CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-062 09 Bijlage 6 bij Toelichting - Toetsingsadvies Commissie m.e.r. 29 augustus 2024 (anonimiseerd)

Raad 28 oktober 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan De Horsten (2025-062)5.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

er Commissie voor de

milieueffectrapportage

De Horsten Egchel, gemeente Peel en Maas Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 29 augustus 2024 / projectnummer: 3751

1

Advies

over

het MER

in het

kort

De gemeente Peel en Maas stelt een bestemmingsplan op voor de uitbreiding van een intensieve veehouderij aan De Horsten, Egchel. Voordat

de gemeenteraad

besluit over het

bestemmingsplan, zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport (MER).!

In

een voorlopig advies signaleerde de Commissie voor de milieueffectrapportage (de Commissie) dat nog belangrijke informatie in dit MER ontbrak. Het MER is vervolgens aangevuld.2 De gemeente Peel en Maas vraagt de Commissie nu om te adviseren over de juistheid en de volledigheid van het MER en de aanvulling tezamen

Wat staat in het MER en in de aanvulling? In het MER (2023) zijn twee inrichtingsalternatieven onderzocht.

Het eerste alternatief is het

ontwikkelplan van de grondeigenaar (hierna ondernemer). Dit ontwikkelplan uitvoerbaar, omdat de geurbelasting

is niet

op omliggende woningen daarmee te veel toeneemt

(geurnormen worden overschreden). Daarom is in het MER op hooflijnen ook een uitvoerbaar alternatief verkend. In dit alternatief is een indicatie van de geuremissie opgenomen, waarmee voldaan wordt aan de geurnormen.

Uit het oorspronkelijke

MER (2023) blijkt dat

beide alternatieven negatieve gevolgen hebben voor natuur (door stikstofdepositie) en de Ieefomgeving (geur, geluid en fijnstof). De aanvulling op het MER richt zich specifiek op de onderwerpen waarover de Commissie

in

haar voorlopige advies om meer informatie vroeg. Het gaat onder andere om een verduidelijking van de doelstelling en onderbouwing

van de locatiekeuze, de maximale

mogelijkheden van het bestemmingsplan en de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Een belangrijk nieuw inzicht in de aanvulling

is dat de al gerealiseerde zeugenstal aan

De

Horsten 17 niet aansluit bij de voorschriften van de verleende vergunning:

de afmetingen en

het gebruik wijken af. De zeugenstal is daarmee

heeft de gemeente

een ontwerpbesluit genomen

niet legaal. In april 2024

over de vergunningaanvraag

voor legalisatie.

Als onderdeel van de aanvulling zijn stikstofberekeningen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden toeneemt ten opzichte van de huidige situatie?, terwijl de stikstofdepositie in die gebieden

nu al te hoog i. Ten opzichte van de in

2020 verleende natuurvergunning voor De Horsten 20 neemt de stikstofdepositie ook toe, maar

in mindere

mate.+ De aanvulling stelt dat het plan wel uitvoerbaar is, mits er

maatregelen worden getroffen om de uitstoot binnen de in 2020 vergunde Wat

ruimte te houden.

is het advies van de Commissie?

De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER en de aanvulling dat belangrijke informatie over de milieugevolgen

beschikbaar is gekomen. Zo is nu voldoende informatie

over de gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten en de waterhuishouding.

De

Commissie waardeert de opzet van de aanvulling, waarin de punten uit het voorlopig Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel, Gemeente Peel en Maas, Pouderoyen Tonnaer,

27 juni 2023

Aanvuling Plan-MER De Horsten Egchel, Bestemmingsplan ‘De Horsten’, Gemeente Peel en Maas, Pouderoyen Tonnaer, 3 Juni 2024 Het gaat om een maximale toename van 0,62 mol/ha/jaar, met tien Natura 2000-gebieden Het gaat om een maximale toename van 0,03 mol/ha/jr en acht Natura 2000-gebieden

n het invloedgebied.

in het invloedgebied.

toetsingsadvies achtereenvolgens worden beantwoord. De Commissie is ook positief over de inhoud en opbouw van de separate samenvatting.

Desondanks ontbreekt nog belangrijke informatie. De Commissie mist nog actuele en

volledige informatie op de volgende punten: * Doelstelling en locatiekeuze: de aanvulling geeft weinig nieuwe informatie over de doelstelling van het plan en de locatiekeuze. Onduidelijk is waarom deze met de huidige

inzichten nog steeds actueel zijn. Inzicht hierin is met name van belang om de keuze voor een maximaal

bouwvlak van 8,5 hectare te onderbouwen. Uit het MER blijkt dat er

meer geur- en stikstofuitstoot plaatsvindt dan toegestaan, als de bouwvlakken maximaal worden

benut.

