CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-022 16 Bijlage 11 bij Ruimtelijke motivering - Archeologisch onderzoek gronden behorend bij Peelstraat 44 (geanonimiseerd)

Raad 10 maart 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO omgevingsplan ‘Woningbouw Nelisveld, Beringe’ (2026-022)9.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ydrologie , ecologie

RAPPORT

Archeologisch a

o

bureaue

en inventariserend

E a

EE

door middelvan boringen Peelstraat 44 te Beringe CEA EEB]

EN

AM24513

EN

RAPPORT

Archeologisch

bureau-

en inventariserend

veldonderzoek , verkennende

fase

door middel van boringen Peelstraat 44 te Beringe (gemeente Peel en Maas) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport

AM24513 Definitief

Datum

23 september 2025

o

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Opsteller rapport Actorregistratienrs

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

ISSN Nummer

:

Paraaf Redactie

Actorregistratienrs Paraaf

Vrijgave

Actorregistratienr Paraaf

Aeres

Milieu B. V.

Noordhoven 6042

2214-5656

NW

(geanonimise rd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimise rd)

(geanonimise rd)

4 ROERMOND

(00475 - 320000 e-mail: info @aeres-milieu.nl www. aeres-milieu. nl

4002 + 4003

Disclaimer

Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen , Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Pagina| 2

AM24513

EN

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING

.

ADMINISTRATIEVE

GEGEVENS

.

1 INLEIDING 2

.

.

e

WERKWIJZE

241 22 3.

_ Inleiding _ Verkennend veldonderzoek door middel Van BOrINGEn. …. mee BUREAU-ONDERZOEK

31 32 33 34 35

…

_ landschappelijke situatie - geomorfologie. . Landschappelijke SItUatie - BOAEM. Bewoningsgeschiedenis — historisch overzicht _ Bewoningsgeschiedenis — archeologische Waarden … _ Bewoningsgeschiedenis — historisch kaartmateriaal

.

….

4

VERWACHTINGSMODEL

e

3.

VELDWERKZAAMHEDEN e .

.

22

51 52

_ Algemeen. … _ Fysisch geografische beschrijving van de BOGEMOPDOUW. . …. . . eeeee

54

_ Archeologische indicatoren

53

Interpretatie

22

6. CONCLUSIE

61 62

7.

_ Algemeen BEantWOOrding ONderZOEkSVIAGEN …

25

AANBEVELINGEN

26

Bijlagen:

osoansun

Topografische ligging onderzoeksgebied Boorpuntenkaart

Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Beleidskaart gemeente Peel en Maas Overzicht geomorfologische kaart Overzicht

bodemkaart

Reliëfkaart

Boorkernbeschrijvingen

Pagina|

3

AM24513

EN

SAMENVATTING In januari - februari 2025 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Peelstraat 44t e Beringe (gemeente Peel en Maas).

uitgevoerd aan de

De aanleiding hiertoe betreft de sloop van het agrarische bedrijf (stallen) en de nieuwbouw van een woning. De locatie van de nieuwbouw en de diepte van de toekomstige bodemverstoring(en) zijn op dit moment onbekend. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 08, - 10, meter beneden maaiveld.

De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas (2015) n een zone met een hoge archeologische verwachting (waarde - archeologie 4). Binnen het bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte woning Kampweg Eghel 2019 geldt voor de plangebieden de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m en een verstoringsdiepte vanaf 40 centimeter onder maaiveld. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is. De omgeving van het plangebied ligt op de overgang van de lagergelegen Roerdalslenk in het oosten , naar de hoger gelegen Peelhorst , ten westen van het plangebied. De ligging van het plangebied op een hoger gelegen , grofweg zuid-noord georiënteerde dekzandrug nabij moerrassen van de Peel , maakt het plangebied een ideale vestigingslocatie voor jagerverzamelaars. Op basis van de landschappelijke ligging geldt er een hoge verwachting voor de periode midden-paleolithicum tot en met mesolithicum.

De eerste akkergronden werden op vruchtbare en goed ontwaterde gronden aangelegd. In het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. De bovengrond van enkeerdgronden kenmerkt zich door een meer dan 50 centimeter dik humeus pakket. Dit humeuze pakket is ontstaan door langdurige landbouwkundig gebruik. Voor het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten en een hoge verwachting voor vondsten uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de Peelstraat , ten zuidwesten van de oude kern van Beringe. Op basis van historisch kaartmateriaal vanaf circa 1800 bevond de historische bebouwing zich nagenoeg geheel aan de genoemde Kanaalstraat. Het plangebied lag aan de dan al bestaande Peelstraat en was tot medio 20° eeuw onbebouwd en als bouwland in gebruik. Er geldt een lage verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in een groot deel van het plangebied bestaat uit een scherp AC-profiel. Hierdoor i de kans groot dat archeologische resten uit de periode neolithicum - vroege middeleeuwen in de ondergrond kunnen worden aangetroffen.

De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting (hoog voor neolithicum -vroege middeleeuwen en laag voor [ate middeleeuwen - nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. Voor de periode laat-paleolithicum - mesolithicum is de middelhoge verwachting bijgesteld naar laag. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. De resultaten van dît onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas) , die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Pagina|

4

AM24513

EN

Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden , Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging , dan wel vernietiging , als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.

Pagina|

5

DA

AM24513 aeres

«milieu

4

ADMINISTRATIEVE

GEGEVENS

Administratieve gegevens onderzoekgebied

Projectnaam

AM24513

OM-nummer

5675455100

Soort

Bureau-

onderzoek

verkennend veldonderzoek

en

Provincie

Limburg

Gemeente

Peel en Maas

Plaats

Beringe

Adres

Peelstraat 44 te

Toponiem

Peelstraat 44

Kadastrale

registratie

x, y-coördinaten

Aanleiding

onderzoek

Helden, sectie H‚ nummer 561 (gedeeltelijk) Centrum:

193.711; 371.806

NW:

193.647; 371.875

NO:

195.786; 371.851

zw:

193.626;

zo:

195.799; 371.771

Huidig grondgebruik

Deels bebouwd, deels

Opdrachtgever

Bureau

Archeologisch

adviseur

Opslag

documentatie en materiaal

Datum

uitvoering

akkerland

Leefomgeving

Gemeente

Peel en Maas

(geanonimiseerd) N.v.t/Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot bodemvondsten te

veldwerk

571.743

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Circa 1,6 ha

Bevoegde

boringen

Beringe

Oppervlakte plangebied

overheid

d.m.v.

8

januari

Limburg te Heerlen/E-depot

2025

Paginal

6

AM24513

EN

1. INLEIDING In opdracht van Bureau Leefomgeving boringen uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek , d. m. .

Peelstraat 44 te Beringe

Gemeente Oppervlakte

Peel en Maas :Circa 16 ha

Huidig gebruik van de locatie Toekomstig gebruik

(voormalig) boerenerf , woonhuis en akker (herjontwikkeling van de locatie

Dit archeologische onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003) , KNA 4. 1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek d. m. v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden in het veld zijn uitgevoerd onder leiding van een senior KNA-prospector.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit archeologisch onderzoek betreft een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) ten behoeve van de nieuwbouw van een woning. Het aanwezig agrarische bedrijf met de huidige stallen zullen worden gesloopt. De locatie van de nieuwbouw en de diepte van de toekomstige bodemverstoring(en) zijn op dit moment onbekend , maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 08, - 10, meter beneden maaiveld. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas (2015) deels in een zone met de Waarde — archeologie 4 (hoge archeologische verwachting) en deels in een zone met de Waarde - archeologie 5 (middelhoge archeologische verwachting) (Bijlage 4). Binnen het bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte woning Kampweg Eghel 2019 geldt voor de plangebieden de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m:? en een verstoringsdiepte vanaf 40 centimeter onder maaiveld. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is2 Doel

Het doel van het archeologische bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodwoerldt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek. Het doel van het aansluitende verwachtingsmodel.

verkennend

booronderzoek

is het toetsen van het in het bureauonderzoek

1 The Missing Link 2012 Kaartbijlage I! — Archeologische beleidskaart gemeente Peele n Maas , (herzien 29 juni 2015). 2 www. omgevingswet. overheid. nl

opgestelde

Pagina|

7

AM24513

EN

Specifiek voor de onderzoekslocatie Peelstraat 44 te Beringe zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: e Isersprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? e _ In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? e _ Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?

