2025-082 04 Begroting 2026 Peel en Maas
Tekst van het document
Deze budgetten zijn niet eerder opgenomen in het kredietvoorstel voor tijdelijke- en semipermanente huisvesting. Bij nieuwbouw wordt niet direct het volledige schoolgebouw ingericht. Dan wordt de inrichting gebaseerd op de bruto vloeroppervlakte voor het aantal leerlingen dat de school heeft. Met het budget, waar het Buurtcollege aanspraak op maakt als nieuw gestichte en groeiende school, kan onder andere los meubilair (tafels/stoelen), digitale schermen en/of andere onderwijs specifieke inboedel worden aangeschaft. Na aanschaf is het de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur om het mogelijk onderhoud en instandhouding te faciliteren. Vanuit de stichtingskostenbedragen vanuit nieuwbouw wordt de losse inrichting niet meegenomen. Op basis van de landelijke modelverordeningen zijn de normbedragen bepaald en met de huidige leerlingenprognoses leidt dat in 2026 tot € 465.300 aan kosten en ontstaan ook de daaropvolgende jaren nog kosten. Dit moment is gebaseerd op de ingebruikname van de (semi)permanente huisvesting van het Buurtcollege. Het bedrag van de vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de al toegekende bedragen en de nieuw berekende vergoeding. Het voorstel is deze incidentele kosten te dekken uit de algemene reserve. 7.
Samenwerkingsverband NOVEX Relatie met programma 1.1: Vitale leefomgeving In het samenwerkingsverband NOVEX werken we -rijk en regio- samen aan een natuurlijke, ondernemende en leefbare Peel. Dit doen we vanuit een gezamenlijk kompas op de toekomst van het gebied, het Zich Ontwikkelend Perspectief 2050. Op basis van een Regionale Uitvoerings en Investeringsagenda zijn in NOVEX verband sleutelhema’s benoemd, die een vliegwiel vormen voor de ontwikkeling van De Peel. Deze worden uitgewerkt tot concrete projecten en programma’s en gefinancierd door rijk en regio gezamenlijk. Met bijpassende strategieën, experimenten en arrangementen: ruimtelijk, financieel, juridisch en innovatief. Met en voor de streek: samen aan het roer. Een belangrijke eerste stap is het oormerken van de 150 mln. aan bestaande budgetten bij provincies en waterschappen. Het Rijk is via het BOL uitgenodigd om een vergelijkbare stap te zetten en commitment hierop uit te spreken. Zodat de financiële samenwerking verder kan worden uitgewerkt en een begin kan worden gemaakt aan de uitvoer van de sleutelprojecten, waaronder: circulaire varkenshouderijen en hoogproductieve land- en tuinbouw. 8. Digitale toepassingen en gegevensopslag op afstand (SAAS) Relatie met programma 6.1: Bestuur, communicatie en dienstverlening Momenteel gebruiken we veel eigen versies van toepassingen in ons rekencentrum.
We worden nu door de markt verplicht om over te stappen naar clouddiensten (SaaS). Hierdoor stijgen de kosten, omdat we nu moeten betalen voor het gebruik van deze diensten en de bijbehorende ondersteuning. Daarnaast moeten we nog steeds zelf zorgen voor veilige toegang voor onze gebruikers en ervoor zorgen dat deze diensten op een juiste wijze beschikbaar zijn voor iedereen.
31
9. Vervangen Geo-informatie architectuur Relatie met programma 6.1: Bestuur, communicatie en dienstverlening De GEO-informatie architectuur die we gebruiken dateert van 2012. Deze hebben we steeds bijgewerkt naar de laatst beschikbare versies. Deze is nu aan zijn einde van zijn levensduur gekomen en wordt niet langer meer ondersteund door de leverancier. Daarom is vervanging noodzakelijk zodat deze blijft voldoen. 10. Ophogen budget vervanging mobiele ICT-apparaten voor gebruikers Relatie met programma 6.1: Bestuur, communicatie en dienstverlening De mobiele apparaten die medewerkers gebruiken worden periodiek vervangen zodat we kunnen blijven vertrouwen op een juiste werking. Door de groei van onze organisatie moeten we het vervangingsbudget verhogen. 11. Waarderingssubsidies Relatie met programma’s 3.1 Gemeenschapsontwikkeling, 3.3. Sport en bewegen en 3.4 Kunst en Cultuur Waarderingssubsidies zijn bedoeld voor verenigingen, stichtingen en vrijwilligersorganisaties die structureel bijdragen aan het sociale en culturele leven in de gemeente. Deze waarderingssubsidie erkent de maatschappelijke waarde van activiteiten in het kader van sport, muziek en cultuur. De uitvoeringsregeling subsidiëring van verenigingen, stichtingen en vrijwilligersorganisaties Peel en Maas is geactualiseerd waarbij er enkele aanpassingen hebben plaatsgevonden.
In de geactualiseerde regeling ontvangt elke organisatie een vaste bijdrage en worden de bankkosten vergoed. In deze nieuwe regeling mogen ook buurtverenigingen een waarderingssubsidie aanvragen. De kosten volgens de nieuwe regeling komen € 115.000 hoger uit dan het huidige budget vanwege de vaste bedragen per organisatie, compensatie voor bankkosten en het opnemen van buurtverenigingen als subsidiabele organisaties. 12. Subsidieregeling dorpscommunicatie Relatie met programma’s: 3.1 Gemeenschapsontwikkeling en 6.1. Bestuur, communicatie en dienstverlening In vrijwel elk dorp is er een initiatief, actief of in oprichting, op het gebied van dorpscommunicatie en informatievoorziening. De initiatiefnemers voorzien met hun medium de inwoners, ondernemers en organisaties in het dorp van nieuws en informatie en dragen op deze manier bij aan gemeenschapszin en ontwikkeling. Het gaat bijvoorbeeld om een website, social media-kanalen, een digitale of fysieke nieuwsbrief of een fysiek blad, of een combinatie van deze kanalen. We willen -vooruitlopend op de kaderstelling van programma 6.1 Bestuur, communicatie en dienstverlening- deze initiatieven graag faciliteren en ondersteunen vanuit de verantwoordelijkheid die we als gemeente voelen voor het stimuleren van gemeenschapsontwikkeling en voor de informatievoorziening in Peel en Maas.
Met een subsidieregeling kunnen we initiatiefnemers ontzorgen in hun kosten die samenhangen met deze dorpscommunicatie en informatievoorziening. In het eerste jaar van de regeling houden we een evaluatie met de initiatiefnemers om te beoordelen of de regeling aan de behoefte voldoet. Het betreft een structurele claim van € 60.000 per jaar vanaf 2026. 13. Onderhoud openbaar groen Relatie met programma 1.2. Beheer fysieke leefomgeving De hoge inflatie houdt al enkele jaren aan. Het veranderende klimaat vraagt om andere keuzes qua aanleg en beheer, waarbij steeds vaker wordt gekozen voor de aanleg van beplanting in plaats van verhardingen of kort gemaaid gras. Ook onze inwoners vragen steeds vaker om hun omgeving te verfraaien met groen. Verder is het areaal afgelopen jaren toegenomen door de uitbreiding van woonwijken zoals Weidebos, Beukenhof en Dörper Tore. Ook het 7.319 bomenplan en de aanleg van extra speelvoorzieningen heeft ertoe geleid dat we meer areaal moeten onderhouden. We zien ook dat droogte en hitte leiden tot meer onderhoud aan bomen en planten. Een verhoging van het onderhoudsbudget openbare ruimte is daarom noodzakelijk om de openbare ruimte veilig te houden en te kunnen onderhouden op de door de gemeenteraad vastgestelde kwaliteitsniveaus. Totaal benodigd is € 200.000 waarvan het aandeel van de meerkosten m.b.t. inflatie € 100.000 is.
Zonder deze extra middelen kan het kwaliteitsniveau van het openbaar groen niet overal op het huidige peil blijven.