° _ Maximale emissies mestbewerking en mestverwerking:

in de aanvulling op het MER is

voor de beoordeling van emissies uitgegaan van mestscheiding. mestbewerking

Deze vorm van

kent volgens het MER relatief weinig emissies. De emissies zijn echter

onderschat, waardoor de maximale emissies niet goed in beeld zijn gebracht en er geen sprake is van een verwaarloosbare bijdrage. e _ Impact op Natura 2000-gebieden:

net als in het MER van 2023 ontbreekt in de aanvulling

een sluitende onderbouwing dat de eerder vergunde toename van stikstof in dit plan mag worden overgenomen. Dit is wel belangrijke informatie vanwege de huidige, slechte staat van Natura 2000-gebieden en actuele jurisprudentie. Het plan staat bovendien

meer

activiteiten en mogelijk ook meer emissies toe dan eerder zijn onderzocht en vergund. Negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden zijn daardoor niet uitgesloten, waardoor de juridische houdbaarheid van het plan ook niet zeker is.

e _ Gevolgen voor Goudgroene natuurzone: de gevolgen voor het nabijgelegen natuurreservaat Ophovense Zandberg,

onderdeel van Natuurnetwerk

Nederland,

zijn nog

niet duidelijk aangegeven.

De Commissie adviseert deze informatie n een nieuwe aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.

Figuur 1: Kaart plangebied met het perceel aan De Horsten (bron: MER 2023, p. 6). Aanleiding MER Gemeente Peel en Maas wil een bestemmingsplan vaststellen voor de doorontwikkeling van een intensieve veehouderij met mestbewerking naar een oppervlak van maximaal circa 8,5 hectare (ha) aan

De Horsten 17 en 20 en aan de Melkweg.

Het bestemmingsplan stelt kaders voor mer-(beoordelings)plichtige activiteiten, namelijk:

de oprichting,

wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van pluimvee of varkens.S

Om die reden is voor de besluitvorming over het bestemmingsplan een plan-MER opgesteld. Een planMER is ook nodig omdat significante effecten op Natura 2000-gebieden niet op voorhand kunnen

worden uitgesloten, waardoor een Passende beoordeling moet worden opgesteld. Wetgeving van toepassing op dit plan Op dit plan en het MER is de wetgeving van toepassing zoals die gold vóór 1 januari 2024 (zoals de Wet milieubeheer), en niet de huidige wetgeving (de Omgevingswen), omdat het plan ter inzage is gelegd voordat de Omgevingswet op 1 januari 2024 van kracht werd.

Vast te stellen bestemmingsplan nog niet beschikbaar Op het moment dat de aanvulling op het MER aan de Commissie is voorgelegd, was het aangepaste

ontwerpbesluit (het vast te stellen bestemmingsplan) nog niet beschikbaar. Dit betekent dat de Commissie niet kon controleren of het MER en het bestemmingsplan op elkaar passen. De gemeente dient deze controle zelf uit te voeren voorafgaand aan de vaststelling van het plan.

Rol van de Commissie

De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER.

Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag - in dit geval de gemeenteraad van Peel en Maas - besluit over het bestemmingsplan.

De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze

zijn te vinden door nummer 3751 op www.commissiemer.nl

2

in te vullen in het zoekvak.

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om

in een tekstkader. Naar het oordeel van de

het milieubelang volwaardig

mee te wegen

bij de besluitvorming door de gemeenteraad van Peel en Maas. In onderstaand advies gaat de Commissie enkel nog in op de onderwerpen uit het voorlopig toetsingsadvies die in de aanvulling nog onvoldoende zijn verduidelijkt of beantwoord. In aanvulling op de onderwerpen uit het voorlopig toetsingsadvies, gaat de Commissie n paragraaf 21

21

in op de consequenties van de gewijzigde referentiesituatie.

Wijziging referentiesituatie In de inleiding van de aanvulling staat dat de bestaande zeugenstal aan De Horsten

17

conform de natuurvergunning is gerealiseerd, maar dat de bouw afwijkt van de geldende omgevingsvergunning (bouwen en milieu). Deze stal moet daarom gelegaliseerd worden.

3

Categorieën C 14 en D 14 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

Voor de milieubelastende- en bouwactiviteiten is al een nieuwe vergunningaanvraag ingediend. In april 2024 heeft de gemeente

hierover een ontwerpbesluit genomen.

Referentiesituatie

In het plan-MER werd de gerealiseerde zeugenstal tot de referentiesituatie gerekend.

