2025-062 10 Bijlage 7 bij Toelichting - Tweede aanvulling MER 9 januari 2025
Tekst van het document
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan ‘De Horsten’ Gemeente Peel en Maas
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan ‘De Horsten’ Gemeente Peel en Maas
Rapportnummer:
P218712.002.013.R1
Naam opdrachtgever:
Gemeente Peel en Maas
Status:
definitief (t.b.v. vaststelling bestemmingsplan)
Datum:
12 maart 2025
Vestigingen te Nijmegen, Rosmalen, Baexem en Voerendaal T (024) 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl pouderoyentonnaer.nl
Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl
Inhoud Inleiding .................................................................................................................... 3 1
Onderbouwing doelstelling en locatie ................................................................. 6 1.1 Advies Commissie voor de m.e.r. ........................................................................................... 6 1.2 Toelichting doelstelling en locatiekeuze ................................................................................ 6
2
Maximale mogelijkheden plan............................................................................. 8 2.1 Advies Commissie voor de m.e.r. ........................................................................................... 8 2.2 Beperking van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan ................................ 8
3
Mogelijke effecten Natura2000 ......................................................................... 10 3.1 Advies Commissie voor de m.e.r. ......................................................................................... 10 3.2 Aanvullende beoordeling (voortoets) .................................................................................. 10 3.3 Effectvergelijking stikstof ..................................................................................................... 13
4
Stikstofgevoeligheid goudgroene zone .............................................................. 15 4.1 Advies Commissie voor de m.e.r. ......................................................................................... 15 4.2 Aanvullende beoordeling en effectvergelijking stikstof ....................................................... 15
5
Bestemmingsplan voor vaststelling ................................................................... 17 5.1 Effectvergelijking geur .......................................................................................................... 18 5.1.1
Voorgrondbelasting geur ................................................................................................................. 18
5.1.2
Achtergrondbelasting geur .............................................................................................................. 19
5.1.3
Effectvergelijking geur ..................................................................................................................... 21
5.2 Effectvergelijking fijn stof ..................................................................................................... 23
6
Effectvergelijking totaal..................................................................................... 24
7
Bijlagen ............................................................................................................. 25
P218712.001.004
Inleiding De gemeente Peel en Maas werkt aan een bestemmingsplan voor uitbreiding van de varkenshouderij aan De Horsten in Egchel. De milieugevolgen van de voorgenomen uitbreiding die planologisch mogelijk wordt gemaakt zijn ten behoeve van het ontwerp-bestemmingsplan onderzocht in een milieueffectrapport (Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel, Pouderoyen Tonnaer, 27 juni 2023). Dit plan-MER is samen met het ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd. De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (afgekort: commissie m.e.r.) gevraagd te adviseren over het plan-MER en hierbij de ingekomen zienswijzen op het ontwerp te betrekken. In het voorlopig toetsingsadvies van 15 november 2023 (projectnummer 3751) stelt de Commissie dat er nog belangrijke informatie ontbreekt die essentieel is om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad. Op 3 juni 2024 is in navolging op het voorlopig toetsingsadvies een eerste aanvulling op het MER opgesteld (Aanvulling PlanMER BP De Horsten Egchel, Pouderoyen Tonnaer, 3 juni 2024) en voorgelegd aan de Commissie m.e.r. voor aanvullende toetsing. In deze aanvulling wordt ingegaan op de volgende aspecten: 1. Doelstelling en locatiekeuze; 2. Geboden maximale planologische mogelijkheden; 3. Stikstof en Natura2000 gebieden; 4.
Flora en fauna; 5. Stikstofgevoeligheid goudgroene zone; 6. Geur en gezondheid; 7. Waterhuishouding. Op 29 augustus 2024 heeft de commissie m.e.r. over het MER inclusief aanvulling een definitief toetsingsadvies (projectnummer 3751) uitgebracht. Dit advies is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan (voor vaststelling). De Commissie signaleert dat belangrijke informatie over de milieugevolgen beschikbaar is gekomen. Er is voldoende informatie over de gevolgen voor flora en fauna en de waterhuishouding. Desondanks ontbreekt volgens oordeel van de commissie nog informatie over: 1. Doelstelling en locatiekeuze; 2. Maximale planologische mogelijkheden voor mestverwerking; 3. Stikstof en Natura2000 gebieden; 4. Stikstofgevoeligheid goudgroene zone; De commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen en dan pas een besluit te nemen over het bestemmingsplan. In deze tweede aanvulling op het MER wordt ingegaan op de genoemde punten, op belangrijke actualiteiten ten aanzien van het aspect stikstof en wordt aangegeven op welke punten het bestemmingsplan (voor vaststelling) wordt aangepast.
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
3
P218712.002.013
Het is niet verplicht om de tweede aanvulling in combinatie met een gewijzigde versie van het bestemmingsplan opnieuw te laten toetsen door de commissie. Dit wordt ook niet noodzakelijk geacht. Het toetsingsadvies is duidelijk en uitvoerig doorgesproken met de commissie m.e.r. en Pouderoyen Tonnaer heeft als onafhankelijk adviesbureau de benodigde expertise om op de juiste wijze invulling te geven aan het toetsingsadvies. De commissie benoemt in haar advies de juridische onzekerheden rondom het aspect stikstof en Natura2000-gebieden. Na het toetsingsadvies zijn meerdere relevante Raad van State uitspraken gedaan en in navolging hierop heeft de gemeente aanvullend advies ingewonnen bij een gespecialiseerd advocaat met als doel de juridische onzekerheden (zoveel als mogelijk) weg te nemen en het aspect stikstof op de juiste wijze juridisch te borgen in het bestemmingsplan. Uit het ingewonnen juridische advies volgt echter ook dat in het toetsingsadvies van de commissie m.e.r. ten aanzien van stikstof enkele onjuistheden staan. Het advies van de commissie m.e.r. en de actuele stikstof-jurisprudentie hebben geleid tot een wijziging (inperking) van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan (voor vaststelling) ten opzichte van het ontwerp-bestemmingsplan. Op de volgende wijze wordt invulling gegeven aan het toetsingsadvies van de commissie m.e.r.: 1.
Extra toelichting Ten aanzien van ‘doelstelling en locatie’ kan volstaan worden met een aanvullende toelichting. 2. Beperken van de geboden planologische mogelijkheden in het bestemmingsplan De planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt worden voor vaststelling ingeperkt ten opzichte van het ontwerp. De extra beperkende planregels zorgen ervoor dat de onderzochte milieueffecten in het MER met aanvullingen overeenkomen met hetgeen het bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 2 worden deze extra regels toegelicht. In de eerste aanvulling op het MER waren in navolging op het voorlopige toetsingsadvies al extra beperkingen beschreven én heeft de opsteller van het MER aanbevelingen gedaan voor extra planregels. De commissie m.e.r. heeft, ondanks dat hierom verzocht is, geen advies gegeven over deze aanbevelingen in de eerste aanvulling MER. Gekozen is om alle aanbevelingen over te nemen in het bestemmingsplan. 3. Aanvulling en actualisatie van het stikstofonderzoek Het milieuonderzoek naar de effecten van stikstof voor Natura2000 gebieden is geactualiseerd in de vorm van een ‘voortoets’ die als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan wordt gevoegd. Hierin zijn de Raad van State uitspraken van 18 december 2024 betrokken (zaaknummer 202201311/1 en zaaknummer 202200383/1).
Ten gevolge van deze uitspraken mag in de voortoets voor projecten alleen nog worden gekeken naar de gevolgen van het project op zichzelf, zónder rekening te houden met de gevolgen van de oude situatie. Hierdoor is intern salderen binnen de natuurvergunning vergunningplichtig geworden. Er mag onder voorwaarden nog wel intern worden gesaldeerd als mitigerende maatregel in de passende beoordeling.
