontstaan na de ontginning, is deels een lichte mate van podzolisatie opgetreden. Het terrein met de stallen is ca. 50-70 cm opgehoogd. Oorspronkelijk zal het gebied vrij vlak en laag gelegen zijn geweest, waardoor de bodem relatief nat was en geen gunstige bewoningslocatie was. Op grond hiervan blijft zowel de lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als de lage verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) gehandhaafd.

De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen.

Is een (deels) intact potentieel archeologisch niveau aanwezig en zo ja, op welke diepte en wordt deze bedreigd door de voorgenomen bodemingrepen? Het onverstoorde potentiële archeologische zandniveau kan worden aangetroffen vanaf 50 cm -mv in boring 1 tot en met 110 cm -mv in boring 7, wat overeenkomt met 33,45 m +NAP in boring 7 tot 34,05 m +NAP in boring 1. Door de geplande woningbouw zal dit niveau worden bedreigd, echter is de kans klein dat hier archeologische vindplaatsen te verwachten zijn vanwege de van oorsprong vrij vlakke ligging (ontbreken gradiëntzone) en natte landschappelijke situatie die ongunstig is voor bewoning.

4.3

Selectieadvies

Op grond van de ligging binnen een dekzandvlakte, waar zich na de veenontginning gooreerdgronden hebben gevormd, die duiden op een natte landschappelijke situatie en daarmee lage archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit selectieadvies betekent nog niet dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het rapport is beoordeeld door het bevoegd gezag en het advies om geen vervolgonderzoek uit te voeren is overgenomen. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de

KSP Archeologie

33

onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologische informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.

KSP Archeologie

34

Literatuur Boeken, rapporten en artikelen Bakker, H. de & Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. & Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Berendsen, H.J.A. (2005). Landschappelijk Nederland. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Broeke, E.M. ten (2012). Verstoringsdiepte onderzoek gemeente Peel en Maas. Econsultancy, rapport 12021140, Doetinchem. Centraal College van Deskundigen Archeologie (2022). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.2. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Haartsen, A. (2009). Ontgonnen Verleden. Regiobeschrijvingen provincie Limburg. Bureau Lantschap. Hensen, G. (2005). Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen Roomweg 85 te Grashoek (Gem. Helden). Synthegra, rapport 2005-163, Weert. Keunen, L.J., Boshoven, E.H., Veen, S. van der (2011). Archeologisch erfgoed van Peelhorst en Maasdal

Een archeologische waarden- en verwachtingskaart en beleidsadvieskaart voor de gemeenten Sint Anthonis, Mill en St. Hubert, Grave en Landerd. RAAP, rapport 2214, Weesp. Kragten, opsteller: KP, (2025). TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22AL, Gebiedsontwikkeling Grashoek, Ruimtelijke Motivering, ontwerp 10 december 2025 Missing Link (2015). Archeologische beleidskaart gemeente Peel en Maas. Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 NL, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.

Nederlands

Reynaert, J.A.M. (2023). Rapport archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Helenaveenseweg 14, te Grashoek in de gemeente Peel en Maas. Econsultancy, rapport 21821.001. Stiekema, M. (2012). Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Dorpshart Grashoek te Grashoek in de gemeente Peel en Maas. Econsultancy, rapport 11010091, Swalmen. Sueur, C., Dijk, K.M. van (2012). Gemeente Peel en Maas. Archeologische overzichts- en verwachtingskaart, voormalige gemeenten Helden, Kessel, Maasbree en Meijel. ACVU-HBS/Buro de Brug BV/The Missing Link Stouthamer, E., Cohen, K.M. & Hoek, W.Z. (2015). De vorming van het land: geologie en geomorfologie. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Verhagen, P. (2008) Gemeente Helden; Archeologische waarden- en verwachtingskaart (ZAN 147).