Dat is in

de aanvulling terecht aangepast. De bestaande stal is geen deel van de referentiesituatie, maar van het planvoornemen.

Deze wijziging heeft beperkt invloed op de beoordeling van

milieueffecten. Dit is in de aanvulling goed onderbouwd.

Mogelijk project-MER nodig bij ontwerpbesluit De Commissie

merkt op dat het totaal aantal dieren in de te legaliseren zeugenstal boven de

mer-drempelwaarde

uit bijlage V van het Omgevingsbesluit uitkomt.S Omdat de volledige

zeugenstal volgens de aanvulling tot het voornemen

nodig bij de omgevingsvergunning.

behoort,

is mogelijk een

project-MER

De gemeente heeft mondeling aangegeven dat geen

project-MER is opgesteld voor die vergunning. Onduidelijk is of de gemeente het huidige MER tevens beschouwt als een project-MER, maar voor de beoordeling van de milieueffecten van het voorliggende bestemmingsplan niet relevant.

Het rapport is in ieder geval

niet als project-MER

beoordeeld

is dat ook

door de

Commissie. Ten behoeve van de juridische houdbaarheid van het ontwikkelplan beveelt de Commissie wel aan om project-MER nodig

22

na te gaan in hoeverre voor de omgevingsvergunning ook een

is omdat

het ontwikkelplan

de mer-drempelwaarde

overschrijdt.

Actualiteit doelstelling en locatiekeuze In haar advies over het MER (2023) gaf de Commissie aan dat de doelstelling van het bestemmingsplan

en de gekozen

locatie onvoldoende onderbouwd

zijn. De Commissie

constateert dat in de aanvulling veel informatie uit het MER (2023) wordt herhaald. Hierdoor blijft onduidelijk e

of en hoe de binnen het bestemmingsplan geboden ontwikkelruimte (circa 8,5 ha) past binnen het huidige beleid van de gemeente. Het bestemmingsplan bevat drie gekoppelde bouwvlakken. Uit het MER blijkt dat de maximale invulling van deze bouwvlakken Ieidt tot een overschrijding van de emissieplafonds (voor geur en stikstof). Op 29 september 2015 heeft de gemeenteraad in een raadbesluit echter een maximaal bouwvlak van 4 ha meegegeven als kader voor een nieuw op te stellen bestemmingsplan. Onduidelijk is waarom

e

steeds

In de stal worden

het nodig en wenselijk is om nu circa 8,5 ha ontwikkelruimte te bieden:

of en waarom de locatieafweging die voor het landbouwontwikkelgebied7 is gemaakt nog relevant

meer dan 900 zeugen

Het landbouwontwikkelgebied Melkweg

en

en Rongvenweg.

actueel

is.

gehouden,

zie categorie Al

van bijlage V bij het Omgevingsbesluit.

Egchelse Heide (LOG) is een gebied van ruim 20 hectare tussen

Het gebied is destijds gekozen

Karissendijk/De Horsten,

omdat het al een agrarisch karakter heeft en omdat er ‘geen

belemmerende factoren’ zijn in de directe omgeving. In het LOG wilde de gemeente ontwikkelruimte bieden aan intensieve veehouderijen. Doel was daarbij dat bedrijven uit de buurt van woonkernen zouden worden verplaatst naar deze locatie, waar ze minder hinder veroorzaken en kunnen ontwikkelen. onherroepelijk geworden

en uitgevoerd.

Het bestemmingsplan voor het LOG i echter nooit

Met andere woorden: zou met de kennis en inzichten van nu$ dezelfde afweging worden gemaakt qua doelstelling en locatiekeuze? Inzicht in de locatieafweging is bovendien belangrijk omdat de zeugenstal hierom

niet legaal is (zie paragraaf 2.1). De nu gekozen

niet vanzelfsprekend. Op de locatie i juridisch gezien geen sprake van een bestaande

stal, waardoor de toestemmingen

zouden

locatie is

voor deze stal ook nog op een andere locatie gegeven

kunnen worden. De Commissie merkt hierbij op dat er in het MER steeds over één

locatie wordt gesproken, terwijl in het plangebied in eerste instantie 2 of 3 afzonderlijke bedrijfslocaties van circa 4 ha voorzien waren. Hoewel het in juridisch opzicht dus niet vanzelfsprekend

is om op de huidige locatie uit te

breiden, kan het om andere redenen wél de enige realistische locatie zijn. Een beschrijving van die redenen

is van belang, zodat dit mee kan wegen bij het besluit over het

bestemmingsplan. De Commissie adviseert, voorafgaand aan de besluitvorming, te onderbouwen

in hoeverre de

eerdere uitgangspunten over de geboden ontwikkelruimte en locatiekeuze in de huidige context en met de meest recente informatie nog actueel zijn.

