2026-023 03 Bijlage 1. IHP Peel en Maas 2025 – 2040 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
\
« te
“Peel
primair
n
PIISMA
Maas
IHP
Peel
en
Maas
openbaar onderwijs
Opdrachtgever Gemeente
R
Ilf
Stichting Kinderopvang Meijel
Peel
Datum en
Referentienummer 2240371
Maas
ó
janvari
2026
Auteur(s)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
|_
Onderdeel
van
ICS
Ruimteregie Groep
BV
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1. 1
Aanleiding
4
1. 2
Status IHP
4
1. 3
Leeswijzer
4
2.
Visie en beleidskaders
6
2. 1
Aanbod in de gemeente
6
2. 2
Doorgaande ontwikkellijn
7
2. 3
Passend en inclusief aanbod
8
2. 4
Flexibiliteit en ruimtegebruik
9
2. 5
Kwaliteit en duurzaamheid
10
2. 6
Type maatregelen IHP
12
Maatregel 1: (Vervangende) Nieuwbouw
13
Maatregel 2: Levensduurverlengende renovatie
13
Maatregel 3: Verduurzamen
15
Maatregel 4: Positie herschikking
15
Maatregel 5: In stand houden
15
Maatregel 6: Afstoten
15
2. 7
3.
Investeren in huisvesting kinderopvang
Huisvestingsscenario’s 3. 1
Scenario’s per kern – primair onderwijs
16
18 19
3. 1. 1
Panningen
19
3. 1. 2
Baarlo
20
3. 1. 3
Maasbree
22
3. 1. 4
Helden
23
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
3. 1. 5
Egchel
24
3. 1. 6
Beringe
24
3. 1. 7
Koningslust
25
3. 1. 8
Grashoek
25
3. 1. 9
Kessel
26
3. 1. 10
Kessel-Eik
26
3. 1. 11
Meijel
27
3. 2
Voortgezet onderwijs
28
3. 3
Overzicht scenario’s
29
4.
Bewegingsonderwijs
31
5.
Financiële kaders en werkwijze
34
5. 1
Uitgangspunten
34
5. 2
Totale investering IHP
34
5. 3
Fasering
35
5. 4
Lopende projecten
35
5. 5
Stopjaren
35
6.
Slotsom en werkafspraken
36
6. 1
Slotsom
36
6. 2
Aanbevelingen
36
De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B. V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B. V. een overeenkomst is aangegaan , heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V. , gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021 , dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave , door opdrachtgever en of derden is uitgesloten , inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd , opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand , of openbaar gemaakt , in enige vorm of op enige wijze , hetzij elektronisch , mechanisch , via internet , door fotokopieën , opnamen of enige andere manier , zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B. V.
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
Bijlage: uitvoeringsagenda
37
wordt elke 4 jaar geactualiseerd. Hierdoor blijft het een koersdocument en geen blauwdruk , waardoor flexibiliteit (beargumenteerd) behouden blijft.
1. Inleiding 1. 1
Aanleiding
De gemeente Peel en Maas beschikt over een Integraal Huisvestingsplan (IHP) primair onderwijs voor de periode 2021 – 2036.1 Het voorliggend document betreft een actualisatie van dat IHP. Hiermee sluit de gemeente Peel en Maas aan op het wetsvoorstel ‘Planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’ 2 , waarin gemeenten worden verplicht een IHP vast te stellen en deze elke vier jaar te actualiseren. Nieuw binnen dit IHP is de betrokkenheid van het voortgezet onderwijs (hierna: vo). Hierdoor omvat dit IHP alle voorzieningen voor zowel primair als voortgezet onderwijs in de gemeente Peel en Maas. Het voorliggende IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met Stichting Kerobei , Stichting Prisma , Stichting Akkoord!po , Stichting LVO , SKBM , Hoera kindercentra , Stichting Kinderopvang Meijel en de gemeente Peel en Maas.
1. 2
Het IHP vormt het gezamenlijke afsprakenkader tussen de gemeente , schoolbesturen en kinderopvangorganisatie. Alle betrokken partijen zetten zich binnen hun eigen rol en verantwoordelijkheid maximaal in om de inhoud van het IHP waar te maken. Het IHP biedt – na vaststelling door het college en de gemeenteraad – een langetermijnperspectief (periode 2025-2040) voor alle schoollocaties in het primair en voortgezet onderwijs en de kinderopvanglocaties binnen schoolgebouwen. In de eerste 4 jaar staan de korte termijn investeringen vast (na vaststelling door de gemeenteraad) , daarna volgt een doorkijk van 12 jaar. Dit sluit aan op de termijn die wordt geadviseerd in het wetsvoorstel. Het IHP
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
Kaderstellingen De kaderstellingen voor Vitale Gemeenschappen , Sociaal Domein en Ruimte vormen samen het richtinggevend kader voor de gemeente Peel en Maas voor de periode 2024-2034. De kaderstellingen Gemeenschappen en Sociaal Domein hebben raakvlakken met jeugd en onderwijs(huisvesting) , de kaderstelling Ruimte stelt uitgangspunten omtrent onder andere duurzaamheid. Het IHP sluit op de programmadoelen uit de kaderstellingen.
1. 3
Leeswijzer
De gele tekstkaders zijn samenvattend voor de paragraaf uitgangspunten voor de gebouwen binnen dit IHP.
en gelden
als
De leeswijzer van de rapportage is als volgt:
Status IHP
1 Door de gemeenteraad vastgesteld
In de gemeente Peel en Maas is geen huisvestingsverordening. Het IHP is leidend. Indien partijen er onderling niet uitkomen vormt de modelverordening onderwijshuisvesting van de VNG het vangnet. Voor de investeringsbedragen zijn realistische kengetallen het uitgangspunt.
in juni 2021.
▪
Visie en beleidskader Eerst wordt de vraag beantwoord wat de gemeente , kinderopvangorganisaties en schoolbesturen met hun onderwijs- en kinderopvanghuisvesting beogen. Daarnaast wordt ingegaan op de typen maatregelen in het IHP.
▪
Huisvestingsscenario’s per kern Per school(gebouw) is stilgestaan bij mogelijke ontwikkelrichtingen , samenwerking en karakteristieken van het onderwijs en/of huisvesting inclusief kinderopvang. Hieruit zijn verschillende scenario’s naar voren gekomen.
2 Op 29 januari 2025
is het wetsvoorstel ter behandeling naar de Tweede Kamer gestuurd. Het is de verwachting dat de wet ingaande 2026 van kracht zal worden. 4/39
▪
Bewegingsonderwijs Er is een analyse gemaakt bewegingsonderwijs.
van
het vraag en aanbod
van
het
▪
Financiële kaders en werkwijze Voor de oplossingsrichting zijn de investeringskosten in beeld gebracht.
▪
Slotsom en werkafspraken De rapportage eindigt met enkele aanbevelingen
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
voor
het vervolg.
5/39
2. Visie en beleidskaders
andere onderwijsvoorzieningen of kinderopvangorganisaties , maar versterken elkaar juist.
Dit hoofdstuk beschrijft verschillende beleidsthema’s die ingaan op de visie van onderwijs- en kinderopvang(huisvesting). Voor elk thema is de gezamenlijke visie en ambitie van gemeente , schoolbesturen en kinderopvang beschreven. Daarnaast is deze ambitie vertaald in concrete en haalbare uitgangspunten voor het IHP.
De onderwijsvoorzieningen SBO De Fontein , Bouwens van der Boijecollege en Buurtcollege Agora Maas en Peel vervullen een regionale rol en passen daardoor niet binnen het principe van denken in kernen.
De vraag die centraal staat , is: “Wat is onze belofte voor de jongeren in Peel en Maas op het gebied van onderwijs- en kinderopvang(huisvesting)?”.
▪
2. 1
▪ ▪
Aanbod in de gemeente
De gemeente Peel en Maas bestaat uit 11 kernen 3 , met momenteel in elke kern minstens één onderwijs-en kinderopvangvoorziening(en). De ambitie is om dit aanbod te behouden , zolang de basiskwaliteit goed is en het financieel haalbaar blijft voor de betrokken partijen. Daalt het leerlingenaantal en ontstaat er structurele en substantiële leegstand , dan zoeken gemeente , schoolbesturen en kinderopvang samen naar een passende oplossing.
