2026-013 01 Raadsvoorstel - Vaststellen Verordening rechtspositie raads- en commissieleden PM 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel Raadsvergadering: 10 maart 2026 Voorstel: 2026-013 Zaaknummer: 1894/2025/3162789 Documentnummer: 1894/2025/3162809 Onderwerp Vaststellen Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Peel en Maas 2026 Openbaarheid Alle stukken zijn openbaar. Voorstel 1 2 3
De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Peel en Maas 2026 vast te stellen. Het intrekken van de Verordening rechtspositie raadsleden Peel en Maas, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 3 december 2019. Het intrekken van de Verordening rechtspositie commissieleden, zoals vastgesteld op 22 februari 2011.
Inleiding De rechtspositie voor raads- en commissieleden is enerzijds bepaald in landelijke wet- en regelgeving (Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers), anderzijds in de eigen Verordening rechtspositie raadsleden gemeente Peel en Maas. De landelijke wet- en regelgeving geeft op een aantal onderdelen de ruimte voor de gemeenteraad om een eigen afweging te maken. Daarbij wordt dan de modelverordening die de VNG hiervoor heeft gemaakt als basis gehanteerd en kan in de raad discussie gevoerd worden over een eigen inkleuring op een aantal onderdelen. De raad heeft op 3 december 2019 de huidige verordening, op voorstel van het presidium, unaniem en zonder discussie vastgesteld. Het Rijk past periodiek het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers aan. Met name om de bedragen te indexeren, maar aan het begin van 2024 zijn in verband met een wijziging van de Gemeentewet de bepalingen die betrekking op dienstreizen buiten de gemeente in het besluit en de regeling ook inhoudelijk aangepast. In verband met die aanpassing is de modelverordening van de VNG gewijzigd. Verder zijn er twee circulaires verschenen die in de modelverordening zijn verwerkt en zijn enkele technische aanpassingen gedaan. Dit onderwerp is op 2 februari jl.
In het presidium besproken en naar aanleiding daarvan adviseert het presidium om de wijzigingen in de modelverordening door te voeren in de eigen verordening van de gemeente Peel en Maas. Daarmee is de eigen verordening technisch en fiscaal weer ‘bij de tijd’. Tegelijkertijd biedt deze aanpassing ook de mogelijkheid om een aantal keuzes expliciet te maken, die vervolgens ook een inhoudelijke vertaling zullen krijgen in de geactualiseerde eigen verordening. De alsdan geactualiseerde verordening wordt als een voorstel vanuit het presidium aangeboden aan de raad. Timing Het is de vraag wat een juist moment is om dergelijke afwegingen te maken. In het laatste jaar van een lopende bestuursperiode is het niet ongewoon om niet over het spreekwoordelijke graf heen te willen regeren. Van de andere kant, om dergelijke keuzes voor te leggen aan een nieuwe raad gaat wellicht voorbij aan de ervaringen die de huidige raad heeft en die relevant zijn om te betrekken bij de te maken afwegingen. En, door die afwegingen nu te maken wordt een nieuwe raad ook tot op zekere hoogte beschermd om niet direct in de nieuwe periode besluiten voor te
bereiden over de eigen rechtspositie. Alles afwegende adviseert het presidium om het besluit nog in de huidige bestuursperiode te nemen. Technische wijzigingen Zoals gezegd wordt de actualisering ook gebruikt om enige technische wijzigingen door te voeren, zodat de verordening juridisch en fiscaal weer ‘bij de tijd’ wordt gebracht. Voorbeelden hiervan zijn bepalingen met betrekking tot de vergoeding van reiskosten, het aanwijzen van vergoedingen als eindheffingsbestanddeel (ter voorkoming van loonheffing over verstrekte vergoedingen) en enkele redactionele verduidelijkingen. Ook wordt een bepaling opgenomen over de wijze van declareren, ter stroomlijning van het proces. Voorgesteld wordt om dit te verwerken in de nieuwe verordening, zonder dat daar – gelet op de aard van de wijzigingen – discussie over nodig is in de raad. Positiebepaling op keuzemogelijkheden De Gemeentewet biedt de mogelijkheid bij verordening zogenaamde secundaire voorzieningen aan raadsleden te verstrekken. Het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers regelt welke voorzieningen mogelijk zijn. Buiten de limitatieve opsomming in het Rechtspositiebesluit zijn geen voorzieningen toegestaan. Het is aan de gemeenteraad zelf om vast te stellen of en zo ja welke secundaire voorzieningen zij beschikbaar stelt.