Plangebied Het plangebied ligt aan de Peelstraat , ten zuid{westen) van de historische dorpskern van Beringe. De topografische ligging van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. Momenteel is het plangebied in gebruik als voormalig boerenerf , woonhuis met tuin en het westelijk deel als akkerland , In het noorden , westen en zuiden wordt het plangebied begrensd door akkerland en in het oosten door de Peelstraat.

T

AM24513 Beringe Peelstraat 44 Schaal

N

1:1. 200

OE

Legenda

DO Pangeried | Achtergrond: OpenTopo (Map5)

X aeres nilieu EZ

Figuur 1. Topogrofische ligging van het plangebied. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (Bron: OpenTopo(Map5).

Pagina|

8

AM24513

EN

2.

WERKWIJZE

|21 _ Inleiding Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende , of te verwachten , archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.

Archeologische bronnen « Archeologische Monumentenkaart (AMK) e _ Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) « Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas « Specifieke lokale informatie (heemkundekring , amateurarcheologen)

Bodem- en geomorfologische kaarten e e e

Bodemkaart (Alterra) Geomorfologische kaart (Alterra , uit Archis3) Actueel Hoogtebestand Nederland (AHNS)

Historische

« « «

kaarten

Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832) Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978) Moderne topografische kaart (tot 2024

De Heemkundekring Beringen , is op 9 januari 2025 per e-mail gecontacteerd betreffende het plangebied. Tot op heden is hierop nog geen reactie ontvangen.

22

met de vraag om aanvullende

informatie

Verkennend veldonderzoek door middel van boringen

Aan de hand van het Plan van Aanpak (PvA) en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek ? wordt een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is verkennend voor alle perioden. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 16, ha. Bij het verkennend veldonderzoek zal daarom uitgegaan worden van tien boringen welke gelijkmatig over het plangebied worden verdeeld , zie Bijlage 2. De boorlocaties worden uitgezet ten opzichte van de hoekpunten van de perceelsgrenzen , straten , en aanwezige bebouwing. Vervolgens wordt de hoogte van deze punten bepaald met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Alle boringen worden gezet met een Edelmanboor met een boorkop van 7 centimeter en de boorkernen worden beschreven conform de ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2) , zie Bijlage 8.

3Toletal.

2012.

Paginal

9

AM24513

EN

Hoewel niet het doel van een verkennend onderzoek , zal worden gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten keramiek , fosfaatvlekken , houtskoolresten , en verbrande leem. Om deze reden worden de opgeboorde monsters , waar nodig , verbrokkeld.

Pagina | 10

AM24513

EN

3.

BUREAUONDERZOEK

\ 31

Landschappelijke situatie - geomorfologie

Het plangebied ligt in het zuidelijke zandgebied van Nederland. De ondergrond wordt doorsneden door een aantal zuidoostnoordwest georiënteerde breuken , die de Roerdalslenk en het Kempenblok begrenzen. Het plangebied ligt op het oostelijke deel van de Peelhorst , een tektonisch s ingsgebied. Op de Peelhorst komen zand en grindbodems voor die zijn afgedekt met een dun pakket dekzand van de Formatie van Boxtel* Tijdens de laatste ijstijd , het Weichselien (circa 115. 000 - 11. 700 jaar geleden) , ontstond een steeds kouder en droger klimaat. Deze istijd is belangrijk geweest voor de vorming van het huidige landschap rond het plangebied. In deze periode (circa 115. 000 - 11. 700 jaar geleden) breidde het landijs zich sterk uit , maar bereikte Nederland niet. In het Midden-Weichselien (circa 73. 000 tot 14. 700 jaar geleden) was de bodem permanent bevroren. Tijdens perioden van dooi werd door sneeuwsmelt- en regenwater veel sediment erspoeld. Hierbij zijn fluvioperiglaciale afzettingen gevormd en dalen ontstaan , De fluvioperiglaciale afzettingen zijn zeer divers en bestaan uit fijn en grof zand , soms met grind , leemlagen en plantenresten en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend. Deze afzettingen zijn in het plangebied in de diepere ondergrond aanwezig. Ze bestaan hier uit zwak siltig , matig fijn zand.

Later zijn de fluvioperiglaciale afzettingen bedekt met dekzand , In de koudste en droogste perioden van het Weichselien , met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26. 000 - 14. 700 jaar geleden) en in sommige perioden van het Laat-Glaciaal (circa 14700 - 11700 jaar geleden) , is de vegetatie grotendeels verdwenen , waardoor op grote schaal verstuiving optrad waarbij dekzand werd afgezet “ Dit zand is kalkloos , fijnkorrelig (150 - 210 um) , goed afgerond , goed gesorteerd , arm aan grind en wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. Door deze dekzandafzettingen ontstond een reliëf dat wordt gekenmerkt door zowel langgerekte dekzandruggen en dekzandkopjes als door vlaktes met depressies. In de Allered en Bolling interstadialen (de laatste relatief warme fasen van het Weichselien) kon door de relatief warme omstandigheden bodemvorming plaatsvinden. Een restant van een oud bodemprofiel is de zogenaamde Laag van Usselo die in het Allered is gevormd. Het klimaat werd tijdens het Holoceen warmer en vochtiger. Door het warmere klimaat smolten de in het Weichselien gevormde ijskappen en steeg de relatieve zeespiegel snel. Als gevolg van de snelle relatieve zeespiegelstijging in het Atlanticum (circa 8. 000 - 5. 000 jaar geleden) steeg de grondwaterstand , waardoor er veenvorming plaatsvond op het dekzand.

Aanvankelijk vond veenvorming met name plaats in de lagere delen , zoals beekdalen. Depressies en laagten (zoals beekdalen en vennen) groeiden hierdoor dicht en werd de ontwatering van de Peelhorst belemmerd. Vanaf de late middeleeuwen (tussen 1250 - 1750 na Chr‚) is het veen afgegraven ten behoeve van turfwinning. Hierdoor zijn de oudere dekzanden en terrasafzettingen weer aan het maaiveld komen te liggen. Als gevolg van ontbossingen door menselijke activiteiten heeft vanaf het neolithicum opnieuw verstuiving plaatsgevonden van het dekzand. Systematische ontbossingen vanaf de (late) middeleeuwen heeft grootschalige verstuivingen veroorzaakt. Hierdoor ontstonden

landduinen.

