2025-065 15 Bijlage - Quickscan Bureau Meervelt (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Quickscan Wet natuurbescherming De Pas, Panningen 2022
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
Quickscan Wet natuurbescherming De Pas, Panningen 2022
Status: Definitief, 19 oktober 2022
In opdracht van:
gemeente
Peel en Maas Contactpersoon: (geanonimiseerd) H
Bureau
Meervelt,
Ecologisch onderzoek en advies
(geanonimiseerd) :
". (geanonimiseerd)
Projectnummer:
22-081.2
Foto omslag: Zicht op plangebied
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING.
1.1 Aanleiding
vrNLL
e
1.2 Beschrijving plangebied. 1.3 Voorgenomen ontwikkeling 14 LOESWijZEr 2.
ANALYSE
GEBIEDSBESCHERMING
2.1 Inleiding ….
ij
2.2 Afwegingskader Wet natuurbescherming Natura 2000.
23 Afwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en beleid Provincie Limburg. 3.
ANALYSE
SOORTBESCHERMING
3.1 Inleiding 3.2 Flora…
3.3 Zoogdieren
3.4 Vogels.
e
3.5 Reptielen, amfibieën en vissen. 3.6 Overige beschermde soorten.… 4.
CONCLUSIES
…
e
4.1 Conclusies gebiedsbescherming. 4.2 Conclusies
5.
soortbeschermi
LITERATUURLIJST
EN
WEBSITES
lage 1a Achtergronden Wet natuurbescherming … Bijlage 1b Achtergrond bescherming Natuurnetwerk Nederland Bijlage 2 Onderzoeksgebied NDFF..
o
Bureay Meervelt
1.
_
Quickscan Wnb De Pas,
Panningen
INLEIDING
1.1 Aanleiding Aan de Averbodestraat 19 in Helden staat basisschool De Pas.
oktober 2022
verhuizen
de leerlingen
naar een
Momentee! s het schoolgebouw nog in gebruik, in
nieuw gebouw.
Het college
heeft besloten om
de locatie te
herontwikkelen. De herontwikkeling houdt in dat de bestaande bouw wordt gesloopt. Hiervoor in de plaats komen sociale huurwoningen, gebouwd in opdracht van een woningcorporatie. De gemeente Peel en Maas is eigenaar van de grond en het schoolgebouw en is voornemens het perceel bouwrijp op te leveren aan de woningcorporatie. Behalve het realiseren van woningen is de opdracht een inrichting te realiseren die voldoet aan de eisen van de
klimaatopgave (groen, hittestress, wateroverlast) en behoud van groenstructuren. Om inzicht te krjgen in de betekenis van het plangebied voor beschermde natuurwaarden heeft gemeente Peel en Maas Bureau Meervelt verzocht een quickscan Wet natuurbescherming uitte voeren, Ook wordt aangegeven welke stappen doorlopen voorgenomen
dienen te worden
ontwikkeling
wordt
in geval beschermde getoetst
aan
de
natuurwaarden
Wet
in het geding dreigen te komen.
natuurbescherming
(Natura
2000,
soorten
De en
houtopstanden) en de Omgevingsverordening (Goudgroene natuurzone)
Figuur 1: Plangebied De Pas, Panningen (Limburg Atlas, 2022).
1.2 Beschrijving plangebied Het plangebied ligt te midden van de stedelijke bebouwing van Panningen en bestaat uit een oostelijk deel en een westelijk deel. Het plangebied wordt omsloten door de wegen In de Pas, woningen aan de noordkant, Averbodestraat, Professor van Oijenstraat, Marie Notermansstraat en woningen aan de westzijde van het plangebied. In het oostelijk deel van het plangebied staat een oud schoolgebouw.
Rond de school staan een aantal oudere en
markante bomen en zijn kleine plantsoenen aanwezig. Grenzend aan de school ligt een speelveldje met enkele speeltoestellen en twee goals In het westelijk deel van het plangebied ligt een trapveldje met twee goals. Ook hier zijn op kleinschalige wijze enkele groenvoorzieningen ([plantsoenen) aanwezig.
Bureay Meervelt
Quickscan Wnb De Pas, Panningen
Figuur 2 - 5: Impressie van het plangebied. Linksboven: Zicht op het schoolgebouw Rechtsboven:
Een
van de markante
en oude
Platanen rond de school
Linksonder: Speelveldje noord van de school Rechtsonder:
Trapveldje aan de westzijde van het plangebied.
1.3 Voorgenomen ontwikkeling De school wordt gesloopt, speeltoestellen, verhardingen en groenstructuren. De planvorming zet in op behoud en versterking van de groenstructuren en bestaande bomen. Dat sluit echter niet uit dat er bepaalde opstanden verwijderd of gekapt moeten worden. Hierna wordt het plangebied bouwrijp gemaakt en worden woningen gebouwd (zie ook $ 1.1.
1.4 Leeswijzer De Wet natuurbescherming kent onder meer de aspecten gebiedsbescherming (Natura 2000), soortbescherming n bescherming houtopstanden. Ook de Omgevingsverordening Limburg bevat beschermingskaders voor naluuren landschapszones. In hoofdstuk 2 en 3 worden respectievelijk de gebieds- en soortbescherming uitgewerkt. Bescherming van houtopstanden op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde: eventueel te kappen bomen liggen binnen de bebouwde
kom.
In hoofdstuk 4 worden de conclusies op een rij gezet en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen beschreven. In bijlage 1 wordt achtergrondinformatie op het gebied van natuurwetgeving en beleid weergegeven. Bijlage 2 bevat het onderzoeksgebied dat gebruikt is n de NDFF.
Bureay Meervelt
2
ANALYSE
Quickscan Wnb De Pas, Panningen
GEBIEDSBESCHERMING
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt per afwegingskader aangegeven of het plangebied dee! uitmaakt van een beschermd gebied
en wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ingreep een mogelijk negatieve invloed te verwachten is op aanwezige beschermde gebieden in de omgeving. Ten aanzien van gebiedsbescherming zijn drie afwegingskaders relevant: e
_ Afwegingskader Wet natuurbescherming (Natura 2000),
+ _ Alwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Ecologische hoofdstructuur), + Afwegingskader Omgevingsverordening Limburg 2014 (Goudgroene en Zilvergroene Bronsgroene landschapszone).
natuurzones
en
onbekendheid met deze afwegingskaders wordt geadviseerd bijlage 1 eerst door te nemen.
2.2 Afwegingskader Wet natuurbescherming Natura 2000 De locatie De Pas in Panningen ligt ten noordwesten van Natura 2000-gebied Leudal op een afstand van ruim 7,1 kilometer.
Overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand.
Figuur 6: Ligging plangebied De Pas ten opzichte van Natura habitatrichtlijn, groen habitat- en vogelrichtlijn) (Atlas Limburg, 2022).
2000-gebieden
(gekleurde
vlakken:
geel
Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderijk ofin combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. De werkzaamheden verstoring.
in het plangebied de Pas kunnen
storingsfactoren genereren zoals licht, geluid en optische
Deze storingsfactoren reiken, gezien de afstanden, iet tot de omliggende Natura 2000-gebieden.
Een
uitzondering kan stikstof zijn. Stikstof kan in de aanlegfase en de gebruiksfase vrijkomen door het gebruik van fossiele brandstoffen en kilometers verder extra stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden tot gevolg hebben. 3
Bureay Meervelt
Quickscan Wnb De Pas, Panningen
Voor de tjdelijke uitstoot van stikstofverbindingen in het kader van sloop- en bouwactiviteiten is op dit moment (oktober 2022) een vrijstelling van kracht op grond van artikel 2.9a Wet natuurbescherming dat is toegevoegd met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Voor eventuele uitstoot van stikstofverbindingen in de gebruiksfase (indien van toepassing) is een Aerius-berekening nodig. Als uit de berekening blikt dat in de gebruiksfase sprake is van extra stikstofbelasting in de daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden, is een voortoets en/of passende beoordeling nodig. Als een passende beoordeling moet worden uitgevoerd is ook een vergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming.
