2025-070 01 Raadsvoorstel - Rapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Peel en Maas
Tekst van het document
Raadsvoorstel Raadsvergadering: 28 oktober 2025 Voorstel: 2025-070 Zaaknummer: 1894/2024/3049335 Documentnummer: 1894/2025/3242789 Datum collegebesluit: n.v.t.
Onderwerp Rapport rekenkameronderzoek accommodatiebeleid Peel en Maas Openbaarheid Alle stukken zijn openbaar. Voorstel 1 2
Over te nemen de conclusies en aanbevelingen 1 t/m 6 zoals opgenomen in het eindrapport van het rekenkameronderzoek accommodatiebeleid. Het college op te dragen de volgende aanbevelingen uit te voeren: 1. De maatschappelijke effecten van het accommodatiebeleid meer inzichtelijk te maken. 2. Als gemeente (meer) de regie op beleidsontwikkeling en -uitvoering rond cultuur en erfgoedaccommodaties te voeren. 3. Een langetermijnvisie op het maatschappelijk accommodatiebeleid volgens het leidende principe van ‘zelfsturing’ op te stellen. 4. Het contractmanagement vanuit de gemeente ook op het niveau van de kernen (en niet uitsluitend op het niveau van domeinen/disciplines) te organiseren. 5. Te onderzoeken en analyseren waarom er onder inwoners ontevredenheid is over de maatschappelijke accommodaties. 6. De gemeenteraad te betrekken bij het inrichten van de informatievoorziening, zodat de gemeenteraad beter in positie komt als kadersteller en controleur, maar ook als vertegenwoordiger.
3
Het college op te dragen de raad van de gemeente Peel en Maas periodiek te informeren over de uitvoering van de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek, conform artikel 185a van de Gemeentewet.
Inleiding De rekenkamer ondersteunt als adviesorgaan de gemeenteraad bij zijn controlerende taak. De rekenkamer doet daartoe onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid het gevoerde beleid. Op 6 oktober 2025 is het eindrapport van het rekenkameronderzoek accommodatiebeleid aangeboden aan de gemeenteraad van Peel en Maas. Daarin is ook de bestuurlijke reactie van het college van B&W, en in het nawoord de reactie van de Rekenkamer daarop, opgenomen. Op 20 oktober 2025 presenteert de Rekenkamer m.m.v. onderzoeksbureau BMC het eindrapport aan de gemeenteraad. Tijdens deze bijeenkomst worden de bevindingen, conclusies en aanbevelingen van het onderzoek toegelicht. Ook geeft deze bijeenkomst aanwezige raadsleden de gelegenheid om verdiepende en/of technische vragen te stellen en (zo) een goed begrip te krijgen van de bevindingen. Beoogd effect
Maatschappelijke accommodaties geven ruimte aan tal van waardevolle initiatieven en activiteiten die een positief effect hebben op het welzijn van inwoners. Om die reden exploiteren en ondersteunen veel gemeenten in Nederland gemeenschaps-, sport-, cultuur- en erfgoedvoorzieningen. Ook de gemeente Peel en Maas kent en ondersteunt maatschappelijke accommodaties. Een belangrijk verschil met veel andere gemeenten is dat de gemeente Peel en Maas vanuit het uitgangspunt van ‘zelfsturing’ veel minder accommodaties zelf beheert, maar dat het echt ‘van de gemeenschap zelf’ is. Vanuit deze zelfsturingsfilosofie komt het begrip ‘eigenaarschap’ steeds prominent naar voren. In veel gevallen ligt dat eigenaarschap van maatschappelijke accommodaties bij de gemeenschap en/of bij een stichting. Door allerlei ontwikkelingen in de afgelopen jaren is het beheren, onderhouden en exploiteren van accommodaties uitdagend gemaakt. Want hoe ga je om met substantiële kostenverhogingen door de inflatie of door verduurzamingsopgaven, die ook maatschappelijke voorzieningen hard treffen? En wat betekenen teruglopende ledenaantallen en vrijwilligers voor de continuïteit van voorzieningen? De vraag rijst dus hoe maatschappelijk vastgoed en maatschappelijke voorzieningen in de toekomst doelmatig beheerd en geëxploiteerd kunnen worden.
