2025-062 15 Bijlage 12 bij Toelichting - Waterplan (geanonimiseerd)
Tekst van het document
WELAgJETe bestemmingsplan De
Horsten
Gemeente
Peel en Maas
Po/ODEROYEN c/:>NNAER
W Waterplan bestemmingsplan De Horsten Gemeente
Peel en Maas
Rapportnummer:
P218712.002.003/RHA
Opdrachtgever:
Gemeente Peel en Maas Postbus 7088 5980
AB
PANNINGEN
Opsteller:
(geanonimiseerd) }
Status:
Definitief
Datum:
22
mei
2024
PO/)DEROYEN JONNAER Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen B.V.
Berlicumseweg 6D 5248
NT Rosmalen
T+31(0J73 303 2700
Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 van toepassing die u vindt op
info@pouderoyentonnaer.nl pouderoyentonnaer.nl
pouderoyentonnaer.nl
P218712:002.003/RHA
Inhoud 1
2
3
Inleiding. 11
Aanleiding..
1.2
Plangebie
1.3
Planvoornemen .
14
Wettelijk kader …
Huidige waterhuishoudkundige situatie … 21
Gebruik
2.2
Aanwezige waarden
2.3
Maaiveldverloop en geomorfologie
2.4
Opbouw en waterdoorlatendheid bodem
2.5
Grondwaterstanden
2.6
Oppervlaktewater.
2.7
Hemelwater
28
Bedrijfsafvalwater
…
Opzet toekomstige waterhuishouding … 3.1
Hemelwater
3.2
Bedrijfsafvalwater …
3.3
Oppervlaktewater.
3.4
Grondwater
…
4. Conclusie
Bijlagen …
2
Waterplan bestemmingsplan De Horsten
PÄDEROYEN (}0NNAER
28712002 00374
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
De voormalige gemeente Helden heeft in 2008 in het gebied Egchelse Heide ruim 22 ha grond gekocht
voor de ontwikkeling van een Landbouwontwikkelingsgebied (LOG) Egchelse Heide. Voor het hele LOG is 2013 een bestemmingsplan vastgesteld, waarna de Raad van State dit plan in 2015 heeft vernietigd. In dit traject heeft de gemeente met een ondernemer een overeenkomst gesloten om de vestiging
van een intensieve veehouderij planologisch mogelijk te maken. Met bestemmingsplan ‘De Horsten’ wordt hier invulling aan gegeven. Op basis van omgevingsvergunningen heeft de ondernemer zich al in het gebied kunnen vestigen en uitbreiden.
Het plangebied ligt in (voormalig) landbouwontwikkelingsgebied ‘LOG Egchelse Heide'. In opdracht van de gemeente Peel en Maas heeft Grontmij Nederland B.V. in 2013 een waterparagraaf
opgesteld
ten behoeve van het MER en ter voorbereiding op het bestemmingsplan voor het LOG. De gemeente heeft ten behoeve van het LOG een centrale waterbergingsvoorziening aangelegd. De gerealiseerde waterbergingscapaciteit
is berekend
in 2013 en dient op basis van
de huidige
inzichten
opnieuw
berekend te worden. Op basis van de huidige inzichten moet onderzocht worden of de bestaande centrale waterbergingsvoorziening
toereikend is voor de toekomstige
ontwikkelingen
kaderstellende
‘De
gemaakt
bestemmingsplan
Horsten’
mogelijk
worden
of
die met het dat
er
extra
waterbergingscapaciteit gerealiseerd moet worden binnen het plangebied. Het voorliggende waterplan wordt als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan ‘De Horsten’
gevoegd ten behoeve van de waterparagraaf.
Het doel van dit waterplan
uitvoerbaarheid van het kaderstellende bestemmingsplan. waterhuishoudkundige
is het aantonen van de
Er dient te worden gewaarborgd dat de
doelstellingen in beschouwing worden genomen
bij de ontwikkeling van de
intensieve veehouderij binnen het plangebied.
1.2
Plangebied
Het plangebied ligt aan De Horsten in Egchel.
De locatie ligt in het agrarisch ontwikkelgebied tussen
Egchel en het afwateringskanaal. De kern Egchel ligt op een afstand van ongeveer 1,5 km van het plangebied. De omgeving van het plangebied bestaat overwegend uit agrarische gronden, intensieve veehouderijen en een enkele burgerwoning. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de
Melkweg. De Horsten loopt door het midden van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere grote intensieve veehouderijen aanwezig.
Verder wordt het plangebied omringd door
onbebouwde landbouwgronden en doorkruist door een 380kV hoogspanningsleiding met daaronder
een onbebouwd perceel met een waterbergingsvoorziening. Het plangebied is ongeveer 12 ha groot. Binnen het plangebied liggen de locatieadressen De Horsten
20 en 18 (biggenlocatie; in dit bestemmingsplan noemen (zeugenlocatie).
Vanwege
I&R-regelgeving
hebben
we dit De Horsten 20) en De Horsten 17
de stallen
meerdere
locatieadressen.
Aan
het
perceel met de mestopslag en mestverwerking is geen adres toegekend.
Waterplan bestemmingsplanDe Horsen Egchet
3
P218712.002.003/RHA
Liaging plongebied rood omlijnd
De begrenzing van het plangebied wordt aan de zuidzijde gevormd door de Melkweg. De straat De Horsten doorkruist het plangebied. Aan de oostzijde ligt de varkenshouderij Rongvenweg 14. Dit is het
tweede bedrijf dat zich in het (voormalige) LOG heeft gevestigd. Dit varkensbedrijf is ook nog in ontwikkeling. Verder wordt het plangebied omringd door onbebouwde landbouwgrond.
