CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-062 14 Bijlage 11 bij Toelichting - Quickscan flora en fauna (geanonimiseerd)

Raad 28 oktober 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan De Horsten (2025-062)12.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

aelmans Projectgegevens

Rapportnummer Datum rapportage Versienummer

AMO240067 :1

: 15 april 2024

Quickscan Flora en Fauna (geanonimiseerd) : ! (geanonimiseerd) e

Opdrachtgever

: Pouderoyen B.V., mevrouw

M

(2 «22

Contactpersoon Aelmans Milieu Ecologisch medewerker Datum uitvoering veldwerk Opsteller rapportage Handtekening Controle rapportage Handtekening

Rapportstatus

definitief

Aelmans Milieu is een handelsnaam

van Aelmans Milieu Oss 8.V.

Landweerstraat Zuid

109

431 (0)412 655058

O(geanonimiseerd) ermeoeell wuw-aelmans.com/milieu

Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Milieu Oss B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Milieu Oss B.V., h.0. Aelmans Milieu, s inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 16077486 Dit rapport s opgesteld in opdracht, is vertrouwelijk en mag niet worden gedupliceerd of aan derden openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden. ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport Aelmans Milieu s niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die wermeld staan in di rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt

Sfabloonversie anuai 2024

aelmans Samenvatting Pouderoyen B.V. heeft in verband met de realisatie van ‚ aan Aelmans Milieu opdracht gegeven

voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en (geanonimiseerd) 18 en 20 te M. (geanonimiseerd) fauna ter plaatse van het perceel , De quickscan heeft tot doel vast te stellen of de beoogde ingrepen van invloed kunnen zijn op beschermde soorten en beschermde gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid

beschreven van artikel 11.37, 11.46 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gespecificeerde soorten. Op basis van de resultaten van de uitgevoerde quickscan kan worden uitgesloten dat de beoogde

activiteiten een negatieve invloed zullen hebben op beschermde soorten vanuit Omgevingswet en het Bal. In onderstaande tabe! is vermeld op welke manier het plangebied gebruikt wordt door beschermde

flora en fauna.

Wel dient de volgorde zoals beschreven in de het landschapsplan worden gevolgd. Dit houdt in dat de hagen en lanen eerst worden aangelegd alvorens de stallen worden gerealiseerd.

Waarbij de

hagen en lanen aan de straatzijden kunnen pas na de realisatie van de stallen worden aangeplant. Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden geen negatieve effecten verwacht op de meest

nabijgelegen natuurgebieden (LNN /Natura 2000).Er is dus vooralsnog geen sprake van een Natura 2000-activiteit mits uit een Aerius berekening blijkt dat er geen significant effect is van verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht door de geplande werkzaamheden en het gebruik van de stallen.

Voor de geplande ingreep worden geen bomen gerooid. Bomen kunnen tijdens het broedseizoen niet jaarrond beschermde nesten bevatten. Door de geplande ingreep worden deze nesten niet verstoord.

In enkel van de bomen zijn gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve

geschikt als verblijfplaats. De bomen maken onderdeel uit van een lijnvormig element. Deze gaan door het behoud

van de bomen

niet verloren.

Onder artikelen 11.6, 11.27 en 11.116 van het Bal zijn specifieke zorgplichten opgesteld. De zorgplicht geldt voor ieder die een activiteit uitvoert waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat

deze nadelige gevolgen kan hebben op in het wild levende dieren, planten en bomen maar ook natuurgebieden. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen,

te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt achterwegen te laten. Voor alle soorten, inclusiefde minder streng beschermde soorten, geldt in praktijk dat onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dientte worden. Doortijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kunnen de nieuwe stallen meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor vleermuizen of huismussen,

maar ook aan het inzaaien van kruidenmixen rondom de stallen en het aanleggen

van takken rillen of houtstapels.

aelmans Inhoud

1

2

3

4

Inlei

g.

11

Aanleiding

1.2

Doelstelling..

13

Werkwijze

Wettelijk kader.. 2.1

Omgevingswet…

2.2

Zorgplicht

2.3

Gebiedsbescherming..

2.4

Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wil

2.5

Houtopstanden..

2.6

Riijksdienst voor Ondernemend Nederland…

Plangebied.…. 3.1

Plangebied huidig .

3.2

Geplande ingrepen…

3.3

Nabij gelegen Natura2000 gebieden…

3.4

Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk

Quickscan . 4.1

Locatiebezoek

4.2

Resultaten quickscan…

5

Toetsing van de bevindingen .

6

Conclusies en aanbevelingen.

Bijlage 1

Kaartmateriaal

Bijlage 2

Foto's

Bijlage 3

Gegevens Natuurloket

Bijlage 4

Checklist onderzoek vleermuizen

Bijlage 5

Literatuurlijst

Nederland…

aelmans Inleiding 11

Aanleiding Pouderoyen B.V. heeft, in verband met de realisatie van 8 nieuwe stallen en een woonhuis, aan

Aelmans Milieu opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het (geanonimiseerd) voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het terrein aan e

(geanonimiseerd) E De contactpersoon namens de opdrachtgever was mevrouw E werkzaamheden bij Aelmans Milieu zijn gecoördineerd door de heer B MSc.

12

e

Doelstelling De quickscan heeft tot doel vast te stellen of de geplande ingrepen van invloed zijn op beschermde

soorten en gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van de in artikel 11.37, 11.46 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gespecificeerde soorten. Ook wordt er vastgesteld of bij de beoogde werkzaamheden rekening gehouden dient te worden met soorten en gebieden om een overtreding van de Omgevingswette voorkomen. Om een overtreding met de Omgevingswet te voorkomen kunnen preventieve maatregelen en/of soortgericht onderzoek geadviseerd worden.

13

Werkwijze Een quickscan wordt uitgevoerd door het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek.

Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid op of nabij de onderzoekslocatie van de te verwachten beschermde soorten en geschikt habitat voor deze soorten. De quickscan is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn voor de quickscan geen ecologische inventarisaties uitgevoerd naar specifieke soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat vaak meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar. Op basis van de resultaten van de quickscan kan een soortgericht onderzoek noodzakelijk zijn en zal deze geadviseerd worden Tijdens het bureauonderzoek wordt aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten voor kunnen komen op de onderzoekslocatie. Ook zijn provinciale gebiedsbescherming en Natura 2000 gegevens geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn opgevraagd. De beoordeling van de verspreidingsgegevens wordt beperkt tot de soorten die binnen een straal van 5 kilometer van de onderzoekslocatie geregistreerd zijn.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

ì

aelmans Tijdens het veldbezoek is, voor zover mogelijk, de gehele onderzoekslocatie en de directe omgeving

beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van de aanwezige habitat. Naast de aanwezige habitat zijn directe en indirecte indicaties betreffende het voorkomen van beschermde soorten opgenomen. Dit geldt voor

het aantreffen van een exemplaar, holen, uitwerpselen, vraat-, loop- en veegsporen, prooiresten en andere sporen. Deze waarnemingen zijn meegenomen n de beoordeling..

