CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-082 04 Begroting 2026 Peel en Maas

Raad 13 november 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Begroting 2026 Peel en Maas (2025-082)38.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

2. Er is bestaanszekerheid voor iedereen. Kaderstellende uitgangspunten: • We ondersteunen inwoners met (dreigende) financiële problemen om schulden te voorkomen en degene die door de opbouw van schulden niet in hun bestaanskosten kunnen voorzien; • De menselijke maat staat centraal, regels zijn ondersteunend; • We gaan uit van vertrouwen in de inwoner en werken in de geest van de wet; • We investeren in preventie, onder andere door vroegtijdige informatieverstrekking; • Huishoudens in armoede bieden we samenhangende ondersteuning op alle levensterreinen.

51

1.6 We organiseren participatie-aanbod voor de statushouders, verblijvend in de doorstroomvoorziening in Horst aan de Maas. 2.1 De invoering van de participatiewet in balans is uitgesteld naar op zijn vroegst 1 januari 2026. We passen dan een aantal verordeningen en beleidsregels aan. 2.2 We stellen kaders (raad) en uitvoeringsbeleid (college) vast voor toezicht en handhaving voor de P-wet, IOAW, IOAZ en Bbz. 2.3 We geven uitvoering aan de wetswijziging Wet SUWI. Deze wettelijke taak moet ervoor zorgen dat de gemeentelijke dienstverlening proactief inkomensondersteunende regelingen aanbiedt (inclusief toeslagen van de Belastingdienst). Dit om armoede te voorkomen en terug te dringen.

Wat doen we verder binnen dit programma? Werk Regio: • We werken regionaal samen middels diverse werkgroepen zoals de regionale beleidsgroep Participatiewet en arbeidsmarkt, de werkgroep Wet educatie en beroepsonderwijs( WEB), en de werkgroep Basisvaardigheden. • We spelen een actieve rol in de hervorming van de regionale arbeidsmarktstructuur. • We participeren in het doorstroompunt om voortijdig schoolverlaters (VSV), leerlingen vanuit het VSO en jongeren die niet in beeld zijn, tijdig van de juiste ondersteuning te voorzien. • We analyseren arbeidsmarktgegevens en stellen op basis daarvan prognoses op m.b.t. werkgelegenheid. Lokaal: • We organiseren jaarlijks een lokaal arbeidsmarktoverleg met de driehoek: Overheid, Ondernemers en Onderwijs. • We organiseren jaarlijks een banenmarkt of een Meet to Match event. • We ondersteunen het werkgeversplatform: “Wij maken Werk van Werk” en gaan m.n. nieuwe en jonge ondernemers bij dit platform betrekken. • We faciliteren ondernemers in de begeleiding van onze cliënten door het opleiden van zgn “natuurlijke begeleiders”, inzetten van jobcoaches en trainingsteams. •

We ondersteunen Stichting Ontdeklab Peel en Maas.

Nieuw ontwikkelbedrijf P&M (integratie Hal 9 en NLW) • We begeleiden en ondersteunen gedurende de transitiefase de NLW uitvoeringsorganisatie naar het nieuwe lokale brede ontwikkelbedrijf. • We begeleiden bijstandsgerechtigden inwoners al dan niet met een arbeidsbeperking naar betaalde arbeid en vrijwilligerswerk als stappen op de participatieladder. • We voldoen aan de taakstelling Beschut Werk en vullen deze plekken in de toekomst in als onderdeel van het brede ontwikkelbedrijf; bij zorgpartners en reguliere bedrijven. Inkomen • We verstrekken bijstandsuitkering, bijzondere bijstand, ondersteuning voor zelfstandigen. • We voeren controles uit, zoals staat beschreven in de kwaliteitsborging Sociaal domein. • We voeren debiteurenbeheer uit voor verstrekte leningen, borgsommen of kredieten uit bijzondere bijstand, Bbz. • We ondersteunen de gedupeerden van de Kinderopvang Toeslagenaffaire. • We voeren ondersteuningsmaatregelen uit voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. • We subsidiëren initiatieven rondom collectieve minimaregelingen: stichting Leergeld, Volwassenenfonds, Jeugdfonds Sport en Cultuur, Kleding- en Voedselbank en Stichting de Brug. • We geven uitvoering aan de regeling alleenverdienersproblematiek. • We ondersteunen het initiatief Dal Vrij Limburg van de Provincie Limburg en Arriva.

Schuldhulpverlening • We blijven vroegsignalering van schulden door gezamenlijke afspraken met partners bevorderen mede in het licht van actuele ontwikkelingen. • De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) voeren wij uit in samenwerking met netwerkpartners zoals Vorkmeer (Wegwijzer) en woningcorporaties (preventief én curatief). Voorbeelden hiervan is de samenwerking met de woningcorporaties bij het voorkomen van huisuitzetting door huisbezoeken van onze eigen schuldhulpverleners samen met maatschappelijk werk (Vorkmeer). • We verstrekken saneringskredieten en ondersteunen via budgetbeheer. • We vragen bij maatschappelijke begeleiding van statushouders meer aandacht voor het leren budgetteren. Naleving en controle • We geven voorlichting over op alle onderdelen van dit programma en werken de gemeentelijke website, folders en (digitale) dienstverlening bij indien nodig. Fraudebestrijding.

52

Wat mag het kosten? De baten en lasten van dit programma zijn als volgt: 2026 2.1 Werk en inkomen

2027

2028

2029

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

19.871.469

10.030.000

19.803.259

10.130.000

19.668.755

12.380.000

19.666.565

10.180.000

Welke claims en investeringen zijn er in 2026 met betrekking tot dit programma? In hoofdstuk 5 worden alle investeringen en claims voor 2026 specifiek toegelicht. Met betrekking tot programma 2.1 zijn specifieke claims opgenomen:

Gerelateerde verbonden partijen Aan dit programma zijn de volgende verbonden partijen gerelateerd: • •

Werkvoorzieningschap Noord Limburg West (NLW) Modulair Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Limburg Noord (MGR SDLN)

In de paragraaf Verbonden partijen (onderdeel 7-E) is meer informatie opgenomen over de specifieke verbonden partijen.

53

Programma 2.2 Zorg en Ondersteuning Iedereen kan zo lang mogelijk thuis blijven wonen en deelnemen aan het dagelijkse leven. Een goede gezondheid is daarbij belangrijk. Inwoners zijn in eerste instantie zelf aan zet om gezond en actief te leven en daarmee hun gezondheid en mentale weerbaarheid te bevorderen. Zo koersen we naar een gezonde generatie. Bij eventuele beperkingen gaat het er om hoe eenieder hiermee omgaat en vooral de mogelijkheden centraal zet. We omarmen daarom de beweging positieve gezondheid die uitgaat van mogelijkheden in plaats van beperkingen. Zingeving en sociale contacten spelen daarbij ook een grote rol. Ouderen anticiperen zoveel mogelijk zelf op het ouder worden. Inwoners staan niet op zichzelf, ze maken onderdeel uit van een gemeenschap. Het samenleven van inwoners kenmerkt zich door het mee laten doen van iedereen en het omkijken naar elkaar, met specifieke aandacht voor mensen in een kwetsbare positie. Inwoners kunnen zo de kwaliteit van het eigen leven en elkaars leven bevorderen. Deze manier van leven in de gemeenschap helpt om zo lang mogelijk de regie over het eigen leven te voeren en om mee te doen. Gemeenschappen zijn daarbij actief om zelf voorzieningen op het gebied van welzijn, zorg en wonen op te zetten voor kwetsbare inwoners. Wij zijn daarin signalerend en faciliterend.

Waar nodig zetten wij ondersteuning of opvang in waarbij de inwoner en zijn hulpvraag centraal staan. We werken daarbij aan een integrale toegang en bieden de best passende ondersteuning of opvang voor onze inwoners. Professionals krijgen de ruimte om hiervoor het goede te doen. Ook is daarbij oog voor mantelzorgers. Daarnaast stimuleren we een betere samenwerking tussen professionals en vrijwilligers binnen en tussen verschillende domeinen. Onze maatschappelijke partners maken zich met ons sterk voor de opgaves waarvoor we staan. Ontwikkelingen als vergrijzing en arbeidsmarkttekorten maken dat we moeten vernieuwen en samenwerken. We gaan uit van netwerksamenwerking en stimuleren andere werkwijzen die zich baseren op het mee blijven doen en zelfstandig functioneren. Wat willen we bereiken? 1. Inwoners voeren zoveel mogelijk zelf de regie op hun leven en zijn zo zelfredzaam mogelijk. Kaderstellende uitgangspunten: • We stimuleren een gezonde leefomgeving met een groene openbare ruimte die ontmoeting en beweging stimuleert; • We richten ons op (zo lang mogelijk) zelfstandig wonen. We dragen daar aan bij door tijdig bewustwording te stimuleren en doorstroming van (zorg)woningen te bevorderen.

