CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-022 05 Bijlage 2 bij Ruimtelijke motivering - Verkennend Bodemonderzoek gronden behorend bij Peelstraat 44 te Beringe (geanonimiseerd)

Raad 10 maart 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO omgevingsplan ‘Woningbouw Nelisveld, Beringe’ (2026-022)19.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend bodemasbestonderzoek

en

Peelstraat 44 te Beringe EES

N

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Peelstraat 44 te Beringe Aeres Milieu Projectnummer Status rapport

AM24513 : Definitief (versie 1)

Opdrachtgever

(geanonimiseerd)

Opgesteld door

(geanonimiseerd)

Gecontroleerd door

() gderaen eons i m iisne oern da )e(g geano (nimise rd) O

Datum

24 februari

2025

Aeres Milieu B. V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND

( 0475 - 320000 e-mail: info @aeres-milieu.nl www. aeres-milieu. nl

1E 2001 +2002

+ 2018

Disclaimer

Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 , NEN 5707 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingweenlke, niet voortkomen uit het historisch onderzoek , niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blift het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname i. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

AM24513

Paginal

2

N

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING

2

VOORONDERZOEK

21 22 23

IMNGIEING _ Topografische beschrijving BEWONingS- en DEDOUWINGSGESChdÍEES

24

_ Dossieronderzoek

25 26

_ Bodemopbouw en geo(hydro)logie _ Beschrijving van de ONderzOekslOCtie …

27

ASD

28

BOAEMKWaEINSKAANE

29

_ Onderzoekshypothese

3.

4. 41 42 43 3.

6 6

u

…

ONDERZOEKSSTRATEGIE.

31 32 33

…

…

14

Inleiding ONderZOeksstrategie NEN 5707 _ Onderzoeksstrategie NEN 5740.

14 14

VELDWERKZAAMHEDEN.

16

AGEMEEN a GEONdDEMONSErÍNG _ GIONdWAterMONSterNAME. LABORATORIUMONDERZOEK

. ee

…

19

51 AGEMEEN e 5. 2 _ GIONdMENGMONSTErS aSDESt (fijNG fF3CIE)…e 53 GTONd(MEng)MONSteS (NEN 5740). …e 54 _ Grondwatermonster(s) 5. 5 _ Toetsing van de gestelde hypothese 6

2

CONCLUSIES

EN AANBEVELINGEN.

1

Topografische overzichtskaart

31

Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten en asbestinspectiegaten

Foto's

onderzoekslocatie

32

Situatietekening

4 5

Boorprofielen en foto's asbestinspectiegaten Verklaring veldmedewerker

7

Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters

9

Rapportage Bodemloket

6 8

AM24513

19 19 20 2

met fotopunten

Analyserapport grondmengmonsters Toetsingstabellen

asbest (fijne fractie)

en analyserapport grondwatermonsters

Paginal

3

EN

1.

INLEIDING

In opdracht van Bureau Leefomgeving heeft Aeres Milieu B. V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de loaatie:

Adres onderzoekslocatie

Peelstraat 44 te Beringe

Kadastrale registratie

Gemeente Helden , sectie H , nummers 3539 t/m 3541 en 3598 (ged).

Huidig gebruik van de locatie Toekomstig gebruik

agrarisch bedrijf woningen met tuin

Gemeente

Peel en Maas

Oppervlakte

circa 16. 200 m?

Dit verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend onderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodem- en asbestonderzoek op het perceel.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit verkennend bodem- en asbestonderzoek is het voornemen om woningbouw mogelijk te maken op locatie te realiseren. De huidige woning (bestemming agrarisch bedrijf) wordt daarbij omgezet naar een woonfunctie en er is ook een nieuwe woning gepland. Doel

Het doel van het onderzoek is, middels een steekproef , het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Onderzoek

Aeres

Milieu B. V. heeft geen

binding

met de opdrachtgever

en de onderzoekslocatie

anders

dan als onafhankelijk

onderzoeksbureau.

In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond- en grondwateronderzoek) beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft de laboratoriumwerkzaamheden en de onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6 , waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven.

Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in januari 2025. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIK8 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B. V. te Rotterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000)

AM24513

Paginal

4

N

2.

VOORONDERZOEK

|21 _ Inleiding Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2. 1 /m 2. 6 opgenomen informatie i afkomstig van/uit de opdrachtgever , het kadaster , topotijd r eis.nl , het dinoloket , het bodemloket , gemeente Peel en Maas , provincie Limburg en de terreininspectie. In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal ( < 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn , wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen , tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.

2. 2

_ Topografische

beschrijving

De onderzoekslocatie ligt aan de westzijde van de bebouwde kom van Beringe , ten zuiden van het sportpark. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Helden , sectie H , nummers 3539 t/m 3541 en 3598 (ged). De coördinaten volgens het R. D. stelsel zijn X = 193. 765 / Y = 371. 779 (zuidwesthoek van de woning). Zie bijlage 1 voor een topografische kaart. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.

Afbeelding 1: Begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtforo: PDOKviewer

AM24513

Paginal

5

EN

23

_ Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis

In het kader van het vooronderzoek

is historisch kaartmateriaal

bestudeerd.

Uit het kaartmateriaal

s af te eiden

dat de

onderzoekslocatie tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw geheel onbebouwd en onverhard was. Volgens BAGviewer stamt de woning uit 1953. Op de topografische kaart uit 1959 is deze bebouwing voor het eerst opgenomen op de locatie. In de omgeving is sindsdien ook (Únt)bebouwing te zien. Het wegenplan zoals aangegeven op de kaart uit 1959 is nog steeds accuraat (anno 2025). Ten oosten van de Peelweg was vanaf de jaren zestig tot in de jaren negentig van de vorige eeuw een tuinbouwkas aanwezig. Op de [ocatie zijn vanaf de jaren zestig twee stallen aanwezig. In de jaren 1980 zijn deze stallen iets uitgebreid naar de huidige situatie. Rondom het bebouwde deel is de locatie altijd onbebouwd geweest en grotendeels in gebruik gebleven als agrarisch perceel.

1984

Afbeelding 2: Geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis. nl}

24

Dossieronderzoek

Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 5 december 2024 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Peel en Maas. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen , verleende hinderwet- of milieuvergunningen , bouw- en/of sloopvergunningen , de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens i gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX , of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX. Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2. 1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen

AM24513

geraadpleegd. Paginal

6

N

7augustus1952

_

Herbouwen van een boerderij

Herbouw oorlogsschade

1952157

\

8 april 1968

Vernieuwen/veranderen van een

__ Geen bijzonderheden bekend

koestal

6 maart 1953 (1953/51) 77 januari1956

1956/29

Bouwen van een bergplaats aan de _ Geen bijzonderheden bekend nieuwe boerderij __ Bouwvergunning voorhet bouwen

van een houten kippenhok

_ Vristelling voor het indienen van tekeningen en beschrijving

3 maart 1958 (1958/3) 3 december1959 (1959/606)3) 18 mei 1962

Bouwvergunning voorhet bouwen _ Vrijstelling voor het indienen van tekeningen en beschrijving van een houten kippenhok _ Bouwvergunning voor het bouwen _ Vrijstelling voor het indienen van tekeningen en beschrijving. Bouwen aan van een houten kippenhok bestaande stal , uitbreiding 10 x 6 meter Vergunning voor het uitbreiden van _ Adres is bekend als Peelstraat 21

1962/194

de stallen/ boerderij.

19oktober1962

1967/416

_

Dakbedekking bestaat uit golfplaten Vergunning voor het uitbreiden van _ Plan voor het bouwen van een veranda

de stallen.