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

2

aelmans Wettelijk kader 21

Omgevingswet De bescherming van natuurgebieden en van nature in het wild levende dieren of planten is in artikel

4.3. lid 1 onderj, en o en lid 3 onder d van de Omgevingswet opgenomen. De bescherming is gericht op het beschermen en ontwikkelen van de natuur en het in standhouden en herstellen van de biologische diversiteit. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), onderdeel van de Omgevingswet,

beschrijft 3 afdelingen met activiteiten waarvoor regelgeving is opgesteld: 1.

Activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale

2.

Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild (Afdeling 11.2 van het Bal)

3.

Activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen (Afdeling 11.3 van het

natuurgebieden (Afdeling 11.1 van het Bal)

Bal)

Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht per activiteiten groep. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt achterwegen te laten.

22

Zorgplicht Onder artikelen 11.6, 11.27 en 11.116 van het Bal zijn specifieke zorgplichten opgesteld. De zorgplicht geldt voor ieder die een activiteit uitvoert waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat

deze nadelige gevolgen kan hebben op in het wild levende dieren, planten, bomen maar ook natuurgebieden. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt

achterwegen te laten. Voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten geldt in praktijk dat onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden.

Voor flora en fauna- en Natura 2000-activiteiten houdt de zorgplicht n dat voorafgaand aan de activiteit een quickscan flora en fauna wordt uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde

soorten, hun leefgebieden en natuurgebieden. Als deze aanwezig zijn kunnen, indien mogelijk op grond van objectieve gegevens, nadelige gevolgen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, foerageerplaatsen, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en eieren, of voor beschermde

planten en natuurgebieden. Indien dit niet mogelijk is kunnen de gevolgen met passende maatregelen worden voorkomen. Deze dienen wel gecontroleerd te worden. Indien de maatregelen het beoogde effect niet hebben moeten de werkzaamheden gestaakt worden of, als dit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, moeten passende herstelmaatregelen worden getroffen.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

3

aelmans 23

Gebiedsbescherming De Natura 2000 gebieden vormen samen een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn

aangewezen/ aangemeld als essentieel leefgebied voor bepaalde soorten. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorgdragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992.

Hoewel het

om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun

overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’ De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht n een samenhangend netwerk ‘Natura 2000' Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal. Onder de Omgevingswet zijn alle Natura 2000 gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden beschermd. De wet verbiedt Natura 2000-activiteiten in art. 5.1 lid 1, aanhef en onder e. Natura 2000-activiteiten zijn activiteiten of het realiseren van projecten die een significante gevolg kan hebben op een Natura 2000 gebied. Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met een gebied maar in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend totdat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art. 6 id 4 van de Habitatrichtlijn).

Op de wet zijn uitzonderingen voor projecten die: e

een positief effect hebben op het beheer, bescherming en instandhoudingsmaatregelen of passende maatregelen ter voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd en/of

soorten verstoord worden (art. 11.18 lid 2 a en b van het Bal) «

zijn vastgelegd in een omgevingsverordening (art. 11.19 van het Bal).

© _ van groot nationaal belang zijn (art. 11.20 van het Bal). Onderdeel van de instandhoudingsmaatregelen is het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Het NNN is

een landelijk samenhangend ecologisch netwerk van gebieden aangewezen door de Gedeputeerde Staten in hun eigen provincies (art. 2.44, vierde lid, Omgevingswet). De Gedeputeerde Staten dragen de zorg voor de totstandkoming en instandhouding van dit netwerk. Het NNN is ten gunste van de instandhoudingsdoelstellingen en het herstel van biotopen en leefgebieden voor alle in het Besluit

kwaliteit leefomgeving Bk!) genoemde soorten die in Nederland in het wild voorkomen, de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, (bijlage I Habitatrichtlijn), en de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende dier- en plantsoorten. Tevens kunnen Gedeputeerde Staten

gebieden aanwijzen die buiten het Natuurnetwerk Nederland liggen, maar wel van een provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarde. Deze gebieden worden samen met het NNN aangeduid als

bijzondere provinciale natuurgebieden.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

4

aelmans 24

Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit uit te voeren (art. 5.1 lid 2 onder g, Omgevingswet). Een flora- en fauna-activiteit is een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Vergunningsplichtige gevallen zijn in

het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onderverdeeld in drie beschermingsregimes: 1.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature n Nederland in het wild levende vogels ($11.2.2 van het Bal). De wet voorziet ook in de bescherming van de nesten, rustplaatsen en eieren en het verbieden van het opzettelijk verstoren van vogels.

2.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn.

Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van

de Habitatrichtlijn, Bijlage I en I! van het Verdrag van Bern en Bijlage I! van het Verdrag van Bonn (611.2.3 van het Bal). Hierbij gaat het om de bescherming van de soorten genoemd in deze verdragen, hun voortplantings- of rustplaatsen, en het vernielen van beschermde planten door

plukken afsnijden of ontwortelen. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3.

Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage IX van het

Bal. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage), hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen en vaatplanten (onderdeel 8 van de bijlage) voorkomend in Nederland ($11.2.4 van het Bal). 2.4.1

Vrijgestelde soorten De Omgevingswet maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is voor de provincie Limburg geregeld

in het Omgevingsverordening Limburg, geconsolideerd op 1 december 2023. In de bijlagen van deze verordening zijn soorten opgenomen welke bij ruimtelijke ontwikkeling

binnen de provincie zijn vrijgesteld voor de aanvraag van een ontheffing. In onderstaande tabel zijn de vrijgestelde soorten vermeld.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

s

aelmans Provinciaal vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig

beheer

Soortgroep | Soort

Periode

Soortgroep | Soort

Periode

Amfibieën

Gehele jaar

Zoogdieren | Haas

Gehele jaar

|

Bastaardkikker (middelste groene kikker)

Hermelijn

Bruine kikker

Huisspitsmuis

Gewone pad

Konijn

Kleine watersalamander

Molmuis

Meerkikker Reptielen

|

Ondergrondse

Hazelworm

Levendbarendehagedis

Zoogdieren | Aardmuis

|

Julit/m

woelmuis

september

Ree

15 augustus t/m

Rosse woelmuis

15 oktober

Steenmarter

Gehele jaar

Bosmuis

Tweekleurige

Bunzing

bosspitsmuis

Dwergmuis

Veldmuis

Dwergspitsmuis Eekhoorn

Egel

15 augustus t/m februari

Gehele jaar

Vos Maart /m aprl,

Wezel

juli /m november

Woelrat

Gehele jaar

Gewone bosspitsmuis

242

Invasieve exoten

In het Bal is wetgeving om de introductie en verspreiding van invasieve exoten in de natuurte voorkomen. Conform $11.2.10 van het Bal is het verboden om opzettelijk invasieve uitheemse

soorten te houden, kweken of te vervoeren. Daarbij mogen deze soorten niet worden toegestaan om zich voort te planten of worden vrijgelaten in de natuur.