1.3
Planvoornemen
Het planvoornemen voorziet in een kaderstellen bestemmingsplan op basis waarvan de intensieve veehouderij
stapsgewijs
kan
uitbreiden.
Het
bestemmingsplan
faciiteert
deze
stapsgewijze
uitbreiding binnen drie gekoppelde bouwvlakken. Op basis van de bouwregels, artikel 4.2.2, mag een
bouwvlak geheel bebouwd worden. De drie gekoppelde bouwvlakken hebben een oppervlak van in
totaal (27.000, 32.000 en 33.000 m?) 92000 m?.
Inríchtingsschets plonvoornemen
4
Waterplan bestemmingsplan De Horsten
PÄDEROYEN (}0NNAER
1.4
28712002 00374
Wettelijk kader
Provinciaal waterprogramma 2022-2027 Op
8
december
2021
heeft
het
Waterschap
Limburg
het
Waterbeheerprogramma
2022-2027
vastgesteld. Hierin is de Limburgse wateropgave voor de toekomst bepaald. Het programma geeft invulling aan het bestuursprogramma periode 2012-2025 is uitgezet.
uit 2019 en de meerjarenbegroting waarin de koers voor de
De speerpunten in dit programma voor de periode 2022-2027 zijn: * _ Hoogwaterbescherming Maasvallei: bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas.
*
Klimaatadaptatie: balans tussen water afvoeren én water vasthouden.
+ _ Waterkwaliteit en ecologie: het water is schoon en wateren zijn natuurlijk ingericht. * _ Zuiveren en waterketen: zuiveren rioolwater en grondstoffen terugwinnen en gebruiken. In droge perioden treedt watertekort en verdroging op. Doordat het klimaat verandert, zullen situaties met extreme wateroverlast en droogte naar verwachting vaker op gaan treden.
leidt niet alleen steeds vaker tot meer wateroverlast en watertekort,
De klimaatwijziging
maar heeft ook negatieve
gevolgen voor de ecologische kwaliteit. In plaats van het water zo snel mogelijk af te voeren is het nodig om dit zoveel mogelijk vast
te houden en in de bodem te infiltreren. Om dit wateroverlast en
watertekort in het regionale watersysteem te verminderen is het nodig om meer ruimte voor water beschikbaar te stellen.
Advies is om infiltratie- en bergingsvoorzieningen in een plan te dimensioneren op 100 mm per etmaal voor
Noord-Limburg
bergingscapaciteit
(ten
binnen
noorden 24 uur.
van
Sittard)
met
een
beschikbaarheid
In het geval er een waterberging
gerealiseerd
van
de
gehele
wordt
met een
overstort richting het oppervlaktewater dan is de lozing watervergunningsplichtig en is 100 mm in 24 uur per m2 toename bebouwd/verhard oppervlak een vereiste. Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014 De
Omgevingsvisie
Limburg
vormt
het
beleidskader
voor
het
provinciaal
ruimtelijk
beleid.
Het
juridische kader voor dit beleid is vastgelegd in de (geconsolideerde) omgevingsverordening Limburg
2014. De verordening vormt derhalve een belangrijk uitvoeringsinstrument voor de provincie om haar doelen te realiseren.
Op basis van de geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014 is het plangebied niet gelegen binnen een beschermingszone voor natuur en landschap, zoals in onderstaande afbeelding te zien
is.
Waterplan bestemmingsplanDe Horsen Egchet
5
P218712.002.003/RHA
Uitsnede kaart4: Beschermingszones natuur en landschap geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014
Waterketenplan 2021-2025 Dit plan is samen door 15 gemeenten,
Waterschap
Limburg,
Wetenschapsbedrijf
Limburg
en
Waterleidingmaatschappij Limburg opgesteld, waarin richting wordt gegeven aan de toekomst van de waterketen (2021-2025). Uit brede doelstellingen van Waterpanel
Noord
worden
de volgende
prioriteiten gesteld voor het
waterketenplan: Gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving 1.
Werken aan het verbeteren van de waterkwaliteit, zodat er in 2027 voldaan kan worden aan de
doelstellingen van de kaderrichtlijn water. 2. De fysieke leefomgeving aanpassen
op het veranderde
klimaat, zodat 20% van de regio in 2027
klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Doorwerking kerninstrumenten Omgevingswet
3. Werken
aan
de implementatie
waterketen
in
2027
op
een
van de Omgevingswet,
goede
manier
zijn
zodat het (grond)watersysteem
opgenomen
in
de
kerninstrumenten
en de van
de
Omgevingswet van de gemeenten en het waterschap.
Continuïteit inzameling en verwerking van afvalwater (uitvoeringskracht) 4. Versterken van de capaciteit voor het uitvoeren van de watertaken
S. Verhogen van de kwaliteit van de uitvoering en dienstverlening en het uitvoeren van de watertaken tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.
5
Waterplan bestemmingsplan De Horsten
PÄDEROYEN (}0NNAER
28712002 00374
Om de fysieke leefomgeving zo goed mogelijkte laten aanpassen op het veranderende klimaat. Wordt er gewerkt aan een klimaatbestendige inrichting van de publieke (openbare) en private buitenruimte
en het watersysteem. Hiervoor worden er een aantal leidende principes gehanteerd, die betrekking hebben op het planvoornemen: e n de omgang met water wordt fysieke leefomgeving wordt waar het minste schade
*
de trits vasthouden-bergen-(vertraagd)afvoeren
of overlast veroorzaakt
en bijdraagt aan
het tegengaan
(infiltratie). Water is sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen in de boven- en ondergrond: bouwen
met
ruimte
gevolgd.