2.3

_ Maximale mogelijkheden van het plan Ammoniakemissies van mestbewerking en mestverwerking De huidige vergunning staat incidentele scheiding van eigen varkensmest toe, door middel van een mobiele mestscheider. Aan deze vorm van mestbewerking wordt een geringe emissie toegerekend.

Dat is correct wanneer alleen sprake is van eenvoudige

mestscheiding,

waarbij de scheidingsproducten direct worden afgevoerd. Bij mestscheiding

en

komen een dikke

en een dunne fractie vrij. De waterige dunne fractie wordt emissiearm opgeslagen in een afgedekte mestopslag.

De dikke fractie is vezelrijk en stapelbaar.

Van een beperkte ammoniakemissie

bij (eenvoudige) mestscheiding is alleen sprake als de

verkregen dikke fractie niet opgeslagen wordt op het bedrijf. Als de dikke fractie niet direct wordt afgevoerd, zoals het geval is in voorliggend

plan, zijn aanzienlijke stikstof- en

ammoniakemissies

constateert

te verwachten.9

mestbe- en verwerking

De Commissie

in het plan-MER mogelijk worden

dat de ammoniakemissies

onderschat

van

door een

(om)rekenfout.!0 Hierdoor wordt onterecht geconcludeerd dat de emissies van mestbe- en verwerking verwaarloosbaar zijn ten opzichte van de stalemissies. In de aanvulling is uitgegaan van een inpandige opstelling van de mestscheider. Dat is gunstig voor de emissies. Aandachtspunt is dat er geen sprake kan zijn van een dichte loods, omdat er voldoende ventilatie nodig

is om

veilig te kunnen werken.

Bovendien

is bekend dat

de dikke mestfractie ammonium-stikstof bevat dat gemakkelijk kan vervluchtigen. De emissies die vrijkomen

3 _ Het gaat bijvoorbeeld om

9 '°

kunnen

in beginsel door een luchtzuiveringstechniek worden

beleidsinzichten, kennisontwikkelingen,

mogelijke fysieke ontwikkelingen

die in de afgelopen

Jaren hebben plaatsgevonden en inzichten in de staat van de leefomgeving en natuurgebieden. Waarbij een deel van de emissies mogelijk wordt omgezet in lachgas. Zie pagina's

100 en 101

van het Bestemmingsplan plan-MER De Horsten, Egchel (2023). Het gaat om een rekenfout in de

Jaarlijkse hoeveelheid te verwerken

mest en de omrekening daarvan naar ammoniakemissies per jaar (NH3/jaar).

gereduceerd.

Het MER en de aanvulling gaan hier niet nader op in, waardoor het inzicht in de

potentiële emissies als gevolg van

Vormen van mestbewerking De Commissie

mestbewerking

en eventuele —opslag onvolledig is.

en mestverwerking

merkt op dat het ontwerp bestemmingsplan alle vormen van mestbewerking

en mestverwerking

toestaat, onder de voorwaarde

wordt verwerkt, en tot een maximum

dat alleen ter plaatse geproduceerde

mest

van 35.000 m3 per jaar. Dat is veel meer dan alleen

mestbewerking

in de vorm van eenvoudige mestscheiding.

dat de termen

mestbewerking

en mestverwerking

Het valt de Commissie verder op

ogenschijnlijk willekeurig en als

uitwisselbaar worden gehanteerd, hoewel het hier om wezenlijk onderscheidende

processen

gaat, met verschillende afzetmogelijkheden en milieuaspecten. Daarmee zijn de maximale effecten van de mestbe- en verwerking groter dan in het MER en de aanvulling staat. Specifiek over mestbewerking is in de aanvulling aangegeven dat (co-)vergisting van mest niet zal worden

toegestaan

in het bestemmingsplan.

Er zijn echter nog tal van andere

mestbehandelingstechnieken die hiermee niet uitgesloten worden en die wel aanzienlijke emissie van onder andere ammoniak en/of geur met zich mee

kunnen

brengen. Denk aan

compostering en mestdroging. De gemeente heeft hierover in het adviesgesprek aangegeven de ruimte voor mestverwerking in het bestemmingsplan verder te zullen beperken tot eenvoudige mestscheiding. De Commissie adviseert, voorafgaand aan de besluitvorming, de emissies uit mestbewerking te herberekenen en duidelijkheid te geven over de mogelijkheden

n het plan voor

mestbewerking en mestverwerking. Geef ook inzicht in mitigerende maatregelen.