4
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.001.004
Deze twee specifieke uitspraken zien toe op vergunningen en niet expliciet op (bestemmings)plannen, maar in dit bestemmingsplan is gekozen om invulling te geven aan deze uitspraken en interne saldering niet mogelijk te maken in het bestemmingsplan. Het aspect ‘stikstofeffecten op de goudgroene zone’ wordt in deze tweede aanvulling nader verduidelijkt, maar vormt geen aanleiding voor wijzigingen.
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
5
P218712.002.013
1 Onderbouwing doelstelling en locatie 1.1
Advies Commissie voor de m.e.r.
De Commissie adviseert te onderbouwen in hoeverre de eerdere uitgangspunten over de geboden ontwikkelruimte en locatiekeuze in de huidige context en met de meest recente informatie nog actueel zijn. Het standpunt van de commissie m.e.r. dat ‘het in juridisch opzicht niet vanzelfsprekend is om op de huidige locatie uit te breiden’ is gebaseerd op het feit dat de recent gerealiseerde zeugenstal in afwijking van de omgevingsvergunning is gerealiseerd. Dit standpunt is echter discutabel. Dit wordt toelicht in de eerste aanvulling op het MER. De commissie m.e.r. gaat eraan voorbij dat deze stal qua dierbezetting en indeling/uitvoering wel feitelijk gerealiseerd is overeenkomstig de onherroepelijke natuurvergunning en het beoogde totaalplan waarop het ontwerp-bestemmingsplan De Horsten (en het MER) is gebaseerd. Verder is voor legalisatie een aanvraag omgevingsvergunning in procedure en is er geen noodzaak om wijziging van de omgevingsvergunning te weigeren. Het feit dat deze stal iets is opgeschoven en enkele emissiepunt-parameters licht afwijken maakt nog niet dat de locatie in juridisch opzicht niet meer vanzelfsprekend is. De wijzigingen betreffende deze zeugenstal zijn betrokken in de aanvulling op het MER en de milieueffecten zijn inzichtelijk gemaakt.
1.2
Toelichting doelstelling en locatiekeuze
In het MER en de eerste aanvulling is toegelicht wat de historie is ten aanzien van de doelstelling en de locatiekeuze. Het is een politieke keuze van de gemeenteraad om een kaderstellend bestemmingsplan vast te stellen dat aan de varkenshouderij op De Horsten planologische ruimte biedt voor het beoogde totaalplan, en hiermee de invulling van het landbouwontwikkelingsgebied voort te zetten en af te ronden. Onderzoek naar alternatieve locaties valt buiten de gemeentelijke doelstelling voor dit bestemmingsplan en daarmee ook buiten de scope van het planMER. De gemeenteraad heeft de beslissingsbevoegdheid om het bestemmingsplan (nog) niet vast te stellen en eerst een nieuw locatie-onderzoek te vragen. Ten tijde van het opstellen van het MER en bestemmingsplan is hier niet om verzocht. Zoals in het MER en de aanvulling al is toegelicht ging aan de verkoop van de gronden aan de ondernemer visie- en besluitvorming vooraf ten aanzien van de gebiedsontwikkeling Egchel en in het bijzonder het LOG Egchelse Heide. De provincie heeft dit gebied in het verleden juist aangewezen als zoekgebied LOG vanwege de gunstige ligging en kenmerken van het gebied. Op basis van deze locatie-afweging is door de gemeente een structuurvisie gemaakt (Structuurvisie Intensieve veehouderij en Glastuinbouw. Deze structuurvisie staat toegelicht in het MER van 27 juni 2023).
Dit gebied is aangewezen als LOG en wordt vanwege de gunstige ligging en kenmerken van het gebied door de gemeente nog steeds aangemerkt als een landbouwontwikkelingsgebied, waar ontwikkeling van een toekomstgerichte varkenshouderij mogelijk is. De locatie is daarmee een toekomstbestendige locatie.
6
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.001.004
Het is een goed ontsloten gebied met een sterk agrarisch karakter met (inmiddels) twee intensieve veehouderijen, weinig burgerwoningen of andere gevoelige functies op korte afstand en relatief grote afstanden tot woonkernen/bebouwingsconcentraties en beschermde natuurgebieden. De gemeente heeft de landschappelijke inpassing en waterbergingsvoorziening voor het LOG uitgevoerd met oog op invulling van dit landbouwontwikkelingsgebied. De varkenshouderijen aan De Horsten en Rongvenweg zijn beiden gefaseerd aan het ontwikkelen conform de doelstellingen van de gemeente en gemaakte afspraken. De kenmerken en geschiktheid van dit aangewezen landbouwontwikkelingsgebied is sindsdien niet gewijzigd en nog steeds actueel. Wel is de afgelopen jaren de politieke en maatschappelijke discussie over grootschalige intensieve veehouderijen flink toegenomen en worden elders door middel van opkoopregelingen intensieve veehouderijen gesaneerd, vooral nabij woonkernen (regeling warme sanering varkenshouderij) en Natura2000-gebieden (LBV-regeling). Voor de ondernemer is het beoogde totale ontwikkelplan nog steeds actueel. Omdat de ondernemer kiest voor een gefaseerde ontwikkeling kunnen inzichten ten aanzien van het ontwikkelplan in de toekomst wijzigen.
Zo kunnen toekomstige marktomstandigheden en wijziging van wet- en regelgeving er toe leiden dat niet het totale ontwikkelplan gerealiseerd kan of zal gaan worden. Dit is een ondernemerskeuze. De wenselijkheid (locatie en omvang) van het beoogde ontwikkelplan op De Horsten is een politieke afweging en zal onderdeel zijn van de belangenafweging en door de gemeenteraad betrokken worden bij de besluitvorming. Als de gemeenteraad zou besluiten dat de beoogde ontwikkeling niet op De Horsten maar elders moet plaatsvinden, of geen medewerking meer wil verlenen, dan heeft dit vanwege de gesloten overeenkomst bij aankoop van de gronden door de ondernemer aanzienlijke financiële consequenties. Verder is het relevant dat met het totale ontwikkelplan op De Horsten zicht blijft op gehele beëindiging van de varkenshouderij op de Jacobusstraat 42 in de kernrandzone van Egchel, ook al heeft de ondernemer geen contractuele verplichting hiervoor. Dit betekent dat de milieubelasting op Egchel verbetert en er nieuwe mogelijkheden ontstaan voor woningbouwontwikkeling.
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
7
P218712.002.013
2 Maximale mogelijkheden plan 2.1
Advies Commissie voor de m.e.r.
De maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan zijn in de aanvulling op het MER niet volledig onderzocht. Dit is met name doordat gekozen wordt voor het verder inperken van de mogelijkheden door extra regels op te nemen in het bestemmingsplan voor vaststelling.
2.2
Beperking van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan
In het bestemmingsplan (voor vaststelling) worden de volgende beperkingen opgenomen in de planregels en de maximale mogelijkheden van het kaderstellende bestemmingsplan te verkleinen, zodat er geen grotere / niet meer milieueffecten mogelijk zijn dan in het MER inclusief aanvullingen is onderzocht. Beperkende regels t.a.v. varkens en stallen: − Uitsluitend varkenshouderij wordt toegestaan binnen de aanduiding ‘intensieve veehouderij’, waardoor het houden van andere diercategorieën planologisch uitgesloten is (met name relevant ten aanzien van pluimvee en geiten vanwege mogelijke gezondheidseffecten). − De beoogde dierbezetting per diercategorie (type varken) wordt conform het totale ontwikkelplan (eindplaatje van de ondernemer en overeenkomstig de onherroepelijke natuurvergunning) vastgelegd in de gebruiksregels. − Binnen deelgebied 3 waar de bestaande mestscheiding en mestopslag al plaatsvindt en de bedrijfswoning en voerloods zijn beoogd is het houden van dieren uitgesloten. − De emissiepunten van de luchtwassers moeten gesitueerd worden overeenkomstig de situering in de onherroepelijke natuurvergunning (van 2015, gewijzigd in 2020). Beperkende regels t.a.v. mestscheiding: − In het bestemmingsplan voor vaststelling is alleen nog maar voortzetting van de feitelijke bestaande én planologisch legale mestscheiding wordt toegestaan.
