CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-024 12 Bijlage 4 - Ecologische quickscan (geanonimiseerd)

Raad 10 maart 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO omgevingsplan ‘Steenstraat 93 – Heibloemseweg ongenummerd Panningen’ (2026-024)12.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ECOLOGISCHE Onderzoek

naar

ten behoeve

Locatie: Steenstraat 93

Rapportnummer: In

opdracht

Bureau

Leefomgeving

5804 BV Venray

95

beschermde natuurwaarden

van

ruimtelijke ontwikkeling

Panningen

2025-BE-1592

van:

Noorderhof 16

en

QUICKSCAN

EJ

Brabant Eco /

Ecologische Dienstverlening

Colofon

Rapportage Brabant Eco

Rapportnummer 2025-BE-1592

Opdrachtgever Bureau

Leefomgeving

Contactpersoon De

hee

Locatie Steenstraat 93

en

95

Panningen Auteur

Collegiale controle

Opleverdatum 21 oktober 2025

Overname, verveelvoudiging of

openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

&

Brabant Eco

NA De

Ecologische Dienstverlening

Lange

5061

PX

Kant 27

Oisterwijk

(geanonimiseerd) www.brabanteco.nl

Dit rapport is met de

samengesteld.

Brabant Eco geen voor

dienstverlening

aansprakelijkheid

eventuele schade voortvloeiend

uit het

gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

Brabant Eco; ecologische

grootste zorg

Desondanks aanvaardt

Inhoudsopgave

SAMENVATTING 1.

voos

_ INLEIDING EN ONDERZOEK 1.1 Aanleiding 1.2

…

Doelstelling

3

vonseoneronvenseenseenseonseonsensersneenveenseenseonseenseoneennvenveenseenseonseenvenneenseene

nn

…

…

4

………oonvoonoonoonsvorseonseonrvenseenersnverseosseonseonerenvensersseerveenee

enenenenvenenreneneeneneenenenvenensenensenenvenenvenenennenenvenenvenenvenenveneneeneneevenenee

ensen

venveneoneonennensennennensennenvenvenvenvenvenvenvenennennensenvenvensenvenvenvenee

4 4

1.3 Criteria.……sesesvevenenenenonenvovenenenenenenenenvenenenenenenenenvevenenenenenenenvevenenenenenenenvevenenenenenenenveven 4 1.4 2.

Geldigheid onderzoek PROJECTGEGEVENS

voooovenoeonveenseenereneenversoeensvonseensenneennvennersseenvennseentennereneene

5

.nsvenvenvenvenvenvenveneenennvenennennennensensenvenvenvenvenvent

5

nao

Ligging van het plangebied

2.2

Omschrijving van het invloedsgebied

3.

ontwikkeling

PRAKTIJK ECOLOGISCHE 3.1 Bureauonderzoek 3.2 Veldonderzoek 3.3

4.

…

ens

....esnenseneeneenvenenennens ensensensensenvenvene

5

..nsenssvenenvenenennenennenenvenenvenenvenenvenenenneneneenenvenene

7

QUICKSCAN nes

nn

esvenenrenenennenenvenenrenenveneneeneneenenenrenenrenenvenenvenenveneneenenenveneer

Beschrijving plangebied ten tijde van het veldbezoek… BESCHERMDE

NATUURWAARDEN

4,1

Gebiedsbescherming

4,2

Houtopstanden

4,3

Soortenbescherming

…

u

av

…

u

nn

ooovvonoreneronereneennernneenveeneeenseensennveensenneense

ssnvnennenvenvenvenvenvenveneenennvenennennensenvenvenvenvenvenvenvenvenvenvenvene

vonooonorenoonsersseorseonseenseonerensennernneenseonseenseenseenrvensensersse

en

advies beschermde

5.2 Resultaten

en

advies beschermde soorten …

…………

gebieden

en

houtopstanden

…

nennen

ssnenenonenenenenverevenenenenenenenvenenenenenen

..nenesenenvenenvenenennenenvenenvenenveneneeneneenenvenenenvenensenenvenenvenenveneneenene

….vovoonvvonrvenseensvenseensvenernneonseenseonrvenseensvenseenersneenneonseenseonseenseonsvenveenerssen

Brabant Eco; ecologische

dienstverlening

9

ennenneneenen 10

ssesenenenenreneneenenvenenvenenenneneenenenvenenvenenvenenveneneeneneenenenren

5.1 Resultaten

9

nnen

………nvssvenvenneensvensennvenseensennsenseensennvenseensennvennvenseenvenneene

RESULTATEN EN ADVIES

BRONNEN

9

senvoevoonsvensvonrvensvenevenvennvonneenreenseenrvenseenvene

………….snesenvenenesnenensenenvenenvenenvenenvenenennenenrenenvenenvenenvenenenenennenenvenenr

5.3 Aanbevelingen 6.

4

2.1

2.3 Voorgenomen

5.

envenenvenenvenenensenenvenenvenenvenenvenenenrenenrenenvenenvenenveneneere

nnen

16 16 17

18 31 31 31 33 34

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

SAMENVATTING

Initiatiefnemer is voornemens

bebouwing in het plangebied Steenstraat 93 en 95 te Panningen grotendeels woning blijft behouden. Daarna zullen drie appartementen en twee levensloopbestendige woningen gerealiseerd worden. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. Omdat overtreding van de Omgevingswet in het kader van ecologie op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan in het plangebied in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. om

de bestaande

te slopen. De

Dit

voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte Daarnaast

natuuronderzoek.

Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten

met werkzaamheden

te verwachten die

van

invloed

negatieve zijn op de mogelijk aanwezige beschermde soorten en hun functioneel leefgebied. De te slopen bebouwing biedt geen potentiële openingen waar beschermde diersoorten mogelijk nest-, schuil- of verblijfplaatsen zouden kunnen vinden. Het

plangebied is grotendeels verhard. De aanwezige bomen vertonen geen holtes of nesten en de aanwezige vegetatie bestaat uit algemene soorten, zoals fijnstraal, brandnetel, paardenbloem, weegbree, schijnaardbei, vingerhoedskruid, Jacobskruiskruid en stinkende gouwe Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met mogelijke verstoring van de fauna in en rondom het plangebied. Voor vleermuizen geldt dat zoveel mogelijk overdag gewerkt moet worden en dat eventueel kunstlicht zodanig gericht wordt dat omliggende bebouwing en beplanting niet worden verlicht. Voor grondgebonden zoogdieren, zoals egels, muizen en mollen, wordt geadviseerd een werkrichting van oost naar west aan te houden, zodat dieren kunnen uitwijken naar de aangrenzende weilanden en niet richting de weg worden gedwongen. Om verstoring van broedende vogels te voorkomen, dienen werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te vinden. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen noodzakelijk zijn, moet vooraf een broedvogelcheck worden uitgevoerd door een deskundig ecoloog. Pas wanneer is vastgesteld dat er geen broedende vogels aanwezig zijn, mogen de werkzaamheden van start gaan. Natuurgebieden

worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Een

Aerius-berekening

kan dit staven. Nader onderzoek of een De

zorgplicht

is

altijd

van

omgevingsvergunning in het kader van de ecologie is dan ook niet nodig. toepassing.

Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen.

Brabant Eco Oktober 2025

Brabant Eco;

ecologische dienstverlening

3

Ecologische quickscan

EA

Steenstraat 93 en 95

BE-1592

Brabant Eco

1. INLEIDING

EN ONDERZOEK

Ecologische Dienstverlening

In dit hoofdstuk staan de

de criteria

en

aanleiding en doelstelling van deze ecologische quickscan

de geldigheid

Op enkele uitzonderingen

vergunningverlening 1.1

Panningen,

en

van

na,

beschreven. Ook staan

dit onderzoek vermeld.

zijn de provincies het bevoegd gezag van de

handhaving.

wet. De

provincies organiseren de

Zie bijlage 2.

Aanleiding

Volgens opdrachtgever Bureau Leefomgeving is het voornemen om in het plangebied Steenstraat 93 en 95 te Panningen de bestaande bebouwing grotendeels te slopen. De woning blijft behouden. Hier worden vijf wooneenheden gerealiseerd, drie appartementen en twee levensloopbestendige woningen. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor het plangebied en directe omgeving in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

Doelstelling

1.2

Het doel van dit verkennend

onderzoek is om vast te stellen of de

geplande ontwikkeling mogelijk effect natuurgebieden. Ingeschat wordt of er binnen het planten- en diersoorten aanwezig zijn, die volgens de een beschermde status hebben en die Omgevingswet mogelijk negatieve invloeden kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Omgevingswet zijn beschermd, of op gebieden die heeft op beschermde flora en fauna en op beschermde invloedsgebied van de voorgenomen ingreep mogelijk

deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. De centrale vraag luidt: Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met de natuurwetgeving

en

dienen

eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden? Als blijkt dat de ingreep leidt tot een mogelijke overtreding van de Omgevingswet, wordt bepaald welke soorten en functies eventueel aanvullend onderzoek beschermde gebieden noodzakelijk is.

nodig

is

en

of nadere

toetsing

naar

in het kader

van

1.3 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing:

o

uitgevoerd door ecologisch deskundigen. Een ecologisch deskundige heeft specifieke ecologische kennis en ervaring en geeft ecologisch advies en/of begeleidt werkzaamheden op het gebied van habitats en soorten. Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco verklaart hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen.

o

_Hetonderzoek voldoet

o

Het onderzoek is

aantoonbare o

1.4

aan

de interne proces-

en

kwaliteitseisen

van

Brabant Eco.

Geldigheid onderzoek

Dit onderzoek is uitgevoerd conform de

landelijk geldende richtlijnen. Onderzoeksgegevens mogen weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn in de In opgetreden afgelopen drie jaar. gebieden waarvoor dit niet geldt, moeten de gegevens recenter zijn. maximaal

drie jaar oud zijn in gebieden

Brabant Eco; ecologische

waar

dienstverlening

4

Ecologische quickscan

Ea

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

Brabant Eco

2.

PROJECTGEGEVENS

Ecologische Dienstverlening

In dit hoofdstuk worden

de belangrijkste gegevens ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen Allereerst wordt ingegaan op de geografische ligging van het plangebied en de kenmerken weergegeven. van het invloedsgebied. Vervolgens worden de voorgenomen ontwikkelingen en het toekomstige gebruik beschreven.

2.1

Ligging van het plangebied

Het

plangebied is gelegen aan de Steenstraat, ten noordwesten van de kern van Panningen. Panningen is dorp dat behoort tot de gemeente Peel en Maas in de provincie Limburg. Het perceel strekt zich uit tot aan de Heibloemseweg, waar de achterzijde aan grenst. Het plangebied ligt daarmee nabij de splitsing van de Steenstraat en de Heibloemseweg, maar omvat niet het perceel dat direct op de kruising is gelegen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding. een

Afbeelding 1: Ligging plangebied (rode pin) in de wijdere omgeving. Bron: Google Earth.

2.2

Omschrijving

van

het

invloedsgebied

Het

plangebied bestaat uit een woning en meerdere bijgebouwen, verharding, gras, bomen en struiken. Het invloedsgebied bestaat vooral uit cultuurgronden afgewisseld met tuinpercelen behorende bij de woningen, bedrijven en agrarische percelen vooral bestaande uit weilanden. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.

Brabant Eco; ecologische

dienstverlening

5

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

Afbeelding 3: Globaal omlijnd plangebied in blauw, te slopen bebouwing in rood, Earth.

Brabant Eco;

ecologische dienstverlening

te

behouden

woning in geel omkaderd.

Bron:

Google

Ecologische quickscan

2.3

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

Voorgenomen ontwikkeling

Het initiatief omvat

slopen van de bestaande bebouwing op het plangebied aan de Panningen. verwijderen van het bedrijfsgedeelte, bestaande uit een showroom en werkplaats, een halfopen loods en het aan de woning zittende winkelgedeelte. De bestaande woning blijft behouden. Daarna worden er drie appartementen gerealiseerd aan de Steenstraat en aan de Heibloemseweg twee levensloopbestendige woningen. Steenstraat 93

en

het grotendeels

95 te

Het betreft het

Januari

2024

-

Gevelaanzicht

Steenstraat

-

Gevelaanzicht

achterzijde

-

Birdseye-view

Afbeelding 5: Impressie beoogde situatie appartementen. Bron: Bouwkundig Buro Bos.

Brabant Eco; ecologische

dienstverlening

7

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

Januari -

Gevelaanzicht

vanaf

links

-

Gevelaanzicht

vanaf

rechts

-

Afbeelding 6: Impressie beoogde situatie levensloopbestendige woningen. Bron: Bouwkundig

Brabant Eco; ecologische

dienstverlening

2024

Birdseye-view achterzijde

Buro Bos.