2.3 Afwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en beleid Provincie Limburg In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Riijk vastgelegd dat de provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) en dat deze de begrenzing en bescherming van het NNN dient vast te leggen in een provinciale verordening. In Limburg is het NNN in het POL2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2014 als Goudgroene natuurzone vastgelegd. Met de Omgevingsverordening heeft de Provincie Limburg invulling gegeven aan het beschermingsregime op basis van de Barro en de daarin verwoorde 'Spelregels EHS' (Nationaal Natuumetwerk). Met de Beleidsregel natuurcompensatie geeft de Provincie Limburg invulling aan het natuurcompensatiebeleid uit de
Omgevingsverordening.
In onderstaande iguur 7 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Goudgroene
natuurzone en andere beschermde natuur- en landschapszones weergegeven.
SS
|
E |
h
# :
EE
Î
e Jé =
*
1
: i
®
z|Goud, zilver, brons
_ Goudgroene natuurzone
Zilvergroene natuurzone Bronsgroene landschapszone
Figuur 7: Ligging plangebied ten opzichte van beschermde natuur- en landschapszones (groen). (Atlas Limburg, 2022).
De beleidsregel Natuurcompensatie
is van toepassing
als voorafgaand
aan de activiteit is vastgesteld dat de
wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd en/of de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone en/of van het Beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd. Als de beleidsregel Natuurcompensatie van toepassingis, ontstaat er een compensatieplicht en moet er, wil de activiteit doorgang kunnen vinden, financiële compensatie, dan wel fysieke compensatie plaatsvinden. De voorwaarden die gelden bij een compensatieplicht zijn uitgewerkt in de beleidsregel natuurcompensatie.
Bureay Meervelt
Quickscan Wnb De Pas, Panningen
n figuur 7 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Goudgroene natuurzone weergegeven. Het plangebied maakt geen deel uit van het natuumetwerk en grenst hier ook niet aan. Vervolgstappen met betrekking tot deze beschermde natuur- en landschapszones zijn niet nodig.
Bureay Meervelt
3.
Quickscan Wnb De Pas, Panningen
ANALYSE
SOORTBESCHERMING
3.1 Inleiding Ten
aanzien
van
soortbescherming
is de
Wet
afwegingskader wordt verwezen naar bijlage 1. vastgesteld: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn;
natuurbescherming
In de Wet
relevant.
Voor
meer
informatie
over
dit
natuurbescherming zijn drie beschermingsregimes
3. Beschermingsregime andere soorten (ook wel de Nationale ljst genoemd).
Daarnaast kan voor soorten een vrijstelling gelden bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijsteliingslijst kan per provincie verschillend zijn. De lijsten per beschermingsregime en de vrijstellingslijst van de provincie Limburg is zijn opgenomen in bijlage 1. Bij onbekendheid met dit wettelijk kader wordt geadviseerd deze bijlage eerst door te nemen. In
dit
hoofdstuk
wordt
onderzocht
of
beschermde
soorten
ter
hoogte van het plangebied en de omgeving daarvan (kunnen) voorkomen. Daartoe zijn gegevens verzameld uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De natuurgegevens van de NDFF betreffen de gegevens in het onderzoeksgebied zoals weergegeven in figuur 8 en bijlage 2, de waarnemingen uit de
laatste vij jaar zijn opgevraagd'. Vanwege de voorwaarden die de NDFF stelt aan het openbaar maken van deze gegevens, zijn geen herleidbare waarnemingen opgenomen in deze quickscan. Met betrekking tot vogelgegevens geldt dat deze in de NDFF worden
geselecteerd
op type waarnemingen
zoals
niet
'waarneming
broedende vogel of overtrekkend'. De NDFF geeft een overzicht van alle op het moment van opvragen goedgekeurde actuele
Figuyr 8: Overzicht grens van opgevraagde gegevens.
waamemingen, dus ook losse waarnemingen (kort pleisterend, overtrekkend) in de NDFF. Dit houdt in dat de informatie ten aanzien van beschermde
broedvogels onvoldoende gedetailleerd is (een te geringe informatiewaarde heeft) om
concrete uitspraken te doen op basis van deze gegevensset over voorkomen in het plangebied.
De gegevens uit
de dataset van de NDFF over vogels worden daarom in de quickscan alleen ter indicatie gebruikt. De gegevens uit de NDFF zijn opgenomen in bijlage 2. De gegevensset is samengesteld in oktober 2022 en aangevuld met een oriënterend veldbezoek in dezelfde maand. Tijdens het veldbezoek i het plangebied doorkruist. De resultaten van het veldbezoek zijn in deze rapportage
opgenomen.
Als beschermde
soorten aanwezig
(kunnen) zijn, wordt aangegeven
of en zo ja welke
vervolgstappen moeten worden dooriopen.
3.2 Flora
In de NDFF zijn uit het plangebied geen waarnemingen bekend van beschermde soorten planten in de afgelopen vij jaar. Tijdens het veldbezoek werd geconstateerd dat de plantsoenen en de trap/speelveldjes in het plangebied ongeschikt
zijn
voor
beschermde
plantensoorten.
Nader
onderzoek
of
een
ontheffingsaanvraag
voor
plantensoorten is niet nodig.
’ In de NDFF worden ook gegevens uit andere bronnen geïmporteerd zoals gegevens van de NGO's en waarneming.nl: vpdates vinden met enige regelmaat plaats, maar recente gegevens kunnen met enige vertraging beschikbaar komen ín de NDFF. 6
Bureay Meervelt
Quickscan Wnb De Pas, Panningen
3.3 Zoogdieren Uit de NDFF zijn uit de periode 2017-2022 de volgende beschermde soorten bekend uit het plangebied en directe omgeving (zie tabel 1.
Tabel
1:
Beschermde
soorten
zoogdieren
met
beschermingsregime
en
eventuele
vrijsteling
uit
het
onderzoeksgebied uit de periode 2017 - 2022 (NDFF, oktober 2022).
soort
Habitatrichtlijn | Andere soorten [ Vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen
Egel
B
x
hele jaar
Beschermingsregime Andere soorten Het plangebied en de directe omgeving maakt naar verwachting deel uit van het leefgebied van Egel en andere algemeen voorkomende soorten als Huisspitsmuis, Konijn en Mol.
Voor deze algemeen voorkomende beschermde
zoogdieren geldt in geval van ruimtelijke ingrepen een vristelling voor het vernietigen van verblijfplaatsen en voor het vangen van deze soorten (om ze indien nodig in veiligheid te brengen). De zorgplicht geldt altijd, zie daarvoor hoofdstuk 4.
Overige
waamemingen
van
beschermde
zoogdieren
zijn niet bekend
uit het onderzoeksgebied.
Tijdens
het
veldbezoek werd vastgesteld dat het plangebied deel uit kan maken van het leefgebied van Steenmarter of andere kleine marterachtigen.
Sporen
ontbreken
echter
net als geschikte vaste vooriplantings- en rustplaatsen.
Nader
onderzoek of een ontheffing voor soorten onder dit beschermingsregime is iet nodig. Beschermingsregime Habitatrichtijn In de NDFF ontbreken waarnemingen van habitatrichtiijnsoorten. Tijdens het inspectiebezoek werd vastgesteld dat de huidig aanwezige bebouwing
ongeschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen.