De
ingericht op een wijze dat het hemelwater daar naar toestroomt,
voor
waterberging
en
groen
biij
nieuwbouw
van droogte
Klimaatbestendig van
woningen
en
bedrijventerreinen en gebiedsontwikkeling. °
Benutten
van
maatregelen
openbare ruimte waterberging.
wordt
voor
het verbeteren
er uitgegaan
van
van
de
meervoudig
ruimtelijke
kwaliteit.
ruimtegebruik,
extra
Bij
projecten
groen
en
lokale
Keur Waterschap Limburg en vooruitblik op Waterschapsverordening Waterschap Limburg In de Keur van het Waterschap Limburg staan de regels die het waterschap hanteert om beken, dijken, waterwerken
en
grondwater
in
Limburg
te
beschermen.
Aangezien
onderhavig
kaderstellend
bestemmingsplan voor 31 december 2023 als ontwerp ter inzage is gelegd, mag onder het ‘oude’ stelsel getoetst worden aan beleid. Ter volledigheid is voor het plan getoetst aan de opvolger van de Keur
ofwel
Waterschapsverordening
van
Waterschap
Limburg
getoetst
omdat
de
eventueel
benodigde vergunningen onder het ‘nieuwe! stelsel aangevraagd zullen moeten worden. In de Waterschapsverordening staan regels over wat wel en niet mag in en nabij water, dijken en
stuwen. De werkingsgebieden bij de Waterschapsverordening laten de zones zien waarop de regels uit Waterschapsverordening waterschap
mag
van
toepassing
verwachten.
Voor
zijn.
het
De
legger
maakt
waterschap
is
duidelijk de
wat
legger,
u waar samen
van
het
met
de
waterschapsverordening, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een (digitale) kaart. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers,
lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken
(stuwen, sluisdeuren
en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor
het onderhoud
gebieden
de
waarbinnen
werkingsgebieden
regels
uit
— zijn opgenomen
moet doen. De legger vormt de basis voor de
waterschapsverordening
in de
gelden.
waterschapsverordening.
Deze
Het
gebieden
planvoornemen
—
de
is in
paragraaf 2.6 van voorliggend waterplan getoetst aan de Legger.
De
Waterschapsverordening
bevat
een
verbod
op
het
lozen
in een
oppervlaktewater
zonder
vergunning of vrijstelling. Denk hierbij aan activiteiten die niet plaatsgebonden zijn, activiteiten die kortdurend zijn of activiteiten waarbij geen sprake is van bedrijvigheid. Bijvoorbeeld:
e _ lozingen van grondwater bij ontwatering op een oppervlaktewater; e _ Iozingen van afvloeiend hemelwater; van wegen en andere verharde oppervlakken op een oppervlaktewater
e _ ozingen als gevolg van reinigen, conserveren of ander onderhoud aan vaste objecten in of vlakbij een oppervlaktewaterlichaam. e
regelt lozingen van afvalwater van huishoudens op oppervlaktewater. Als uw woning meer
dan 40 meter is verwijderd van een riolering dan kan het huishoudelijk afvalwater via een zuiveringsvoorziening worden geloosd op een oppervlaktewater.
Waterplan bestemmingsplanDe Horsen Egchet
7
P218712:002.003/RHA
Gemeentelijk rioleringsprogramma Peel en Maas 2022-2026
In
het
Gemeentelijk
rioleringsprogramma
Peel
en
Maas
2022-2026
worden
de
gemeentelijke
watertaken beschreven om er voor te zorgen dat Peel en Maas in 2050 een klimaatrobuuste gemeente is waar het goed wonen en werken is.
De doelen die gesteld zijn voor de komende periode (2022-2026) zijn: 1.
Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater
“pwn
Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater
Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover niet door de particulier) Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater Zorgen
dat
structureel
Het ondergrondse
(voor
zover
mogelijk)
het grondwater
de
rioolstelsel heeft een beperkte
capaciteit.
van
Grote hoeveelheden
korte periode kan niet volledig ondergronds verwerkt worden. ontworpen.
bestemming
een
gebied
niet
belemmert
Uitbreiding van het ondergronds stelsel is kostbaar en de ruimte
beperkt. Daarom is er bovengrondse
neerslag in een
Daar is het rioleringsstelsel niet op in de ondergrond
is
ruimte voor water nodig, de openbare en particuliere ruimte
moet zo ingericht worden dat een extreme bui tot zo min mogelijk overlast en schade leidt. Nieuwbouw
Bij nieuwbouw
situaties zamelt de gemeente
percelen verwerkt ten minste S0mm
geen
hemelwater
in. De eigenaar van gebouwen
en
hemelwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch
onmogelijk is. Buitengebied In het buitengebied zamelt de gemeente geen hemelwater in. Dit geldt zowel voor bestaande bouw, verbouw en nieuwbouw.
De eigenaar van gebouwen
en percelen verwerkt zijn hemelwater zelf op
eigen terrein of voert het in overleg met het waterschap af naar het oppervlaktewater of loost het in overleg
met
verantwoord schoon
de
gemeente
afkoppelen,
in de
bodem.
Hierbij
worden
in de
nog
zoals opgenomen
naar beek en bodem”.
Hierbij
wordt
de
uitgangspunten
te actualiseren
de voorkeursvolgorde
aangehouden
beslisbomen
vasthouden,
voor
“Regenwater
bergen, afvoeren
gehanteerd. Op basis van het GRP is het lozen van hemelwater en grondwater op de riolering binnen onderhavig plangebied niet toegestaan. Op basis van het Waterbeheerplan 2022-2027 geldt de plicht om voor zowel bestaande als nieuwe bebouwing de infiltratievoorzieningte dimensioneren op 100 mm in 24 uur. Dit is door het waterschap per mail (d.d. 18 september 2023) bevestigd. worden
voor een dimensionering van
100
In hoofdstuk 4 zal de waterbergingsopgave mm
in 24 uur.
Het hemelwater
worden op eigen perceel.