Wat doen we ervoor in 2026 ? 1.1 We geven een duurzaam vervolg aan de activiteiten en samenwerkingen in het kader van het jaar van de mentale gezondheid (2025). We zetten in 2026 in op het versterken van de netwerksamenwerking. En we blijven mogelijkheden bieden die gesprekken met inwoners en partners over mentale gezondheid aanjagen. Doel is het taboe te doorbreken en dat het gewoon is om hier met elkaar over te spreken. 1.2. We zetten actief in op bewustwording bij ouderen over passend wonen bijvoorbeeld door het Huis van Morgen. We werken daarbij o.a. samen met de woningbouwcorporaties om tot een samenhangend pakket instrumenten te komen om doorstroming te bevorderen. 1.3 We faciliteren pilots van netwerkpartners die inzetten op (herpakken van) eigen regie van inwoners. Binnen deze pilots worden inwoners kortdurend ondersteund bij bijvoorbeeld het benutten van kansen binnen hun eigen netwerk, de manier waarop ze (weer zelf) het huishouden verzorgen en de afstemming met andere professionals om te komen tot zonder of minder zorg en ondersteuning. 1.4 We spreken in een intentieverklaring met netwerkpartners af hoe we mensen met dementie en hun mantelzorgers kunnen ondersteunen om zoveel mogelijk eigen regie te houden.

54

Wat willen we bereiken? 2. Gemeenschappen geven onder eigen regie vorm aan het zorgen voor elkaar.

Wat doen we ervoor in 2026 ? 2.1. We onderzoeken met Baarlo en de zorgcoöperatie Peel en Maas hoe in Baarlo de huishoudelijke hulp onder regie van het dorp wordt ingezet.

Kaderstellende uitgangspunten: •Gemeenschappen kiezen hun eigen vorm(en) en (her)nemen zoveel mogelijk eigenaarschap; •We faciliteren en stimuleren collectieve- en dorpsvoorzieningen;

2.2. We stellen met inbreng van gemeenschappen en netwerkpartners uitvoeringsbeleid vast waarin wordt vastgelegd wat de uitgangspunten zijn op het eigenaarschap en de koers van collectieve voorzieningen zoals de dorpsontmoetingen en hulp bij het huishouden.

•Daarbij hebben we oog voor de draagkracht en draaglast van de gemeenschap; • Aan regionale/landelijke (preventie) projecten nemen we alleen deel als dit van meerwaarde is voor de inwoners van Peel en Maas en aansluit op lokale initiatieven die voor ons leidend zijn . • We stimuleren de ontwikkeling en inzet van vrijwilligersbeleid.

3. Inwoners krijgen de ondersteuning en opvang die nodig is. Kaderstellende uitgangspunten: • We doen een brede uitvraag, leveren maatwerk en hanteren een doelmatige insteek; • Bij het aangaan van contracten met zorgaanbieders gaan we uit van een duurzame samenwerking met oog voor lokale aanbieders die zorg dichtbij en op maat kunnen leveren; • Waar mogelijk stimuleren we de beweging van maatwerkvoorzieningen naar algemene en dorpsvoorzieningen; • Bij opvang en huisvesting van kwetsbare doelgroepen houden we oog voor de leefbaarheid in de omgeving en schakelen we met het veiligheidsdomein indien nodig; • We willen zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende woonzorgplekken met 24-uurs toezicht. Dit geldt zowel voor ouderen als mensen met een beperking of ggzproblematiek; • Spreiding van woonzorgcentra voor ouderen over de zes grotere woonkernen; •We geven ruimte aan woonvormen die: a. het zorgen voor elkaar door de bewoners stimuleren en ondersteunen b. de uitstroom uit beschermd wonen bevorderen; • We stimuleren zelfredzaamheid en faciliteren ondersteuning die ertoe bijdragen dat mensen zoveel mogelijk hun eigen regie hebben.

2.3 We sluiten aan bij gemeenschapsinitiatieven die zich richten op het zorgen voor elkaar, normaliseren en samenwerking van netwerkpartners uit verschillende domeinen en volgen deze intensief. Voorbeelden zijn het inloopspreekuur Baarlo en Zorgzaam Dorp Meijel. 2.4 In aanvulling op het integraal Zorgakkoord (IZA) is het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) vastgesteld waarin de samenwerking tussen de eerstelijnszorg en sociaal domein centraal staat. Wij volgen dit regionaal en bevorderen lokale mogelijkheden, waaronder de in 2.3 genoemde initiatieven. 3.1 We stellen in het kader van GIA (Geweld in Afhankelijkheidsrelaties) de regionale visie ‘Samen voor veilig’ vast, inclusief programmaplan en voeren deze verder uit. In 2026 zetten we daarbij in op een sterk(er) lokaal team zodat signalen die duiden op GIA-casuïstiek (nog) beter herkend worden. 3.2 We herijken de regionale visie Meedoen en Wonen die begin 2027 wordt vastgesteld. We volgen in dit kader ook de regionale pilots voor alternatieve woonzorgvormen voor kwetsbare jongvolwassenen. We brengen op basis hiervan de behoefte en mogelijkheden in Peel en Maas nader in beeld. 3.3 We nemen deel aan de regionale aanbesteding van trapliften waarvoor de gunning eind 2026 plaatsvindt. Verder start de voorbereiding voor de nieuwe regionale contractering van hulpmiddelen die in 2027 wordt gegund.

3.4 We stellen kaders (raad) en uitvoeringsbeleid (college) vast voor toezicht en handhaving voor Wmo in samenwerking met alle gemeenten in de regio Noorden -Midden-Limburg. We nemen daarbij als uitgangspunt ‘stimulerend toezicht en handhaving’: we weten wat er speelt en de basis wordt gevormd door de relatie met en vertrouwen in onze netwerkpartners. 3.5 We stellen begin 2026 de regionale woonzorgvisie vast. Hierin worden regionaal afspraken gemaakt over (de verdeling van) woonzorgvoorzieningen. Dit levert ook input op voor het onderdeel wonen en zorg in het lokale volkshuisvestingsprogramma dat in 2026 wordt vastgesteld.

55

• • • • •

• • • • • • • • •

• • • • • • • • •

• • • •

Wat doen we verder binnen dit programma? Eigen regie inwoners Gezondheidszorg (GGD) via GR Veiligheidsregio Limburg-Noord; Deelname aan regionale project Stevig Staan gericht op valpreventie bij ouderen waarbij we de uitvoering in samenspraak met de gemeenschap doen; Inzetten van ervaringsdeskundigen, o.a. voor gastlessen op scholen, bij dialoogsessies over mentale gezondheid, bij gesprekken met hulpvragers Gemeenschappen geven onder eigen regie vorm aan het zorgen voor elkaar Facilitering en subsidiëring van algemene voorzieningen zoals hulp bij huishouden (Zorgcoöperatie) dorpsinfoloketten, dorpsontmoetingen (inclusief Thoeshoes), dorpsvervoer, de Bonte Specht, inloop GGZ, Huis van Morgen, de Thoesvrijwilliger en Plattelandshoes; In gesprek met Zorgcoöperatie Peel en Maas over ontwikkelingen hulp bij huishouden Ondersteunen van (inwoner)initiatieven op gebied van wonen, zorg en welzijn; In gesprek met gemeenschappen over thema’s als mantelzorg, dementie en eenzaamheid; Inwoners krijgen de ondersteuning en opvang die nodig is Uitvoeren van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning door het voeren van gesprekken, afhandelen van meldingen en aanvragen, geven van informatie en advies etc.; Brede ondersteuning aan jongvolwassenen via het integraal team jongvolwassenen; In gesprek met zorgverzekeraar en zorgkantoor VGZ over doorstroming in de zorgketen, knelpunten in wetgeving en