8

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

‚Brabant

Eco

Panningen,

BE-1592

3. PRAKTIJK

ECOLOGISCHE

QUICKSCAN

Ecologische Dienstverlening

omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Omgevingswet. In het kader van deze noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied en of er met de voorgenomen ingreep negatieve effecten te verwachten zijn op de kwaliteit van beschermde natuurgebieden in de omgeving. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, is de eerste stap van ecologisch onderzoek en geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten, dieren en natuurgebieden. De ecologische waarden worden in kaart gebracht middels bureau- en veldonderzoek. De volgende vragen worden beantwoord: o Welke beschermde soorten zijn potentieel aanwezig binnen het invloedsgebied van de beoogde ingreep? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? le) Wordt de Omgevingswet ten aanzien van het onderdeel ecologie overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of Een

aanvraag voor

een

wet is het

te voorkomen?

nodig naar soorten of functies? noodzakelijk plannen een omgevingsvergunning in het kader van de ecologie aan te vragen bij de provincie Limburg? Een ecologische quickscan is een momentopname en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit verkennend onderzoek geen nadere inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een nadere inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode(n) van het jaar. o

_Isereen

o

Is het

aanvullend onderzoek om

voor

de voorgenomen

3.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich

nationaal. Door middel

van

gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van het plangebied

gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Limburg.

3.2 Veldonderzoek GEN en BN (geanonimiseerd) in het kader van het ecologen (geanonimiseerd) natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt met een noordenwind met windkracht 1 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 9 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van het invloedsgebied in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. In het plangebied en omgeving is zoveel mogelijk informatie verzameld over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hierbij zijn waarnemingen, Op dinsdagochtend

Brabant

7 oktober 2025 hebben

Eco; ecologische dienstverlening

9

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

zowel visueel als auditief,

en sporenonderzoek cruciaal. Er is gekeken naar de aanwezigheid van vraat-, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Daarnaast is op basis van loopveegsporen, terreinkenmerken beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde en

soorten. De

habitats

aanwezige

tijdens het veldbezoek en de waarnemingen

uit de NDFF werden

vergeleken

habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Op basis van deze vergelijking judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.

3.3

Beschrijving plangebied

Het

plangebied

met showroom

ten

tijde van

en

met de

expert

het veldbezoek

bestaat uit een en

woning (1) en meerdere bijgebouwen: een halfopen loods (4), een gebouw (3), het aan de woning vastzittende winkelgedeelte (2) en een bijgebouw aan werkplaats

de zuidoostzijde dat tijdens het veldbezoek niet

meer aanwezig was, maar nog wel zichtbaar is op luchtfoto’s (5). Daarnaast is er verharding aanwezig, evenals gras met algemene soorten, enkele tuinplanten en enkele bomen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de Steenstraat, aan de zuidoostzijde aan de

Heibloemseweg

en

aan

de overige

zijden

aan

naastgelegen percelen

met

bebouwing.

Afbeelding

7: Globaal omlijnd plangebied in blauw, te slopen bebouwing in rood, te woning in geel omkaderd. De gebouwen zijn genummerd ter ondersteuning van de beschrijving. Bron: Google Earth. behouden

De

woning (1) blijft als enige gebouw

behouden

en

bevindt zich aan de

noordzijde van het plangebied.

Deze

bestaat uit twee delen die op eenzelfde manier zijn gebouwd. Ze zijn opgetrokken uit bakstenen muren en de daken hebben een zadeldakvorm met aangesmeerde kopgevels. De zijgevels van het meest noordelijke deel

zijn voorzien van een overstek. De woning beschikt over meerdere

ramen

en

deuren.

winkelgedeelte (2) zit aan de westzijde van de woning en is eveneens opgetrokken uit bakstenen muren. platte dak is bedekt met bitumen. Het meest noordelijke deel heeft een betonnen dakrand, terwijl het zuidelijke deel een overstek met metalen daktrim heeft. Ook het winkelgedeelte heeft meerdere ramen en Het Het

deuren. Het

gebouw met showroom en werkplaats (3) staat aan de zuidwestzijde van het plangebied. Dit gebouw heeft bakstenen muren, geschilderd in wit en donkergrijs, met open stootvoegen laag bij de grond. Het meest oostelijke deel (3b) heeft muurplaten bovenop de muren en het dak bestaat uit golfplaten. Het westelijke deel (3a) heeft een dakpannen dak, waarbij de dakpannen plat zijn en meteen op de gevels liggen. De kopgevels zijn aangesmeerd. De van

halfopen loods (4) staat aan de noordoostzijde van het plangebied en heeft een eenvoudige constructie damwandpanelen als wanden en een golfplaten dak zonder dakbeschot, ondersteund door metalen

balken

en

spanten.

Brabant Eco;

ecologische dienstverlening

10

Ecologische quickscan

Panningen,

BE-1592

zuidoostzijde komt vegetatie voor, bestaande uit enkele en enkele algemene plantensoorten, waaronder fijnstraal, brandnetel, paardenbloem, weegbree, schijnaardbei, vingerhoedskruid, Jacobskruiskruid en stinkende gouwe. Daarnaast staan er enkele tuinplanten, zoals hortensia en vlinderstruik. Het

plangebied

Steenstraat 93 en 95

is grotendeels verhard. Aan de

bomen zoals conifeer

Foto 5: Noordzijde

en

hazelaar, coniferenhagen, gras

woning (1).

Brabant Eco; ecologische

Foto 6: Zuidoostzijde

dienstverlening

woning (1).

11

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

&

2

Foto 8: Zuidzijde

Foto 9: Noordzijde

Foto 11:

Zi

winkelgedeelte (2).

winkelgedeelte (2).

Oostzijde westelijke deel werkplaats/showroom (3a).

Brabant Eco; ecologische

dienstverlening

Foto 12:

Noordzijde oostelijke deel werkplaats/showroom (3b).

12

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

Foto 13:

Noordoostzijde oostelijke deel werkplaats/showroom (3b).

Foto 18:

Binnenzijde westelijke deel werkplaats/showroom (3a).

Brabant Eco; ecologische

dienstverlening

BE-1592

Foto 19:

Binnenzijde westelijke deel werkplaats/showroom (3b).

13

Ecologische quickscan

Foto 20:

Steenstraat 93 en 95

Noordoostzijde loods (4).

BE-1592

Foto 21: Oostzijde loods (4).

Foto 24: Overzicht vegetatie zuidoostzijde plangebied.

Brabant Eco; ecologische

Panningen,

dienstverlening

Foto 25: Overzicht

vegetatie zuidoostzijde plangebied.

14

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Foto 26: Overzicht vegetatie zuidoostzijde plangebied.

Brabant Eco; ecologische

dienstverlening

Panningen,

BE-1592

Foto 27: Overzicht

vegetatie zuidoostzijde plangebied.