Het merendeel van de rechtspositionele regelingen zijn dwingendrechtelijk vastgesteld in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Op lokaal niveau kunnen daarom nog maar een beperkt aantal zaken rechtspositioneel worden geregeld en/of nader ingevuld. Dit betreft concreet voor Peel en Maas: 1. De regeling waarbij bij verordening kan worden bepaald dat ten hoogste 20% van de raadsvergoeding kan worden berekend naar het aantal bijgewoonde vergaderingen. 2. Toekenning van een aanvullende toelage voor raadsleden die lid zijn van een onderzoekscommissie en of bijzondere commissie. 3. De mogelijkheid om nadere regels te stellen voor scholing. 4. De mogelijkheid om een toelage toe te kennen aan voorzitters van een ‘zware’ commissie (art. 82 Gemeentewet). Ad 1. Bepalen dat ten hoogste 20% van de raadsvergoeding presentiegeld is De hoogte van de raadsvergoeding is verplichtend bepaald op een vast bedrag per inwonersklasse. Vanaf de dag van beëdiging hebben de raadsleden recht op de vergoedingen die verbonden zijn aan hun functie. De gemeenteraad kan op grond van het zesde lid van artikel 3.1.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers bij verordening bepalen dat een deel van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt uitbetaald als presentiegeld.
Het gaat om maximaal 20% van de vergoeding. In een dergelijke verordening mag geen onderscheid worden gemaakt tussen de raadsleden: een presentievergoeding geldt dan voor alle raadsleden. Deze bepaling kan bijvoorbeeld worden benut bij spookleden. Spookleden zijn volksvertegenwoordigers die wel zijn gekozen, maar die niet of nauwelijks aanwezig zijn bij de vergaderingen of activiteiten van de desbetreffende gemeenteraad. De huidige verordening voorziet hier niet in. Het presidium stelt voor om dit in de nieuwe verordening wel op te nemen. Ad 2. Toekenning aanvullende toelage bij lidmaatschap onderzoekscommissie en/of bijzondere commissie In de huidige verordening wordt reeds op deze mogelijkheid gewezen, maar gaat niet verder dan dat: er wordt niet besloten dat, er wordt slechts gewezen op de mogelijkheid. En daarmee is het een herhaling van de tekst uit het Rechtspositiebesluit. De modelverordening voorziet in geactualiseerde teksten hiervoor. Daarnaast wordt in de huidige verordening nog gesproken over de rekenkamercommissie, die niet meer bestaat (er is nu een rekenkamer, zonder raadsleden). Het presidium adviseert de tekst in lijn te brengen met de tekst uit de modelverordening. Het betreft derhalve de voortzetting van de huidige situatie, aangevuld met enige technische herformuleringen.
Gemeente Peel en Maas
Pagina 2 van 4
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de raad van Peel en Maas op 21 maart 2023 besloten heeft om het presidium aan te wijzen voor de duur van de huidige raadsperiode als een bijzondere commissie, zoals hierboven bedoeld. Bij aanvang van de nieuwe bestuursperiode kan hier desgewenst een nieuw besluit over genomen worden. Ad 3. De mogelijkheid om nadere regels te stellen voor scholing Voor raads- en commissieleden is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is. Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is. Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. (N.B.
Scholing is partijpolitiek georiënteerd als deze tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij.) Overigens kan de gemeente ook zelf dit soort (functiegerichte) scholing (laten) verzorgen. Ook die lasten komen ten laste van de gemeente. Er is ruimte voor lokale accenten. Op grond van het tweede lid van artikel 3.3.3. van het Rechtspositiebesluit kan de raad nadere regels stellen voor de scholing van zijn leden. Het beoordelen van en/of fiatteren van scholingsaanvragen kan worden gemandateerd aan de griffier. Het presidium adviseert om deze lijn te volgen. Door dit zo op te nemen in de nieuwe verordening met betrekking tot de rechtspositie (in lijn met de VNG-modelverordening) ontstaat ook een duidelijk onderscheid met de jaarlijks verstrekte fractievergoeding: scholingskosten (niet politiek georiënteerd) lopen via de Verordening rechtspositie en overige scholings- en fractiekosten dienen ten laste te worden gebracht van de fractievergoeding. Ad. 4 De mogelijkheid om een extra toelage toe te kennen aan voorzitters van ‘zware’ commissies zoals bedoeld in art. 82 Gemeentewet Recentelijk is het Rechtspositiebesluit gewijzigd en is de mogelijkheid gecreëerd om commissievoorzitters een extra vergoeding te geven.