KSP Archeologie

35

Kaartmateriaal Actueel Hoogtebestand van Nederland versie 5, grid 0,5 x 0,5 m (2023-2025), https://www.ahn.nl/dataroom Archeologische Monumenten Kaart (2014) Geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl

via

Archeologische onderzoeks- en vondstmeldingen (actueel). Geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl Basisregistratie Grootschalige Topografie via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Basisregistratie Topografie Achtergrondkaarten (BRT-A) via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Bodemkwaliteit: https://www.bodemloket.nl/ Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 (2023) Wageningen Environmental Research. Gedownload via https://www.broloket.nl/ondergrondmodellen/kaart op 08-01-2024 Legenda zie https://legenda-bodemkaart.bodemdata.nl/begrippen Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland schaal 1:25.000: www.topotijdreis.nl (Kadaster). Brouwer, F. & M.M. van der Werff, (2012). Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2336. Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond: https://www.dinoloket.nl Digitaal Archief (DANS) Rapporten https://archaeology.datastations.nl/

en

onderzoeksgegevens

van

archeologisch

onderzoek:

Digitale Kadastrale kaart van Nederland v5 via WMS server: https://service.pdok.nl/kadaster/kadastralekaart/wfs/v5_0?SERVICE=WFS&request=getcapabilities Geomorfologische kaart van Nederland (2023). Wageningen Environmental Research. Gedownload via https://www.broloket.nl/ondergrondmodellen/kaart op 08-01-2024 Legenda: Maas, G. J., S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema. (2017). "Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017)." http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Grondwatertrappenkaart van de bodemkaart 1:50.000 versie tot 2006: http://geoplaza.vu.nl/ data/dataset/bodemkaart-van-nederland/resource/2398cef7-957e-4ba5-b218-08ac275d72fb. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed: www.ikme.nl KLIC-meldingen via www.kadaster.nl Landesvermessungsamt Nordrhein-Westfalen (1969). Kartenaufnahme der Rheinlande durch Tranchot und v. Müffling 1803-1820. 39 Swalmen. Nordrhein-Westfalen.

KSP Archeologie

36

Luchtfoto Beeldmateriaal / PDOK 25 cm RGB (tot 2020) en 8 cm RGB (vanaf 2021) via WMS server: https://service.pdok.nl/hwh/luchtfotorgb/wms/v1_0 Kaart van verdedigingswerken / Militaire Viewer.aspx?map=militaire%5Flandschapskaart

landschapskaart

https://rce.webgispublisher.nl/

Kadastrale kaarten 1811-1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl Omgevingsplan: https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart Rijksmonumenten: Geraadpleegd via WFS server: https://data.geo.cultureelerfgoed.nl/ openbaar/wfs TNO Geologische Dienst (2021): Geologische https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen.

Kaart

van

Nederland

2021

Topografische kaart van Nederland schaal 1:25.000 (rasterbestand) via WMS https://service.pdok.nl/brt/topraster/wms/v1_0?request=GetCapabilities&service=wms

server:

Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top10nlv2/wms?request=GetCapabilities&service=wms Wageningen Environmental Research (2023). Grondwaterspiegeldiepte Model voor Nederland (50x50 meter grid) https://service.pdok.nl/bzk/bro-grondwaterspiegeldiepte/wms/v2_0

Websites Geologische eenheden (formaties): https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator

KSP Archeologie

37

Bijlage 1

KSP Archeologie

Geomorfologische kaart

Bijlage 2

KSP Archeologie

Bodemkaart

Bijlage 3

KSP Archeologie

Archeologische gegevens

Bijlage 4

KSP Archeologie

Boorpuntenkaart

KSP Archeologie

Bijlage 5 Boorbeschrijvingen Projectnummer

: 26008

Project

: Helenaveenseweg Grashoek

Datum

: 12-03-2026

Beschrijver

:

Type grond

: Zand

Boortype

: Edelman 7 cm

Bijzonderheden

: Geen Opmerkingen

Boring

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

Bijzondere bestanddelen

Horizont

1

35

Z2s1

h2

dbrgr

gele zandvlekken

Ap

weiland

50

Z2s1

gegr

humusbijmenging

Ap/C

80

Z2s2

lgr

Fe2

C

iets lemig

Bijzondere bestanddelen

Horizont

Opmerkingen

Boring

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

2

45

Z2s1

h3

zwgr

Ap

weiland

65

Z2s2

h1

zwgr/gegr

Ap/C

70

Z2s2

90

lgegr

Z2s2

lgr

Fe2, enkele grovere zandkorrels Bijzondere bestanddelen

Boring

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

3

40

Z2s1

h3

zwgr

weiland

65

Z2s2

h1

zwgr/lgegr

90

Z2s2

Diepte in cm

Textuur

Boring

Humus

C

iets lemig

C

iets lemig

Horizont

Opmerkingen

Fe2

C

iets lemig

Kleur

Bijzondere bestanddelen

Horizont

Opmerkingen waarschijnlijk deels opgehoogd

Ap

20

Z2s1

h3

zwgr

55

Z2s1

h3

zwgr

gele zandvlekken

70

Z2s2

h1

zwgr/dbrgr/gegr

Fe3

Ap/C

80

Z2s2

gegr

humusbijmenging

Ap/C

iets lemig

100

Z2s2

lgegr

Fe3

C

iets lemig

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

Bijzondere bestanddelen

Horizont

h3

Ap

Opmerkingen scherpe grens met eronder

C

iets lemig

Horizont

Opmerkingen

5

50

Z2s1

80

Z2s2

Ap

zwgr lgr

Fe2 Bijzondere bestanddelen

Boring

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

6

45

Z2s1

h3

zwgr

grasveld

60

Z2s2

h1

zwgr/brge

Fe3

Ap/Bs

beginnende podzolisatie

80

Z2s2

lgegr

Fe3

C

iets lemig

Bijzondere bestanddelen

Vondsten

Vondsten

Vondsten

Ap

Boring

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

7

30

Z2s1

h3

zwgr

braakliggend

70

Z2s1

h2

zwgr/brgr

90

Z2s2

h3

zwgr

100

Z2s2

zwgr/brge

110

Z2s2

brge/lgr

130

Z2s2

lgr Humus

Vondsten

Ap/C

lgr

grasveld

grasveld

Vondsten

Ap

4

Boring

Vondsten

Boring

Diepte in cm

Textuur

8

15

X

Kleur

bestrating

20

Z2s1

55

Z2s1

h2

zwgr

70

Z2s2

h3

zwgr

80

Z2s2

h1

zwgr/brge

Horizont

Opmerkingen

Ap

opgebracht

X

opgebracht

Apb

stukje plastic

Fe3

Apb/Bsb

iets lemig, verploegd, beginnende podzolisatie

Fe3

Bsb/C

mengsel verploegd

C

iets lemig

bs1, pu1

Bijzondere bestanddelen

Horizont

Opmerkingen

X

H-klinker

X

bestratings zand

X

opgebracht

Apb

iets lemig

Fe3

Apb/Bsb

verploegd, lemig, beginnende podzolisatie

wigr beton, bs2, pu2

90

Z2s2

brge/lgegr

Fe3

Bsb/C

iets lemig

110

Z2s2

lgr

Fe3

C

iets lemig

Pagina 1 van 2

Vondsten

Vondsten

Boring

X (m RD)

Y (m RD)

Z (m+NAP) via AHN5

1

193.476

374.918

34,55

2

193.505

374.931

34,34

3

193.536

374.906

34,63

4

193.460

374.958

34,74

5

193.457

374.999

34,45

6

193.469

375.042

34,26

7

193.504

375.073

34,45

8

193.497

375.040

34,40

Pagina 2 van 2

KSP Archeologie

Bijlage 6

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Samengesteld door (2005). Onder redactie van:

KSP Archeologie

(BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland

KSP Archeologie

Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

KSP Archeologie

KSP Archeologie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=5bbfe7b1-306e-47ef-8095-f64a8f707e15