5 juni 1968

Verbouwen van een boerderij

9 oktober 1970

‘Bouwen van een bedrijfsruimte

1978/597

|:

Peelstraat 21

1970/38-6

Geen bijzonderheden

m

@

oh

28februari1972

1972/823

1 juni 1982

_

Bouwvergunning

voorhet

veranderen van de ramen en het

uitbreiden van een bedrijfsruimte Bouw van een koestal

Gebruik van golfplaten

Eternit golfplaten als dakbedekking

1982/20-15

AM24513

Paginal

7

N

14 april 1998

‘Bouwvergunning voor het bouwen Geen bijzonderheden 1997/0499 van een overkapping c. q fietsenberging Tabel 2. 1. : Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen

Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2. 2 weergegeven (relevante) milieuvergunningen geraadpleegd.

6 oktober 1980

1980/39-18

Vergunning tot het oprichten , in werking brengen en in werking ‘houden van een rundvee- een

24 mei 1982

pluimveebedrijf Hinderwetvergunning ingevolge

1982/19-6

artikel 6a der hinderwet voor een

24 mei 1993

rundveehouderij Melding van een in het verleden verwijderde tank verwijderen Vergunning krachtens de Hinderwet voor de inrichting van een melkrundveehouderij op het perceel Peelstraat 44t e Beringe

30 juli 2009

Locatie-inspectie in kader van de

1991

milieuvergunning

Aanwezig zijn: HBO tank 5 m* ondergronds Dieseltank 600 liter bovengronds Voorwaarden opgenomen voor ondergrondse afleverpompen voor benzine , superbenzine en gasolie.

voorraadtanks

en

Aanvraag voor HBO-tank Sm? een dieseltank van 600 liter Tank is onklaar gemaakt en verwijderd in eigen beheer in 1991 Vervolg op revisievergunning d. d. 25-4-1982 Bovengrondse dieselolietank aanwezig (600 liter) in lekbak en onder afdak Bovengrondse smeerolietank aanwezig (120 liter) Bestrijdingsmiddelenkast aanwezig Stal 2 is kort na 1970 als aanbouw van de schuur gerealiseerd. Voor de schuur is in 1970 een bouwvergunning verleend , Voor de aanbouw van 4 x 216 meter ten behoeve van huisvestiging voor dieren is geen bouwvergunning verleend , Hiervoor is wel een milieuvergunning verleend.

! In= 10 december

Melding veranderen van het bedrijf.

2015 2 maart 2022

Periodieke milieucontrole

door RUD

Limburg-Noord

Na acceptativean de melding zullen bedrijfsmatig geen dieren meer worden gehouden. Er vinden geen bedrijfsactiviteiten meer plaats , Periodieke controle komt te vervallen.

Er wordt geen afgewerkte olie en gewasbeschermingsmiddelen opgeslagen. Dieseltank is gesloopt en verwijderd. Stallen worden gebruikt voor privé opslag en stalling van caravans ,

meer

Tabel 2. 2: Overzicht geraadpleegde (relevante) milieuvergunningen AM24513

Paginal

8

N

Via de website van het bodemloket. nl is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 9. Uit de rapportage blijkt dat op de locatie zijn niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd volgens de provincie. Volgens de MER zijn er in de directe omgeving wel enkele bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn , voor zover relevant , in onderstaande tabel 2. 3 weergegeven. menvatting resultaten Verkennend _ bodemonderzoek _ Betreft een [ocatie inclusief een tuinbouwkas direct aan de overzijde van de Peelstraat , ten oosten Kampweg II; DMC kenmerk _ van onderhavige locatie. Aanleiding van het onderzoek was de geplande aan- en verkoop van de HEL/GO1/BOD d. d. 3maart 1995 _ _ locatie en de geplande woningbouw ter plaatse n totaal zijn er 54 boringen geplaatst. Plaatselijk zijn er lichte puin- en baksteenresten aangetroffen. De bovengrond in de tuinbouwkas is licht verontreinigd met EOX en zink. Verder zijn er plaatselijk licht verhoogde gehalten aan koper , minerale olie of PAK aangetroffen in de bovengrond. De ondergrond is zeer licht verontreinigd met chroom en nikkel. Het grondwater is matig tot sterk verontreinigd met zink en licht verontreinigd met chroom , nikkel , koper , cadmium en lood. Deze metalen in het grondwater worden gezien als regionale achtergrondwaarde. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

De aangetroffen verontreinigingen vormen volgens DMC geen belemmering voor de geplande woningbouw. Verkennend bodemonderzoek Betreft een locatie ten zuiden van de onderzoekslocatie. Aanleiding voor dit onderzoek waren de Kampweg (0ng) te Beringe; geplande verkoop van de locatie en nieuwbouwplannen. BKK , kenmerk18687. BKK d. d. 12 _ Er is geen asbest aangetroffen op de locatie oktober 2018 De bovengrond is licht verontreinigd met koper; de ondergrond i niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met zware metalen. Er zijn geen belemmeringen voor de beoogde toekomstige bestemming. Milieutechnisch onderzoek Deze onderzoekslocatie betreft de openbare weg Kampweg , ter hoogte van Peelstraat 44 Kampweg (0ng); BKKK (onderhavige onderzoekslocatie). Aanleiding vormt en de herinrichtingswerkzaamheden aan de bodemadvies , kenmerk 220103. BKK _ Peelstraat. d. d. 23 maart 2022 Het asfalt blijkt deels teerhoudend te zijn In de funderingslagen en de bodem is geen asbest aangetoond , Ter plaatse van de inritten zijn bijmengingen met puin en baksteen aangetroffen.

De bodem is licht verontreinigd met zink , lood , kobalt , cadmium , kwik en PAK , matig verontreinigd met koper en lood en sterk verontreinigd met zink Ook in de bermen zijn sterke verontreinigingen aangetroffen (koper , arseen , lood en/of zink) , matige verontreinigingen met koperen lood en lichte verontreinigingen met cadrium en PAK. Er zijn geen verhoogde concentraties aan PFAS aangetroffen. Op basis van de huidige functie/ situatie , zijn er onaanvaardbare risico’s. De locatie dient derhalve met spoed gesaneerd te worden. Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten en de daaraan verbonden conclusies wordt aanbevolen om de sterke verontreinigingen door middel van ontgraven te saneren tot tenminste de gebiedsspecifieke bodemgebruikswaarden die horen bij de bodemfunctie van de onderzoekslocatie.

AM24513

Paginal

9

EN

Samenvatting

Milieutechnisch

onderzoek

r

Peelstraat (0ng); BKKK

Deze onderzoekslocatie betreft de openbare weg Peelstraat , ook ter hoogte van Peelstraat 44 (onderhavige onderzoekslocatie). Aanleiding voor het onderzoek ziijn de herinrichtings-

bodemadvies , kenmerk 210483. BKK

werkzaamheden

d. d. 24 maart 2022

Het asfalt is deels teerhoudend.

aan de Peelstraat.

De funderingslagen en de bodem kunnen als asbestonverdacht worden beschouwd Ter plaatse van Peelstraat 44 is de bodem sterk verontreinigd met koper , zink , lood en arseen. Er zijn geen verhoogde concentraties aan PFAS aangetoond.

Tabel 2. 3: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken

Op de locatie heeft bovengrondse en ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Het betreft een ondergrondse HBO-tank van 5. 000 liter , een bovengrondse dieseltank van 600 liter en bovengrondse olieopslag (120 liter). Daarnaast is er ook nog een bestrijdingsmiddelenkast aanwezig geweest op de locatie. Bij een milieu-inspectie in 2022 is geconstateerd dat deze opslagactiviteiten niet meer plaats vinden. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX anders dan landelijk voorkomend bij de klasse Landbouw/natuur. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen , opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Uit informatie van de gemeente Peel en Maas blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen , ontgrondingen of ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn.

AM24513

Paginal

10

EN

|2. 5 _ Bodemopbouw en geo(hydro)logie De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2. 4.