Indien de gemeenteraad van oordeel is dat de belasting en het tijdsbeslag van het vaste voorzitterschap van een commissie (als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet) niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kunnen worden te behoren, kan de gemeenteraad bij verordening besluiten aan die voorzitter ten laste van de gemeente een toelage toe te kennen van maximaal het bedrag, genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie. Indien er sprake is van roulerend voorzitterschap kan ook besloten worden om te kiezen voor een percentage van het bedrag zoals genoemd in art. 3.1.4 eerste lid. N.B. Gelet op het roulerend voorzitterschap van de commissie in Peel en Maas en de formulering van de tekst in het Rechtspositiebesluit betekent dit dat het bedrag uitsluitend wordt uitgekeerd in de maand waarin het voorzitterschap wordt vervuld. Kijkend naar de gemeente Peel en Maas heeft art. 82 enkel betrekking op de raadscommissie (commissievergadering) die plaatsvindt ter voorbereiding op de raadsvergadering. Op dit moment ontvangen de voorzitters van de commissievergadering geen vergoeding. In de huidige raadsperiode zijn er vijf raadsleden die roulerend het voorzitterschap van de commissievergadering voor hun rekening hebben genomen.
Uitgaande van 8 raadscycli op jaarbasis, betekent dit dat elke voorzitter minimaal 1x en maximaal 2x per jaar het voorzitterschap van de commissievergadering voor zijn/haar rekening neemt. Gezien het geringe aantal keren dat een commissievoorzitter op jaarbasis ‘aan de beurt’ is, en het feit dat deze werkzaamheden redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kunnen worden te behoren, adviseert het presidium om nu niet over te gaan tot toekenning van een extra toelage aan de roulerende voorzitters van de commissievergadering. Indien veranderende inzichten of een veranderende vergadersystematiek daartoe aanleiding geven, kan de raad in de toekomst besluiten om deze bepaling alsnog toe te voegen aan de verordening.
Gemeente Peel en Maas
Pagina 3 van 4
Beoogd effect Het verkrijgen van een verordening voor de rechtspositie van raads- en commissieleden die geactualiseerd en in lijn met landelijke, bovenliggende, wet- en regelgeving is. De huidige verordening wordt ingetrokken en een nieuwe, conform de modelverordening van de VNG, wordt vastgesteld. Alternatieven Het alternatief is dat met betrekking tot de voornoemde keuzemogelijkheden een andere afweging wordt gemaakt dan het presidium voorstelt. Dit kan dan via een amendement worden voorgesteld aan de raad. Financiën De geactualiseerde verordening leidt niet tot ingrijpende financiële wijzigingen. Dekking vindt plaats uit het lopende werkbudget voor de raad. Juridische afwegingen De nieuwe verordening is in lijn met de ruimte die de bovenliggende landelijke wet- en regelgeving biedt, zoals bepaald in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Peel en Maas 2026 treedt in werking op 1 april 2026, zijnde de dag waarop de nieuwe gemeenteraad wordt geïnstalleerd. Parallel hieraan worden de Verordening rechtspositie raadsleden Peel en Maas, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 3 december 2019 en de Verordening rechtspositie commissieleden, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 22 februari 2011, ingetrokken op 1 april 2026. N.B.
Laatstgenoemde verordening had bij de vaststelling van de Verordening rechtspositie raadsleden Peel en Maas op 3 december 2019 al moeten worden ingetrokken. Dit is destijds abusievelijk niet gebeurd, vandaar dat dit nu wordt gecorrigeerd. Communicatie De nieuwe verordening zal op de gebruikelijke wijze digitaal openbaar worden gemaakt, via de gemeentelijke website en op www.overheid.nl N.B. In het inwerkprogramma voor de nieuwe raadsperiode zal tevens een voorlichting plaatsvinden voor de nieuwe raadsleden en (burger)commissie over de concrete wijze waarop de vergoedingen kunnen worden aangevraagd en de wijze waarop deze worden uitgekeerd. Het presidium van de gemeenteraad van Peel en Maas,
de raadsgriffier, drs. E.J.C. Apeldoorn-Feijts
de voorzitter, B.C.M Vostermans
Bijlage(n): - Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Peel en Maas 2026 - Was-wordt tabel Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Peel en Maas 2026 Ter inzage: --
Gemeente Peel en Maas
Pagina 4 van 4