15

Ecologische quickscan

EA

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

Brabant Eco

BE-1592

4. BESCHERMDE

Ecologische Dienstverlening

NATUURWAARDEN

In dit hoofdstuk worden

de beschermde gebieden en soorten beschreven die zich (mogelijk) in de nabijheid het plangebied bevinden. Er wordt aangegeven of de voorgenomen ingreep mogelijk negatieve effecten heeft op deze beschermde gebieden en soorten en of er met de werkzaamheden beschermde van

houtopstanden verdwijnen. 4.1

Gebiedsbescherming

Door middel van bureaustudie

plangebied binnen of in de nabijheid van beschermde natuurgebieden gelegen Daarbij gebruikgemaakt van de gegevens van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en de provincie Limburg. is.

4,1.1

is onderzocht of het is

Natura 2000

plangebied ligt op minimaal 5,7 kilometer afstand van noordwestelijk gelegen gronden behorend tot 2000-gebied ‘Deurnsche Peel & Mariapeel’. Op ongeveer 7 kilometer afstand naar het westen ligt Natura 2000-gebied ‘Groote Peel’ en zuidelijk op 8 kilometer Natura 2000-gebied ‘Leudal’. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode pin aangegeven. Natura 2000-gebieden zijn in bruin Het

Natura

aangegeven.

Minimaal 5,7 kilometer tussen het plangebied gronden behorend tot Natura 2000

en Grashoek

Maasbree

Keringslust

Panningen!

Afbeelding 7: Natura 2000-gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Natura2000.eea.europa.eu.

Doordat het plangebied

2000-gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van werking. 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden niet betreffende het optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de externe

habitats

buiten het Natura

Ten aanzien

van soorten.

van Natura

Gezien de aard

Brabant Eco; ecologische

en

omvang

dienstverlening

van

het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura

16

7

Ecologische quickscan

2000-gebieden

en

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand

uit te sluiten. Een

Aerius-berekening

kan dit staven. 4.1.2 Natuurnetwerk

Nederland

Het

plangebied ligt op minimaal 1,1 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied NNN-gebieden in groene kleur. van

wordt met

een

rode pin aangegeven. De

je

vosberg

Kanaalstraat Beringe

ë S 5

Minimaal

1,1 kilometer tussen het plangebied

gronden

behorend tot Natuurnetwerk

en

Nederland

Afbeelding 8: Natuurnetwerk Nederland-gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Atlasleefomgeving.

Bron:

In of in de directe

nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aantasting van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden

van

de NNN

zijn, gezien de omvang,

de aard, het effectbereik

en

de locatie van het voornemen, op

voorhand uit te sluiten. 4.1.3 Conclusie

plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke Het

ligging

consequenties.

De voorgenomen activiteiten hebben naar verwachting geen negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Een Aerius-berekening kan dit staven.

4.2

Houtopstanden

Volgens artikel 11.111 van het Besluit activiteiten leefomgeving in de Omgevingswet is het verboden een houtopstand (bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en bosplantsoenen) geheel of gedeeltelijk te vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij de Gedeputeerde Staten. Het betreft hier houtopstanden van tenminste 10 are of rijbeplanting van minimaal 20 bomen. Verder geldt er ook een herplantplicht voor gekapte

Brabant Eco;

ecologische dienstverlening

17

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

houtopstanden. Indien de totale oppervlakte of het aantal bomen dan gelden de rijksregels over het vellen en herplanten niet.

kleiner is dan deze 10

are

of20 bomen,

Het

plangebied ligt binnen de bebouwingscontour voor houtkap, waardoor de regels van de Omgevingswet met betrekking tot houtopstanden hier niet van toepassing zijn. Let op: de grenzen van de bebouwingscontour voor houtkap kunnen afwijken van de grenzen van de bebouwde kom en zijn per gemeente vastgelegd in het omgevingsplan. Omdat het plangebied mogelijk één of enkele bomen bevat die gekapt worden, kan een reguliere gemeentelijke kapvergunning nog wel noodzakelijk zijn. Het verdient daarom aanbeveling vooraf bij het gemeenteloket te controleren of voor de betreffende boom(ten) een vergunning nodig is, om overtreding van gemeentelijke regels te voorkomen. 4.3

Soortenbescherming

Bijlage

1, project Steenstraat/Heibloemseweg met nummer BE-1592 d.d. 26 september 2025 geeft een overzicht van de waargenomen planten- en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF. De NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke

landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Bijlage 3 betreft een lijst van beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn. Deze soorten zijn beschermd onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Dit betreft soorten wiens voortplantings- en rustplaatsen beschermd dienen te worden en waarvoor Nederland tot het natuurlijke verspreidingsgebied behoort. Bijlage 4 betreft een lijst aan soorten van nationaal belang welke verder niet in de Vogel- of Habitatrichtlijn zijn opgenomen maar waarvoor wel rijksregels gelden om ze te beschermen. soortgroep wordt in onderstaande paragrafen beschreven welke soorten worden verwacht plangebied, welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen Per

omgeving, en welke 4.3.1

Volgens van twee

effecten

in het in de

(mogelijk) aan de orde zijn.

Flora

de NDFF

zijn de laatste vijf jaar geen plangebied.

beschermde

plantensoorten

waargenomen

binnen

een

straal

kilometer rond het Veldbezoek flora

Onder de Omgevingswet beschermde

planten komen voornamelijk voor in voedselarme biotopen met specifieke standplaatscondities. Dit soort locaties worden voornamelijk gevonden in natuurgebieden, zoals de duingebieden langs de Noordzeekust en in de provincie Limburg, alsmede op bedrijfsterreinen als de Maasvlakte. Op basis van de ligging en de aard van de locatie is het onwaarschijnlijk dat er binnen het projectgebied beschermde vaatplantsoorten voorkomen. Het veldwerk bestond uit het, ter plaatse, inschatten of er potentiële groeiplaatsen voor beschermde flora in het projectgebied aanwezig zijn. Het

plangebied is grotendeels verhard en biedt daardoor beperkte mogelijkheden voor plantensoorten. Aan de zuidoostzijde is vegetatie aanwezig. Er staan enkele bomen, zoals conifeer en hazelaar, en coniferenhagen. Ook groeien hier algemene kruidachtige soorten die typisch zijn voor voedselrijke, verstoorde tuingronden, waaronder fijnstraal, brandnetel, paardenbloem, weegbree, schijnaardbei, vingerhoedskruid, Jacobskruiskruid en stinkende gouwe. Verder staan er enkele sierplanten, zoals hortensia en vlinderstruik. Er zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen.