4 Rensinke . 2019 , 69. 5 Berendsen 2011 , 189 6 Berendsen 2011 , 190.

Pagina|

11

AM24513

EN

Deze stuifzanden worden tot het Laagpakket van Kootwijk van de Formatie van Boxtel gerekend en worden gekenmerkt als ke zones in het landschap (Bijlage $). Dergelijke landduinen liggen onder andere op 800 meter ten westen van het plangebied (Bijlage 5 , code 10L54) Volgens de geologische kaart komt ter plaatse van het plangebied in de bodem eolische afzettingen van de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden) voor (BX4)7 Op circa 230 meter ten westen van het plangebied ligt de Peelrandbreuk. Op de geomorfologische kaart (Bijlage 5) ligt het plangebied op een dekzandrug al dan niet bedekt met oud bouwlanddek (code 4B53yo). Langs deze langgerekte dekzandrug liggen grootschalige zones van veenkoloniale ontginningsvlakten (2M91iH). Binnen deze veenvlakte , op een afstand vanaf circa 14, kilometer ten noordoosten van het plangebied , ligt een dalvormige laagte (code 22R23v). Het betreft het Vlakbroek. De toevoeging ’ geeft aan dat deze laagte in het Holoceen opgevuld is geweest met veen. Op circa één kilometer ten zuidwesten i een dalvormige laagte (code 22R23v) aanwezig. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHNS , Bijlage 7) is te zien dat het plangebied en directe omgeving op de overgang van hoger gelegen dekzandgronden naar de lager gelegen dekzandvlakte ligt , direct ten westen. Het plangebied zelf ligt relatief hoog in het landschap.

De maaiveldhoogte in het plangebied ligt tussen circa 3310 , en 3430 , meter +NAP.

|3. 2 _ Landschappelijke situatie - bodem Volgens de bodemkaart (Bijlage 6) wordt in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden gevormd in lemig fijn zand (code EZg23) verwacht. Bij enkeerdgronden is sprake van een eerdlaag of eerddek. Dit (eerd)dek is ontstaan doordat in sommige gevallen al vanaf de late middeleeuwen op grote schaal het systeem van potstalbemesting werd toegepast. Om de grond vruchtbaarder te maken , werden plaggen met de mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid. In de loop der tijd is hierdoor een plaggendek op de oorspronkelijke bodem ontstaan. De totale dikte van het eerddek is bij de enkeerdgronden meer dan 50 centimeter. De ‘bouwvoor (Aap-horizont) is grijsbruin tot zwart van kleur. Hieronder liggen oudere niveaus/lagen van het plaggendek (Aahorizont) , die meestal wat lichter van kleur zijn. Dergelijke cultuurdekken kunnen een beschermende werking hebben voor de potentieel aanwezige archeologische lagen. De hoge enkeerdgronden betreffen de oudste opgehoogde gronden , die over het algemeen op de hogere dekzanden liggen. De lage enkeerdgronden werden pas later in gebruik genomen vanwege de lagere ligging in het beekdal. Door de hogere grondwaterstand was de sterke ophoging met plaggen niet alleen noodzakelijk voor de bemesting maar ook om de nattere gronden toegankelijk te maken.

De kans bestaat dat er onder het plaggendek nog een restant van het oorspronkelijke bodemprofiel wordt aangetroffen. Dit hoeft echter niet zo te zijn zoals vaker blijkt bij archeologisch onderzoek in bijvoorbeeld het oosten van Brabant. Indien sprake is geweest van een snelle ophoging , dan zou men onder het eerddek nog een intacte Achorizont kunnen vinden. Deze laag onderscheidt zich door een hoger humusgehalte en een meer donkere kleur. Echter , door verploeging zijn vaak de oorspronkelijke A- en E-horizont meestal reeds opgenomen in het eerddek.

7 Geologische overzichtskaart van Nederland , 2021

Pagina|

12

AM24513

EN

Indien de oorspronkelijke bodem

bestaat uit een podzolbodem kunnen op een dieper niveau nog (restanten van) een B- en/of

BC- horizont voorkomen.

Grondwatertrap De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld lage grondwaterstand , te weten grondwatertrap VIld. Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen 80 en 140 centimeter beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt dieper dan 180 centimeter beneden maaiveld. Deze lage grondwaterstand zorgt voor slechte bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.

3. 3

Bewoningsgeschiedenis — historisch overzicht

De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Beringe. Het plangebied ligt aan de Peelstraal ten zuidwesten van de oude kern van Beringe. De Peelstraat vormde een zuidoostelijk georiënteerde weg die vanuit Beringe richting het gehucht De Huls. Het plangebied maakt deel uit van de hoger gelegen zandgronden waarop onder andere Beringe en Panningen waren gesitueerd. Ten noordwesten en ten zuidwesten van het plangebied lagen de heidegronden van respectievelijk de Marisheide en de Gevreeden Peel en de Kesselder Peel. Verder ten zuidoosten van Beringe , eveneens op de hoger gelegen zandgronden , liggen de dorpen Helden en Panningen. Zowel Beringe als Panningen hebben een oorsprong die mogelijk teruggaan tot de vroege middeleeuwen? Beide plaatsnamen duiden waarschijnlijk op een Frankische oorsprong. ? De eerste schriftelijke vermelding van de nederzetting Beringe is van jongere datum en stamt uit 1426-1564 als sprake is van Bieringhen. :® In 1426 is sprake van Den halven hoff geheiten Bieringen. Het toponiem ingen verwijst naar een vroegmiddeleeuwse oorsprong. Het verwijst mogelijk naar de persoon Bero. ’? Beringe , Panningen en Helden waren omstreeks 1100 onderdeel van het graafschap Kessel.

Vanaf 1279 werd dit gebied aan de westelijke Maasoever deel van het Gelderse Overkwartier nadat het werd gekocht door graaf Reinoud I van Gelre. Hierdoor werd het een Gelders leen en ging het deel uitmaken van het Ambt van Kessel. ”* Vanuit de kernen van Panningen en Helden werd het omliggende land in gebruik genomen. Rondom deze kernen en Beringe bevinden zich meerdere gehuchten (kamphoeven). De akkerlanden van Beringe , Helden , Panningen en de omliggende gehuchten groeiden geleidelijk aan elkaar en vormen het escomplex van Helden-Panningen. Vanaf de 187en 19° eeuw werden veel woeste gronden in ontginning gebracht. Ten noordwesten van het plangebied loopt de Noordervaart. Dit kanaal werd door Napoleon aangelegd en was eigenlijk bedoeld als verbinding tussen de Rijn en de ScheldeMaas. De vaart is nooit werd voltooid , Oorspronkelijk heette het kanaal Grand Canal du Nord. '* In het gebied werd gedurende de middeleeuwen al op kleine schaal turf gestoken. Vanaf medio 19° eeuw werd dit grootschaliger bij het Vlakbroek. 's

8 Renes 1999 , 234 9_ Renes 1999 , 212 , 234. 10 Van Berkel en Samplonius 2006 , 52 11 Renes 1999 , 234 ,

12 Van Berkele n Samplonius 2006 , 52. 13 Sueur 2012 ((ACVU-HBS/Buro de Brug BV/The Missing Link) 14 Renes 1999 , 364.

15 Suer en Van Dijk 2012 , 24.

Pagina|

13

AM24513

EN

Er zijn binnen het werk van Van Blankenstein geen gegevens bekend over enige oorlogsvernielingen in de Tweede Wereldoorlog n Beringe. s Verder ten westen lag de Peelfront , de aanvalslinie van de geallieerden in 1944 evenals de Peel-Raamstelling uit 1940. ” Het is niet bekend of binnen het plangebied oorlog gerelateerde verwoestingen of crashes hebben plaatsgevonden. Dit is dus niet uit te sluiten.