Dit betreft scheiding van mest die in de bestaande situatie wordt geproduceerd op De Horsten 20 en 17 en op de Jacobusstraat 42 (= voortzetting van de feitelijke, planologisch legale situatie). De beoogde uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit en de beoogde nieuwe mestscheidingsloods zijn hierdoor komen te vervallen en daarmee zijn ook de hierop van toepassing zijnde regels komen te vervallen.
8
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.001.004
Beperkende regels t.a.v. stikstof: − Toename van stikstofemissie en -depositie (door NH3 en NOx) t.o.v. de feitelijke planologisch legale situatie voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan is niet toegestaan, met uitzondering van vergunde activiteiten in de één-op-één ingepaste natuurvergunning. Toename van stikstofemissie (zonder de toepassing van interne saldering) is alleen toegestaan als dit niet resulteert in een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura2000 gebieden groter is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit betreft de gebruiksregels en de bouwregels. − De vergunde NH3- en NOx-emissie in de natuurvergunning (2015, gewijzigd in 2020) is in de regels vastgelegd als maximale emissies. − Binnen de bestemming ‘Agrarisch’ is bemesten en beweiden uitgesloten. Beperkende regels t.a.v. geur: − Om te waarborgen dat het woon- en leefklimaat in de kern Egchel én in het buitengebied niet kan verslechteren worden maximale geurnormen voor de achtergrondbelasting van geur opgenomen in de regels. Beperkende regels t.a.v. geluid: − Er worden maximale geluidsnormen opgenomen in de regels, zodat de geluidsbelasting op woningen niet worden overschreden. Dit waarborgt dat, ongeacht de locatie van geluidsbronnen, er geen geluidhinder kan optreden ten gevolge van het bestemmingsplan.
Gekozen is om voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau aan te sluiten bij de geluidsvoorschriften die zijn opgenomen in de geldende omgevingsvergunning van 14 mei 2020. Deze geluidsvoorschriften zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan voor vaststelling. Verder zijn er beperkende regels ten aanzien van de hoogspanningsleiding. Tennet heeft in een zienswijze verzocht om aanvulling van de regels en deze zienswijze is onverkort overgenomen. De regels voor landschappelijke inpassing zien in het bestemmingsplan (voor vaststelling) toe op zowel de bestemming ‘Agrarisch’ en de bestemming ‘Agrarisch – intensieve veehouderij’. In het ontwerp-bestemmingsplan waren de beukenhagen langs De Horsten niet gewaarborgd in de regels en in het bestemmingsplan voor vaststelling is het gehele landschappelijk inpassingsplan gewaarborgd. De regels ter bescherming van watergangen zijn niet gewijzigd ten opzichte van het ontwerp. Wel is het landschappelijk inpassingsplan (bijlage bij de regels) gewijzigd; de poelen zijn in navolging op de zienswijze van het waterschap gewijzigd naar waterbergingsvoorzieningen. Door de genoemde planregels zijn de maximale mogelijkheden beperkt tot het beoogde totale ontwikkelplan waarvan de milieueffecten zijn onderzocht in het MER inclusief aanvullingen.
Hiermee is volledig invulling gegeven aan het toetsingsadvies van de commissie m.e.r.
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
9
P218712.002.013
3 Mogelijke effecten Natura2000 3.1
Advies Commissie voor de m.e.r.
De commissie acht het juridisch en ecologisch risicovol dat de aanvulling op het MER (van 3 juni 2024) nog steeds uitgaat van één-op-één inpassing van de natuurvergunning en geen nieuwe, volwaardige passende beoordeling bevat. De passende beoordeling in de aanvulling bevat geen ecologische beoordeling van de berekende toename van stikstofdepositie. De aanvulling beschrijft ook geen mitigerende maatregelen waarmee de toename van stikstofdepositie volledig tenietgedaan wordt. De Commissie adviseert om alsnog een volwaardige passende beoordeling op te stellen en daarin de (ecologische) uitvoerbaarheid van het plan aan te tonen, of bij keuze voor één-op-één inpassing van de natuurvergunning te onderbouwen dat daadwerkelijk sprake is van één-op-één inpassing en in te gaan op de vraag of er redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten zijn over de gevolgen van de in het plan geboden uitbreidingsmogelijkheden. De commissie m.e.r. stelt in het toetsingsadvies: “De Wnb-vergunning geldt voor De Horsten 20, maar wordt in het bestemmingsplan ingepast voor een project dat mede op De Horsten 17 en de Melkweg ligt.” Dit is niet correct! In de beschikking van de natuurvergunning van 2020 staat op pagina 4 van de voorschriften dat de vergunning is verleend voor De Horsten 20 en ongenummerd met daarbij een diertabel.
In deze diertabel staan alle stallen overeenkomstig het totale ontwikkelplan: de biggenstallen op De Horsten 20 én de zeugenstallen op De Horsten 17. Ten tijde van vergunningverlening was aan de locatie met zeugenstallen nog geen huisnummer toegekend en daarom vermeld als ‘ongenummerd’. Ook in de Aerius-berekening en de plattegrondtekening (die ook deel uitmaken van de natuurvergunning) staan de biggenstallen én zeugenstallen overeenkomstig het totale ontwikkelplan.
3.2
Aanvullende beoordeling (voortoets)
Naar aanleiding van het toetsingsadvies en actuele stikstof-jurisprudentie is gekozen voor de één-opéén inpassing van de onherroepelijke natuurvergunning én het verder inperken van de uitbreidingsmogelijkheden van het bestemmingsplan. Hiervoor is een voortoets Natura2000gebieden opgesteld. Dit is een analyse van effecten voor Natura2000 gebieden waarbij ook wordt toegelicht dat er redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten zijn over de gevolgen van het plan waardoor een nieuwe passende beoordeling nodig zou zijn. De voortoets is een bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan voor vaststelling. Voor de inhoudelijke analyse wordt verwezen naar de voortoets.
10
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.001.004
Na het uitbrengen van het toetsingsadvies door de commissie m.e.r. zijn er enkele relevante gerechtelijke ‘stikstof’-uitspraken gedaan: −
Uit WUR-onderzoek (Onderzoek naar verbeterpunten voor combi-luchtwassers in de praktijk, Rapport 1337, november 2021) volgt dat gecombineerde luchtwassers in de praktijk 85% ammoniakreductie kunnen halen, indien de nodige maatregelen worden getroffen. De Afdeling oordeelde in een uitspraak van 4 september 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:3356) dat de maatregelen uit WUR-rapport 1337 als extra voorschriften in de natuurvergunning nog onvoldoende zekerheid geven over het halen van de 85% ammoniakreductie met een combi luchtwasser. De Rechtbank Oost-Brabant gaat eerder in een uitspraak van 16 februari 2024 (ECLI:NL:RBOBR:2024:600) ook in op extra maatregelen voor luchtwassers om de goede werking en effectiviteit te waarborgen. Deze extra maatregelen moeten volgens de rechtbank opgenomen worden in het besluit op de omgevingsvergunning en daar voor is instemming van de provincie nodig, zodat de provincie als bevoegd gezag kan beoordelen of de extra maatregelen voldoende zijn. Er is volgens de rechtbank geen noodzaak om de maatregelen te borgen in het bestemmingsplan.