(nieuwe) WLZ-woonzorgvoorzieningen; Regionaal inkopen van maatwerkvoorzieningen Wmo: complexe, kort- en langdurende ondersteuning, ouderenondersteuning, Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Dit loopt via de MGR Limburg Noord. Hiervoor nemen we deel aan contractgesprekken met zorgaanbieders ter monitoring van geleverde ondersteuning en ontwikkeldoelen; Regionale contractering van hulpmiddelen; monitoren uitvoering en contractgesprekken. Regionale contractering van trapliften; monitoren uitvoering en contractgesprekken. Regionaal inkopen van collectief vervoer via GR Omnibuzz; Deelname aan regionale project Grip op onbegrip Faciliteren van de regionale Etos-telling van daklozen in 2026 om meer zicht te krijgen op deze doelgroep Advisering over beleid van en aanvragen voor (pré-)mantelzorgwoningen. Aansturen van het lokale zorgnetwerk voor complexe (GGZ-)problematiek; Aanpak van huiselijk geweld, waaronder ouderenmishandeling; Samen met preventiemedewerkers van Vincent van Gogh bevorderen we de deskundigheid van medewerkers in het voorliggend veld en bieden we preventie-activiteiten voor (jong)volwassenen.

Algemeen Bijdragen aan regionale programma Vitaal en Gezond (onderdeel van Gezondste Regio); Handhaving op rechtmatig en doelmatig gebruik van zorg en ondersteuning en toezicht houden op kwaliteit en rechtmatigheid via regionale toezichthouders; Periodiek overleg met belangengroepen (mantelzorgkring) en Adviesraad Sociaal Domein;

Wat mag het kosten? De baten en lasten van dit programma zijn als volgt: 2026 2.2 Zorg en ondersteuning

2027

2028

2029

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

17.484.856

2.326.500

17.737.726

2.778.765

18.024.138

2.828.765

18.397.002

2.884.553

56

Welke claims en investeringen zijn er in 2026 met betrekking tot dit programma? In hoofdstuk 5 worden alle investeringen en claims voor 2026 specifiek toegelicht. Met betrekking tot programma 2.2 gaat het om de volgende investering:

nr

Betreft kern

Omschrijving van de investering

Afschrijvingstermijn

Bruto investering

Kapitaallasten ten laste van exploitatie rente 1,00%

5

500.000

0

Programma 2.2 23

Algemeen

Vervoersvoorzieningen Wmo

Gerelateerde verbonden partijen Aan dit programma zijn de volgende verbonden partijen gerelateerd: • • •

Modulair Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Limburg Noord (MGR SDLN) Gemeenschappelijke regeling Omnibuzz Veiligheidsregio Limburg Noord (VRLN)

In de paragraaf Verbonden partijen (onderdeel 7-E) is meer informatie opgenomen over de specifieke verbonden partijen.

57

Programma: 2.3 Jeugd en onderwijs Alle kinderen en jongeren groeien kansrijk, veilig en gezond op. We werken samen aan een hoopvol toekomstperspectief voor en met kinderen en jongeren, zodat zij in staat zijn een betekenisvol leven te leiden als lid van de gemeenschap en kansen te benutten. We bevorderen actief een omgeving waarin wordt samengewerkt aan een positief opvoedklimaat en aan een verbetering van de leefwereld. Ontmoetingen tussen ouders en jeugdigen en andere sociale relaties dragen bij aan een versterking van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, dorpen, buurten, scholen en kinderopvang. Opvoeden en opgroeien is primair een verantwoordelijkheid van ouders. Zij worden hierin gesteund door een betrokken vitale gemeenschap van informele en formele opvoeders. We geven daarom ruimte aan initiatieven en innovatie op dit gebied. We gaan uit van het versterken van het dagelijks leven van gezinnen. Kleine tegenslagen en strubbelingen horen hierbij. Veel vraagstukken bij gezinnen gaan over deze ‘normale’ opvoed- en opgroeiproblemen. Juist door gezinnen te ondersteunen bij het omgaan met deze vragen, voorkomen we onnodig problematiseren en medicaliseren. Kinderen en gezinnen kunnen met opvoed- en opgroeivragen terecht bij de gezinscoach. Zij bieden zelf hulp en werken samen met het informele netwerk van een gezin en met andere (specialistische) hulp- en zorgverleners.

Indien nodig wordt tijdige, passende en kwalitatief goede (specialistische) ondersteuning op maat geboden. Wij bevorderen de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin deze opgroeit. We werken integraal en domein-overstijgend samen met partners op lokaal en regionaal niveau. Binnen het sociaal domein is de overgang van 18- naar 18+ geborgd in het integraal team jongvolwassenen. Wat willen we bereiken? 1. Kinderen en jongeren groeien veilig en gezond op.

Wat doen we ervoor in 2026 ? 1.1 Vanuit het uitvoeringsbeleid opvoeden en opgroeien nemen we een aanjagende rol op de volgende acties: • We formuleren samen met basisvoorzieningen een gezamenlijke ‘mindset’ over een positief pedagogisch klimaat • We verkennen samen met basisvoorzieningen hoe we ouders meer kunnen verbinden • We stellen samen met partners een jaarplanning op om bewustwording op thema’s zoals mentale gezondheid en middelengebruik integraal op te pakken

Kaderstellende uitgangspunten: • De focus ligt op eigen kracht en de inzet van een sociaal netwerk; • We zetten in op preventief werken en vroegsignalering op meerdere thema’s, waaronder obesitas, verslavingsproblematiek en mentale klachten. We investeren ook in oplossingen op deze thema’s; • We willen een omslag van problematiseren naar normaliseren; • We gaan uit van de brede benadering van Positieve Gezondheid, waarbij een betekenisvol leven met nadruk op veerkracht en eigen regie centraal staan; • We agenderen actief gezondheidsrisico’s, waaronder alcohol en drugs, bij jongeren en ouders en kiezen voor een proactieve aanpak van de problematiek waarbij we netwerkpartners bij elkaar brengen en samenwerken bevorderen; • De basisvoorzieningen zijn aanvullend aan elkaar, stemmen hun aanbod op elkaar af, ontwikkelen dit met elkaar door en zorgen gezamenlijk voor een samenhangend aanbod; • Aan regionale/landelijke (preventie) projecten nemen we alleen deel als dit van meerwaarde is voor de inwoners van Peel en Maas en past bij de beweging naar vitale gemeenschappen.

58

Wat willen we bereiken? 2. Gemeenschappen geven onder eigen regie vorm aan het opvoeden en opgroeien van hun jeugd.

Wat doen we ervoor in 2026? 2.1 Samen met partners stimuleren en faciliteren we het creëren van ontmoetingsplekken voor en door jongeren.

Kaderstellende uitgangspunten: • De pedagogische basisvoorzieningen dragen bij aan de vitaliteit van de gemeenschap vanuit de visie dat een sterke pedagogische gemeenschap van belang is voor het opvoeden en opgroeien van jeugdigen;

2.2 We stimuleren het ontstaan van collectieve maatschappelijke voorzieningen voor jongeren zoals Popplaza

• We gaan uit van inclusiviteit zodat elk kind zichzelf kan zijn, ongeacht zijn achtergrond of geaardheid; • Het is belangrijk dat kinderen ruimte hebben om te spelen, jongeren elkaar kunnen ontmoeten en ruimte hebben om samen te komen. Als gemeente stimuleren en faciliteren we initiatieven van en voor jongeren; • De basisvoorzieningen werken samen met en zijn ondersteunend aan de pedagogische gemeenschap.

