CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-062 05 Bijlage 2 bij Toelichting - Samenvatting MER

Raad 28 oktober 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan De Horsten (2025-062)9.026 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samenvatting MER Bestemmingsplan ‘De Horsten Egchel Dit is een zelfstandig leesbare, publieksvriendelijke samenvatting van het MER voor bestemmingsplan De Horsten). Voor uitleg over beleid en wet- en regelgeving en verdiepende informatie in kaarten, cijfers en onderbouwingen moet het MER van 27 juni 2023 (bijgevoegd bij het ontwerp bestemmingsplan dat is vastgesteld op 18 juli 2023) in samenhang met de aanvulling MER van 3 juni 2024 en de tweede aanvulling MER van maart 2025 geraadpleegd worden.

1 Aanleiding voor het kaderstellende bestemmingsplan Voor locatie ‘De Horsten’ in het landbouwontwikkelingsgebied Egchelse Heide is een kaderstellend bestemmingsplan in voorbereiding. Het plangebied ligt aan De Horsten in Egchel en ligt in het landbouwontwikkelingsgebied tussen de woonkern Egchel en het afwateringskanaal.

Globale begrenzing plangebied – rood omkaderd (bron: ruimtelijke plannen)

Omdat het bestemmingsplan ‘De Horsten’ het planologisch kader gaat vormen voor uitbreiding van een grootschalige varkenshouderij moet een onderzoek naar de milieueffecten van het plan uitgevoerd worden. De zogenaamde m.e.r.-procedure en het MER rapport. De eigenaar van de al bestaande varkenshouderij en de nog onbebouwde landbouwgrond aan De Horsten heeft met de gemeente afspraken gemaakt over planologisch mogelijk maken van de totale bedrijfsopzet die de betreffende ondernemer op De Horsten voor ogen heeft. De ondernemer wil dit plan komende jaren gefaseerd gaan uitwerken en realiseren binnen de kaders die gesteld worden in het bestemmingsplan. Er is nu nog geen concrete uitwerking voor een vergunningaanvraag voor (een deel van) dit plan. De ondernemer moet zijn ontwikkelplan verder concretiseren via het vergunningenspoor binnen de kaders die gesteld worden in het bestemmingsplan De Horsten, maar ook binnen de actuele wet- en regelgeving op het moment van aanvragen van de omgevingsvergunning.

2

Waarom maakt de gemeente deze ontwikkeling mogelijk op De Horsten?

In het reconstructieplan Noord- en Midden Limburg (2004) heeft de provincie Limburg zoekgebieden voor landbouwontwikkelingsgebieden aangegeven, waarbinnen de gemeente een landbouwontwikkelingsgebied (afgekort: LOG) kan aanwijzen door middel van een besluit van de gemeenteraad. In een LOG kan een intensieve veehouderij binnen gestelde kaders ontwikkelen. De zoekgebieden voor landbouwontwikkelingsgebieden zijn in het provinciale reconstructieplan aangewezen en zijn begrensd op basis van met name (grote) afstanden tot natuurgebieden en woonkernen en afwezigheid van landschappelijke waarden.

In de Structuurvisie Intensieve Veehouderij en Glastuinbouw Buitengebied Peel en Maas (2011) en het bijbehorende MER heeft de gemeente Peel en Maas nader beschouwd of deze zoekgebieden voor intensieve veehouderij wenselijk en geschikt zijn voor de daadwerkelijke ontwikkeling tot een LOG. Het doel van deze structuurvisie is om op gemeentelijk niveau invulling te geven aan de volgende doelstellingen: 1. Bieden van concrete mogelijkheden voor een economisch gezonde en duurzame ontwikkeling van bedrijven; 2. Ontwikkelen en borgen van een goed woon- en leefklimaat in de gemeente Peel en Maas, zowel in het buitengebied als in de kernen; 3. Ontwikkelen en versterken van een afwaartse beweging van intensieve veehouderij en glastuinbouwbedrijven die zijn gelegen in en rondom de kwetsbare gebieden en functies. Het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) Egchelse Heide is in deze structuurvisie benoemd als één van de meest geschikte gebieden voor de intensieve veehouderij om zich verder te ontwikkelen. Het LOG Egchelse Heide is aangewezen als ‘meest’ geschikt: ofwel het gebied dat als eerste wordt ontwikkeld. Twee andere gebieden zijn ook aangewezen als LOG, maar pas nadat het LOG Egchelse Heide is ‘uitontwikkeld’.