000m-1. 2m

tigrafie Formatie van Boxtel , tweede zandige eenheid Formatie van Boxtel , derde zandige eenheid Formatie van Boxtel , vierde zandige eenheid Formatie van Beegden , eerste zandige eenheid

_

12m-20m 20m-47m 47m-86m

86m-124m

__

Formatie van Beegden , tweede zandige eenheid

124m-188m

_

Formatie van Beegdderdee nzandig , e eenheid

183m-336m

_ Formatie van Breda , eerste zandige eenheid

Zandige eenheid , hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand , met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei , veen en grind Zandige eenheid , hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand , met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei , veen en grind Zandige eenheid , hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand , met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei , veen en grind Zandige eenheid , hoofdzakelijk bestaande uit grof zand , grind en midden zand , met weinig zandige klei en fijn zand , een spoor klei en kans op stenen , keien en blokken zandige eenheid , hoofdzakelijk bestaande uit grof zand , grind en midden zand , met weinig zandige klei en fjn zand , een spoor klei en kans op stenen , keien en blokken Zandige eenheid , hoofdzakelijk bestaande uit grof zand , grind en midden zand , met weinig zandige klei en fjn zand , een spoor klei en kans op stenen , keien en blokken Zandige eenheid , hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand en kleiig zand , met weinig grof zand en glauconietzand en een spoor klei , bruinkool , grind en schelpen

Tabel 2:4: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)

Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 340, meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal zuidwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 312, meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.

26

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 8 januari 2025 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks , stookplaatsen , (nalfverhardingslagen , ophogingen , storthopen , dempingen , afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De fotostandplaatsen zijn opgenomen op een fotopuntenkaart in bijlage 3. Het westelijk deel van de onderzoekslocatie s in gebruik als akkerland , Het centrale deel van de [ocatie is bebouwd met twee stallen. Deze stallen hebben asbestverdachte golfplaten als dakbedekking. Een hemelwaterafvoer ontbreekt bij beide stallen. Derhalve zijn hier in principe 4 asbestverdachte druipzones aanwezig. In de stallen bevindt zich een betonvloer en een vloer voorzien van trottoirtegels. Rondom de stallen is een betonverharding of een klinkerverharding aanwezig. In de meest westelijke stal worden caravans gestald , terwijl in de andere stal enkele aanhangers en diverse materialen worden bewaard.

AM24513

Paginal

11

EN

Op het zuidoostelijk deel van de locatie bevindt zich een woning met stalling. Rondom deze bebouwing is een klinkerverharding aanwezig. Daarnaast zijn er enkele plantenborders aanwezig , met name aan de straatzijde van de woning. Ten noorden van de woning is de locatie n gebruik als gazon of tuin , Verder is de bestrijdingsmiddelenkast , de opslag van (afgewerkte) olie en de bovengrondse dieseltank zoals die vermeld zijn in de diverse vergunningen niet meer aanwezig. De ondergrondse HBO tank (5. 000 liter) is inmiddels ook verwijderd. Volgens de huidige eigenaar zijn deze voorzieningen al 15 à 20 jaar geleden verwijderd. Deze verdachte deellocaties zijn in het verleden nog niet onderzocht. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door akkerland , aan de oostzijde door de Peelstraat met aansluitend weiland , aan de zuidzijde door de Kampweg en akkerland en aan de westzijde door akkerland. 27

Asbest

Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden. Er zijn twee stallen aanwezig welke zijn voorzien van asbestverdachte golfplaten. De asbestverdachte golfplatendaken zijn niet voorzien van goten en regenpijpen voor de afvoer van regenwater. Onder asbestdaken zonder goot of in de buurt van kapotte afvoerpunten kunnen asbesthoudende deeltjes en asbestvezels van verwerende dakplaten met afstromend regenwater op de bodem terecht komen. Dit gebeurt dan in de “druppelzone/druipzone” waar water met asbest op de bodem valt. Deze zone heeft de lengte van het asbestdak en een breedte van maximaal 1 meter. Het asbest wordt normaliter aangetroffen tot een diepte van maximaal 02, meter.

|2. 8 _ Bodemkwaliteitskaart it de regionale bodemkwaliteitskaart Limburg Noord (Sweco , 24-05-2019) blijkt dat voor zowel de bovengrond als de ondergrond geldt de ontgravingsklasse ‘andbouw/natuur’. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘wonen’ Volgens de PFAS bodemkwaliteitskaart Limburg Noord (Sweco , 03-09-2020) geldt voor zowel de bovengrond als de ondergrond de ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur: Er zijn geen verhoogde gehalten aan PFAS te verwachten.

29

_ Onderzoekshypothese

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als ‘verdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Dit vanwege de langdurige agrarische bedrijfsbestemming , waardoor rondom de bebouwing mogelijk verontreinigingen met zware metalen en/of PAK zijn te verwachten. Daarnaast zijn er uit het vooronderzoek nog enkele specifieke (voormalige) deellocaties aangemerkt welke als verdachte deellocatie dienen te worden beschouwd. Deze deellocaties zijn niet eerder onderzocht. Het betreft de volgende deellocaties: Deellocatie Deellocatie Deellocatie Deellocatie AM24513

A: een B: een C: een D: een

voormalige voormalige voormalige voormalige

ondergrondse HBO-tank van 5. 000 liter , opslag van olie van 120 liter , bestrijdingsmiddelenkast in de stal , bovengrondse dieseltank (600 liter) inclusief afleverpunt. Paginal

12

N

De aanwezigheid van verhoogde gehalten aan asbest in de druppelzone/druipzones ter plaatse van de opstallen met asbestverdachte dakplaten kan niet worden uitgesloten (verdacht). Er zijn bij de terreininspectie 4 druipzones vastgesteld. Daarnaast kan onder de aanwezige verharding (circa 4. 000 m:) de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem op basis van de gekende gegevens niet uitgesloten worden (verdacht).

AM24513

Paginal

13

EN

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE

|31 _ Inleiding Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese{n) voor de onderzoekslocatie , is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5707 (Bodem — Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut en NEN 5740 (Bodem-Landbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond).

32

Onderzoeksstrategie

NEN 5707

Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem ter plaatse van het verharde en bebouwde deel van de onderzoekslocatie (circa 4. 000 m;) is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting , heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. In principe worden de asbestgaten willekeurig verspreid over het asbestverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie

Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Indien noodzakelijk blijkt bij de uitvoering , worden aanvullende (meng)monsters genomen.

oppervlakte (m

Minimaal aantal te

(deel)locatie

inspecteren punten van | tot maxim05a , am iln de het maaiveld verdachte laag

verdalacag hmteteee n _ | (meng)monsters maximum van 2 m

8 (2 per druipzone)

nvt

4. 000

4 druipzones

E

12

Aantalt e analyseren

12

8 (2 per druipzone)

3

4 (1 per druipzone)

Tabel 3. 1: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest 'VED-HE

3. 3

Onderzoeksstrategie

NEN 5740

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie uit de NEN 5740 zoals vermeld in paragraaf 2. 9. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal per deellocatie volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Per deellocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden.

Gehele locatie

VED-HE-NL?

Deellocatie A:ondergrondse HBO-tank (S m’)

VED-007

AM24513

16. 200

23 boringen tot 05, m -mv _ 5 analyses standaardpakket NENS740 bovengrond 5 boringentot 20, m -mv _ 3 analyses standaardpakket NENS740 ondergrond

3 peilbuizen TboringentorZS m-mv 1 peilbuis

3 analyse standaardpakket NENS740 grondwater * _ 1 analyse minerale olie grond 1 analyse minerale olie grondwater Pagina]

14

N

Deellocatie

P

Deellocatie B:

VEPD

< 10m?

Deellocatie C:

veps

< 10m?