Brabant

Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

SCN Foto 28 & 29:

Foto 30 & 31: Waargenomen

vegetatie binnen het plangebied.

Deelconclusie flora beschermde plantensoorten is aangetroffen in het

Er zijn geen

plangebied, noch geschikt biotoop dat bewijs vervolgonderzoek noodzakelijk.

leveren dat deze soort(en) er aanwezig zouden kunnen zijn. Er is geen Er kan volstaan worden met de zorgplicht. zou

4.3.2 Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het

gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of vergunningverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist Vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie

winter-, kraam-, zomer-

aandachtspunten: Zijn er paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van

potentieel aanwezige aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. ruimtes voor

Vleermuissoort Gewone Gewone

Laatvlieger

Brabant

vleermuizen binnen

binnen

een

straal van twee

Verblijfplaatsen in Vooral bebouwing Soms bebouwing, soms bomen Vaak bebouwing

dwergvleermuis grootoorvleermuis

Tabel 1: Waargenomen

en

een

straal van twee kilometer.

Eco; ecologische dienstverlening

19

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

Veldbezoek vleermuizen plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er

Het

onderhouden

zijn vleermuizen

die in bomen hun

verblijfplaatsen gebouwen verblijven. De in het plangebied staande bomen met geschikte stamdiameter en de bomen direct rondom het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd op holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Hiervan zijn geen waarnemingen gedaan. Vleermuisverblijfplaatsen

in

en

soorten die in

bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open

dakbeschot, boeiboorden, onder stootvoegen. De te slopen

bebouwing biedt geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. Het winkelgedeelte is opgetrokken uit bakstenen muren zonder openingen in de gevels. Het platte dak is bedekt met bitumen. Het meest noordelijke deel heeft een betonnen dakrand, terwijl het zuidelijke deel een overstek met metalen daktrim heeft. Bij beide dakranden zijn geen kieren aanwezig. Ook de overstek en de borden met naam sluiten strak aan op de gevels. gebouw

werkplaats heeft bakstenen muren. Hoewel er open stootvoegen aanwezig laag bij de grond. Vleermuizen laten zich namelijk een eerst vallen uit hun verblijfplaats voordat ze vliegen en dat is vanaf deze plek niet mogelijk. Het meest oostelijke deel heeft muurplaten bovenop de muren die de spouw aan de bovenzijde afsluit. Het dak bestaat uit golfplaten met daaronder houten latten. Het westelijke deel heeft geen openingen in de gevels. Het heeft een dakpannen dak, waarbij de dakpannen plat zijn en meteen op de gevels liggen, zonder kieren. De kopgevels zijn aangesmeerd. Aan de westzijde zit een lager deel met deels trespa gevelbekleding en een boeiboord. Achter de trespa platen zitten houten latten en het boeiboord sluit strak aan. Andere openingen zijn gedicht met (oud) purschuim of ander materiaal. De werkplaats is nog in gebruik, waardoor er regelmatig sprake is van geluid en trillingen door het gebruik van machines. Deze verstorende factoren maken het gebouw bovendien onaantrekkelijk als verblijfplaats voor vleermuizen. Het

met showroom

en

zijn, zitten deze te

De

halfopen

loods heeft een

eenvoudige constructie met damwandpanelen

als wanden

en een

lichtdoorlatend

golfplaten dak zonder dakbeschot, ondersteund door metalen balken en spanten. Hierdoor tussenruimtes zijn geen aanwezig om in te kunnen verblijven. Bovendien ontbreekt een deel van het dak en is de loods deels open, waardoor geen donkerte of geschikt microklimaat binnen aanwezig is om als verblijfplaats te kunnen dienen. woning blijft als enige gebouw behouden, maar biedt ook geen mogelijkheden. Het gebouw bestaat uit vergelijkbare delen, opgetrokken uit bakstenen muren met zadeldaken. De kopgevels zijn aangesmeerd en de zijgevels van het noordelijke deel hebben een strak aansluitend overstek. De dakpannen lopen door tot in de goot met overstek. De

twee

Foto 32: Geen kieren

bij winkelgedeelte.

Brabant Eco; ecologische

dienstverlening

Foto 33: Betonnen dakrand zonder kieren.

20

Ecologische quickscan

Foto 34: Aangesmeerde

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

kopgevel werkplaats/showroom.

Foto 36 & 37: Open stootvoegen

Foto 38: Houten lat

BE-1592

achter trespa gevelbekleding werkplaats.

Brabant Eco; ecologische

dienstverlening

laag bij de grond werkplaats/showroom.

Foto 39: Platte

dakpannen liggen direct op gevels, zonder openingen werkplaats/showroom.

21

Ecologische quickscan

Foto 40: Openingen

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

gedicht met (oud) purschuim werkplaats.

Foto 44: strak aansluitende overstek

woning.

BE-1592

Foto 41: Golfplaten

liggen direct op de gevels zonder kieren.

Foto 45: Aangesmeerde tot

kopgevel en platte dakpannen lopen door woning.

in de goot met overstek,

Vleermuizen foerageren op plaatsen met veel insecten, zoals graslanden, water en bossen. Het is mogelijk dat vleermuizen het plangebied passeren of hier foerageren. De nabije omgeving van het plangebied is ook

geschikt als foerageergebied, foerageergebied.

waardoor het plangebied geen onderdeel uitmaakt van

een

essentieel

Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats foerageergebieden. In het plangebied zijn

naar

zelf

geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. De bomenrij langs de Heibloemseweg vormt wel een lijnvormig element en kan als vliegroute dienen. Doch zijn deze bomen geen onderdeel

van

de

ingreep en zullen gehandhaafd blijven.

Brabant Eco; ecologische

dienstverlening

22

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

Vleermuizen worden snel verstoord door verlichting. Soms kunnen vleermuizen door verlichting een verblijfplaats, vliegroute of foerageergebied niet meer gebruiken. De mate waarin het licht vleermuizen verstoord is afhankelijk

van

de hoeveelheid licht, de lichtkleur

en

de

gevoeligheid van de soort voor licht.

Deelconclusie vleermuizen Door

uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen omgevingsvergunning nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden of vliegroutes van vleermuizen. dient wel rekening te houden met mogelijke negatieve externe effecten, zoals kunstlicht, geluid en trillingen, die invloed kunnen hebben op potentiële structuren voor vleermuizen. Met de beoogde werkzaamheden dient extra aandacht te worden besteed aan het gebruik van licht. Er dient zoveel mogelijk bij daglicht te worden gewerkt en indien kunstlicht nodig is, dit zodanig te richten dat de omliggende bebouwing, bomen en andere groenelementen niet worden verlicht, om zoveel mogelijk verstoring door Men

licht te voorkomen. 4.3.3

Marterachtigen

Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. De marterachtigen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Martersoort

Bescherming

Das

Beschermd

| Steenmarter *

In

|

Gedeeltelijk vrijgesteld*

2: Waargenomen marterachtigen binnen

Tabel

een

straal

van

twee

kilometer.