De gemeente Peel en Maas heeft als extra sturingsinstrument gronden in het gebied aangekocht, om zo uitvoering te geven aan de beleidsuitgangspunten zoals vastgesteld door de Raad op 22 december 2008. Eén van deze beleidsuitgangspunten is sturen op minimaal het behoud van het woonen leefklimaat in het dorp Egchel (geen verslechtering van het woon- en leefklimaat). Om ontwikkeling van het LOG planologisch mogelijk te maken is in 2013 een PlanMER opgesteld en een bestemmingsplan voorbereid. Het bestemmingplan ‘LOG Egchelse Heide’ maakte rechtstreeks gebruiksruimte mogelijk voor twee intensieve veehouderijen. En vier intensieve veehouderijen werden indirect mogelijk gemaakt via een wijzigingsbevoegdheid. Het bestemmingsplan ‘LOG Egchelse Heide’ is op 25 juni 2013 door de raad vastgesteld. Bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is op 1 april 2015 dit bestemmingsplan geheel vernietigd. De eigenaar van deze locaties is een lokale, toekomstgerichte ondernemer en heeft in 2012 een gedeelte van zijn varkenshouderij op de Jacobusstraat 42 verplaatst naar het LOG. Op de Jacobusstraat zijn de ontwikkelingsmogelijkheden van de varkenshouderij beperkt door de korte afstand tot de woonkern. Het was dus voor de gemeente én de ondernemer wenselijk om dit varkensbedrijf verder te ontwikkelen in het landbouwontwikkelingsgebied.

Op 21 september 2012 is een omgevingsvergunning verleend voor de oprichting van een varkenshouderij aan De Horsten 20 (de eerste biggenstal voor 6.250 gespeende biggen). Op 18 mei 2020 is een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de varkenshouderij aan De Horsten 20 én De Horsten 17. Tussen gemeente en ondernemer is op 20 mei 2021 een overeenkomst gesloten over verkoop van gronden door de gemeente aan de ondernemer voor verdere uitbreiding van de varkenshouderij. Hierin is een inspanningsverplichting opgenomen voor de gemeente om het ontwikkelplan qua bestemming en vergunningen mogelijk te maken. Het bestemmingsplan ‘De Horsten’ geeft invulling aan deze inspanningsverplichting.

3 Doelstelling van het bestemmingsplan De doelstelling van het kaderstellende bestemmingsplan ‘De Horsten’ is als volgt: • het planologisch mogelijk maken van uitbreiding van de bestaande varkenshouderij op De Horsten 18-20 (meestal genoemd als De Horsten 20) en De Horsten 17, reguliere ondersteunende bedrijfsactiviteiten zoals voeropslagen en één nieuwe bedrijfswoning op De Horsten ongenummerd en de locatie van voormalige Melkweg 22; • het planologisch verankeren van de bestaande, vergunde varkenshouderij op De Horsten;

• •

Voldoen aan de randvoorwaarde dat het leefklimaat in het dorp Egchel niet mag verslechteren (uitgaande van de milieuvergunningen op peildatum 22 december 2008). Het planologisch verankeren van de bestaande mestscheiding. En aanvankelijk ook uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit en verplaatsen van de mestscheidingsinstallatie naar een nieuw te bouwen loods, maar vanwege de stikstof-jurisprudentie is ervoor gekozen om dit geen onderdeel uit te laten maken van het bestemmingsplan voor vaststelling;

Niet specifiek als doelstelling benoemd door de gemeente, maar wel relevant voor de kaderstelling van het bestemmingsplan, is dat het totale ontwikkelplan van de ondernemer binnen de planologische kaders nog verder uitgewerkt en geconcretiseerd kan worden in één of meerdere vergunningaanvragen. Hiervoor is het van belang dat er voldoende ruimte binnen de bouwvlakken aanwezig is voor een brandveilige situering van de stallen, toekomstige dierwelzijnseisen en/of een keurmerk en er voldoende ruimte aanwezig is voor een optimale ontsluiting en erfindeling.