34

_ Bewoningsgeschiedenis - archeologische waarden

Op de leidende Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting: waarde — archeologie 4 (Bijlage 4 In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van één kilometer) zijn volgens de gegevens uit Archis3 twee archeologische monumenten en meerdere archeologische waarnemingen en onderzoeksmeldingen bekend (Bijlage 3 en Tabel D. Monumentnummer

16. 715

Terrein met bewoningssporen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd op circa 400 meter ten noordoosten van het plangebied. Het gaat om de middeleeuwse bebouwing van Beringe. Monumentnummer

16. 718

Op circa 980 meter ten noordoosten van het plangebied ligt een terrein met bewoningssporen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Het gaat om de oude bebouwing van Hoeven.

Onderzoeks-

en vondstmeldingen

in de omgeving

2059574100

Circa20mtenO _ IVO-odoorRAAP vanhet plangebied _ n 2003

5689744100

Circa20mtenO _ vanhet plangebied

16 Van Blankenstein

2006

van het plangebied

_ Er s een esdek van wisselende dikte aangetroffen. Mogelijzk dît relatief jonge esdekken. Er ijn geen archeologische resten aangetroffen. Eris geen vervolgonderzoek geadviseerd. IVO-odoorRAAP Volgens de eerste bevindingen bestaat de bodem in het plangebied uit Archeologisch __ matig fijn , matig goed gesorteerd dekzand dat zwak tot matig siltig is. De Adviesbureauin _ C-horizont s grijsgeel van kleur en bevat enkele roest- en mangaanviekken. 2025 Op twee locaties zijn er nog restanten van een podzolbodem aangetroffen: Boring 1 toont een gebroken (verstoorde) B-horizont en boring 4 een restant van een B-C-horizont. Ter hoogte van het profielputje was er nog een volledig intacte podzol aanwezig met een begraven A E- , Bh- , Bs- en C-horizont. De dikte van dt podzolprofiel bedraagt ca. 25 cm. Ter hoogte van de andere drie boringen is geen natuurlijk bodemprofiel waargenomen. Dit is vermoedelijk opgenomen in het bovenliggende cultuurdek (esdek of plaggendek) , dat overal binnen het plangebied aanwezig was. Het cultuurdek is over het algemeen matig humeus en donker bruingrijs van kleur. Het bevatte veel spikkeltjes verbrande leem en enkele houtskoolpartikels en baksteenfragmenten.

17 wwweaseuro. n/oorlogshandelingenkaart 18 The Missing Link 2012 , Kaartbijlage II - Archeologische beleidskaart gemeente Peel en Maas , (herzien 29 juni 2015).

Pagina | 14

AM24513

EN

4004512100

Circa 12m0 te n NO IVO-o door van het plangebied

De top van het cultuurdek was ook steeds recent verstoord , onder andere door de aanwezigheid van een recente bouwvoor en ter hoogte van het profielputje met opgebracht materiaal. Boring 3 werd vermoedelijk in een oude gracht/sloot gezet. De onderste twee decimeter van de sloot was opgevuld met een duidelijk gelaagde en sterk humeuze en moerige stootvulling. Hierwbas omav terieaaln v an het cultuurdek aanwezig. Boring 2 toonde dat de C-horizont 30-40 cm diep verstoord is. Hier en ter hoogte van de sloot is het vermoedelijke archeologisch viak minstens enkele decimeters diep verstoord.

Op basis van de resultaten van het booronderzoek is mogelijk een

Archeodienst _ archeologische vindplaats in het Gelderland Bvin _ proefsleuvenonderzoek geadviseerd.

plangebied

aanwezig.

Er is een

2016

4021563100

2589805100

2340752100

2090037100

2097466100

7340732100

Circa 230 mten NO van het plangebied

IVO:p door Transect in 2016

Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd een aantal archeologische sporen aangetroffen. Het betreft een aantal greppels uit (naar alle waarschijnljkheid) de middeleeuwen , die deel uit zullen maken van eenzelfde greppelsysteem ten behoeve van de afwatering van de vroegere landbouwpercelen. Er is tevens een (paal-Jkuil gevonden die onder het plaggendek vandaan komt. De plaggendekken zijn gevormd in de latemiddeleeuwen (11°- 15° eeuw) , dus het paalspoor kan niet jonger zijn dan deze periode. In het plaggendek zijn in de meeste profielkolommen verschillende fasen onderscheidden (maximaal drie). Grca470mtenO _ IVO-o door Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzo(eIVkO , verkennende vanhet plangebied EconsultancyBV _ fase) blijkt dat de bodem bestaat uit een bouwvoor van circa 30 m , met in 2012 daaronder een geelgrijze opgebrachte laag van circa 40 m , en daaronder een verstoord restant van een plaggendek. Onder dit dek ligt met een scherpe overgang de C-horizont bestaande uit matig fijn , zwak tot matig sitig , geel zand , soms met gleyverschijnselen. Er is een proefsleuvenonderzoek geadviseerd

GircaïkmNOvan _ IVO-o door het plangebied

EconsultancyBv in 2011

Op basis van de waargenomen bodemverstoringen kan worden

_ geconcludeerd dat archeologische waarden van jagers-verzamelaars niet meer in situ worden verwacht. Archeologische waarden van landbouwers kunnen nog aanwezig zijn in de top van de dekzandafzettingen die in het plangebied zijn aangetroffen. Er is een proefsleuvenonderzoek geadviseerd Girca440mtenN IVO:pdoorADC _ Tijdens dit onderzoek is keramiek (ardewerk) , een kuil , een paalgena ztij n vanhet plangebied ArcheoProjecten _ complexen aangetroffen , gedateerd in de periode mesolithicum tot en met in 2005 de nieuwe tijd. Het gebied ligt op Limburgs dekzand. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Girca440mtenN _ IVO-odoor Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en Dans Data Station vanhetplangebied VestigiaBVin _ Archaeology. 2004

‘Girca 990 m ten NO 1VOo door

Op basis van de waargenomen bodemverstoringen kan worden

van het plangebied

Econsultancy BV

geconcludeerd dat archeologische waarden van jagers-verzamelaars niet

in 2011

meer in sítu worden

verwacht.

Pagina|

15

AM24513

EN

5294836100

Cirea950mtenN vanhetplangebied

4699965100

Girca490mten

NW van het

plangebied 4879299100

hrijv Archeologische waarden van landbouwers kunnen nog aanwezig zijn in de top van de dekzandafzettingen dîe in het plangebied zijn aangetroffen. Er is een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. 1VO-o door Aeres _ Op asis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen Milieuin2022 _ kan worden gesteld dat de bodemopbouw in een groot deel van het plangebied bestaat uit een scherp AC-profiel. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten uit de periode neolithicum - nieuwe tiijd in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting (hoog voor neolithicum -vroege middeleeuwen en middelhoog voor volle middeleeuwen - nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. Er is een proefsleuvenonderzoek geadviseerd , _

BOdoorAntea

Group

_

Advies

om

verkennend

booronderzoek

uit te voeren

om

de

mate

van

intactheid van de bodemopbouw en eventueel aanwezige archeologische

Archeologiein _ lagen te bepalen. 2019

Girca650mtenZ _ BO door vanhet plangebied Hamaland Advies vof in 2020

Het bureauonderzoek toont aan het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting heeft voor alle perioden met uitzondering van een lage verwachting voor de Tweede Wereldoorlog. De bodem is door heideontginning en agrarische werkzaamheden verstoord tot een verwachte diepte van 30-50 cm-my. Door de demping van een waterplas in het uiterste oosten is een onbekende , maar verwachte diepere verstoring opgetreden. Er is een verkennend booronderzoek geadviseerd.

Tabel 1. Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van één kilometer rond het plangebied.