Limburg is de steenmarter vrijgesteld in de periode 15 augustus tot en met februari.

Das

biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Dassen grondwaterstand foerageren in kort gras, omdat hier het is. voedsel het gemakkelijkst te vinden De das leeft in allerlei soorten

Steenmarter

steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige dorpen De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke cultuurlandschappen. activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. De steenmarter

de rand

van

is een soort van en

steden,

maar

Veldbezoek marterachtigen plangebied is geen ruigte aanwezig waar marterachtigen kunnen foerageren of verblijven. De bebouwing wordt bezemschoon gehouden en biedt geen geschikte ingangen voor marterachtigen, waardoor schuilplaatsen ontbreken. De halfopen loods is wel toegankelijk, maar bevat geen tussenruimten in muren of dak waar marterachtigen zouden kunnen verblijven. Ook ligt er geen geschikt materiaal om in te verblijven. Bovendien zijn de gebouwen nog in gebruik en wordt er in de werkplaats nog bijna dagelijks gewerkt. Dit zorgt voor verstoring. Tijdens het veldbezoek is specifiek gelet op sporen zoals uitwerpselen, prooiresten en de kenmerkende martergeur, maar er zijn geen aanwijzingen gevonden die op hun aanwezigheid duiden. In het

Brabant Eco;

ecologische dienstverlening

23

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

Deelconclusie

marterachtigen ruigte, sporen en geschikte ingangen om de bebouwing te betreden of in is er het tussenruimtes, plangebied geen geschikt leefgebied voor marterachtigen aanwezig. De werkzaamheden zullen daarom geen negatieve invloed hebben op hun leefomgeving. Door het ontbreken

4.3.4

van

Overige grondgebonden zoogdieren

zoogdieren, waaronder Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Limburg tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen omgevingsvergunning hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige grondgebonden zoogdieren te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. De

overige grondgebonden zoogdieren

vooral

knaagdieren, evenhoevigen

omvatten alle verder in het wild levende

insecteneters.

en

Overige zoogdiersoort

Bescherming

Bever

Beschermd

Eekhoorn

Gedeeltelijk vrijgesteld”

Waterspitsmuis

Beschermd

Tabel 3: Waargenomen beschermde grondgebonden zoogdieren binnen een straal van twee kilometer. * In Limburg is de eekhoorn vrijgesteld in de periode maart-april en juli tot en met november.

Bever In 1988 is men

begonnen

langzamerhand

een

met het uitzetten van bevers in Nederland en het

plek

vaste

in

fauna heeft heroverd. Bevers komen

onze

tussen land en water zoals moerassen,

rustige rivieren

en

omzoomd

meren

langs beken, rivieren en meren.

lijkt erop dat de bever voor in het overgangsgebied

De bever heeft een voorkeur voor

door broekbossen met bomen als wilg

en es.

De

aanwezigheid van

bossen op de oevers is een vereiste. Eekhoorn Eekhoorns komen bebouwde

zijn te vinden

in verschillende

ook voor in tuinen,

gebieden

parken

en

bosomgevingen, waaronder loof-, naald- en gemengd

bos. Ze

houtwallen. Als er voldoende voedsel beschikbaar is, kunnen

ze

ook in

aangetroffen. hoofdzakelijk uit boomzaden, zoals eikels, noten en zaden uit kegels van naaldbomen. Ook eten ze als aanvulling daarop (afhankelijk van het jaargetijde) knoppen, bladeren, bessen, paddenstoelen, rupsen, vogeleieren en jonge vogels. Specifieke voedselbomen kunnen zijn: eiken-, beuken-, walnoot-, hazelnoten- en pijnbomen. Eekhoorns bouwen nesten in bomen. Naast één hoofdnest zijn ook vaak vijf tot zes bijnesten aanwezig. Hun voedsel

worden

bestaat

Waterspitsmuis De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snelstromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hij komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt hij veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten. Veldbezoek

overige grondgebonden zoogdieren plangebied staan enkele bomen. Tijdens het veldbezoek zijn in deze bomen geen eekhoornnesten waargenomen. Ook zijn er geen sporen van eekhoorns aangetroffen, zoals afgeknaagde notendoppen of beschadigde boomschors. Dit wijst erop dat eekhoorns waarschijnlijk geen actief gebruik maken van de bomen in en rondom het plangebied. In en rondom het

Brabant Eco;

ecologische dienstverlening

24

Ecologische quickscan

plangebied

Het en

Steenstraat 93 en 95

is door de

Panningen,

ligging en inrichting geen

BE-1592

essentieel onderdeel van het

leefgebied voor de bever

waterspitsmuis.

Tijdens het veldbezoek is gebleken dat het aannemelijk is dat er vrijgestelde soorten in het plangebied kunnen worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Hierdoor dient rekening gehouden te worden met vluchtroutes voor de grondgebonden zoogdieren. Deelconclusie

overige grondgebonden zoogdieren

Het is uit te sluiten dat het

plangebied

essentieel onderdeel is van de habitat

zoogdieren. Bij werkzaamheden dient rekening te worden muizen en mollen, door een werkrichting aan te houden. 4.3.5 In de

gehouden

met

overige grondgebonden vrijgestelde soorten zoals egels, van

Vogels

vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten bescherming van deze wet. De Omgevingswet hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekeningte houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde “Jaarrond beschermde nesten’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een vergunningsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels in Limburg kan worden opgedeeld in 4 categorieën. Omgevingswet

worden alle broedende

in het broedseizoen vallen onder de

Categorie 1-3 categorieën betreffen vogels die hun nesten jaarrond gebruiken, zeer plaatstrouw broeden of afhankelijk zijn van bebouwing. Voor deze vogelsoorten gelden de verbodsbepalingen van de Omgevingswet het gehele jaar. De vogelsoorten uit deze categorieën met jaarrond beschermde nesten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de De eerste 3

onderstaande tabel.