32
14. Digitale ontwikkeling en AI Relatie met programma 6.1: Bestuur, communicatie en dienstverlening Ontwikkelingen in de data en kunstmatige intelligentie/ artificial intelligence (AI) volgen elkaar in snel tempo op. Het is van belang daar als gemeentelijke organisatie op aan te haken en deze ontwikkelingen te faciliteren. Voor de inzet van externe expertise en voor training en opleiding van medewerkers is een werkbudget nodig. Het gaat om een tijdelijk budget van € 150.000 gedurende drie jaar. Het voorstel is om deze middelen te onttrekken aan de algemene reserve. 15. Versnelling wonen Relatie met programma 1.1 Vitale leefomgeving Om in alle kernen te komen tot een woningmarkt in balans willen we intensiever gaan werken met gebiedsregie. Per kern worden alle maatschappelijke vraagstukken met een ruimtelijke impact in samenhang met elkaar in beeld gebracht en afgewogen. Hierdoor ontstaat beter inzicht in te maken ruimtelijke afwegingen en kan een ontwikkelstrategie per dorp worden bepaald ter ondersteuning van een gerichte, actieve grondpolitiek. In 2025 hebben we al goede ervaringen opgedaan met gebiedsregie, genoeg om in 2026 de werkzaamheden te verbreden naar extra gebieden. Daarnaast is budget nodig voor versnellingsacties. Deze zijn gericht op: procesverbetering, klantbeleving, communicatie m.b.t.
wonen, kansen verzilveren in realisatie van woningen en een dashboard Wonen. We stellen voor om voor het jaar 2026, bovenop de eerder begrote € 150.000 voor 2026, nu extra activiteitenbudget te creëren van € 50.000 en ook voor de volledige duur van de opgave (t/m 2028) een budget beschikbaar te stellen van € 200.000 per jaar. Als dekking voor deze kosten zetten we de algemene reserve in. Hiermee sluiten wij aan op de unaniem ingebrachte en vastgestelde motie M70 d.d. 1 juli jongstleden waarin is gezegd dat de ambtelijke capaciteit geen belemmering mag zijn in de voortgang en versnelling van woningbouwprojecten.
33
G. EMU saldo en geprognotiseerde balans De begroting van Peel en Maas is gebaseerd op het stelsel van baten en lasten. Dit betekent bijvoorbeeld dat kosten van investeringen niet volledig ten laste van het begrotingsjaar worden gebracht maar door kapitaallasten worden ‘uitgesmeerd’ over meerdere jaren. De Rijksoverheid werkt op basis van het kasstelsel en alle kosten komen daarbij volledig ten laste van het jaar van uitgave. Het gevolg daarvan is dat de begroting van de gemeente moet worden ‘vertaald’ naar het kasstelsel, om te kunnen bepalen in hoeverre gemeenten een tekort hebben in het kader van de EMU. In de septembercirculaire 2025 is per gemeente aangegeven wat de individuele referentiewaarde is. Voor Peel en Maas geldt een waarde van € 6.667.000 als richtlijn voor een maximaal tekort. De werkelijk verwachte EMU-saldi blijven daar ruim onder. Het EMU-overzicht voor Peel en Maas ziet er als volgt uit: EMU overzicht (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
+
4.445
-627
642
1.050
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
+
8.557
9.516
10.667
11.490
3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie
+
490
520
737
753
-/-
11.000
11.000
11.000
11.000
+
0
0
0
0
+
0
0
0
0
-/-
3.077
2.945
2.432
1.973
+
782
2.401
3.135
2.401
-/-
755
1.177
371
1.002
0
0
0
0
Nee
Nee
Nee
Nee
-558
-3.313
1.378
1.719
4 5
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa:
6
7 8 9
Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie: Baten voor zover transacties niet op exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de 10 reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten 11 Verkoop van effecten: a
Gaat u effecten verkopen? (ja/nee)
b
Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie? Berekend EMU-saldo
Om het inzicht in de financiële positie van gemeenten te vergroten is in het BBV voorgeschreven dat in de begroting ook een geprognotiseerde balans voor het begrotingsjaar moet worden opgenomen. Die balans is gebaseerd op de werkelijke eindbalans 2024 en vervolgens zijn de individuele posten doorgerekend naar het boekjaar 2026 en verder. Dat betekent dat deze balans dus grotendeels is gebaseerd op ramingen. Daarom moet de balans met enige terughoudendheid worden gebruikt als het gaat om de informatiewaarde ervan.
34
Geprognotiseerde balans 2025 – 2028 Activa Immateriële vaste activa
1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
5.509.190
5.230.866
4.956.370
4.686.641
Passiva
1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
Eigen vermogen
66.731.049
64.202.679
63.412.225
63.768.784
Materiële vaste activa
171.342.800 165.566.106 169.732.147 174.107.367
Voorzieningen
22.227.325
20.297.760
19.640.776
20.007.309
Financiële vaste activa
10.395.267
Vaste schulden
82.969.406
81.240.377
86.503.679
89.541.844
Totaal vaste activa Voorraden
10.263.321
10.187.640
9.843.406
187.247.257 181.060.293 184.876.157 188.637.414 474.229
474.229
474.229
474.229
10.894.519
10.894.519
10.894.519
10.894.519
Liquide middelen
225.359
225.359
225.359
225.359
Overlopende activa
4.117.071
4.117.071
4.117.071
Totaal vlottende activa
15.711.178
15.711.178
15.711.178
Uitzettingen met een rente-typische looptijd < 1 jaar
Totaal activa
Totaal vaste passiva
171.927.780 165.740.816 169.556.680 173.317.937
Netto vlottende schuld met rentetypische looptijd < 1 jaar
13.908.741
13.908.741
13.908.741
13.908.741
4.117.071
Overlopende passiva
17.121.914
17.121.914
17.121.914
17.121.914
15.711.178
Totaal vlottende passiva
31.030.655
31.030.655
31.030.655
31.030.655
202.958.435 196.771.471 200.587.335 204.348.592
Totaal passiva
35
202.958.435 196.771.471 200.587.335 204.348.592
6. Programmabeschrijvingen Leeswijzer: De begroting 2026 is opgebouwd uit 6 thema’s met 11 programma’s. Bij de beschrijving van de programma’s komen de drie ‘W’ vragen aan de orde: 1) Wat willen we bereiken? 2) Wat doen we ervoor in 2026? 3) Wat gaat het kosten? De vraag ‘Wat willen we bereiken?” betreft de doelen die in de kaderstellingen bij de betreffende programma’s zijn bepaald en zijn de kaderstellende uitgangspunten benoemd. Bij programma 6.1 Bestuur, communicatie en dienstverlening moet de kaderstelling nog worden geactualiseerd en zijn dan ook nog geen kaderstellende uitgangspunten opgenomen in de beschrijving. Bij de vraag ‘Wat doen we ervoor in 2026?’ zijn de activiteiten/uitvoeringsafspraken opgenomen waaraan in 2026 prioriteit wordt gegeven. Verder hebben we het onderdeel ‘Wat doen we verder nog binnen dit programma?’ opgenomen. Daarin staat welke (min of meer) reguliere werkzaamheden allemaal worden verricht binnen een programma om een zo compleet mogelijk beeld te geven van hetgeen er allemaal gebeurt voor het budget dat per programma beschikbaar is. Als onderdeel van “Wat mag het kosten?” is bij de betreffende programma’s opgenomen welke investeringen en claims in 2026 worden voorgesteld in deze begroting.