25

Houtopstanden Conform hoofdstuk 11 afdeling 11.3 van het Bal is een kapmelding verplicht bij de kap van ten

minste 10 are of meer dan 20 bomen buiten de door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Indien dit het geval is wordt de kapmelding ingediend bij de provincie. Artikel 11.129 van afdeling 11.3 verplicht een 1-op-1 compensatie, beter bekend als de herplantplicht, binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond. Kap van bos en bomen in beschermde natuurgebieden als onderdeel van het Natura-2000 gebieden

dienen mogelijk extra gecompenseerd te worden conform provinciale beleidsregels. Dunningswerkzaamheden in het kader van natuurbeheerof boskap ten behoeve van realisatie van

instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied zijn in beginsel vrijgesteld van herplantplicht en kapmelding. Ook dunningswerkzaamheden voor de aanleg van brandgangen, onder een gedragscode, zijn vrijgesteld van de herplantplicht en een kapmelding.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

s

aelmans Deze afdeling heeft geen betrekking op:

e

houtopstanden binnen de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour houtkap.

e

houtopstanden op erven en tuinen

e

bomen en struiken, die specifiek voor het oogsten van noten en fruit en bijbehorende

windschermen worden geteeld, «

naaldbomenproductie voor “Kerstbomen”, die niet ouder zijn dan twintig jaar.

«

boomkwekerijen

°

beplantingen bestaande uit wilgen of populieren bij wegen, waterwegen of eenrijige beplanting langs landbouwgronden,

e

Dunningswerkzaamheden van houtopstanden ter bevordering van de groei van de overblijvende

houtopstand e

houtproductie van populier, wilg, e of els bestaand uit minstens 10.000 stoven per ha, aangeplant na 2013 en welke eens per 10 jaar geoogst wordt.

e

houtopstanden die een kleinere oppervlakte grond beslaan dan 1000 m2, of bestaan uit een rijbeplanting van 20 of minder bomen.

De hiervoor genoemde kapwerkzaamheden hoeven daarom niet gemeld worden in het kader van de Omgevingswet. Overigens is het mogelijk dat de provincie een kapverbod instelt, bijvoorbeeld ten behoeve van bescherming van natuur- en landschapswaarden, voor de duur van telkens maximaal 5

jaar per besluit.

26

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Ecologisch onderzoek valt niet onder een erkenningsregeling, er worden echter wel randvoorwaarden gesteld aan de competenties van de personen die het veldwerk uitvoeren. Door het RVO is een omschrijving opgesteld van een ecologisch deskundige. Een ecologische deskundige is

iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van habitats en soorten. Hij of zij heeft schriftelijk voldoende aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis om ecologisch onderzoek te kunnen doen.

Hij of zi:

e

(her)kent de functionaliteit van leefgebieden van beschermde soorten;

e

heeft kennis van de algemeen erkende onderzoeksmethoden;

e

kan ecologische werkprotocollen uitwerken;

e

kan specifieke maatregelen begeleiden.

E

s voidoet aan de bovengenoemde voorwaarden.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

7

aelmans

e

Plangebied 31

Plangebied huidig De onderzoekslocatie staat kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie H, nummers 256, 3390 en

3391 De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. De onderzoekslocatie bestaat uit agrarische percelen welke gelegen zijn in het buitengebied van Egchel. De directe omgeving van de locatie bestaat voornamelijk uit agrarisch gebied met enkele

bosschages.

32

Geplande ingrepen Het voornemen bestaat om op de akkers waaruit de onderzoekslocatie bestaat, acht nieuwe stallen

te realiseren en een woonhuis. Vervolgens worden de randen rondom de huidige percelen groen ingericht door het aanplanten van hagen en singels bestaande uit bomen en struiken, Ook worden er twee nieuwe poelen gerealiseerd.

Figuur 6:

Het landschaps inpassingsplan

|

t

n

Figuur 1: het landschapsplan voor de onderzoeks/ocatie.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet acmans

Miieu

3

aelmans 33

Nabij gelegen Natura2000 gebieden Cirea 5,5 kilometer ten zuiden en 7 kilometer ten zuidoosten van de onderzoekslocatie zijn respectievelijk het Leudal en Swalmdal gelegen welke zijn aangewezen als Natura 2000 gebieden Circa 8 kilometer ten noordwesten van de onderzoekslocatie zijn de Grote peel, Deurnsche Peel & Mariapeel gelegen welke zijn aangewezen als Natura 2000 gebieden. Gezien de afstand van de Natura2000 gebieden leiden de voorgenomen werkzaamheden

niet tot

significante storende effecten van oppervlakteverlies, versnippering, verzoeting, verzilting, verontreiniging, verdroging, vernatting, verandering in stroomsnelheid, verandering in overstromingsfrequentie, verandering dynamiek substraat, verstoring door geluid, verstoring door

licht, verstoring door trilling, verstoring door mechanische effecten, verandering in populatiedynamiek of tot een bewuste verandering van soortensamenstelling op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Om te bepalen of er door de voorgenomen werkzaamheden en het gebruik van de locatie voor het

houden van vee een significant effect is van verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht, dient een Aerius-berekening uitgevoerd te worden.

;

E

í: Groote Peel, Deurnsche Peel & Mariapeel

NATURA

7000

Ä Swalmdal Figuur 2: nabij gelegen Natura2000 gebieden.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

9

aelmans 3.4

s

Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland

De locatie valt niet binnen de natuurbeheergebieden van de Provincie Limburg of binnen het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (LNN) (Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.3). Circa 1,2 kilometer ten zuiden van de onderzoekslocatie zijn gebieden gelegen welke zijn

aangewezen als poel en klein historisch water (L01.01), kruiden-en faunarijk grasland (N12.02), rivier-en beekbegeleidend bos (N14.01), hoog-en laagveenbos (N14.02), dennen-, eiken-, en beukenbos (N15.02) en droog bos met productie (N16.03). Deze gebieden zijn tevens een onderdeel

van het LNN. Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ingreep geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurbeheergebieden.

Figuur 3: nabij gelegen beheertypen & Limburgse deel van het Nationale Natuumnetwerk (LNN).

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet acmans

Miieu

10

_

aelmans

o

Quickscan 41

Locatiebezoek

Het veldbezoek is op 26 maart tussen 08:30 en 11:15 uitgevoerd. Het locatiebezoek is uitgevoerd

door B

MSc. De weersomstandigheden zijn opgenomen in onderstaande tabel. In bijlage 2

zijn foto's van het locatiebezoek opgenomen. Weersomstandigheden

Bewolking halfzware

Neerslag geen

Wind OBFT

Temperatuur 11°C

Opmerkingen

Ten tijde van het locatiebezoek is geconstateerd dat op de onderzoekslocatie voornamelijk sprake is van voormalige akkers. De onderzoekslocatie is op te delen in 4 gebieden.

Figuur 4:

de onderzoekslocatie

(rood) is op te delen

in vier gebieden.

Het zuidelijke gebied (1) is een

voormalige

maisakker. De twee westelijke velden (2 en 3) waren begroeid met een groenbemester en het noordelijke deel (4) was eveneens begroeid met een groenbemester. Te midden van het gebied staan enkele stallen (A), mestsilo's (B en ís het Rouwdinksven (C} gelegen.

Het zuidelijke gebied (1) was een voormalige mais en bieten akker. Door het natte voorjaar was de waterstand hoog en het veld behoorlijk nat en waren er meerdere plassen gevormd. Op het veld zijn

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

u

aelmans kievieten en een scholeksterkoppel waargenomen. Ook zijn er in de drassige grond veel sporen

aangetroffen van haas en ree welke te midden van het veld, langs de oostelijke grens van het plangebied, de akker overstaken. Langs de noordelijke grens van dit deelgebied en langs het Rouwdinksven zijn vele sporen van de das aangetroffen.

