CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-076 01 Raadsvoorstel - Toezien, Toezicht en Handhaving Sociaal Domein 2026-2033

Raad 30 juni 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Toezien, Toezicht en Handhaving Sociaal Domein 2026-2033 (2026-076)2.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Raadsvergadering: 30 juni 2026 Voorstel: 2026-076 Zaaknummer: 1894/2025/3171369 Documentnummer: 1894/2026/3357018 Datum collegebesluit: 19 mei 2026 Onderwerp Toezien, Toezicht en Handhaving Sociaal Domein 2026-2033 Openbaarheid Alle stukken zijn openbaar met uitzondering van: Concept uitvoeringsplan Toezien, Toezicht en Handhaving Wmo en Jeugdwet Noord- en Midden-Limburg 2026-2028 Concept uitvoeringsplan Toezien, Toezicht en Handhaving Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Peel en Maas Voorstel 1

2

Navolgende beleidsplannen vast te stellen: a. Toezien, Toezicht & Handhaving Wmo en Jeugdwet Noord- en Midden-Limburg juni 2026 – 2033. b. Toezien, Toezicht & Handhaving P-wet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Peel en Maas juni 2026 – 2033. Kennisnemen van bijgaand advies van de Adviesraad sociaal domein d.d. 12 maart 2026.

Inleiding Wmo en Jeugdwet Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet verantwoordelijk voor het bieden van passende ondersteuning en jeugdhulp, inclusief de borging van kwaliteit, continuïteit en rechtmatige inzet van middelen. Toezicht en handhaving zijn essentieel om veilige en betrouwbare ondersteuning voor inwoners te waarborgen en om misbruik van publieke middelen tegen te gaan. Het gemeentelijk toezicht richt zich op naleving en rechtmatigheid; het landelijke kwaliteitstoezicht op jeugdhulp ligt bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De laatste jaren is er toenemende aandacht voor zorgfraude en ondermijning, onder meer door signalen van malafide zorgaanbieders. De rekenkamers en het RIEC Limburg hebben hierover aanbevelingen gedaan. Daarnaast gaat Midden‑Limburg (Q4 2026) deelnemen aan module 1 van de MGR sociaal domein Limburg‑Noord. Deze ontwikkelingen leiden tot een nieuwe regionale uitvoeringsstructuur waarin toezichthouders gezamenlijk opereren Dit alles vraagt om versterking en actualisering van het bestaande het collegebeleid Handhaving Sociaal Domein, zoals vastgesteld op 18 februari 2019, noodzakelijk.

Ter illustratie van de omvang is onderstaand een overzicht opgenomen van het aantal aanbieders met een overeenkomst binnen de Wmo en de Jeugdwet, uitgesplitst naar de regio’s Noord‑ en Midden‑Limburg. De genoemde aantallen vormen een momentopname van het eerste kwartaal van 2026 en kunnen in de tijd veranderen. Regio Noord-Limburg

Gecontracteerde aanbieders Wmo 70

Gecontracteerde aanbieders Jeugdwet 94

Midden-Limburg

77

104

Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz Binnen de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz zijn gemeenten verantwoordelijk voor rechtmatige en doelmatige uitvoering. In tegenstelling tot de Wmo en Jeugdwet, blijft beleid en uitvoering een lokale aangelegenheid. De aard van deze wetten, de doelgroep, risico’s en toezichttaken verschillen echter wezenlijk van die binnen de Wmo en Jeugdwet. Waar het toezicht in het zorgdomein vooral is gericht op aanbieders en kwaliteit, ligt binnen de P‑wet de nadruk op rechtmatigheid van uitkeringen en verplichtingen van uitkeringsgerechtigden. Om die reden wordt gekozen voor gescheiden beleidsplannen en bijbehorend uitvoeringsbeleid, met samenhangende uitgangspunten maar een eigen inrichting per domein. Beoogd effect Met het vaststellen van voorliggende beleidsplannen en bijbehorend uitvoerende kaders geven de veertien gemeenten in Noord- en Midden-Limburg richting aan een gezamenlijke aanpak van toezicht en handhaving binnen de Wmo en Jeugdwet. Met het vaststellen van het lokale beleidsplan voor de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz is het hele sociaal domein voorzien van passende en uitvoerbare aanpak.