Vogelsoort

Beschermingscategorie*

Nestplaats

Boerenzwaluw

2

In

Boomvalk

3

In bomen

2

In

Gierzwaluw

gebouwen

2

gebouwen en nestkasten Op de grond, in gebouwen en nestkasten

Havik

3

In bomen

Huismus

2

In

Huiszwaluw

2

Kerkuil

Grote

gele

kwikstaart

1

gebouwen en nestkasten Tegen gebouwen In gebouwen en nestkasten

Oehoe

1

In bomen

en

Ooievaar

2

In

Ransuil

3

In bomen

gebouwen en nestpalen en op de grond

Rode

wouw

3

In bomen

Roek

1

In bomen

Slechtvalk Steenuil

2

In

1

In

Torenvalk

3

bomen,

op de

grond

op

gebouwen, bomen en nestkasten

gebouwen, In gebouwen,

boomholtes bomen

en

en

nestkasten

nestkasten

Tabel 4: Waargenomen

vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten binnen een straal van twee kilometer. “Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten. “Categorie 2: Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk van bebouwing. “Categorie 3: Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar een specifiek nest.

Brabant Eco;

ecologische dienstverlening

25

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

Categorie 4 Categorie 4-soorten zijn vogels die jaarlijks terugkeren naar een specifiek nest, maar voldoende flexibel zijn om elders een nieuw nest te bouwen. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit van het leefgebied niet in het geding mag komen. De vogelsoorten waarvan voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet blijven die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Vogelsoort

Nestplaats

Blauwe

In bomen

reiger

Buizerd

In bomen

IJsvogel

In steile wanden

Sperwer

In bomen

Spotvogel

In struiken en bomen

Wulp

Op de grond

Zomertortel

In bomen en struiken

Zwarte

specht

In boomholtes

5: Waargenomen vogelsoorten

Tabel

waarvan

voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet

blijven binnen een straal van twee

kilometer.

Gierzwaluw

gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Deze koloniebroeders gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest. De

Uilen Steenuil

menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Soms maken ze gebruik van nestkasten die speciaal voor hen zijn opgehangen. De ransuil is een uilensoort die in verschillende habitats voorkomt, waaronder bosgebieden, parken, open landschappen met verspreide bomen en agrarisch gebied met houtwallen en bosjes. Ze nestelen zich vaak in bomen, meestal in verlaten nesten van andere vogels zoals kraaien of eksters. Ze geven ook de voorkeur aan en

kerkuil schuwen de

huizen, loodsen

en

schuren,

maar

bomen met dichte takken of holen in oude bomen. De oehoe is een grote uilensoort die een breed scala aan habitats bewoont, variërend van rotsachtige berggebieden tot bosrijke gebieden en zelfs open landschappen. Oehoes maken vaak gebruik van bestaande nesten van andere grote vogels, zoals arenden of roofvogels, maar ze kunnen ook hun eigen nesten bouwen

op rotsrichels, in bomen of zelfs op de grond.

Huismus

Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van de huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod

en

beschutting. Alle voorzieningen

dienen

dichtbij elkaarte liggen. Gewoonlijk binnen bij

een

straal van enkele honderden meters van de nestlocatie. Deze uitgesproken standvogels nestelen voorkeur onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en mussenkasten. Ooievaar Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala

aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt.

Brabant Eco;

ecologische dienstverlening

26

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

Roek

leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig. Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. Het

Grote

gele kwikstaart

In het

voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust. de

Roofvogels De habitat

van

roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest

de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben

gebouwd kan worden. Boerenzwaluw/Huiszwaluw De boerenzwaluw staat op de Rode

Lijst van Nederlandse broedvogels en de nestplaatsen ervan zijn Broedvogels keren jaarlijks terug naar dezelfde kolonie, al zijn vooral de vrouwtjes minder plaats trouw. Jonge vogels zoeken een geschikte nestplek in de omgeving van hun ouderlijk nest. Boerenzwaluwen zijn in Nederland van maart tot in oktober, incidentele waarnemingen daargelaten. De meerderheid der broedvogels arriveert in april of begin mei, soms echter later vanwege ongunstige trekomstandigheden. De Boerenzwaluw nestelt in het hele land in boerenland, met een voorkeur voor gemengde bedrijven. Het gros van de paren huist in koeien-, varkens- of paardenstallen. De huiszwaluw is een kleine zangvogel die bekend staat om zijn gevorkte staart en zijn voorkeur om te nestelen onder de overhangende daken van gebouwen. Ze worden vaak aangetroffen in open landschappen, zoals agrarische gebieden en weilanden, in de buurt van waterlichamen zoals meren en rivieren. Huiszwaluwen zijn sterk geassocieerd met menselijke nederzettingen en nestelen graag onder dak overstekken van gebouwen. Hun nestplaatsen moeten beschut zijn tegen regen en roofdieren en zich boven open ruimtes bevinden waar ze gemakkelijk kunnen jagen op insecten, hun belangrijkste voedselbron. Het behoud van geschikte nestlocaties en het minimaliseren van verstoringen zijn cruciaal voor het behoud van huiszwaluwpopulaties.

jaarrond

beschermd.

Overige Vogelrichtlijnsoorten Overige Vogelrichtlijnsoorten zijn vogels wiens

nesten alleen

tijdens het broedseizoen

De

Omgevingswet hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, vaak gesproken van half maart tot Van belang is of een broedgeval

half juli.

beschermd zijn.

volledigheid wordt aanwezig is, ongeacht de maar

voor

de

periode. Men dient daarom gedurende de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde

van

werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Veldbezoek De te slopen

vogels

bebouwing

vogelsoorten. Het winkelgedeelte

biedt geen

geschikte nest-

of verblijfplaatsen

voor jaarrond beschermde

opgetrokken uit bakstenen muren zonder openingen in de gevels. Het platte dak is bedekt met bitumen. Het meest noordelijke deel heeft een betonnen dakrand, terwijl het zuidelijke deel een overstek met metalen daktrim heeft. Bij beide dakranden zijn geen kieren aanwezig. Ook de overstek en de borden met naam sluiten strak aan op de gevels. is

gebouw met showroom en werkplaats heeft bakstenen muren. Hoewel er open stootvoegen aanwezig zijn, zijn deze voor vogels te klein en zitten ze laag bij de grond. Het meest oostelijke deel heeft muurplaten bovenop de muren die de spouw aan de bovenzijde afsluit. Het dak bestaat uit golfplaten met daaronder houten latten. Het westelijke deel heeft geen openingen in de gevels. Het heeft een dakpannen dak, waarbij de dakpannen plat zijn en meteen op de gevels liggen, zonder kieren. De kopgevels zijn aangesmeerd. Aan Het