3. Kinderen, jongeren en gezinnen krijgen de hulp die nodig is.

3.1 We implementeren de nieuwe regionale inkoop jeugd.

Kaderstellende uitgangspunten: • Hulp en bescherming vinden bij voorkeur in de eigen omgeving van het kind plaats, hebben (zoveel mogelijk) een tijdelijk en duurzaam karakter en zijn er op gericht om inwoners zo veel mogelijk zelf en met hun omgeving in staat te stellen om het gewone leven (weer) op te pakken;

3.2 We geven uitvoering aan het Regionaal Beleidsplan Jeugd 2022 en verder, Toekomstscenario kind- en gezins-bescherming en de Hervormingsagenda jeugd waarbij 2026 in het teken staat van een Stevige Toegang. 3.3 We stellen kaders (raad) en uitvoeringsbeleid (college) vast voor handhaving Jeugdwet in samenwerking met alle gemeenten in de regio Midden- en Noord Limburg

• We verwachten van jeugdhulpaanbieders dat ze zich richten op normaliseren, aansluiten bij het netwerk van het gezin en de gemeenschap en dat ze samenwerken met basisvoorzieningen in Peel en Maas; • Het jeugdhulplandschap in Noord-Limburg is in verschillende segmenten opgedeeld. Per segment zijn duidelijke doelstellingen beschreven en is goed in kaart gebracht hoe we op de juiste manier kunnen sturen. Dit alles met als doel om de juiste hulp tijdig op de juiste plek in te zetten volgens het uitgangspunt “één gezin, één plan, één regisseur”.

59

3.4 Vanuit het uitvoeringsbeleid opvoeden en opgroeien nemen we een aanjagende rol aan op de volgende acties: • We brengen samen met de basisvoorzieningen in kaart welke behoefte professionals hebben om goed aan te kunnen sluiten bij andere culturen en vervolgens bekijken we of en wat we daar gezamenlijk in kunnen ontwikkelen • We onderzoeken aan welke groepsgerichte voorzieningen behoefte is • We gaan samen met de basisvoorzieningen aan de slag met het thema “Daar waar het niet vanzelf gaat, daar waar ouders niet de vraag stellen”

Wat willen we bereiken? 4. Kinderen en jongeren krijgen gelijke kansen om op te groeien tot zelfstandige jongvolwassenen.

Wat doen we ervoor in 2026? 4.1 Vanuit het uitvoeringsbeleid opvoeden en opgroeien nemen we een aanjagende rol aan op de volgende acties: • We verkennen met basisvoorzieningen hoe we alle kinderen beter in beeld kunnen krijgen, waarbij we ons richten op de kinderen van 0-4 jaar • We onderzoeken de meerwaarde en consequenties van kinderopvang/ peuterprogramma voor alle peuters en BSO voor een grotere groep

Kaderstellende uitgangspunten • Talentontwikkeling vindt naast thuis en in de buurt ook plaats op de kinderopvang, scholen, en culturele- en sportverenigingen, zowel fysiek als online; • Het bevorderen van kansengelijkheid richt zich op het tegengaan van onderwijsachterstanden door middel van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE); • Het behalen van een maatschappelijke startkwalificatie (havo-, vwo-diploma of een mbo-diploma vanaf niveau 2) is van belang, want daarmee vergroten jongeren hun kansen op een baan en dus hun toekomstperspectief.

60

4.2 We implementeren de regionale afspraken die zijn gemaakt met de Samenwerkingsverbanden Onderwijs over de samenwerking op het gebied van jeugdhulp en onderwijs waaronder het afwegingskader.

Wat doen we verder in dit programma ? Veilig en gezond opgroeien • Faciliteren van een pedagogische samenleving. • Stimuleren en faciliteren van ontmoeting. • Stimuleren en faciliteren van talentontwikkeling en constructieve tijdsbesteding. • Stimuleren en faciliteren van verbinden van ouders. • Ondersteuning van goede basisvoorzieningen zoals kinderopvang, primair en middelbaar onderwijs, consultatiebureau, jeugd- en jongerenwerk en gezinscoach. • Uitvoeren van het regionale project Kansrijke Start om de omstandigheden voor een kind in de eerste 1000 dagen zo optimaal mogelijk te maken. • Uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van (preventieve) gezondheid. • Inzetten op beschermende factoren en preventie van mentale gezondheid. • Faciliteren van weerbaarheid van jeugdigen. • Uitvoeren integrale aanpak alcohol- en drugsgebruik. • Versterken van de samenwerking tussen en met de basisvoorzieningen. • Ondersteunen van een bestuurlijk netwerk opvoeden en opgroeien Peel en Maas Hulp voor jeugdigen en gezinnen • Inzetten van gezinscoaches die zelf hulp en ondersteuning kunnen bieden aan gezinnen en die indien nodig andere beschikbare ondersteuning binnen het sociaal domein of gespecialiseerde hulp in kunnen zetten én faciliteren dat ouders regie voeren over de opvoeding van hun kind. • Integrale hulp verlenen aan gezinnen.

• Actief ingrijpen als de veiligheid van het kind in het geding is. • Uitvoeren meerjarenaanpak Geweld in Afhankelijkheid. • Duurzaam verbeteren van het jeugdhulpstelsel, onder andere via Hendig. We zijn hierbij ook in dialoog met de jeugd zodat we weten wat er bij hen speelt en wat zij belangrijk vinden. • Op het gebied van handhaving en toezicht vroegtijdig informeren van zorgaanbieders en jongeren en/of hun ouders over hun contractuele verplichtingen en rechten om fraude te voorkomen. Handhaving op rechtmatig en doelmatig gebruik van jeugdhulp en toezicht houden op rechtmatigheid via regionale toezichthouders. • Met aanbieders en contractmanagement (MGR) voeren van contractgesprekken ter monitoring van de contracten en ontwikkelgesprekken over het realiseren van de ontwikkeldoelen. Groeien naar zelfstandigheid • Faciliteren van deelname aan kinderopvang door het aanbieden van een Peuterprogramma, Voorschoolse Educatie en kinderopvang op maat via een Sociaal Medische Indicatie. • De uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van handhaving en toezicht van de kwaliteit van de kinderopvang. • Inzetten van de leerplichtambtenaar om voortijdig schoolverlaten te voorkomen en schoolverzuim te minimaliseren. • Uitvoeren van het leerlingenvervoer.

• Stimuleren van samenwerking, gezamenlijke visieontwikkeling, vernieuwing en uitvoering bij organisaties die zich bewegen op de terreinen van jeugd en onderwijs. • Bevorderen dat kinderen en jongeren, met of zonder beperking of chronische ziekte, samen opgroeien in een inclusieve samenleving: samen spelen, samen naar school, samen sporten en gebruik maken van dezelfde voorzieningen. • Afstemming met besturen en directeuren van de vier stichtingen van het Primair onderwijs (16 scholen) en het voortgezet onderwijs (2 scholen) binnen onze gemeente over gezamenlijke vraagstukken. • Met het onderwijs afspraken maken over inzet van extra zorg, ondersteuning of hulpmiddelen. • Begeleiden en afhandelen van binnenkomende verzoeken tot het stichten van nieuwe scholen. • Faciliteren van (talent)ontwikkeling en ontplooiing van jeugdigen door onder andere verstrekken van waarderingssubsidies aan verenigingen en het faciliteren van initiatieven van jeugdigen. • Zorgdragen voor het beschikbaar houden van het (lokale en regionale) onderwijs voor asielzoekerskinderen.

61

Wat mag het kosten? De baten en lasten van dit programma zijn als volgt: 2026 2.3 Jeugd en onderwijs

2027

2028

2029

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

20.327.721

548.187

20.457.862

553.669

20.890.666

1.093.675

21.290.629

1.094.295

Welke claims en investeringen zijn er in 2026 met betrekking tot dit programma? In hoofdstuk 5 worden alle investeringen en claims voor 2026 specifiek toegelicht. Met betrekking tot programma 2.3 zijn geen specifieke investeringen en/of claims opgenomen.

Gerelateerde verbonden partijen Aan dit programma zijn de volgende verbonden partijen gerelateerd: • •

Modulair Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Limburg Noord (MGR SDLN) Veiligheidsregio Limburg Noord (VRLN)

In de paragraaf Verbonden partijen (onderdeel 7-E) is meer informatie opgenomen over de specifieke verbonden partijen.

62

Thema 3: Vitale Gemeenschappen Inleiding Hieronder staat de gedeelde ambitie voor het thema Vitale Gemeenschappen. Een ambitie van inwoners, ondernemers en organisaties die met ons willen werken aan een Peel en Maas waarin het goed leven is. Als gemeente onderschrijven wij deze ambitie van harte. Tussen aanhalingstekens zijn quotes opgenomen van deelnemers aan de ambitiegesprekken.