−
De Raad van State oordeelt in een uitspraak van 18 september 2024 dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan twijfels aan de effectiviteit van emissiearme stalsystemen niet relevant hoeft te zijn (ECLI:NL:RVS:2024:3758) en geen rol hoeven te spelen bij het vaststellen van een bestemmingsplan. De vraag of een emissiearm stalsysteem voldoende effectief is, hoeft niet te worden beantwoord zolang het bestemmingsplan geen toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie toestaat. Het idee hierachter is dat wanneer een toename van stikstofdepositie wordt uitgesloten in de planregels, het aan de gebruiker van het emissiearme stalsysteem is om bij de uitvoering van het project (of bij het aanvragen van een natuurvergunning) aan te tonen dat het systeem naar behoren functioneert. De discussie over de effectiviteit van emissiearme stallen kan dus naar een later moment (het vergunningenspoor) worden verschoven. Dit oordeelde de voorzieningenrechter eerder ook al, namelijk in een uitspraak van 18 juli 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:2735).
−
De Raad van State oordeelt in twee uitspraken van 18 december 2024 (uitspraak Rendac zaaknummer 202201311/1/r2 en uitspraak Amercentrale zaaknummer 202200383/1/r2 ) dat in een voortoets voor een project (vergunningenspoor) niet intern gesaldeerd mag worden en daarvoor een passende beoordeling nodig is. Hierdoor wordt interne saldering weer vergunningplichtig. De voorwaarden voor interne saldering zijn ook aangescherpt en een vergunning kan ook bij interne saldering alle verleend worden als voldaan wordt aan het additionaliteitsvereiste (aantonen dat de inzet van de referentiesituatie voor interne saldering niet ook nodig is om natuur te behouden, herstellen of verslechtering te voorkomen). De Afdeling heeft zich in deze uitspraken niet uitgelaten over de betekenis van deze koerswijziging voor plannen (planspoor). Vanwege de juridische onduidelijkheid hierover is uit voorzorg ervoor gekozen om in de juridische planregeling interne saldering niet meer mogelijk te maken. De initiatiefnemer wordt hierdoor aanzienlijk beperkt in zijn
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
11
P218712.002.013
mogelijkheden ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voor vaststelling ziet alleen nog maar toe op de één-op-één-inpassing van de (onherroepelijke) natuurvergunningen van 1 oktober 2015 en 20 augustus 2020 voor de varkenshouderij en voor het overige de voorzetting van de feitelijk bestaande én planologisch legale situatie. Alle overige ruimtelijke ontwikkelingen in het ontwerp-bestemmingsplan waarvoor interne saldering noodzakelijk is zijn komen te vervallen, met name uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit en de nieuwe mestscheidingsloods. In het bestemmingsplan is een stikstofplafond opgenomen, hetgeen een kader vormt waarbinnen de ondernemer zijn totale ontwikkelingsplan verder kan optimaliseren in het vergunningenspoor. Het stikstofplafond wordt als hoofdregel gevormd door de feitelijke bestaande én planologisch legale situatie, met als uitzondering de vergunde activiteiten in de natuurvergunning (van 2015, gewijzigd op 2020) die één-op-één in het bestemmingsplan is ingepast, omdat: • 85% ammoniakreductie technisch haalbaar is en discussie over de effectiviteit van de gecombineerde luchtwassers geen rol hoeft te spelen bij het bestemmingsplan indien het bestemmingsplan een toereikende stikstofplafondregeling bevat; • de externe saldering t.b.v.
het totale ontwikkelplan al heeft plaatsgevonden in de onderliggende onherroepelijke natuurvergunning van 2015 en daarna is gewijzigd door de onherroepelijke natuurvergunning van 2020. In dit bestemmingsplan wordt niet extern gesaldeerd. Vanwege de uitspraken van 18 december 2024 is gekozen om in de voortoets en het bestemmingsplan (voor vaststelling) niet meer uit te gaan van interne saldering, ook al wordt in deze uitspraken niet ingegaan op de gevolgen voor de plantoets. In de gebruiksregels van het bestemmingsplan zijn extra regels opgenomen die waarborgen dat ten aanzien van de één-op-één inpassing sprake is van voortzetting van hetzelfde project: 1. De emissiepunten moeten gesitueerd worden overeenkomstig de situatieschets in de bijlagen (dit is dezelfde situering als in de natuurvergunning 2020); 2. Er zijn maximale dieraantallen per diercategorie opgenomen (waarvoor de natuurvergunning 2020 is verleend); 3. De vergunde NH3 en NOx emissies in de natuurvergunning (2015, gewijzigd in 2020) worden opgenomen als maximale emissies in de planregels. De onherroepelijke natuurvergunning (van 2015, gewijzigd in 2020) ziet niet toe op de mestscheidingsactiviteit.
In de voortoets wordt toegelicht dat de bestaande mobiele mestscheiding op De Horsten (scheiding van drijfmest die is geproduceerd op De Horsten 20-17 én de Jacobusstraat 42) feitelijk bestaand én planologisch legaal is en daardoor onderdeel is van de referentiesituatie van de plantoets. De bestaande mestscheidingsactiviteit wordt voortgezet in het planvoornemen, maar in het bestemmingsplan voor vaststelling wordt geen uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit en geen mestscheidingsloods toegestaan / planologisch mogelijk gemaakt. Het totale ontwikkelplan resulteert ten opzichte van de referentiesituatie plantoets (mestscheiding) én de één-op-één ingepaste onherroepelijke natuurvergunning (varkenshouderij) niet in een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen van Natura2000 gebieden. Een toename in stikstofemissie en -depositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura2000 gebieden is op basis van de stikstofplafondregeling in combinatie met de overige (extra)
12
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.001.004
gebruiksregels niet toegestaan. Significant nadelige effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura2000-gebieden ten gevolge van het bestemmingsplan zijn hierdoor uitgesloten. De stikstofplafondregeling in het bestemmingsplan geldt ook voor de realisatiefasen. Voor de stikstofbronnen tijdens de tijdelijke realisatiefasen is voldoende stikstofgebruiksruimte aanwezig en daarvoor hoeft niet intern gesaldeerd te worden. (Voor de beeldvorming: op basis van kengetallen voor woningbouw kunnen er ongeveer 70 woningen gebouwd worden zonder dat er een depositietoename op Natura2000-gebieden ontstaat). Daarbij is tijdens de realisatiefase van iedere afzonderlijke nieuw te bouwen stal nog geen sprake van stalemissies. Ammoniakemissies leveren een vele malen hogere stikstofdepositie dan de tijdelijke NOx-emissies in de realisatiefase. Ook zijn er voldoende mogelijkheden om emissiearm of emissie-loos te bouwen.