36
Vastgesteld beleid Per thema zijn door de gemeenteraad al verschillende kaderstellende besluiten genomen. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de belangrijkste besluiten per thema: Thema 1: ruimte • Structuurvisie buitengebied • Bestemmingsplan buitengebied • Structuurvisie kernen en bedrijventerreinen • Beleidsuitgangspunten permanente bewoning recreatieterreinen • Vaststelling structuurvisie wonen Noord-Limburg • Bestemmingsplan buitengebied 3de reparatieherziening • Uitgangspunten windenergie • POL-uitwerking regionale energievisie • Verordening startersleningen • Huisvesting arbeidsmigranten • POL-uitwerking regionale visie land- en tuinbouw Noord-Limburg en regionaal ruimtelijk kwaliteitskader • Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 / Bodemfunctieklassenkaart en Bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord • Uitgangspunten Regionale EnergieStrategie (2020-018) • Verordening startersleningen gemeente Peel en Maas aanpassen aan de verruimde mogelijkheden van de provincie (2020-034) • Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 (2020-047) • Regionale Energiestrategie - RES 1.0 (2021-028) • Bodemkwaliteitskaart wegbermen gemeente Peel en Maas (2021-029) • Waterketenplan Noord 2021 – 2025 en Gemeentelijk RioleringsPlan Peel en Maas 2022 – 2026 • Participatiebeleid Omgevingswet Peel en Maas • Adviesrecht van de raad onder Omgevingswet • Subsidieverordening
Investeringsagenda Regio Noord Limburg • Transitievisie Warmte • Verordening op de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit • Omgevingsvisie Peel en Maas • Invulling behoefte woonwagenstandplaatsen • Aanpassing beleid huisvesting arbeidsmigranten • Wegsleepverordening Peel en Maas • Kaderstelling Ruimte 2024 • Nieuwe achtervangovereenkomst Waarborgfonds sociale woningbouw • Nota grondbeleid Peel en Maas • Intrekken kwaliteitskader buitengebied en Nota ruimtelijke kwaliteit Thema 2 : sociaal domein • Meerjarige pilot hulp bij het huishouden als werking van vitale gemeenschappen. • Aanpassing in beleidsnotitie pilot algemene voorziening hulp bij het huishouden • Regionale samenwerking voor inwoners met complexe problematiek • Bekostiging leerlingenvervoer gemeente Peel en Maas • Regionaal beleidsplan jeugd 2022 e.v. • Dorpsvoorziening hulp bij het huishouden • Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Peel en Maas Breed offensief • Gemeentelijk toezicht op het openbaar primair onderwijs • Kaderstelling Sociaal domein 2024 • Actualiseren verordeningen Sociaal Domein • Intrekken strategische koers NLW • Actualiseren verordeningen Maatschappelijke ondersteuning • BTW-vrijstelling Hulp bij het huishouden 37
17 december 2008 5 november 2013 31 maart 2015 14 april 2015 19 april 2016 18 oktober 2016 15 maart 2017 4 december 2018 26 maart 2019 16 april 2019 25 juni 2019 3 maart 2020 12 mei 2020 23 juni 2020 22 september 2020 8 juni 2021 8 juni 2021 12 oktober 2021 9 november 2021 9 november 2021 21 december 2021 21 december 2021 22 februari 2022 5 juli 2022 13 december 2022 10 oktober 2023 6 februari 2024 17 april 2024 23 april 2024 27 juni 2024 24 juni 2025
7 november 2017 5 februari 2019 21 december 2021 21 december 2021 21 december 2021 21 december 2021 4 juli 2023 6 juni 2023 17 april 2024 23 april 2024 27 juni 2024 17 december 2024 17 december 2024
Thema 3: vitale gemeenschappen • Hoofdlijnen van het subsidie en accommodatiebeleid • Bekostigingssystematiek buitensportaccommodaties • Erfgoedverordening • Toekomstig zwemaanbod Peel en Maas • Muziekonderwijs • Bibliotheek Maas en Peel • Zelfsturing 3.0 • Verlenging Pilot Zelfsturing 3.0 • Integraal huisvestingsplan (IHP) 2021-2026 • Kaderstelling Kunst en Cultuur – onderdeel Erfgoed • Kaderstelling vitale gemeenschappen 2024 • Actualiseren algemene subsidieverordening • Toekomst Kasteel de Keverberg Thema 4: toekomstbestendige economie • Structuurvisie kernen en bedrijventerreinen • Provinciaal omgevingsplan Limburg-uitwerking detailhandel • POL-uitwerking werklocaties regionale visie bedrijventerreinen Noord-Limburg • POL-uitwerking werklocaties regionale visie kantoren Noord-Limburg • Regionaal beleid vrijetijdseconomie • Marktverordening • Verordening winkeltijden • Evaluatie beleid huisvesting arbeidsmigranten short stay 2019 • Kaderstelling Economie 2024 Thema 5: integrale veiligheid • Vaststelling Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Peel en Maas 2024 • Kaderstelling integrale veiligheid 2025 Thema 6: bestuur, communicatie en dienstverlening • Perspectievennota “Toekomst in beeld” • Missie en kernwaarden zelfsturing, duurzaamheid, diversiteit • Kaderstelling bestuur, communicatie en dienstverlening • Treasury-statuut • Archiefverordening • Regiovisie Noord-Limburg
2040 • Advies aanwijzing Omroep P&M als lokale publieke media-instelling • Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid Peel en Maas • Verordening klankbordgesprekken burgemeester en raad Peel en Maas • Gedragscode integriteit gemeenteraad Peel en Maas 2022 • Verordening commissie bezwaarschriften en klachten Peel en Maas • Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning • Financiële verordening en controleverordening • Nota reserves en voorzieningen 2023 • Notitie Activabeleid De bovenstaande lijst is niet limitatief.
38
21 december 2010 6 mei 2014 30 september 2025 30 juni 2015 29 september 2015 7 maart 2017 4 december 2018 23 maart 2021 8 juni 2021 21 maart 2023 17 april 2024 17 december 2024 24 juni 2025 14 april 2015 6 juni 2017 6 juni 2017 6 juni 2017 19 december 2017 20 februari 2018 4 december 2018 20 april 2021 17 april 2024 24 september 2024 15 april 2025 17 september 2008 22 juni 2010 13 maart 2018 4 december 2018 5 februari 2019 12 mei 2020 30 september 2025 22 september 2020 8 juni 2021 21 december 2021 5 juli 2022 11 oktober 2022 4 juli 2023 4 juli 2023 4 juli 2023
Thema 1: Ruimte Hieronder staat de gedeelde ambitie voor het thema Ruimte. Een ambitie van inwoners, ondernemers en organisaties die met ons willen werken aan een Peel en Maas waarin het goed leven is. Als gemeente onderschrijven wij deze ambitie van harte. Tussen aanhalingstekens zijn quotes opgenomen van deelnemers aan de ambitiegesprekken.
Gedeelde ambitie Ruimte Peel en Maas is trots op de kwaliteiten die de leefomgeving vitaal maken en draagt dit uit. Hier wordt de ruimte beleefd en is deze ruimte toekomstbestendig. Door de veelheid aan opgaven en uitdagingen neemt de vraag naar ruimte nog steeds toe. In deze complexiteit worden toekomstbestendige keuzes gemaakt. Op die wijze worden de grote opgaven op het gebied van natuur, recreatie, wonen, industrie en landbouw aangepakt. Uitgangspunt bij de aanpak van de grote opgaven en bij nieuwe ontwikkelingen is dat deze ook daadwerkelijk bijdragen aan de landschappelijke waarden en kwaliteiten en aan vitale gemeenschappen. Gemeenschappen hebben de ruimte om zelf mee vorm en inhoud te geven aan de fysieke leefomgeving waarin inwoners, ondernemers en organisaties gezond wonen, werken en ondernemen.
“We zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de leefomgeving”
Ruimte In Peel en Maas is ruimte voor een energietransitie die passend is bij de kwaliteiten die ons kenmerken. Hier is ruimte voor natuur en biodiversiteit die respectvol beleefd kan worden. Hier is ruimte voor een agrarische sector die zich verder ontwikkelt naar een sector die onderneemt met respect voor de omgeving waar hij onderdeel van uitmaakt.
“Kringloop-denken en energietransitie zijn belangrijk”
Identiteit van kernen en landschap De woon- en klimaatopgave vragen, evenals in de afgelopen jaren, aandacht en zorg van de samenleving. De versterking van de identiteit van kernen en de kenmerkende waarden en kwaliteiten van de landschappen blijft hierbij een uitgangspunt. Woningen voor iedereen dragen bij aan de vitaliteit van gemeenschappen en kernen. Woningbouwprojecten dragen bij aan de identiteit van de kernen en een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte.
“Kleine kernen met eigen identiteit en leefbaarheid zijn de kracht van Peel en Maas”
Toekomstbestendige openbare ruimte De openbare ruimte is toekomstbestendig ingericht. Er is ruimte voor ontmoeting, duurzame veranderingen op het gebied van mobiliteit, biodiversiteit, duurzaamheid en klimaat. Gebruikers hebben invloed op het ontwerp en het beheer van deze ruimte. Waarbij het niveau van beheer en onderhoud past bij de wijze waarop deze openbare ruimte gebruikt wordt. Zo ontstaat een leef-, werk- en vrijetijdsomgeving die van en voor iedereen is en waar inwoners actief gebruik van maken en zich mentaal eigenaar van voelen.
