CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-020 09 Regels

Raad 10 maart 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen “TAM-IMRO omgevingsplan Veldsehuizen 39 Maasbree”, wijzigen naar Wonen met opslag (2026-020)13.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

b. c.

13.4

het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 40 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst en tevens de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van minder dan 2500 m²; een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van maximaal 3 meter; gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. Specifieke beoordelingsregels

13.4.1 Verbod Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van artikel 13.3 ten behoeve van het bouwen en/of vergroten van gebouwen en/of bouwwerken. 13.4.2 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag voor het afwijken van het verbod uit artikel 13.4.1: a.

b.

door de aanvrager een archeologisch rapport dient te worden overlegd op basis van de in de beroepsgroep geldende norm waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld; een onderzoek als bedoeld onder a is niet vereist wanneer: 1. naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; 2. door het overleggen van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onderzoek blijkt dat de verstoringsdiepte van de bouwactiviteit minder diep reikt dan 40 centimeter onder maaiveld.

13.4.3 Beoordelingsregels Burgemeester en wethouders kan de omgevingsvergunning verlenen wanneer naar haar oordeel genoegzaam blijkt dat: a. b. c.

34

er geen archeologische waarden aanwezig zijn; de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

13.4.4 Vergunningvoorschriften In de situatie als bedoeld in artikel 13.4.3 kunnen Burgemeester en wethouders één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

13.5

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde of van werkzaamheden

13.5.1 Verbod Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

grondwerkzaamheden zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en diepwoelen van gronden; b. het indrijven van voorwerpen in de grond zoals heipalen, damwanden, boor- en pompputten; c. waterhuishoudkundige ingrepen zoals het aanbrengen van onderbemaling; d. het aanleggen van dammen en stuwen en het aanbrengen van oeverbeschoeiing; e. het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel) van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen; f. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; g. het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd; h. het omzetten van gras of akkerland in een teelt waarbij bodemvolume wordt afgevoerd waartoe gerekend worden boomteelt, graszodenteelt en siergewassenteelt; i. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; j. het aanbrengen van ondergrondse transport- energie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; k. het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvindt; l. het afplaggen van heide- of natuurgebieden; m. het aanleggen van een drainagestelsel en beregeningsinstallatie. 13.5.2 Uitzonderingen a.

Het bepaalde in artikel 13.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: 1. die maximaal 40 centimeter diep reiken ten opzichte van het maaiveld, tenzij het werkzaamheden betreffen als genoemd in artikel 13.5.1 sub h, l, en m en tevens een verstoringsoppervlakte hebben van maximaal 2500 m²; 2. ten dienste staan van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; 3. het normale beheer en onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen, beplantingen en binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 4. het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder worden verstaan grondbewerkingen ten dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 40 centimeter onder maaiveld wordt geroerd; 5. plaatsvinden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

35

bestaand bouwwerk; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. Het verbod als bedoeld in artikel 13.5.1 is ook niet van toepassing indien: 1. naar oordeel van Burgemeester en wethouders in voldoende mate is aangetoond dat de grond reeds verstoord is; 2. de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een overeenkomstig de eisen van Burgemeester en wethouders uitgevoerd onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat de verstoringsdiepte van de werkzaamheden of werken minder diep reikt dan 40 centimeter onder maaiveld, en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 13.5.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist; 3.

de werkzaamheden vooraf bij Burgemeester en wethouders zijn gemeld, voorzien van een schriftelijke verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 13.5.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist. 6.

b.

13.5.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 13.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 13.5.4 Onderzoeksplicht a. De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.5.1 die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie 5' dient een rapport te overleggen waarin naar het oordeel van Burgemeester en wethouders: 1. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en; 2. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel: 3. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn b. Een onderzoek als bedoeld onder a is niet vereist wanneer naar oordeel van Burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 13.5.5 Beoordelingsregels Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning wanneer naar haar oordeel genoegzaam blijkt dat: a. b. c.