3.3
Effectvergelijking stikstof
In deze paragraaf alleen de berekende stikstofdepositie in scenario’s ten behoeve van het MER. Zie verder de voortoets van maart 2025 die als bijlage bij het bestemmingsplan voor vaststelling is gevoegd. Tabel 1: Berekende stikstofdepositie natuurvergunningen 2015 en 2020
Natuurgebied
Berekende stikstofdepositie natuurvergunning 2015 varkens (in mol N/ha/jaar)
Berekende stikstofdepositie natuurvergunning 2020 varkens, verkeer en laden/lossen (in mol N/ha/jaar)
Leudal
0,99
0,89
Deurnsche Peel & Mariapeel
0,93
0,77
Maasduinen
0,60
0,57
Swalmdal
0,61
0,55
Meinweg
0,42
0,40
Weerter- en Budelerbergen
0,34
0,33
Groote Peel
0,41
0,34
Sarsven en De Banen
0,34
0,32
Roerdal
0,29
0,27
Strabrechtse Heide & Ringselven
0,17
0,16
Duitse Natura2000
0,71
0,70
(Aerius Calculator v2024.1.2)
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
13
P218712.002.013
Tabel 2: Berekende stikstofdepositie door geschatte emissies door mestscheiding in de feitelijk, planologisch legale situatie
Natuurgebied
Berekende stikstofdepositie feitelijke bestaande en planologisch legale mestscheiding (in mol N/ha/jaar)
Leudal
0,06
Deurnsche Peel & Mariapeel
0,03
Maasduinen
0,02
Swalmdal
0,02
Meinweg
0,01
Weerter- en Budelerbergen
0,01
Groote Peel
0,02
Sarsven en De Banen
0,02
Roerdal
0,01
Strabrechtse Heide & Ringselven
<0,00
(Aerius Calculator v2024.1.2)
Tabel 3: Berekende stikstofdepositie natuurvergunning 2020 en bestaande mestscheiding huidige locatie
Natuurgebied
Berekende stikstofdepositie referentie MER (in mol N/ha/jaar) Feitelijk bestaande en tevens planologisch legale situatie (biggenstallen en mestscheiding) *
Berekende stikstofdepositie bestemmingsplan voor vaststelling (in mol N/ha/jaar) natuurvergunning 2020 en voortzetting bestaande mestscheiding (referentie plantoets)
Leudal
0,32
0,95
Deurnsche Peel & Mariapeel
0,20
0,80
Maasduinen
0,13
0,59
Swalmdal
0,12
0,57
Meinweg
0,09
0,41
Weerter- en Budelerbergen
0,07
0,34
Groote Peel
0,11
0,36
Sarsven en De Banen
0,09
0,34
Roerdal
0,06
0,28
Strabrechtse Heide & Ringselven
0,04
0,16
Duitse Natura2000
0,15
0,72
(Aerius Calculator v2024.1.2) * Staan nader uitgewerkt en toegelicht in de eerste Aanvulling MER van 3 juni 2024
Ten opzichte van de referentie MER is sprake van een stikstofdepositietoename op stikstofgevoelige natuur. Ten opzichte van de referentie plantoets (voortoets) is er geen toename van stikstofdepositie, aangezien het bestemmingsplan niet meer mogelijk maakt dan de referentie plantoets (= de één op één ingepaste natuurvergunningen van 2015, gewijzigd in 2020 plus de feitelijke bestaande, planologisch legale mestscheiding). Het bestemmingsplan staat geen interne saldering toe. Er is voor het bestemmingsplan geen passende beoordeling vereist.
14
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.001.004
4 Stikstofgevoeligheid goudgroene zone 4.1
Advies Commissie voor de m.e.r.
De Commissie adviseert aan te geven in hoeverre de toename van stikstofdepositie nadelige gevolgen kan hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone en wat gedaan kan worden om dit zoveel mogelijk te voorkomen.
4.2
Aanvullende beoordeling en effectvergelijking stikstof
In het MER en de eerste aanvulling is de stikstofdepositie op de randen en de stikstofgevoelige delen van het Natuurnetwerk (voorheen: goudgroene zone) inzichtelijk gemaakt door middel van Aeriusberekeningen. Deze berekeningen zijn hetzelfde te interpreteren als de berekeningen op Natura2000-gebieden, maar dan met eigen rekenpunten. In de aanvulling MER is toegelicht dat de eigen rekenpunten gesitueerd zijn op de stikstofgevoelige beheertypes volgens het Natuurbeheerplan 2025 die het dichtstbij gelegen zijn. Dat de berekeningen volgens de commissie moeilijk te doorgronden zijn is kan niet worden gevolgd. Stikstofdepositie is een drukfactor voor stikstofgevoelige vegetaties in het Natuurnetwerk. De stikstofdepositie neemt toe ten gevolge van de mogelijkheden van het bestemmingsplan. Echter niet alleen de stikstofdepositie, maar ook de ruimtelijke condities en de milieu-en watercondities in het natuurgebied zijn van belang voor de betreffende beheertypen. De berekeningsresultaten in de aanvulling MER van 3 juni 2024:
Bron: Aanvulling Plan-MER van 3 juni 2024, pagina 25
In deze tweede aanvulling MER wordt de bestaande mestscheiding toegevoegd aan de referentie MER en zijn de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan beperkt tot de natuurvergunning 2020 en voortzetting van de bestaande mestscheiding. Zie de resultaten in de volgende tabel.
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
15
P218712.002.013
Tabel 4: Berekende stikstofdepositie natuurvergunning 2020 en bestaande mestscheiding huidige locatie
Natuurgebied
Berekende stikstofdepositie referentie MER (in mol N/ha/jaar) Feitelijk bestaande en tevens planologisch legale situatie (stallen en mestscheiding) *
Berekende stikstofdepositie bestemmingsplan voor vaststelling (in mol N/ha/jaar) natuurvergunning 2020 en voortzetting bestaande mestscheiding
Natuurnetwerk rekenpunt 2 H14.02
2,15
4,98
Natuurnetwerk rekenpunt 8 H7.01
1,35
4,83
Natuurnetwerk rekenpunt 6 H6.04
0,41
1,27
(Aerius Calculator v2024.0.1) * Staan uitgewerkt en toegelicht in de eerste Aanvulling MER van 3 juni 2024
Als de depositietoename ten gevolge van het bestemmingsplan voor vaststelling wordt afgezet tegen de heersende achtergronddepositie dan is de depositietoename zeer gering ten opzichte van de bestaande situatie: - Rekenpunt 2 H14.02: +2,15 mol N/ha/jaar = +0,055 % van de heersende achtergronddepositie. - Rekenpunt 8 H7.01: +1,35 mol N/ha/jaar = +0,092 % van de heersende achtergronddepositie. - Rekenpunt 6 H6.04: +0,41 mol N/ha/jaar = +0,016 % van de heersende achtergronddepositie. De externe saldering die heeft plaatsgevonden ten behoeve van Natura2000 gebieden resulteert ook in een stikstofdepositiedaling op het dichterbij gelegen Natuurnetwerk. Drie van de vier saldogevers (Hub 1, Keup 13 en Melkweg 11) liggen in de omgeving van het plangebied en zijn daadwerkelijk beëindigd. De externe saldering op Natura2000 gebieden is feitelijk ook een mitigerende maatregel voor het Natuurnetwerk. De provincie Limburg is gevraagd om een reactie op het toetsingsadvies van de commissie m.e.r. De provincie geeft aan dat de omgevingsverordening beschermingsregels bevat die alleen gelden voor ontwikkelingen in het Natuurnetwerk. Het bestemmingsplan De Horsten maakt geen ontwikkelingen in het Natuurnetwerk mogelijk en dus gelden de beschermingsregels niet voor dit bestemmingsplan. Er is vanzelfsprekend ook geen compensatieopgave.
De provincie verwijst naar een recente uitspraak van 24 januari 2024 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2024:249). Deze uitspraak heeft betrekking op een bestemmingsplan dat ontwikkelingen binnen het Natuurnetwerk mogelijk maakt, hetgeen bij bestemmingsplan De Horsten nadrukkelijk niet aan de orde is. De Afdeling stelt in deze uitspraak dat de beoordeling van het Natuurnetwerk niet hetzelfde hoeft te zijn als voor Natura2000-gebieden. Aan de kritische depositiewaarde voor stikstof en de overschrijding hiervan hoeft niet dezelfde betekenis te worden toegekend als bij Natura2000 gebieden. Er is vanuit de provincie geen verplichting om de gevolgen voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk ecologisch te laten beoordelen en ook niet om mitigerende maatregelen te treffen. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan resulteert in een zeer geringe toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige beheertypen, maar dat dit niet zal leiden tot aanzienlijke nadelige gevolgen voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk.