Zeugen, biggen en vleesvarkens en maximale mogelijkheden De in de aanvulling voorgestelde afbakening in het bestemmingsplan naar “Intensieve Veehouderij (IV)-varkens” geeft een belangrijke inkadering van de maximale mogelijkheden. In de aanvulling op het MER zijn voor een zeugen- en een vleesvarkensalternatief de meest relevante milieuthema's beschreven.

Daarbij is de maximale invulling op basis van ammoniak

bij gebruik van combiwassers als uitgangspunt gehanteerd.

Deze situatie is echter voor beide

alternatieven niet uitvoerbaar omdat de geurhindernormen dan alsnog worden overschreden, zo blijkt uit de aanvulling. Er is geen exacte uitwerking gemaakt van de bedrijfsomvang en inrichting van een vermeerderingsbedrijf dat w&l uitvoerbaar is, omdat het volgens de aanvulling om een kaderstellend

plan gaat. Daarmee

aangetoond

binnen de maximale

is de uitvoerbaarheid van

het ontwikkelplan

nog niet

mogelijkheden vanuit milieu. Wel maakt de aanvulling

aannemelijk dat er optimalisaties mogelijk zijn waardoor de uitvoerbaarheid van het ontwikkelplan van de ondernemer

benaderd

kan worden.

De Commissie

beveelt desondanks

aan om in het bestemmingsplan een aanvullende afbakening te hanteren, bijvoorbeeld een maximum

aantal vierkante meters bebouwd (stal)oppervlak, zodat het plan aansluit bij de

maximale mogelijkheden vanuit milieu. Een alternatief is om de dierplaatsen af te bakenen.

Emissieplafonds In haar voorlopige advies constateerde de Commissie dat de emissiepunten voor geur, stikstof en geluid n de onderzochte alternatieven relatief gunstig zijn gepositioneerd.

Daarmee zijn de maximale belastingen voor de omgeving van het bestemmingsplan voor de omgeving onvoldoende. De gemeente heeft mondeling!!

aangegeven dat het de bedoeling is

om emissieplafonds toe te voegen, waardoor hogere belastingen dan die in het MER zijn onderzocht,

niet zijn toegestaan. De Commissie beveelt aan dat in de gebruiksfase de

uitstoot wordt gemonitord om te borgen dat de emissieplafonds niet worden overschreden.

24

_ Natura

2000

Het ontwikkelplan van de ondernemer leidt ten opzichte van de feitelijke, planologisch legale situatie tot een toename van stikstofdepositie op tien omliggende Natura 2000-gebieden van maximaal 0,62 mol/ha/jr in de gebruiksfase, blijkt uit de aanvulling. Dit betekent dat significante gevolgen voor de Natura 2000-gebieden niet uitgesloten zijn, waardoor volgens de natuurwetgeving

in principe een Passende

beoordeling

nodig

is. In het MER was de stelling

echter dat géén nieuwe Passende beoordeling nodig was omdat de bestaande Wnbvergunning (de vergunning op grond van de voormalige Wet natuurbescherming, Wnb) uit 2020 één-op-één werd ingepast. In haar advies over het MER gaf de Commissie aan dat nog onvoldoende onderbouwd was of en waarom sprake was van één-op-één

inpassing van de in 2020 verleende Wnb-vergunning

en of een nieuwe Passende beoordeling

niet tot nieuwe inzichten zou kunnen

Commissie adviseerde om te onderbouwen aan die natuurvergunning

ten grondslag

dat onderzoeksinformatie

uit 2015

leiden. De en eerder, die

lag, redelijkerwijs nog gebruikt kan worden

significante gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden op dit moment

om

uit te sluiten.

Zie het grijze blok hierna voor meer uitleg over de achtergrond van dat advies. Waarom bij één-op-één inpassing alsnog een Passende beoordeling nodig kán zijn Het uitgangspunt in de natuurwetgeving is dat bij mogelijk significante gevolgen in de vorm van een toename van stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebieden een Passende beoordeling nodig is. In die beoordeling moet worden uitgesloten dat de gebieden aangetast worden.