Voorliggende plannen hebben tot doel: · de kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid van zorg en (financiële) ondersteuning te waarborgen; · misbruik en oneigenlijk gebruik van publieke middelen te voorkomen en tegen te gaan; · de samenwerking en informatiepositie van gemeenten in Noord- en Midden-Limburg bij toezicht en handhaving te versterken voor Wmo en Jeugdwet. Argumenten 1.1a Gedeelde visie, uitgangspunten en werkwijze binnen de regio Noord- en Midden Limburg Handhaving in de praktijk vraagt om bestuurlijke keuzes en duidelijke kaders. Het beleidsplan en uitvoeringsplan geven een gezamenlijk en eenduidig kader voor toezien, toezicht en handhaving binnen de Wmo en Jeugdwet voor de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg. Hiermee ontstaat een consistente werkwijze binnen deze regio, inclusief de MGR, en wordt richting gegeven aan de manier waarop gemeenten toezicht houden en handhaven. 1.2a

Met dit beleidsplan formuleren gemeenten een gezamenlijke visie met bijbehorende kaders op toezicht en handhaving en worden randvoorwaarden gecreëerd voor een effectievere aanpak van zorgfraude Het beleidsplan en uitvoeringsplan geven concrete invulling aan de aanbevelingen uit het eindrapport ‘Zorgfraude in beeld? Een rekenkameronderzoek naar de gemeentelijke aanpak van fraude door zorgaanbieders in Noord-Limburg’. In dit onderzoek wordt onder meer geconcludeerd dat een expliciete visie op de aanpak van zorgfraude ontbreekt en dat het fraudebewustzijn binnen gemeentelijke organisaties versterkt kan worden. Ook blijkt hieruit dat gemeenten in de praktijk terughoudend zijn met handhaving, vooral vanwege juridische complexiteit, een hoge bewijslast en de kosten en duur van procedures. De rekenkamer concludeert dat dit de effectiviteit van toezicht onder druk zet.

Gemeente Peel en Maas

1894/2026/3357018

Pagina 2 van 6

Het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Limburg (RIEC Limburg) heeft in het rapport ‘Ondermijning in de zorg: het Limburgse zorgstelsel in gevaar?’ (26 augustus 2025) ook gewezen op risico’s van ondermijning binnen de zorgsector. In het rapport worden gemeenten opgeroepen om hun toezicht- en handhavingsinstrumentarium te versterken en beter samen te werken bij het signaleren en aanpakken van misstanden. Het voorliggende beleidsplan en bijbehorende uitvoeringsplan draagt bij aan het versterken van deze aanpak binnen de regio Noord- en Midden-Limburg. 1.3 a

Efficiënte regionale samenwerking en betere informatie-uitwisseling Door toezicht en handhaving regionaal te organiseren kunnen veertien gemeenten expertise bundelen en beschikbare capaciteit efficiënter inzetten. Specialistische kennis op het gebied van toezicht en fraudeonderzoek is vaak schaars. Regionale samenwerking maakt het mogelijk deze kennis te delen en toezicht professioneler te organiseren. Daarnaast draagt het beleidsplan en uitvoeringsplan bij aan een betere samenwerking en informatie-uitwisseling tussen gemeenten, toezichthouders en andere betrokken partijen. Ook maakt het trends, risico’s en patronen beter zichtbaar, zowel binnen als buiten het sociaal domein.

1.4 b

Het beleidsplan borgt een eenduidige, zorgvuldige en rechtmatige uitvoering voor toezicht en handhaving binnen de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz Hiermee wordt duidelijk hoe de gemeente zorgdraagt voor een rechtmatige toepassing van uitkeringen, een professionele en kwalitatieve uitvoering en een doelmatige inzet van beschikbare middelen. Daarmee biedt het beleidsplan een solide basis voor het borgen van de naleving van wet- en regelgeving.

1.5 b

Het plan versterkt de menselijke maat en het vertrouwen van inwoners. Door te werken vanuit de Cirkel van Naleving — waarin dienstverlenen, communiceren, controleren en sanctioneren in samenhang worden toegepast — legt de gemeente de nadruk op het voorkomen van problemen boven het bestraffen ervan. Dit resulteert in een preventieve en mensgerichte benadering, met aandacht voor heldere communicatie, maatwerk en transparantie over wanneer en waarom handhavend wordt opgetreden. Daarmee sluit het plan aan bij bredere maatschappelijke en landelijke ontwikkelingen waarin proportionaliteit, de menselijke maat en vertrouwen centraal staan.

1.6 a+b

Ruimte voor bijsturing vanuit een lerende organisatie De beleidsplannen vormen het strategische kader voor toezien, toezicht en handhaving binnen het sociaal domein. De verdere uitwerking van dit beleid gebeurt in de uitvoeringsplannen die door het college worden vastgesteld. Vanuit het principe van een lerende organisatie is ervoor gekozen om deze uitwerkingen bij het college te beleggen. Dit maakt het mogelijk om snel in te spelen op nieuwe inzichten, signalen uit de praktijk en ontwikkelingen binnen het sociaal domein. Tegelijkertijd blijven de hoofdlijnen van het beleid en de uitgangspunten voor toezicht en handhaving transparant en zorgvuldig vastgesteld, terwijl de uitvoering flexibel kan worden aangepast. Voor Wmo en Jeugdwet geldt het jaar 2026 geldt als overgangs- en implementatiejaar voor de nieuwe regionale uitvoeringsstructuur, waarin de toezichthouders gezamenlijk opereren. Werkenderwijs wordt onderzocht op welke punten het uitvoeringsplan moet worden bijgesteld of verder verbeterd, waardoor de uitvoeringsstructuur steeds robuuster wordt. Op basis van deze overwegingen is ervoor gekozen om het beleid in 2028 te evalueren en waar nodig aan te passen.