Gedeelde ambitie Vitale Gemeenschappen Peel en Maas is een gemeente van gemeenschappen met veel gemeenschappelijke kenmerken, maar ook een eigen karakter. Ze wisselen initiatieven uit en zijn bereid om van elkaar te leren, elkaar te inspireren en elkaar te helpen.

“Kernen zijn verschillend. Hele actieve en meer laid back kernen.Dat wil niet zeggen dat er minder gemeenschapszin is” Gemeenschapskracht In gemeenschappen is er sprake van een gevoel van verbondenheid ofwel naoberschap. Daardoor kijken mensen naar elkaar om en helpt en zorgt iedereen voor elkaar. De kracht van nabijheid is daarbij het uitgangspunt en elkaar kennen is belangrijk. Deze verbondenheid is de basis om met elkaar de maatschappelijke opgaven en vraagstukken in een gemeenschap op te pakken. De gemeente en de maatschappelijke organisaties sluiten daarop aan en ondersteunen waar nodig en gevraagd. Gemeenschappen nemen initiatieven op het gebied van gemeenschapszorg en maken het zorgen voor elkaar weer meer vanzelfsprekend. Zodat het, ook met het gegeven dat de beschikbaarheid van (professionele) zorg onder druk staat, goed leven blijft in Peel en Maas. Gemeenschappen zetten hun kracht ook in bij de uitdagingen op het gebied van duurzaamheid en veiligheid. Er is een gedeeld verlangen naar een beeld dat iedere inwoner voor de gemeenschap in beweging wil komen en een nieuwe generatie kartrekkers op natuurlijke momenten de huidige generatie opvolgt. Daarom investeren we duurzaam in de kracht van de gemeenschap en behouden daarmee de gemeenschapszin van de generaties van de toekomst.

Het gaat hierbij nadrukkelijk om gemeenschapszin waarbij ook individualiteit tot volle bloei kan komen, zowel binnen als buiten het dorp en de daar aanwezige verenigingen.

“We moeten het normaal blijven vinden dat we als inwoners op elkaar zijn aangewezen. Naoberschap bestaat nog, en moeten we koesteren” Leefbaarheid en toekomstbestendige dorpsorganisatie Gemeenschappen spannen zich in om de leefbaarheid hoog te houden met een bijpassend voorzieningenniveau. Verenigingen en vrijwilligersorganisaties die zich inzetten voor sport, cultuur en gemeenschap spelen daarbij een grote rol en dat is primair een verantwoordelijkheid voor de gemeenschap zelf. Het bestaan van lopende én nieuwe inwonersinitiatieven wordt zoveel als mogelijk duurzaam verankerd in de wetenschap dat de continuïteit van verenigingen soms onder druk staat. Verenigingen kunnen dan vertrouwen op een gemeente die naast hen staat, vanuit een faciliterende rol en noodzakelijke procedures en regelgeving zo eenvoudig mogelijk maakt. Passende (professionele) ondersteuning, die werkt onder opdrachtgeverschap van vitale gemeenschappen, kan hierin helpend zijn. Gemeenschappen dagen zichzelf uit en gaan op zoek naar creatieve en slimme manieren van (dorps)organisatie. Zij nemen wellicht afscheid van de traditionele en gesloten manier van verenigen en gaan op zoek naar ‘nieuwe vormen’; meer open, verbinding zoekend en meegroeiend met de veranderende behoeften.

“Sommige dingen groeien uit de tijd, niet alles kan blijven bestaan. Dat vraagt om keuzes. Als je gesloten en traditioneel ergens inzit, werp je een drempel op”

63

Ruimte voor verschil Er is een gedeeld verlangen naar een gemeenschap waar iedereen er mag zijn, die open staat voor álle inwoners en die iedereen opneemt. Waar mensen benaderd worden op basis van de mogelijkheden die ze hebben en ontmoetingen tussen inwoners met verschillende achtergronden vanzelfsprekend zijn.

“Samen met elkaar doen en maken we het” Samenspel Investeren in goede relaties tussen gemeenschap, maatschappelijke partners en gemeente, die bijdragen aan de leefbaarheid van de kernen, is essentieel. Dat vraagt om een gedeelde visie over de wijze waarop de maatschappelijke partijen werken aan de ondersteuning van gemeenschappen, en de focus niet leggen op het concurreren met elkaar. Dit vergt overeenstemming over ieders rol in het realiseren van die visie waarbij meerjarige verbintenissen zorgen voor continuïteit in de relaties. Het is van groot belang dat (maatschappelijke) partners en de gemeente zich op een juiste en waarderende manier tot de gemeenschap verhouden. In dat samenspel gaan deze partijen in gezamenlijkheid op zoek naar verdergaande deregulering en maken ze wat moeilijk is gemaakt weer gemakkelijker.

“Regels leveren nooit een droom op”

64

Programma: 3.1 Gemeenschapsontwikkeling Wij zijn ervan overtuigd dat mensen het beste zélf en met elkaar bepalen hoe zij samenleven, wat zij belangrijk vinden en welke keuzes ze maken. Waar mensen elkaar kennen, zich verantwoordelijk voelen en met elkaar in gesprek gaan, ontstaan duurzame vitale gemeenschappen en initiatieven. Mensen van jong tot oud voelen zich met elkaar verbonden, zien naar elkaar om en doen naar vermogen mee. De diversiteit en kracht binnen gemeenschappen vormen het uitgangspunt, zelfsturing is de kernwaarde. Elke gemeenschap zingt daarbij zoals het gebekt is en heeft recht op een eigen tempo en ontwikkeling. Daar past een bescheiden overheid, bij die zich bewust is van haar eigen rol. We zijn betrouwbaar in de ondersteuning en in onze relaties met gemeenschappen. De maatschappelijke vraagstukken die vanuit de gemeenschappen komen, vinden we samen belangrijk. Daar waar we als overheid eigenaar zijn, nemen we regie en stemmen we af met inwoners. Kortom, we sluiten aan bij de waardevolle beweging van inwoners en gemeenschappen. Wat willen we bereiken? 1. Gemeenschappen ontwikkelen zich met de eigen ambities en in het eigen tempo. Kaderstellende uitgangspunten: • Gemeenschappen kunnen in hun proces om te komen tot toekomstbeelden, planvorming en realisatie, daar waar het eigenaarschap bij de gemeenschap ligt, rekenen op passende ondersteuning.

Dit doen we onder andere door de structurele inzet van de welzijnsorganisatie, en op maat als andere expertise gevraagd wordt; • We waarderen verenigingen en (beheer)stichtingen middels subsidie; • We waarderen, ondersteunen en stimuleren vrijwilligers. Hun inzet is essentieel voor het welzijn van onze gemeente; • Er is ruimte en toekomstperspectief voor nieuwe vormen van verenigen. We hebben oog voor de uitdagingen en dilemma’s van de bestaande verenigingen, ook als voortbestaan niet meer realistisch is; • In het samenspel tussen gemeenschap, (maatschappelijke) organisaties en gemeente is het van belang om scherp te zijn op eigenaarschap. We verwachten dat (maatschappelijke) organisaties zich aanvullend opstellen. Het kleurenschema en het model van de meervoudige overheid helpt ons bij de duiding en het gesprek erover met andere gemeentelijke programma’s en gemeenschappen.

Wat doen we ervoor in 2026 ? 1.1 We faciliteren gemeenschappen bij het maken van hun eigen, integrale toekomstbeelden. Hierin geven gemeenschappen zelf richting aan hun sociale, economische en fysieke leefomgeving. Daarbij is aandacht voor elkaars rollen en verantwoordelijkheden. In 2026 volgen we de ontwikkelingen in Grashoek en Meijel waar inwoners bezig zijn met een toekomstbeeld. We bieden ondersteuning waar nodig. 1.2 We stimuleren verbindingen tussen gemeenschappen die met eenzelfde thema bezig zijn (samen ontwikkelen) of zijn geweest (leren van elkaar). Actuele thema’s van het gezamenlijk Dorpsoverleg voor 2026 zijn communicatie, wonen, zorgzame gemeenschappen, en jeugd. Vanuit het programma gemeenschapsontwikkeling haken we structureel aan en verbinden we op inhoud. 1.3 We waarderen het werk van vrijwilligersorganisaties en subsidiëren dat via de systematiek van de waarderingssubsidies voor verenigingen en stichtingen. Met ingang van 2026 werken we met een vernieuwde 4jaarlijkse systematiek (2026-2029), die mede op basis van signalen van verenigingen en stichtingen tot stand is gekomen. 1.4 We merken een toenemende vraag om ondersteuning bij vrijwilligersorganisaties en verenigingen, onder andere bij het zoeken naar nieuwe vormen van organisatie en samenwerking.