3
Waterplan bestemmingsplan De Horsten
moet
berekend
hierbij verwerkt
P(/U"DEROYEN c?:mNAER
asaT2 02003
2 Huidige waterhuishoudkundige situatie 21
Gebruik
Op dit moment
is het plangebied al in gebruik ten behoeve van één intensieve veehouderij.
westzijde van het plangebied
(De Horsten 20) zijn twee
biggenstallen aanwezig.
Aan de
De omliggende
landbouwgronden worden gebruikt voor het telen van akkerbouwgewassen. Aan de overzijde van de biggenstallen zijn twee
noorden
hiervan
mestsilo's en verharding voor een
heeft
de
gemeente
onder
de
mobiele
mestverwerker
hoogspanningsleiding
aanwezig. Ten
een
centrale
waterbergingsvoorziening gerealiseerd. Deze waterbergingsvoorziening ligt op een perceel met een natuurbestemming
(natuurfunctie). Aan de noordzijde van het plangebied
(De Horsten 17) is een
landbouwperceel met zeugenstal aanwezig.
Luchtfoto biggenstallen op De Horsten 20 (links), mestsilo's (midden) en centrale waterberging (rechtsboven} (Bron: App Slagboom en Peeters, obliekviewer, 17 maart 2023}
‘Waterplan bestemmingsplan De Horsten Egchet
9
P218712.002.003/RHA
Luchtfoto zeugenstal op De Horsten 18 (Bron: App Slagboom en Peeters, obliekviewer, 17 maart 2023}
2.2
Aanwezige waarden
In het plangebied zijn geen aardkundige waarden aanwezig. Het plangebied ligt tevens niet n een boringsvrije zone, waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied.
2.3
Maaiveldverloop en geomorfologie
Het maaiveld in het plangebied varieert van tussen 29,7 en 31,2 m + NAP (Bron: AHN Viewer). In het van
het plangebied
ligt het maaiveld
lager en in het zuidwestelijke
afbeelding is een uitsnede van de hoogtekaart weergegeven.
10
Waterplan bestemmingsplan De Horsten
deel
hoger.
In onderstaande
PJJDEROYEN ?NNAER
ase72 0020376
Uitsnede hoogtekaart met ligging plangebied rood omlijnd
Geomorfologisch gezien behoort het plangebied tot een dekzandvlakte (2M13) en dekzandrug (3LS).
Een dekzandvlakte kent weinig hoogteverschil. Een dekzandrug is vrij vlak met een laaggelegen reliëf.
Geomorfologische waarden (bron: Geomorfologische kaart van Nederland] met ligging plangebied blauw en ligging LOG rood omlijnd
pZn23
M
: Gooreerdgronden:
lemig
Hn23 : Veldpodzolgronden;
Bodemkaart
fijn
lenig fijn
plangebied (bron: Bodemkaart van Nederland
‘Waterplan bestemmingsplan De Horsten Egchet
m
P218712.002.003/RHA
2.4
Opbouw en waterdoorlatendheid bodem
In het plangebied bevinden zich volgens de bodemkaart (bodemcode pZn23) ontwikkeld in leem met een zanddek en een moerige tussenlaag op zand (en in een heel klein deel veldpodzolgronden). In 2008 s bij een verkennend bodemonderzoek tot 3,5 m zand aangetroffen. De diepere bodemopbouw
in het plangebied is weergegeven in onderstaande tabel.
Globale diepte (m+NAP)
3029 2922 2210 10--145
‘Samenstelling Matig dooriatende deklaag 1 Zand Matig doorlatende deklaag 2 Zand en grind 'Watervoerend pakket 1a Zand en grind 'Scheidendelaagigeohydrologische _ | Leem, fjn zand, klei- of basis slibhoudend
Formatie van Boxtel Formatie van Beegden Formatie van Beegden Formatie van Breda
Diepere bodemopbouw in het plangebied
Bodemdoorlatendheid en K-waarde plangebied
Uit deze kaart blijkt dat ter plaatse van het plangebied een k-waarde tussen de 0,75 en 1,5 m/d wordt verwacht. Dit betekent de doorlatendheid van de bodem in het plangebied goed is.
12
Waterplan bestemmingsplan De Horsten
P(ÂDEROYEN c?)NNAER 2.5
asaT2 02003
Grondwaterstanden
Binnen het plangebied i de gemiddeld hoogste grondwaterstand circa tussen 65 en 100 cm tot het maaiveld
gelegen.
De gemiddeld
laagste grondwaterstand
is circa tussen
145 en 235
cm
tot het
maaiveld gelegen. Hiermee gelden binnen het plangebied de grondwatertrappen VI en VIl (Bron: Dino
Loket). Dit betekent dat hemelwaterinfiltratie binnen het plangebied goed kan plaatsvinden.
Uitsnede grondwatertrappenkaart met ligging plangebied rood omlijnd (Bron: Dino Loket
2.6
Oppervlaktewater
In en nabij het plangebied liggen de waterlopen Egchelhoekerbeek en Egchelbeek. Deze waterlopen
zijn op de legger aangeduid als ‘primair water’. Dit betekent dat bij aanpassingen aan de waterloop een vergunning of ontheffing in het kader van de keur aan de orde is. De waterlopen in het plangebied stromen
af
richting
de
waterloop
langs
de
Roggelseweg,
die
weer
afwatert
richting
het
Afwateringskanaal tussen Neer en Helden. De Egchelhoekerbeek is op verschillende plaatsen voorzien van een stuw. Met de ontwikkeling van de intensieve veehouderij die op basis van het kaderstellende bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt zijn geen ingrepen op een bestaande watergang voorzien.