4 Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Voor het PlanMER is een Notitie reikwijdte en detailniveau (afgekort als NRD) opgesteld. Deze notitie beschrijft de opzet en inhoud van het op te stellen MER. Burgemeester & wethouders van de gemeente Peel en Maas hebben op 22 augustus 2022 ingestemd met de ter inzagelegging van de NRD. De NRD heeft vervolgens ter inzage gelegen van 14 september 2022 tot en met 25 oktober 2022. Iedereen kon een zienswijze geven op de inhoud van de NRD en aangeven wat in het milieueffectrapport moet worden onderzocht. Tijdens het Dorpsoverleg Egchel van 28 september 2022 zijn omwonenden en het dorp Egchel door de gemeente geïnformeerd. Hier waren ongeveer 40 mensen aanwezig. De wettelijke adviseurs, betrokken overheden en maatschappelijke organisaties (onder andere provincie, buurgemeenten, waterschap en de GGD) zijn apart geraadpleegd. 5 De procedure De gemeente Peel en Maas is het bevoegd gezag. Praktisch betekent dit dat het college van burgemeester en wethouders het bestemmingsplan en het MER voorbereidt en dat de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt. De gemeenteraad betrekt bij de besluitvorming het MER en de ontvangen zienswijzen en adviezen. Het ontwerp-bestemmingsplan is op 18 juli 2023 samen met het MER ter inzage is gelegd en iedereen is in de gelegenheid gesteld om binnen 6 weken een zienswijze in te dienen.

De gemeente heeft de wettelijke adviseurs, betrokken overheden en maatschappelijke organisaties gevraagd om een advies over het ontwerp uit te brengen. De Commissie m.e.r. is gevraagd om het MER te toetsen en ook de ontvangen zienswijzen te betrekken in de advisering. Naar aanleiding van het voorlopig toetsingsadvies is een eerste aanvulling op het MER opgesteld met datum 3 juni 2024. Op 29 augustus 2024 heeft de Commissie m.e.r. over het MER inclusief eerste aanvulling op het MER een definitief toetsingsadvies (projectnummer 3751) uitgebracht. Naar aanleiding van het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r., de ingekomen zienswijzen en nieuwe stikstof-jurisprudentie is het bestemmingsplan aangepast en zodanig ingeperkt dat de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan geen grotere milieueffecten hebben dan in het MER plus beide aanvullingen is onderzocht. Dit is beschreven in een tweede aanvulling op het MER van 12 maart 2025. Na het toetsingsadvies zijn enkele belangrijke Raad van State uitspraken gedaan en in navolging hierop heeft de gemeente aanvullend juridisch advies ingewonnen om het aspect stikstof op de juiste wijze te borgen in het bestemmingsplan. De planologische mogelijkheden die worden geboden in het bestemmingsplan zijn vanwege stikstof aanzienlijk ingeperkt ten opzichte van het ontwerp.

De gemeente heeft een Nota van zienswijzen en wijzigingen opgesteld, waarin wordt beschreven hoe de zienswijzen, adviezen en aanbevelingen zijn meegenomen in het bestemmingsplan voor vaststelling. Deze nota is een bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan.

6 Het totale ontwikkelplan van de ondernemer De ondernemer heeft een totaal bedrijfsontwikkelingsplan op hoofdlijnen aangeleverd en wil dit gefaseerd realiseren. Het nieuwe bestemmingsplan moet de planologische kaders bieden, waarbinnen de ondernemer zijn ontwikkelplan verder kan concretiseren en de benodigde omgevingsvergunningen kan aanvragen. De bouwvlakken hebben een totaal oppervlak van ca. 8,7 ha: • • •

Locatie biggen op De Horsten 18-20: ca. 2,8 ha Locatie zeugen op De Horsten 17: ca. 3,1 ha Locatie mestscheiding, bedrijfswoning en overige voorzieningen (dierenverblijven zijn hier uitgesloten): ca. 2,8 ha

Het voorgenomen ontwikkelplan bestaat uit onderstaande onderdelen: a. Naast de al aanwezige stallen zullen nog 3 nieuwe biggenstallen en 3 nieuwe zeugenstallen worden gerealiseerd. Alle stallen worden voorzien van gecombineerde luchtwassers met watergordijn en biologische wasser met een emissiereductie van 85% ammoniak, 45% geur en 80% fijnstof (voormalige BWL 2010.02.V7, nu: OW2010.02). Het totale ontwikkelplan op hoofdlijnen ziet toe op de volgende dieraantallen:

b. Vanwege de toename in mestproductie moet ook de mestopslagcapaciteit uitgebreid worden. De ondernemer wil het aantal mestsilo’s uitbreiden en een mestbassin realiseren. De feitelijke, planologisch legale mestscheiding mag worden voortgezet en betreft het scheiden van drijfmest die is geproduceerd in de bestaande stallen op De Horsten én op de Jacobusstraat 42. Door de drijfmest van ‘thuislocatie’ Jacobusstraat 42 op De Horsten te scheiden worden piekemissies van geur en geluid en mogelijke hinder in het dorp Egchel voorkomen. In het ontwerpbestemmingsplan werd nog uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit en een nieuwe mestscheidingsloods mogelijk gemaakt, maar dit wordt niet meer mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan voor vaststelling, vanwege de stikstof-uitspraken van 18 december 2024. c.

Voor het mengen van enkelvoudige grondstoffen en premixen wil de ondernemer een voerloods en enkele sleufsilo’s realiseren. Er worden geen afvalstoffen uit de levensmiddelenindustrie (bijproducten) verwerkt tot brijvoer.

d. Op dit moment is er nog geen bedrijfswoning aanwezig, maar het plan is om een nieuwe bedrijfswoning te bouwen op het perceel aan de Melkweg (voormalige Melkweg 22), met de voorzijde gericht op de Melkweg. e. De hele inrichting wordt landschappelijk ingepast met bomen en groenelementen die een groene omzoming van het plangebied vormen. Ook worden natuurlijke (waterbuffer)poelen gerealiseerd binnen de inrichting. Dit biedt niet alleen visuele afscherming en extra waterbergingscapaciteit, maar ook een verbetering van de ecologische waarden en de biodiversiteit.

Van de tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten is in het ontwerp-bestemmingsplan al afgezien, in navolging op de resultaten van het MER. Arbeidsmigrantenhuisvesting wordt ook niet mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan voor vaststelling.

Situatieschets van het totale ontwikkelplan op hoofdlijnen (bestemmingsplan voor vaststelling maakt minder mogelijk)

Dierbezetting totale ontwikkelplan (op hoofdlijnen) Rav code

Diersoort

Aantal

De Horsten 20 (biggenstallen 2-3-4-8 zijn hetzelfde uitgevoerd) Bestaand D1.1.15.4 Gespeende biggen 12.960 stal 1+2 Nieuw D1.1.15.4 Gespeende biggen 20.160 stal 3-4-8 De Horsten 17 (alle zeugenstallen zijn hetzelfde uitgevoerd) Bestaand D1.3.12.4 Guste en dragende 835 stal 5 gewijzigd zeugen D1.2.17.4 Kraamzeugen 265 D3.2.15.4 Opfokzeugen 150 D2.4.4 Dekberen 4 Nieuw D1.3.12.4 Guste en dragende 2.505 stal 6-7-9 zeugen D1.2.17.4 Kraamzeugen 795 D3.2.15.4 Opfokzeugen 450 D2.4.4 Dekberen 12 Totaal (afgerond)

Ammoniak [kg NH3]

Geur [Ou]

Fijnstof [gr PM10]

1.296

55.728

194.400

2.016

86.688

302.400

526,05

8.600,5

29.225

344,5 67,5 3,32 1.578,15

4.054,5 1.905 41,2 25.801,5

8.480 4.650 144 87.675

1.033,5 202,5 9,96 7.078

12.163,5 5.715 123,6 200.821

25.440 13.950 432 666.796

Vergunning Wet natuurbescherming van 20 augustus 2020 Voor het totale ontwikkelplan met een ammoniakemissie van afgerond 7.078 kg ammoniak is op 20 augustus 2020 een natuurvergunning in het kader de Wet Natuurbescherming verleend en deze is ook al onherroepelijk. Deze vergunning is een wijziging van de natuurvergunning die op 1 oktober 2015 is verleend op grond van de voormalige Natuurbeschermingswet voor De Horsten 20 voor een ammoniak emissie van afgerond 8.456 kg.