1.7 a+b

Ruimte voor lokale uitvoering binnen de regionaal vastgestelde kaders De beleidsplannen leggen op regionaal niveau de gezamenlijke visie en uitgangspunten vast voor toezien, toezicht en handhaving. Tegelijkertijd is het essentieel dat er ruimte blijft voor lokale invulling van deze kaders. Gemeenten verschillen immers in schaalgrootte, organisatie, uitvoeringspraktijk en maatschappelijke context.

Gemeente Peel en Maas

1894/2026/3357018

Pagina 3 van 6

In Peel en Maas komt deze lokale invulling onder andere tot uiting in het belang van relatiemanagement in de netwerksamenwerking met aanbieders in het sociaal domein. Deze relatie versterkt het toezien en toezicht. Aanvullend daarop komt dit tot uiting de aanpak van Hendig, waarbij communicatie, nabijheid en dienstverlenend handelen centraal staan. Deze werkwijze sluit aan bij dezelfde regionale uitgangspunten, maar vraagt in de uitvoering om andere accenten dan bijvoorbeeld een meer controlerende benadering. Juist deze vorm van maatwerk laat zien dat uniforme beleidskaders niet automatisch leiden tot uniforme uitvoering, waarmee wel hetzelfde doel bereikt wordt. Het is daarom van belang dat gemeenten binnen de door de raad vastgestelde strategische en bestuurlijke kaders zelf kunnen bepalen hoe deze uitgangspunten het best worden toegepast in hun lokale context. Deze beleidsruimte versterkt de effectiviteit van de uitvoering, doet recht aan lokale verantwoordelijkheden en maakt het mogelijk om adequaat in te spelen op specifieke ontwikkelingen en casuïstiek. De uitvoeringskaders bieden gemeenten hiervoor de benodigde flexibiliteit, terwijl de overkoepelende koers, waarden en doelen stevig geborgd blijven via de door de raad vastgestelde beleidsplannen. 1.8 a+b

De beleidsplannen sluiten aan bij de door de raad vastgestelde kaderstellingen Bestuur, Communicatie en Dienstverlening én Sociaal Domein Binnen de kaderstelling Bestuur, Communicatie en Dienstverlening staan de dienstverleningsprincipes van de gemeente Peel en Maas, waarin gastvrije, begrijpelijke, toegankelijke en betrouwbare dienstverlening centraal staat. In de uitvoering van toezicht en handhaving wordt nadrukkelijk ingezet op heldere communicatie, uitlegbare besluiten en een zorgvuldige belangenafweging, passend bij de rol die de gemeente op dat moment vervult. Door preventie, communicatie en maatwerk voorop te stellen en handhavend optreden proportioneel en transparant toe te passen, wordt recht gedaan aan het principe dat regels worden toegepast vanuit hun bedoeling en met oog voor de mens achter de vraag. Binnen de kaderstelling Sociaal Domein wordt uitgegaan van vertrouwen, zelfsturing, de menselijke maat en een overheid die bewust kiest wanneer zij regelend, ondersteunend of handhavend optreedt. De gekozen aanpak voor toezicht en handhaving ondersteunt deze uitgangspunten door in te zetten op preventie, communicatie en proportioneel handelen, in combinatie met een effectieve inzet van toezicht- en handhavingsinstrumenten waar nodig.

Daarmee draagt het beleidsplan bij aan betrouwbare, uitlegbare en toegankelijke overheidshandelingen en ondersteunt het de gemeentelijke ambitie om rechtmatig en mensgericht te handelen, met ruimte voor maatwerk waar dat kan en duidelijkheid waar dat nodig is.

Kanttekeningen 1.1 a Verschillen in lokale uitvoering Hoewel de regionale samenwerking een belangrijke stap vooruit is, blijft de variatie in lokale uitvoering een punt van zorg dat blijvende aandacht en actieve afstemming vereist om de kwaliteit, rechtmatigheid en eenduidigheid van toezicht en handhaving te borgen. Er zijn nog verschillen tussen gemeenten in lokale verordeningen, beleidsregels en werkprocessen. Deze variatie heeft invloed op de uitvoerbaarheid van toezicht en handhaving en vraagt om continue afstemming tussen gemeenten, toezichthouders, contractmanagement en juridische ondersteuning om regionale uniformiteit en uitvoerbaarheid te borgen.