Uitsnede Legger Waterschop Limburg met ligging plangebied rood omlijnd
Waterplan bestemmingsplan De Horsen Egchet
n
P218712.002.003/RHA
2.7
Hemelwater
In het
kader
van
de
inrichting
waterbergingsvoorziening
van
aangelegd
het
LOG
Egchelse
waarnaar
het
Heide
is door
niet-verontreinigde
de gemeente
een
centrale
hemelwater
van
verhard
oppervlak kan worden afgevoerd om ter plaatsete infiltreren. Deze voorziening ligt in het midden van
het plangebied. De capaciteit van de huidige centrale waterbergingsvoorziening betreft 9.525 m. Het schone
hemelwater
wordt
vanaf de bestaande
bebouwing
en
het verhard
oppervlak
op
De
Horsten 20 en 17 via een hemelwaterrioolstelsel afgevoerd naar deze centrale waterberging, waar het hemelwater
weer
kan
infiltreren. Op
De
Horsten
20 zijn aan
de voorzijde
van de inrichting ook
infiltratiegreppels aangelegd. De greppels zijn goed zichtbaar op de luchtfoto's in paragraaf 2.1.
Ligging centrale waterbergingsvoorziening
Het freatisch grondwater in het plangebied stroomt in zuidwestelijke richting de Maas. Plaatselijk kan het grondwater gericht zijn op de beken in het plangebied, die vermoedelijk een drainerende werking hebben. Het grondwater bevindt zich op 1,5 m beneden maaiveld (29,5 m +NAP).
2.8
Bedrijfsafvalwater
Het bedrijfsafvalwater wordt conform de vergunning geloosd op het gemeentelijke vuilwaterriool. Er is in de bestaande situatie een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig, met een DWA-riool dat is
aangesloten op het bestaande gemengde rioolstelsel van de gemeente. In de huidige situatie mag conform de omgevingsvergunning ook het spuiwater van de luchtwassers geloosd worden op het
vuilwaterriool. Op basis van het GRP gelden voor lozingen op het vuilwaterstelsel en drukriolering de volgende eisen:
1
Waterplan bestemmingsplan De Horsten
P(ÂDEROYEN c?NNAER
P218712.002.003/RHA
Tabel B5.1: Eisen aan lozingen op het vuilwaterstelsel en drukriolering
Stof/lozingskenmerken | Waximal® | Opmerkingen
Debiel Temperaluur Chionde Suaat Calcum Vet p
‘Onopgeloste bestanddelen (0B)
T maluur 'Ook opgenomen n zorgpicht (Wm 30°C 1000 mgT _ | Gelat voor bedriven. Voor bodemenergie300 9__ | Ook opgenomen in zorgpicht Wm 100 mo1 Vehoudend afvalwater vijkomend bij GTE
systemen geldt di as signaalwaarde (overleg is vereist)
| 300 m'
bereiden van voedingsmiddelen moet geleid worden door een vetafscheider en slibvangput, conform NEN 1825-1 en 2 Hieronder vallen ook plantaardige oliën
Vinerale 0E
700 mgT
Totaal aan BTEX
200491
Benzeen Toiueen Ethylbenzeen Xyieen
‘Ook opgenomen in zorgplicht (Wm)
50 u9 ValronderBTEX 100 19_ [ ValtonderBTEX 100 491 __ [ Valtonder BTEX 100 u9l __ [ Valtonder BTEX _
| De om van Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen en Xyleen
Totaal aan vluchtge stoffen | 300 pT (inclusief BTEX)
Eisen aan lozingen op het vuilwaterstelsel en drukriolering
Toevoegen motivering wat de aard, samenstelling en de hoeveelheden van het bedrijfsafvalwater is in de nieuwe situatie. Samenstelling dient te vallen binnen bovenstaande tabel B5.1 van GRP.
Waterplan bestemmingsplan De Horsen Egchet
15
P218712.002.003/RHA
3 Opzet toekomstige waterhuishouding In dit hoofdstuk is de opzet van de toekomstige waterhuishouding opgenomen. Daarbij wordt ingegaan op de volgende onderdelen: -
Hemelwater
- _ Vuil water (bedrijfsafvalwater) - _ Oppervlaktewater -
3.1
Grondwater
Hemelwater
Het bestemmingsplan maakt een toename van verhard oppervlak planologisch mogelijk. De
toename van verharde oppervlakken (en daarmee versnelde afstroming van hemelwater) moet worden gecompenseerd met hemelwaterbergingsvoorzieningen. Bij toekomstige nieuwe ontwikkelingen wordt als uitgangspunt gehanteerd dat het hemelwater op hetzelfde perceel in de
bodem geïnfiltreerd dient te worden. Voor de richtlijnen van de opgave zijn de eisen van het Waterschap Limburg leidend. Infiltratie- en
bergingsvoorzieningen neerslaggebeurtenis
in
een
met
een
nieuw
ruimtelijk
herhalingstijd
eens
klimaatscenario 2050. Ter plekke van voorliggend
plan
dienen
in de
100
plangebied
rekening
jaar
te
gebaseerd
is dit 100
mm
houden op
met
een
het gemiddelde
per etmaal
met een
beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Voor
nieuw
te realiseren
bebouwing
wordt
geadviseerd
daken
zonder
uitlogende
materialen te
gebruiken. Hemelwater vallend op daken wordt bij voorkeur verwerkt via een bovengronds open systeem. Acceptabel
is het toepassen van waterdoorlatende
bestrating of eventueel
ondergronds
infiltreren.