7 Referentiesituatie In een milieueffectrapport worden de milieueffecten vergeleken met een referentiesituatie. De referentiesituatie wordt gevormd door de feitelijke situatie rekening houdend met voorzienbare ontwikkelingen waarover al besluitvorming heeft plaatsgevonden. Niet-gerealiseerd gebruik en illegale situaties horen niet bij de referentiesituatie van het MER. De zeugenstal is op enkele punten afwijkend van de vergunningen gerealiseerd. Ten opzichte van de omgevingsvergunning wijken de dierbezetting en de emissiepunt-parameters af. Ten opzichte van de natuurvergunning wijken alleen de emissiepunt-parameters af. De bestaande dierbezetting in deze zeugenstal is wel in overeenstemming met de dierbezetting in de natuurvergunning van 2020. Met de wijziging van de omgevingsvergunning 1ste fase die op 21 juli 2023 is aangevraagd en op 24 april 2024 in ontwerp is gepubliceerd, beoogt de ondernemer deze stal voor de milieubelastende activiteit (kortgezegd: de milieuvergunning) te legaliseren. Hierbij wordt ten aanzien van de emissiepuntparameters intern gesaldeerd ten opzichte van de natuurvergunning van 2020 en is sinds de Raad van State-uitspraken van 18 december 2024 een (natuur)vergunningplicht met terugwerkende kracht ontstaan.

Doordat deze stal in de periode tussen 1 januari 2022 en 1 januari 2025 is gebouwd en in gebruik is genomen stelt de Afdeling een overgangsperiode van vijf jaar (tot 1 januari 2030) waarin de provincie niet handhavend kan optreden ten aanzien van de natuurvergunning. Dit biedt de ondernemer de mogelijkheid om na het onherroepelijk worden van het nieuwe bestemmingsplan een nieuwe omgevingsvergunning (voor bouw en milieu) in te dienen en de emissiepunt-parameters van deze zeugenstal fysiek in overeenstemming te brengen met de vergunde emissiepunt-parameters in de onherroepelijke natuurvergunning van 2020 en met het onherroepelijke bestemmingsplan. Dit is al meegenomen in de eerste aanvulling op het MER van mei 2024. Formeel maakt de zeugenstal dus geen onderdeel uit van de referentie MER. Woningen en gevoelige functies in de omgeving van het plangebied In de omgeving van het plangebied liggen burgerwoningen, (voormalige) bedrijfswoningen bij veehouderijen, een camping en de woonkern Egchel. Binnen het plangebied zijn geen woningen of andere gevoelige functies aanwezig. Tabel: Afstand plangebied tot bestemmingsvlak gevoelige bestemmingen

Woningen / gevoelige bestemming Karissendijk 10 Rongvenweg 8 Rongvenweg 5 Melkweg 12 Melkweg 5 Melkweg 4a Melkweg 4 Camping T Vosseveld Roggelseweg 131 Woonkern Egchel

Afstand in meters 145 m (de woning ligt op 220 m) 550 m 680 m 550 m 840 m 910 m 990 m 1,15 km 1,15 km

Veehouderij binnen het plangebied De vigerende omgevingsvergunning van 2020 en het ontwerp-besluit om de omgevingsvergunning van 24 april 2024 vormen het uitgangspunt bij het bepalen van de referentiesituatie voor het MER. De bestaande situatie bestaat uit drie deelgebieden met een totaal oppervlak van 26.500 m2 : • Deelgebied 1: twee biggenstallen aan De Horsten 20. • Deelgebied 2: twee mestsilo’s met verharding op het perceel tegenover De Horsten 20. • Deelgebied 3: een zeugenstal aan De Horsten 17. Rondom de gerealiseerde stallen en mestsilo’s zijn de gronden nog in gebruik als landbouwgrond. Tussen deelgebied 2 en 3 ligt een onbebouwd stuk grond met een ven. Dit perceel is eigendom van de gemeente en fungeert als waterbergingsvoorziening. Alle stallen zijn voorzien van een gecombineerde luchtwasser (voormalig BWL 2010.02.V7; nu OW2010.02) met watergordijn en biologische wasser met een emissiereductie van 85% ammoniak, 45% geur en 80% fijn stof. Tabel: Stalemissies in de bestaande situatie

Rav code

Diersoort

De Horsten 20 D1.1.15.4 Gespeende biggen De Horsten 17 D1.1.15.4 Gespeende biggen D3.2.15.4 Opfokzeugen D1.2.17.4 Kraamzeugen D1.3.12.4 Guste en dragende zeugen D2.4.4 Dekberen Totaal

Aantal

Ammoniak [kg NH3]

Geur [Ou]

Fijnstof [gr PM10]