We faciliteren ondersteuningsvragen van inwoners, verenigingen en stichtingen die de leefbaarheid bevorderen. Zo hebben we in 2026 specifiek aandacht voor accommodatievraagstukken in Baarlo en het proces rond de Droom van Grashoek. 1.5 We leveren een actieve bijdrage aan de opzet en uitvoering van het gebiedsgericht werken, met specifieke focus op onderdelen die het samenspel met betrokken inwoners en gemeenschappen betreft.

65

Wat willen we bereiken?

Wat doen we ervoor in 2026 ? 1.6 In 2026 blijft het samenspel met gemeenschappen (eigenaarschap / rollen meervoudige overheid) een belangrijk focuspunt. We gaan hierover in gesprek met gemeenschappen, eigen organisatie en (maatschappelijke) partners, aan de hand van nieuw uitvoeringsbeleid gemeenschapsontwikkeling.

2. Eigenaarschap van accommodaties ligt zo veel mogelijk bij gemeenschappen.

2.1 Op verzoek ondersteunen wij de gemeenschappen, organisaties en verenigingen bij voorkomende accommodatievraagstukken.

Kaderstellende uitgangspunten: • Het eigenaarschap van maatschappelijke accommodaties, waaronder beheer en exploitatie, is in handen van verenigingen en stichtingen. De gemeente blijft proactief in gesprek over gezond beheer en exploitatie. Wanneer de draagkracht voor vrijwilligers bij beheer en exploitatie in het geding komen, denken we mee over een passend toekomstperspectief; • Bij dit eigenaarschap kunnen gemeenschapshuizen, MFA’s, sociaal-culturele accommodaties, buitensportaccommodaties voor sporten met een bepaalde omvang en jeugd- en jongerenaccommodaties rekenen op een investeringssubsidie voor (ver)nieuwbouw of renovatie, als nut, noodzaak en toekomstbestendigheid ervan worden aangetoond.

3. Iedereen heeft mogelijkheden om actief deel te nemen en een bijdrage te leveren aan gemeenschappen. Kaderstellende uitgangspunten: • Iedereen moet mogelijkheden krijgen om zich te ontwikkelen en mee te doen in Peel en Maas; • We faciliteren initiatieven, gericht op integratie van nieuwkomers die zich hier willen vestigen.

Specifiek voor 2026: - We denken mee met een initiatief van D’n Binger over verbeteringen aan hun accommodatie om de exploitatie te verbeteren. - We denken mee met stichtingsbestuur van de Engelbewaarder in Baarlo over toekomstbeeld en eigenaarsconstruct. - We zien toe op de uitpandige verbouwing van MFA Hoës van Bree waar een personenlift wordt gerealiseerd om de toegankelijkheid te vergroten. - We denken mee met MFA Hoës van Bree over het oplossen van het vochtprobleem in de zalen beneden. 2.2 De actiepunten die voortkomen uit het nieuwe uitvoeringsbeleid maatschappelijke accommodaties worden uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn het actualiseren van de uitvoeringsregel accommodaties en het doorvertalen naar andere programma’s. 3.1 We faciliteren taallessen voor arbeidsmigranten / internationale medewerkers in Peel en Maas om integratie te bevorderen door een gedeelte te financieren vanuit WEB-middelen (Wet Educatie en Beroepsonderwijs). 3.2 We investeren in relaties en netwerken, en dagen gemeenschappen en verenigingen uit om te verkennen welke rol zij kunnen spelen om mensen mee te laten doen waarvoor betaald werk niet haalbaar is. Bijvoorbeeld in combinatie met HAL9/ Breed ontwikkelbedrijf

66

Wat doen we verder binnen dit programma ? Autonome ontwikkeling gemeenschappen • We ondersteunen zelfsturende gemeenschappen in hun eigen ontwikkeling. Dit doen we door procesmatige begeleiding van initiatieven van gemeenschappen, buurten en inwoners, onder andere via Vorkmeer. • We werken in alle kernen met een vaste kerncontactpersoon, die de relatie met de gemeenschap onderhoudt en ondersteuningsvragen doorgeleidt naar de juiste plek binnen of buiten de eigen de organisatie. • We zien er op toe dat we als organisatie rolzuiver zijn. We zijn ons bewust van onze rol en we handelen daarnaar, in contact met gemeenschappen. Het schema van de meervoudige overheid helpt ons daarbij. • We faciliteren en ondersteunen desgevraagd actieve inwoners die hun deskundigheid willen vergroten, en/of die zich inzetten om vrijwillige inspanning van andere inwoners te verhogen. • We houden aandacht voor facilitering en monitoring van onderdelen die voortkomen uit eerdere toekomstbeelden en dorpsontwikkelingsvisies. Maatschappelijke accommodaties • Initiatieven voor renovatie en (ver)nieuwbouw van maatschappelijke accommodaties worden getoetst aan het geactualiseerde beleid.

Iedereen doet mee • We dagen de gemeenschappen uit om een rol te pakken bij de integratie van nieuwkomers en wij faciliteren deze initiatieven daar waar nodig; we blijven actief in gesprek met gemeenschappen en hebben oog voor de draagkracht op het moment dat grotere groepen nieuwkomers in Peel en Maas landen. • We voeren, samen met de woningbouwcorporaties, de wettelijke taakstelling huisvesting statushouders uit. • We voeren de wettelijke taken van de Inburgeringswet 2021 uit zodat statushouders kunnen integreren en participeren. • We hebben een rol in het integreren en participeren van overige nieuwkomers (arbeidsmigranten, asielzoekers en Oekraïners). • We hebben oog voor draagkracht in de samenleving ten aanzien van participatie en integratie nieuwe inwoners. • We faciliteren de Anti Discriminatie Voorziening Limburg om meldingen van discriminatie te registreren en af te handelen. • We faciliteren Mondiaal Burgerschap, een vrijwilligersorganisatie die zich inzet voor bevordering van de interculturele dialoog in Peel en Maas. • We werken regionaal samen met andere gemeentes om sociale integratie te bevorderen. • We volgen de ontwikkelingen ten aanzien van op inclusie gerichte initiatieven

Wat mag het kosten? De baten en lasten van dit programma zijn als volgt: 2026 3.1 Gemeenschapsontwikkeling

2027

2028

2029

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

8.259.369

3.051.000

5.922.996

951.000

5.829.692

951.000

5.907.453

952.010

67

Welke claims en investeringen zijn er in 2026 met betrekking tot dit programma? In hoofdstuk 5 worden alle investeringen en claims voor 2026 specifiek toegelicht. M.b.t. programma 3.1 zijn de volgende specifieke claims opgenomen:

Claims Begroting 2026 Nr

Omschrijving van de claim

Betrekking op periode

Kosten 2026

Dekking*

Programma 3.1

11

Waarderingsubsidies

structureel

115.000

12

Subsidieregeling dorpscommunicatie

structureel

60.000

De claim m.b.t. de waarderingssubsidies heeft ook een relatie met de programma’s 3.3 Sport en bewegen en 3.4 Kunst en cultuur.

68

Programma: 3.2 Onderwijshuisvesting We geloven dat onderwijshuisvesting een belangrijke rol heeft binnen een gemeenschap en zorgen dan ook voor passende kwalitatieve huisvesting voor zowel primair onderwijs als voortgezet onderwijs. Naast de wettelijke verplichting die we als gemeente hebben voor huisvesting, zien we de fysieke locatie en het gebouw als middel om te komen tot een integrale samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang en waar mogelijk andere relevante maatschappelijke partners. Dit alles om het integraal aanbod van een doorlopende leerlijn van 0 tot 13 jaar fysiek mogelijk te maken voor primair onderwijs, en bredere koppelkansen mogelijk te maken voor het voortgezet onderwijs. Wat willen we bereiken? 1. Ontwikkeling van fysieke kindcentra waar het primair onderwijs en kind-gerelateerde partners zo optimaal mogelijk kunnen samenwerken.