“Je fijn voelen in de eigen leefomgeving is belangrijk”
Transitie landelijk gebied De transitie in het landelijk gebied geven ondernemers, inwoners en organisaties in samenspraak met elkaar vorm, waarbij de landschappelijke waarden bron van inspiratie vormen. Er is ruimte voor natuurinclusieve landbouw, nieuwe verdienmodellen, natuur, biodiversiteit en de reguliere land- en tuinbouw die zich verder ontwikkelt naar een toekomstbestendige sector die onderneemt met respect voor de omgeving waar hij onderdeel van uitmaakt. Er is ruimte voor ideeën en creativiteit van de inwoners en organisaties die hier wonen, werken en ondernemen.
“Probeer om te denken, het moet anders”
Economie en ecologie in balans We gaan als Peel en Maas voor een gemeente waarin de ruimte duurzaam beleefd wordt. Waarin economie en ecologie met elkaar in balans zijn. Ten aanzien van het toekomstbestendig houden van onze ecologie vragen bodem- en waterkwaliteit de komende jaren onze gezamenlijke aandacht en inspanning.
“De stem van de natuur en unieke plekken moeten we meer laten horen”
39
Programma 1.1 Vitale leefomgeving In Peel en Maas zijn we trots op de kwaliteiten die onze leefomgeving vitaal maken en dragen dit uit. De fysieke leefomgeving ondersteunt een vitale gemeenschap. Gemeenschappen wonen, werken en verblijven er aangenaam met elkaar en geven zelf mee inhoud aan de ontwikkelingen en behoeftes in hun omgeving. We stellen onszelf en elkaar bij nieuwe ontwikkelingen de vraag of deze ook daadwerkelijk bijdragen aan een vitale gemeenschap en het goede leven in Peel en Maas. Ruimte is schaars. De vele opgaven die spelen, zoals woningbouw, landbouwtransitie, bedrijfsontwikkeling, natuurontwikkeling, energietransitie en klimaatadaptatie vragen om ruimte. Deze opgaven worden in onderlinge samenhang opgepakt waarbij kwaliteit en toekomstbestendigheid leidend zijn. Wat willen we bereiken? 1. Versterking van de ruimtelijke kwaliteit is het uitgangspunt, met extra aandacht voor natuurinclusiviteit.
Wat doen we ervoor in 2026? 1.1 We werken aan het actualiseren van de
Kaderstellende uitgangspunten: • Groen, water en biodiversiteit zijn belangrijk bij ruimtelijke ontwikkelingen in boven- en ondergrond. Bouwen wordt natuurinclusief, dat wil zeggen met ruimte voor waardevol groen en waterberging aan de oppervlakte; • We geven als gemeente het goede voorbeeld en gaan uit van natuurinclusiviteit bij (her)ontwikkelingslocaties, herinrichtingen, natuurlijk bermbeheer, gemeentelijke eigendommen, etc.; • Bij relevante fysieke veranderingen (publiek en privaat) kiezen we voor maatregelen die naast het versterken van biodiversiteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en hittestress ook bijdragen aan een gezondere en aantrekkelijkere leefomgeving; • We creëren een samenhangend netwerk van groenblauwe structuren (aders) tussen bijzondere natuurwaarden en in de bebouwde omgeving;
Omgevingsvisie Peel en Maas waarin de waarden en kwaliteiten van onze fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Onze kernen krijgen hierin een prominentere rol. Onder andere de dorpsontwikkelingsvisies en de eerste ervaringen met gebiedsgericht werken (o.a. in Kessel) geven hier input voor. Aanvullend maken we 2026 ruimte voor een participatieproces met onze gemeenschappen, medeoverheden en partners. We verwachten eind 2026 een ontwerp ter inzage te kunnen leggen. 1.2 Bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouwinitiatieven, uitbreiding bedrijventerreinen en herinvulling van Vab’s, hanteren wij het vastgestelde programma ruimtelijke kwaliteit om te beoordelen of de ontwikkeling in voldoende mate bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Waar dit verplicht of wenselijk is brengt de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) hierin een advies uit en vertalen we dit in een omgevingsvergunning en zien hierop toe. 1.3 In het kader van de uitvoering van het Nationaal Isolatieprogramma, realiseren we in 2026 14 alternatieve kraamverblijven voor beschermde vogelen vleermuissoorten verspreid over de gemeente om woningen op korte termijn duurzaam en natuurvriendelijk te kunnen isoleren. Zo voldoen we aan de Wet Natuurbescherming (zie ook 5.2).
1.4 In het kader van de uitvoering van het Nationaal Isolatieprogramma, stellen we een soortenmanagementplan op voor de gebouwde omgeving van de gemeente om woningen op lange termijn duurzaam en natuurvriendelijk te kunnen isoleren. Zo voldoen we aan de Wet Natuurbescherming (zie ook 5.2.). 1.5. Er zal een nieuwe analyse intensieve veehouderij worden opgesteld, waarin de actuele milieueffecten van deze sector weer in beeld worden gebracht.
40
Wat willen we bereiken? 2. Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving zijn vitale gemeenschappen een belangrijk uitgangspunt. Kaderstellende uitgangspunten: •Binnen die globale ruimtelijke gemeentelijke kaders is ruimte voor de creativiteit en eigenaarschap van vitale gemeenschappen; • Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving is communicatie en participatie essentieel om belangen, ideeën en creativiteit uit de gemeenschappen op tijd in de planvorming mee te nemen. Het voeren van “het goede gesprek” is hierbij een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen; • We blijven hierover het gesprek voeren met onze samenwerkingspartners, zodat dit ook hún waarde wordt als ze met inwoners van Peel en Maas werken.
Wat doen we ervoor in 2026? 2.1 Op basis van onze ervaringen in 2025 geven we in de komende jaren het omgevingsplan Peel en Maas meer vorm en inhoud. Hierin maken we een eerste stap naar planvorming die meer uitgaat van doelen en minder van regels. Hierdoor ontstaat binnen kaders meer ruimte voor de gemeenschap om mee inhoud te geven aan de fysieke leefomgeving. In de komende jaren werken we, met de uiterlijke datum van eind 2031 in het achterhoofd, stap voor stap toe naar een vaststelling van een gebiedsdekkend omgevingsplan. Om ervaring op te doen met het omgevingsplan, wordt een eerste deelgebied van het omgevingsplan in 2026 voorgelegd aan de raad. 2.2 Bij het opstellen van de omgevingsvisie en het omgevingsplan betrekken we nadrukkelijk onze gemeenschappen en samenwerkingspartners om te komen tot werkbare kaders met voldoende ruimte voor creativiteit en eigenaarschap. Dit doen we onder andere door in 2026 verder vorm te geven aan gebiedsgericht werken en concrete stappen te zetten met het opstellen van een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief (ROP) voor iedere kern. De ROP’s geven richting aan de ontwikkelopgaven (bijv. wonen) in de kernen en vormen input voor de omgevingsvisie. 2.3 We gebruiken onder meer de Omgevingsvisie 2.0 om ons sociaaleconomisch profiel in relatie tot de gestage groei naar een gemeente van 50.000 inwoners verder in te kleuren.
2.4 Bij elke ruimtelijk ontwikkeling in de fysieke leefomgeving wijzen we initiatiefnemers op het voeren van het goede gesprek en de handreiking Participatie die onderdeel uitmaakt van het participatiebeleid. 2.5 We evalueren de wijze waarop invulling wordt gegeven aan participatie bij nieuwe initiatieven. We onderzoeken wat de ervaringen zijn met het nieuwe participatiebeleid onder de Omgevingswet en hoe de handreiking wordt gebruikt en ervaren. Op basis hiervan bepalen we of aanpassing van het participatiebeleid nodig is.
3. De economische ontwikkeling is ondersteunend aan vitale gemeenschappen, in balans met ruimtelijke waarden en stimuleert een gezonde arbeidsmarkt. Kaderstellende uitgangspunten: •Ruimtelijk faciliteren we bedrijven, die geworteld zijn of zich willen wortelen in de samenleving, met bijzondere aandacht voor de agrarische sector, het MKB (industrie en retail) en recreatie en toerisme. Samen met ondernemers werken we aan de kwaliteit van de werklocaties. We zetten in op herstructurering boven uitbreiding. Als herstructurering onvoldoende mogelijkheden biedt, is uitbreiding mogelijk;
41
3.1 Het college stelt kaders op voor het ontwikkelen van tijdelijke huisvesting van woonurgenten in leegstand agrarisch vastgoed in de kernrandzones. 3.2 We onderzoeken en benutten waar mogelijk de kansen die gebiedsprocessen zoals een NOVEX gebied de Peel (bijv. de impulsregeling en sleutelthema’s) en het HWBP bieden voor transitie van met name de agrarische sector in het landelijke gebied.