De das heeft een wissel welke over de akker

loopt van noord naar zuid vanafde zuidoostelijke hoek van het Rouwdinksven direct naar het zuiden toe. In de poelen ten noorden van deelgebied 1 zijn ook oude en recente vraatsporen van de bever aangetroffen. Hier stonden enkele aangeknaagde en omgeknaagde bomen en er lagen verspreid

meerdere afgeknaagde takken. Ook waren er tussen de poelen kanalen aangelegd door de bever die de poelenmet elkaar verbonden. Ten zuiden en westen van dit deelgebied zijn bomensingels met resp. eik en es. In deze bomen zijn geen holtes of scheuren aangetroffen. Bij de eikenlaan is een

greppel welke door het natte voorjaar volledig vol stond met water. Deelgebied 2 was ten tijde van het onderzoek nog begroeid met een groenbemester. Aan de oost-

en zuidzijde van deze deellocatie zijn wissels aangetroffen en enkele sporen van hazen. De akkerrand is volledig begroeid met Engels raaigras. Ten zuiden van deze deellocatie staat een singel van eiken welke aansluit met dien langs deellocatie 1. De meest westelijke boom is aan het wegkwijnen en

heeft enkele gaten. Deelgebied 3 is grotendeels begroeid met groenbemester. Tussen de groenbemester door zijn

enkele hazen en hazenlegers aangetroffen. Aan de noordzijde van het deelgebied is een sloot waarbij aan de rand sporen zijn aangetroffen van een ten prooi gevallen kikker. Hier zijn voornamelijk de eierresten van aangetroffen. Het zuidelijke deel van deze locatie werd ten tijde van

het veldbezoek gebruikt als tijdelijke grondbank. In recent weggegraven delen grond waren sporen te zien van ree, vos en hazen. Deze hebben hier een wissel langs de bestaande stallen richting de achterzijde van de stallen naar het westen toe. Aan de westzijde van deze wissel zijn pootafdrukken

van een marterachtige aangetroffen. Ten noorden van deze deellocatie staan enkele oude nertsenstallen welke niet meer in gebruik zijn. De noordelijke deellocatie (4) is volledig begroeid

met groenbemester. Ook hier zijn sporen van ree

en haas aangetroffen. Grenzend aan de noord en westzijde van dit deelgebied staan bomenlanen van resp. eik en es. De essen zijn jong en in een goede staat. De eiken zijn ouderen sommigen hebben loszittende bast en enkele gaten in de stam. Bij één van de eiken is een plukplaats aangetroffen van een roofvogel. Ten oosten van deelgebied 4 loopt de Egchelbeek welke uitloopt op de sloot ten noorden van deellocatie 1. Ten westen en noordwesten van deelgebied 4 liggen twee bosschages. Denoordwestelijke bosschage werd hobbymatig gebruikt als motorcross baan. Het bosschage ten westen was omheind met een fijnmazig hekwerk. Deze bosschage was niet te bezichtigen vanaf de openbare weg of onderzoekslocatie De stallen te midden van de onderzoekslocatie bestaan uit een stenen borstwering met hierboven een gevel van metalen gevelpanelen. De overgang van borstwering naar de gevel sluit goed aan en hier zitten geen gaten of kieren. In de borstwering zitten geen openstootvoegen of andere gaten die naar een spouw kunnen leiden.

De schuren blijven behouden en worden niet aangepast voor de

voorgenomen plannen. Het terrein rondom de schuren is aan de straatzijdes verhard met een klinker- of puinverharding, de overige delen zijn begroeid met Engels raaigras en worden intensief beheerd. Rondom de schuren zijn pootafdrukken aangetroffen van ree en vos.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

2

aelmans De mestsilo's staan op een terrein verhard met een puinlaag. Enkel aan de oostzijde hiervan zijn

enkele sporen aangetroffen van ree en marterachtigen. Het Rouwdinksven is in 2013/14 aangelegd en begroeid met wilg, els en berk. Nabij het Rouwdinksven zijn pootafdrukken van de das en vraatsporen en kanalen van de bever waargenomen. Ook is er aan de westzijde van het ven een plukplaats van een marterachtige of vos aangetroffen. Aan de slootzijde ten noorden van het Rouwdinksven zijn in het taluds sporen

aangetroffen van dieren die over het talud heen klimmen.

42

Resultaten quickscan In de volgende paragrafen wordt beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie zijn waargenomen of waarvan sporen zijn aangetroffen. Ook wordt op basis van het aanwezige biotoop en de inventarisatiegegevens uit de regio beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie potentieel voorkomen. Voor de (potentieel) aanwezige soorten wordt waar mogelijk beschreven of

de onderzoekslocatie rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en migratieroutes biedt. Ook worden de effecten van de voorgenomen ingrepen op de (potentieel) aanwezige soorten

beschreven. De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp.nl (bijlage 3), dat door de NDFF is opgesteld en door, indien aanwezig, provinciale databanken. 421

Amfibieën

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de

alpenwatersalamander, bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad, kamsalamander, kleine watersalamander en poelkikker zijn waargenomen.

Van de door de NDFF geregistreerde soorten zijn de bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en middelste groene kikker (bastaardkikker) in Limburg vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Op de onderzoekslocatie is geen geschikt habitat en voortplantingswater aanwezig. De onderzoekslocatie bestaat voornamelijk uit akkers. Deze akkers zijn tot 2024 in gebruik geweest en

bieden door het ontbreken van een strooisellaag, steen- of takkenstapels geen geschikt landhabitat voor de eerder genoemde

soorten.

De overige delen zijn bestraat of bebouwd en bieden hierdoor

eveneens geen geschikt landhabitat. Derhalve kunnen de eerder genoemde soorten worden uitgesloten binnen de onderzoekslocatie. Echter bieden de poelen in het Rouwdinksven wel geschikt habitat en voortplantingswater voor amfibieën. Deze poelen worden niet aangetast met de voorgenomen werkzaamheden en deze hebben geen effect op het voorkomen van beschermde amfibieën soorten.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

u

aelmans 422

Dag-, nachtvlinders Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving van de onderzoekslocatie de bruine eikenpage, grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder en spiegeldikkopje zijn waargenomen.

De waardplant van de bruine eikenpage is de eik, met name de zomereik. In geschikte bosranden zijn doorgaans oudere eiken, voldoende eikenopslag, kreupelhout en braamstruwelen te vinden.