Kaderstellende uitgangspunten: • Bouwheerschap en eigenaarschap ligt bij de schoolbesturen; • We bouwen toekomstgericht op basis van prognoses en de bijbehorende onzekerheid (kwantiteit) waarbij het uitgangspunt is dat in elk dorp primair onderwijs is; • We bouwen flexibel om dubbelgebruik van de beschikbare ruimte mogelijk te maken, bijvoorbeeld onderwijs én buitenschoolse opvang (kwaliteit); • We bouwen flexibel om andersoortig gebruik in de toekomst mogelijk te maken; • We stimuleren en faciliteren initiatieven van betrokken maatschappelijke partijen. Het realiseren van kindcentra is sterk afhankelijk van de financiële situatie van de kindgerelateerde partners. Hierin ondersteunen we door passende financiering mogelijk te maken zonder zelf als gemeente hierin te investeren; • Bij het stichten van nieuw- en verbouw staat het onderwijsconcept voorop. Daar waar nodig stimuleren, faciliteren en financieren we bovenwettelijke ambities met maatwerk.

Wat doen we ervoor in 2026? 1.1 We geven uitvoering aan de afspraken en activiteiten die voortkomen uit het in 2021 vastgestelde Integraal Huisvestingsplan (IHP). In 2026 hebben we specifiek aandacht voor: - Kindcentrum de Riet, Panningen Oplevering van de nieuwbouw en sloop van de huidige twee onderwijsgebouwen. Gefaseerd wordt de openbare ruimte en infrastructuur aangelegd. Tijdens de uitvoering in 2026 is er extra aandacht voor veiligheid rondom de bouw en beschikbaarheid van veilige speellocaties voor de kinderen gedurende de werkzaamheden. - Kindcentrum de Kemp, Egchel Afronden van het definitief ontwerp om vervolgens te kunnen aanbesteden en te starten met de realisatie van de ver-/nieuwbouw. Zodra de werkzaamheden van de ver-/nieuwbouw start zullen de leerlingen intrek nemen in tijdelijke huisvesting. - De Diamant en Omnibus, Baarlo Besluitvorming over het voorkeursscenario voor beide onderwijsinstellingen in samenspraak met kinderopvang. Met het voorkeursscenario wordt voorbereidingskrediet aangevraagd om de planvorming verder uit te kunnen werken. - De Liaan, Helden Starten met de uitgangspunten voor de businesscase die als input dienen voor een scenariostudie hoe de toekomstige huisvesting voor de Liaan eruit komt te zien. 1.2 We ronden eind 2025 het herijkte Integraal Huisvesting Plan (IHP) af met een nieuwe doorkijk voor de komende 16 jaar.

Dit geeft inzicht op het gebied van onderwijshuisvestingscenario’s, leerlingenprognoses, duurzaamheid, bewegingsonderwijs en financiën. In het eerste kwartaal van 2026 volgt besluitvorming door de raad. 1.3 We voltooien de herinrichting van het bestaande schoolplein van de Violier en OKC De Wereld en de realisatie van het nieuw schoolplein, inclusief aangrenzende openbare ruimte. 1.4 We continueren de zorg voor onderwijshuisvesting voor asielzoekerskinderen.

69

Wat willen we bereiken?

Wat doen we ervoor in 2026?

2. Een goede, gezonde en stimulerende fysieke leeromgeving voor het voortgezet onderwijs.

2.1 Voor het Buurtcollege start de realisatie van de semipermanente huisvesting waarin het gehele Buurtcollege voor de lange termijn gevestigd zal zijn. Hiermee komt de meerdere locaties van tijdelijke huisvesting te vervallen en hebben de leerlingen weer huisvesting onder één dak. Een deel van het programma van het Buurtcollege is gevonden in het Bouwens. Beschikbare ruimte wordt gedeeld daar waar het kan.

Kaderstellende uitgangspunten: • Bouwheerschap en eigenaarschap ligt bij de schoolbesturen; • We bouwen toekomstgericht op basis van prognoses en de bijbehorende onzekerheid (kwantiteit); • We moedigen samenwerking aan waar kan om al bestaande voorzieningen te delen (kwaliteit), zowel onderwijs als niet-onderwijs gerelateerd; • Bij het stichten van nieuw- en verbouw staat inpassing van het onderwijsconcept voorop. Daar waar nodig stimuleren, faciliteren en financieren we bovenwettelijke ambities met maatwerk; • We moedigen regionale samenwerking aan wanneer een koppelkans zich voordoet.

• • •

Wat doen we verder binnen dit programma ? Nieuwe wet- en/of regelgeving met betrekking tot onderwijshuisvesting implementeren. Bij nieuwe onderwijshuisvesting: het onttrekken van de onderwijsbestemming op het achterblijvende gebouw. We behandelen tussentijdse aanvragen van schoolbesturen voor wijziging (tijdelijke) huisvesting.

Wat mag het kosten? De baten en lasten van dit programma zijn als volgt: 2026 Lasten 3.2 Onderwijshuisvesting

3.135.819

2027

Baten 55.026

2028

Lasten

Baten

Lasten

3.122.029

55.577

3.122.597

2029 Baten 56.133

Lasten

Baten

3.121.643

Welke claims en investeringen zijn er in 2026 met betrekking tot dit programma? In hoofdstuk 5 worden alle investeringen en claims voor 2026 specifiek toegelicht. Met betrekking tot programma 3.2 zijn geen specifieke investeringen of claims opgenomen:

70

56.694

Programma: 3.3 Sport en Bewegen (Aanvullend op de missie van programma 3.1 Gemeenschapsontwikkeling) We geloven in de kracht van sport en bewegen. Deze kracht draagt bij aan de vitaliteit van gemeenschappen en aan het gezond ouder worden van onze inwoners. We zien sport en bewegen en bijbehorende accommodaties als een middel van en voor inwoners om samenhang, sportiviteit en gezondheid te bevorderen en de vitaliteit van inwoners en gemeenschappen te versterken. Het eigenaarschap van sport en bewegen ligt primair bij inwoners en gemeenschappen. Wat willen we bereiken? 1. Sport en bewegen, en de sportaccommodaties daarvoor, zijn zoveel mogelijk van de gemeenschappen zelf en zo optimaal mogelijk in gebruik.

Wat doen we ervoor in 2026? 1.1 Diverse accommodaties van de binnen- en buitensport komen in 2026 aan bod, variërend van verkennend onderzoek, besluitvorming voor voorbereidingskrediet of realisatiekrediet, tot aan uitvoering en afronding van project:

Kaderstellende uitgangspunten: • We hebben een faciliterende rol en stimuleren breedtesportverenigingen om sportaccommodaties in eigendom te hebben, te exploiteren en te beheren;

• •

• We hebben aandacht voor de toekomstbestendigheid van accommodaties in de brede zin, waarbij we meedenken in de behoeften die door de ontwikkeling van de sporten zelf ontstaan en ook over de grenzen van dorpen heen kijken;

•

• We juichen multifunctioneel gebruik toe, dit biedt vele kansen voor optimaal gebruik van de sportaccommodaties;

•

• We streven naar een optimale bezettingsgraad en aanbod van de sportaccommodaties (die we zelf exploiteren) en handelen als er aanleiding is om dit te optimaliseren;

•

• We streven naar een goed en passend aanbod van accommodaties voor de breedtesport zowel voor de binnensport als de buitensport. We juichen verenigingen en individuen die topsport willen beoefenen toe.

•

• • • •

71

We ronden de renovatie van sport- en evenementencomplex de Heuf af. Op basis van het definitief ontwerp starten we de aanbestedingsprocedure voor de sporthal in Maasbree, het terrein en de maatregelen met betrekking tot de verkeersveiligheid. We vragen een realisatiekrediet aan bij de raad. Na positief besluit kan gestart worden met de realisatie. We leveren een raadsvoorstel op met de voorkeurslocatie en het voorbereidingskrediet voor een nieuwe binnensportaccommodatie Baarlo, mogelijk in combinatie met onderwijshuisvesting. Bij positief besluit wordt gestart met de definitieve planvormig. Met Stichting Sporthallen Helden wordt het renovatieplan van de Piushallen verder voorbereid. We sorteren voor op aanvraag realisatiekrediet in 2026. De benodigde aanpassingen aan de locatie van de fusieclub PEC’20 in Panningen-Noord worden afgerond. PEC’20 vestigt zich hier in de zomer van 2026 volledig. Daarna komt sportpark De Wietel in Egchel vrij voor herontwikkeling. Op basis van het uitvoeringsbeleid maatschappelijke accommodaties en het uitvoeringsbeleid sport en bewegen stellen we de ‘uitvoeringsregeling buitensport’ op. In het najaar van 2026 voeren we de vierjarige behoeftebepaling buitensport uit voor de jaren 2027-2030. We bepalen vervolgstappen voor passende huisvesting voor Judoclub Helden op basis van het resultaat van een onafhankelijk onderzoek.