16
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.001.004
5 Bestemmingsplan voor vaststelling Het beoogde ontwikkelplan van de ondernemer vormde het uitgangspunt voor het ontwerpbestemmingsplan ‘De Horsten’. De kaders in het bestemmingsplan (dat voor vaststelling wordt aangeboden) zijn tot stand gekomen door invulling te geven aan zienswijzen en ontvangen reacties, advies van de commissie m.e.r. , actualiteiten en juridische uitspraken. Dit resulteert in een bestemmingsplan dat het planologisch kader biedt om onherroepelijke natuurvergunning (van 2015, gewijzigd in 2020) te realiseren en om de feitelijke bestaande én planologisch legale activiteiten voort te zetten. Duit betreft met name de bestaande mestscheidingsactiviteit. Voor de ondernemer is binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan voor vaststelling geen flexibiliteit voor interne saldering ten aanzien van stikstof. Hiervoor zal de ondernemer een omgevingsvergunning moeten aanvragen voor (buitenplans) afwijken van dit bestemmingsplan (een omgevingsvergunning voor een ‘buitenplanse omgevingsplan-activiteit’; afgekort ‘bopa’). Het bestemmingsplan stelt meerdere kaders (randvoorwaarden) om een aanvaardbaar leefklimaat voor de omgeving en omwonenden te waarborgen en verslechtering te voorkomen én om nadelige effecten voor Natura2000 gebieden uit te sluiten. Dit zijn beperkende kaders voor met name landschappelijke inpassing, geur, geluid, ammoniak en stikstof.
In het MER van 27 juni 2023 en de eerste Aanvulling MER van 3 juni 2024 is nog uitgegaan van interne saldering en uitbreiding van de mestscheidingsactiviteit (in lijn met de uitbreiding van de veestapel en mestproductie). In het bestemmingsplan voor vaststelling wordt dit niet meer planologisch mogelijk gemaakt. Dit resulteert erin dat het MER (inclusief de eerste aanvulling en onderhavige tweede aanvulling) de maximale milieueffecten ten gevolge van het bestemmingsplan in beeld brengt. In hoofdstuk 3 en 4 zijn de stikstofeffecten van het bestemmingsplan voor vaststelling inzichtelijk gemaakt. In de volgende paragrafen wordt aanvullend inzicht gegeven in de effecten voor geur en fijn stof, die ook direct gerelateerd zijn aan het niet kunnen wijzigen (niet kunnen intern salderen) van de emissiepunt-parameters ten opzichte van de één-op-één ingepaste natuurvergunning (van 2015, gewijzigd in 2020).
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
17
P218712.002.013
5.1
Effectvergelijking geur
5.1.1
Voorgrondbelasting geur
In de Aanvulling MER van 3 juni 2024 is de volgende tabel opgenomen:
(Bron: paragraaf 7.2.2 Aanvulling MER 3 juni 2024)
De maximale geurbelasting ten gevolge van het planvoornemen bevatte in deze aanvulling andere emissiepunt-parameters, omdat het toen nog de bedoeling was dat interne saldering ten aanzien van stikstof mogelijk werd gemaakt in het bestemmingsplan. In de volgende tabel is de voorgrondbelasting van geur berekend op basis van de emissiepunt-parameters van de één-op-één ingepaste natuurvergunning. De berekende geurbelasting van het bestemmingsplan (voor vaststelling) komt hierdoor hoger uit dan in het MER en in de eerste aanvulling MER. Het uitvoerbaar scenario in het MER (het realistisch scenario dat op dit moment t.a.v. geur vergunbaar is), komt door de wijzigingen voor vaststelling uit op een lagere vergunbare geuremissie dan in het MER van 27 juni 2023 en de Aanvulling MER van 3 juni 2024 is berekend. Hierbij dient opgemerkt worden dat voor de beoordeling van de (maximale) milieueffecten ten gevolge van het bestemmingsplan, de geurberekeningen met werkelijke emissiepunt-diameter als worstcase zijn betrokken. Terwijl voor vergunningverlening uitgegaan moet worden van een standaard-diameter van 1,0 meter conform de Handleiding V-stacks vergunning, hetgeen resulteert in een lagere berekende geurbelasting. Zie tabel 5 en 6. Tabel 5: Geuremissies in scenario’s
Geur (OU/m3)
Bestaand vergund
Planvoornemen
Uitvoerbaar scenario (indicatief - o.b.v. werkelijke ep-diameter)
Uitvoerbaar scenario (indicatief - o.b.v. standaard ep-diameter*)
69.130
200.821
ca.125.821 (-75.000 Ou)
ca. 140.427 (- 60.394 Ou)
* Conform Handleiding V-stacks Vergunning een standaard emissiepunt-diameter van 1,0 m
De berekeningen zijn bijgevoegd als bijlage 2. De resultaten staan in de volgende tabellen.
18
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.001.004
Tabel 6: Berekende voorgrondbelasting geur uit stallen in scenario’s (V-stacks Vergunning v2020)
Berekende voorgrondbelasting geur (OU/m3)
Meest bepalende geurgevoelige
Geurnorm
Referentie
Bestaand
Totaal ontwikkelplan
Uitvoerbaar
objecten per
voorgrond
MER
vergund
bestemmingsplan
scenario
voor vaststelling
(indicatief)
deelgebied Karissendijk 10
14
8,8
10,2
20,8 (19,4*)
14 (13,1*)
Melkweg 11
14
1,7
2,3
7,0 (6,8*)
4,4 (4,8*)
Melkweg 12
14
1,8
2,4
7,2 (7,0*)
4,6 (5,0*)
Rongvenweg 8
5,5
1,6
2,4
7,7 (7,5*)
4,8 (5,5*)
Karissendijk 4
5,5
1,1
1,4
4,4 (4,4*)
2,8 (3,1*)
Jacobusstraat 37
3
0,9
1,2
3,8 (3,7*)
2,4 (2,7*)
Jacobusstraat 16
3
1,0
1,3
4,0 (4,0*)
2,5 (2,8*)
Doorbrand 2 Neer
10
1,3
1,5
4,1 (4,0*)
2,5 (2,7*)
* Berekening met standaard diameter van 1,0 m conform gewijzigde invoerinstructie V-Stacks Vergunning
Uit voorgaande tabel volgt dat als gerekend wordt met de standaard emissiepunt-diameter van 1,0m conform de handleiding V-stacks Vergunningen (huidige vergunbaar scenario t.a.v. de voorgrondbelasting van geur) niet de woning Karissendijk 10 (met geurnorm 14 OU) de maatgevende woning is, maar de woning Rongvenweg 8 (met geurnorm 5,5 OU). Kanttekening: de ondernemer kan binnen dit bestemmingsplan vanwege de strenge stikstof-planregeling geen emissiepunt-parameters wijzigen, maar heeft wel de mogelijkheid om deze te wijzigen in een aanvraag om een omgevingsvergunning (vergunning voor het buitenplans afwijken van dit bestemmingsplan). Door optimalisering (wijziging) van emissiepunt-parameters kan de geurbelasting op woningen in de omgeving verder verlaagd worden. Zoals ook in het MER en de eerste aanvulling MER is toegelicht voorziet dit kaderstellende bestemmingsplan in een gefaseerde bedrijfsontwikkeling. Pas in de laatste ontwikkelfase van het totale ontwikkelplan ontstaan er beperkingen voor vergunningverlening (alleen ten aanzien van geur en stikstof), maar wat de mogelijkheden zijn op moment van vergunningaanvraag hangt af van de toekomstige, op dat moment actuele wet- en regelgeving, jurisprudentie, rekenmodellen en situatie (met name de op dat moment actuele achtergrondbelasting van geur en achtergronddepositie in Natura2000-gebieden).
5.1.2
Achtergrondbelasting geur
De achtergrondbelasting van geur is ook opnieuw berekend op basis van de (natuur)vergunde emissiepunt-parameters. Als worstcase benadering is alleen uitgegaan van de berekende waarden op basis van de werkelijke emissiepunt-diameter. Bij een standaard emissiepunt-diameter van 1,0m is de berekende voorgrondbelasting in de omgeving lager, maar in de woonkern Egchel is dit verschil vrij klein. Omdat de indicatieve achtergrondbelasting berekend wordt met het verspreidingsmodel V-stacks Gebied en vervolgens wordt vertaald naar leefklimaat, wordt voor het MER en de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan gerekend met de werkelijke diameter overeenkomstig de één-op-één ingepaste natuurvergunning (= worstcase beoordeling). Zie tabel 7.