Te hanteren uitgangspunten IHP: Behouden van de bestaande onderwijs- en kinderopvangvoorzieningen , zolang de basiskwaliteit goed is en het financieel haalbaar blijft voor de betrokken partijen. Lange termijn oplossingen hebben betrekking op het brede perspectief. Elke onderwijsvoorziening heeft een eigen identiteit en onderwijsconcept en dit aanbod versterkt elkaar.
Bij het zoeken naar lange termijn oplossingen kijken we niet alleen naar de leerlingenprognoses , maar ook naar ontwikkelingen in de omgeving en de toekomstvisie voor de middel- en lange termijn. In het IHP maken we onderscheid tussen basisvoorzieningen en kernpartners. Onderwijs en kinderopvang (voorschoolse voorziening) vormen samen de basisvoorziening per locatie. Is de locatie uitgebreid met andere partijen die bijdragen aan de ontwikkeling van het kind – zoals jeugdhulp – dan beschouwen we die als kernpartners.4 Elke onderwijsvoorziening heeft een eigen identiteit en onderwijsconcept. Deze pluriformiteit biedt ouders keuzevrijheid en leerlingen verschillende ontwikkelroutes. Verschillen vormen geen belemmering voor samenwerking met
3 Panningen , Helden , Baarlo , Maasbree , Kessel , Kessel-Eik , Beringe , Egchel , Grashoek , Meijel en
Koningslust
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
4 Onderwijs en
kinderopvang zijn dan ook kernpartners.
6/39
2. 2
Doorgaande ontwikkellijn
De ambitie is een doorgaande ontwikkellijn van 0 tot 18 jaar. Goede samenwerking tussen kinderopvang en primair onderwijs en tussen primair onderwijs en voortgezet onderwijs , is daarbij essentieel.
Te hanteren uitgangspunten IHP: ▪
▪
Kindcentrum In een kindcentrum werken onderwijs en kinderopvang samen aan de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 13 jaar. Ze zorgen voor een doorlopende leerlijn , gebaseerd op een gedeelde pedagogische en didactische visie. Essentieel hierbij zijn nauwe samenwerking , gelijkwaardigheid (binnen de gestelde kaders) en wederzijds vertrouwen. Het schoolbestuur kiest zelf de kinderopvangpartner. De samenwerking vindt plaats in één gebouw of in de directe omgeving , op didactisch en organisatorisch niveau. Bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie is een kindcentrum het uitgangspunt. Bij bestaande bouw worden de mogelijkheden per keer bekeken. Uitbreiding van een kindcentrum met functies als cultuur , vrijetijdsbesteding of jeugdhulp gebeurt in overleg en is maatwerk per keer.
▪
▪ ▪ ▪
Samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang in een kindcentrum (onder één dak) is het uitgangspunt. Samenwerking wordt ook gezocht in de nabijheid van elkaar. Het schoolgebouw is een middel om te komen tot een integrale samenwerking tussen onderwijs , kinderopvang en waar mogelijk andere relevante maatschappelijke partners (Kaderstelling Vitale Gemeenschappen 2024-2034). Het schoolbestuur kiest de kinderopvangpartner. Bij andere maatschappelijke partners is dit in overleg tussen onderwijs , kinderopvang en gemeente. In een kindcentrum zijn onderwijs en kinderopvang gelijkwaardig gehuisvest (zie paragraaf 3. 1). In een kindcentrum worden ruimten flexibel en multifunctioneel ingericht om de doorlopende ontwikkellijn te ondersteunen. Leerlingen gaan met een warme overdracht van het primair naar het voortgezet onderwijs.
Van kindcentrum naar het voortgezet onderwijs De doorgaande ontwikkellijn loopt verder door van primair naar het voortgezet onderwijs , waarbij een warme overdracht zorgt voor een soepele overgang. Dit vindt plaats door: ─
─
Voorbereiding op de toekomst: Het voorbereiden van leerlingen op de overgang naar het voortgezet onderwijs door middel van gerichte programma’s en ondersteuning. Ondersteuning en begeleiding: Het bieden van extra begeleiding en ondersteuning om ervoor te zorgen dat leerlingen succesvol doorgroeien naar verdere onderwijsniveaus.
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
7/39
2. 3
Passend
en
inclusief aanbod
Inclusief onderwijs in 2035 is een landelijke opdracht. De werkagenda van de Rijksoverheid benadrukt de noodzaak van samenwerking tussen scholen , leerkrachten , ouders en zorginstellingen om deze inclusieve onderwijsvorm te realiseren , waarbij de focus ligt op het wegnemen van barrières en het bevorderen van gelijke kansen voor alle kinderen. Ook de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties in Peel en Maas handelen in lijn met deze opdracht. Het uitgangspunt is onderwijs zo dicht mogelijk bij huis , in een reguliere setting. Extra begeleiding wordt daar aangeboden als dat nodig is. Soms is (voortgezet)speciaal (basis)onderwijs beter passend , tijdelijk of structureel. Ook dan wordt inclusie nagestreefd , bijvoorbeeld door ontmoeting tussen leerlingen te stimuleren. Passend en inclusief onderwijs en kinderopvang heeft ook gevolgen voor de huisvesting. Het vraagt om andere typen ruimten , (prikkelarme) inrichting en betere toegankelijkheid.5 Dit is van invloed op de ruimtebehoefte. De beleidsregel extra vierkante meters biedt ruimte om bij nieuwbouw , uitbreiding of levensduurverlengende renovatie meer meters te realiseren voor passend en inclusief onderwijs (zie tekstkader). Passend en inclusief onderwijs is niet simpelweg kopiëren en plakken , maar vraagt iedere keer om maatwerk , waarin de betrokken partijen met elkaar het gesprek aangaan.
Extra vierkante meters voor een inclusief en passend aanbod De beleidsregel extra vierkante meters maakt het mogelijk om ‘bovennormatief’ te denken en maatwerk te leveren in projecten. De investering van de extra vierkante meters ligt – na akkoord van de gemeente – bij de gemeente. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur. Het schoolbestuur levert een onderbouwing aan om in aanmerking te komen voor extra vierkante meters. Dit omvat ook het verkennen van kansen voor multifunctioneel gebruik , zodat de gewenste functionaliteit wordt bereikt zonder een extra investering. Hierbij wordt de kinderopvang als samenwerkingspartner binnen het gebouw betrokken. Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs Noord-Limburg voor po en vo De samenwerkingsverbanden zien het onderwijs als een gedeelde verantwoordelijkheid waarin scholen , ouders , gemeenten en jeugdhulp nauw samenwerken om de ontwikkelkansen van elke jeugdige te maximaliseren. De scholen zijn medeverantwoordelijk voor de realisering van: Een dekkend aanbod voor alle kinderen: Dit houdt in dat voor alle kinderen , zo thuisnabij mogelijk , een passende onderwijsplek wordt geboden. Samenwerking met netwerkpartners: Het swv versterkt de verbinding tussen onderwijs , gemeenten en jeugdhulp om onderwijs en zorg in samenhang te realiseren.
Dit komt tot uiting in: Ambitie van de voortgezet onderwijsscholen in Peel en Maas: Het Buurtcollege , Bouwens van der Boijecollege en Aloysiusstichting werken samen aan een onderwijsaanbod voor leerlingen die binnen het reguliere onderwijs extra ondersteuning en expertise nodig hebben. De ambitie is een inclusieve leeromgeving waarin ook leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs meedoen.
5 Toegankelijke schoolgebouwen zijn gebouwen die zijn ontworpen en ingericht zodat alle leerlingen , inclusief die met een beperking of speciale behoeften , veilig , comfortabel en optimaal deelnemen aan
het onderwijs.
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
8/39
Te hanteren uitgangspunten IHP: ▪ ▪ ▪ ▪
2. 4
Schoolgebouwen zijn toegankelijk voor alle leerlingen , ook leerlingen met een beperking of speciale behoeften. Het uitgangspunt is thuisnabij en regulier onderwijs. Bij een voorziening voor (voortgezet)speciaal (basis)onderwijs is inclusie het uitgangspunt , bijvoorbeeld door ontmoeting met reguliere leerlingen. Een schoolbestuur kan meer meters aanvragen middels een businesscase ten behoeve van inclusief en passend onderwijs.