Het eikenpage legt de eitjes op kleine boompjes: kwijnende boompjes die n de schaduw van hogere groeien of miezerige exemplaren die op te arme grond groeien. Aangrenzend aan de zuidzijde van de onderzoekslocatie staan eikenlanen. Deze zijn niet geschikt als waardplant gezien deze niet klein

of wegkwijnend zijn. Zodoende is het eikenpage uit te sluiten op de locatie. De waardplant van de grote vos is vooral iep; maar ook zoete kers, populier en sommige

wilgensoorten. De grote vos komt voornamelijk voor in vochtige, open bossen, bosranden en boomgaarden. Ook zwervende individuen worden vooral in een bosrijke omgeving gevonden. Dergelijk habitat is niet aanwezig op of nabij de onderzoekslocatie. Nabij de onderzoekslocatie in het

Rouwdinksven staan meerdere wilgen. Gezien geschikt habitat ontbreekt en de wilg geen voorkeurs waardplant is kan de grote vos worden uitgesloten op en nabij de onderzoekslocatie. Daarbij blijft het Rouwdinksven en de hier aanwezige wilgen behouden. De grote weerschijnvlinder komt voornamelijk voor in oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen. De waardplant van de grote

weerschijnvlinder is de wilg. Dergelijk habitat en de waardplanten ontbreken op de onderzoekslocatie. Het Rouwdinksven voldoet echter wel aan het habitat en hier groeien de waardplanten.

Zodoende kan deze soort hier niet worden uitgesloten. Echter blijft het

Rouwdinksven behouden en hebben de voorgenomen werkzaamheden geen invloed hierop of op het voorkomen van de grote weerschijnvlinder. Op de onderzoekslocatie en de directe omgeving ontbreken de waardplanten en habitat voor de kleine ijsvogelvlinder en het spiegeldikkopje. Derhalve is er geen sprake van essentieel leefgebied en zullen de geplande werkzaamheden geen negatief effect hebben op deze soorten. 423

Kevers

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde kevers zijn waargenomen. Door het ontbreken van oude of holle bomen met veel dood hout op of nabij de onderzoekslocatie zijn de juchtleerkever, vermiljoenkeveren vliegend hert uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Op de onderzoekslocatie zijn geen heldere, schone wateren met waterplanten aanwezig waardoor het voorkomen van beschermde watergebonden kevers binnen het plangebied uit te sluiten zijn 424

Libellen

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving van de onderzoekslocatie de beekrombout en bosbeekjuffer zijn waargenomen.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

m

aelmans Het habitat van de beekrombout bestaat uit grotere beken en kleine rivieren. Soms ook in grote

rivieren en in kanalen, Gezien deze ontbreken op of nabij de onderzoekslocatie is deze soort uit t e sluiten.

De habitat van de bosbeekjuffer bestaat uit bovenlopen (soms middenlopen) van beschaduwde, koude en zuurstofrijke beken, die gekenmerkt worden door een natuurlijke morfologie. Belangrijke factoren zijn de diversiteit van de omgeving van de beek en natuurlijke fysische processen als erosie

en sedimentatie. Een grote variatie in stroomsnelheid is kenmerkend, meestal veroorzaakt door meanders en natuurlijke obstakels in de beek. In dergelijke ‘ouderwetse’ landschappen met een weinig intensief landgebruik is de waterkwaliteit vaak goed. Gezien dergelijke beken niet aanwezig

zijn op of nabij de onderzoekslocatie en op de onderzoekslocatie zelf sprake is van intensieve landbouwgrond is deze soort hier uit te sluiten.

Door het ontbreken van (helder) stromend open water op of in de nabijheid van de locatie (<25 meter) is het voorkomen van overige beschermde libellen binnen het plangebied uit te sluiten. 425

Reptielen Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving van de onderzoekslocatie de levendbarende hagedis en muurhagedis zijn waargenomen.

De levendbarende hagedis heeft heide en hoogveen als voorkeurshabitat. Gezien dergelijk habitat ontbreekt op of nabij de onderzoekslocatie is deze soort hier uit te sluiten.

De muurhagedis is een warmteminnende soort. De soort komt oorspronkelijk voor op warme, stenige plekken, zoals rotswanden. Met de bouw van stadsmuren kreeg de soort ook de gelegenheid om zich op muren te vestigen en nog recenter kwamen daar spoortrajecten bij. De muurhagedis

komt in ons land uitsluitend in Maastricht voor. Verspreid over de rest van Nederland zijn de afgelopen 20 jaar individuen uitgezet, welke veelal afkomstig zijn van midden- en zuid-Europa. Aangezien de muurhagedis een gemiddelde leeftijd heeft van 4-6 jaar en sprake zal zijn van geïsoleerde individuen of enkele exemplaren zal er geen sprake zijn van levensvatbare populaties. Reptielen zijn gebonden aan heide- en hoogveenlandschap, ruige landschappen of bos(randen) Veelal betreffen dit vochtige terreinen met dicht bedekte vegetatie en open zones. Door het ontbreken van dergelijk habitat op de locatie is het voorkomen van reptielen binnen het plangebied uit te sluiten.

Van de nationaal beschermde reptielensoorten zijn de hazelworm (gedurende jul t/m sep) en de levendbarende hagedis (gedurende 15 aug t/m 15 okt) in Limburg vrijgestelde soorten. De habitat van de hazelworm bestaat uit vochtige, begroeide omgevingen met een strooisellaag waarin het dier kan schuilen en jagen.

De hazelworm is voornamelijk te vinden in bossen op open

plekken, bosranden en houtwallen. Ook in door de mens

aangepaste omgevingen kan de hazelworm

zich handhaven, zoals houtwallen, kalkgraslanden, (spoor)wegbermen, kerkhoven en zelfs in tuinen, parken en volkstuintjes kan de hagedis worden aangetroffen.

In meer agrarisch georiënteerde

landschappen is de hagedis te vinden in de overgangen van het landschap en hoekjes van het terrein

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

1

aelmans die niet omgeploegd worden door landbouwwerktuigen. Gezien dergelijke hoekjes niet zijn

aangetroffen op de onderzoekslocatie en een strooisellaag ontbrak is deze soort hier uit te sluiten. 426

Vaatplanten Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de drijvende waterweegbree is waargenomen. Drijvende waterweegbree is een plant die groeit in helder, voedselarm tot matig voedselrijk

(fosfaatarm), zwak zuur water. Ze komt voor in laaglandbeken, vennen, kanalen en poelen. Drijvende waterweegbree kent verschillende, in elkaar overlopende, verschijningsvormen die samenhangen

met de waterdiepte en dynamiek ter plekke. Mogelijk biedt het Rouwdinksven een

geschikt groeilocatie voor deze soort. Echter is te verwachten dat deze poelen nogte voedserijk zijn door het voormalig intensieve gebruik op en het nog intensieve gebruik rondom de poel om geschikt habitat te bieden voor de drijvende waterweegbree. De geplande werkzaamheden hebben geen

effect op het Rouwdinksven en dus op het mogelijk voorkomen van deze soort. De nationaal beschermde vaatplantsoorten zijn hoofdzakelijk afhankelijk van kalkrijke, stikstofarme,

zwak tot matig voedselrijke ruderale gronden. Aangezien sprake s van soortenarme intensief onderhouden akkers, is het voorkomen van dergelijke soorten binnen het plangebied uit te sluiten.