Wat willen we bereiken?
Wat doen we ervoor in 2026?
•We bieden mogelijkheden aan hergebruik van leegstaand agrarisch vastgoed voor recreatie/toerisme, bedrijvigheid en bij kernrandzones voor het ontwikkelen van tijdelijke huisvesting voor een mix van woonurgenten, met als streven dat de locatie na 15 jaar wordt omgezet naar natuur en groen of een andere geschikte bestemming.
4. De fysieke leefomgeving draagt bij aan een gezond leven en is klimaatadaptief en klimaatbestendig.
4.1 We voeren het project Grenzeloos meten 2.0 uit. Dit geeft ons inzicht in de lokale luchtkwaliteit en biedt handelingsperspectief.
Kaderstellende uitgangspunten: •Gezondheid en veiligheid zijn belangrijke afwegingsfactoren bij ruimtelijke plannen;
4.2 Duurzaamheid en klimaatadaptief hadden al een prominente rol in de omgevingsvisie. Op basis van de bouwstenen gezondheid en veiligheid (opgesteld door de GGD en Veiligheidsregio) geven we nu ook deze thema’s een prominentere rol in de omgevingsvisie 2.0.
•We verbeteren het leefklimaat en Peel en Maas is in 2050 klimaatbestendig; •Bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij nieuwe initiatieven worden klimaatadaptieve maatregelen toegepast. Bij herontwikkeling zoeken we actief en innovatief naar mogelijkheden om klimaatadaptieve maatregelen toe te passen.
5. Peel en Maas is energieneutraal in 2050 Kaderstellende uitgangspunten: •Bij nieuwe ontwikkelingen streven we zoveel als mogelijk naar energieneutraal, zo wordt nieuwbouw zoveel als mogelijk energieneutraal en wordt uitbreiding van bedrijventerreinen zoveel als mogelijk energieneutraal uitgevoerd; •We realiseren schone en toekomstbestendige energie op een veilige manier, zodanig dat onze inwoners daar profijt van hebben; •We zetten primair in op het stimuleren van energiebesparing; •We geven ruimte aan duurzame grootschalige opwek waarbij zonnepanelen op daken van woningen/gebouwen geplaatst dienen te worden en er niet geïnvesteerd wordt in zonneweides op akkerbouwgronden.
5.1 In 2026 wordt het Programma Duurzaamheid actief uitgedragen en waar nodig aangescherpt om in te kunnen blijven spelen op actualiteiten. 5.2 We werken met het Nationale isolatieprogramma om energiebesparing te stimuleren. 5.3 Er wordt een regionale energievisie vastgesteld. 5.4 We stimuleren, faciliteren en nemen deel aan energiegemeenschappen. Denk hierbij aan energiehubs op bedrijventerreinen en microwarmtenetten in de woonomgeving. 5.5 We stellen een Warmteprogramma vast waarin we keuzes verankeren m.b.t. de verduurzaming van de warmtevraag van de gebouwde omgeving. 5.6 We zetten in op energiebesparing bij inwoners en bedrijven door bewustwording en advies structureel weg te zetten bij het energieloket. 5.7 We zetten in op onderzoek en spelen in op actualiteiten binnen de energietransitie om zo een optimaal energielandschap voor Peel en Maas te ontwikkelen. Binnen de energietransitie is het van belang om ruimte te creëren om in te spelen op ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld onderzoeken naar de productie van groen gas, de ontwikkeling van parking-to-energy hubs en een waterstofnetwerk.
6. Gezonde, veilige, toegankelijke en slimme(re) (collectieve) mobiliteit is beschikbaar in Peel en Maas.
6.1. We werken samen met Trendsportal en dragen bij aan regionale ontwikkelingen en projecten op het gebied van mobiliteitsbeleid.
Kaderstellende uitgangspunten: • Een uitstekende bereikbaarheid én een goed functionerend en toegankelijk mobiliteitssysteem zijn belangrijk voor inwoners en bedrijven;
6.2 We onderzoeken mogelijkheden voor het gebruik van deelmobiliteit.
42
Wat willen we bereiken?
Wat doen we ervoor in 2026?
• Mobiliteit is daarbij geen doel op zich. Wel levert het een belangrijke bijdrage aan de economische, ruimtelijke, toeristische en sociaal maatschappelijke ontwikkelmogelijkheden.
7. In Peel en Maas zijn per doelgroep voldoende betaalbare duurzame woningen beschikbaar. Kaderstellende uitgangspunten: • We stemmen de planvoorraad af op de behoefte, waarbij de kwaliteit leidend is; • We zetten ons in om ook zo veel mogelijk inwoners in de eigen kern te kunnen laten wonen. We voegen woningen toe in alle dorpen en spreiden de woningopgave evenwichtig. Dit doen we door inbreiden én uitbreiden, met een gemengd aanbod aan woningen die passen bij de behoefte. Met deze evenwichtige verdeling kunnen we, passend bij de aard en schaal van onze kernen, groeien. Hierdoor ondersteunen we maximaal de sociale cohesie, de bestaande voorzieningen en het verenigingsleven; • We bouwen daarnaast extra om de autonome groei vanuit de regio (onder andere Noord-Limburg en ZuidoostBrabant) die nu al voelbaar is, deels op te vangen; • Voor inwoners met een zorgvraag combineren we wonen met zorgvoorzieningen op centrale en toegankelijke locaties; • We kiezen voor een duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen; • We willen een duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen: rekening houdend met energetische maatregelen en toekomstbestendigheid van woningen.
We creëren een leefomgeving, die rekening houdt met het veranderende klimaat en daarnaast bijdraagt aan de gezondheid, biodiversiteit en veiligheid van de inwoners van Peel en Maas; • Iedere nieuwe woning is levensloopbestendig of anderszins toekomstbestendig; • Onze focus ligt op het continu ontwikkelen van woningbouwprojecten die passen bij de omvang en behoefte van iedere kern; • We bouwen ook gestapeld waar het passend is. Dit past bij het gemengde aanbod dat we nastreven en biedt de mogelijkheid om ook in te zetten op kwaliteit en een aantrekkelijke openbare ruimte met voldoende groen die ontmoeting, beweging en verbinding stimuleert; • We faciliteren de zoektocht naar passende woonruimte voor de diverse doelgroepen en stimuleren woningbouw die bijdraagt aan het zorgen voor elkaar. De toekomst laat zien dat de behoefte naar kleinere woningen groeit. We faciliteren de omvorming van vrijkomende goede gebouwen tot kleinere woonruimtes/hofjes waarmee we het zorgen voor elkaar vorm geven; • Er dient voldoende aandacht te zijn voor betaalbare woningen. De verdeling sociale huur en betaalbare koopwoningen kan per kern gedifferentieerd worden, waarbij de grotere kernen in dat geval meer sociale huur opvangen. De landelijke richtlijnen worden op gemeenteniveau ingevuld.
43
7.1 We werken in 2026 verder aan het inlopen van het tekort aan woningen. Dit doen we o.a. door de inzet van een versnellingsteam wonen. Concreet evalueren we onder andere onze interne processen omtrent de ruimtelijke afweging van woningbouwverzoeken en de vergunningverlening. Daarnaast focussen we in het kader van de gewenste versnelling meer op de locaties die in ons eigendom zijn danwel zetten we actief in op concrete verwerving. 7.2 We geven in 2026 vorm en inhoud aan de wettelijke verplichting om een volkshuisvestingsprogramma vast te stellen. 7.3 We maken prestatieafspraken met de woningcorporaties voor de realisatie van concrete projecten maar ook verduurzaming van de bestaande voorraad. We voeren daarbij ook het gesprek om circulariteit op te nemen in de prestatieafspraken en stellen hierop concrete en haalbare doelen. 7.4 In 2026 stellen we de (regionale) huisvestingsverordening vast waarin voorrangsregelingen zijn opgenomen. 7.5 We evalueren frequent de afspraken die we met projectontwikkelaars zijn gemaakt over toewijzing van woningen speciale doelgroepen. 7.6 We geven voortgang aan woningbouwprojecten, zoals Giel Peetershof fase II en Kuukven. Daarnaast zetten we voor de woningbouwplannen Panningen Zuid, Meuleveld (Maasbree), Nelisveld (Beringe) en In de Pas Helden concrete vervolgstappen.