Voor situaties zoals hier,

waarin de uitbreidingsmogelijkheden n het plan voortvloeien uit een eerder verleende natuurvergunning, bevat de natuurwetgeving een uitzondering met daaraan verbonden een aantal voorwaarden. Een Passende beoordeling kan volgens die uitzondering alleen achterwege blijven als, onder andere, voor de

eerder verleende natuurvergunning al een Passende beoordeling is gemaakt en er ‘redelijkerwijs’ geen nieuwe gegevens en inzichten te geven zijn over de significante gevolgen van het plan. Een beoordeling of sprake is van nieuwe gegevens en inzichten, is dus ook vereist als (zoals hier) reeds sprake s van een

onherroepelijke natuurvergunning die in een bestemmingsplan één-op-één wordt ingepast. In haar voorlopige toetsingsadvies

gaf de Commissie aan dat de Wnb-vergunning verleend is in 2020 en

gebaseerd was op onderzoeksinformatie uit 2015 (en ouder). Inzichten en jurisprudentie op gebied van natuur en stikstof zijn wezenlijk veranderd in de afgelopen jaren. Het oorspronkelijke MER bevatte geen sluitende onderbouwing

dat desondanks geen nieuwe Passende beoordeling nodig was. De Commissie

adviseerde om te onderbouwen dat de onderzoeksinformatie uit 201 en eerder redelijkerwijs nu nog gebruikt kan worden om significante gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden uit te sluiten. Als die informatie niet meer gebruikt kan worden, is alsnog een actuele, volwaardige Passende beoordeling

nodig.

'L

Voor dit advies heeft een startgesprek plaatsgevonden

op 3 juli 2024 tussen gemeente

Peel en Maas en de Commissie

mer.

Passende beoordeling in de aanvulling In de aanvulling is alsnog een Passende beoordeling opgenomen.

De Commissie constateert

echter dat dit document niet voldoet aan de vereisten van een Passende Passende

beoordelingen

gaan in op de gevolgen

beoordeling.

van plannen voor de natuurlijke

kenmerken

van de Natura 2000-gebieden en toetsen aan de instandhoudingsdoelstellingen en de staat van instandhouding van die gebieden. Een dergelijke analyse bevat dit onderzoek niet. Daarom

beveelt de Commissie

aan om deze term

niet te gebruiken

aanvulling. Gebruik van de term Passende beoordeling aanvulling nu juist getracht is om te onderbouwen voor het plan. De Commissie

voor bijlage 3 bij de

is bovendien verwarrend, omdat in de

dat

gé n Passende

beoordeling

nodig is

hanteert in haar advies verder ‘aanvullende analyse Natura

2000' als ze verwijst naar dit onderzoek.

Eén-op-één inpassing van de onherroepelijke Wnb-vergunning In de aanvullende

2020 - algemeen

analyse Natura 2000 wordt onder andere op pagina 39 aangegeven onder

welke voorwaarden de eerder verleende natuurvergunning één-op-één

mag worden

ingepast

in het plan. Daarin worden twee belangrijke voorwaarden genoemd: . _ Significant negatieve gevolgen

kunnen worden uitgesloten: er zijn geen nieuwe gegevens

en inzichten waardoor toch een nieuwe Passende beoordeling nodig zou zijn. e _ Het plan is een herhaling of voortzetting van een ander project. Hieronder wordt nader ingegaan op deze twee punten. Afgesloten wordt met één advies over beide punten.

Onvoldoende onderbouwing dat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden, ook op basis van nieuwe gegevens en inzichten, zijn uitgesloten In de aanvulling ligt de nadruk op de vraag in hoeverre het ontwikkelplan,

dat in het

bestemmingsplan wordt toegestaan, past binnen de kaders van de in 2020 verleende Wnbvergunning. Om het plan uitvoerbaar te maken ammoniakemissie

van de Wnb-vergunning

stelt de aanvulling voor om de toegestane

van 2020

in de planregels op te nemen

als de

maximaal toegestane uitstoot (een stikstofplafond). De redenering is, kort gezegd, dat het bestemmingsplan en de vergunning dan op elkaar aansluiten en er dan geen nieuwe gegevens en inzichten zijn waarvoor een nieuwe Passende

beoordeling

nodig is.

Hiermee komt de aanvulling niet tegemoet aan het eerdere advies van de Commissie. De Commissie adviseerde te onderbouwen

dat de uitbreidingsmogelijkheden

uit het

bestemmingsplan ten opzichte van de feitelijke, planologisch legale situatie (de referentiesituatie) geen significante gevolgen gevolgen

zouden

hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze

al in de onderzoeken van 2015

en eerder zijn onderzocht

en uitgesloten.