Aanwezige stootvoegen
in de
muren zijn dichtgemaakt met stootvoegroostertjes of zitten te laag n de muur, de metalen boeiborden zijn goed afgesloten en hebben weinig tussenruimte én worden in zomerperioden erg warm. Tijdens het veldbezoek werden de oudere bomen met enige stamomvang gecontroleerd op het voorkomen van holten die potentieel geschikt zijn als verblifplaats voor boombewonende vieermuizen. Deze waren niet aanwezig. Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied is niet nodig. Hoewel uit de gegevensset geen waarnemingen van vleermuizen bekend zijn, komen naar verwachting wel soorten voor als de algemeen voorkomende Gewone dwergvieermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatviieger. De aanwezige grotere bomen en groenstructuren kunnen deel uimaken van het vlieg- en foerageergebied. Met name langs de Van Hilenstraaten Haffmanshof lopen grotere lijnvormige structuren (laanbeplanting) die door veermuizen gebruikt kunnen worden als vlieg- en foerageergebied. De bomen op het schoolplein langs de Averbodestraat maken deel uit van deze structuur. Door kap van deze bomen raakt deze structuur meer onderbroken en neemt het insectenaanbod licht af. Het verdient daarom de voorkeur zoveel mogelijk bomen te behouden zodat de (laan)structuur zoveel mogelijk aaneengesloten bljft.
Genoemde soorten zijn echter ook in staat zich te oriënteren op bebouwing en zich te richten op altematieve foerageergebieden. Deze zijn in de omgeving van het plangebied aanwezig in de vorm van tuinenen het buitengebied van Panningen. Het ruimen van groene elementen leidt daarom niet tot een effect op de functionaliteit van in de omgeving aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen.
Bovendien
wordt in de nieuwe situatie rekening gehouden met de aanplant van nieuwe bomen en aanleg van nieuwe groenvoorzieningen, waardoor de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen behouden bljft. Nader onderzoek naar de functie van het plangebied als vlieg- en foerageergebied voor vieermuizen is niet nodig. Overige
soorten die vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtljn zijn vanwege de inrichting, het
beheer en gebruik van het plangebied en de ligging in de bebouwde kom van Panningen niet te verwachten. Nader onderzoek of een ontheffing voor overige beschermde soorten onder dit beschermingsregime is niet nodig.
Bureay Meervelt
Quickscan Wnb De Pas, Panningen
3.4 Vogels In
de
Wet
natuurbescherming
zijn
verbodsbepalingen
Beschermingsregime soorten Vogelrichtljn.
- _ - _
opgenomen
met
betrekking
tot
vogels
in
het
In grote lijnen komen deze verbodsbepalingen op het volgende neer
hetis verboden vogels te doden of te vangen, hetis verboden in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen te beschadigen of weg te nemen,
- _ hetis verboden eieren te beschadigen, te rapen of onder zich te hebben, - _ het is verboden vogels te storen behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort
Een ontheffing of vrjsteling is mogelijk onder bepaalde voorwaarden (zie ook bijlage 1) Jaarrond beschermde
Nesten
van
een
nesten
aantal
soorten
zijn jaarrond
beschermde nesten is beschermd.
beschermd;
ook
de functionele
omgeving
van deze jaarrond
Storing met als gevolg het (tjdelik) verlaten van een jaarrond beschermd nest
wordt eveneens beschouwd als vernielen van het nest als daardoor het broedsucces vermindert. soorten met een jaarrond beschermd nest is hieronder opgenomen:
De lijst van
Tabel 2: Lijst jaarrond beschermde vogeinesten (Beleidsregel passieve soortenbescherming Limburg, 2017).
Van
de vet weergegeven soorten zijn territoria aangetroffen in of in de directe omgeving van het plangebied.
soort Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik
categorie | soort 2 Huiszwaluw 3 Kerkuil 2 Ochoe 2 Ooievaar 2 Ransuil 3 Raaf
Huismus
2
categorie _ | soort 2 Roek 1 slechtyalk 1 steenuil 2 Torenvalk 3 Wespendief 3 zwarte wouw
Rode wouw
3
(Categorie 1:
_ Jaarrond gebruikte nesten (ook buiten broedseizoen gebruik van de nesiplaats).
Categorie2:
_ Zeer plaatstrouwe
broedvogels
of soorten
Categorle 1 2 1 3 3 3
die afhankelik
zijn
van
bebouwing
Deze
soorten
broeden
elk
broedseizoen op dezellde plaals en zin daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nesplaats zijn vaak zeer specfiek en limitatief beschkbaar
Categorie 3:
_ Plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauweljks Ín staat zijn om zelf een nest e bouwen.
Deze soorten zjn niet n staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude
kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben.
Ofze bouwen een nieuw nest o het oude nest van het
voorgaande jaar en zjn extra kwetsbaar voor verstoring.
Hier vallen ook roofvogels onder di zich sinds kort aan
net vestigen zin in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van
Soorten waarbij getoetst moet worden of voldoende functioneel leefgebied aanwezig blift Voor de soorten in onderstaande tabel dient te worden vastgesteld dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen.
In dat geval geldt geen jaarronde bescherming
van het nest. Als er onvoldoende alternatieve leefomgeving aanwezig is, geldt wel een jaarronde bescherming.
Bureay Meervelt
Quickscan Wnb De Pas, Panningen
Tabel 3: Soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is als er onvoldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. (Beleidsregels passieve soortenbescherming Limburg, 2017)
Bieneter Blauwe reiger Buizerd Oraaihals
Grauwe Kauwier Grutto Usvogel Kramsvogel
Kwartelkoning Oeverzwaluw Paapje Ringmus
Roerdomp sperwer spotvogel Visdhef
Wap Zomertortel Zwarte specht
Categorie4: _ Nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende fexibilteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dt de functionaliteit nietin het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionalteit behouden blif.
Nesten
van
andere
soorten zijn buiten het gebruik voor de voortplanting
niet beschermd.
Voor kunstmatige
nestgelegenheid geldt dat deze verplaatst mogen worden als de functionaliteit effectief behouden blijft ondanks de verplaatsing Alle nesten van broedvogels zijn beschermd zo lang deze in gebruik zijn en de jongen afhankelijk zijn van het nest.
Nesten van een aantal soorten genieten een jaarronde bescherming. Verstorende werkzaamheden of activiteiten in het broedseizoen zijn niet toegestaan als nesten aanwezig zijn in het plangebied of de nabijheid daarvan. Een indicatie voor de broedperiode is 1 maart tot 15 augustus. Let op: dit is slechts een indicatie, van belang is of broedende vogels aanwezig zijn of niet Broedvogels in het plangebied
Tijdens het veldbezoek werd vastgesteld dat de aanwezige bebouwing niet geschikt is als broedgelegenheid voor Huismus en Gierzwaluw (laagbouw met plat dak). Ook voor andere soorten met een jaarrond beschermd nest (Torenvalk, Kerkuil en Steenuil) ontbreekt geschikte broedgelegenheid. In de huidige situatie is de aanwezigheid van soorten met een jaarrond beschermd nest uit te sluiten. Tijdens het veldbezoek werd vastgesteld dat het plangebied marginaal van betekenis is voor broedvogels. Mogejk komen enkele algemeen voorkomende broedvogels voor als Houtduif, Winterkoning, Merel, Vinke en Putter. Voor deze soorten is n de ruime omgeving van het plangebied geschikte alternatieve broedgelegenheid aanwezig. Vanwege
de mogeijke
aanwezigheid
van
broedvogels
in de bomen
en groenvoorzieningen
moeten
eventuele
vellingswerkzaamheden of werkzaamheden in de plantsoenen worden uitgevoerd buiten de broedperiode. De broedperiode loopt in het plangebied ongeveer van 1 maart tot 15 augustus. Let op: ook buiten deze periode kunnen nesten aanwezig zijn van bijvoorbeeld Houtduif of Turkse tortelduif. Inspecteer daarom alijd voorafgaand aan de kap de boom op in gebruik zijnde nesten.