[3. 5 _ Bewoningsgeschiedenis - historisch kaartmateriaal In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op het minuutplan uit het begin van de 19° eeuw (Figuur 2 is de situatie op kadastraal niveau te zien. Het plangebied en de directe omgeving zijn onbebouwd. De Peelstraat is een dan al bestaande weg. De historische bebouwingskern van Beringe concentreert zich ten noorden van het plangebied , aan de huidige Kanaalstraat , hier aangegeven als de doorgaande weg van Helden richting Meijel ('Chemin de Helden à Meyel). Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT)?° behorende bij het minuutplan , zijn de percelen als bouwland en hooiland n gebruik. Deze zijn onderdeel van het bouwlandveld Hoeker Kamp en Hoeker Kampen. De huidige Kampweg , de zuidelijke begrenzing van het plangebied , staat al ingetekend. Ook is er een rechte weg ingetekend die door het zuidelijk deel van het plangebied loopt en die ook als de Kampweg staat vermeld. Op de kaarten uit 1900 , 1930 en 1950 (Figuur 3) is dezelfde situatie te zien en is er geen bebouwing aanwezig in of direct rondom het plangebied. Op de kaart uit 1962 is het huidige woonhuis Peelstraat 44 ingetekend en is ook al meer bebouwing aan de Peelstraat gerealiseerd evenals aan de splitsing Peelstraat - Kampweg , ten zuiden van het plangebied.

19 www. beeldbank cultureelerfgoed. nl Gemeente Helden , sectie E , blad 2. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o. Lv. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen , perceelnummers en gebouwen 20 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen , zoals de eigenaar , beroep en woonplaats , alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. Pagina | 16

AM24513

X aeres mmilieu

In 1980 zijn ook de huidige stallen te zien. Het oude deel van de Kampweg die door het zuidelijk plangebied van het plangebied Uep , is dan verdwenen.

d+

G

+

j

GP

5A

A

E

Loojpers

|

A+AHIE <

”

+

A

p

”

g

8

LE

f

i 4:

f

X aeres milieu °

oisoesn

Fiquur 2 Uitsnede van het kadostraal wraow beeldank cuitureelerfgoed n

minuwtplan

uit 1811-1832 ,

met

in het rood

bij benadering

het plangebied

aangegeven

Pagina|

(Bron.

17

AM24513

EN

X

aeres

«milieu

vL603-20-2025

Figuur 3. Uitsneden van hístorische kaarten uit de perioden 1900 , 1931 , 1962 en 1980 , Het plangebied is aangegeven met het rode kader (Bron. woe. toporijdreis. nl.

Pagina|

18

AM24513

EN

4.

VERWACHTINGSMODEL

Jager-verzamelaars uit het paleolithium en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabijgelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel.

De omgeving van het plangebied ligt op de overgang van de lagergelegen Roerdalslenk in het oosten , naar de hoger gelegen Peelhorst , ten westen van het plangebied. De ligging van het plangebied op een hoger gelegen , grofweg zuid-noord georiënteerde dekzandrug ver van watervoorzieningen , maakt het plangebied geen ideale vestigingslocatie voor jagerverzamelaars. In de directe omgeving zijn tot op heden nauwelijks archeologische vondsten bekend uit deze periode. Op basis van de landschappelijke ligging geldt er een middelhoge verwachting voor de periode midden-paleolithicum tot en met mesolithicum. Binnen het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. Deze gronden hebben een opgebracht antropogeen dek (eerdlaag) dat een conserverende werking kan hebben op eventueel aanwezige archeologische resten. Eventueel aanwezige resten uit de periode (laat-Jpaleolithicum en mesolithicum worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen bestaan uit tijdelijke bewoningssporen , haardkuilen , vuursteenstrooiingen. Vanaf het (aat-)neolithicum ontstaan de eerste andbouweulturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. Deze nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren , waarbij men een voorkeur had voor hoger en droger gelegen gebieden.

Het plangebied ligt aan de rand van de hoger gelegen dekzandgronden en direct bij de overgang naar de natte heidegronden. De eerste akkergronden werden op vruchtbare en goed ontwaterde gronden aangelegd. In het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. De bovengrond van enkeerdgronden kenmerkt zich door een meer dan 50 centimeter dik humeus pakket. Dit humeuze pakket is ontstaan door langdurige landbouwkundig gebruik. Voor het plangebied geldt ondanks de afwezigheid van vondsten uit deze perioden in de directe omgeving , een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Resten worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit cultuurlagen , paalkuilen/-gaten , afvalkuilen , fragmenten aardewerk , natuursteen of gebruiksvoorwerpen. Het plangebied ligt aan de Peelstraat , ten zuidwesten van de oude kern van Beringe. Tot in de 20° eeuw werd deze kern gevormd door min of meer geïsoleerd gelegen gebouwen aan de hui ige Kanaalstraat. Dit is de oude doorgaande weg van Panningen en Helden naar Meijel Op basis van historisch kaartmateriaal vanaf circa 1800 bevond de historische bebouwing zich nagenoeg geheel aan de genoemde Kanaalstraat. Het plangebied lag aan de dan al bestaande Peelstraat en was tot medio 20° eeuw onbebouwd en als bouwland in gebruik.

Aangezien de oude bebouwing zich geheel binnen de huidige kernen concentreerde en gezien de ligging binnen de akkerlanden , aan de rand van de heidegronden , wordt aan het plangebied een lage verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd toegekend. Eventueel aanwezige archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht en kunnen onder andere bestaan uit onder andere cultuurlagen , paalkuilen/-gaten , afvalkuilen , gebruiksvoorwerpen van bijvoorbeeld natuursteen , fragmenten aardewerk , restanten van wegen en sporen van agrarische activiteiten.

Pagina|

19

AM24513

EN

Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een eerddek zijn archeologische resten beschermd tegen atere invloeden. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo'n dek in goede toestand worden aangetroffen. Mogelijke vuursteenvindplaatsen kunnen echter verstoord zijn geraakt bij de aanleg van het eerddek en de eerste bewerking ervan. Hierdoor is vaak de top van de natuurlijk bodem opgenomen in het bovenliggende opgebrachte dek. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit. Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT VIld) kunnen organische resten vaak enkel in dieper , waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven.

mesolitcum

gebnkstoonerpen

(laat)-neolithicum - _ Hoog

Nederzettingsresten , fragmenten aardewerk ,

Onder de eerdlaag , in de oorspronkelibjokdeem

middeleeuwen

Latemiddeleeuwen - nieuwe tijd

_ Laag

Cultuurlaag , funderingsresten , natuursteen , fragmenten aardewerk , gebruiksvoorwerpen , sporen van agrarische activiteiten , restanten wegen/paden

_ Vanaf het maaiveld

Tabel 2. Archeologische verwachting per periode.

Bodemverstoring Ter plaatse van de huidige gebouwen zal het plangebied tot zekere diepte zijn verstoord. Mogelijk is verstoring opgetreden als gevolg van het gebruik als akkerland (diepploegen) en later (moes)tuin. Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 7 januari 2025) zijn binnen het oostelijk deel van het plangebied kabels/leidingen gegraven die voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd. In het overige deel van het plangebied zijn geen kabels/leidingen aanwezig. Bij de gemeente zijn de bouwtekeningen opgevraagd van de huidige gebouwen. Hieruit blijkt dat het oudste gebouw , het woonhuis met aanbouw van een stalruimte Peelstraat huisnummer 44 is voorzien van een normale fundering van 10 meter mv. Plaatselijk is het woonhuis voorzien van een kelder , waarvan de bovenkant keldervloer op 18, meter -mv ligt. Er kan hierbij worden uitgegaan van een verstoringsdiepte van tenminste 21, meter -mv (Figuur 4) In of kort na 1970 werd ten westen van het woonhuis een houten stal gebouwd. Deze is voorzien van een betonnen vloer en zal vermoedelijk minimaal zijn gefundeerd (Figuur 5). De grote stal (meest westelijk gelegen gebouw) werd in of kort na 1982 gebouwd. Deze stal is voorzien van een fundering van overwegend 09, meter -mv.