De aanvullende analyse Natura 2000 geeft deze onderbouwing niet. De aanvulling onderbouwt niet dat er ‘redelijkerwijs’ geen nieuwe inzichten en gegevens (sinds 2015) zijn waaruit blijkt dat de conclusie dat er geen significante gevolgen zijn nog steeds actueel is. De Commissie plaatsgevonden

merkt bijvoorbeeld op dat voor het ontwikkelplan al externe saldering heeft in de onderliggende

natuurvergunning van 2015, die is vervangen

door de

onherroepelijke natuurvergunning van 2020. De aanvullende analyse Natura 2000 gaat niet in op de vereisten voor extern salderen, recente jurisprudentie daarover en op de vraag of extern salderen, vanwege

de huidige staat van Natura 2000-gebieden!2,

nog steeds

Zie hierover ook de adviezen van de Ecologische Autoriteit voor relevante gebieden, waaronder Deurnsche Peel & Mariapeel, Groote

Peel,

en

het

Leudal

toelaatbaar is. De Commissie acht deze beoordeling essentieel om aan te tonen dat het plan niet de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden

in de weg

staat. Zonder

deze beoordeling is de juridische uitvoerbaarheid van het plan onzeker.

Geen sprake van herhaling of voortzetting van een project In de aanvulling staat dat sprake is van een herhaling of voortzetting van een project, en dus van één-op-één inpassing van de Wnb-vergunde situatie uit 2020. De Commissie constateert hierover echter het volgende:

« _ In de Wnb-vergunning uit 2020 ontbreekt de mestverwerking en -bewerking. In de aanvullende analyse Natura 2000 is ook aangegeven dat de mestverwerking niet binnen het Wnb-vergunde stikstofplafond valt. Zie verder de aandachtspunten omtrent de maximale mogelijkheden, beschreven in paragraaf 2.3. * _ Het bestemmingsplan

maakt een vleesvarkenshouderij binnen deelgebied

1 en 3

mogelijk, wat leidt tot meer emissie dan het houden van biggen en zeugen.

« _ In de aanvullende analyse Natura 2000 staat dat de toename van 0,03 mol N/ha/jr in de AERIUS-verschilberekening tussen de Wnb-vergunning

2020 en het ontwikkelplan het

gevolg is van de vergunningaanvraag voor de illegale zeugenstal die is ingediend in april 2024.

Hierdoor zijn emissiepuntparameters

in de bestaande stallen anders dan in de

vergunde situatie. De aanvullende analyse Natura 2000 stelt daarom zijn totale ontwikkelplan

‘dat de ondernemer

nog verder moet optimaliseren om ervoor te zorgen dat binnen

de natuurvergunning van 2020 (en het stikstofplafond van het bestemmingsplan) intern gesaldeerd kan worden.!? In de aanvulling zijn echter geen bedrijfsmaatregelen doorgerekend waarmee deze depositietoename kan worden voorkomen. controleberekeningen!+ ontbreken

de gehanteerde uitgangspunten.

Bij de

Hierdoor is niet

duidelijk of deze voor de ondernemer uitvoerbaar zijn. Ook de mogelijke (om)rekenfout die is geconstateerd (zie onder 2.3) is hierbij relevant. Daardoor is niet uitgesloten dat de stikstofdepositie toch toeneemt ten opzichte van de vergunning. Ook zijn de ecologische consequenties van deze depositietoename niet beschreven. e

De Wnb-vergunning

geldt voor De Horsten 20, maar wordt in het bestemmingsplan

ingepast voor een project dat mede op De Horsten 17 en de Melkweg ligt. In de aanvulling is niet inzichtelijk gemaakt of het feit dat de stikstofemissie dan deels vanaf andere locaties plaatsvindt kan leiden tot een andere stikstofdepositie. De aanvulling motiveert bovendien

niet in hoeverre het juridisch toegestaan

is om de natuurvergunning

voor het ene adres ook te gebruiken voor de één-op-één inpassing op andere adressen. e _ Er zijn nieuwe inzichten in de effectiviteit van luchtwassers. Zoals in de aanvullende analyse Natura 2000 al is geconstateerd, is onzeker of de benodigde 85% ammoniakreductie in de praktijk realistisch is. Dit kan in de praktijk leiden tot hogere stikstofemissie en stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden. Uit het voorgaande blijkt dat het bestemmingsplan feitelijk meer activiteiten toestaat en mogelijk ook meer emissies dan wat in 2015 en eerder onderzocht is en n 2020 vergund is. Er is dan geen sprake meer van de een herhaling of voortzetting van een project, en dus ook niet van één-op-één

inpassing van de Wnb-vergunde

situatie uit 2020.15 Daardoor is niet

Zie pagina 42 van de aanvullende analyse Natura 2000

Deze zijn later gedeeld met de Commissie. De initiatiefnemer zal immers het ontwikkelplan moeten aanpassen/optimaliseren binnen de in het plan ingepaste, vergunde

uitbreidingsmogelijkheden.

project waarvoor op basis van een

Dan is sprake van ‘intern salderen’ en niet van een herhaling of voortzetting van een

Passende

beoordeling de zekerheid is verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van

voldoende onderbouwd gebieden

dat is uitgesloten dat significante gevolgen voor Natura 2000-

optreden.