Op het Thyascomplex worden in samenspraak met stichting Thyas de noodzakelijke onderdelen gerenoveerd. We starten met een verkenning over de toekomst de Waterlaot en zwemmen in Peel en Maas.

Wat willen we bereiken? 2. Sporten en bewegen draagt bij aan de vitaliteit van de inwoners en van gemeenschappen. Kaderstellende uitgangspunten: • Gemeenschappen en inwoners geven zelf invulling aan het sportklimaat en het beweegaanbod. We ondersteunen de gemeenschap bij het verkennen van de toekomst van sport en bewegen in haar omgeving;

Wat doen we ervoor in 2026? 2.1 In 2026 herijkt het Rijk de regels voor een nieuw sportakkoord. Op basis van deze herijking actualiseren we het lokaal sportakkoord samen met gemeenschappen, maatschappelijk partners en inwoners. De ‘Brede regeling combinatiefunctionarissen” wordt ingezet ter ondersteuning en uitvoering van dit sportakkoord.

• We bouwen samen met initiatieven uit de gemeenschap aan een openbare ruimte die uitnodigt om te sporten en te bewegen. We benutten de openbare ruimte zodat deze uitnodigt om te sporten en te bewegen. We verkennen kansen bij herinrichting en we bouwen samen met initiatieven uit de gemeenschap aan beweeg- en sportmogelijkheden in de openbare ruimte.

3. We hebben oog voor nieuwe vormen van aanbod en het organiseren van sport en bewegen die ontstaan. Kaderstellende uitgangspunten: • We steunen ook initiatieven die leiden tot nieuwe vormen van sport en bewegen;

3.1 We voeren gesprekken met voetbal en tennis om hun beeld van de toekomst te verkennen en hoe recente ontwikkelingen en behoefte zoals de opkomst van padel en de behoefte voor kunstgras daar een plek in krijgen. We verwerken deze input in ons uitvoeringsbeleid.

• We spelen in op veranderingen, afhankelijk van onze verantwoordelijkheid en rol.

• • • •

• • • •

Wat doen we verder binnen dit programma ? We exploiteren onze eigen, gemeentelijke binnensportaccommodaties: We dragen zorg voor het beheer, verhuur en/of onderhoud. We bouwen samen met initiatieven uit de gemeenschap aan een openbare ruimte die uitnodigt om te sporten en te bewegen. We onderhouden goede contacten met de sportverenigingen en beheersstichtingen zodat zij ons weten te vinden en zodat wij op de hoogte zijn van belangrijke ontwikkelingen. We werken samen met de combinatiefunctionaris en andere lokale uitvoeringspartners bij het realiseren van doelen en ambities uit Lokaal Sportakkoord en GALA. Zij faciliteren de kernen, (sport)verenigingen en groepen inwoners om te sporten, te bewegen en aandacht te hebben voor een gezonde leefstijl. We ondersteunen sport- en beweeginitiatieven vanuit de gemeenschap. Dit doen we door ambtelijke advisering, subsidie en indien nodig inzet van externe expertise. We subsidiëren incidentele sportevenementen / initiatieven die passen binnen de uitvoeringsregeling Sport en Bewegen. We subsidiëren topsport met de Topsportbijdrage. Met maatschappelijk partners en gemeenschappen geven we uitvoering aan het lokale sportakkoord 2024-2026. Dit doen we door het verstrekken van subsidie aan aangesloten initiatieven, facilitering door inzet van de combinatiefunctionaris, en door regie te houden op de verantwoording van het sportakkoord.

72

Wat mag het kosten? De baten en lasten van dit programma zijn als volgt: 2026 3.3 Sport en bewegen

2027

2028

2029

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

4.459.776

1.395.880

4.708.548

1.386.809

4.737.274

1.395.288

4.774.442

1.404.777

Welke claims en investeringen zijn er in 2026 met betrekking tot dit programma? In hoofdstuk 5 worden alle investeringen en claims die voor 2026 geprioriteerd zijn specifiek toegelicht. M.b.t. programma 3.3 zijn geen specifieke investeringen en/of claims opgenomen

73

Programma 3.4 Kunst en Cultuur (Aanvullend op programma 3.1 Gemeenschapsontwikkeling) Cultuur heeft een stimulerende werking op de ontwikkeling van mensen van alle leeftijden. Daarom geloven we in de kracht van kunst- en cultuureducatie. De kracht die bijdraagt aan de verrijking van het leven en aan de geestelijke vitaliteit van de inwoners en de gemeenschap. Kunst en cultuur zet mensen aan het denken, over zichzelf en over de samenleving waarin ze leven. Door haar verbindende werking draagt het bij aan een beter begrip tussen culturen. Cultureel erfgoed is een cadeau uit het verleden dat waarde toevoegt aan ons dagelijks leven. Daarnaast stimuleert erfgoed participatie en wordt het vaak in relatie tot landschap, natuur en natuurbeleving zichtbaar gemaakt. Onder erfgoed verstaan we niet alleen monumentale gebouwen, maar ook archieven, historische landschappen, archeologische terreinen, digitaal erfgoed, verhalen en tradities die we aan elkaar doorgeven. De gemeente heeft een bijzondere verantwoordelijkheid voor het behoud van erfgoed. Door rekening te houden met het behoud en eventueel herbestemming van cultureel erfgoed wordt ook het behoud van de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd, inclusief de leefbaarheid van de kernen. Daarnaast is erfgoed een belangrijke drager voor maatschappelijke thema’s zoals leefbaarheid, jeugd en educatie. Wat willen we bereiken? 1.

De gemeenschap draagt bij aan de culturele ontwikkeling van de mens.

Wat doen we ervoor in 2026? 1.1 We ondersteunen de doorontwikkeling van DOK6 om te komen tot een toekomstbestendig cultureel centrum.

Kaderstellende uitgangspunten: • Culturele organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het aanbod. We stimuleren de integrale samenwerking tussen culturele organisaties die met elkaar initiatieven met en voor de inwoners realiseren; •

We stimuleren en ondersteunen initiatieven die tot nieuwe vormen van cultuurbeleving komen en de bestaande, zolang er bij deze laatste categorie sprake is van een toekomstbestendig perspectief;

•

Het aanbod is toegankelijk, zichtbaar, betaalbaar en divers omdat dit sociale en economische verschillen tussen mensen verlaagt;

•

Culturele organisaties hebben aandacht voor mensen voor wie meedoen aan cultuur niet vanzelfsprekend is;

•

De kracht van cultuureducatie zetten we vooral in voor de culturele en creatieve ontwikkeling van het kind.

1.2 We voeren gesprekken met regiogemeenten en met ondersteunen Omroep P&M in over de overgang naar een streekomroep, in lijn met de nieuwe Mediawet. Dat doen we met oog voor het behoud van lokale betrokkenheid en dienstverlening voor de inwoners van Peel en Maas. 1.3 We ondersteunen Museum Peel en Maas bij de professionalisering, het vergroten van zichtbaarheid en de samenwerking met erfgoed en onderwijspartners. 1.4 Op basis van een nieuw op te stellen meerjarenplan werken we toe naar een nieuwe subsidieverlening aan Bibliotheek Maas en Peel als laagdrempelige, verbindende plek met vijf vestigingen in onze gemeente. 1.5 We zorgen ervoor dat het nieuwe netwerk cultuurorganisaties Peel en Maas (Vonk) ondersteund wordt in het organiseren van cultuur educatieve en – participerende activiteiten.

2. Cultuur draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven.

2.1 We waarderen jongerencentra, omdat zij een broedplaats kunnen zijn voor culturele activiteiten. Hierop maken we het culturele veld op alert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=54d2b46e-abe4-4e91-acae-1bdf32ae2735