Flexibiliteit en ruimtegebruik
Flexibiliteit: Om in te spelen op groei , krimp en veranderend gebruik is flexibele huisvesting essentieel. Flexibele schoolgebouwen passen zich eenvoudig aan een veranderende ruimtebehoefte en onderwijs- of kinderopvangconcept. Bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie wordt rekening gehouden met: ▪
▪
Uitbreidingsmogelijkheden: bij planvorming rekening te houden met toekomstige uitbreiding zonder dat de uitbreiding het onderwijskundige of kinderopvangconcept te niet doet. Aanpasbaarheid: bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om (eventuele) groei , krimp en/of verandering van concept (flexibel) op te vangen – gebouwelijk en installatietechnisch. Daarbij is aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing (en veranderingen in het binnenklimaat) zo veel mogelijk te voorkomen.
Een modulair bouwsysteem is een flexibel alternatief voor traditionele bouw. Het laat zich eenvoudig op- of afschalen en kent een kortere bouwtijd op locatie. Een modulair gebouw kenmerkt circulariteit , met als mogelijkheid dat (een deel van) dit gebouw na gebruikstermijn op een andere plek of zelfs met een andere bestemming ingezet wordt. Het modulaire bouwsysteem is maatwerk en vooral geschikt wanneer de leerlingontwikkeling onzeker is.
6 Het teruggeven van het juridisch eigendom van een deel van het schoolgebouw
mogelijkheid. 2240371 |
www. icsadviseurs. nl
Multifunctionaliteit: stimuleren van multifunctioneel gebruik van schoolgebouwen draagt bij aan optimaal gebruik en een betere bezetting. Multifunctioneel inzetbare ruimten dienen goed bereikbaar te zijn en een flexibele inrichting te hebben. Voor gebruik buiten schooltijd is een goed beveiligingssysteem met afsluitbare deuren essentieel om de toegang te regelen en ongewenste verplaatsingen te voorkomen. De invulling van multifunctioneel gebruik verschilt per locatie en kan leiden tot hogere investeringskosten. Leegstand: Onderwijs- en kinderopvangorganisaties bepalen zelf of leegstand een probleem is. Samen met de gemeente maken zij dan een plan om deze terug te dringen 6 , afgestemd op de toekomstige behoefte in het gebied. Er wordt niet gebouwd voor leegstand; investeringen moeten maatschappelijk verantwoord en goed onderbouwd zijn. Bij integrale , toekomstbestendige plannen wordt vanzelfsprekend gekeken naar het integreren van kinderopvang en andere maatschappelijke partners die kindgerelateerd zijn. Gelijkwaardigheid: In een kindcentrum zijn onderwijs en kinderopvang gelijkwaardig gehuisvest. In situaties waar kinderopvang gebruik maakt van onderwijsmeters , geldt dat bij krimp of groei de kinderopvang niet zomaar vertrekt , maar zoeken gemeente , onderwijs en kinderopvang samen naar meer vierkante meters , met als uitgangspunt dat leerlingen onderwijs thuisnabij volgen.
Dit biedt ruimte voor maatwerk en borgt continuïteit , essentieel voor duurzame samenwerking. Voor de kinderopvang wordt gewerkt met een onderbouwing van het aantal kindplaatsen in een businessplan. Omvang installaties: In nieuwe gebouwen worden steeds meer installaties gevraagd vanuit het voldoen aan wet- en regelgeving (Besluit bouwwerken en leefomgeving). In de normering van de onderwijshuisvestingsverordening (VNG modelverordening) is rekening gehouden met een installatieconcept zoals in het verleden gangbaar was , zoals verwarming met een cv-installatie. Nieuwe gebouwen werken met andere installatieconcepten , zoals met warmtepompen , die een andere dimensionering hebben. Deze vragen geregeld om meer meters waarbij een omvang van indicatief 150 tot 200 vierkante meter geen uitzondering vormt. Voor elk project wordt op maat bepaald welke extra benodigde vierkante meters , bovenop de normatieve ruimtebehoefte voor onderwijshuisvesting , moeten worden meegenomen.
is ook een
9/39
Te hanteren uitgangspunten IHP: ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
2. 5
Flexibel bouwen om dubbelgebruik van de beschikbare ruimte mogelijk te maken , bijvoorbeeld onderwijs én buitenschoolse opvang (kwaliteit). Flexibel bouwen om andersoortig gebruik en uitbreiding in de toekomst mogelijk te maken; Flexibel bouwen om afschalen en hergebruiken van gebouwdelen mogelijk te maken; Bij nieuwbouw en levensduurverlengende renovatie staat het onderwijsen kinderopvangconcept voorop. Daar waar nodig stimuleren , faciliteren en financieren we bovenwettelijke ambities met maatwerk. Samenwerking waar mogelijk om al bestaande voorzieningen te delen (kwaliteit) , zowel onderwijs als niet-onderwijs gerelateerd. Voor elk project wordt op maat bepaald welke extra benodigde vierkante meters voor installaties nodig is.
Kwaliteit en duurzaamheid
Binnen het IHP streven we naar gebouwen die niet alleen energiezuinig zijn , maar ook lang mee kunnen , gezond zijn voor hun gebruikers en voorbereid op een veranderend klimaat. Duurzaamheid wordt breed benaderd: niet alleen op het gebied van energie , maar ook qua circulariteit , gezondheid en klimaatadaptatie. Kinderen leren en ontwikkelen zo in gebouwen die bijdragen aan hun welzijn én aan een duurzamere wereld , nu en in de toekomst. Energie: Vanuit de huidige wet- en regelgeving (Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is het verplicht om bij nieuwbouw een bijna energieneutraal gebouw (BENG) te realiseren en ook dat dit gebouw aardgasvrij is. In dit IHP geldt het advies om een stap extra te nemen en te bouwen volgens ENG (Energieneutraal Gebouw). De reden hiervoor is om een kwaliteitsslag richting de toekomst te maken door de gebouwgebonden energieverbruik te minimaliseren tot nul (ook in lijn met toekomstige Europese regelgeving – zie tekstkader Zero Emission Building).
Bij levensduurverlengende renovaties – die als volwaardig alternatief voor nieuwbouw worden gezien – wordt gestreefd naar dezelfde duurzaamheidsambities als bij nieuwbouw. Voor alle bestaande gebouwen geldt dat deze pas aardgasloos worden zodra vanuit de warmtetransitie zich een kans voordoet op ‘natuurlijke momenten’; bij nieuwbouw of renovatie. Europese regelgeving vanaf 2030 Voor utiliteitsgebouwen , waaronder schoolgebouwen , wordt voor (vervangende) nieuwbouw vanaf 1 januari 2030 het verplicht om te voldoen aan ‘Zero Emission Building’. De exacte definitie van een ZEB-gebouw is nog niet uitgewerkt voor de Nederlandse context. Vanwege de reikwijdte van een IHP (periode van 16 jaar) is het wel noodzakelijk om een tussentijdse werkdefinitie op te nemen om te anticiperen op deze toekomstige regelgeving , om deze reden geldt de werkdefinitie voor een Energieneutraal gebouw (ENG). Zero Emission Building (ZEB) Een ZEB-gebouw is op hoofdlijnen te definiëren als een Energieneutraalgebouw dat ook aardgasvrij is , met dien verstande dat het energieverbruik laag moet zijn (niet volledig energieneutraal , maar wel een laag energieverbruik zonder fossiele uitstoot). De ZEB-regelgeving stuurt op reducties van emissies door energie-efficiëntie én dat op de gebouwlocatie géén emissies uitgestoten mogen worden.
ZEB gaat daarbij alleen om de gebouwgebonden energie en nog niet over de gebruikgebonden energie. Aandachtspunt netcongestie: de beperkte capaciteit op het energienet vormt een knelpunt bij nieuwbouw , uitbreiding en verduurzaming (zoals zonnepanelen). Dit kan leiden tot vertraging. Er zijn wel oplossingen , maar die vragen vaak extra budget. Daarom wordt binnen het IHP per project een stelpost 7 opgenomen om dit risico op te vangen. Bij uitvoering wordt per project de beste (en betaalbare) oplossing gekozen. Ook is er aandacht voor de benodigde procedures rondom netaansluitingen.