Deellocatie D: Bovengrondse dieselopslag

veP”

< 10m?

erkzaamheden _

IboringtotlLOm-mv

__ 1analyse minerale olie grond

Olieopslag 120 liter

bestrijdingsmiddelenkast 600

1 x organochtoorbestrijdingsmiddelen grond (OCB-

TboringtotLOm-mv 1 peilbuis®

__ 1 analyse minerale olie bovengrond 1 analyse standaardpakket NENS740 grondwater ©

pakket)

liter

Opmerking Opmerking Opmerking Opmerking 7

_

1 boringtotLOm-

” ? ? *

VED-HE-NL =s trategie \verdacht heterogeen verontreinigd niet lijnvormig VEP-0O- strategie voor een verdachte locatie voor één of meer opslag ondergrondse opslagtanks VEP = strategie voor een verdachte locatie voor een duidelijke plaatselijke kern van bodembelasting Het grondwater van deellocatie D en de gehele locatie wordt gecombineerd

Tabel 3. 1: Veldwerk , monstername en analysestrategie per deellocatie Deze boringen worden doorgezet tot 05, m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan $ m beneden het maaived bevindt , kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 55, m

2

beneden maaiveld.

Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht , wordt het aantal peilbuizen uitgebreid. Legenda bij tabel 3. 1 De bovengrond en de standaardpakket’: drogestof-bepaling 9 zware

ondergrond

worden

onder

andere

onderzocht

op

de

stoffen

uit

het

NEN

5740

metalen

10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen 7 polychtoorbifenylen (PCB) minerale

olie

Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit.

stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een

Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’ 9 zware

metalen

8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen minerale

AM24513

olie

Paginal

15

N

aeres

«milieu

4.

VELDWERKZAAMHEDEN

| 4.1

Algemeen

Conform

de

onderzoeksstrategie,

asbestonderzoek

de

in hoofdstuk

3, is op de onderzoekslocatie

een

verkennend

bodem-

en

uitgevoerd.

De werkzaamheden van

zoals beschreven

Stichting

zijn uitgevoerd

Infrastructuur

Voor het traceren

van

onder certificaat op

Kwaliteitsborging

de kabels

leidingen

en

grond

BRL SIKB 2000 conform

van

protocollen 2001,

2002

en

2018

KLIC

melding

Bodembeheer.

is voorafgaand

de

aan

uitvoering van

de veldwerkzaamheden

een

verricht.

| 4.2

Grondbemonstering

Op 8 en 9 januari 2025 zijn de boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven van

de

asbestinspectiegaten

asbestinspectiegaten De werkzaamheden voor

de

en

aan

geïnspecteerd

zijn uitgevoerd door 2002

de heer

gecombineerd.

Zie

(geanonimiseerd) erkend _____À

aanwezigheid

is het maaiveld,

voor

zover

asbestverdachte materialen.

van

De asbestverdachte deellocatie bestaat in principe uit het verharde

(circa 4.000 m?) omdat onbekend Het

deellocatie is grotendeels voorzien en

verharding

van

begroeid met gras. De inspectie

op 0-10%.

Tijdens de inspectie zijn

Tijdens

veldwerkzaamheden

de

is echter

gebleken

dat

onder

vanwege

zijn

er 4

druipzones

Dit betreft

de

oostelijke

stal. Deze

minimaal 0,3

x

0,3

m

tot

Tevens

analytisch te onderzoeken voor asbestdaken van

druipzone valt

druipzones.

AM24513

gegraven.

oostelijke druipzone

onderzoeken

is

de

van

geplaatste

de

de

de

er

drie

de BRL SIKB 2000

veldwerker in opleiding.

in verband met sneeuwval op 9 januari,

was

inspectie

zelf

was

funderingsmateriaal onder

van

voor

het asbestverdachte deel

samen

over

0,5

(inspectiegaten

verhardingen

gezien

Een van die

westelijke

hierdoor

van

het

droog

de

helder

en

rondom

de

bebouwing

verharding aanwezig

is.

asbest. De asbestverdachte

van

mestplaten

de locatie is ingeschat

aangetroffen.

bodemvreemd

geen

weer.

funderingsmateriaal

als verdacht voor asbest. Er zijn ter plaatse hiervan dan

het

ontbreken

bodemvreemde

van

bijmengingen

geen

op asbest.

aanwezig.

Verdeeld m-mv.

(geanonimiseerd) mn:

tuin en is niet verdacht

de

asbestinspectiegaten

Wel

in het kader

visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld

ook

de bodem

situering

gedeelte van de onderzoekslocatie

efficiëntie ter plaatse

meer

om

de

voor

bestaande uit beton danwel klinkers. Een klein deel tussen de

is. Daardoor wordt het verharde terreindeel niet

aanleiding

Tijdens

en

aanwezig geen

3

monsternemer

dit mogelijk

is of hier wel of geen asbestverdacht

overig deel van de locatie is in gebruik als akkerland, weiland

is onverhard

bijlage

2018. Assistentie is verleend door de heer

en

de veldwerkzaamheden

op de

zijn

boringen.

protocollen 2001,

Voorafgaand

boringen

en

conform protocol 2001 en 2018. Een deel

druipzones

schuur.

Het

met

druipzone

resterende

een

hemelwater

druipzones zijn

ABG50 t/m

is voorzien van

van

deze

van

de

een betonnen

druipzone

oostelijke

in totaal

6

stal.

verhardingslaag.

watert

af

Daarom

zijn

richting

de

drie

te

er

asbestinspectiegaten gegraven

van

Paginal

16

ABG55).

EN

Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. In het uitgegraven materiaal van alle asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Per druipzone is é&n asbestmengmonster samengesteld van de toplaag en één mengmonster van de onderliggende laag. De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (9 7 of 10 cm). De graaf- en boorpuntlocaties zijn opgenomen op de situatietekening in bijlage 3. Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater zijn er in totaal 4 boringen afgewerkt met een peilbuis. Deze zijn verdeeld over de onderzoekslocatie geplaatst (zie bijlage 3 , boorpuntenkaart). Hierbij wordt opgemerkt dat een peilbuis voor de gehele locatie gecombineerd is met de peilbuis voor deellocatie D (peilbuis 41). Peilbuis 44 is geplaatst ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tank (deellocatie A). De bovenkant van elk peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen i geen werkwater gebruikt. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld.

Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4. 1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Borin

n bijzonderheden

41

4

100

43 44

100 270 ,

%

100

5540

050050,

020-700 , , 100-180 , , 200 , -260 , 010-040 , , 040-070 , , 070-100 , , 010-100 , , 000-050 , , 050-100 , , 100-200 , , 200-270 , 000-010 , ,

010-020 ,, ,, 020-050

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

geen ‘geen geen ‘geen ‘geen geen ‘geen

olie-water olie-water olie-water olie-water olie-water olie-water olie-water

reactie reactie reactie reactie reactie reactie reactie

Zand Zand Zand Zand Zand

‘geen olie-water geen olie-water geen olie-water ‘geen olie-water geen olie-water volledig beton

reactie reactie reactie reactie reactie

Zand Zand

%20mm=1-5% > , 03kg , Matig ichtgris fijn zand als bijmenging

Tabel 4. 1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden.

AM24513

Paginal

17

N

aeres

«milieu

4,3 De

Grondwatermonstername

peilbuizen zijn

Bodembeheer.

De

Voorafgaand

aan

16

op

januari

bemonstering de

water,

De

terwijl de pH

het

bemonsterd

2002

van

is uitgevoerd door erkend veldwerker

van

Aeres Milieu, de heer

is

de

conform

grondwaterstand

grondwater bepaald.

opgenomen

Deze waarden

grondwatertemperatuur. De geleiding

de

voor

protocol

bemonstering

geleidingsvermogen (Ec) van gecorrigeerd

2025

de

zuurgraad

grondwatermonsters

zijn

maat

aangeeft (pH<7: zuur, pH

veld,

zover

voor

Stichting

zijn

de

voor

de

noodzakelijk gefiltreerd

(pH)

het

en

opgeloste

aan

elektrischeis

stoffen in het

pH>7: basisch).

geconserveerd.

en

Kwaliteitsborging

(geanonimiseerd) Tg

zuurgraad

concentratie

7: neutraal,

=

Infrastructuur

bij monstername. De geleidbaarheid

constant

waren

het water

van

in het

is een

en

de

De

in

het

veld

gemeten

parameters zijn in tabel 4.2 samengevat.