Benodigde waterbergingscapaciteit Al het hemelwater dat op nieuwe verhardingen
valt moet worden opgevangen en geïnfiltreerd of
vertraagd te worden afgevoerd. Uitgangspunt is om met voorliggend plan het hemelwater zoveel als mogelijk te laten infiltreren in de bestaande centrale waterbergingsvoorziening en voor het ‘teveel’ aan hemelwater extra waterbergingscapaciteit te realiseren binnen het plangebied Op
basis
van
het
Waterbeheerplan
2022-2027
van
het
Waterschap
Limburg
geldt
dat
de
hemelwaterinfiltratievoorziening voor bestaande en nieuwe bebouwing 100 mm in 24 uur betreft. Het
planvoornemen veehouderij
voorziet
stapsgewijs
in een kan
kaderstellen uitbreiden.
bestemmingsplan
Het
bestemmingsplan
uitbreiding binnen drie gekoppelde bouwvlakken.
1
op
Waterplan bestemmingsplan De Horsten
basis waarvan
de
faciliteert
stapsgewijze
deze
intensieve
PÄDEROYEN (}0NNAER
28712002 00374
Op basis van de bouwregels, artikel 4.2.2, mag een bouwvlak geheel bebouwd worden.
Het plangebied is ongeveer 12 ha groot, met 3 bouwvlakken van in totaal 86.605 m?: 1. 2.
Bouwvlak voor intensieve veehouderij op kavel De Horsten 20: Bouwvlak voor intensieve veehouderij op kavel De Horsten 17:
28.093 m? (2,8 ha) 30.548 m? (3,1 ha)
3.
Bouwvlak voor mestverwerking, bedrijfswoning e.v. op kavel Melkweg:
27.965 m? (2,8 ha).
Binnen dit bouwvlak worden geen dierenverblijven toegestaan. Dit komt op basis van het waterschapsbeleid neer op een bergingsopgave van:
Het
1.
In totaal 2.809,3 m? op kavel De Horsten 20;
2. 3.
In totaal 3.054,8 m? op kavel De Horsten 17; Intotaal 2.796,5 m? op het kavel aan de Melkweg.
kaderstellende
bestemmingsplan
bebouwing/verharding
mogelijk.
‘De
Horsten’
Conform
het
maakt
huidige
in totaal
maximaal
waterschapsbeleid
86.661
m2
een
minimale
en
aan
waterbergingscapaciteit van 100 mm per 24 uur, geldt hiervoor een waterbergingsopgave van 86.661
m?x0,1 m = 8.660,6 m?. De gemeente
heeft binnen het plangebied een centrale waterbergingsvoorziening aangelegd. Deze
heeft een waterbergingscapaciteit van 9.525 m3. De kavels De Horsten 20, De Horsten 17 en het kavel aan de Melkweg worden
op de centrale waterbergingsvoorziening
afgekoppeld.
Met
de centrale
waterbergingsvoorziening wordt voldaan aan de waterbergingsopgave van 8.660,6 m?. Voor extra waterbergingscapaciteit (boven de T=100 opgave) zijn in het landschappelijk inpassingsplan aanwullende
natuurlijke
waterbufferpoelen
opgenomen
en
uitgewerkt,
met
in
totaal
een
bergingscapaciteit van ruim 900 m3. Zie hiervoor het bijgevoegde rapport in bijlage 1. Dit rapport is een
oplegnotitie
bij het landschappelijk
inpassingsplan.
Als waarborg
is voor
het landschappelijk
inpassingsplan een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan opgenomen.
Deze oplegnotitie wordt daaraan toegevoegd. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan ruim voldoet aan de waterbergingsopgave.
Waterkwaliteit hemelwater
De gemeente streeft naar een goede waterkwaliteit, die voldoet aan de gestelde eisen. Van belang is dat zo min mogelijk vervuilende stoffen worden toegevoegd aan het grond- en oppervlaktewatersysteem.
Alleen
schoon
hemelwater
wordt
afgevoerd
naar
de
waterbergingsvoorziening
(en
vervolgens naar het oppervlaktewater). Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen
zink, lood of asfalt en dergelijke. verhoogde water.
concentraties
zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium
Door het gebruik van niet-uitlogende
verontreinigende
Infiltratie van afgekoppelde
stoffen
verhardingen
(DuBo-maatregelen)
materialen voor
(in plaats van
komen
geen
in het te infiltreren
zoals opritten, parkeerplaatsen
en terrassen mag
niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
‘Waterplan bestemmingsplan De Horsten
Egchet
7
P218712.002.003/RHA
3.2
Bedrijfsafvalwater
Binnen het plangebied is een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd, waarbij het bedrijfsafvalwater via een DWA-riool
geloosd wordt
op het bestaande
gemengde
rioolstelsel van de gemeente.
Het
schone hemelwater wordt afgekoppeld en afgevoerd naar de waterbergingsvoorziening. Het bedrijfsafvalwater van
de
beoogde
uitbreidingen
zal ook via het gemeentelijk
afgevoerd worden. Door de beoogde uitbreiding van nieuwe stallen wordt
er meer
besloten
hoe
spuiwater
geproduceerd
in de toekomstige
dan
in de bestaande,
situatie omgegaan
vergunde
zal worden
vuilwaterriool
met gecombineerde luchtwassers
met
situatie. Het
is nog
niet
het (extra) spuiwater.
Het
spuiwater kan uitgereden worden als meststof op omliggende landbouwgronden, of van het bedrijf afgevoerd
worden
door
een
erkende
intermediair.
Het
kan
alleen
worden
geloosd
op
het
vuilwaterriool als hiervoor een vergunning verleend is. Voor het lozen van (extra) spuiwater is opnieuw toestemming nodig van de rioolbeheerder.
3.3
Oppervlaktewater
Met het planvoornemen vinden er geen aanpassingen planvoornemen
watergang
zijn ook
geen
Egchelhoekerbeek.
bestemmingsplan
‘De
Horsten'.
ingrepen
Deze Met
voorzien
plaats aan bestaande watergangen.
binnen
beschermingszone de
de
beschermingszone
is als dubbelbestemming
dubbelbestemming
is de
van
Met het
de
primaire
geborgd
in het
beschermingszone
voldoende
gewaarborgd in het bestemmingsplan.