Gemeente Peel en Maas

1894/2026/3357018

Pagina 4 van 6

1.2 a

Mogelijk niet‑gelijktijdige vaststelling binnen de regio Noord- en Midden-Limburg Door de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 is onzeker of alle nieuwe raden en colleges van de veertien deelnemende gemeenten al vóór het zomerreces 2026 volledig zijn geïnstalleerd. Hierdoor kan de behandeling en vaststelling van het beleidsplan en uitvoeringsplan per gemeente verschillen in tempo, waardoor de regionale besluitvorming niet volledig gelijktijdig verloopt. Dit vraagt om flexibiliteit in planning en goede afstemming tussen de deelnemende gemeenten, zodat de implementatie ondanks verschillen in lokale tijdslijnen zorgvuldig en uniform kan plaatsvinden.

1.3 b

Het beleidsplan geeft kaders, maar de uitvoerbaarheid hangt mede af van middelen en toekomstige ontwikkelingen Vaststelling van het beleidsplan betekent niet dat alle uitvoeringsdetails of beschikbare capaciteit gegarandeerd zijn. De gemeente moet binnen de bestaande personele en financiële mogelijkheden werken. Als omstandigheden of risico’s veranderen (bijv. arbeidsmarkt, economische situatie, toename fraude-signalen), kan dit betekenen dat de uitvoering moet worden aangepast of dat aanvullende middelen nodig zijn.

Alternatieven De raad kan ervoor kiezen het bestaande lokale beleid voor toezicht en handhaving voort te zetten zonder vaststelling van regionale beleidsplannen. Dit behoudt maximale lokale autonomie, maar leidt tot minder samenhang, een zwakkere informatiepositie en beperkte slagkracht bij de aanpak van zorgfraude en ondermijning. Financiën Voor de Wmo en Jeugdwet geldt dat de MGR Noord- en Midden-Limburg de kosten verwerkt voor de uitvoering van het beleidsplan en uitvoeringsplan in haar begroting. Wanneer er ná vaststelling van de begroting nog extra kosten ontstaan, dan kunnen die als begrotingswijziging worden verwerkt. Zowel de begroting als de begrotingswijziging legt de MGR via een zienswijze voor aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Voor de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz geldt dat de kosten plaats vinden binnen de vastgestelde begroting Sociaal Domein. Juridische afwegingen Met het vaststellen van deze beleidsplannen geeft de raad invulling aan zijn kaderstellende rol op grond van de Gemeentewet en de relevante wetgeving binnen het sociaal domein. De plannen bieden een rechtmatige en zorgvuldige basis voor toezicht en handhaving, met waarborging van proportionaliteit, rechtsgelijkheid en de menselijke maat.

De nadere uitwerking in uitvoerende kaders door het college past binnen de wettelijke bevoegdheidsverdeling en laat de kaderstellende en controlerende rol van de raad intact. Communicatie In de raadsinformatiebrief van 9 december 2025 heeft het college de raad tussentijds geïnformeerd over de noodzaak van herziening van de huidige beleidsplannen en de planning. Beide beleidsplannen worden gepubliceerd via Overheid.nl. Het beleidsplan voor Wmo en Jeugdwet wordt ook gepubliceerd op de website van de MGR. Intern wordt het plan toegelicht aan medewerkers in het sociaal domein, met aandacht voor hun rol in signalering en samenwerking. Burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas,

de gemeentesecretaris/directeur, K.H. Werps-Aerts

Gemeente Peel en Maas

de burgemeester B.C.M. Vostermans

1894/2026/3357018

Pagina 5 van 6

Behandelend portefeuillehouder: Natasja Vaasen en Tijs van Lierop Bijlage(n): - Beleidsplan Toezien, Toezicht & Handhaving Wmo en Jeugdwet Noord- en MiddenLimburg juni 2026 – 2033 - Beleidsplan Toezien, Toezicht & Handhaving P-wet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Peel en Maas juni 2026 - 2033 - Advies van de Adviesraad Sociaal Domein Peel en Maas Niet openbaar/ alleen ter inzage voor raadsleden en burgercommissieleden: - Concept uitvoeringsplan Toezien, Toezicht en Handhaving Wmo en Jeugdwet Noord- en Midden-Limburg 2026-2028 - Concept uitvoeringsplan Toezien, Toezicht en Handhaving Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Peel en Maas

Gemeente Peel en Maas

1894/2026/3357018

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=94bfad8f-860e-479d-ba22-4237b390c3b8