€

Grondwaterstand

pte

pH

20

1,50

-

2,50

1,30

5,3

805

675

31

1,30

-

2,50

0,75

6,9

352

>

419

1,60

-

2,60

1,60

6,5

218

282

170-270

1,50

6,0

414

943

44

Tabel 4.3: Resultaten

veldmetingen tijdens grondwatermonstername voor de gehele locatie en deellocatie

Opm. 1): deze peilbuis is gecombineerd De meetresultaten

van

de

pH

Ec

In het

grondwater

uit alle

peilbuizen

sommige gevallen

leiden

tot

en

een

wijken

niet af van

overschatting

van

D

natuurlijk of regionaal

is sprake van een

verhoogde de

1000

gehalten

voorkomende waarden.

troebelheid aan

(>10 NTU).

organische

Een

verhoogde

troebelheid

parameters in het grondwater.

kan in

Bij

het

voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.3 grondwateranalyse). De eventuele overschatting

van

de

onderzoeksgegevens

gehalten en

als

gevolg

de conclusies

van

van

een

verhoogde

troebelheid

dit rapport. Aanvullend

heeft geen

onderzoek

naar

de

gevolgen verhoogde

voor

de

interpretatie

troebelheid

van

de

is daarom

niet

Paginal

18

uitgevoerd.

AM24513

EN

5. 5. 1

LABORATORIUMONDERZOEK _ Algemeen

De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B. V. te Rotterdam. Het laboratorium is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025 waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.

5. 2

_ Grondmengm asobesnt s(ft ijnee frascti e)

Van de uitgezeefde fijne fractie (20 < mm) zijn zes mengmonster(s) samengesteld van minimaal 10 kg (grond) of 25 kg (puin). Een mengmonster is genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gelijksoortige gezeefde grond te nemen. In tabel 5. 1 is de samenstelling van de mengmonsters weergegeven. e

)

(m-mv‚)

Westelijke druipzone ABM3 54en55 00-02 , _ ABM6 54en55 02-05 , Gezamenlijke druipzone tussen beide stallen ABM2 52en53 00-02 , , _ ABMS 52en53 02-05 , Oostelijke druipzone ABMI 50en51 00-02 , , _ ABM4 sOen51 02-05 ,

t

t materiaal

20 mm)

aangetroffen

Fracti> e20 mm niet aanwezig Fractie > 20 mm niet aanwezig

Nee Nee

Ja Nee

Fractie20> mm niet aanwezig Fractie > 20 mm niet aanwezig

Nee Nee

Ja Ja

Fractie20> mm < 1% Fractie > 20 mm niet aanwezig

Nee Nee

Ja Nee

Tabel 5. 1: Overzicht genomen (meng)monsters fijne fractie en selectie voor analyse

De grove fractie van de uitkomende bodem ( > 20 mm) is niet aangetroffen. Er is visueel dan ook geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Van de onderzochte grondmengmonsters is de berekende concentratie bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d. s. ) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d. . voor het geschouwd volume). Zie bijlage 6 voor de analyserapporten. In onderstaande tabel 5. 2 worden de analyseresultaten samengevat. Visuele waarneming

t

heid asbest

kende asbestconcentratie

ABMI ABM2 ABM5 ABM3

Geen Geen Geen Geen

bijzonderheden bijzonderheden bijzonderheden bijzonderheden

Tabel 5. 2: Overzicht geanalyseerd asbest in grove en fijne fractie niet a etroffen/aangetoond AM24513

grove fractie serpentijn na! nal na. na.

[mg/kg ds. ] _ fijne fractie [mg/kg d. s. ] amfibool _ serpentijn _ amfibool na! <2 <2 na 570 <7 na. 27 <7 na. 27 <7

[mg/kg d. s. kg]

<2 570 <7 <7

en berekende asbestconcentratie Paginal

19

EN

In grondmengmonsters ABM1 en ABM3 (betreft de meest westelijke respectievelijk de meest oostelijke druipzone) i geen verhoogde asbestconcentratie aangetoond. In grondmengmonster ABM2 (gezamenlijke druipzone tussen beide stallen , dieptetraject 00, - 02, m -mv‚) is een sterk verhoogde concentratie aan asbest aangetoond (570 mg asbest/kg d. s. ) Het betreft niet-hechtgebonden asbest. Op basis van dit analyseresultaat is de onderliggende bodem (dieptetraject 02, - 05, m -mv‚) aanvullend onderzocht op asbest (ABMS). In dit mengmonster is analytisch geen asbest aangetoond.

5. 3

_ Grond(meng)monsters

(NEN 5740)

In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel 5. 3. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters i gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. E

E

MM1

000-050 , ,

MMZ

000-050 , ,

MMS

000-050 , ,

MM4

©00-050 , ,

MMS

000-050 , ,

MM6

050-200 , ,

MM7

060-200 , ,

Gehele locatie

v) __[ Deelmonsters

Analysepakket

21(000, -050) , , 23 (000 , -050) , 26 (0, 0 - 050) , , 27 (000 , -050) , 030-0 , 0050) , , 10 (000 , -050) , 29(000 , - 050) , , 31 (000 , -050) , 71 (0, 0 -050) , , 12 (000 , -050) , 17 (010 , -050) , , 18 (000 , -050) ,

Standaardpakket incl. IWos

019(000-050) 4 101,5 , -050) , , , 08 1000, -050),

Standaardpakket incl. u/os

07 (008, -050) , , 02 (000 , -050) , 05 (025 , - 050) , , 07 (000 , -050) , 131050-075) , , , 16 (110-150) , , 20 (100-150) , , , 20 (150 , -200) , 24(100-150) , , 01(060-100) , , , 07 (150-200) , , 19(150-200) , , , 31 (100-150) , ,

Standaardpakket incl. Iuos

Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. Ios

Standaardpakket incl. lu/os

Standaardpakket incl. lu/os

Deellocatie A: Ondergrondse HBO-tank (Sm°) MMS 200-250 , , 44 (200 , - 250) , , 45 (200 , -250) , Deellocatie B: Olieopslag 120 liter in oostelijke stal MM9 010-050 , , 43(010-050) , , Deellocatie C: bestrijdingsmiddelenkast in westelijke stal MM1O 010-050 , , 46 (010 , -050) , Deellocatie D: Bovengrondse Dieselopslag ten noorden van de woning MMTT 020-070 , , 41 (020 , -050) , , 42 (050 , -070) ,

Min. olie GC (C10-C40) inc!. organisch stofgehalte Min. olie GC (C10-C40) incl. organisch stofgehalte 0CB Pakket , Pakket lutum en organische stof Min. olie GC (C10-C40) incl. organisch stofgehalte

Tabel 5. 3: samenstelling analysemonsters en analysepakket tu/os: lutum fractie en organische stofgehalte

De analyseresultaten van de grond({meng)monsters worden in de volgende tabel 5. 4 samengevat. Toetsingen zijn vooralsnog uitgevoerd volgens de tijdelijke kaders van de omgevingswet in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat. Tevens is indicatief getoetst aan de bodemkwaliteitsklasse bij toepassing van de grond op landbodem (T101).

AM24513

Paginal

20

EN

In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het [utum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de tabe! zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de klasse landbouw/natuur. Zie bijlage 7 voor de toetsingstabellen en de analyserapporten.