Over de gehele lengte is de stal voorzien van twee stalroosters die tot respectievelijk 12, meter -mv en 15 meter -mv zijn gefundeerd (Figuur 6).

Pagina | 20

AM24513

EN

<

Gemeente Helden. S E aede Silaetie

Sch bleoe

\N

\

Figuur 4 Dwarsdoorsneden van het woonhuis met aanbouw Peelstraat 44 uit 1952 (Bron: Bouwdossiers gemeentearchiePefel en Maas).

UW

|R

Figuur 6 Dwarsdoorsneden van de koestal uit 1980 (Bron: Bouwdossiers gemeentearchiePefe l en Maas)

Pagina|

21

YEN aeres mmilieu 5.

VELDWERKZAAMHEDEN

\ 51

Algemeen

AM24513

Het doel van het verkennend veldonderzoek door middel van boringen is het toetsen van de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied (Hoofdstuk 4). Hiertoe zijn op 8 januari 2025 in totaal tien boringen gezet (zie Bijlage 2 en 8). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diametevran 7 centimeter. De boordiepte varieerde van 70 tot 180 centimeter onder maaiveld. De boorkernen zijn conform ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5. 2) beschreven , zie Bijlage 8. De hoogteligging van de boorpunten ten opzichte van NAP is afgeleid van het AHN4. ?! De maaiveldhoogte varieert binnen het plangebied tussen de 3310 , en 343, meter +NAP. Er is geen oppervlakte kartering uitgevoerd in verband met de aanwezige begroeiing en verharding

Figuur 7. Foto van het noordelijk deel van het plangebied , kijkende in oostelike richting (Foto: 8 januari 2025).

5. 2 _ Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw De top van de bodem wordt gevormd door een matig humeus , matig siltig , matig fijn zandpakket. donker bruingrijs. De dikte varieert van circa 50 tot 85 centimeter.

De kleur van dit pakket is

21 wwwahn. nl

Pagina|

22

AM24513

xEN aeres «milieu

In boringen 5 en 8 is dit pakket beduidend dikker , circa 140 tot 150 centimeter. In boringen 6 en 10 bevat dit pakket sporen baksteen. In boring 6 bevat dit pakket ook sporen steenkooldeeltjes. In boring 10 heeft de onderkant van het humeuze zandpakket een sterk vlekkerig karakter. In boring 7 bevat dit pakket brokken licht grijs zand. Hieronder volgt met een scherpe overgang een zwak siltig , matig fijn zandpakket. Het zand is goed gesorteerd. De kleur van dit pakket is licht geelbeige. In boringen 3 , 7 en 9 heeft de top van dt pakket een licht bruinbeige tot geelbeige kleur. In boring 3 bevat dit pakket sporen grind. De top van dit pakket is aangetroffen op circa 50 tot 140 centimeter onder maaiveld. Dit komt overeen met circa 3240 , tot 3325 , meter +NAP.

€ E Figuur 8. Foto van boring 6. De leesrichting is van linksboven naar rechtsonder (O - 120 centimeter) (Foto:

8 januari 2025

|5. 3 _ Interpretatie Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden onderdeel van de Formatie van Boxtel. Het dekzand bestaat uit matig goed gesorteerd zand. Het dekzand is afgezet tijdens het Laat-Glaciaal (circa 14. 700 tot 11. 700 jaar geleden). De top van de natuurlijke ondergrond varieert van circa 3240 , tot 3325 , meter +NAP (circa 50 tot 140 centimeter onder maaiveld). De top van de natuurlijke ondergrond loopt globaal gezien af in zuidwestelijke richting. Dit komt ook globaal gezien overeen met de huidige maaiveldhoogte. De top van de bodem wordt in het grootste deel van het plangebied gevormd door een circa 30 centimeter dikke moderne ploeglaag (Aap-horizont). Hieronder volgt een circa 20 tot 50 centimeter dikke antropogeen opgebracht pakket (Aa-horizont). De bodem in het grootste deel van het plangebied is in min of meerdere mate verstoord. Binnen het plangebied is er sprake van een AC-profiel. De (ondiepe) bodemverstoring is mogelijk het gevolg van moderne grondbewerking en/of (diep)ploegactiviteiten. In boringen 5 en 8 is de Aa-horizont beduidend dikker , circa 110 tot 120 centimeter. Boring 8 is vermoedelijk in de sloot van de voormalige (land)weggezet (zie Figuur 3 en Bijlage 2).

Pagina|

23

AM24513

EN

De licht bruinbeige tot geelbeige zandlaag in boringen 3 , 7 en 9 is geïnterpreteerd zandbrokken in de Aa-horizont in boring 7 zijn geïnterpreteerd als brokken E-horizont.

als een BC-horizont.

De lichtgrijze

AM24513 Beringe -

'DE

|achtergrond: Luchtfoto |2023 Ortho 25cm RGB

M

Peelstraat 4 ‘ 00 2 oo n Schaal

1:1. 200

aeres «milieu

Figuur9 , Diepteligging van de natuurlijke ondergrond.

54

Archeologische indicatoren

Alhoewel geen doel van een verkennend veldonderzoek door middel van boringen , is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren die kunnen wijzen op archeologische waarden in de ondergrond. Tijdens het onderzoek zijn dergelijke indicatoren echter niet aangetroffen.

Pagina|

24

AM24513

EN

6. CONCLUSIE \ 61

Algemeen

Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodem in een groot deel van het plangebied bestaat uit een AC-profiel. De natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzand bestaat uit zwak siltig matig fijn , matig goed gesorteerd zand. De natuurlijke ondergrond bevindt zich op een diepte van circa 50 tot 140 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 3240 , tot 3325 , meter +NAP. Er is tijdens het veldonderzoek ook vastgesteld dat de bodem in meer of mindere mate verstoord is, In een groot deel van het plangebied is sprake van een AC-profie Met uitzondering van boringen 3 , 7 en 9 zijn geen sporen van de oorspronkelijke podzolbodem (E- , B- en/of BC-horizont) waargenomen. De scherpe overgang naar de C-horizont is mogelijk het gevolg van een egalisatie voorafgaand aan de ontginning van het gebied en/of door opname in het bovenliggend dek middels (diep)ploegen. Dit betekent dat de top van het potentieel archeologisch niveau voor de periode jager-verzamelaars niet meer intact is. Deze vindplaatsen zijn immers erg kwetsbaar en zullen , indien deze aanwezig zijn geweest , alleen nog ex-situ kunnen worden aangetroffen. Op basis hiervan wordt de kans laag geacht dat er nog archeologische resten uit deze periode aanwezig zijn in het.

Op basis hiervan wordt de middelhoge verwachting bijgesteld naar laag Voor de daaropvolgende periode van meer sedentaire bewoningsvormen met robuustere sporen kan worden gesteld dat deze naar verwachting nog goed aangetroffen kunnen worden. Voor de periode neolithicum - vroege middeleeuwen geldt een hoge verwachting. Voor de periode late middeleeuwen - nieuwe tiijd geldt een lage verwachting. Deze worden beiden gehandhaafd.