7 Deze stelpost is afhankelijk van de omvang van het
project en de verwachting van de grootte van de aansluiting. Hier wordt onderscheid gemaakt tussen een project voor PO en een project voor VO. De kosten als het gevolg van netcongestie liggen voor de gemeente , tenzij anders beargumenteerd. 2240371 |
www. icsadviseurs. nl
10/39
Binnenklimaat: Een gezond binnenklimaat is essentieel voor goed onderwijs en kinderopvang. Gebouwen moeten voldoen aan Frisse Scholen Klasse B 8 en voor de kinderopvang de specifieke eisen die voor de sector gelden , zowel bij nieuwbouw als levensduurverlengende renovatie. Bij bestaande gebouwen is het streven deze norm zo dicht mogelijk te benaderen met verantwoorde investeringen. Schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zijn hiervoor primair verantwoordelijk , behalve bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie— daar ligt die taak bij de gemeente. In bijzondere situaties is de gemeente bereid om mee te denken in oplossingen , passend bij de levensduur van het gebouw. Kinderopvangorganisaties investeren zelf of betalen via huur. Bij huur gaat een deel naar de gemeente (kapitaallasten) en een deel naar het schoolbestuur (exploitatie). Overweging: binnenklimaat - koeling Het koelen van een schoolgebouw is bij langdurige hitte een steeds groter (maatschappelijk) probleem. Hierdoor kan een situatie ontstaan waarin geen les meer gegeven mag worden en leerlingen noodgedwongen naar huis gestuurd worden. Bestaande bouw: om een gebouw optimaal te koelen is het van belang om te kijken naar de ‘schil’. Wanneer de ‘schil’ van het gebouw optimaal is geïsoleerd blijft de warmte buiten het gebouw. Oplossingsrichtingen zijn: (na)isoleren van de buitengevel , spouw en dak.
Nieuwbouw: bij nieuwbouw wordt reeds rekening gehouden met de huidige isolatiewaarden , middels onder andere een klimaatsysteem. Een extra optie is het gebruikmaken van natuurlijke bouwmaterialen zoals hout. Klimaatadaptatie: Klimaatadaptatie is een instrument om ons voor te bereiden op klimaatverandering waarbij de samenleving zich aanpast , om zo de schadelijke gevolgen ervan te beperken (Peel en Maas , duurzaamheidsbeleid , 2020). Het onderwerp klimaatadaptatie raakt aan verschillende andere (beleids)velden. Belangrijke relaties zijn er onder andere met groenvoorziening , gebruik en inrichting van de openbare ruimte , bebouwing , (regen)wateroverlast en droogte. Daarnaast bouwen we natuurinclusief , dat wil zeggen met ruimte
8 Hiervoor
waardevol groen en oppervlakkige waterberging (Peel en Maas , omgevingsvisie). voor
Watersystemen: regenwateropvangsystemen vangen regenwater op en gebruiken dit voor bijvoorbeeld het doorspoelen van toiletten. Dit vermindert het drinkwaterverbruik , verlaagt exploitatiekosten en ontlast het lokale watersysteem , vooral bij droogte. De aanleg hiervan brengt doorgaans meerkosten met zich mee. Per project bekijken gemeente en schoolbestuur samen of zo’n systeem haalbaar is en wat het betekent voor de investering en exploitatie. Circulariteit: Vanuit milieudoelstellingen kan het een afweging zijn om voor nieuwe en bestaande gebouwen te gaan werken met een registratie in een grondstoffendatabank of het bijhouden van een materialenpaspoort. Deze middelen geven inzicht in welke materialen in een gebouw zitten , om de mate van herbruikbaar en recyclebaar materiaal aan te duiden bij sloop- of renovatiewerkzaamheden. Het IHP sluit aan bij het programma Duurzaamheid , waar bij ieder nieuwbouw- of renovatieproject van meer dan €500. 000 een materialenpaspoort wordt opgesteld. Het materialenpaspoort wordt onderdeel van de stichtingskosten. Het Nieuwe Normaal Onderdeel van circulariteit is Het Nieuwe Normaal: een raamwerk dat circulair bouwen concreet en eenduidig maakt , met focus op de materialentransitie. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de bredere duurzame context , zoals energieverbruik , waterbeheer en stikstofreductie.
Versnellers die circulair bouwen kunnen stimuleren , worden inzichtelijk gemaakt. HNN benadrukt dat circulair bouwen vraagt om een nieuwe manier van samenwerken binnen teams en organisaties. Ervaringen daarmee worden actief gedeeld. Bovendien wordt de link gelegd met sociale thema’s zoals re-integratie en participatie. Total Cost of Owenership (TCO): De kosten van een schoolgebouw gaan verder dan alleen de bouwkosten. Tijdens de levensduur ontstaan ook kosten voor
is de bron RVO en het Programma van Eisen Frisse Scholen.
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
11/39
beheer en onderhoud. Het Total Cost of Ownership (TCO)-principe brengt alle kosten over de volledige levensduur in beeld. Duurdere keuzes bij ontwerp , zoals onderhoudsarme materialen of energiezuinige installaties , kunnen op termijn juist voordeliger zijn. Denk aan onderhoudsvrije vloeren of installaties met lage energiekosten. TCO vraagt om anders kijken naar ontwerp en gebruik.
Te hanteren uitgangspunten IHP: ▪
▪
Bij een nieuwbouw- of renovatieproject wordt TCO meegenomen. Dit kan ook worden gebruikt als onderbouwing voor de (eventuele) bijdrage vanuit het schoolbestuur , passend binnen de kaders van het onderwijsaccountantsprotocol.
▪
Bewegen: Voor goede leerprestaties en de ontwikkeling van kinderen is voldoende beweging essentieel. Een beweegvriendelijke schoolomgeving stimuleert kinderen om te bewegen , zowel binnen als buiten. Denk aan brede gangen , hoogteverschillen , klimmuren , glijbanen , groenblauwe schoolpleinen en beweegactiviteiten. Groenblauwe schoolpleinen combineren natuur , water en educatie. Ze vervangen grijze , verharde pleinen door speelse en leerzame buitenruimtes met groen (zoals bomen , gras en moestuinen) en blauw (zoals wadi’s of regenwateropvang). Deze pleinen dragen bij aan bewegen , buitenlessen en klimaatadaptatie. Bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie wordt de buitenruimte hierop afgestemd en voldoen deze aan 5 m² buitenruimte per poleerling , waarvan 2 m² onverhard – afwijkingen zijn gemotiveerd mogelijk in bebouwd gebied. Voor het voortgezet onderwijs is dit 08, m² per vo-leerling (maximum 600 m² in dichtbebouwde omgeving). Voor kinderopvang gelden de wettelijke eisen. Groenblauwe schoolpleinen brengen hogere onderhoudslasten met zich mee dan een traditioneel ‘grijs’ schoolplein , en zorgen voor een verhoogde mate van schoonmaak binnen de gebouwen. In geval van openbare schoolpleinen kan dit meegenomen worden in de afspraken tussen gemeente en schoolbesturen over de inrichting en onderhoud ervan. Openbare schoolpleinen blijven ook buiten schooltijden toegankelijk.
Ze versterken de sociale functie van het plein , voorkomen overlast en bieden extra speelruimte. Gemeente en schoolbestuur maken samen afspraken over inrichting en onderhoud. Door de intensieve benutting zijn duurzame materialen extra belangrijk , waarbij ook een groenblauwe inrichting wordt meegenomen.
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
▪ ▪
▪
2. 6
Bij nieuwbouw is de ambitie ENG (of hoger) , per project wordt gekeken of en op welke wijze dit wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt het aardgasvrij gerealiseerd en gemiddeld Frisse scholen klasse B. Bij levensduurverlengende renovaties – die als volwaardig alternatief voor nieuwbouw worden gezien – gelden dezelfde duurzaamheidsambities als bij nieuwbouw. Klimaatadaptief , natuurinclusief , regenwatersystemen , circulariteit zijn na te streven ambities. Per project wordt gekeken op welke wijze dit vormt krijgt. Voor toekomstige projecten wordt met Het Nieuwe Normaal circulaire prestaties inzichtelijk gemaakt. Bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie wordt de buitenruimte groenblauw ingericht en geldt de ambitie van 5 m² buitenruimte per po-leerling , waarvan 2 m² onverhard. In bestaande situaties worden de kansen voor subsidie verkend. De buitenruimte voor het voortgezet onderwijs is 08, m² per vo-leerling.
Type maatregelen IHP
Voor elke onderwijsvoorziening wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen gepleegd worden. In het IHP wordt onderscheid gemaakt tussen schoolgebouwen die de komende periode in stand worden gehouden en gebouwen waar de noodzaak tot vervanging of een maatregel aanwezig is. In het IHP hanteren we daarom de volgende huisvestingsscenario’s: 1. 2.
3. 4. 5. 6.