Wat doen we verder binnen dit programma? Advisering binnen ruimtelijke procedures. Coördinatie, begeleiding en planning van project- en procesactiviteiten. Actueel houden en monitoren van beleidsonderdelen huisvesting short-stay arbeidsmigranten. Afhandeling van ruimtelijke procedures en projecten en reguliere werkzaamheden in het kader van vergunningverlening en toezicht. (Strategische) aankoop en verkoop van gronden. Grondexploitatie.
• • • • • •
Wat mag het kosten? De baten en lasten van dit programma zijn als volgt: 2026 1.1 Vitale leefomgeving
2027
2028
2029
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
9.368.840
1.344.134
9.335.785
2.107.120
9.641.688
2.120.237
9.665.099
2.133.484
Welke claims en investeringen zijn er in 2026 met betrekking tot dit programma? In hoofdstuk 5 worden alle investeringen en claims voor 2026 specifiek toegelicht. Met betrekking tot programma 1.1 zijn de volgende specifieke investeringen en claims opgenomen: Investering:
nr
Omschrijving van de investering
Betreft kern
AfschrijvingsBruto termijn investering
Kapitaallasten ten laste van exploitatie rente 1,00%
Programma 1.1 24
Algemeen
Raamkrediet strategische verwervingen
n.v.t.
4.200.000
Claims: Nr
Omschrijving van de claim
Betrekking op periode
Kosten 2026
Dekking*
Programma 1.1 7
Samenwerkingsverband NOVEX
structureel
20.000
5
Toezicht en handhaving landschappelijke inpassingsplannen
structureel
75.000
15
Versnelling wonen
tijdelijk
50.000
50.000
Gerelateerde verbonden partijen: Aan dit programma is de volgende verbonden partij gerelateerd: • Gemeenschappelijke regeling RUD Limburg Noord (GR RUD LN) In de paragraaf verbonden partijen (onderdeel 7-E) is meer informatie opgenomen over de specifieke verbonden partijen.
44
0
Programma 1.2 Beheer fysieke leefomgeving De kwaliteit van de openbare ruimte is belangrijk voor ons welbevinden, kortom belangrijk voor het goede leven in Peel en Maas. Elk dorp heeft zijn eigen karakter, en het buitengebied is divers met landschappelijke kwaliteiten. We sluiten aan op ontwikkelingen in kernen en op de behoefte van inwoners, bedrijven en organisaties. Zo kan een leef-, werk- en vrijetijdsomgeving ontstaan die van en voor iedereen is en waar iedereen actief gebruik van maakt en zich mentaal eigenaar van voelt. Wat willen we bereiken? 1. Een kwalitatief goede, duurzaam ingerichte en onderhouden openbare ruimte die rekening houdt met de karakteristieke eigenschappen van (de kernen in) Peel en Maas. Kaderstellende uitgangspunten: • Belangrijke uitgangspunten bij de inrichting van de openbare ruimte zijn klimaat en toekomstbestendig, betaalbaar, veilig, bereikbaar, toegankelijk, gezond en sociaal; • Het niveau van beheer en onderhoud past bij de wijze waarop de openbare ruimte gebruikt wordt. We hanteren de landelijke standaard beeldkwaliteitsniveaus (A is het hoogste niveau en D het laagste niveau): Centrumgebieden en toeristische gebieden A Woongebieden B Bedrijventerreinen en buitengebied onderdeel wegen B Bedrijventerreinen en buitengebied overige onderdelen C
Wat doen we ervoor in 2026 ? 1.1 Opgaves in de openbare ruimte komen voort uit het Gemeentelijk Rioleringsplan (2022-2026) en uit de onderhoudsopgaves van wegen, groen en/of verkeersveiligheid. Elk project wordt integraal benaderd en project-specifiek voorbereid. We betrekken buurtbewoners en stakeholders bij de voorbereiding, met als doel om toekomstbestendige keuzes te maken. In 2026 stellen we een nieuw Water Rioleringsplan op. 1.2 Werk in uitvoering 2026: meer dan 30 projecten in de Openbare Ruimte: dit varieert van kleine tot grote projecten. Voorbeelden zijn Laefplein Maasbree, Bernhardstraat e.o. Panningen, Mariaplein – Kesselseweg Helden, Lorbaan Grashoek. Maar ook projecten voor het klimaat- en toekomstbestendig herinrichten van wijken Achter de Hoven Maasbree, de Merwijck Kessel, Fuusstraat-’t Sittert en Koninginnenbuurt Baarlo. Daarnaast een aantal projecten waar de inrichting van de openbare ruimte een grote rol speelt in de voorbereiding, zoals herinrichting Piuspark Panningen, KC de Riet, herontwikkeling In de Pas en woongebied Kuukven Baarlo. 1.3 We pakken in de buitengebieden wateroverlast aan die wordt veroorzaakt door hevige regenval. We geven prioriteit aan bermen, sloten en duikers in het buitengebied van Meijel (afronding) en Beringe en Grashoek. Daarna volgen andere kernen.
2. De openbare ruimte is van en voor iedereen, is veilig en toegankelijk en nodigt uit om te ontmoeten en te bewegen. Kaderstellende uitgangspunten: • Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte kiezen we voor maatregelen die bijdragen aan een gezonde en veilige leefomgeving; • We richten de openbare ruimte in zodat deze uitnodigt tot bewegen, spelen, ontmoeten en ontspannen; • De openbare ruimte is schoon, veilig en voor iedereen toegankelijk; • De openbare ruimte heeft een verkeersveilige infrastructuur waar we duurzame mobiliteit (fietsen, lopen, OV, deelvervoer) stimuleren en faciliteren.
45
2.1 We spelen in op de behoefte van de buurten/dorpen bij voorzieningen in de openbare ruimte, we omarmen en faciliteren waar mogelijk initiatieven. Bij nieuwe projecten is robuuste inrichting met groene structuren (waar het kan) een voorwaarde zodat er ook letterlijk meer ruimte komt voor bewegen, spelen, ontmoeten en ontspannen. 2.2 We stimuleren scholen om schoolpleinen te vergroenen en hemelwater af te koppelen met o.a. het project de groen-blauwe revolutie. 2.3 We optimaliseren de hoogwaterevacuatie-route langs de Maas o.a. aan de Ondersteweg en Vergelt. Hierin nemen we mogelijkheden voor een optimale fietsverbinding mee en stemmen af met onderhoudsopgaves van andere overheden en nutsbedrijven.
Wat willen we bereiken?
Wat doen we ervoor in 2026? 2.4 We richten gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen duurzaam veilig in. Dat doen we projectmatig en onderzoeken expliciet of we de max. snelheid terug te brengen van 50 naar 30 of van 80 naar 60 km/u. 2.5 We actualiseren de Parkeernota waarbij we rekening houden met initiatieven als deelmobiliteit. 2.6 We voeren verkeersveiligheidsmaatregelen uit met subsidiegelden Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV). 2.7 We stellen een uitvoeringsplan op voor stimulering fietsgebruik en langzaam verkeer. Denk hierbij aan voorbeelden als ‘auto te gast’, fietsparkeerplaatsen of snelfietspaden.