3.5 Reptielen, amfibieën en vissen In de NDFF
zijn geen waarnemingen
bekend
van deze diergroepen.
Het
plangebied
is geheel
omsloten
door
stedelijke bebouwing en open water in het plangebied ontbreekt. Mogelijk zijn kleine populaties van algemeen voorkomende amfibieën aanwezig n vijvers in tuinen. Voor deze soorten (zoals Bruine kikker en Gewone pad) geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. Wel geldt de zorgplicht (zie hoofdstuk 4). Het voorkomen van zwaarder beschermde soorten amfibieën en vissen of reptielen is op voorhand uit te sluiten wegens het ontbreken van populaties in de nabije omgeving en het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied. Nader onderzoek naar beschermde soorten reptielen, amfibieën of vissen in het plangebied of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.
Bureay Meervelt
Quickscan Wnb De Pas, Panningen
3.6 Overige beschermde soorten In de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van overige beschermde soorten uit de laatste vijf jaar. Op grond van het aangetroffen biotoop tijdens het veldbezoek zijn overige beschermde
natuurwaarden
in het plangebied uit e
sluiten. Nader onderzoek naar of een ontheffing voor overige beschermde soorten is niet nodig.
10
Bureay Meervelt
4.
Quickscan Wnb De Pas, Panningen
CONCLUSIES
4.1 Conclusies gebiedsbescherming * _ Natura 2000: het plangebied De Pas igt ten noorden op een afstand van 7,1 kilometer van Natura 2000-gebied Leudal. Overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand. De werkzaamheden in het plangebied de Pas kunnen storingsfactoren genereren zoalslicht, geluid en optische verstoring.
Deze storingsfactoren reiken, gezien de afstanden, niet tot de omliggende Natura 2000-gebieden.
Een uitzondering kan stikstof zijn. Stikstof kan in de aanlegfase en de gebruiksfase vrijkomen door het gebruik van fossiele brandstoffen en kilometers verder extra stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden tot gevolg hebben.
Voor de tjdelijke uitstoot van stikstofverbindingen in het kader van sloop: en bouwactiviteiten is op dit moment (oktober 2022) een vrijstelling van kracht op grond van artikel 2.9a Wet natuurbescherming dat is toegevoegd met
de Wet
stikstofreductie
en
natuurverbetering.
Voor
eventuele
uitstoot van
stikstofverbindingen
in de
gebruiksfase (indien van toepassing) is een Aerius-berekening nodig. Als uit de berekening blijkt dat in de gebruiksfase sprake is van extra stikstofbelasting n de daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden, is een voortoets en/of passende beoordeling nodig. Als een passende beoordeling moet worden uitgevoerd is ook een vergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming ° _ Natuumetwerk: Het plangebied overlapt niet met beschermde natuur- en landschapszones. met betrekking tot deze beschermde natuur- en landschapszones zijn niet nodig.
Vervolgstappen
4.2 Conclusies soortbescherming * _ Het plangebied maken beschermde
soorten.
naar verwachting deel uit van het leefgebied
van enkele algemeen
Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt voor de algemeen voorkomende
voorkomende
soorten vaak een
vrijstelling voor het beschadigen van vaste voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en het vangen van deze soorten. Wel geldt de zorgplicht. Deze zorgplicht is in de Wet natuurbescherming opgenomen in artikel 1.11 1. 2.
Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wid levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval n dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten:
© _ dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, © indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of © voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. In de praktjk komt de zorgplicht neer op het nemen van passende maatregelen om doden van dieren te voorkomen ‚en aanwezige dieren zo nodig te vangen en te verplaatsen. Daarnaast zijn maatregelen nodig om te voorkomen dat verbodsbepalingen overtreden worden. De maatregelen zijn hieronder puntsgewijs opgenomen. ° Schuilplekken zoals houtstammen en takkenhopen of ander materiaal, dienen voorzichtig verwijderd te worden. Aanwezige dieren krijgen bij voorkeur de mogelijkheid op eigen kracht een veilig heenkomen te zoeken.
e _ Aanwezige holen dienen zoveel mogelijk handmatig te worden uitgegraven zodat aanwezige dieren de kans krijgen om te vluchten. * _ Eventueel aanwezige nestkastjes dienen voorafgaand aan het broedseizoen verwijderd te worden
* _ Bomen en struiken dienen voorafgaand aan het broedseizoen verwijderd te worden (1 maart - 15 augustus). Mits deze maatregelen genomen worden is geen nader onderzoek of een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming voor soorten nodig. 11
Bureay
5.
Meervelt
LITERATUURLIJST
Quickscan Wnb De Pas, Panningen
EN WEBSITES
wuw.ecogrid.nl
https://www.limburg.nl https://wetten.overheid.n/BWBR0037552/2021-07-01 vwaw.waarneming.nl
12
Bijlage 1a Achtergronden Wet natuurbescherming
In deze bijlage wordt kort ingegaan op een relevant geachte selectie uit de Wet natuurbescherming.
Aan deze bijlage kunnen
geen rechten worden ontieend. Voor de volledige tekst wordt verwezen naar de Wet natuurbescherming.
Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017
s de Wet natuurbescherming van kracht.
Boswet en de Flora- en Faunawet.
Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de
De wet bestaat uit 12 hoofdstukken waarvan voor deze quickscan de eerste vier hoofdstuken
relevant zijn: - Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Hoodstuk
2:
Natura
Hoofdstuk
3:
Soorten
2000
Hootdstuk 4: Houtopstanden, hout en houtproducten De overige hoofdstukken behandelen vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen, financiële bepalingen, handhaving, overige aspecten, overgangsrecht en de wijziging en samenloop van en met andere wetten en/of wetsvoorstellen. zich tot oetsing aan de eerste vier hoofdstukken.
De quickscan beperkt
Eventueel relevante bepalingen over vrjtelingen (bijvoorbeeld bij ruimteike
ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud) worden in de quickscan ook meegenomen,
De Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland
(RVO) verleent ontheffingen
en vergunningen voor ruimtelijke ingrepen
die
gevolgen voor de natuur kunnen hebben zoals: +
Projecten van gebieden die niet op provinciaal nveau zijn ingedeeld
+
Hoofdwegen, hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen.
+
Kustbescherming:
primaire waterkeringen zoals kustverdediging en rivierveiligheidsmaatregelen,
zoals Ruimte voor de Rivier
projecten.
+
Actwiteiten op miltaire terreinen en oefengebieden.
+
Landelijk energietransportnetwerk (hoogspanningsverbindingen vanaf 220KV).
*
Gastransportnetwerk
+
Actiiteiten van of door een lid van het Koninklijk Huis
+
Valkeniersaktes
Voor alle andere ontheffingen en vergunningen is de provincie verantwoordelijk.
In deze bijlage worden kort de kaders van de wet geschetst voor de gebiedsbescherming (Natura 2000), de soortbescherming en de houtopstanden. *
Natura 2000
De biodiversiteit (soortenrijkdom) n Europa gaat al jaren achteruit.
Duurzame
bescherming van flora en fauna is hard nodig
Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het i daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken.
Zo wordt voorkomen dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt.
1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtijn. ‚en gebiedsbescherming.
Natura 2000 vormt de component gebiedsbescherming.
aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-Jsoorten. het Natura 2000-netwerk.