62

_ Beantwoording e

onderzoeksvragen

Iser sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? Ja. Indien er archeologische resten aanwezig zijn , dan worden deze verwacht op de overgang van de A-horizont (Aap- en/of Aa-horizont) naar de C-horizont. Deze overgang bevindt zich op 50 tot 140 centimeter onder maaiveld. De bovenliggende horizonten zijn doo jarenlange bewerking van het land opgenomen in het bovenliggende pakket. Het opgebrachte (eerd)dek heeft een conserverende werking op de eventueel aanwezige archeologische resten.

« _ In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? De afwezigheid van een E- en B(Q-horizont in het grootste deel van het plangebied kan duiden op een recentere bewerking van de bodem.

« _ Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen? Eventueel aanwezige archeologische resten worden verwacht onder de A-horizont. Deze wordt vanaf 50 centimeter onder maaiveld aangetroffen. Ten tijde van dit onderzoek is de precieze einddiepte en locatie van de toekomstige ingrepen niet bekend. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen plantontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben en kunnen resulteren in de aantasting van eventueel aanwezige archeologische resten. Pagina|

25

AM24513

EN

7.

AANBEVELINGEN

Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in een groot deel van het plangebied bestaat uit een scherp AC-profiel. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten uit de periode neolithicum - vroege middeleeuwen in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting (hoog voor neolithicum -vroege middeleeuwen en laag voor late middeleeuwen - nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. Voor de periode laat-paleolithicum - mesolithicum is de middelhoge verwachting bijgesteld naar laag. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humushoudende bovengrond (0 - 50 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit vervolgonderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Bij voorkeur na sloop tot maaiveld van de te slopen bebouwing (stal). Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas).

De resultaten van dît onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas) , die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende

of voorbereidende

activiteiten ondernomen

kunnen

worden.

Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en de conventionele methoden. Het doel van dit onderzoek is het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging , dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchietfot een minimum worden beperkt.

Pagina | 26

AM24513

EN

LITERATUURLIJST Auwerda , F/ P. Grimm , 2008: Verliesregister 1939-1945 , Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorl0g , Den Haag. Bakker , de , H. 1966: 'De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland’ , in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland , Wageningen. Bakker , de , H. /J. Schelling , 1989: Systeem van bodemelassificatie voor Nederland , de hogere niveaus. Staring Centrum , Wageningen. Berendsen , HJ.A , 2010: Fysisch-geografisch onderzoek , Assen. Berendsen , HJ.A , 2011: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie , Assen. Berendsen , H.A , 2005: Landschappelijk Nederland , Assen. Berendsen , HJ. A/E. Stouthamer/K. M. Cohen/W. Z. Hoek , 2019: Landschap in delen. De fysisch-geografische regio's , Utrecht. Berkel , G. van/ K. Samplonius , 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie , Utrecht (Prisma). Blankenstein , van , E , 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 - 1945) , Zeist. Cate , tenJ., A. M/ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ . Stolp , 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek , richtlijnen en voorschriften DeelA : Bodem , Wageningen , DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Hiddink , H/ H.

Renes , 2007: 'De oude akkercomplexen in de oostelijke helft van Noord-Brabant en het noorden en midden van Limburg’ , in: Van Doesburg e. a. (red.) , 2007: Essen in zicht: Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid , Amersfoort (RCE). Mulder , de , EJ. F/ Groningen/Houten.

M. C.

Geluk/

|. Ritsema/

W. E.

Westerhoff/

T. E. Wong ,

2003

(red):

De

ondergrond

van

Nederland.

Rensink , E/ HJ. T. Smeets/ M. Kosian/ H. Feiken/ B. !. Smit , 2019: Archeologische Landschappenkaart van Nederland , versie 3.0 , Amersfoort.

SIKB , 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek , Deel: karterend booronderzoek , Gouda.

Stiboka (Stichting voor Bodemkartering) , 1985: Wageningen.

Toelichting bij de kaartbladen 57 Oost-Valkenswaard en 58 West Roermond ,

Stouthamer , E/ K. M. Cohen/ W. Z. Hoek , 2020: De vorming van het land. Geologie en Geomorfologie , Utrecht. Sueur , C/ K. M. van Dijk , 2012: Gemeente Peel en Maas , Archeologische overzichts- en verwachtingskaart voormalige gemeenten Helden , Kessel , Maasbree en Meijel (ACVU-HBS/Buro de Brug BV/The Missing Link). TNO , 2021: Geologische overzichtskaart van Nederland , Den Haag (www. dinoloket. nl). Zonneveld , . S. 1981: Vormen in het landschap , hoofdlijnen van de geomorfologie , Utrecht. Pagina|

27

AM24513

EN

Digitale bronnen: www. archis. cultureelerfgoed. nl

RCE , Archis3 (zoeken & vinden)

‘www‚bagviewer. kadaster. nl

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)

wwwbeeldbank. cultureelerfgoed. n

Kadastraal minuutplan

waw cultureelerfgoed. nl

Bronnen en kaarten

www. pdok. nl

Basisregistratie Grootschalige Topografie (2019) , kadaster.

www. ruimtelijkeplannen. nl

Bestemmingsplan

www. topotijdreis. nl

Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland

www‚omgevingswet. overheid. nl/regels-op-de-kaart

_ Omgevingsloket

Archeologische kaarten en databestanden: Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008-2023). AHN4 vervaardigd op basis van digitale data).

en AHNS

(Geraadpleegd

via wwwaarcgis.com , bijlage in QGIS

Alterra 2023: Bodemkaart van Nederland , schaal 1:50.000 , blad 58 West , Wageningen https//zoeken.cultureelerfgoed.nl , bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra).

UR

(Geraadpleegd

via

Alterra 2023: Geomorfologische kaart van Nederland , schaal 1:50.000 , Wageningen https//zoeken.cultureelerfgoed.nl , bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra).

UR

(Geraadpleegd

via

Archeologische Monumenten Kaart (AMK) , https//zoeken. cultureelerfgoed. nl).

2007

(Geraadpleegd

via

Rijksdienst voor Cultureel erfgoed

(RCE) , Amersfoort ,

Archeologisch Informatie Systeem I (Archis3) , Riijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE) , Amersfoort , 2015 https//zoeken. cultureelerfgoed. nl.

(Geraadpleegd via

Maas , G. J. / W. M. van der Meij/ S. . J. v. Delft/A . H. Heidema , 2019 Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland , schaal 1: 1:50 000 (2019). Wageningen , Wageningen Environmental Research (geraadpleegd via https//legendageomorfologiewur. nl) The Missing Link , 2012: Archeologische verwachtingskaart gemeente Peel en Maas , Kaartbijlage II 2015. ‘The Missing Link , 2015: Archeologische beleidskaart gemeente Peel en Maas , Kaartbijlage III , 2015.