(Vervangende) nieuwbouw Renovatie a. 40 jaar levensduurverlengend b. 25 jaar levensduurverlengend Verduurzamen Positie herschikking In stand houden Afstoten 12/39
Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren. In beginsel is het schoolbestuur bouwheer tenzij gemeente en schoolbestuur anders overeenkomen. Normbedragen onderwijshuisvesting De normbedragen die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hanteert voor onderwijshuisvesting sluiten al geruime tijd niet meer aan op de actuele bouwprijzen. Om dit knelpunt te ondervangen , is in dit Integraal Huisvestingsplan (IHP) bewust gekozen voor het hanteren van realistische , marktconforme bouwprijzen , gebaseerd op kengetallen van ICSadviseurs.
▪
▪ ▪
▪ ▪
Maatregel 1: (Vervangende) Nieuwbouw Onder nieuwe gebouwen worden de schoolgebouwen verstaan waarvoor in het IHP een noodzaak tot vervanging wordt aangetoond. Deze gebouwen krijgen binnen afzienbare tijd een grootschalige ingreep in de vorm van (vervangende) nieuwbouw met een levensduur van 40 jaar. Spelregels IHP – (vervangende) nieuwbouw Voor de oplossingsrichting (vervangende) nieuwbouw zijn de volgende spelregels van toepassing: ▪ Een haalbaarheidsonderzoek dient aan te tonen of nieuwbouw een beter alternatief is voor levensduurverlengende renovatie (als daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context). ▪ Het haalbaarheidsonderzoek wordt in gezamenlijkheid door gemeente en schoolbestuur uitgevoerd om eenzijdige sturing te voorkomen. ▪ De gemeente is verantwoordelijk voor de vigerende wettelijke bekostiging , momenteel BENG , en gemiddeld Frisse Scholen klasse B. De ambitie voor ENG geldt. Per project worden de maatregelen om te komen tot ENG inzichtelijk gemaakt volgens de TCO-benadering. Voor het budget wordt uitgegaan van realistische investeringsbedragen. ▪ Het schoolgebouw wordt aardgasloos gerealiseerd. ▪ Het schoolbestuur kan bijdragen om hogere duurzaamheidsambities te realiseren , mits dit beargumenteerd terugverdient wordt in de totale exploitatielasten volgens de TCO-benadering.
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
Een haalbaarheidsonderzoek , met daarin maatregelen volgens de TCObenadering met een rendabele terugverdientijd in de exploitatie (passend binnen het Onderwijsaccountsprotocol) , moet aantonen of hogere duurzaamheidseisen haalbaar zijn. Het opstellen van dit haalbaarheidsonderzoek is onderdeel van het bouwproces. Er wordt een klimaatscan uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn. De omschreven ambities voor flexibiliteit , inclusie en circulariteit dienen bij nieuwbouwprojecten zoveel als mogelijk te worden geïntegreerd , passend binnen het budget. Bij nieuwbouw wordt een materialenpaspoort opgesteld. Aanvullende circulaire prestaties worden met Het Nieuwe Normaal inzichtelijk gemaakt.
Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijk van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend. Mocht het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw minder zijn dan BENG , dan wordt er gestreefd naar minimaal BENG.
Maatregel 2: Levensduurverlengende renovatie Voor levensduurverlengde renovatie gelden twee varianten. Deze zijn: ▪ ▪
2A: Levensduurverlengende renovatie met een scope van 40 jaar. 2B: Levensduurverlengende renovatie met een scope van 25 jaar.
2A: levensduurverlengende renovatie met
een scope van
40 jaar
Deze ingreep wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. Hierbij wordt het bestaande gebouw aanzienlijk verbeterd , met als doel de levensduur met minstens 40 jaar te verlengen. Tegelijkertijd wordt het gebouw duurzamer en vereist het minder onderhoud. Daarnaast wordt ook een adequaat binnenklimaat meegenomen volgens de vereisten van gemiddeld Frisse Scholen klasse B. Omdat levensduurverlengende renovatie als een gelijkwaardig alternatief wordt beschouwd , worden dezelfde doelstellingen nagestreefd als bij nieuwbouw.
13/39
Bij levensduurverlengende renovatie wordt gekeken naar: ▪ ▪ ▪ ▪
Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit , multifunctionaliteit en aansluiten onderwijs- en kinderopvangconcept). Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige installatietechnische ingrepen. Ruimtelijke staat. Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie ENG).
─
Spelregels IHP - levensduurverlengende renovatie met een scope van 40 jaar ▪
▪ ▪ ▪
▪
─
en
Een businesscase toont of nieuwbouw een beter alternatief is dan levensduurverlengende renovatie , wanneer daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context. De gemeente en het schoolbestuur stellen gezamenlijk de businesscase op om te voorkomen dat er eenzijdige sturing plaatsvindt. De bijdrage vanuit de gemeente en eventueel aanvullende bijdrage vanuit het schoolbestuur is vergelijkbaar met de spelregels voor nieuwbouw. Er wordt gerekend met één investeringsbedrag voor zowel levensduurverlengende renovatie als (vervangende) nieuwbouw. De ruimtebehoefte voor nieuwbouw vormt de basis voor de indicatieve investeringskosten , waaruit ook een levensduurverlengende renovatie bekostigd kan worden. In het afwegingskader binnen de businesscase dienen de volgende afwegingen ten grondslag te liggen aan de motivatie om te kiezen voor levensduurverlengende renovatie in plaats van nieuwbouw: ─ Het gebouw heeft een goede uitstraling , ligging en/of functionaliteit. ─ Het gebouw heeft verschillende bouwdelen. ─ Het gebouw heeft een hoge boekwaarde. ─ De exploitatie vormt geen probleem. ─ Levensduurverlengende renovatie vormt een duurzamer alternatief dan nieuwbouw , circulaire maatregelen worden hierin meegenomen. ─ Er ruimte is in het gebouw of op het terrein om het gewenste aanbod te realiseren.
─ Het gebouw dusdanig flexibel is dat er multifunctioneel gebruik van ruimten kan worden gemaakt en aanpassingen/uitbreidingen in de toekomst mogelijk zijn (indien gewenst).
Wel of geen inzet van tijdelijke huisvesting benodigd is. Hierbij is leidend dat kinderen rust nodig hebben om tot goede ontwikkelprestaties te komen. De omschreven ambities voor flexibiliteit , inclusie en circulariteit dienen bij levensduurverlengende renovatieprojecten zoveel mogelijk te worden geïntegreerd passend binnen het beschikbaar gestelde budget.
In het proces om te komen tot een afweging voor levensduurverlengende renovatie zijn nog vijf spelregels van toepassing: ▪
▪
▪ ▪ ▪
Als er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen , kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing. Er zijn argumenten om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw (bijvoorbeeld bij het behoud van de fundering om de CO-uitstoot 2 te beperken. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een businesscase en betrokken organisaties komen in gezamenlijkheid tot een besluit. Daarna is het een maatregel die volgens de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt. Aandachtspunt voor in- of uitbreiden met behoud van onderwijs- en kinderopvangconcept. Aandacht voor de locatie (in de wijk/kern en leerlingenprognoses). Aandacht voor de klimaateffecten. Wetgeving rond levensduurverlengde renovatie Voor renovatie als voorziening in de onderwijshuisvesting is door het Rijk wetgeving in de maak. De verwachting is dat deze nog in 2026 in werking gaat. Tot het moment dat de wetgeving van kracht is gelden bovenstaande spelregels voor renovatie.
2B: levensduurverlengende renovatie met een
scope van
25 jaar
In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van een aangepaste levensduurverlengende renovatie variant. Voor scholen waarvan het toekomstperspectief onzeker is (vanwege leerlingenaantal , ruimtelijke ontwikkeling , et cetera) , maar het gebouw vanuit kwalitatief oogpunt om ingreep vraagt , kan een levensduurverlenging van 25 jaar passend zijn.
een
Spelregels IHP - levensduurverlengende renovatie met een scope van 25 jaar 2240371 |
www. icsadviseurs. nl
14/39
▪
▪ ▪
▪
▪
▪
Bij een aangepaste variant wordt het gebouw verduurzaamd , het binnenklimaat verbeterd en worden ingrepen gedaan om de onderwijskundige kwaliteit te verbeteren. De gemeente is verantwoordelijk voor het bekostigen van de kwaliteit verhogende (en levensduurverlengde) ingrepen. Het budget wordt bepaald op basis van de benodigde ruimtebehoefte van de school en kinderopvang , niet op de capaciteit van het gebouw en bedraagt maximaal 50% van het nieuwbouwbudget. Uitgangspunt is dat de ingrepen die met deze vergoeding te bekostigen zijn ervoor zorgen dat de levensduur van het totale pand met minimaal 25 jaar wordt verlengd. De schoolbesturen blijven verantwoordelijk voor de bekostiging van de onderhoudswerkzaamheden zoals opgenomen in het MJOP. Op het moment dat helder is dat er een ingreep komt , wordt getracht de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk te clusteren in combinatie met de ingreep. De haalbaarheid van de ambities op het gebied van flexibiliteit , inclusie en circulariteit worden onderzocht. Binnen de mogelijkheid van het beschikbare budget wordt hier invulling aan gegeven. Voor scholen met een onzeker toekomstperspectief kan beargumenteerd worden afgeweken van deze punten.