Op of direct nabij de onderzoekslocatie zijn geen monumentale bomen bekend. 427

Vissen

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie geen

beschermde vissen zijn waargenomen. Door het ontbreken van geschikt jaarrond waterhoudend oppervlaktewater is het voorkomen van beschermde vissoorten binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten met uitzondering van het Rouwdinksven waar deze soorten mogelijk voor zouden kunnen komen. Echter wordt deze niet aangetast door de voorgenomen werkzaamheden. 428

Vleermuizen

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, ingekorven vleermuis en laatvlieger zijn waargenomen. De gewone dwergvleermuis, grijze grootoorvleermuis, ingekorven vleermuis en laatvlieger zijn gebouwbewonende vleermuizen. De gewone grootoorvleermuis kan zowel in bomen als in gebouwen voorkomen. Nabij de onderzoekslocatie zijn geen vleermuissoorten waargenomen die exclusief in bomen verblijven. Met behulp van de checklist van het vleermuis protocol 2021 (Bijlage 4) is gekeken of mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig kunnen zijn. Hieruit volgt dat er veel dikke bomen en opgaand struikgewas aanwezig zijn rondom de onderzoekslocatie waarin geen holtes of scheuren zijn aangetroffen die voor vleermuizen geschikt zijn. Een eik op de meest zuidwestelijke hoek van

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

16

aelmans deellocatie 2 heeft wel enkele holtes, echter blijft deze boom behouden en worden hier geen

gebouwen strak langs gerealiseerd. De eikenlaan ten noorden van deelgebied 4 had ook enkele eiken met gaten en loszittend bast. Gezien deze laan behouden blijft worden de mogelijke verblijfplaatsen hier niet ongeschikt gemaakt. Mits er tijdens en na de realisatie geen kunstmatig

licht op gericht wordt. De huidige bomenlanen kunnen deel uitmaken van een migratieroute en zijn langs potentiële

foerageergebieden gelegen. Aangezien de bomenlanen behouden blijven zal er geen sprake zijn van een negatieve invloed op migratieroutes. Mits er tijdensen na de realisatie geen kunstmatig licht op gericht wordt. De bestaande stallen bieden geen geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. De stenen borstweringen hebben geen openingen zoals openstootvoegen waardoor vleermuizen

in

de spouw kunnen verblijven. De gevelpanelen bestaan uit metalen composiet panelen welke voorgeïsoleerd zijn. Metaal is te glad voor vleermuizen om op te landen en warmt te snel op en koelt te snel af waardoor er geen geschikt microklimaat kan ontstaan voor vleermuizen. Hierdoor zijn ook

deze delen niet geschikt. Hierdoor

zijn verblijfplaatsen voor vleermuizen uit te sluiten. De oude

houten nertsenstallen ten noorden van deellocatie 3 bieden mogelijk wel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. Echter vinden de werkzaamheden op voldoende afstand plaats en zullen de nieuwe stallen deze oude stallen niet afdekken.

Gelet op het gebruik van de locatie is het plangebied geschikt als foerageergebied voor vleermuizen.

Echter is hier door het intensieve gebruik geen sprake van een essentieel foerageergebied. Door intensief beheer zijn er immers minder insecten aanwezig waarop vleermuizen jagen. Daarbij zal de situatie na de beoogde ontwikkeling vergelijkbaar zijn met de huidige situatie.

Echter door de

aanplant van inheemse hagen en lanen zal er meer sprake zijn van diversiteit wat een positief effect zal hebben voor foeragerende vleermuizen. Zodoende is er geen achteruitgang te verwachten, mits er tijdens en na de realisatie geen kunstmatig licht op de hagen lanen en het Rouwdinksven gericht wordt

429

Vogels Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de boerenzwaluw, boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk en wespendief zijn waargenomen. Van de genoemde soorten zijn de gierzwaluw, huismus, kerkuil en steenuil voor hun nest gebonden aan gebouwen De gierzwaluw komt in dorpen en steden voor. Deze soort nestelt graag onder scheefliggende dakpannen. Ook moet de uitvliegopening minimaal 4 meter hoog zitten. De onderzoekslocatie is gelegen in atypisch gebied voor de gierzwaluw.

De huidige stallen zijn recent gebouwd

en goed

afgewerkt waardoorer geen openingen zijn waarin de gierzwaluw kan nestelen. Hierdoor is de gierzwaluw uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

u

aelmans De huismus broedt graag in kolonieverband onder de dakpannen van huizen. De huismus gebruikt

n nest gedurende het gehele jaar. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen. Indien er huismussen in de huidige stallen nestelen hebben de voorgenomen werkzaamheden hier geen effect op. Door de aanleg van de hagen en lanen van inheemse soorten wordt de

onderzoekslocatie diverser wat gunstiger is voor de huismus. Zodoende hebben de voorgenomen werkzaamheden geen effect op het mogelijk voorkomen van de huismus.

De kerkuil en steenuil nestelen graag in grote open gebouwen zoals bijvoorbeeld schuren. Vaak maken ze een nest in een wat afgesloten ruimte. Doordat de huidige stallen goed afgesloten en net afgewerkt is, zijn er geen geschikte openingen waardoor uilen het pand binnen kunnen komen.

Daarbij s het pand nog in gebruik waardoor het geen waarschijnlijke verblijfplaats voor uilen

is. Ook

n er in, op en rondom de stallen geen sporen van uilen (braakballen of fecaliën) of sporen van (oude) nesten aangetroffen. Hierdoor zijn uilen uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

De oude

houten nertsenstallen ten noorden van deellocatie 3 zijn wel deels open en kunnen mogelijk geschikte nestlocaties bieden voor de steenuil of kerkuil. Echter hebben de geplande ingrepen geen effect op hier mogelijk aanwezige nesten. De steenuil kan ook nestelen in holtes van bomen. Echter

n er op of binnen de invloedsferen van de geplande ingrepen geen geschikte bomen aangetroffen De onderzoekslocatie is mogelijk een onderdeel van het foerageergebied van de roofvogels en uilen.

Door de geplande ingreep zal het oppervlakte om te foerageren verminderd worden. Echter zal er met de aanplant van de hagen meer diversiteit ontstaan, wat gunstig is voor de prooidieren van roofvogels en uilen. Hierdoor zal de toekomstige situatie geen significant negatief effect hebben op

roofvogels en uilen. Daarbij zijn er voldoende soortgelijken betere gebieden aanwezig in en nabij de onderzoekslocatie.

De grote gele kwikstaart nestelt graag vlak bij stromend water in een nis in een muur of onder een brug of bij boomwortels in oevers. De grote gele kwikstaart broedt en foerageert vrijwel uitsluitend aan de oevers van beken en rivieren, liefst met loofbos of loofbomen omzoomd.

Bij voorkeur zijn die

beken en rivieren snelstromend, maar hij broedt ook aan zwak of zelfs nauwelijks stromend water, zoals in Nederland.

De nesten van de grote gele kwikstaart zijn jaarrond beschermd aangezien deze

soort honkvast is. De Egchelbeek en de sloot ten noorden van deellocatie 1 zijn stromende beken. Mogelijk dat de grote gele kwikstaart in de oeverranden of nabij de duikers broedt. Echter worden de watergangen niet aangetast met de voorgenomen werkzaamheden. Zodoende zal de geplande activiteit geen effect hebben op het voorkomen van de grote gele kwikstaart. Voor de overige vogelsoorten, met een jaarrond beschermd nest, zijn binnen de planlocatie geen nestmogelijkheden aanwezig of oude nesten aangetroffen In de gegevens van de NDFF zijn eveneens diverse categorie 5 soorten opgenomen reiger, boomklever, ekster, mezen, spechten en spreeuw). onderzoekslocatie zijn

(0a. blauwe

Gelet op het gebruik van de

in de bomen en struiken nesten van algemene vogelsoorten als mezen,

merels, ekster en dergelijke te verwachten.

