2026-013 03 Was-wordt tabel Verordening rechtsposite raads- en commissieleden Peel en Maas 2026
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Peel en Maas 2026 Zoals aangegeven in het raadsvoorstel bij de nieuwe Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Peel en Maas 2026 is deze verordening gebaseerd op de modelverordening van de VNG, waarbij in vergelijking tot de vorige verordening – die met de vaststelling van de nieuwe wordt ingetrokken – technische en redactionele wijzigingen zijn doorgevoerd en elementen zijn toegevoegd. De toegevoegde elementen komen voort uit het onderdeel Positiebepaling op keuzemogelijkheden, zoals verwoord in het raadsvoorstel bij de nieuwe verordening. Een beperkt aantal onderdelen stonden ook reeds opgenomen in de vorige verordening en komen in de nieuwe terug, in geactualiseerde vorm. In deze toelichting wordt artikelsgewijs aangegeven wat de bron is. Daar waar de tekst uit de vorige verordening wordt vervangen, wordt dit ook aangegeven. In artikel 2 wordt verwoord dat ten hoogste 20% van de raadsvergoeding presentiegeld is. Oude verordening
Nieuwe verordening
Geen, dit betreft een nieuwe bepaling en volgt de formulering uit de modelverordening.
Van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, wordt 20% uitgekeerd op basis van aanwezigheid. Een raadslid wordt als spookraadslid aangeduid als deze 3 maanden aaneengesloten (excl. recesperiodes) niet heeft deelgenomen aan stemmingen in de raadsvergadering. Indien men als spookraadslid is aangeduid, ontvangt deze niet de 20% vergoeding als bedoeld in dit artikel.
Artikel 3 betreft bepalingen over toelage bij het lidmaatschap van raadsleden van onderzoekscommissies en bijzondere commissies. Oude verordening
Nieuwe verordening
Artikel 2. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie
1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend. De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
1. De raad heeft de mogelijkheid tot het instellen van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet en tot het toekennen van een toelage aan raadsleden die in deze commissie zitting nemen voor de duur van de activiteiten op grond van artikel 3.1.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers met een maximum van 3 maal de maandelijkse raadslidmaatschapsvergoeding per jaar. 2. De raad heeft de mogelijkheid tot het instellen van een bijzondere commissie en tot het toekennen van een toelage aan raadsleden die in deze commissie zitting nemen van voor de duur van activiteiten op
2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend. De toelage is gelijk aan de toelage zoals opgenomen in het
grond van artikel 3.1.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers artikel 3.1.2 lid 1.
3. De maandelijkse toelage genoemd in lid 1 en lid 2 is gelijk aan de toelage zoals opgenomen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers artikel 3.1.2 lid 1 m.b.t. de toelage lid vertrouwenscommissie en rekenkamerfunctie.
Artikel 4 bevat bepalingen over reis- en verblijfskosten. Oude verordening Geen, dit betreft een nieuwe bepaling en volgt de formulering uit de modelverordening.
Nieuwe verordening 1. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten; 2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 5 bevat regels over niet- partijpolitiek georiënteerde scholing. Oude verordening Geen, dit betreft een nieuwe bepaling en volgt de formulering uit de modelverordening.
Nieuwe verordening 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.
2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken, gehoord het presidium. Artikel 6 gaat in op het beschikbaar stellen van ICT-voorzieningen. Oude verordening
Nieuwe verordening
1. Een raadslid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie een laptop óf een tablet ter beschikking wordt gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
2. Een raadslid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde laptop óf tablet in bij de gemeente.
2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Artikel 7 bevat regels over de fiscale kwalificatie van verstrekte vergoedingen op grond van de nieuwe verordening. Oude verordening Geen, dit betreft een nieuwe bepaling en volgt de formulering uit de modelverordening.
Nieuwe verordening 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Artikel 8 bevat regels over de wijze van het declareren en het betalen van onkosten op grond van de nieuwe verordening. Oude verordening Geen, dit betreft een nieuwe bepaling en volgt de formulering uit de modelverordening.
Nieuwe verordening 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen of c. betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.