Daarom heeft de rekenkamer een onderzoek laten uitvoeren naar het accommodatiebeleid, hoe dit bijdraagt aan het creëren van maatschappelijke meerwaarde en of dit beleid voldoende toekomstbestendig is. Argumenten De hoofdvraag van het onderzoek luidt: Liggen de voorbereidingen en uitvoering van het accommodatiebeleid op koers, hoe draagt het accommodatiebeleid bij aan het creëren van maatschappelijke meerwaarde en is het voldoende toekomstbestendig? Conclusies Op basis van het rekenkameronderzoek komt de rekenkamer tot de volgende (deel)conclusies: 1. De gemeente beschikt over een uitgebreide en diverse infrastructuur van maatschappelijke accommodaties, passend bij de schaalgrootte en geografische ligging van de gemeente. Alle kernen van de gemeente beschikken over een eigen gemeenschapshuis en/of multifunctionele accommodatie. Tevens beschikken alle kernen over een accommodatie en/of voorziening voor jeugd en jongeren. In alle kernen van de gemeente is er minimaal één binnensportlocatie en in vrijwel alle kernen een buitensportlocatie. Ook beschikken de meeste kernen over een kleinschalige accommodatie voor de schutterij. Tenslotte kent Peel en Maas twee gemeentelijke cultuur- of erfgoedvoorzieningen: een theater en een museum. 2.
‘Gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’ is in de gemeente Peel en Maas een leidend principe voor het initiëren, exploiteren en in stand houden van maatschappelijke accommodaties. Het principe van ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’ loopt als een rode draad door het beleid van de gemeente. Het is een filosofie die ook door een groot deel van de gemeenschap is omarmd. Het heeft geleid tot een rijke infrastructuur aan maatschappelijke voorzieningen (zie 1) en een grote betrokkenheid van de gemeenschap bij het initiëren, beheren en exploiteren van deze voorzieningen. De gemeente Peel en Maas is hier uniek in. 3. De gemeente Peel en Maas heeft geen integraal beleid op het gebied van maatschappelijke accommodaties, maar daar wordt wel aan gewerkt. De filosofie van ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’ maakt dat Peel en Maas een ‘beleidsarme’ gemeente is. De gemeente kent (derhalve) geen overkoepelend beleid voor maatschappelijke accommodaties. Wel zijn er op basis van de door de gemeente en gemeenschap gezamenlijk geformuleerde ambities door de raad kaderstellende uitgangspunten voor het gemeentelijk accommodatiebeleid geformuleerd en vastgesteld. Deze uitgangspunten kennen op onderdelen een tamelijk hoog ‘abstractieniveau’. Kaderstellingen worden
Gemeente Peel en Maas
1894/2025/3242789
Pagina 2 van 6
vervolgens vertaald in programmadoelen die zijn vastgelegd en worden verantwoord in de programmabegroting: ‘wat willen we bereiken (programmadoel) en wat doen we daarvoor (uitvoeringsafspraak)?’ Het college bereidt jaarlijks de begroting voor. De raad neemt daar een besluit over. Er wordt momenteel gewerkt aan maatschappelijk accommodatiebeleid in de vorm van uitvoeringsbeleid. De aanbevelingen en bevindingen vanuit dit rekenkameronderzoek worden als input meegenomen voor deze actualisatie. 4. ‘Zelfsturing’ heeft de gemeente en de gemeenschap veel gebracht, maar er zijn ook risico’s en uitdagingen. De gedachte dat de gemeenschap zelf verantwoordelijk is voor het initiëren, exploiteren en in stand houden van het (eigen) voorzieningenniveau heeft inmiddels tot vele mooie initiatieven geleid, maar legt tegelijkertijd in sommige gevallen een onevenredig zware verantwoordelijkheid bij de gemeenschap. Denk hierbij bijvoorbeeld aan complexe bouwopgaven, die volledig door vrijwilligers worden uitgevoerd. Ook vragen planontwikkeling, beheer en exploitatie om continuïteit en kennis die niet altijd door vrijwilligers kan worden gegarandeerd. En ook is de vraag of deze verantwoordelijkheid in voldoende mate overdraagbaar is aan de komende generaties met alle ontwikkelingen die er spelen.
Een van de kaderstellende uitgangspunten is dat verenigingen en/of exploitanten kunnen ‘terugvallen’ op de gemeente wanneer zich problemen voordoen op het gebied van continuïteit en bij financiële knelpunten. Maar het risico is dan dat er feitelijk te laat wordt ingegrepen met alle kostenverhogende aspecten van dien. Tenslotte kan de vraag gesteld worden of de gemeente zelf voldoende geëquipeerd is om projecten snel van de gemeenschap ‘over te nemen’. 5. Het principe van ‘zelfsturing’ is niet voor alle typen maatschappelijke accommodaties even effectief en/of passend. Voor gemeenschaps- en/of dorpshuizen is ‘zelfsturing’ een goed principe om gemeenschapsontwikkeling en eigenaarschap te bevorderen. Het zijn immers voorzieningen die sterk verbonden zijn met de lokale gemeenschappen. Dat geldt in zekere zin ook voor de diverse binnen- en buitensportvoorzieningen binnen de gemeente. Voor voorzieningen die een bovenlokale, regionale en/of zelfs landelijke functie hebben, zoals het theater en het museum, is ‘zelfsturing’ een minder passend principe. Het gaat hier immers om functies (cultuur, erfgoed) waarvan het belang, het aanbod en/of de continuïteit alleen door de overheid goed kunnen worden geborgd en/of gegarandeerd. 6. Het gemeentelijk beleid op het gebied van maatschappelijke accommodaties is doelmatig. De doeltreffendheid van dit beleid is echter niet vast te stellen.