3. De openbare ruimte is klimaatbestendig. Kaderstellende uitgangspunten: • Door het nemen van maatregelen beperken we de gevolgen van wateroverlast en de nadelige gevolgen van extreme hitte, droogte en hevige regenval; • De openbare ruimte richten we duurzaam, groen en klimaatadaptief in, daarbij zijn groen, water en biodiversiteit sturend; • We kiezen voor meer kwalitatief en kwantitatief groen, zodat een bijdrage wordt geleverd aan behoud en versterking van biodiversiteit en het voorkomen van hittestress; • We gaan uit van natuurinclusief bij (her)ontwikkelingslocaties, herinrichtingen, natuurlijk bermbeheer, gemeentelijke eigendommen, etc.; • We doen actief een beroep op de samenleving. Klimaatverandering is een probleem dat iedereen raakt. De overheid kan dit niet alleen oplossen. Daarom gaan we nog meer samenwerken. Belanghebbenden (inwoners, bedrijven woningcorporaties, enz.) worden uitgenodigd om hun verantwoordelijkheid te nemen bij het uitvoeren van maatregelen bij elke ontwikkeling, hoe klein ook; • We investeren in landschap- en natuurontwikkeling; • Waardevolle landschapselementen houden we in stand en versterken we; • We creëren een samenhangend netwerk van groenblauwe structuren (aders) tussen bijzondere natuurwaarden en de bebouwde omgeving.
46
3.1 We passen de Klimaatmeetlat (leidraad) toe voor onze eigen projecten en ontwikkelaars om daarmee de klimaatbestendige openbare ruimte zoveel mogelijk te waarborgen. 3.2 We stimuleren en faciliteren inwoners om tuinen te vergroenen. 3.3 We geven verder uitvoering aan het Bomenplan, met input van dorpen en bewoners. 3.4 Wij faciliteren erfbeplantingsprojecten, landschapspoorten en afkoppelen hemelwater met subsidies. 3.5 De lijst van waardevolle houtopstanden wordt geactualiseerd en uitgebreid onder andere met houtopstanden buiten de bebouwde kom (afronding voorjaar ’26). 3.6 We brengen groene en blauwe structuren in kaart en onderzoeken waar er kansen liggen om deze verbindingen te maken en deze structureel te versterken (afronding medio ’26). 3.7 We werken aan een meetlat voor duurzame keuzemomenten in aanbesteding.
Wat willen we bereiken? 4. Afval is grondstof.
Wat doen we ervoor in 2026? 4.1 Afvalstoffenheffing is 100% kostendekkend.
Kaderstellende uitgangspunten: • We bieden service met afvalinzameling, de inzameling is doelmatig en doeltreffend;
4.2 Bij de uitvoering van de afvaltaken hanteren we waar mogelijk de 10-R ladder. De 10-R ladder helpt bij het minimaliseren van afval en dat materialen zoveel mogelijk worden hergebruikt of gerecycled. Beginnend met ‘Refuse’ (voorkomen/weigeren) en eindigend met ‘Recover’ (energie terugwinnen). We leggen nog meer nadruk op voorlichting en educatie en onderzoeken initiatieven zoals de plasklas om de luierafvalberg te beperken.
• We voldoen tenminste aan de landelijke VANG (Van Afval Naar Grondstof)-ambitie; • In ons doen en laten zetten we in op hergebruik en circulariteit van grondstoffen. We pionieren en benutten innovatieve kansen als aanbieder en inzamelaar van materiaalstromen;
4.3 We optimaliseren de dienstverlening op het Milieupark met onder andere een nieuw toegangssysteem met als doel om bedrijfsafval en afvaltoerisme tegen te gaan. We onderzoeken om het principe ‘de vervuiler betaalt’ nadrukkelijker toe te passen. Het doel is om de hoeveelheid afval op het milieupark terug te brengen met minimaal 10% en zodoende ook kosten te besparen.
• Bij het opstellen en aanbesteden van projecten/plannen maken we duurzame keuzes.
4.4 We versterken verbindingen met partners zoals HAL9 / ruilwinkel, Mens Ontwikkelbedrijf, Kringloopwinkel, Repairafé etc.
• • • • • • • • • • • •
Wat doen we verder binnen dit programma? Opgaves in de openbare ruimte komen voort uit het Gemeentelijk Rioleringsplan (2022-2026). Zoals de uitbreiding van het grondwatermeetnet en het actualiseren van de klimaatstresstest light uit 2019. Advisering over de openbare ruimte in brede zin bij alle projecten en omgevingsvergunningen over alle disciplines zoals water/riolering, groen, verkeer/wegen. Beheer en toezicht van de openbare ruimte volgens de vastgestelde beeldniveaus. Advisering over en uitvoering van ongediertebestrijding (plagen) en bestrijding van bijvoorbeeld ongewenste exoten en eikenprocessierups. Nemen (tijdelijke) verkeersmaatregelen en verrichten tellingen en metingen. We werken samen met partners aan bewustwording over afval, verkeersveiligheid, klimaat, biodiversiteit etc. Ook overleggen we met scholen en (verkeers-)ouders. Begeleiden en inzet van mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt en integratieprojecten; Gladheidsbestrijding. Materialen uitleen bij evenementen. Advisering van verenigingen bij het beheer en onderhoud van (sport-)accommodaties. 24/7 calamiteitendienst bij storingen, incidenten en calamiteiten in de openbare ruimte. Met de applicatie BuitenBeter reageren we op meldingen.
Wat mag het kosten? De baten en lasten van dit programma zijn als volgt: 2026 1.2 Beheer fysieke leefomgeving
2027
2028
2029
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
21.255.393
11.891.095
21.952.377
12.322.379
22.173.067
12.610.200
22.638.040
12.806.652
47
Welke claims en investeringen zijn er in 2026 met betrekking tot dit programma? In hoofdstuk 5 worden alle investeringen en claims voor 2026 specifiek toegelicht. Met betrekking tot programma 1.2 gaat het om de volgende investeringen en claims: Investeringen:
Investeringen Begroting 2026 nr
Omschrijving van de investering
Betreft kern
AfschrijvingsBruto termijn investering
Kapitaallasten ten laste van exploitatie rente 1,00%
Programma 1.2 1
Baarlo
Afkoppelen en herinrichten Bong West
40
1.520.000
53.200
2a
Kessel
Karreweg-Noord en Waterweideweg afkoppelen en duurzaam veilig inrichten (wegen)
40
3.010.000
105.350
2b
Kessel
Karreweg-Noord afkoppelen en duurzaam veilig inrichten (riool)
60
710.000
0
3a
Meijel
Molenstraat afkoppelen en duurzaam veilig inrichten (wegen)
40
1.870.000
65.450
3b
Meijel
Molenstraat afkoppelen en duurzaam veilig inrichten (riolering)
60
1.720.000
0
4
Algemeen
KRW 2026
60
264.297
0
5
Algemeen
Groen-blauwe revolutie 2026
60
63.431
0
6
Algemeen
Bijdrage privaat afkoppelen 2026
60
52.859
0
7a
Maasbree
60
1.030.000
0
7b
Maasbree
40
1.030.000
36.050
8
Panningen / Duurzaam veilig herinrichten van Loosteeg Panningen en Maasbree Zandberg Maasbree
40
403.945
14.138
9
Algemeen
Verkeersveiligheidsmaatregelen 3e tranche
40
1.464.000
25.620
10
Algemeen
Renovatie wegkanten (graskanttegels)
40
1.000.000
35.000
11
Algemeen
Reconstructie wegvakken
40
500.000
17.500
13
Algemeen
Vervangen speeltoestellen 2026
20
150.000
9.000
14
Algemeen
Renovatie vervanging vrijvervalriolering 2026
60
1.853.249
0
15
Algemeen
Renovatie hoofdgemalen 2026
15
320.328
0
16
Algemeen
Renovatie drukriolering 2026
15
262.182
0
17
Algemeen
Aanpassen wadi's en buffers 2026
60
37.002
0
Uitbreiding projectgebied afkoppelen Achter de Hoven/ Op de Raam (riolering) Uitbreiding projectgebied afkoppelen Achter de Hoven/ Op de Raam (wegen)
Claims: Nr
Omschrijving van de claim
Betrekking op periode
Kosten 2026
Dekking*
50.000
Programma 1.2 1
Jaarplan Mobiliteit en Logistiek, Trendsportal
structureel
80.000
13
Onderhoud openbaar groen
structureel
200.000
Gerelateerde verbonden partijen: Aan dit programma zijn de volgende verbonden partijen gerelateerd: • Nazorg (bodemzorg) Limburg BV • Maasveren Limburg - Noord • Belastingsamenwerking gemeenten en waterschappen (BsGW) In de paragraaf Verbonden partijen (onderdeel 7-E) is meer informatie opgenomen over de specifieke verbonden partijen. 48
Thema 2: Sociaal Domein Inleiding Hieronder staat de gedeelde ambitie voor het thema Sociaal Domein. Een ambitie van inwoners, ondernemers en organisaties die met ons willen werken aan een Peel en Maas waarin het goed leven is. Als gemeente onderschrijven wij deze ambitie van harte. Tussen aanhalingstekens zijn quotes opgenomen van deelnemers aan de ambitiegesprekken.