36

er geen archeologische waarden aanwezig zijn; de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

13.5.6 Vergunningvoorschriften In de situatie als bedoeld in artikel 13.5.1 kunnen Burgemeester en wethouders één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

37

38

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

Hoofdstuk 3 Artikel 14

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

39

Artikel 15 15.1

Algemene bouwregels

Ondergronds bouwen

15.1.1 Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 15.1.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens de indeze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. b. c. d.

ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, dan wel onder een bestaand hoofdgebouw/bijbehorend bouwwerk; het oppervlak van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil; de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter onder peil; bij het berekenen van de blijkens de verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte en de inhoud van ondergrondse bouwwerken niet in aanmerking genomen.

15.1.3 Specifieke beoordelingsregels In afwijking van het bepaalde in 15.1.2 onder c kan de omgevingsvergunning voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een diepte van maximaal 10 meter onder peil verleend worden onder de voorwaarde dat: a. b.

de waterhuishouding niet wordt verstoord; geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.

15.2 Ondergrondse bouwdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwc.q. functiegrenzen maximaal 1 meter bedraagt. 15.3

Algemene regels over bestaande afmetingen en andere maten

15.3.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, op het tijdstip inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan op grond van Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. Indien de inhoud of oppervlakte van de bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijkomende agrarische bebouwing' op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-Omgevingsplan meer bedraagt dan de maximale toegestane inhoud, is uitsluitend de bestaande bebouwing toegestaan.

40

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

15.3.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-Omgevingsplan minder bedragen dan op grond van Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 15.3.3 Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 15.3.1 en 15.3.2 uitsluitend van toepassing indien dit gescheidt op dezelfde plaats, met dien verstande dat heroprichting niet is toegestaan voor bebouwing met de bestemming 'Wonen' en de nadere aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijkomende agrarische bebouwing'.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

41

Artikel 16

Algemene functieregels

16.1 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit TAM-Omgevingsplan te gebruiken en/of te doen en/of te laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven functie(s). 16.2 Verboden gebruik Onder het gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het TAM-Omgevingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d. e. f. g.

42

een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; straatprostitutie; mantelzorg en inwoning; nieuwvestiging van een intensieve veehouderij; nieuwvestiging van een glastuinbouwbedrijf; als opslag-, stort-, lozing- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voorwerken en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de gronden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

Artikel 17 17.1

Algemene aanduidingsregels

Overige zone - kernrandzone

17.1.1 Aanduidingsomschrijving ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kernrandzone' zijn de gronden tevens bedoeld als buffer tussen woon- en leefkernen en het buitengebied, ter bescherming van het woon- en leefklimaat in de kernen. 17.2

Milieuzone - spuitvrije zone

17.2.1 Binnenplanse vergunning voor omgevingsplanactiviteittoepassen gewasbeschermingsmiddelen Het is ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone – spuitvrije zone' verboden om zonder omgevingsvergunning gewasbeschermingsmiddelen toe te passen. 17.2.2 Beoordelingsregels vergunning voor omgevingsplanactiviteittoepassen gewasbeschermingsmiddelen Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen, kan de omgevingsvergunning alleen worden verleend als naar oordeel van het bevoegd gezag de mogelijke nadelige effecten van driftblootstelling op de gezondheid ter plaatse van objecten en locaties waar mensen langdurig (kunnen) verblijven, aanvaardbaar zijn. 17.2.3 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunningomgevingsplanactiviteitentoepassen gewasbeschermingsmiddelen Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.

17.3

een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoekrapportage naar de gezondheidsrisico's van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Ontwikkelingszone bebouwingslinten

17.3.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'ontwikkelingszone bebouwingslinten' zijn de gronden tevens bedoeld als ontwikkelingszone voor bebouwingslinten. 17.4

Reconstructiewetzone - verwervingsgebied

17.4.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' zijn de gronden tevens bedoeld als verwervingsgebied. 17.5 Wetgevingszone - wijzigingsgebied1 ob Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 1 ob' zijn de gronden tevens bestemd voor instandhouding van oude verdichte/besloten bouwlanden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

43

Artikel 18

Algemene beoordelingsregels

18.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken: a. b. c.

d.