Op basis van onze ervaringen met de ontwikkeling, het beheer en de exploitatie van maatschappelijk vastgoed en/of maatschappelijke voorzieningen in andere Nederlandse gemeenten stellen we vast dat het voorzieningenniveau in Peel en Maas tegen relatief lage kosten en/of inzet van publieke middelen in stand kan worden gehouden. In ieder geval tegen lagere kosten dan wanneer de gemeente in een (klassieke) beleidsbepalende en regisserende rol zou zitten. Het beleid mag in dat opzicht als ‘doelmatig’ worden omschreven. In de gemeente Peel en Maas zijn aan de doelstellingen op het gebied van maatschappelijke accommodaties geen specifieke prestatie-indicatoren gekoppeld. Daarom kan niet worden vastgesteld of het beleid ‘doeltreffend’ is. Wel kunnen de resultaten van het in het kader van het rekenkameronderzoek uitgevoerde publieksonderzoek gezien worden als een van de ‘indicatoren’: het merendeel van de respondenten geeft aan niet tevreden te zijn over de kwaliteit en/of het aanbod van voorzieningen.
Gemeente Peel en Maas
1894/2025/3242789
Pagina 3 van 6
7. De voortgang van het accommodatiebeleid is lastig te monitoren. In samenhang met de deelconclusies 3 en 6 moeten we vaststellen dat de verantwoording over de ontwikkelingen en uitvoering van het beleid met betrekking tot de maatschappelijke accommodaties vooral plaatsvindt aan de hand van jaarverslagen en begrotingen binnen de gemeentelijke planning-encontrolcyclus. In de P&C-documenten wordt uitgebreid gerapporteerd over het accommodatiebeleid. Omdat overkoepelend beleid ontbreekt (in het najaar volgt er nieuw uitvoeringsbeleid) wordt er vooral projectmatig gerapporteerd in de P&Cdocumenten en mondeling tijdens raadsvergaderingen. Er is buiten de P&Cdocumenten weinig (voortgangs)informatie voor de raad. Er zijn geen of zeer beperkt rapportages of raadsinformatiebrieven die ingaan op de voortgang in de uitvoering van het accommodatiebeleid. Een en ander leidt op onderdelen tot een informatie-gap. Raadsleden kunnen de voortgang maar beperkt volgen, eigenlijk alleen op project-/casusniveau. Bijgevolg kan de raad ook maar beperkt sturen, namelijk alleen op het niveau van specifieke casussen. De vraag is wel of sturen op het uitvoeringsbeleid wel mogelijk is, omdat de uitvoering per slot van rekening een verantwoordelijkheid van het college is. 8.
De raad is erg betrokken, maar is en wordt nog niet goed geëquipeerd als kadersteller en controleur, waardoor het zoeken is naar zijn rol. Er is veel betrokkenheid vanuit de raad, maar de raad voelt zich nog niet voldoende geëquipeerd in de rol van kadersteller. Het is voor velen nog zoeken naar hun rol en invloed. Dat merken ook andere respondenten. Om goede kaders te kunnen stellen en om te kunnen controleren is meer kennis en expertise nodig over het thema, dat niet alleen complex is (het gaat over meerdere inhoudelijke thema’s), maar ook aan veel verandering onderhevig is. Dit alles voedt het verlangen bij de raad naar meer grip. Het debat over de strategische koers inzake maatschappelijke accommodaties is de afgelopen jaren niet gevoerd. Er is vooral aandacht geweest voor specifieke casussen. Bijgevolg zijn de (bij)sturingsinstrumenten (zeer) beperkt ingezet door de raad. Wel worden er rondom casussen veel mondelinge vragen gesteld tijdens vergaderingen, waaronder in de specifieke klankbordgroepen. Aanbevelingen Op basis van dit onderzoek komt de Rekenkamer Peel en Maas tot een zestal aanbevelingen: 1. Maak de maatschappelijke effecten van het accommodatiebeleid meer inzichtelijk Formuleer een (beperkt) aantal prestatie-indicatoren.