3.4
Grondwater
Bedrijfsafvalwater wordt op doelmatige wijze afgevoerd via de riolering. Vervuiling van grondwater is hiermee niet aan de orde.
De GHG is binnen het gehele plangebied > 65 cm-myv of meer.
Daarmee
is voldoende drooglegging gegarandeerd. Uit de kaarten behorende bij de geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt
dat het plangebied niet binnen beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap ligt. Het plangebied ligt ook niet binnen een waterwingebied of een (freatisch)grondwaterbeschermingsgebied.
1
Waterplan bestemmingsplan De Horsten
PÄDEROYEN JTONNAER
28712002 00374
4. Conclusie
Dit waterplan vormt de waterparagraaf bij het bestemmingsplan ‘De Horsten’ en wordt als bijlage bij het planMER
gevoegd.
Het waterplan
is opgesteld voor
uitvoering van
de watertoets
en om
de
uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan te tonen. In het plangebied zijn geen aardkundige waarden aanwezig. Het plangebied ligt tevens niet in een boringsvrije zone, waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied. In het bestemmingsplan i rekening gehouden met de waterschapsbelangen.
Het bestemmingsplan en in het bijzonder dit waterplan is
voorgelegd aan het Waterschap Limburg en de gegeven adviezen zijn hierin verwerkt
Het plangebied is ongeveer 12 ha groot, met 3 bouwvlakken van n totaal 86.605 m° 1. 2.
Bouwlak voor intensieve veehouderij op kavel De Horsten 20: 28.093 m? (2,8 ha) Bouwvlak voor intensieve veehouderij op kavel De Horsten 17: 30.548 m? (3,1 ha)
3.
Bouwvlak voor mestverwerking, bedrijfswoning e.v. op kavel Melkweg: 27.965 m? (2,8 ha). Binnen dit bouwvlak worden geen dierenverblijven toegestaan.
Dit komt op basis van het waterschapsbeleid neer op een bergingsopgave van:
Het
1.
Intotaal 2.809,3 m? op kavel De Horsten 20;
2. 3.
In totaal 3.054,8 m? op kavel De Horsten 17; In totaal 2.796,5 m? op het kavel aan de Melkweg.
kaderstellende
bestemmingsplan
bebouwing/verharding
mogelijk.
‘De
Horsten’
Conform
het
maakt
huidige
in totaal
maximaal
waterschapsbeleid
86.661
m?
een
minimale
en
aan
waterbergingscapaciteit van 100 mm per 24 uur, geldt hiervoor een waterbergingsopgave van 86.661
m?x0,1 m = 8.660,6 m*. De gemeente
heeft binnen het plangebied een centrale waterbergingsvoorziening aangelegd. Deze
voorziening heeft een waterbergingscapaciteit van 9.525 m. De kavels De Horsten 20, De Horsten 17 en het kavel aan de Melkweg worden op de centrale waterbergingsvoorziening afgekoppeld. Met de
centrale waterbergingsvoorziening wordt voldaan aan de waterbergingsopgave van 8.660,6 m?. Door middel van natuurlijke poelen wordt er ook nog ruim 900 m' extra waterbergingscapaciteit op eigen terrein
gerealiseerd.
De
realisatie van
deze
natuurlijk waterbufferpoelen
zijn gewaarborgd
in de
planregels van het bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van het landschappelijk inpassingsplan. Geconcludeerd
wordt
bestemmingsplan
is
uitgangspunten
van
watervergunningen
dat
het
hiermee
bestemmingsplan uitvoerbaar.
het
waterschap
kunnen
worden
voldoet
Het
plan
Limburg.
Het
verleend.
Daarmee
aan
kan is
de
worden
daarmee
waterbergingsopgave.
Het
gerealiseerd
de
aannemelijk
is aangetoond
dat
het
conform dat
eventuele
bestemmingsplan
uitvoerbaar is. Het waterschapsbelang is geborgd in de Keur en onder het nieuwe stelsel (waaronder de vergunningen aangevraagd moeten worden) in de Waterschapsverordening Waterschap Limburg.
‘Waterplan bestemmingsplan De Horsten
Egchet
19
Aanvullende
Bbm vm
buffercapaciteit regenwater bedrijf De Horsten Egchel Egchelhoekerbeek
Buurbedrijf x
5 Aanvullende waterbuffer
Figuur 1: Indicatief weergegeven 1.
locatie aanvullende buffering
Inleiding
De plannen m.b.t. afronding realisatie bedrijf De Horsten Egchel zijn grotendeels helder. Een
van de aspecten welke in onderstaande notitie worden uitgediept is de aanvullende buffercapaciteit op eigen terrein van het bedrijf. Helder is dat de opvang regenwater plaats kan
vinden in de reeds gerealiseerde waterelementen zoals weergegeven op figuur 1. Op verzoek zijn er een tweetal waterbufferingselementen opgenomen
in het aanpassingsplan,
welke
onderstaand staan uitgewerkt op het plan en in maatregelen. Hiermee is helder dat het water in deze buffers afdoende geborgen kan worden bij een extreme bui. Dit is aanvullend op de reeds
bestaande waterbuffers, die al eerder berekend zijn vanuit T=100 en hiertoe afdoende zijn. Dus een mooie aanvullende buffering op eigen terrein, zodat er zeer zeker afdoende ruimte is
voor de buffering bij een extreme bui.
Aanvullende waterbuffering De Horsten Egchel 20-5-2024
2.