Deze richtljnen hebben twee componenten:
Daartoe is in
soortenbescherming
Alle EU-Iidstaten wijzen beschermde gebieden
De onder beide richtlijnen aangewezen
beschermde gebieden vormen
De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat i ruim
160 gebieden (www.synbiosys.alterra.nl).
Het1s verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten e realseren of andere handelingen te verrichten e gelet op de instandhoudingsdoelstelingen voor een Natura 2000-gebied de kwalteit van de natuurlke habitats of de habítats van soorten n dat gebied kunnen verslechteren of een signifcant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied Is aangewezen.
Voor
de
habitattypen
en
(vogeijsoorten
instandhoudingsdoelen opgesteld. plaas kunnen
vinden
waarvoor
de
Natura
2000-gebieden
worden
aangewezen,
Toetsing vindt altjd plaats in het icht van deze instandhoudingsdoelen.
als zekerheid verkregen
is omirent
het niet optreden
handelen
de
overheid
Ontwikkelingen alleen
van een verslechtering van de kwaïiteit van
natuurijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. instandhoudingsdoelstellingen door menselik
zijn door
de
ErÍs sprake van signifcante gevolgen als de
(mogelijk) niet gehaald worden.
Een vergunning kan alleen verieend
worden als zekeris dat het plan of project niet Ieidttot aantasting van de natuurlijke kenmerken.
Met andere woorden:
er mogen
best actviteiten ontplooid worden in of bij een Natura 2000-gebied, zolang een activiteit maar niet eidt tot significante gevolgen.
Voor alle Natura 2000-gebieden worden beheerplannen opgesteld.
Daarin staan de instandhoudingsdoelen, hoe deze doelen
bereikt kunnen worden en voorbeelden van welke actviteiten zijn toegestaan en welke vergunningplichtig zijn. Natura 2000 heeft ‚een exteme werking.
Dit betekent dat ook activteiten buiten het Natura 2000-gebied, die negatieve gevolgen kunnen hebben
voor het Natura 2000-gebied, getoetst moeten worden aan de Wet natuurbescherming (denk bijvoorbeeld aan verdroging van ‚een natuurgebied als gevolg van grootschalige wateronttrekking enkele kilometers verder),
In de quickscan word,
als dat nodig is, een paragraaf opgenomen waarin de kans op significante negatieve effecten als gevolg
van de voorgenomen
ontwikkeling wordt beoordeeld.
Deze paragraaf kan gezien worden als een voortoels op grond waarvan
overleg gevoerd kan worden met bevoegd gezag over de noodzaak van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. Als significant negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is in veel gevallen een passende beoordeling en ‚een vergunning nodig.
°
Soortbescherming
Onahankelik van gebieden worden ook soorten beschermd in de Wet natuurbescherming. beschermingsregimes.
Deze beschermingsregimes
Ten aanzien van soorten gelden crie
komen gedeeltelijk overeen met elkaar, in detail verschillen ze echter.
groepen waarvoor de verschilende beschermingsregimes
in het leven zjn geroepen worden hieronder weergegeven
De
met de
belangrijkste verbodsbepalingen.
I de daaropvolgende Ijsten worden e afzonderljke beschermde soorten weergegeven
1. Soorten van de Vogelrichtlijn.
Dit zijn alle van nature in Nederland in het wid levende vogels (zoals bedoettin artikel 1 van
de Vogelrichtijn) Het s verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen, eieren te rapen of onder zich te hebben en vogels zodanig te storen dat deze storing van wezenljke invloed is op de staat van instandhouding.
2. Soorten van de Habitatrichtlijn.
Dit zjn soorten die genoemd zijn in Bilage IV van de Habitatrichtlijn, Bijage | en I! van het
Verdrag van Bern en Bilage I van het Verdrag van Bonn.
In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels
genoemd. Het is verboden
deze
dieren opzettelik
te doden
of te vangen,
voorlplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschaigen verzamelen, afte snijden, 1e ontwortelen of te verrielen.
te verstoren,
eieren opzetteljk
te vernielen
of te rapen,
of te vernielen en het is verboden planten opzetteljk ‘e plukken en te
3. Nationaal aangewezen (overige soorten).
Dit zijn soorten genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming.
Het gaat
‚om de bescherming van n nationaal opzicht te beschermen soorten, die zijn genoemd op de Vogel- of Habitatrichtlijn (art. 3.10 3.11
Wet natuurbescherming).
behoeven.
Reden
voor de bescherming
is de maatschappelijke overtuiging dat deze dieren bescherming
Andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd.
Het i verboden vaste voorlplantingsplaatsen of rusiplaalsen van dieren opzettelijk Ie beschadigen ofte vernielen of vaatplanten opzetteijk 1e plukken en te verzamelen, af te snijden, e ontwortelen of te vernielen.
De wet voorziet in mogeijkheden
voor het verlenen van vristellingen.
provinciale staten te worden verleend.
Deze vrijstelingen dienen steeds bij verordening door
Biij het verlenen van de vrjstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij
het verlenen van een ontheffing. Aan Gedeputeerde staten van de provincies is In de Wet natuurbescherming beleidsvrijneid toegekend. De provincie Limburg heeft ter invullng van deze beleidsvrijheid ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ vastgesteid.
Doel is om ruimte voor (ruimteljke) ontwikkelingen in Limburg te bieden,
soorten in een gunstige staat van instandhouding te houden en administratieve lasten en onderzoekslasten te minimaliseren. deze
beleidsregels
uiteengezet,
worden
verbodsbepalingen
de eisen die aan
nader
uitgelegd, worden
indieningsvereisten
onderzoek gesteld worden en wordt ingegaan op de ontheffing.
voor
een
In
ontheffingsaanvraag
Waar nodig worden
in deze
auickscan de beleidsregels betrokken. n onderstaande tabel zijn de soorten van de habitatrichtijn en de andere soorten opgenomen. jaarrond beschermde
nesten zijn opgenomen in de quickscan.