18.2

van de functieregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; van de desbetreffende bepalingen in het TAM-Omgevingsplan voor het afwijken van de voorschreven maten ten aanzien van de goot- en bouwhoogten met ten hoogste 10%; van het bepaalde in het TAM-Omgevingsplan voor het afwijken van de voorgeschreven maten ten aanzien van de afstand van 5 meter van de bouwvlakgrens tot maximaal 1 meter van de bouwvlakgrens, met dien verstande dat landschappelijke inpassing in voldoende mate is verzekerd; van de bepalingen omtrent de voorgevelrioollijn ten behoeve van het bouwen van woningen voor of achter de bestaande voorgevelrioollijn, met dien verstande dat: 1. de afstand tot de functie 'Verkeer', 'Water', 'Water - Rivier' of 'Natuur' minimaal 3 meter bedraagt; 2. geen aantasting plaatsvindt van: de verkeersveiligheid; het woon- en leefklimaat; de milieusituatie; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden; de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing. Afwijken ten behoeve van de sloop-bonus regeling

Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 15.3 ten behoeve van het toestaan van een nieuwe bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijkomende agrarische bebouwing' slechts toegestaan, mits het overschot aan bestaande bebouwing wordt gesloopt, waarbij maximaal 2/3e van de te slopen bebouwing mag worden teruggebracht tot een maximale inhoud van 1.500 m3 , met dien verstande dat: a.

b.

de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overlegd welke als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie; wordt voldaan aan het bepaalde in Artikel 11, met dien verstande dat de afstand tussen de woning en bijbehorende bouwwerken maximaal de bestaande afstand dient te bedragen.

18.3 Afwijken ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de woning Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen ten aanzien van het en toestaan dat de bestaande inhoud van de woning en/of bijbehorende bouwwerken éénmalig met 100 m3 wordt vergroot met dien verstande dat: a.

b.

44

de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overlegd welke als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie; geen aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie;

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

4. 5.

de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden; de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing.

18.4 Afwijken ten behoeve van kleinschaligkamperen Het bevoeg gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.6.1 ten behoeve van het gebruik van gronden voor kleinschalig kamperen, mits: a. b. c.

d. e. f.

g.

h.

de voorziening niet is gelegen ter plaatse van de aanduiding 'concentratiegebied glastuinbouw 1' of 'concentratiegebied glastuinbouw 2'; het kleinschalig kampeerterrein mag uitsluitend als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf; het kleinschalig kampeerterrein mag uitsluitend in een bouwvlak, dan wel direct aansluitend aan het bouwvlak met dien verstande dat in dit laaste geval aangetoond wordt dat binnen het bouwvlak geen reële mogelijkheden zijn voor realisering van het kleinschalig kampeerterrein; het totaal aantal kampeermiddelen op het kleinschalig kampeerterrein maximaal 25 bedraagt, met dien verstande dat stacaravans/chalets niet zijn toegestaan; in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein; de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overlegd welke als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden; 5.

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing; In voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura-2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura-2000 gebieden.

18.5 Afwijken ten behoeve van bed en breakfast Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen voor de inrichting van het gebruik van woningen ten behoeve van een bed en breakfast, mits: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

de voorziening niet is gelegen ter plaatse van de aanduiding 'concentratiegebied glastuinbouw 1' of 'concentratiegebied glastuinbouw 2'; het gebruik uitsluitend plaatsvindt in de woning en bijbehorende bouwwerken die op maximaal 15 meter van de woning zijn gelegen; de exploitant van het bed en breakfast de hoofdbewoner is van de woning; maximaal 80 m2 mag worden ingericht voor bed en breakfast, met dien verstande dat de woning een inhoud heeft van minimaal 450 m2 en een bewoonbare oppervlakte van minimaal 120 m2 ; per bouwvlak maximaal 4 slaapplaatsen in maximaal twee slaapkamers worden toegestaan; het ontbijt wordt in de slaapkamer of in een gezamenlijke ruimte genuttigd; door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering mag de bed en breakfast-voorziening niet functioneren als een zelfstandige woning; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; in voldoende mate is onderzocht of effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura-2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura-2000 gebieden;

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

45

j.