Dit zijn algemene soorten die vaak terugkeren naar de

plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor deze soorten is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk indien vergelijkbaar habitat beschikbaar is, wat op de huidige onderzoeklocatie het geval is.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

1

aelmans

4.2.10 Weekdieren

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde weekdieren zijn waargenomen. Door het ontbreken van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van beschermde weekdieren binnen het plangebied uit te sluiten. Mogelijk biedt het Rouwdinksven geschikt habitatvoor beschermde weekdieren. Echter is te verwachten dat deze poelen nog te voedselrijk zijn door het voormalig intensieve gebruik op en het nog intensieve gebruik rondom de poel om geschikt habitat te bieden voor deze soorten. De

geplande werkzaamheden hebben geen effect op het Rouwdinksven en dus het voorkomen van beschermde

weekdieren.

4.2.11 Overig zoogdieren Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de aardmuis, bever, bosmuis, konijn,

bunzing, das, dwergmuis, dwergspitsmuis, eekhoorn, egel,

ondergrondse woelmuis,

ree, rosse woelmuis,

haas, huisspitsmuis

steenmarter, veldmuis,

vos, waterspitsmuis,

wezel, wild zwijn en woelrat zijn waargenomen. Voor diverse van deze soorten geldt binnen de provincie Limburg een (seizoensgebonden) vrijstelling

bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze soorten zijn onderstreept en weergegeven in tabel 1 (paragraaf 2.1). Van deze soorten is het voorkomen van de bunzing, muizen, haas, konijn, ree, vos en wezel niet uit te sluiten binnen het plangebied. Bevers zijn afhankelijk van gebieden met wateren aangrenzende bosgebieden. Ze hebben een voorkeur voor riviervalleien met veel uiterwaarden, begroeid met zacht hout, en houden zich

voornamelijk op langs de trager stromende delen van de rivier. Ook zijn ze te vinden langs meren, beken, poelen en moerassen. De delen van her Rouwdinksven ten noorden van deelgebied 1 zijn vele sporen van de bever aangetroffen. Zowel oude als verse knaagsporen en enkele kanaaltjes van

de bever zijn hier aangetroffen. Hierdoor is de bever niet uit te sluiten. Echter blijven deze gebieden behouden en worden ze door de geplande activiteiten niet aangetast. Daarbij zal er op het

noordoostelijke deel van deellocatie 1 een nieuwe gelijkende poel worden aangelegd. Hierdoor zullen de geplande werkzaamheden enkel een positief effect hebben. Mede doordat de achterzijde van de hier te bouwen schuur onverstoord blijft. Zodoende |s er geen negatief effect te verwachten op het voorkomen van de bever nabij en op de onderzoekslocatie. De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen.

zoals vochtige heiden en rivierdalen

Maar ook andere open terreinen,

zijn geschikte gebieden. Het leefgebied van de das moet

voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin

ze goed kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 meter onder het maaiveld. De kleiige gronden ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn niet geschikt voor een dassenburcht en deze zijn dan ook niet aangetroffen.

Wel zijn er veel dassensporen aangetroffen op deellocatie 1. De

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

19

aelmans maisakkers, weilanden en het Rouwdinksven zijn waarschijnlijk onderdeel van het foerageergebied

van de das. Vermoedelijk is er een burcht aanwezig in de verhoogde taluds langs de Snepheiderbeek ten zuiden

van de onderzoekslocatie.

Door de geplande ingreep wordt de bestaande wissel doorkruist en zullen de foerageergebieden op

de locatie deels worden opgebroken. Echter zullen de geplande activiteiten naar alle waarschijnlijkheid een positief effect hebben op het voorkomen van de das. De aanplant van de hagen met inheemse soorten waaronder fruitbomen zorgen voor nieuwe en veiligere migratie

routes. Daarbij bieden deze een diverser voedselaanbod wat meer verspreid over het jaar aanwezig is. Daarbij zullen de grasvelden tussen de te bouwen schuren ook voor foerageergebied zorgen gezien hier geen

activiteiten plaatsvinden.

Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen

in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd

gebied. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaaren loofbomen ouder dan 40-80 jaar) omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Gezien er geen oude bosschages aanwezig zijn op of nabij de onderzoekslocatie is de eekhoorn uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

Van de genoemde soorten zouden kleine marterachtigen (bunzing, steenmarter en wezel) binnen de

planlocatie voor kunnen komen. Als rust- en verblijfplaats voor kleine marterachtigen worden aangemerkt: *

holen

*

houtstapels

*

holle bomen

«

mollennesten

*

drainagepijpen

*

takkenrillen

*

hooi- en strobalen

*

stapels stenen en puin

e

gaten en holten

«

open schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders

Waarbij deze goed geïsoleerd/beschut moeten zijn om onderkoeling te voorkomen. Bij de keuze voor een |ocatie voor de rustplaatsen is het van belang dat de in- en de uitgang van de rustplaats dekking biedt en in verbinding staat met lijnvormige groene elementen zodat de rustplaats veilig kan worden bereikt. De foerageergebieden zijn hoofdzakelijk struwelen, bosranden en groene oevers In de gebouwen zijn echter geen potentiële nest- of schuilplaatsen aangetroffen. Ook zijn er geen geschikte steen- of takkenstapels aangetroffen op de onderzoekslocatie of in het aangrenzende Rouwdinksven.

Op de onderzoekslocatie zijn echter wel sporen (pootafdrukken, fecaliën en prooiresten) aangetroffen van een marterachtige. Mogelijk bieden de verlaten nertsenstallen geschikte verblijfplaatsen, echter blijven deze stallen behouden. Daarbij zal de geplande ingreep waarschijnlijk geen effect hebben op het voorkomen van deze soorten gezien de groene inrichting n de nieuwe situatie zal Ieiden tot meer

diversiteit en voedselaanbod.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

2

aelmans De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hij komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt.. De waterspitsmuis komt alleen

daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig is en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten. Mogelijk bieden de Egchelbeek en

het Rouwdinksven geschikt habitat voor deze soort. Echter worden deze niet aangetast met de geplande werkzaamheden en worden er twee nieuwe poelen aangelegd die n de toekomst mogelijk ook geschikt habitat kunnen bieden voor deze soort. Zodoende zal de geplande ingreep geen

negatief effect hebben op het voorkomen van de waterspitmuis. Het wild zwijn komt voor in droge en natte voedselrijke loofbossen en gemengde bossen. Hij heeft

een duidelijke voorkeur voor eiken- en beukenbossen aangezien daar in de herfst veel eikels en beukennootjes (de zogenaamde ‘mast’) te vinden zijn. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie is deze soort

hier uit te sluiten.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

n

aelmans Toetsing van de bevindingen Voortvloeiend uit hoofdstuk 4 kunnen er op de onderzoekslocatie soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Omgevingswet. Een gedeelte van deze soorten, waaronder algemene

vogelsoorten of provinciaal vrijgestelde soorten, ondervinden geen negatieve invloed van de beoogde werkzaamheden.