Maatregel 3: Verduurzamen Dit betreft gebouwen waar vervangende nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie niet aan de orde is. Voor het verduurzamen van bestaande gebouwen gelden de volgende uitgangspunten: ▪ ▪
▪
De levensvatbaarheid van de locatie is voor minimaal 6 jaar gegarandeerd vanuit het schoolbestuur en de kinderopvangorganisatie. Het verduurzamen van het gebouw gaat in combinatie met uitvoeren van het meerjaren onderhoudsplan en gebeurt door inzicht te geven in maatregelen en terugverdientijden. Dit zorgt ervoor dat verduurzamingsmaatregelen op logische en kostenefficiënte momenten worden uitgevoerd , bijvoorbeeld bij de vervanging van installaties of isolatie. De gemeente en schoolbesturen dragen beide bij in de realisatie van verduurzaming. De omvang van de bijdrage wordt per vraagstuk aan de hand van een businesscase bepaald waarbij zowel naar de initiële
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
▪
▪
investering als de exploitatielasten gekeken wordt. De bijdrage voor schoolbesturen kan bestaan uit exploitatiegerichte investeringen met een terugverdientijd binnen vijftien jaar (inclusief effect op de onderhoudskosten). De bekostiging van een verduurzaming vraagt om maatwerk , passend bij de omvang van de opgave. In de financiële doorrekening wordt een stelpost opgenomen per project , passend bij de opgave. De ontwikkelingen op het gebied van de transitie van aardgas naar aardgasloos volgen wanneer die mogelijkheid zich voor doet.
Maatregel 4: Positie herschikking Dit betreft een activiteit waarbij twee onderwijsvoorzieningen een herschikking ondergaan waarbij schoolgebouwen onderling uitgeruild worden. Het doel is dat beide scholen daarmee meer passend gehuisvest zijn. Dit is een vorm van duurzaam hergebruik van bestaand vastgoed waarbij mogelijk een beperkt budget voor aanpassing , inhuizen , et cetera nodig is.
Maatregel 5: In stand houden Dit betreft een activiteit van het schoolbestuur om een bestaand gebouw in stand te houden. Voor het kwaliteitsniveau geldt dat voor het gebouw een adequaat niveau gehandhaafd dient te worden. Hiervoor zet zij een deel van de ontvangen normatieve lumpsum-bekostiging in. Deze activiteit vergt geen bijdrage vanuit de gemeente. Mogelijk wordt een schoolbestuur wel geconfronteerd met verplichte maatregelen vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer.
Maatregel 6: Afstoten Rekening houdend met het scenario waarin een schoolbestuur besluit om het geven van onderwijs niet te continueren , wordt het gebouw teruggegeven aan de gemeente. Het gebouw verliest niet automatisch zijn onderwijsbestemming. Deze situatie doet zich voor bij gebouwen die niet langer als school in gebruik blijven en volgens de Modelverordening Onderwijshuisvesting worden onttrokken aan de onderwijsbestemming.
15/39
2. 7
Investeren in huisvesting kinderopvang
Vanwege de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang is huisvesting van deze partijen ook een belangrijk gegeven. Het streven is te komen tot gezamenlijke huisvesting. Hiervoor zijn twee mogelijkheden: 1. 2.
De kindpartner investeert zelf in de huisvesting. De gemeente investeert transparant in de huisvesting en verkrijgen een vergoeding vanuit de maatschappelijke organisatie via het betreffende schoolbestuur op basis van een kostprijsdekkende huurafspraak (compensatie kapitaallasten).
In bovenstaande situatie is sprake van een kostprijsdekkende huurafspraak. Deze huurafspraak bestaat uit een vergoeding van de kapitaallasten (rente 9 en afschrijving) die ten gunste komt van de gemeente voor de gepleegde investering. Het deel dat bestaat uit de exploitatielasten wordt verstrekt aan het 10 schoolbestuur die het gebouwdeel van de kindpartner verder kan exploiteren. Bovenstaande staat los van de situatie van medegebruik. Dit is van toepassing op bestaande gebouwen met leegstand waarin de kindpartner een exploitatievergoeding betaalt. Er kan alleen sprake zijn van een kapitaallastafspraak als de gemeente een aantoonbare investering pleegt ten gunste van de kindpartner.
9 Het gaat dan om de rekenrente van de gemeente Peel en Maas en ook de afschrijvingsmethodiek zij hanteert voor investeringen. Dit wordt per project vastgesteld en aangehouden.
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
die
10 Deze
werkwijze geldt ook voor andere maatschappelijke partners.
16/39
Schoollocaties binnen gemeente Peel en Maas
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
17/39
3. Huisvestingsscenario’s
grijze beoordeling ontbreekt er informatie. In de beschrijving per school wordt verwezen naar de beoordelingen.
Toelichting totstandkoming scenario’s
Huisvestingsscenario’s
Leerlingenprognoses Voor het verwachte aantal leerlingen is gebruik gemaakt van de leerlingenprognoses die zijn opgesteld door de xllnc in mei 2025. Dit zijn de meest recente leerlingenprognoses op basis van de meest recent definitieve woningbouwplannen van de gemeente. In de overzichten zijn de leerlingenaantallen van peildatum 1 oktober 2024 weergegeven onder 2025. Deze werkwijze geldt ook voor alle opvolgende jaren.
Toelichting tabellen Per school wordt een tabel weergeven met daarin de leerlingenprognoses , de bijbehorende ruimtebehoefte en het saldo van een overmaat of ruimtetekort aan onderwijscapaciteit. Een positief saldo betekent een overschot aan ruimte , een negatief saldo een tekort aan ruimte. De overige capaciteit omvat de ruimten niet vallend onder de onderwijscapaciteit , zoals een gymzaal of overige ruimten.
Analyse per schoolgebouw
Het huisvestingsscenario vormt het kader voor de financiële doorrekening (zie hoofdstuk 5). Bij uitvoering van het project komen schoolbestuur en gemeente tot een definitieve keuze middels het opstellen van een haalbaarheidsonderzoek. Hetzelfde geldt voor de ruimtebehoefte bij vervangende (ver)nieuwbouw en/of renovatie. Voor nu is het leerlingenaantal in 2040 als ijkpunt gekozen. In een haalbaarheidsonderzoek wordt de ruimtebehoefte nader uitgewerkt.
Opheffingsnorm Het Rijk stelt een minimum aan het aantal leerlingen op een school. Dit heet de opheffingsnorm. Scholen met een leerlingenaantal dat 3 jaar op rij onder de opheffingsnorm valt , verliezen hun inkomsten. Het is vervolgens aan het schoolbestuur om de school in stand te houden of te sluiten. De opheffingsnormen voor het basisonderwijs zijn niet voor alle scholen hetzelfde. Dit is afhankelijk van de zogenaamde leerlingdichtheid in een gemeente. De huidige opheffingsnorm voor Kessel/Kessel-Eik is 45 leerlingen , voor de overige kernen in Peel en Maas is dit 65 leerlingen. Voor het voortgezet onderwijs gelden andere opheffingsnormen.
De analyse per schoolgebouw betreft een beoordeling van de school op de onderdelen: ▪
▪ ▪ ▪
Technische kwaliteit – (subjectieve) beoordeling van de technische staat van het onderwijsgebouw door het betreffende schoolbestuur en de gemeente. Functionele kwaliteit – (subjectieve) beoordeling van de functionele van het onderwijsgebouw door het betreffende schoolbestuur en de gemeente. Financiën MJOP – gedeeltelijke exploitatielasten (MJOP) in verhouding tot de ICS-benchmark. Financiën GWL – gedeeltelijke exploitatielasten (energielasten) in verhouding tot de ICS-benchmark.