i opgenomen bijruimtelijke ontwikkelingen,
Tabellen met vogelsoorten met
Na deze tabel volgt een tabel met soorten waarvoor een vrijstelling
bestendig beheer en onderhoud
HABITATRICHTLIJN
Zoogdieren
Baardvieermuis Bechstein's vleermuis
Myotis mystacinus Myotis bechsteinni
Kleine hoefijzemeus Laatvlieger
Ahinolophus hipposideros Eptesicus serotinus
Bever
Castor fiber
Lynx
Lyns ynx
Bosvleermuis Brandt’s vleermuis Bruinvis
Nyctalus leisleri Myotis brandti Phocoena phocoena
Meervleermuis Mopsvleermuis Nathusius' vleermuis
Myotis dasycneme Barbastella barbastelus Pipistrellus nathusii
Euraziatische Iynx
Lm
Noordse woelmuis
Microtus oeconomus
Franjestaart
Myotis nattereri
Otter
Lutra lutra
Gewone dolfijn
Delphinus delphis
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula
hynx
Gewone dwergvleermuis
| Pipistrelus pipistrelius
Tuimelaar
Tursiops truncatus
Gewone grootoonleermuis
|
Plecotus auritus
Tweekleurige vleermuis
Vespertiio murinus
Hazelmuis
Muscardinus avellanarius
Vale vleermuis
Myotis myotis
Ingekorven vleermuis
Myotis emarginatus
Wide kat
Felis silvestris
Kleine dwergvleermuis
Pipistrelus pygmaeus
Wolf
Canus lupus
Boomkikker Geelbuikvuurpad
Hyla arborea Bombina variegata
Muurhagedis Poelkikker
Podareis muralis Rana lessonae
Gladde slang
Coronella austriacus
Rugstreeppad
Bufo calamita
Heikikker Kamsalamander Knoflookpad
Rana avalis Triturus cristatus Pelobates fuscus
Vroedmeesterpad Zandhagedis
Alytes obstreticans Lacerta agilis
Tijmblauwje Ziverstreephooibeestje
Maculinea arion Coenonympha hero
Reptielen en amfibieën
| _Dagvlinders
Donker pimpernelblauwtje | Maculinea nausithous Grote vuurvlinder Lycaena dispar Pimpernelblauwtje Maculinea teleius
Nachtvlinders
Teunisbloempijstaart
Proserpinus proserpina
Libellen Bronslibel
Oxygastra curtisii
Noordse winterjuffer
Sympecma paedisca
Gatfellibel
Ophiogomphus cecilia
Oostelijke witsnuitibel
Leucorrhinia
Gevlekte witsnuilibel
Leucorrhinia pectoralis
Bivierrombout
Stylurus favipes
Groene glazenmaker
Aeshna
Sierljke witsnuitibel
Leucorrhinia caudalis
viidis
Vissen
Houting
Conegonws oxyrrynchus
|| Steur
Acipenser sturio
Vaatplanten
Drijvende waterweegbree
| Luronium natans
Kruipend moerasscherm
Apium repens
Liparis loeseli
Zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
Brede geelrandwaterroofkever
Dytiscus Iatissimus
Heldenbok
Cerambyx cerdo
Gestreepte waterroofkever
Graphoderus bilineatus
Juchtleerkever
Osmoderma
Vermiljoenkever
Cucujus cinnaberinus
Groenknolorchis Kevers
eremita
Weekdieren
Bataatse sroommossel
| Uni crassus
|_
[ Ptate senifhoren
Ansus vorieuls
NATIONAAL Planten
Blaasvaren Groensteel
Cystopteris fragilis Asplenium viide
Kleine wolfsmelk Kluwenkiokje
Euphorbia exigua Campanula glomerata
Schubvaren
Ceterach offieinarum
Knollathyrus
Lathyrus linifolius
Akkerboterbloem Akkerdoomzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blauw guichelheil Bokkenorchis
Ranunculus arvensis Toriis arvensis Odontites vernus Euphrasia rostkoviana Teucrium montanum Platanthera montana Anagalíis arvensis Himantoglossum hircinum
Knolspirea Korensla Kranskanwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem
Filipendula vulgaris Amoseris minima Carum vertcilatum Thymus praecox Drosera longifolia Veronica prostrata Teucrium scordium Erysimum cheiri
Bosboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Naakte [athyrus
Lathyrus aphaca
Bosdravik Brave hendrik Brede woltsmelk
Bromopsis ramosa Chenopodium bonus-henrieus Euphorbia platyphylos
Naaldenkervel Pijscheefkelk Roggelelie
Scandix pecten-veneris Arabis hirsuta Lilium bulbiferum
Eriophorum latifolium
Rood peperboompje
Daphne mezereum
Epipactis atrorubens
Rozenkransje
Antennaria dioica
Dennenorchis Dreps
Goodyera repens Bromus secalinus
Ruw parelzaad Scherpkruid
Lithospermum arvense Asperugo procumbens
Echte gamander
Teucrium chamaedrys
Schubzegge
Carex lepidocarpa
Gentianella cilata
Smalle raai
Galeopsis angustifolia
Spits havikskruid
Hieracium lactucella
Geplooide vrouwenmantel | Alchemila subcrenata
Steenbraam
Rubus saxatils
Getande veldsla
Valerianella dentata
stjve wolfsmelk
Euphorbia stricta
Gevlekt zonneroosje
Tuberaria
Stofzaad
Monotropa hypopilys
Glad biggenkruid
Hypochaeris glabra
Tengere dstel
Carduus tenuilorus
Breed wollegras Bruinrode wespenorchis
Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis
|
| Epipactis muelleri
guttata
Gladde zegge
Carex laevigata
Tengere veldmuur
Minuartia hybrida
Groene nachtorchis Groot spiegelklokie Grote bosaardbei
Coeloglossum viride Legousia specuium-veneris Fragaria moschata
Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis
Teucrium botrys Scheuchzeria palustris Ophrys insecitera
Grote leeuwenklauw
Aphanes arvensis
Vroege ereprijs
Veronica praecox
Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Kamijsalie Kleine ereprijs
Herminium monorchis Ranuncuius polyanthemos Centaurea calcitrapa Dianthus carthusianorum Selinum carvitolia Veronica verna
Wide ridderspoor Wide averuit Wide weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkvioolije
Consolida regalis Artemisia campestris Melampyrum arvense Atropa bella-donna Euphorbia seguieriana Viola lutea subsp calaminaria
Kleine
Scorzonera
Zweedse komoelje
Cormus suecica
Gomphus vulgatissimus Calopteryx virgo
Gewone broniibe! Hoogveenglansiibel
Cordulegaster boltoni Somatochlora arctica
Donkere waterjutter
Coenagrion armatum
Kempense
Sympetrum depressiusculum
Gevlekte glanslibel
Somatochiora
Speerwaterjulfer
Coenagrion hastulatum
schorseneer
humiis
Kevers
Viiegend hert
Lucanus cervus
Libellen
Beekrombout Bosbeekjutter
flavomaculata
heidelibel
| Dagvlinders Aardbeivlinder
Pyrgus malvae
Kleine heivlinder
Hipparchia statiinus
Bosparelmoervlinder
Fabriciana adippe
Kleine ijsvogelwlinder
Limeritis camilla
Bruin dikkopje
Erynnis (ages
Kommavinder
Hesperia comma
Bruine eikenpage Duinparelmoervinder Gentiaanblauwije
Satyrium iicis Fabriciana niobe Maculinea alcon
Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje
Thecla betuiae Heleropterus morpheus Agríades optiete
Speyeria aglaja
Veenbesparelmoervinder
Grote parelmoerwlinder
|
|
Boloria aquionaris
Grote vos Nymphais polychioros Grote weerschijnvlinder | Apatura fís)
Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder
Coenonympha tullia Melitaea cinxia
lepenpage
Ziveren maan
Boloria selene
Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal
Alburnoides bipunctatus Miegurnus fossils Lota lota
Alpenwatersalamander | Mesotriton alpestris
Meerkikker
Rana ridibunda
Bruine kikker
Middelste groene kikker
Pelophylax k esculentus
Vinpootsalamander Vuursalamander
Lissotriton helveticus Salamandra salamandra
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Bingslang
Natrix natrx
Satyrium w-album
Kreeftachtigen Europese rivierkreeft
AstaCus astacus
Vissen
Beekdonderpad Beekprik Elits
Cottus rhenanus Lampetra planeri Phoxinus phoxinus
Amfibieën
Rana temporaria
Gewone pad Bufo bufo Kleine watersalamander | Lissotrton vuigaris Reptielen Adder
Vipera berus ssp.