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
19
P218712.002.013
Tabel 7: Indicatieve achtergrondbelasting geur uit stallen
Meest bepalende geurgevoelige objecten per deelgebied Karissendijk 10
Berekende achtergrondbelasting geur uit stallen (Ou/m3) Geurnorm Referentie MER Vergund Maximaal voorgrond feitelijk, planologisch scenario legaal totaal ontwikkelplan ** 14
21,2
21,7
Melkweg 12
14
29,9
30,5
Rongvenweg 8
5,5
19,8
20,1
Karissendijk 4
5,5
10,1
10,2
Jacobusstraat 37
3
10,2
10,4
Jacobusstraat 16
3
9,4
9,5
Doorbrand 2 Neer (gem. Leudal)
10
7,1
7,3
30,2 32,8*
33,4 34,3*
21,3 20,8*
11,6 11,2*
11,5 11,0*
10,9 10,5*
9,5 9,3*
* Met aanvraag omgevingsvergunning van april 2023 voor uitbreiding Rongvenweg 14 als autonome ontwikkeling. ** Voor De Horsten 17 en 20 (planvoornemen) is gerekend met de werkelijke ep-diameter overeenkomstig de één-opéén ingepaste natuurvergunning. Tabel 8: Leefklimaat door geur uit stallen
Meest bepalende geurgevoelige objecten per deelgebied
Geurnorm voorgrond
Karissendijk 10
14
Melkweg 12 Rongvenweg 8 Karissendijk 4 Jacobusstraat 37 Jacobusstraat 16 Doorbrand 2 Neer (gem. Leudal)
14 5,5 5,5 3 3 10
Leefklimaat o.b.v. milieukwaliteitscriteria Bijlage 6 en 7 Handreiking Wgv Referentie MER Vergund Bestemmingsplan feitelijk, planologisch maximaal uitgaande legaal van regels voor vaststelling totaal ontwikkelplan tamelijk slecht tamelijk slecht tamelijk slecht slecht* slecht slecht slecht matig tamelijk slecht tamelijk slecht redelijk goed redelijk goed redelijk goed redelijk goed redelijk goed redelijk goed redelijk goed redelijk goed redelijk goed goed goed redelijk goed
* Met aanvraag omgevingsvergunning van april 2023 voor uitbreiding Rongvenweg 14. Nog geen besluit dus alleen voor de beeldvorming opgenomen, dus gegevens kunnen afwijken van toekomstige vergunning.
20
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.001.004
5.1.3
Effectvergelijking geur
De geurbelasting neemt toe ten opzichte van de referentiesituatie. Om de geuruitstoot uit stallen te beperken worden zowel in de bestaande situatie als in het planvoornemen gecombineerde biologische luchtwassers met 45% geurreductie toegepast, wat aangemerkt kan worden als de best beschikbare technieken voor de reductie van geur uit stallen. De voorgrondbelasting neemt toe ten gevolge van het bestemmingsplan, maar voldoet met de huidige geuremissiefactoren op alle geurgevoelige objecten aan de geldende geurnormen, behalve op burgerwoning Karissendijk 10. In het realistisch scenario, waarin de voorgrondbelasting op deze woning niet hoger is dan de geurnorm van 14 Ou, bedraagt de op dit moment vergunbare geuremissie (indicatief) 75.000 OU minder dan het totale ontwikkelplan. De achtergrondbelasting van geur neemt toe ten gevolge van het totale ontwikkelplan, maar leidt ter plaatse van de woonkern Egchel niet tot verslechtering van het leefklimaat.
Door in de regels van het bestemmingsplan een maximale achtergrondbelasting van maximaal 13,1 OU op te nemen voor de woonkern Egchel (overeenkomstig de begrenzing in de geurverordening) wordt in het bestemmingsplan gewaarborgd dat het leefklimaat in de woonkern Egchel niet kan verslechteren ten opzichte van het leefklimaat op de peildatum in 2008 en worden kaders uit het raadsbesluit van 2008 vertaald en juridisch geborgd in de planregels van het bestemmingsplan. Om ook de woningen buiten de woonkern Egchel (in het buitengebied) bescherming te bieden tegen onaanvaardbare geurhinder is gekozen om in het bestemmingsplan voor vaststelling voor het buitengebied een maximale achtergrondbelasting van 28,3 OU op te nemen in de planregels. Voor Melkweg 12 is als enige uitzondering de huidige vergunde achtergrondbelasting van 30,5 OU opgenomen als maximum. Vergund recht dient namelijk gerespecteerd te worden in een nieuw bestemmingsplan om planschade te voorkomen. Hiermee wordt de huidige toetsingswijze van de gemeente Peel en Maas bij ontwikkelingen van veehouderijen geïmplementeerd en juridisch verankerd in het bestemmingsplan.
Geureffecten door mestscheiding worden beoordeeld als neutraal, omdat alleen nog maar de voortzetting van de feitelijke, planologisch legale mestscheiding mogelijk wordt gemaakt, met de mogelijkheid om de mestscheiding te verplaatsen naar inpandig in de beoogde nieuwe loods. Het bestemmingsplan voor vaststelling maakt geen uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit mogelijk.
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
21
P218712.002.013
Tabel 9: Totale effectscores geur – leefklimaat t.o.v. referentie MER
Planvoornemen Realistisch scenario Maximaal scenario Voorgrondbelasting*: - woonkern Egchel - buffergebied - overig buitengebied Achtergrondbelasting**: - woonkern Egchel - buffergebied - overig buitengebied Leefklimaat o.b.v. achtergrondbelasting**: - woonkern Egchel - buffergebied - overig buitengebied Toepassen best beschikbare technieken Geuremissie uit stallen Geuremissie door mestscheiding
0/-
0/-
0/0/0/-
0/0/0/-
0 0 0 + 0
0 0 0 + -0
* Uitgaande van gemeentelijke geurnormen in de geurverordening ** Uitgaande van het raadsbesluit dat het leefklimaat in de kern Egchel niet mag verslechteren t.o.v. vergund 2008
++ zeer positief + positief 0/+ licht positief 0 neutraal 0/- licht negatief - negatief - - zeer negatief
22
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.001.004
5.2
Effectvergelijking fijn stof
Het planMER van 27 juni 2023 bevat in paragraaf 6.4 een analyse van de indicatieve milieueffecten ten aanzien van fijnstof (PM10) en daaruit volgt dat het bestemmingsplan resulteert in een toename van de fijnstof-emissie, maar dat de fijnstof-concentratie ruim voldoet aan de wettelijke grenswaarden. De GGD-advieswaarden worden licht overschreden, maar de indicatieve, cumulatieve bronbijdrage aan de achtergrondconcentratie door veehouderijen is ter plaatse van woningen beperkt. Deze beoordeling wordt nog steeds beschouwd als toereikend en actueel voor het planMER, aangezien de achtergrondconcentratie in 2024 licht gedaald is. De cumulatieve bijdrage van veehouderijbedrijven aan de achtergrondconcentratie is zowel in de bestaande situatie als in het planvoornemen beperkt tot < 1 µg/m3 ter plaatse van de burgerwoningen in de omgeving, woonkern Egchel en de agrarische bedrijfswoning Karissendijk 11. Ook op het deel binnen het plangebied aan de Melkweg, waar de nieuwe bedrijfswoning gesitueerd is, is de cumulatieve bronbijdrage beperkt tot <1 µg/m3. Ter plaatse van bestaande bedrijfswoningen bij veehouderijen Karissendijk 9 en Melkweg 18, 11, 7 en 9, Huiskensweg 10 en 8 en de burgerwoning Melkweg 12 ligt de cumulatieve bronbijdrage in de range 1 - 2,5 µg/m3.