Juridische en ecologische risico’s - conclusie en advies De Commissie acht het juridisch en ecologisch risicovol dat de aanvulling op het MER nog steeds uitgaat van één-op-één

inpassing van de natuurvergunning

uit 2020, en dat het geen

nieuwe, volwaardige Passende beoordeling bevat. De aanvulling bevat geen ecologische beoordeling van de berekende toename van stikstofdepositie ten opzichte van de huidige planologisch legale situatie. De aanvulling beschrijft ook geen haalbare en uitgewerkte mitigerende maatregelen waarmee de toename van stikstofdepositie volledig tenietgedaan wordt. De Commissie adviseert om alsnog een volwaardige Passende beoordeling op te stellen en daarin de (ecologische) uitvoerbaarheid van het plan aan te tonen, voordat een besluit wordt genomen

over het plan.

Als de gemeente desondanks voor één-op-één te onderbouwen

inpassing kiest, adviseert de Commissie om

dat daadwerkelijk sprake is van één-op-één inpassing en om nader in te

gaan op de vraag of er redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten zijn over de gevolgen van de n het plan geboden uitbreidingsmogelijkheden.

25

Stikstofeffecten In de aanvulling

Natuurnetwerk

Nederland

zijn de gevolgen van stikstofdepositie op het Natuurnetwerk

(voorheen de Goudgroene natuurzone) berekend en beschouwd.

Nederland

De conclusie in de

aanvulling is dat sprake is van een toename van stikstofdepositie, met nadelige gevolgen voor het Natuurnetwerk

Nederland,

in ieder geval voor Hoog- en laagveenbos en Vochtige

heide.

De Commissie acht de stikstofberekening

moeilijk te doorgronden.

De depositietoename per

locatie is onduidelijk. Niet aangegeven is bovendien of sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied: de effecten zijn wel berekend, ecologische gevolgen

voor het gebied zijn niet verder geduid. Ook ontbreken

maar de

mitigerende

maatregelen, die in het kader van het MER wel vereist zijn als aanzienlijke negatieve milieueffecten optreden. De effectbeoordeling en conclusies zijn daarnaast niet aangepast op de resultaten van de uitgevoerde

analyse.

Dit is wel nodig als nadelige gevolgen

niet zijn uit

te sluiten.

De Commissie adviseert, voorafgaand aan de besluitvorming, aan te geven in hoeverre de toename van stikstofdepositie nadelige gevolgen

kan hebben voor de wezenlijke kenmerken

en waarden van Natuurnetwerk Nederland. Geef ook aan wat gedaan wordt om dit zoveel mogelijk te voorkomen.

Natura 2000-gebieden

niet zal aantasten.

blijkt verder dat emissieplafonds

Zie ABRVS 4 maart 2020, ECLE:NL:RVS:2020:684, r.0. 23.17.

n deze situatie geen soelaas bieden, omdat

beoordeling) alleen is toegestaan binnen de stikstofruimte van het planologisch toegestane gebruik.

_10-

Uit die uitspraak

intern salderen (zonder nieuwe Passende

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie

bestaat uit een werkgroep van deskundigen.

Deze werkgroep beoordeelt of het

MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist i. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen.

Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Om zich goed op de hooge te stellen van de situatie heeft de werkgroep het gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website.

Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit:

(geanonimiseerd) Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Bestemmingsplan.

Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen

kunnen

hebben,

kan in Nederland

een MER vereist

zijn. Onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke

ac

eiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit ‘de

oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren” (categorieën C 14 en D 14). Daarom

is een plan-MER opgesteld.

Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad

van

Peel en

Maas.

Bevoegd gezag mer-procedure College van burgemeester en wethouders van Peel en Maas.

Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie 2023

heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag

16 oktober

heeft toegestuurd. Ze heeft ze in het voorlopig toetsingsadvies verwerkt, voor zover re-

levant voor

het MER.

Waar vind ik de stukken

U vindt de projectstukken

jectnummer 3751

die de Commissie

heeft beoordeeld?

die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl

in te vullen in het zoekvak.

pro-

Commissie voor demilieueffectrapportage A.v. Schendelstraat 760 3511

MK

Utrecht

_ t e w

030-2347666 mer@eia.nl commissiemer.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=6363da4d-8050-4bde-aefe-8e33ea3f1d11