Pagina|

28

aeres

milieu

BINETe

TDE

l

Topografische ligging onderzoeksgebied

37200

B||lage 1: Topoglafsche l|ggmg onderzoeksgebied

AM24513 Beringe - Pe lstra t 4 Á Schaal

0

CLegendaPlengetied Achtergrond: OpenTopo (Map5)

e

|

| | TS

4

5

= E

1:10. 000 100 200

300

400

500m

ili aeres 4milie

aeres

milieu

Bijlage Boorpuntenkaart

TDE

2

lage 2: Boorpuntenkaart

N

AM24513 Beringe - Pe lstra t 4 ‘ Schaal 1:1. 000 0 10 20

Legenda

Plargetied

> Boringen

Achtergrond: Luchtfoto Actueel PDOK

A

30

40

50m

aeres «milieu

2 E

aeres

milieu

TDE

Bijlage

3

Archeologische gegevens

cf. Archis 3

193000

194000

195000

2096asf100

AK

37200

4021563100

37200

4004512100

J

Bijlage 3: Archeologische

Legenda

n

MK

Arcisdorderzoeksmekdngen acheel

141Waardering Terein van archeclogische waarde

37100

Termein van

k

ogeachedogische waarde

Terrein van zeer hoge archeologische waarde

e

oo

_

A

Nedereting

A

+ G

A Viegtigwek

ME cutus Heigdon B

l> A

Verfs veresterrkd iedegrzet ing Agrasche roduti e voesse oo v

W

gegevens cf. Archis 3

£ K

B ev z oge oo w bescherd i vondstlocatiesondslocaties 02:01D nfesnewr B olerype e Schgepvaa(ifn sacrse tpsr e )

ds

N

er) Moen

s

—

Compexobepaat

fastetwr

193000

AM24513 Ber-i Penelsgtraaet 44 Schaal 1:10. 000

58 ° Gondstohring

AchteAHNr2 Rgeliërfkaaort;194000 fArcihis d3 :actu eel

N

0

100

200

300

400

500m z

eres

: 195000

37100

aeres

milieu

Bijlage4 Archeologische Beleidskaart gemeente Peel en Maas

TDE

193000

194000

195000

37200

37200

Legenda Plangebied Legenda Beleid vawee woedW egsem v

w

vawde

e

Bijlage 4: Gemeentelijke

Archeologische (beleids)kaart

N

AM24513 Beringe - Peelstraat 44 Schaal 0

1:10. 000 99

198

297

396

495m

37100 aeres

«milieu

(\ 193000

194000

195000

VDL209.H-1-2025.

37100

aeres

milieu

Bijlage Overzicht geomorfologische

TDE

5 kaart

Bijlage 5: Geomorfologische kaart N

C

Plengetied

I

Dekzandwelvingen

Schaal

1:10. 000

Landduinen met bijbehorende vakten en laagten

0

100

EE

AM24513 Beringe - Peelstraat 44

Dekzandrug

200

300

400

500m

Dekzandviakte

I I

enkoloniale ontginningsvlakte

Laagte ontstaan door afgraving Dalvormige laagte Holle weg

Achtergrond: AHN2 R

art PDOK; Alterra 2023

aeres

«milieu

'

aeres

milieu

IET Overzicht

TDE

l bodemkaart

193000

194000

195000

Bijlage 6: Bodemkaart Legenda

C

AM24513

Piengebied

IE M IE

Veldpodzolgronden:; leemarm en zwak lemig fjn zand Veldpodzolgronden; lemig fjn zand Laarpodzolgronden: leemarm en zwak lemig fjn zand

I

Gooreerdgronden; lemig fjn zand

B

1:10. 000

0

100

06 zvarte enkeerdgronden: lemig fijn zand

Achtergrond:

200

300

aeres

400

194000

500m

«milieu

(\

AHN2 Reliëfkaart PDOK; Alterra 2023 193000

Beringe - Peelstraat 44

Schaal

195000

Bijlage7 Reliëfkaart

193000

3642

3

z

Achtergrond: AHN3 Reliëfkaart

$

/

’

-

$

Bijlage 7: Reliëfkaart

á | AM24513 Beringe - Pe lstra t 4 ‘ Schaal 0

1:10. 000

100

200

300

400

500m

3 193000

aeres

milieu

Bijlage Boorkernbeschrijvingen

TDE

8

getekendvogens NENS104

01

384

APHORZONT Zane atg ,

w

m

g,

donkr g

meter ‚NAP

02

385

APHORZONT Zand malig n

makg hurmeus sporen

Eceranboor

e

AORZONT

AATORZONT

orfzrun , Eemartor SHORZONT Zand malig tn , a g,

Z

matg 9. malig slig mati Pumeus , donser e

Py

Ecetranboor Z

a

Gonker g ,

silg. ratg um

Ecorranboor

orbrae ,

Edlrartoor

matg sitg , maig baneus , doer

Zand a

n

a

s

Zand malig n zwak , Goea esoneerg zen

Boring

03

336

meler MAP

AP HORZONT

Iet gsbeige , Ecerrarboor.

04

332

AP HORZONT

Zand mati n a stig. matg um t gorkergigbrun , Edernznpoor

A HORZONT

A TORZONT

humeus , dorser

BCPORZONT

ZL

spoen worE do

Zens matg f matg g , maig humeus sporen e sporen g , drker gbnun , Eoetrerooor Zang matig S. matig slig. a arfenin , Edemanteor

Zena matg f zeak sitg newraaboige , Eelmanboor Goed geconeer zang SHORZONT

Zene arg n z Edetranboor , o

slig poren gend , Ie wioege

geseneerd zand

Projectcode: AM24513-ARCH Projectnaam: Peelstraat 44 te Beringe

spren

Zand mati n

Edelmanmoor HORZONT

Zand a arebrun ,

, a ii Ecerarboor

CHORZONT Z malg n

zwak s

Goee econeerd zan

meter MAP

meter AAP

sporen

maig bumevs dorker

Ie gelbesge , Ederanboor

getekendvogens NENS104

05 n

343

APHORZONT Zane atg ,

w

meter ‚NAP

zm

06 L

m

donkr g

g,

makg hurmeus sporen

Eceranboor

AORZONT

Z

Boring:

matg 9. malig slig mati Pumeus , donser Edemartor

389

o APHORZONT Zand malig n AATORZONT

Zand mati n baroen

orstroo ,

a a , zvak S. EM ORD Eeemmanboor AAHORZONT Z matig , mali slig a Pumeus , dozer

orjzrun , Edemarboor

ZE

Zana g

n zwak g , unoege. Edenarboor 8C

SHORzONT

Zena zeer f m l ‘Goed gesoneer zand

Projectcode: AM: 124513-ARCH Projectnaam: Peelstraat 44 te Beringe

gribeige. Edetmanboor

silg , ratg um

sporen

sporen Kolergrs ,

matg stig. matg um

spoen

sporen Kolengtu , spore wore , dorker

CHORZONT

E

a

‘w spren bkstoen. poren g , Gooker i. Edeiranboor

meterNAP

Ederartoor

Zand a n zea ii Goea gesoneerd zen

eht geelege.

Edelmanoo

getekendvogens NENS104

07

338

APHORZONT Zane atg ,

w

m

donkr g

g,

meter ‚NAP

Boring:

08 APHORZONT Zand malig n

makg hurmeus sporen

Eceranboor

w

spren

AATORZONT

fsbrue , Edetnarboo T6 at om do vah geht

DenDoorat ,

10

384

APHORZONT Zane atg f malig g , a hurmeus sporen woneit donkr o Ederanboor

APHORZONT Zand malig n a silg. ratg um ‘w Gorke g , Egemanboor

spren

AORZONT

AATORZONT

zm

Bareen , Gorker g ,

BEFORZONT

Zand matg (P. zeak itg , geeleige ‘SnonzoNT

Zerd matg fjn , zwak s Goed geconeers zand

Z

Zand mati n

Edemarbser , Brosken E oront

09

U

Ecaranboor

382

meter ‚NAP

Boring:

matg 9. malig slig mati Pumeus , donser

Zand mati n

Edemartor

SC HORZONT

ZarG a

M. malig i.

c bnnboige , Eceimanboor

Zand ab , zwa ii Good gaconeer zand

Úct gebeige , Edeimanboor

‘ShonzoNT

Projectcode: AM24513-ARCH Projectnaam: Peelstraat 44 te Beringe

matg sltg. maig baneus , doer

CH gsbeige. Ecomanboor

E w

silg. ratg um

orun ,

Good gesoreezarn d 20 J

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=ca7a1c4c-78f2-4134-a94f-b322efe266e9