overnachting en of logies in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden arbeid valt niet binnen de omschrijving bed en breakfast; k. de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overlegd welke als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie; l. in voldoende mate wordt voorzien in parkeerbehoefte op eigen terrein; m. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de parkeerbalans in de directe omgeving; 4. de milieusituatie; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 18.6 Afwijken ten behoeve van mantelzorg Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan ten behoeve van mantelzorg en inwoning in de woning en/of bijbehorende bouwwerken, mits: a.

b. c. d. e. f.

g.

h.

mantelzorg en inwoning slechts is toegestaan in de woning en/of bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat mantelzorg en inwoning in vrijstaande bijbehorende bouwwerken slechts is toegestaan indien het vrijstaande bijbehorend bouwwerk bestrekt welke gelegen is op een afstand van maximaal 15 meter van het hoofdgebouw en de vloeroppervlakte maximaal 50 m2 bedraagt; geen tweede woning ontstaat; de tijdelijkheid in voldoende mate vaststaat; geen aparte aansluiting op de nutsvoorzieningen mogen worden getroffen; in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte, op eigen terrein; in voldoende mate is onderzocht of effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura-2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura-2000 gebieden; geen aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van aangrenzende gronden; de omgevingsvergunning na beëindiging van de situatie zal worden ingetrokken en het bijbehorend bouwwerk niet meer mag worden gebruikt voor bewoning/mantelzorg.

18.7 Afwijken ten behoeve van schuilgelegenheden Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.3 voor het bouwen van schuilgelegenheden in het bouw-/functievlak ten behoeve van een aangrenzend agrarisch perceel, mits: a. b. c.

d. e.

46

per aangrenzend kadastraal perceel met een minimale oppervlakte van 0,5 hectare maximaal één schuilgelegenheid wordt gebouwd; de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt; de oppervlakte van de schuilgelegenheid maximaal bedraagt: 1. 25 m2 bij eeen aangrenzend kadastraal perceel met een oppervlakte van 0,5 hectare tot 1 hectare; 2. 40 m2 bij een aangrenzend kadastraal perceel met een oppervlakte groter dan 1 hectare; de noodzaak van de schuilgelegenheid uit het oogpunt van dierenwelzijn is aangetoond; de schuilgelegenheid inpasbaar is ten opzichte van de ter plaatse aanwezige natuurlijke, landschappelijke, abiotische, archeologische en/of cultuurhistorische waarde van de gronden;

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

f. g. h.

de schuilgelegenheid niet mag worden uitgevoerd in de vorm van een (zee)container; de schuilgelegenheid zoveel mogelijk wordt geclusterd bij de bestaande bebouwing of aan de randen van het perceel; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen.

18.8 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een wijziging van de landschappelijkeinpassing Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 10.2 sub c en artikel 11.2 sub d daar waar een aanduiding is opgenomen ten behoeve van de landschappelijke inpassing, ten behoeve van het anders uitvoeren van de landschappelijke inpassing, mits: a. b. c.

er sprake blijft van een inpassing van 10% van de nieuwe bebouwing of de oppervlakte van het gewijzigde gebruik; inpassing plaatsvindt met gebiedseigen soorten; een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschappelijk inrichtingsplan wordt overgelegd welke als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, waarin de landschappelijke inpassing is beschreven.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

47

Artikel 19

Overige regels

19.1 Wetten/wettelijke regelingen Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d. dienen deze regeling te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-Omgevingsplan. 19.2

Parkeerregels

19.2.1 Algemene parkeerregels Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde parkeernormen, tenzij er een ontheffing is verleend op grond van hoofdstuk 4 van de Nota parkeernormen van de gemeente Peel en Maas. 19.2.2 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de Nota parkeernormen van de gemeente Peel en Maas. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. 19.2.3 Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de Nota parkeernormen van de gemeente Peel en Maas. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. 19.2.4 Specifieke gebruiksregels Ruimte(n) voor het parkeren van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven.

Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.

48

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

Hoofdstuk 4 Artikel 20

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

20.1 Overgangsrecht bouwwerken a. een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-Omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen 2 jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%. c. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-Omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 20.2 Overgangsrecht gebruik a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-Omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. het is verbodem het met het TAM-Omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a.

te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-Omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=b021f68f-4075-423f-94ce-1abc329c7e05