De beoordelingen zijn terug te zien op de factsheets (zie bijlage). Een beoordeling van groen is goed , oranje is gemiddeld en rood is slecht. Bij een 2240371 |
www. icsadviseurs. nl
18/39
3. 1
Scenario’s
3. 1. 1
Panningen
per
kern – primair onderwijs
Huisvestingsscenario OBS FavoRiet Nieuwbouw (lopend) samen met SBO Fontein , Hoera kindercentra en PSW Junior.
In de kern Panningen zijn drie scholen gehuisvest: ▪ ▪ ▪
OBS FavoRiet SBO de Fontein De Groenling
OBS FavoRiet OBS FavoRiet is onderdeel van het kindcentrum de Riet. In maart 2025 zijn de bouwwerkzaamheden gestart voor het nieuwe kindcentrum de Riet. In dit nieuwe gebouw - dat komt tussen de twee bestaande schoolgebouwen – krijgen OBS FavoRIET , SBO Fontein , Hoera kindercentra en PSW Junior samen een nieuw onderkomen. Het nieuwe schoolgebouw van OBS FavoRiet wordt gebouwd voor 350 leerlingen. Onder de overige capaciteit valt de capaciteit van Hoera Kindercentra en PSW. In de planvorming (ruimtereservering en installaties) is tevens rekening gehouden met een mogelijke toekomstige uitbreiding met twee groepen voor het onderwijs. Indien de overige scholen in Panningen en Egchel geen ruimte meer bieden , zal KC de Riet dienen als locatie voor uitbreiding. De verwachting is dat het kindcentrum in de eerste helft van 2026 wordt opgeleverd. FavoRiet Schoolnaam: Bouwjaar 2026 Prisma schoolbestuur: Medegebruikers: Hoera kindercentra Brinnummer: 06AN00Oktobertelling prognose → jaar 2024 2025 2026 aantal leerlingen 285 292 305 ruimtebehoefte (in m² bvo) 1. 634 1. 669 1. 734 beschikbare onderwijscapaciteit 2. 335 2. 335 2. 335 saldo (in m² bvo) 701 666 601 medegebruik onderwijcapaciteit enkel 0 0 0 saldo (in m² bvo) 701 666 601 Overige capaciteit 929 929 929
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
SBO Fontein SBO Fontein is onderdeel van het kindcentrum de Riet. In maart 2025 zijn de bouwwerkzaamheden gestart voor het nieuwe kindcentrum de Riet. In dit nieuwe gebouw - dat komt tussen de twee bestaande schoolgebouwen – krijgen OBS FavoRIET , SBO Fontein , Hoera kindercentra en PSW Junior samen een nieuw onderkomen. Het nieuwe schoolgebouw
van
SBO Fontein wordt gebouwd
voor
70 leerlingen.
De verwachting is dat het kindcentrum in de eerste helft van 2026 wordt opgeleverd. Schoolnaam: SBO De Fontein Bouwjaar 1988 schoolbestuur: Prisma Medegebruikers: Brinnummer: 02EG00Oktobertelling jaar 2024 aantal leerlingen 46 ruimtebehoefte (in m² bvo) 588 beschikbare onderwijscapaciteit 886 saldo (in m² bvo) 298 medegebruik onderwijcapaciteit enkel 0 saldo (in m² bvo) 298 Overige capaciteit 0
prognose →
2025 46 588 886 298 0 298 0
2026 46 588 886 298 0 298 0
2028 46 588 886 298 0 298 0
2030 46 588 886 886 0 886 0
2035 46 588 886 886 0 886 0
2040 46 588 886 886 0 886 0
Huisvestingsscenario SBO De Fontein 2028 316 1. 789 2. 335 546 0 546 929
2030 324 1. 830 2. 335 505 0 505 929
2035 329 1. 855 2. 335 480 0 480 929
2040 323 1. 825 2. 335 510 0 510 929
Nieuwbouw (lopend) samen met OBS FavoRiet , Hoera kindercentra en PSW Junior.
19/39
De Groenling De Groenling is gehuisvest in een gebouw uit het bouwjaar 2014. Het gebouw is in 2024 uitgebreid. Het gebouw is niet gerenoveerd. De woningcorporatie Wonen Limburg is (economisch) eigenaar van het gebouw. De gemeente huurt het schoolgebouw van Wonen Limburg. Schoolnaam: De Groenling Bouwjaar 2014 schoolbestuur: Prisma Medegebruikers: Brinnummer: 11XY00Oktobertelling jaar 2024 aantal leerlingen 231 ruimtebehoefte (in m² bvo) 1. 362 beschikbare onderwijscapaciteit 1. 951 saldo (in m² bvo) 589 medegebruik onderwijcapaciteit enkel 0 saldo (in m² bvo) 589 Overige capaciteit 7. 293
3. 1. 2
Baarlo
In de kern Baarlo zijn twee scholen gehuisvest: De Diamant ─ Locatie Hertog van Gelrestraat (hoofdlocatie) ─ Sprunklaan (dislocatie) De Omnibus
▪
▪
Businesscase De Diamant
en
De Omnibus (in ontwikkeling)
prognose →
2025 277 1. 593 1. 951 358 0 358 7. 293
2026 293 1. 674 1. 951 277 0 277 7. 293
2028 309 1. 754 1. 951 197 0 197 7. 293
2030 318 1. 800 1. 951 151 0 151 7. 293
2035 324 1. 830 1. 951 121 0 121 7. 293
2040 319 1. 805 1. 951 146 0 146 7. 293
Op basis van de leerlingenprognose zal het leerlingenaantal tot 2040 toenemen ten opzichte van de oktobertelling voor 2025. In 2024 en 2025 is het schoolgebouw uitgebreid , waardoor deze nu passend is voor 325 leerlingen. Op het moment dat er een ruimtetekort ontstaat , wordt dit opgelost binnen de kern Panningen. Het gebouw van De Groenling heeft de maximale capaciteit bereikt en zal niet uitgebreid worden. In hetzelfde gebouw als de Groenling is ook Hoera kindercentra gevestigd (eigen ruimten). De overige capaciteit binnen het gebouw wordt ingezet door de woningcorporatie. Huisvestingsscenario De onderwijsvoorziening van De Groenling wordt in stand gehouden.
Tijdens het opstellen van dit IHP is er een businesscase in ontwikkeling voor de huisvesting van De Diamant en De Omnibus in Baarlo. De realisatie van een nieuwe binnensportaccommodatie is onderdeel van de businesscase. Er worden 3 mogelijke scenario’s uitgewerkt , namelijk: ▪ ▪ ▪
Scenario 1: Beide scholen en sporthal naar de westzijde (omgeving Kuukven). Scenario 2: De Omnibus op huidige locatie , De Diamant en de sporthal naar westzijde (omgeving Kuukven). Scenario 3: Beide scholen in de Kazing (bestaande gebouw van de Omnibus uitbreiden met geïntegreerde nieuwbouw van de Diamant). Gebruik van gymzaal van de Omnibus en sport(zaal/hal) naar de sportvelden (De Meeren). ─ Scenario 3a: Beide scholen in de Kazing (bestaande gebouw van de Omnibus en nieuwbouw van de Diamant apart van elkaar). Gebruik van gymzaal van de Omnibus en sport(zaal/hal) naar de sportvelden (De Meeren). ─ Scenario 3b: Beide scholen in de Kazing in één nieuw gebouw met gymzaal.
De scenario’s sluiten aan op de gebiedsvisie De Kazing en de Dorpsontwikkelingsvisie Baarlo. De Diamant In het IHP 2021-2036 is de noodzaak voor vervangende huisvesting van De Diamant benoemd. Naar aanleiding hiervan is , tijdens het opstellen van dit IHP , een businesscase in ontwikkeling om te komen tot een voorkeurscenario voor de daadwerkelijke realisatie.