Te denken valt aan aantallen (eind)gebruikers van maatschappelijke voorzieningen en aantallen deelnemers aan maatschappelijke activiteiten binnen de gemeente Peel en Maas. Voer in afstemming met de eigenaren/exploitanten/beheerders van de maatschappelijke accommodaties periodiek een klant-/gebruikerstevredenheidsonderzoek uit. 2. Voer als gemeente (meer) regie op beleidsontwikkeling en -uitvoering rond cultuur en erfgoedaccommodaties Formuleer (meer specifiek) het gemeentelijke beleid op het gebied van cultuur- en erfgoedaccommodaties. Benoem ambities en vertaal dit in een gewenst gemeentebreed voorzieningenniveau op middellange en lange termijn. 3. Ontwikkel een langetermijnvisie op het maatschappelijk accommodatiebeleid volgens het leidende principe van ‘zelfsturing’ Werk scenario’s uit voor de toekomstbestendigheid van het principe ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’. Betrek hierbij algemene maatschappelijke trends en te verwachten demografische ontwikkelingen binnen de gemeente Peel en Maas. Ga met de gemeenschap in gesprek over hoe het
Gemeente Peel en Maas
1894/2025/3242789
Pagina 4 van 6
gedachtegoed van ‘zelfsturing’ kan worden doorgegeven/overgedragen aan de toekomstige generaties. Anticipeer op basis van een ‘risico-analyse’ tijdig op een mogelijk noodzakelijke verschuiving in rollen (autoritaire, regelgestuurde en/of communicatieve overheid). 4. Organiseer het contractmanagement vanuit de gemeente ook op het niveau van de kernen (en dus niet uitsluitend op het niveau van domeinen en/of disciplines) Er is vanuit de kernen behoefte aan een dialoog met de gemeente over de samenhang van het lokale voorzieningenniveau. Dit vraagt van de gemeente om een domeinoverstijgend contractmanagement (dus niet uitsluitend op het gebied van sociaal, sport, cultuur, erfgoed). Hoewel in terminologie wellicht wat ongelukkig gekozen, is de ‘wijkagent’ als metafoor wellicht passend. De gemeente moet weten wat er in de kern als geheel speelt. In dit kader adviseren we de gemeente ook om de gemeenschap al meer aan de ‘voorkant’ mee te nemen in/te betrekken bij te verwachten ontwikkelingen, onderzoeken, voorgenomen beleid, et cetera. Vanzelfsprekend zou dat ook voor de verenigingen en/of eigenaren/exploitanten moeten gelden. 5.
Gebruik het onderzoek onder inwoners en analyseer nader waarom er ontevredenheid is over de maatschappelijke accommodaties Uit het onderzoek onder inwoners is gebleken dat van de 580 respondenten ruim 55% in algemene zin niet tevreden is over de accommodaties; op sommige onderdelen, zoals de bereikbaarheid, is 78% ontevreden. Hoewel uit de open antwoorden en in de ‘focusgroep’ is gebleken dat een deel van de oorzaken niet alleen door de gemeente is op te lossen, adviseren we het college toch echt om iets met deze signalen te doen. Daarbij zijn er zelfs op dorpsniveau, maar ook op andere achtergrondkenmerken, nadere analyses te maken, die hopelijk kunnen leiden tot gesprekken met inwoners over toekomstbestendige accommodaties. Want dat gesprek lijkt met dergelijke signalen wel noodzakelijk. Zie ook aanbeveling inzake een andere vormgeving van het contractmanagement. 6. Betrek de gemeenteraad bij het inrichten van de informatievoorziening, zodat de gemeenteraad beter in positie komt als kadersteller en controleur, maar ook als volksvertegenwoordiger Het is belangrijk dat de raad kan bepalen hoe en wanneer hij wordt ingelicht over zowel de inhoudelijke taakuitvoering als de voortgang op de doelen en indicatoren. Er is op dit moment een goede informatievoorziening binnen de P&C-cyclus, maar dit vertelt niet het hele verhaal.