Uitgangspunten
aanvullende buffering regenwater
Om aanvullend regenwater op te vangen en na buffering te laten infiltreren op eigen erf of afvoer naar oppervlaktewater is het noodzakelijk om de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te kennen. Het is belangrijk om de gemiddelde hoogste grondwaterstand te weten. Infiltratievoorzieningen moeten namelijk boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand zijn gelegen.
In de nabijheid laten boringen zien een grondwaterstand van 0,80 tot 0,90 meter beneden maaiveld. Deze GHG van 0,80 - mv wordt aangehouden voor de locaties waar de aanvullende buffers gelegen zijn. In een voorziening met een overloop op het oppervlaktewater wordt de dynamische buffer gerealiseerd. Bij de berekening van de inhoud van de voorziening mag geen rekening worden gehouden met
de infiltratiecapaciteit (deze is minimaal) van de bodem en voornoemde afvoercapaciteit naar oppervlaktewater.
De waakhoogte die gehanteerd wordt in het LOG
is 0,20 meter.
De aanvullende buffervoorziening wordt voorzien van een overloop naar het oppervlaktewater Egchelhoekerbeek in beheer en eigendom bij het Waterschap Limburg.
De leegloop van de
infiltratievoorziening naar het oppervlaktewater, zal geschieden met een capaciteit van maximaal
3.
1 1/s/ha en moet onder in de infiltratievoorziening geschieden.
Visie aanvullende waterbuffering
Vanuit de inrichting van het gebied figuur 2 is helder dat er een tweetal buffers gerealiseerd
worden. Deze worden op een natuurlijke wijze ingericht als onderdeel groeninpassing en vanuit de uitstroomvoorziening zal het water langzaam afgevoerd worden naar het oppervlaktewater,
zodat de buffers jaarrond het grondwaterpeil als waterpeil zullen hebben. In hoofdstuk 4 staan deze verder gekwantificeerd.
Aanvullende waterbuffering De Horsten Egchel 20-5-2024
B:
Aan te leggen natuurlijke poel
n zone van
15 meter
Figuur 2: Aanvullende waterbuffering op eigen erf # ‘Aanvullende waterbuffering De Horsten Egchel
=
É
/
B > D / n
®
_
S
f
LSt Hondansen _ Erf- en Landschapsverfraaiing
4. De aanvullende waterbuffers-poelen nader beschreven in maatregelen
A) Aan te leggen natuurlijke waterbufferingspoel (500 m2) Onderstaande beelden laten mooi zien hoe de poel in combinatie met de houtsingels er uit
ziet. Met een grootte van ca 15 x 35 meter wordt het een duurzame poel met een diepte van ca. 3 meter in het diepste deel.
De waterbufferingspoel moet voldoen aan onderstaand principe.
Met een diepte van 3,00 meter, taluds 1: 1 en 1: 3 ontstaat er variatie, dat met een juist beheer zich zal ontwikkelen.
Met een bufferhoogte van 80 cm minus 20 cm (waakhoogte)= 60 cm en de genoemde afmeting is er een buffercapaciteit van 310 m3. Aanvullende waterbuffering De Horsten Egchel 20-5-2024
Beheerparagraaf: Na de aanleg van de waterelementen is juist “Niets doen” de eerste 3 jaar het beheer. Juist de spontane ontwikkeling van de poelen geeft een natuurlijke vegetatie. Om te voorkomen dat de oevers “verbossen” dienen de oevers (behalve de noordzijde) (na) iedere 3 jaar gemaaid en afgevoerd te worden. Het beste is dit gefaseerd te doen, dus ieder jaar een deel van 30 % maaien en afvoeren per poel.
Het maaisel is goed te verwerken als ‘ril/broedhoop” aan de rand van de beplantingsstrook of als ril nabij de poel. Beste tijdstip is september dit te doen. Om verlanding van de poelen te voorkomen dienen ze iedere 6 jaar “uitgediept” te worden. Dit wil zeggen dat 70 % van de poel met een kraan “leeggelepeld” wordt en deze bagger wordt verwerkt op een hoop langs de poel, beste in combi met de beplantingsstrook. Beste tijdstip is oktober dit te doen.
Hiermee behoudt de poel het aandeel open water en worden ook eventuele struweelsoorten aan de zuidzijde verwijdert, die de lichtinval belemmeren.
Onderstaande foto’s geven het “uitdiepingsbeheer”
weer en het bijbehorende bijschrift vanuit brochure landschapsbeheer.
herstel: uitdiepen
B)
Aan te leggen natuurlijke
waterbufferingspoel (1000 m2)
Onderstaande beelden laten mooi zien hoe de poel in combinatie met ruigte en de houtsingels er uit zien.
Met een grootte van ca 11 x 60 meter worden het een duurzame waterbufferingspoel met een diepte van ca 3 meter in het diepste deel.
De breedte van deze natuurlijke zone met poel en struiken en bomen is 15 meter.
Aanvullende waterbuffering De Horsten Egchel 20-5-2024
De waterbufferingspoel moet voldoen aan onderstaand principe.
H
-
Met een diepte van 3,00 meter, taluds 1: 1 en 1: 3 ontstaat er variatie, dat met een juist beheer zich zal ontwikkelen.
Met een bufferhoogte van 80 cm minus 20 cm (waakhoogte)= 60 cm en de genoemde afmeting is er een buffercapaciteit van 600 m3. Beheer is bij de vorige poel beschreven.
5.
Conclusie
Deze notitie geeft aan dat er met de aanvullende waterbufferingspoelen een extra buffercapaciteit
gehaald wordt van rum 900 m3. Met de uitstroomvoorziening is deze buffercapaciteit ook steeds weer
beschikbaar.
20-5-2024
Ai
n
Erf- en Landschapsverfraaiing
Aanvullende waterbuffering De Horsten Egchel 20-5-2024
P218712.002.003/RHA
Bijlagen