Hazelworm
Anguis fragilis
berus
Aardmuis Boommarter
Microtus agrestis Martes martes
Konijn Molmuis
Oryctolagus cuniculus Arvicola scherman
Bosmuis
Apodemus sylvatieus
Ondergrondse woelmuis
Piymys subterraneus
Bunzing Damhert Das Dwergmuis Dwergspitsmuis Edelhert Eekhoom Egel Eikelmuis
Muste/a putorius Dama dama Meles meles Micromys minutus Sorex minutus Cervus elaphus Sciurus vulgaris Erinaceus europeus Eliomys quercinus
Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Steenmarter Martes foina Tweekleurige bosspitsmuis _/ Sorex coronatus Veldmuis Microtus aralis Veldspitsmuis Croeidura leucodon Vos Vulpes vulpes Waterspitsmuis Neomys fodiens Wezel Mustela nivalis
Gewone
Sorex araneus
Wid zwijn
Sus scrofa
Grote bosmuis
bosspismuis
Apodemus favicolis
Woerat
Arvicola terrestris
Haas Hermelijn Huisspitsmuis
Lepus europeus Mustela erminea Crocidura russula
Gewone zeehond Grijze zeehond
Phoca vituina Halichoerus grypus
VRIJSTELLING
RUIMGTELIJKE
ONTWIKKELINGEN
3
LIMBURG
(bijlage I! zorgplicht, gehele jaar of vrijstelling in de
maanden die genoemd zijn)
Nederlandse naam Aardmuis
Periode Gehele jaar
Nederlandse naam Konijn
Periode Gehele jaar
Bruine kikker
Gehele jaar
Levendbarende hagedis
15 aug Um 15 oktober
Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn
Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar maart, april en juli Um nov
Meerkikker Middelste groene kikker Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree
Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar
Egel
Gehele jaar
Rosse woolmuis
Gehele jaar
Gewone bosspitsmuis
Gehele jaar
Steenmarter
Gewone pad
Gehele jaar
Tweekleurige bosspitsmuis
Haas Hazelworm Hermelijn Huisspitsmuis
Gehsle jaar juli, augustus en september Gehsle jaar Gehele jaar
Veldmuis Vos Wezel Woelrat
Kleine watersalamander
GECONSOLIDEERDE
15 aug U/m februari | Gehele jaar
Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar
| Gehsle jaar
VERSIE (GC03) VAN DE OMGEVINGSVERORDENING
LIMBURG
2014
Artikel 3.8.3 Vrijsteling ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud 1.
_
In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste /id, onder a en b, van de Wet natuurbescherming is het aan eenieder toegestaan
om
de in bijage
II bij dit artikel aangewezen
soorten
te vangen
en hun
vaste voortplantingsplaatsen
of
tustplaalsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen. 2.
De soorten
bedoeld
in het eerste lid mogen
vangkooien en kastvallen.
worden gevangen
met behulp van schepnetien, schermen,
vangemmers,
3.
_ Het vangen van dieren, bedoeld in het eerste lid,is slechts toegestaan wanneer het niet redelikerwijs mogelijk is om de
4.
_ De in het eerste lid genoemde vrijstelingen gelden ten behoeve van de volgende belangen:
dieren te verdrijven van de locatie waar de werkzaamheden
a
plaatsvinden
in het kader vande ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;
b.
in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;
©.
in het kader
van bestendig
beheer of onderhoud aan vaarwegen,
watergangen, waterkeringen,
waterstaatswerken,
oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer: d. 5.
in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelike kwaliteiten van een bepaald gebied.
_ Devrijstellingen gelden gedurende de periode genoemd in bijlage I! ij de betreffende soort.
Wet Natuurbescherming ontheffing'vristeling O een ontheffing of vristeling verleend kan worden of van toepassing is, lgt aan de voorwaarden die gesteld zijn in de wet. Deze voorwaarden zijn zwaarder b soorten van de vogel- en habitatrichtljn en minder zwaar bij overige soorten.
Een voorbeeld:
voor
een overige soort kan bij een ontheffingsaanvraag als belang het uitvoeren van een ruimtelijke ontwkkeling genoemd worden, voor een vogelrichtljnsoort geldt dit belang niet en moet aangetoond worden dat er geen andere bevredigende oplossing is en dat de voorgenomen
ontwikkeling een groot belang dient (bivoorbeeld volksgezondheid of openbare veiigheid).
De belangen
staan genoemd in de wet.
° _ Houtopstanden, hout en houtproducten Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomwormers, stuiken,
hakhout of griend die
. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer. of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.
Het s op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheef of gedeefteij te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen over een dergelike melding.
Deze regels kunnen n ek geval betrekking
hebben op: . de gegevens die
bij
de meiding worden verstrekt,
D. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan, en ©. de wijze waarop de melding wordt gedaan.
Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- oflandschapswaarden.
De verbodsbepaling heeft geen betrekking op: a houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom;: b. houtopstanden op erven of in tuinen; ©. fuitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; © kweekgoed; f uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen: 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijge beplantingen langs landbouwgronden; 9
het dunnen van een houtopstand;
h.
uit populieren,
wilgen,
essen
of elzen
bestaande
beplantingen
biomassa, indien zij 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst;
die kennelijk zijn bedoeld
voor de productie
van
houtige
2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan wee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013
Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltlijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig dezelide grond binnen drie jaar n het vellen of tenietgaan van de houtopstand.
verantwoorde wijze herbeplanten van
Als de beplanting niet aan slaat moet deze binnen
drie jaar na de herbeplanting vervangen worden.
Het verbod op vellen en de herplantplicht is niet van toepassing op het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel als bedoeld in artikel 2.2 (Natura 2000; - het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen, of - het vellen van
houtopstanden
en
herbeplanten
op
een
wijze die is beschreven
in en
aantoonbaar
wordt
gerealiseerd
overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode.
De wijze van vellen en herplanten wordt dan zodanig uitgevoerd dat: a geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuur- of landschapswaarden; b. de te vellen houtopstanden geen dee! uitmaken van een boskem; ©. herbeplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt; d. de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond, en
.
de grond waarop de herbeplanting
houtopstand zich bevond.
plaatsvindt ten minste een gelijke opperviakte
heeft als de grond
waarop de gevelde
Bijlage 1b Achtergrond bescherming
Natuurnetwerk Nederland
In deze bijlage wordt kort ngegaan op de achtergronden van het Natuurnetwerk Nederland. worden ontleend.
Aan deze bilage kunnen geen rechten
Voor de volledige informatie wordt verwezen naar de Structuurvisie Infrastructuur en ruime en de provinciale
verordeningen ruimte.
Om flora- en faunasoorten in staat e stellen om op lange termijn te overieven en zich te ontwikkelen zijn vanuitruïmtelijk oogpunt twee zaken essentieel: het behoud van leefgebieden en de mogelikheden
om zich te kunnen verplaatsen tussen leefgebieden.
In internationaal verband heeft Nederland zich met het Biodiversiteitsverdrag en de Europese Vogel- en Habitatrichtln (Natura 2000) gecommitteerd aan afspraken over soorten (lora en fauna) en leefgebieden van soorten (habitats} Binnen de door het Rijk gestelde kaders begrenzen, beschermen en onderhouden de provincies een natuurnetwerk met de juiste ruimtelijke,
water
en
mileucondities
voor
kenmerkende
ecosystemen
van
(inter)nationaal
belang.
Dit
provingie-
en
landsgrensoverschrijdende netwerk is de herijkte nationale Ecologische Hoofdstructuur (EHS), nu het Nationale natuurnetwerk (NNN) geheten.
De provincies geven bij de inzet van middelen voor inrichting en beheer prioitit aan internationale verplichtingen
voortvloeiend uit Natura 2000, de Kaderrichtlijn Water en de soortenbescherming,
De natuur in de EHS blijft goed beschermd
met een ‘nee, tenzij-regime.
Binnen de EHS zijn nieuwe projecten, plannen en
handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken.
De flexibilteit in begrenzing en de mogelijkheden om
ontwikkelingen toe te staan, die in het beleidskader Spelregels EHS zijn uitgewerkt (EHS-saldobenadering, herbegrenzen EHS, compensatie), bliven hierbi overeind.
De uitwerking van het nee.tenzij regime vindt plaats in de provinciale omgevingsverordeningen of verordeningen Ruimte. provincie Limburg wordt het NNN gevormd door de Goudgroene natuurzone.