Brabant

Eco; ecologische dienstverlening

27

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

de westzijde zit een lager deel met deels trespa gevelbekleding en een boeiboord. Achter de trespa platen zitten houten latten en het boeiboord sluit strak aan. Andere openingen zijn gedicht met (oud) purschuim of ander materiaal.

halfopen

De

loods heeft een

eenvoudige constructie met damwandpanelen als wanden en een golfplaten dak zonder dakbeschot, ondersteund door metalen balken en spanten. Hierdoor tussenruimtes aanwezig om in te kunnen nestelen. Bovendien zijn er geen nesten of sporen

lichtdoorlatend

zijn geen

waargenomen.

woning blijft als enige gebouw behouden, maar biedt ook geen mogelijkheden. Het gebouw bestaat uit twee vergelijkbare delen, opgetrokken uit bakstenen muren met zadeldaken. De kopgevels zijn aangesmeerd en de zijgevels van het noordelijke deel hebben een strak aansluitend overstek. De dakpannen lopen door tot in de goot met overstek. De

Tijdens het veldbezoek is er uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. plangebied zijn enkele bomen aanwezig waar boombewonende (roof)vogelsoorten hun Er zijn geen nesten van (roof)vogelsoorten aangetroffen in de bomen. Het is dus uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van de habitat van een boombewonende roofvogelsoort. Voor de slechtvalk is er eveneens geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied, aangezien deze vogel bij voorkeur broedt in hoge gebouwen van meer dan vier verdiepingen. In

rondom het

en

nesten

kunnen maken.

In het

plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige Vogelrichtlijnsoorten waarvan nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten zoals o.a. houtduifen merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden.

de

Deelconclusie

vogels en verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, uilen of roofvogels verloren geen verbodsbepalingen uit de Omgevingswet overtreden. Een vergunningsaanvraag is

Er zullen geen vaste ruster worden

gaan

en

niet

noodzakelijk.

Om

verstoring van algemene Vogelrichtlijnsoorten te voorkomen, dienen werkzaamheden bij voorkeur plaats te vinden. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen noodzakelijk moet kort zijn, voorafgaand een broedvogelcheck worden uitgevoerd door een deskundig ecoloog. Pas wanneer is vastgesteld dat er geen broedende vogels aanwezig zijn, mogen de werkzaamheden van start buiten het broedseizoen

gaan. 4.3.6

Amfibieën, vissen

vissen

en

reptielen

Amfibieën zijn gedurende groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. Nederlandse reptielen komen met name en

een

hogere zandgronden, met name bij stuwwallen, kust- en rivierduingordels. volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. voor op

De soorten die

Soort Alpenwatersalamander Tabel 6: Waargenomen amfibieën,

Soortgroep en bescherming Amfibieën, beschermd vissen

en

reptielen binnen een straal van twee kilometer.

Alpenwatersalamander De

Alpenwatersalamander overwintert voornamelijk op het land. Er zijn ook waarnemingen

Brabant Eco;

ecologische dienstverlening

van

kleine

28

Ecologische quickscan

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

aantallen dieren die de hele winter in het water verblijven. Vanaf piek begin maart. De meeste volwassen dieren worden tot en

met

en

de eerste heft van mei. Daarna

medio

juveniele dieren kruipen

nemen

januari trekken ze naar het water met een

juni waargenomen met een piek in april het aantal volwassen dieren in het water snel af. De eerste

juni het land

op. De eerste

drie jaar, tot ze geslachtsrijp zijn, verblijven ze op

het land. De

Alpenwatersalamander is niet kieskeurig wat betreft zijn voortplantingsbiotoop. In het voorjaar is hij in allerlei typen water te vinden, zolang het niet snelstromend of rijk aan vis is. Agrarische gronden worden gemeden als landhabitat. Veldbezoek amfibieën, vissen en

reptielen

In het

plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Hierdoor is het voorkomen van vissen in het plangebied op voorhand uit te sluiten. Ook kunnen negatieve effecten op het voortplantingshabitat van amfibieën op voorhand worden uitgesloten. Geschikte biotopen voor beschermde amfibieën en reptielen ontbreken geheel. Het plangebied bestaat grotendeels uit bebouwing en verharding.

De

Deelconclusie amfibieën, vissen en reptielen aanwezigheid van deze beschermde soorten is uit te sluiten. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen

geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied, de ontwikkeling is landgebonden en zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied

er

enkele

algemene amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan ze vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Limburg. Nader onderzoek is niet aan de orde en er kan worden volstaan met de

zorgplicht. 4.3.7

Ongewervelden

Libellen komen moerassen

aquatisch

voor in diverse biotopen, variërend van zoetwatermilieus zoals vijvers, meren, en beken tot zelfs brak water. Ze geven de voorkeur aan waterrijke gebieden omdat hun larven (nymfen) leven. Als volwassen insecten zijn ze echter vaak te vinden in verschillende omgevingen, en

waaronder open graslanden, bossen, en tuinen. Vlinders hebben ook diverse biotopen, afhankelijk

van de soort. Sommige soorten vlinders geven de voorkeur aan open graslanden en bloemrijke weiden, terwijl andere zich thuis voelen in bosrijke gebieden. Vlinders kunnen ook worden aangetroffen in tuinen, langs bosranden, en zelfs in stedelijke gebieden.

De beschermde

kilometer

ongewervelden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar binnen een straal van twee rond het plangebied zijn waargenomen zijn te vinden in de onderstaande tabel. soorten

Soortgroep en habitat _Nachtvlinder, vochtige bossen en bosranden, waardplant: teunisbloem,

Teunisbloempijlstaart Tabel 7: Waargenomen beschermde

wilgenroosje, basterdwederik

en

binnen

twee

ongewervelden

een

straal

van

kattenstaart kilometer.

Teunisbloempijlstaart De teunisbloempijlstaart (Proserpinus proserpina) heeft een divers habitat, maar ze worden vaak geassocieerd met gebieden waar hun waardplanten, zoals de teunisbloem (Oenothera), voorkomen. Veldbezoek

ongewervelden genoemde biotoop van de beschermde nachtvlinder, evenals dat van andere beschermde libellen, dagvlinders en nachtvlinders, komt niet voor in het plangebied en de nabije omgeving. Het voorkomen van deze soorten kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Overige ongewervelden zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Het

Deelconclusie In het

plangebied

Brabant Eco;

ongewervelden geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders,

is geen

ecologische dienstverlening

nachtvlinders

en

libellen. Het

29

Ecologische quickscan

voorkomen

van

Steenstraat 93 en 95

Panningen,

BE-1592

beschermde vlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=c45633ec-1d61-4ded-9eb4-dd85d5c22e83