Bij naleving van het landschapsplan, waarbij de hagen eerst worden

aangelegd alvorens de stallen worden gebouwd, en de zorgplicht is er voor deze soorten geen

sprake van een overtreding van de Omgevingswet.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

2

aelmans Conclusies en aanbevelingen (geanonimiseerd) 18 en 20 te Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel B bouw: en herinrichtingswerkzaamheden een negatieve invloed hebben op beschermde soorten vanuit de Omgevingswet. Wel dient de volgorde

(geanonimiseerd) B kan worden uitgesloten dat de voorgenomen

zoals beschreven in het landschapsplan worden gevolgd. Dit houdt in dat de hagen en lanen eerst worden aangelegd alvorens de stallen worden gerealiseerd. Waarbij de hagen en lanen aan de

straatzijden pas na de realisatie van de stallen worden aangeplant. Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden geen negatieve effecten verwacht op de meest

nabijgelegen natuurgebieden (LNN /Natura 2000).Er is du vooralsnog geen sprake van een Natura 2000-activiteit mits uit een Aerius berekening blijkt dat er geen significant effect is van verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht door de geplande werkzaamheden en het gebruik van de stallen.

Voor de geplande ingreep worden geen bomen gerooid. De bomen kunnen als nestgelegenheid

dienen voor diverse vogels. Op basis van artikel 11.37 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Werkzaamheden

binnen 2 meter van

de te behouden

bomen

en struiken dienen buiten het

broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden. Gezien er op de onderzoekslocatie vrijgestelde en/of algemene

soorten voor kunnen komen dient

men zich aan de zorgplicht te houden. Geadviseerd wordt om een ecologisch werkprotocol aan te houden. Door bijvoorbeeld &én werkrichting vast te leggen kunnen dieren wegvluchten van de

werkzaamheden. De vluchtrichting moet wel naar een realistisch vluchtgebied leiden zoals bijvoorbeeld het Rouwdinksven. Een werkrichting geldt zowel voor landdieren als aquatische diersoorten.

Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kunnen de nieuwe stallen meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor vleermuizen of huismussen,

maar ook aan het inzaaien van kruidenmixen rondom de stallen en het aanleggen

van takken rillen of houtstapels.

Quickscan Fera en Fauna De Horsten 17-18-20te Egchet Aelmans Mileu

2

aelmans

Bijlage 1 Kaartmateriaal

Bijlage 1

Uw referentie: AMO240067

SSE eetgoor a staton m b spoorweg in tunnel Gameg a rekram b nekrambale

==

e à

—= D

e

a

_ S Voaleegmetgescheidenrinen = u; wegmetlosedsdedtebing oh weg _ nogeng

A_ E e +

voetgangersgebied etspad

- p oerpad

g e

aa tunnel vaste DUE

eneearerug brug oppers

—= d x DjCa -

D

+ k 10 e “ o ik

meobovergrnds

.TT

n

sDtler

Wronoenaeig r

n IE 3 de B gordsker e e

D& akkeland bm met greppels H e

ÌE e e e bonternepsnd e |Lgemersibos Ù zand mlm|:::‚umm

ei

de

Aootet E

LDE

zaotca . 4ib©B

a e E

GEEEEE EE d markant object G Ie

P

DE

HE H

Pp 4z teop n D im

4n CS iendman haneted Pmmm

H be DE n e

c boom

lastering VMÏ:…ÜMMMIII“‘

a

Kadastrale kaart

Uw

02040

_

6080

m m

12345 Poresanwer d

Deze kaat s noordgercht

Schaal1: 2000

:"‘“'“'"":'üú oo - aa

Kadastrale gemeente Secie Perceel

7

gen E

Administraieve kadastrale grens

100m 10

kadaster Helden W3390

Bebouwing ‚aan di uitrekselkunnen geen betrouwbare maten worden ontleend.

Voor een eensluidend uitreksel, geleverd o 15 aprl 2024 De bewaarder van net Kadasteren de openbare regsters

referentie:

e Dienst voor hetkadaster n de openbare registers behout z de telectwele eigendomsrechten voor, Waaronder hetauteursrecht en hetdatabankenrecht

AMO240067

Kadastrale kaart

Uw

02040

_

6080

m m

12345 Poresanwer d

Deze kaats noordgercht

Schaal1: 2000

:"“"“'"":'üú oo - aa

Kadastrale gemeente Secie Perceel

7

gen E

Administraieve kadastrale grens

100m 10

kadaster Helden 1256

Bebouwing ‚aan di uitrekselkunnen geen betrouwbare maten worden ontleend.

Voor een eensluidend uitreksel, geleverd o 15 aprl 2024 De bewaarder van net Kadasteren de openbare regsters

referentie:

e Dienst voor hetkadaster n de openbare registers behout z de telectwele eigendomsrechten voor, Waaronder hetauteursrecht en hetdatabankenrecht

AMO240067

z aelmans

Bijlage 2 Foto’s

Foto 2: Deellocatie 1 gezien vanaf de oostelijke grens van het plangebied. Door de veel regenval in de periode voor het onderzoek zijn er plassen ontstaan

Fotobijlage AMO240067

D

E

n sporen in het veld van deellocatie 1 nabij de oostelijke grens van het onderzoeksgebied

Fotobijlage AMO240067

Foto 5: dassensporen aangetroffen nabij de noordelijke grens van deellocatie 1.

Fotobijlage AMO240067

y

&

_.

\

Foto 6: dassenwissel bij de zuidelijke hoek van het Rouwdinksven.

Fotobijlage AMO240067

Foto 7: in de voorgrond de dassen wissel. In de achtergrond de bestaande mest silo’s.

Fotobijlage AMO240067

Fotobijlage AMO240067

ä A Foto 9: verse sporen van de b

Fotobijlage AMO240067

Foto 10:

kanaal van de bever tussen twee poelen.

Fotobijlage AMO240067

Foto 11: kanaal van de bever tussen twee poelen.

Fotobijlage AMO240067

7Z

Foto 1:

vliegroute.

rasveld achter de bestaande

Fotobijlage AMO240067

schuren.

leellocatie 3 is eveneens nog begroeid met groenbemester.

:

een haas in deelocatie 3. In de voorgrond een van de grondbergen.

Fotobijlage AMO240067

13 Tel

mnheutechnlek bv. 5

ÌHH.\…HhH’IJ\M“ i

Landweerstraat-Zud 109 - Oss 0412-655 058 - Fax 0412 - 652 998

G

"’°"'°"“‘"‘

“‘M‘H\HHVIJ>HH‘HHn\HW‘IJ“HIJ“HHNH…M‘li‘vnll"“u‘v

Foto 17: kikkerdrillangs de noordelijke sloot langs deellocatie 3

Fotobijlage AMO240067

14

15

#E>7

VAN í : per \VIÏ‘Î\\ A7

Foto 19: graafwerkzaamheden nabij deellocatie 3

Fotobijlage AMO240067

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=570cdbc6-a2c9-449a-a921-a5b93eb47aee