In bijlage 4 is ter indicatie van de fijnstof concentratie ten gevolge van het bestemmingsplan voor vaststelling (alleen de fijnstof emissies van De Horsten 20 en 17) een ISL3A-berekening bijgevoegd. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de bronbijdrage PM10 uit stallen in het planvoornemen maximaal 0,1 µg/m3 bedraagt op de woningen Karissendijk 9 en 11. Op overige woningen is geen sprake van een bronbijdrage ten gevolge van het planvoornemen. Dit is het gevolg van het lokale karakter van de verspreiding van fijn stof (PM10) en de relatief grote afstand tot woningen. In par. 6.4 van het planMER van 27 juni 2023 is ook ingegaan op de bijdrage aan de concentratie PM10 door de toename van verkeer. Hieruit volgde op basis van het jaar 2022 een toename van 0,01 µg/m3. Op basis van de NIBM-tool van 2024 bedraagt de toename 0,00 µg/m3. De toename door verkeer is dus verwaarloosbaar klein. NIBM-tool 2024: extra verkeer (zie uitleg in paragraaf 6.4 van het PlanMER van 27 juni 2023): Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2023 Jaar van planrealisatie
2024
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
10
Aandeel vrachtverkeer
53,0%
NO2 in μg/m3
0,07
PM10 in μg/m3
0,00
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m 3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
23
P218712.002.013
6 Effectvergelijking totaal Tabel x: Totale effectscores t.o.v. referentie MER
Criterium
Realistisch scenario
Maximaal scenario
-
-
Stikstofdepositie op Natura2000 t.o.v. referentie MER Stikstofdepositie op Natura2000 t.o.v. referentie voortoets Stikstofdepositie op Wav-gebieden en overige natuur Verdroging in natuurgebieden Soortenbescherming – flora en fauna Ecologische waarde binnen het plangebied Geur Toepassen best beschikbare technieken Geuremissie uit stallen Geuremissie door mestscheiding Voorgrondbelasting: Uitgaande van gemeentelijke geurnormen • Woonkern Egchel • Buffergebied • Overig buitengebied Achtergrondbelasting: • Woonkern Egchel • Buffergebied • Overig buitengebied Leefklimaat: • Woonkern Egchel • Buffergebied • Overig buitengebied Fijnstof en endotoxinen Fijnstof emissie Bedrijfsvoering – bijdrage fijn stof en endotoxinen Verkeer – bijdrage fijn stof Geluid Industrielawaai - directe hinder Verkeersaantrekkende werking - indirecte hinder Wegverkeerslawaai nieuwe gevoelige objecten Klimaatadaptatie en verduurzaming Verduurzaming Klimaatadaptatie Gezondheid Veehouderij en gezondheid totaal plangebied - ammoniak - fijnstof en endotoxinen
0 0 0/+ +
0 0 0/+ +
+ 0
+ -0
0/-
0/-
0/0/0/-
0/0/0/-
0 0 0
0 0 0
0 0
0 0
0 0 0
0 0 0
0/+ 0
0/+ 0
0
0
- magneetvelden nieuwe bedrijfswoning - externe veiligheid Overige milieuaspecten Bodem en water Cultuurhistorie en archeologie
0 0
0 0
0 0
0 0
Verkeer Verkeersbewegingen Natuur (gebieden en soorten) Uitgaande van stikstofplafondregeling in het bestemmingsplan
++ zeer positief + positief 0/+ licht positief 0 neutraal 0/- licht negatief - negatief - - zeer negatief
24
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.001.004
7 Bijlagen Bijlage 1: Berekeningen stikstof (Aerius Calculator 2024.1.2) Bijlage 2: Berekeningen voorgrondbelasting geur (V-stacks Vergunning 2020) Bijlage 3: Berekeningen achtergrondbelasting (V-stacks Gebied 2020) Bijlage 4: Berekening fijnstof (ISL3A 2024.1)
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
25
P218712.002.013
Bijlage 1: Berekeningen stikstof (Aerius Calculator 2024.1.2)
26
Tweede aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Rutten Onroerend Goed BV De Horsten 20, 5987AS Egchel 16420 Wnb Bijlage bij voortoets: projectberekening natuurvergunning 2020 + bestaande mestscheiding (referentie plantoets en tevens maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan)
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RSMYrkovyWzT 12 maart 2025, 08:57 OwN2000-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
natuurvergunning 2020+bestaande mestscheiding Beoogd natuurvergunning 2020+bestaande mestscheiding Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RSMYrkovyWzT (12 maart 2025)
2024
0,95 mol/ha/j 6.114,59 ha 0,00 ha 0,95 mol/ha/j -
7.316,4 kg/j 1881689
46,6 kg/j Leudal
2/12
Projectberekening
natuurvergunning 2020+bestaande mestscheiding (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Landbouw | Dierhuisvesting | stal 1 big 2 Landbouw | Dierhuisvesting | stal 2 big 3 Landbouw | Dierhuisvesting | stal 3 big 4 Landbouw | Dierhuisvesting | stal 4 big 5 Landbouw | Dierhuisvesting | stal 1 zeug 6 Landbouw | Dierhuisvesting | stal 2 zeug 7 Landbouw | Dierhuisvesting | stal 3 zeug 8 Landbouw | Dierhuisvesting | stal 5 big 9 Landbouw | Dierhuisvesting | stal 4 zeug 14 Mobiele werktuigen | Landbouw | Bronnen biggenstallen 15 Mobiele werktuigen | Landbouw | Bronnen zeugen 16 Verkeer | Koude start: overig | licht verkeer koude start 17 Anders... | Anders... | Bestaande mestscheiding Verkeersnetwerk
624,0 kg/j 672,0 kg/j 672,0 kg/j 672,0 kg/j 941,4 kg/j 941,4 kg/j 941,4 kg/j 672,0 kg/j 941,4 kg/j 1,0 kg/j 0,7 kg/j 0,1 kg/j 237,0 kg/j 98,9 g/j
23,6 kg/j 17,1 kg/j 0,6 kg/j 5,4 kg/j
1
RSMYrkovyWzT (12 maart 2025)
3/12
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
10 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RSMYrkovyWzT (12 maart 2025)
4/12
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "natuurvergunning 2020+bestaande mestscheiding" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal Per gebied
Leudal (147) Deurnsche Peel & Mariapeel (139) Maasduinen (145) Swalmdal (148) Meinweg (149) Groote Peel (140) Weerter- en Budelerbergen & Ringselven (138) Sarsven en De Banen (146) Roerdal (150) Strabrechtse Heide & Beuven (137)
RSMYrkovyWzT (12 maart 2025)
6.114,59 Berekend (ha gekarteerd)
53,97 1.325,25
Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)
Met toename (ha Grootste gekarteerd) toename (mol N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)
Met toename (ha Grootste gekarteerd) toename (mol N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
2.671,16
2.178,52 2.665,74
6.114,59
0,95
0,00
-
53,97 1.325,25
0,95 0,80
0,00 0,00
-
56,16
2.290,49
56,16
0,59
0,00
-
9,97
2.036,55
9,97
0,57
0,00
-
1.375,98 1.010,39
2.671,16 2.338,78
1.375,98 1.010,39
0,41 0,36
0,00 0,00
-
1.778,95
2.459,25
1.778,95
0,34
0,00
-
32,66
1.956,76
32,66
0,34
0,00
-
68,46 402,78
2.477,02 2.055,52
68,46 402,78
0,28 0,16
0,00 0,00
-
5/12
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
1 8 2 17 18 16 9 20 4 21 3 5 6 19 15 13 12 14 10 11 7