Monster

Traject

Verhoogde component en

(m-mv)

Indicatieve

berekende concentratie [mg/kg ds]

interventiewaarde

| toetsing kwa

063 303

Nee Nee

Landbouw/natuur Landbouw/natuur

Gehele locatie

MMI MMZ

000-050 , 000-050 ,

_ Geen bijzonderheden _ Geen bijzonderheden

Cadmium Tood

MM3

000-050 ,

_

Geen bijzonderheden

-

-

Nee

Landbouw/natuur

MM4 MM5

000-050 , 000-050 ,

_ Geen bijzonderheden _ Geen bijzonderheden

Zink Zink

162 389

Nee Nee

Landbouw/natuur industrie

Lood

526

-

-

Nee Nee

Landbouw/natuur Landbouw/natuur

-

Nee

Landbouw/natuur

300

Nee

Industrie

-

Nee

Landbouw/natuur

-

Nee

Landbouw/natuur

MM6 MM7

050-200 , 060-200 ,

_ _

Geen bijzonderheden Geen bijzonderheden

_

Deellocatie A: ondergrondse HBO-tank (5m’) MM8 200-250 , _ Geen olie-waterreactie Deellocatie B: olieopslag 120 liter in oostelijke stal MM9

010-050 , ,

_

Geen

olie-waterreactie

Minerale olie

Deellocatie C: bestrijdingsmiddelenkast in westelijke stal MM10 010-050 , , _ Geen bijzonderheden Deellocatie D: bovengrondse Dieselopslag ten noorden van de woning MM11 020-070 , , _ Geen olie-waterreactie Tabel 5. 4: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters Gehele

locatie

Uit de analyseresultaten blijkt dat er in geen enkel grond(meng)monster een overschrijding van de interventiewaarde aangetroffen. In grondmengmonster MM3 (dieptetraject 00, - 05, m-my‚ zijn geen verhoogde gehaltes aangetoond. In de grondmengmonsters MM1 , MM2 en MM4 zijn verhoogde concentraties aan respectievelijk cadmium , lood en/of zink aangetroffen. Deze gehaltes zijn dermate aag dat de kwaliteit nog steeds indicatief voldoet aan bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. Plaatselijk , in grondmengmonster MM5 (mengmonstevran boringen rondom de woning; dieptetraject 00, 0 , 5 m -mv , zijn verhoogde gehaltes aan zink en lood aangetroffen. Op basis van het gehalte aan zink voldoet dit mengmonster indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ndustrie'. In de ondergrond (MM6 en MM7) zijn geen verhoogde concentraties aangetoond. De ondergrond voldoet daarmee indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘andbouw/natuur’. Deellocaties

Ter plaatse van de deellocaties A , C en D zijn geen verhoogde concentraties aangetoond van de geanalyseerde parameters (indicatief bodenkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur). Er is geen overschrijding van de betreffende interventiewaarde aangetoond AM24513

Paginal

21

EN

Bij deellocatie B (bovengrondse olieopslag 120 liter) is een verhoogde concentratie aan minerale olie aangetroffen , maar er is geen overschrijding van de interventiewaarde. Andere parameters zijn niet geanalyseerd. De grond ter plaatse voldoet op basis van de analyse op minerale olie indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘industrie’. Toelichting verontreinigingen Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties n de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen , dakgoten , kabels en leidingen , verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven , grafische industrie , sloperijen en metaalbewerkende industrie.

54

Grondwatermonster(s)

Door de vaststelling van de omgevingswet zijn voor grondwater nu instructieregels en omgevingswaarden opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (bkl , artikel 4. 12a signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering). Hiervoor is nog geen nieuwe toetsingsservice beschikbaar. Er is handmatig getoetst aan de signaleringswaarde grondwaterkwaliteit uit de Bkl en omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierbij s getoetst aan de voorkeurswaarden uit Bijlage V: Gevaarlijke stoffen in het grondwater. Zie bijlage 8 voor het analyserapport en de toetsingstabellen. De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel 5. 5 samengevat. Uit de analyseresultaten blijkt dat n het grondwater plaatselijk verhoogde gehalte van de onderzochte componenten zijn gemeten ten opzichte van de voorkeurs- , en signaleringswaarden van de Bkl en omgevingsverordening. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende voorkeurswaarde en signaleringswaarde.

Peilbuis

Grond

20

ferhotponent

Gemetenntratie

Nikkel

2

zink

270

cadmium

22

[ug/l]

Overschrijdin Nee

Nee

31

130-230

075

-

-

Nee

Nee

m 4

160-260 170-270

160 150

zink -

68

Nee Nee

Nee Nee

Tabel 5. 5: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 20 licht verhoogde concentraties aan zink , nikkel en cadmium bevat (overschrijding van de signaleringswaarde) In peilbuis 20 is voor cadmium een lichte overschrijding van de signaleringswaarde aangetoond. In de andere twee peilbuizen (41 en 44) zijn geen van de onderzochte componenten gemeten n een concentratie verhoogd ten opzichte van de signaleringswaarde of voorkeurswaarde. Vanwege de grote troebelheid van het grondwater afkomstig van peilbuis 31 , kon dit monster , ondanks grondig afpompen van het grondwater , niet gefilterd worden tijdens bemonstering. In het laboratorium bleek het aangeleverde monster niet te kunnen worden geanalyseerd op zware metalen. De overige parameters van het standaardpakket zijn wel geanalyseerd.

AM24513

Paginal

22

EN

De lichte verontreinigingen met zink , nikkel en cadmium worden waarschijnlijk (gedeeltelijk) van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd , aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. Op de locatie zijn ook geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verontreiniging aan zink en cadmium.

5. 5 _ Toetsing van de gestelde hypothese Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de grond in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd dient te worden. De gemeten concentraties liggen ruim beneden de betreffende interventiewaarden. De bovengrond rondom de woning voldoet indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘industrie'. Voor de rest van de locatie voldoet de bovengrond indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur. De ondergrond voldoet indicatief ook aan bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur.

Ter plaatse van de deellocaties A , C en D zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen in de bodem. De hypothese ‘verdachte deellocatie’ wordt niet bevestigd. ij deellocatie B (bovengrondse olieopslag 120 liter) is een verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond (300 mg/kg d. s) en voldoet indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘industrie’. Voor deze deellocatie wordt de hypothese ‘verdachte deellocatie’ wel bevestigd. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. De hypothese verdacht wordt ten aanzien van asbest in de bodem bevestigd. Het gehalte aan asbest in de bodem overschrijdt ter plaatse vaan de druipzone tussen de beide stallen (mengmonster ABM2 , dieptetraject 00, -02, m -mv‚. de interventiewaarde waardoor vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Hierbij wordt opgemerkt dat in de onderliggende bodem (dieptetraject 02, -005, m -mv‚) geen asbest meer is aangetroffen. Bij de andere twee druipzones aangetroffen in de druipzones.

ten westen

en ten oosten van de stallen , is geen verhoogde

concentratie aan asbest

In het grondwater zijn verhoogde concentraties zware metalen in het grondwater gemeten. Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in overeenstemming zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie verdacht is. Hierbij wordt opgemerkt dat het grondwater van &én peilbuis (pb31) zodanig vertroebeld was , dat er geen analyse op zware metalen kon worden uitgevoerd. De andere parameters zijn wel geanalyseerd. Het uitvoeren van een aanvullend of nader ‘bodemonderzoek is geletop de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk.

AM24513

Paginal

23

EN

6.