Gedeelde ambitie Sociaal Domein De gemeenschap is krachtig, kijkt naar elkaar om en zet initiatieven op waar inwoners van jong tot oud die hulp nodig hebben terecht kunnen. Mensen vragen om hulp bij naasten of bij eenvoudig te vinden basisvoorzieningen die ondersteunend zijn aan en aanvullend zijn op de initiatieven onder regie van de gemeenschap. De meeste mensen ervaren een goede gezondheid, hebben regie over hun leven en lossen – jong en oud – zelf of met steun van de omgeving hun eigen problemen op. Samenredzaamheid van inwoners is een kostbaar goed en dat koesteren we. Inwoners zijn onderdeel van een gemeenschap die steun en veiligheid biedt bij de uitdagingen van het leven. Uitdagingen zoals het toenemende aantal inwoners met mentale problemen, de steeds complexere zorgvragen van langer thuiswonende ouderen met dementie en het groeiend aantal inwoners met financiële problemen. Mede gezien deze en andere uitdagingen verdient zorg meer waardering.
“Ik kijk elke dag of de rolluiken bij mijn oudere overbuurman wel open zijn”
Een hoopvol toekomstperspectief voor onze kinderen Het opvoeden en opgroeien van kinderen en jongeren is een collectieve én een individuele verantwoordelijkheid. Samen nemen we verantwoordelijkheid voor het opvoeden en opgroeien van onze kinderen, zodat steun vanuit de directe omgeving van gezinnen weer vanzelfsprekend is. Hobbels in het leven van kinderen, jongeren en ouders worden door hulpverleners niet gemedicaliseerd en geïndividualiseerd, maar benaderd vanuit de gezinssituatie, de maatschappelijke context en mogelijkheden. Professionele zorg is aanvullend op het waardevolle dat gemeenschappen zelf doen in het opvoeden en opgroeien van hun jeugd.
“Betrek jeugd op hun kwaliteiten en interesse. Start klein, laat een vonk ontstaan en geef het de ruimte”
Iedereen doet mee We gaan voor een armoedevrij Peel en Maas, waar inwoners betrokken zijn bij elkaar en zich geen zorgen maken over hun bestaanszekerheid. Inwoners hebben voldoende ruimte om hun talenten te ontwikkelen. Onderwijs, ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheid werken, ieder vanuit hun eigen rol, samen om iedereen naar vermogen en zo dichtbij mogelijk mee te laten doen. Ze bouwen hierin voort op de traditie die is ontstaan vanuit ‘Wij Maken Werk van Werk’. Dit in de wetenschap dat de arbeidsmarkt, waar een groeiend aantal migranten deel van uitmaakt, van groot belang is voor de leefbaarheid en een regionale vitale economie.
“Mensen met bestaansonzekerheid hebben de behoefte om van betekenis te zijn”
Vitaal ouder worden Oudere inwoners nemen verantwoordelijkheid om vitaal ouder te worden en zo lang mogelijk prettig en veilig thuis te wonen. Daar waar helpend maken ze gebruik van kansen die nieuwe (technische) ontwikkelingen bieden. In vitale gemeenschappen zorgen generaties voor elkaar en is iets voor je buren over hebben gewoon. Een mantelzorger wordt zowel door de gemeenschap als ook door de werkgever gezien en gesteund. Hiermee hebben ouderen een beter perspectief om langer zelfstandig thuis en, als het even kan, in het eigen dorp te blijven wonen.
“Een oudere is op zijn toekomst voorbereid”
49
Ontmoeten In vitale gemeenschappen kennen mensen elkaar. Dat is een voorwaarde om signalen van eenzaamheid of verwaarlozing vroegtijdig en op een natuurlijke manier te herkennen. Er is aandacht voor de mensen die zich niet laten horen omdat ze dat niet kunnen. Daardoor worden ook zij gehoord. Nieuwkomers worden opgenomen in de gemeenschap. Er zijn plekken om elkaar te ontmoeten, zowel in de openbare ruimte als in gemeenschapsvoorzieningen. Jeugdigen hebben de ruimte om hier samen te komen en hun plek in de samenleving te vinden.
“Sociale controle, in de betekenis van omzien naar elkaar, zien we als positief begrip”
Anders samenwerken Professionele zorg is aanvullend op gemeenschapszorg. Laagdrempelige, slim georganiseerde en kwalitatief goede zorg met oog voor de mens. Gericht op samenwerking in plaats van concurrentie. Professionals van zorgaanbieders, de gemeente, maatschappelijke partners en inwoners(collectieven) uit de gemeenschappen trekken samen op. Ze zijn zich ervan bewust dat ze alleen samen, en ieder vanuit een eigen verantwoordelijkheid, de juiste hulp en ondersteuning kunnen bieden dichtbij huis. Daarom werken partijen steeds meer gebiedsgericht met een kleinschalige uitvoering in ‘netwerken van mensen’ in plaats van ‘netwerken van organisaties’ en staat het vakmensschap van de professional voorop. In zoverre het marktconforme aanbesteden van dienstverlening hierbij belemmerend werkt, wordt dit vervangen door inkoop op basis van partnerschap.
“We hebben mensen nodig die helpen schotten weg te halen”
50
Programma: 2.1 Werk en inkomen Wij willen een gemeente zijn waarin iedere inwoner de mogelijkheid heeft zich te ontwikkelen en een waardevolle bijdrage kan leveren aan de maatschappij. De meeste mensen lukt dat op eigen kracht. Als gemeente hebben we een bijzondere verantwoordelijkheid voor inwoners die ondersteuning nodig hebben om in de arbeidsmarkt of maatschappij te kunnen participeren. We dragen bij om de bestaanszekerheid van deze inwoners op het gebied van werk en inkomen te vergroten en schulden en armoede te voorkomen. Dit doen we vanuit het perspectief van uitkeringsonafhankelijkheid, bij voorkeur via betaald werk. Met de investering in menselijk kapitaal dragen we bij aan de vermindering van de krapte op de arbeidsmarkt, die door de vergrijzing en grotere zorgbehoefte ontstaat. In deze opgave staan we als gemeente gelukkig niet alleen. Lokale ondernemers nemen een grote verantwoordelijkheid in het creëren van kansen voor de inwoners. We maken gebruik van de mogelijkheden bij lokale en regionale maatschappelijke (zorg)organisaties. Samen zetten we ons in voor een inclusieve arbeidsmarkt. Wat willen we bereiken? 1. Iedereen werkt of neemt op andere wijze deel aan de gemeenschap.
Kaderstellende uitgangspunten: • Er worden actieve maatregelen genomen om inwoners van Peel en Maas te ondersteunen bij het vinden van betaald werk; • De ondersteuningsinzet gericht op activering of re-integratie doen we in samenwerking met onze partners vanuit een gezamenlijk ervaren verantwoordelijkheid; • Er zijn voldoende beschutte werkplekken en dagbestedingsplekken beschikbaar.
Wat doen we ervoor in 2026 ? 1.1 We bereiden de start van een nieuw breed ontwikkelbedrijf voor met beoogde startdatum 1 januari 2027. 1.2 In aanloop van dit nieuwe ontwikkelbedrijf zetten we in op verdere professionalisering van HAL9 en op netwerkontwikkeling in samenwerking met NLW. 1.3 We zorgen voor passende ondersteuning en ontwikkeling van diverse doelgroepen zoals statushouders, mensen met beperkingen en, jongeren vanuit een nieuw breed ontwikkelbedrijf in samenwerking met ondernemers, onderwijs en andere partners. 1.4 We faciliteren het Taalpunt Peel en Maas vanaf 2026 meerjarig tot en met 2029. Zodat inwoners structureel kunnen werken aan de basisvaardigheden ’taal, rekenen en digitale vaardigheden’. 1.5 We ondersteunen jongeren die uitvallen of dreigen uit te vallen uit het onderwijs handelend vanuit het wetsvoorstel ‘Van school naar duurzaam werk’.