In de
De regels ter bescherming van deze Goudgroene
natuurzone zijn opgenomen in de geconsolideerde versie (gc05) van de Omgevingsverordening Limburg 2014.
Paragraaf 2.6 Goudgroene natuurzone Artikel 2.6.1 Begrippen In deze paragraaf wordt verstaan onder: . Goudgroene natuurzone:
gebied dat op de kaarten behorende bij deze verordening is aangeduid als Goudgroene naluurzone;
b
en
wezenlike
kenmerken
waarden
Goudgroene
natuurzone:
voor
bestaande
natuurgebieden
de
actueel
aanwezige
natuurbeheertypen en de nagestreefde natuurdoellypen en voor te realiseren natuurgebieden de nagestreefde natuurdoeltypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Provinciaal Natuurbeheerplan.
Artikel 2.6.2 Bescherming Goudgroene natuurzone Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied dat deel uitmaakt van de Goudgroene activteiten dan aantasten
wel wijziging van bestaande
activieiten mogelijk
die de wezenlike
natuurzone, maakt geen nieuwe
kenmerken
en waarden
van het gebied
Artikel 2.6.3 Ontwikkelingen van groot openbaar belang Het verbod van artel 2.6.2is niet van toepassing op nieuwe activiteiten dan wel wij
ing van bestaande activiteiten, indien:
a. er sprake is van een groot openbaar belang: b. er geen reële attematieven zijn en ©. uit het ruimtelij plan blijkt dat en hoe negatieve effecten waar mogeljk worden beperkt en voor het overige worden gecompenseerd, waarbij 1. de compensatie niet mag leiden tot veries van areaal, samenhang en kwalieit van de wezenlike kenmerken en waarden; en
2. de compensatie plaatsvindt: - op financiële wijze of n natura in nog niet gerealiseerde delen van de Goudgroene natuurzone.
Artikel 2.6.4 Saldobenadering bij samenhangende ontwikkelingen 1. Het verbod van artkel 2.6.2 is niet van toepassing bij een combinatie van onderling samenhangende activiteiten, waarvan één of meer afzonderlik een negatief effect hebben op de Goudgroene natuurzone, maar waarvan de gecombineerde uitvoering leidt tot een verbetering van de kwaliteit en samenhang van de Goudgroene natuurzone op gebiedsniveau. 2. Toepassing van de saldobenadering als bedoeld in het eerste id, vindt alleen plaats, indien: a de combinatie van plannen, projecten of handelingen binnen één samenhangende gebiedsvisie wordt gepresenteerd; b. per saldo sprake is van verbetering van de natuurwaarden in en rond het gebied, waarbij de samenhang van de goudgroene natuurzone verbetert;
©. ten aanzien van de te nemen maatregelen ter verbetering van de natuurwaarden in de gebiedsvisie wordt aangegeven: - de aard, omvang, locaties en tijdvak van realisatie van deze maatregelen,
en
- op welke wijze deze maatregelen feitelijk en planologisch duurzaam worden geborgd. d. de uitvoering van deze visie voldoende is gegarandeerd; ©. de kwaliteitswinst niet wordt gefinancierd uit reguliere middelen voor realisatie van de
Arikel 2.6.5 Kleinschalige ingrepen 1. Het verbod van artkel2.6.2
s niet van toepassing op een indivicuele, kleinschalige ingreep die leidttot een verbetering van de
Goudgroene natuurzone in het desbetreffende gebied. 2. Toepassing van het eerste id vindt alleen plaats indien uit het ruimtelijk plan bljkt da: a. de voorgestede ingreep slechts leidt tot een beperkte
aantasting
van de wezenlike kenmerken
en waarden
samenhang van de Goudgroene natuurzone n het desbetreffende gebied;
b. de voorgestelde ingreep leidt tot een kwalitatieve versterking van de Goudgroene natuurzone; ©. de oppervlakte natuur van de Goudgroene natuurzone ten minste gelj blijt, en d. de kwaliteitswinst niet worat gefinancierd uit eguliere middelen voor realisatie van de Goudgroene natuurzone; Arikel2.6.6 Wijzigen van de begrenzing Gedeputeerde Slaten kunnen de begrenzing van de Goudgroene natuurzone wijzigen: 1. ten einde de ecologische kwaltei e verbeteren, voor zover . de oorspronkelike kwaliatieve en kwanttatieve ambîies van de Goudgroene natuurzone worden behouden of versterkt;
b. vaststaat welk onderdeel van de Goudgroene natuurzone verdwijnt en op welke alternatieve locatie dt onderdeel wordt gerealiseerd en c. de oppervlakte natuur van de Goudgroene natuurzone ten minste gelijk blijft 2. na toepassing van artikel 2.6.3 tot en met 2.6.5.
en
Artikel 2.6.7 Beleidsregels 1. Gedeputeerde Staten stellen beleidsregels vast voor wijze waarop invulling wordt aan de bepalingen van de artikelen 2.6.3 toten met
26.5.
2. Gedeputeerde Staten stellen beleidsregels? vast voor de wijze waarop de compensatie als bedoeld in artkel 2.6.3 dient te worden uitgevoerd.
Voor ruimteljke activiteiten In de Goudgroene natuurzone zie stroomschema volgende pagina.
In de Omgevingsverordening ruimte van de provincie Limburg is ook de bescherming opgenomen van de Zilvergroene natuurzone en de
Bronsgroene
landschapszone.
Deze
kernkwaliteiten behouden dienen te blijven.
zones
flankeren
de
Goudgroene
natuurzone.
De kernkwaliteiten zijn beschreven in bijage 5
? Dit s de Beleidsregel natuurcompensatie Limburg.
Voor
deze
zones
geldt dat de
.ÎT.K:. av(eGoBumpstTe1aoUpuvGanebtVWSRguoeeaigoAyfweEoWTsar°u2SraI)zDpSUWgdRiAPln9NrIRoaeuÊsIiyAgoLpl°mdsRa0£D1vGeoOWN9uyUZIRbKPgnTEadU2sPw9NÒpAe4ÉsadtioRup8x92b1evNBkKgsSou0aynpeoPrD°pNsauengZAaNdgobV9wGaSu1RU-prun6aospnDeOEbuBmpaA£9UsRoU®npRAaSN1UVre63ÉP(gsMOqaunrdwÁ7JEeUôZDRpq0°9SOoenIAi1)Nv(uUEwagoYpMDsrbzx2epRo0U°aIpoOSrUuYbMrSN3aUEJPunIip}gouwHeOIÊbslD0MSeutIPpUwzoRdteNWs9ApiEgaBU3nuorepL1gOAnsP6uoUpdZEo9pOsPgoEevgaInMea6DOor6Auaep|rz«_opsnno°pN ”aGoBWIeSUuedpwRna9uEeNo.nsyoRe
eEN GÉUSIP0JO1audvb9ËLpRaNeBAOEMirwÊNpBoQJbaPULIDuKU0pzyaYNbSPEwDUoepDnS lvjWSaBUoVO1IepnouNarqeVOsyIS9ipBP4eAuEaJsIYqeyaRATIw7SapDuWUPouIEUewiaoI!fs 0WaPLGUpRIZOgERan°UpIKUSeEoMPSOóReMDNEaUpNA!ËN H1MWU9LOR0IdPSTOGAENpU20B(IRZaWSPTS3Ó1D0EOINS NDogeste s
vyoapurbnpgwpaiep
|e
*
Î"
NDgopUm (Guapevagopes)
RUÔaGsISepdGaI0g) S4E6wNReOB
Bijlage 2 Onderzoeksgebied NDFF
Separaat PDF-bestand.