CONCLUSIES

EN

AANBEVELINGEN

Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen ‘bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging.

waarnemingen

gedaan

die wijzen

op

de

aanwezigheid

van

In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Bij geen enkele boring is een oliewaterreactie waargenomen. In het uitgegraven materiaal van de asbestinspectiegaten is visueel geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. Asbest

Rondom de bebouwing is geen bodemvreemd materiaal aangetroffen in de bodem. Derhalve is hier geen verkennend asbestonderzoek noodzakelijk geacht. Wel zijn er asbestverdachte druipzones aangetroffen die apart zijn onderzocht. In de gecombineerde druipzone tussen de twee stallen is in asbestmengmonster ABM2 (boring 52 en 53 , dieptetraject 00, -02, m -mv is een sterk verhoogde asbestconcentratie aangetoond (570 mg/kg d. . Het betreft niet hecht-gebonden asbest. In de onderliggende laag (ABMS , dieptetraject 02, -05, m -my‚) is geen asbest aangetoond. In de overige geanalyseerde asbestmengmonsters zijn geen verhoogde concentraties aan asbest aangetoond. De druipzone tussen de twee stallen wordt op basis van de analyseresultaten als asbestverdacht beschouwd. Aanvullend onderzoek naar asbest in bodem ter plaatse wordt noodzakelijk geacht. Bodem gehele locatie de analyseresultaten blijkt dat er in geen enkel grond(meng)monster een overschrijding van de interventiewaarde aangetroffen. In de grondmengmonsters MMS , MM6 en MM7 (dieptetraject 00, - 05, m-my‚) zijn geen verhoogde gehaltes aangetoond. In de grondmengmonsters MM1 , MM2 en MM4 n verhoogde concentraties aan respectievelijk cadmium , lood en/of zink aangetroffen. Deze gehaltes zijn dermate laag dat de indicatieve kwaliteit nog steeds indicatief voldoet aan kwaliteitsklasse landbouw/natuur.

Plaatselijk , in grondmengmonster MM5 (mengmonster van boringen rondom de woning; dieptetraject 00, -0 , 5 m -my) zijn verhoogde gehaltes aan zink en Lood aangetroffen. Op basis van het gehalte aan zink voldoet dit mengmonster indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘industrie’. In de ondergrond (MM6 en MM7) zijn geen verhoogde concentraties aangetoond. De ondergrond voldoet daarmee indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ Bodem

deellocatieAs

t/m

Er zijn op basis van het vooronderzoek 4 verdachte deellocaties vastgesteld: Deellocatie A: voormalige ondergrondse HBO:tank , inhoud 5. 000 liter , Deellocatie B: olieopslag 120 Úter , Deellocatie C: bestrijdingsmiddelenkast , Deellocatie D: bovengrondse dieselopslag 600 liter

AM24513

Paginal

24

EN

Ter plaatse van de deellocaties A (vml ondergrondse HBO-tank 5. 000 liter) , C (vml bestrijdingsmiddelenkast) en D (vml. bovengrondse dieseltank 600 liter)zijn geen verhoogde concentraties aangetoond van de geanalyseerde parameters (indicatief bodenkwaliteitsklasse landbouw/natuur). Er is geen overschrijding van de betreffende interventiewaarde aangetoond. Bij deellocatie B (bovengrondse olieopslag 120 liter) is een verhoogde concentratie aan minerale olie aangetroffen , maar er is geen overschrijding van de interventiewaarde. Andere parameters zijn niet geanalyseerd. De grond ter plaatse voldoet op basis van de analyse op minerale olie indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘industrie’. In het grondwater zijn verhoogde concentraties zware metalen in het grondwater gemeten. Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in overeenstemming zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie verdacht is. Hierbij wordt opgemerkt dat het grondwater van één peilbuis (pb31) zodanig vertroebeld was , dat er geen analyse op zware metalen kon worden uitgevoerd. De andere parameters zijn wel geanalyseerd voor deze peilbuis. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is gelet op de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk.

De resultaten van dit verkennend bodem- en asbestonderzoek geven voor wat betreft de sterke verontreiniging met asbest in de bovengrond (dieptetraject 00, -02, m -mv) ter plaatse van de druipzone tussen de twee stallen aanleiding tot het uitvoeren van een nader

bodemonderzoek.

Op het overig deel van de onderzoekslocatie wordt geen aanvullend onderzoek noodzakelijk geacht. Indien er werkzaamheden plaatsvinden , waarbij grond vrijkomt , kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit bodemkwaliteit in combinatie met de ‘bodemvoorschriften bij milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan (met bodemkwaliteitskaart) van toepassing.

AM24513

Paginal

25

aeres

milieu

BINEle

TDE

l

Topografische overzichtskaart

3 beboud

B<i gKoegtem

gebied

Stondweg hoofdwegmet geschesdenipanen hooldweg regonale weg metgescheiden ribanen regorle weg okale weg met gescheiden ipanen tokaleweg weg metosseofslechteverharding onvethardeweg straat/ovenwgeeg sgebe Getspad pad , oetpad weginaaneg vadaet

aquaduct turnel

vastebrug beweegbare bug brugoppiers

Spoorweg erkelspoor Spooweg

meersporig

a stabon.

b spoorweg intumel

tameg a snekram

b snelranhake

+

3 l

geboew B© Cren hoge oepet l ebouw t oren

0

B

°n

*

3 metro bovengronds

hteleT

wateroope smaldean r3 7 watroop: m breed waeroop:rederdan 6m

sLtelef

aduker

„%ooct t

b metroastier

a schutslis € boedan

b stwwen

b gondduker

© Sttbaredoker

a grs{at nldote n b Skkerland metgreppels € boomgaard & rankreker e oom … 7 aland met populierenopstan otbos

sTeP. T

1 gemengdbos | g

N

maaldbos

k hede Ì zand mdrasland , moeras 7 netsnd

3 dodenakke begraafplats D oveng bodemgebruk

sabtca

& aam

e

Î Gaoren

a gemeenehus b bonkrtoor © polteureas G e a kope H © vampip G o

3 wadmolen B wateradmolen © vandmoter S dt

3 sieporprstaltie D em © Sendmst à hantbed © mondment

€ gm à Kampeerenen b spercomiex e e 3 paal b grenspunt sietbaan

< boom

Steng oogspznngedng met mast Beitevering

aeres

milieu

Bijlage Foto's onderzoekslocatie

TDE

2

*(\ aeres milieu

Foto 1

AM24513

Foto 2

Foto 4

Foto 5

Foto 6

AM24513

< aeres «milieu

Foto 13

AM24513

Foto 14

Foto 15

Foto 17

Foto 18

*(\ aeres milieu

Foto 19

AM24513

Foto 20

AM24513

Foto 25

Foto 27

Foto 26

Foto 28

AM24513

Foto 31

Foto 35

Foto 32

á

aeres

milieu

Bijlage

TDE

3. 1

Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten asbestinspectiegaten

en

Plangebied A) ondergrondse HBO-tank ( 5. 000 liter) B) Olie-opslag 120 liter C) Bestrijdingsmiddelenkast

D) bovengrondse dieseltank 600 liter

boorpuntenkaart (A3)

Foto's

AM24513

Boringen januari 2025 asbestinspectiegat boring tot 05, m-mv

boring tot 10, m-mv boring tot 20, m-mv boring tot 25, m-mv peilbuis

Beringe

Peelstraat 44 Schaal 1:750

0

75

15

aeres

milieu

TDE

Bijlage Situatietekening

3. 2

met fotopunten

fotopuntenkaart (A3)

k

Plangebied

:

‚

á

$

A) ondergrondse HBO-tank ( 5. 000 liter)

B) Olie-opslag 120 liter

j

ì

k

’

x

:

’

ä

d

-

j

AM24513

6

ER

Beringe Peelstraat 44

\

0

C) Bestrijdingsmiddelenkast D) bovengrondse dieseltank 600 liter Foto's

Achtergrond:

Luchtfoto Actueel Ortho HR

k 193800

Schaal 1:750

75

015

aeres

milieu

Bijlage4 Boorprofielen en foto's asbestinspectiegaten

TDE

getekendvoigens NENS104

Schaal1:40

Dmboring: x

01 12025

199720

:

v

2

IJ

E

20

02 e12025

TWTEZIS

v

a

:

Zana matg n marg z. a

;

nZand maig n

hm poren wors Gererdnin , Edeiraroor

mm sporen r

h

Gm

o

maig g ,

2

walg

Edemosar

Zand zer W marg s He begeri:

IJ„

E

X

Mner

IJ

o

Omboring:

o7as7

Ecetmarzoor

IJ boring: Dam: X 1997784

03 912025 v 7106

:

2

h

5”

boring:

:

e

X

10979790

2

bodrar t

2

2

boring:

:

Z Volesg Knies geebege. Edeimanpeor

Zand marg d. natg Slig aig humeus. sporen wertle sporen g denkebrun. Edelmarboor

07 912005

v

humeussporen , wores , donserue. Edetanboor

Projectnaam: Peelstraat 44 Beringe Projectcode: AM24513

e

TE EO

Zane mal H. g

08 er2005

tararoe

v

&

S.

a

S.

a

s

geenstoek Zand a

h m

r Ae

wores \ m. ereraun ,sporenEoetrarooor

:

Zand marg H. natg Slig zig

\ e ome Ebarer

06

oaum:boring: x

a Veledg Weies Zanó a fjn. g s

e12025 v 9717718

IJ

s

n7sa

s

n

Oatm: X 1997628

D Zand marg A. malp s2i

.