2240371 |
www. icsadviseurs. nl
20/39
De huidige situatie met huisvesting op twee locaties is geen duurzame situatie: de financiële lasten zijn hoog , kent personele consequenties en doet afbreuk aan efficiëntie en continuïteit in het onderwijs. Daarom zullen in de toekomstige onderwijsvoorziening van De Diamant alle groepen worden gehuisvest op één locatie. De locatie aan de Sprunklaan wordt hierbij afgestoten als onderwijsvoorziening en krijgt een nieuwe bestemming. In alle scenario’s wordt uitgegaan van een samenwerking met Hoera kindercentra binnen de nieuwe onderwijsvoorziening. Wanneer gekozen wordt voor het scenario waarbij alleen De Diamant verhuist naar de westzijde , geldt de voorwaarde dat een verregaande samenwerking in de vorm van een uniek , integraal concept wordt gerealiseerd. Het streven is om de nieuwe onderwijsvoorziening medio 2029 in gebruik te nemen. Schoolnaam: De Diamant Bouwjaar 1979/2002 schoolbestuur: Kerobei Medegebruikers: Hoera Kindcentra Brinnummer: 10YF00 Oktobertelling prognose → jaar 2024 2025 2026 aantal leerlingen 281 275 284 ruimtebehoefte (in m² bvo) 819 1. 583 1. 629 beschikbare onderwijscapaciteit 2. 639 2. 639 2. 639 saldo (in m² bvo) 316 -172 -235 medegebruik onderwijcapaciteit enkel 0 0 0 saldo (in m² bvo) 316 -172 -235 Overige capaciteit 1. 043 1. 043 1. 043
2028 288 1. 649 2. 639 -238 0 -238 1. 043
2030 299 1. 704 2. 639 -349 0 -349 1. 043
2035 310 1. 759 2. 639 -358 0 -358 1. 043
2040 311 1. 764 2. 639 -429 0 -429 1. 043
Vervangende huisvesting voor De Diamant , definitieve scenario afhankelijk van de businesscase. De Omnibus Openbare jenaplanschool De Omnibus is gehuisvest in een gebouw uit het bouwjaar 2005. Het gebouw is uitgebreid door middel van tijdelijke huisvesting (2 lokalen). Het gebouw is niet gerenoveerd. De school beschikt over een inpandige gymzaal.
www. icsadviseurs. nl
Hoewel de noodzaak voor volledige vervangende huisvesting bij De Omnibus minder urgent is dan bij De Diamant , spelen er wel twee andere belangrijke ontwikkelingen: de behoefte aan permanente uitbreiding van de onderwijscapaciteit (zie tabel voor nadere onderbouwing). de ambitie om door te groeien tot een kindcentrum met een volledig aanbod van kinderopvang (dagopvang , peuteropvang en buitenschoolse opvang) , in samenwerking met kindpartner Hoera kindercentra.
▪ ▪
In januari 2025 is Hoera kindercentra binnen het gebouw van De Omnibus gestart met een geïntegreerde buitenschoolse opvang (bso) , en vanaf schooljaar 2025– 2026 wordt hier peuteropvang aan toegevoegd. Voor dagopvang is er op dit moment nog onvoldoende ruimte binnen de bestaande huisvesting.
Huisvestingsscenario
2240371 |
De Omnibus kampt al meerdere jaren , door leerlingengroei , met een ruimtetekort binnen de permanente onderwijshuisvesting. Om deze reden is in mei 2023 besloten tijdelijke huisvesting te plaatsen voor een periode van 5 jaar , in afwachting van de uitkomsten van de businesscase.
Schoolnaam: De Omnibus Bouwjaar 2005 schoolbestuur: Akkoord!po Medegebruikers: Gemeente Peel en Maas Gemeente Peel en Maas Brinnummer: 03DH00Oktobertelling prognose → jaar 2024 2025 2026 2028 aantal leerlingen 205 206 210 206 ruimtebehoefte (in m² bvo) 1. 231 1. 236 1. 256 1. 236 beschikbare onderwijscapaciteit 1. 126 1. 126 1. 126 1. 126 saldo (in m² bvo) -105 -110 -130 -110 medegebruik onderwijcapaciteit enkel 0 0 0 0 saldo (in m² bvo) -105 -110 -130 -110 Overige capaciteit 428 428 428 428 Tijdelijke huisvesting 120 120 120 120
2030 211 1. 261 1. 126 -135 0 -135 428 120
2035 219 1. 302 1. 126 -176 0 -176 428 120
2040 220 1. 307 1. 126 -181 0 -181 428 120
Het huisvestingsscenario voor De Omnibus is afhankelijk van de uitkomsten van de businesscase. De school heeft de wens uitgesproken om op de huidige locatie te blijven , om zo de school midden in de dorpskern te behouden. Als deze voorkeur wordt overgenomen in het definitieve scenario , betekent dit dat er geïnvesteerd moet worden in een permanente uitbreiding van de onderwijscapaciteit én in extra ruimte voor kinderopvang , passend bij de ambitie om door te groeien naar een kindcentrum. 21/39
Naast De Violier maakt ook OKC De Wereld gebruik van het gebouw , en wordt een klein deel van de onderwijscapaciteit ingezet voor alle gebruikers van het gebouw. Hoera Kindcentra maakt gebruik van de overige capaciteit.
Huisvestingsscenario Definitieve scenario afhankelijk van de businesscase.
3. 1. 3
Huisvestingsscenario
Maasbree
De gezamenlijke onderwijsvoorziening voor De Violier en OKC De Wereld wordt in stand gehouden.
In de kern Maasbree zijn twee scholen gehuisvest: ▪ ▪
De Violier OKC De Wereld
Met ingang van het schooljaar 2024 – 2025 zijn de basisscholen De Violier en OKC de Wereld gehuisvest in één onderwijsvoorziening. De scholen functioneren als communicerende vaten , met als gevolg dat het gebouw aangepast kan worden wanneer één school substantieel groeit ten opzichte van de andere school. De twee scholen zijn ieder van een ander schoolbestuur , met als gevolg dat het juridisch eigendom bij een Vereniging van Eigenaren ligt. De Violier De Violier is gehuisvest in een gebouw uit 2014. Het gebouw is nadien niet uitgebreid of gerenoveerd. Het gebouw is wel in 2024 inpandig aangepast om ruimte te bieden aan OKC De Wereld. Schoolnaam: De Violier Bouwjaar 2014 schoolbestuur: Kerobei Medegebruikers: OKC De Wereld Derden Brinnummer: 06LB00 Oktobertelling prognose → jaar 2024 2025 2026 aantal leerlingen 400 399 394 ruimtebehoefte (in m² bvo) 2. 212 2. 207 2. 182 beschikbare onderwijscapaciteit 2. 906 2. 906 2. 906 saldo (in m² bvo) 694 699 724 medegebruik onderwijcapaciteit enkel 554 554 554 saldo (in m² bvo) 140 145 170 Overige capaciteit 473 473 473
www. icsadviseurs. nl
Schoolnaam: OKC De Wereld Bouwjaar 2016 schoolbestuur: Akkoord!po Medegebruikers: Brinnummer: 31DM00Oktobertelling jaar 2024 aantal leerlingen 60 ruimtebehoefte (in m² bvo) 502 beschikbare onderwijscapaciteit 539 saldo (in m² bvo) 37 medegebruik onderwijcapaciteit enkel 0 saldo (in m² bvo) 37 Overige capaciteit 0
prognose →
2025 60 502 539 37 0 37 0
2026 60 502 539 37 0 37 0
2028 62 512 539 27 0 27 0
2030 63 517 539 22 0 22 0
2035 63 517 539 22 0 22 0
2040 64 522 539 17 0 17 0
Op basis van de leerlingenprognose zal het leerlingenaantal van de school tot 2040 nagenoeg stabiliseren ten opzichte van de oktobertelling voor 2025. De onderwijscapaciteit is passend om beide school te huisvesten. 2028 396 2. 192 2. 906 714 554 160 473
2030 392 2. 172 2. 906 734 554 180 473
2035 398 2. 202 2. 906 704 554 150 473
2040 399 2. 207 2. 906 699 554 145 473
Op basis van de leerlingenprognose zal het leerlingenaantal van de school tot 2040 stabiliseren ten opzichte van de oktobertelling voor 2025. De onderwijscapaciteit is en blijft daarmee passend.
2240371 |
OKC De Wereld De bestaande onderwijsvoorziening van De Violier , uit het bouwjaar 2014 , is inpandig aangepast om ruimte te bieden aan OKC De Wereld.
Naast OKC De Wereld maakt ook De Violier gebruik van het gebouw , en wordt een klein deel van de onderwijscapaciteit ingezet voor alle gebruikers van het gebouw. Hoera Kindcentra maakt gebruik van de overige capaciteit. Huisvestingsscenario De gezamenlijke onderwijsvoorziening voor De Violier en OKC De Wereld wordt in stand gehouden.