Accommodatiebeleid is complex omdat het domeinoverstijgend is en er op dit moment verschillende uitdagingen zijn voor de gebruikers van de accommodaties, zoals verduurzaming van de panden, het creëren van meer ruimte voor voorzieningen (en doelgroepen), maar ook de invulling van werk door vrijwilligers is heel actueel en van vitaal belang om verenigingen en hun panden te behouden. Om de kaderstellende en controlerende taak goed te kunnen uitvoeren, is naast voldoende informatie (wat op dit moment nog niet zo is) ook voldoende begrip van de reikwijdte nodig om deze informatie te duiden. Waar gaat de raad wel over, waarover niet (omdat het zelfsturing betreft) en wat hebben verenigingen nodig aan (nieuwe) accommodaties en het onderhoud. De gemeenteraad kan zich, bijvoorbeeld in sessies met verenigingen (wellicht met ook onafhankelijke experts van buiten), beter laten informeren. De Rekenkamer heeft kennisgenomen van de bestuurlijke reactie van het college van B&W op de zes aanbevelingen en de keuze om aanbeveling 4 en 6 niet te onderschrijven. Daarbij wil de Rekenkamer wel benadrukken dat het bij aanbeveling 4 gaat om het structureel organiseren van regie op de samenhang in voorzieningen per kern. De door het college genoemde instrumenten – zoals dorpsontwikkelingsvisies, gebiedsgericht werken en kerncontactpersonen – sluiten hier goed bij aan.
Daarbij is de metafoor van de “wijkagent” bewust gekozen: het geeft weer dat de gemeente zich houdt op wat er in de kern als geheel speelt, zodat signalen tijdig worden opgepakt en vertaald naar een samenhangende aanpak. Wij zien echter nog steeds een duidelijke behoefte aan een vaste sparringpartner of contactpersoon voor de kernen. Het doel blijft om de gemeenschap meer mee te nemen.
Gemeente Peel en Maas
1894/2025/3242789
Pagina 5 van 6
Ook heeft de Rekenkamer kennis genomen van de reactie van het college op aanbeveling 6. Uit de beantwoording van vragen in het onderzoek blijkt echter dat een deel van de raadsleden de huidige informatievoorziening niet altijd als passend of volledig ervaart. Dit benadrukt het belang van de aanbeveling: het bieden van een gestructureerde en toegankelijke manier voor de raad om inzicht te krijgen in het maatschappelijk accommodatiebeleid, zodat de raad zijn kaderstellende en controlerende rol optimaal kan vervullen. Tegelijkertijd ligt het bij de raad om aan te geven welke informatie belangrijk en wenselijk wordt geacht. Het college heeft aangegeven hierover graag in gesprek te gaan, zowel over de inhoud als over de vorm van de informatievoorziening, en staat open om samen met de raad de aanpak verder vorm te geven indien dat gewenst is. Wij waarderen de inzet van het college om de gesignaleerde punten op te pakken en zijn ervan overtuigd dat het gezamenlijke gesprek tussen raad en college bijdraagt aan een duurzame en samenhangende aanpak van het maatschappelijk accommodatiebeleid in Peel en Maas. Tegelijkertijd zijn we verheugd dat dit rekenkameronderzoek bouwstenen biedt voor het nieuwe gemeentelijke accommodatiebeleid.
De aanbevelingen zijn concreet toepasbaar voor het opstellen van nieuw beleid, waardoor “werk met werk” wordt gemaakt en het onderzoek niet alleen waardevol is voor de uitvoering, maar ook bijdraagt aan de kaderstellende rol van de gemeenteraad. Dat maakt dat in dit voorstel de wij de gemeenteraad vragen om de zes aanbevelingen over te nemen en het college op te dragen uitvoering te geven aan alle aanbevelingen en periodiek de gemeenteraad over de uitvoering te informeren. Financiën De financiële gevolgen van de uitwerking van deze conclusies en aanbevelingen zijn nu nog niet aan te geven. Juridische afwegingen n.v.t. Uitvoering/evaluatie Jaarlijks dient het college verantwoording afleggen, op basis van artikel 185a van de Gemeentewet, aan de gemeenteraad over de gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld met het standpunt daaromtrent en van de wijze waarop hieraan vervolg is gegeven. Communicatie Het eindrapport is, nadat deze aan de gemeenteraad is aangeboden op 6 oktober 2025, op de raadsite van de gemeente Peel en Maas geplaatst. Het rapport is te raadplegen op https://peelenmaas.bestuurlijkeinformatie.nl/, onder “Overzichten – Rekenkamer”. De presentatie, die wordt gegeven aan de raad op 20 oktober 2025, wordt hier ook toegevoegd. Na de raadsbehandeling zal er een schrijven naar de rekenkamer uitgaan, met daarin het raadsbesluit.
Rekenkamer van de gemeente Peel en Maas,
de secretaris van de rekenkamer, drs. S. Nur
de voorzitter van de rekenkamer, drs. J.H.T. Julicher
Bijlage(n): 1. Rapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Peel en Maas (Geanonimiseerd) 2. Presentatie Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Peel en Maas
Gemeente Peel en Maas
1894/2025/3242789
Pagina 6 van 6