1Z

IJ

®

Mnder

*

04 s12025 v artmsst

:

912025 1E 77419 h

aamboring:

n Zand g I aa z. maig tm sore wore

05

Dam: X 1978281

0

boring: Oatm: X 9577

W

a

dm. Eoamroor oor G I z 2

getekendvoigens NENS104

Schaal1:40

Dmboring: X

09 812025

973817

v

B

o

X

betn Zand a

oh E

Omboring:

oreaass

Edolmarboor

x

9708

v

e

i_

o

B

hmezs

IJ

hm rak worehoodend.

1

:

maig

Gm

v

2

zg ,

patg

Edemosar

em

o

Bme r Edemrosar r

h

E

soren r

2

12 e1z025

Zand g B matg z. Geerrin Edaarboor

TEess7

goenstone Zar matg H al

g , HO o

17 812025

v

: , z

2

omboring:

10 e1z025

oo

and a

H. malg s

g

o

12025 :

v

2

Oatm:boring:

7244

x

en

14 e1z025

17

Ecelmanboor

Zend matg . z

,

E

o7ieIee

venn

Zand maig i zvak z

Ie

v

:

Echarje. eoemarbeer

s7

*

Zand matg n a

o

1

de

matg z.

a

Coeinaroor

Zand a W a e Ecemenboor

2o

aamboring: x

15 12005

aa

í

v

ranse

4_

ben Zard a

, E

dt 2

Oatenboring: x

: n

zeak S

Edomanboor

o

16 e12025

1e

||

IJ |s

| |e

| Projectnaam: Peelstraat 44 Beringe Projectcode: AM24513

‘

v

arinses

&

em Zard a

Knork

T. aa

Eiemarboor

g,

mede Zan ,matigdonkerrun: fjn. matig Ecaimarbeor sit g, matg geekrij Edelmantoor Z

a

n

zak S

TT

getekendvoigens NENS104

Schaal1:40

boring:

om X 1971904

_

17

boring:

812025 v _

D

oo

orez tetn

x

orkgee Eseïmarboor Zand marg d. natg Slig zig

2

e1200s

aa

_ tumes Gonketrun:

Edeinarbeer

í

onores

o

e e

m

im r

Eameine CE

and maig , a himecs. donerrun.

sIG , a Edeimarbr

n

«

19

812025 v

v

°

IJ 12 Zand a n o eîtg,Tent

oo

18

812025 oo

om *

VE

Zand marg 1f. natg sg humeussporn , wors , donserbrue. Edeanboor

maig

oo

777

Z

matg 1. matg zo , Th

oregeet Zand mat W zaae g , origen , Eseimargoor s

2 M

Loon , s

\ Eoemanboor

zarde

Zang matg IA zeak i7 Kchigi. Edemarteor

g

Zand a HA zaak g , geeip Eseimanpor

2o

t

t

m

Ze

Zand a n t , a hmess , dorxerrere Edelmarboor Zand matg HP zaak 0

Teigi.

boring:

o x

21

boring:

em

\

n

_

aZ

, 5

Dmm

12005

‚

e

B

aa G

T

TE

G

CA

‚

x

e

23 sr200s _

Zuigefooe handmaig

22

812025

196005

o

TE

Ve

B

g7747

Zang malg n

maig ag.

raig

and maig . mali g , aness , ooren worek Gorkerbain E marboor

n

himecs.

oo

B

oamboring.

Edelmanoor

donerrun.

Edeimarbr

B 24 812025

v

e

e

T9s5es

Ve

eZand marg d , natg Slig MEE humeus: onkerre:

Edeimarboor

IJ

g7977

0

k

Projectnaam: Peelstraat 44 Beringe Projectcode: AM24513

-

Zang matg IA zeak SZ E Edelmanpeer Gorng

gestak! wegens valen boorgat

getekendvoigens NENS104

Schaal1:40

25

boring:

812025 E

x

o

26

812025

1994841

Ve

e

2

Zand watg d , watg iig aig humous. onkerre: Edeimarboor

ariee7s a Zand mal n aig S9 , aig hmede , dokerrin Eceimarber

oo

boring:

am

_

27

boring:

812025

e

v

D

em

x

28

812025

19o0sz

v

LO e Zand marg d , natg slig malg

,

Zang malg n

humeus: onkerre: Edeimarboor

oo

a himecs.

maig ag.

raig

1. maig S.

raig

donerrun.

Edeimarbr

2

boring:

29

amX I772s

boring:

812025 v ITIE7s

o

om

,

x

Zand watg #

matg z

30 812025

19976895

v 2

g

grieos 9m

zana mal

humeus: onkerre: Edeimarboor

aness , ooren worek Gorkerbain E marboor

0

boring:

31

am

X

boring:

912025

77407

Oatm:

v

í

s

ITIB

x

Zand marg H. natg Slig zig

0

Zand zoer I 10

2o

IJ:

maig stig , e

deegre ,

E marboor

Teom , s

zandg , Ie

4

IJ m 2

19970984

v 2

hmeus. conketrue , Edeimareeee

*

32 812025

Edelranboor

Zand zoer I. maig s

\Loegeore: Etetmarboor

Projectnaam: Peelstraat44 Beringe Projectcode: AM24513

e

I7Ierse om

zana malg H. g

s

ameas , sporen worek Gorkerbain E marboor

raig

getekendvoigens NENS104

Schaal1:40

amboring: X

41 812025

1978449

0

YE

JL ®

UN/

N} N

X

D D- t 2 Zean I z g een l waer eschi. DEE k

NN

Omboring:

77107

E

Zand

atg T. matg a

n Eoehnanbeer b E conkerdnan

o

i n i

h| 1

o

- a

2o

22

O

v

ariTass

\Em OO Z a . g Ie a e m m e0n Em oe-watreearci Gorkeain.

e

reain

ooege

Esemarcoer

Zigerboorharcnaig

aB

Omboring: X

betn Zand a

,

k

912

22oma om

matg sig , a e

Edelmanooor. Spoo E

ó

44 e12025

o

l waer aa

0

mmm

Zend mai n maig i. geen r r oeobege

0

43 912005

E

e

e

Zand zor T a g , oo o e eaee. r

o

B

om

_e e

f

a

v

e

ichtis , Edelmanboor

s

amboring:

:

Zana maig 7 maig z. geen

n

j5

42 e1z025

e

Pm

n

o

o

GER!

N

Ù

Zand matig Tn , mati sitig,

Eoetmaroeerreaci , Ie oo

m

IJz

Tand zor n

Em

a g

Zand zer n

mat

afewater eaci ,

IJD

ge n

oo

l D

o

go0n

|k

s

Projectnaam: Peelstraat 44 Beringe Projectcode: AM24513

go0n

Esemancoer “ m

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=a4166db7-4a03-464b-9a09-386a513f1ce2