12.960

1.296

55.728

194.400

689 50 212 635

68,9 22,5 275,6 400,05

2.962,7 635 3.243,6 6.540,5

10.335 1.550 6.784 22.225

2

1,66 2.064,71

20,6 69.130,4

72 235.366

Er is toestemming om maximaal 12x per jaar met een mobiele mestscheider in de buitenlucht mest te scheiden in een dunne en dikke fractie. Behalve de ter plaatse geproduceerde drijfmest, wordt hier ook drijfmest van de Jacobusstraat 42 gescheiden. Er wordt op De Horsten geen mest van derden opgeslagen en/of bewerkt. Omdat de mobiele mestscheider in de bestaande situatie in de open lucht wordt geplaatst treden hierbij tijdelijke piekemissies van ammoniak, geur en geluid op. Veehouderij buiten het plangebied De emissies van de veehouderijen die in de omgeving buiten het plangebied liggen zijn relevant voor de cumulatie van milieueffecten die kunnen optreden. • Nabij de woonkern Egchel ligt de varkenshouderij Jacobusstraat 42. Dit bedrijf is van dezelfde eigenaar als de varkenshouderij op De Horsten en gerelateerd aan de ontwikkeling op De Horsten. Er zijn voor deze locatie geen contractuele afspraken over bedrijfsverplaatsing of beëindiging. • De nertsenhouderijen Karissendijk 7 en 9 (gekoppeld bouwvlak) zijn feitelijk beëindigd. Ten zuiden van het afwateringskanaal ligt in de gemeente Leudal ook nog een beëindigde nertsenhouderij. Omdat de nieuwe functies nog niet bekend zijn ten tijde van opstellen van dit MER wordt nog uitgegaan van de aanwezige vergunde rechten.

• Een voorzienbare ontwikkeling waarover ten tijde van opstellen van het MER en de Aanvulling MER nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden, is uitbreiding van het naastgelegen bedrijf Rongvenweg 14. Dit is ook een ontwikkelende veehouderij binnen het LOG. Voor deze locatie is al een tijd een aanvraag omgevingsvergunning in procedure, maar hierover is ten tijde van het opstellen van dit MER nog geen besluit genomen. In het MER is voor deze veehouderij naast de vergunde situatie ook de aanvraag (gewijzigde aanvraag van april 2024) betrokken in de effectbeoordeling voor geur in relatie tot leefklimaat.

Leidingen Door het plangebied loopt de bovengrondse 380 kV hoogspanningslijn Maasbracht – Boxmeer. Binnen het plangebied liggen geen buisleidingen. Natuurgebieden Natura2000 gebieden liggen op 5,5 km (Leudal) en verder. Het dichtstbijzijnde gebied wat deel uitmaakt van het Natuurnetwerk ligt op circa 1,1 km van het plangebied. Beschermingsgebieden Het plangebied ligt niet in een boringsvrije zone, waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied. In het plangebied zijn geen aardkundige, cultuurhistorische of archeologische waarden aanwezig. Waterhuishouding In en nabij het plangebied liggen de waterlopen Egchelhoekerbeek en Egchelbeek. Deze waterlopen zijn op de legger aangeduid als ‘primair water’. De gemeente heeft in het midden van het plangebied een waterbergingsvoorziening aangelegd, waarin alleen het schone hemelwater van de varkenshouderij aan De Horsten wordt opgevangen. Bodemkwaliteit In opdracht van de gemeente zijn in het verleden bodemonderzoeken uitgevoerd voor het LOG Egchelse Heide en met name voor de voormalige locatie Melkweg 22, waar de nieuwe bedrijfswoning is voorzien. De locatie Melkweg 22 is in 2021 als 'onverdacht' aangemerkt. Sindsdien zijn de onbebouwde en onverharde gronden alleen landbouwkundig in gebruik en is de kwaliteit van de bodem niet veranderd.

8 Te beschouwen alternatieven De locatieafweging heeft al uitgebreid plaatsgevonden in de visie- en besluitvorming ten aanzien van het LOG Egchelse Heide en destijds al in een m.e.r.-procedure onderzocht. Voor het MER is het van belang om ten aanzien van het kaderstellende bestemmingsplan de bandbreedte aan mogelijke milieueffecten in kaart te brengen die op kunnen treden bij het volledig benutten van de planologische ruimte die in het bestemmingsplan geboden wordt. Het alternatievenonderzoek maakt inzichtelijk welke deel van het ontwikkelplan met de huidige kaders direct planologisch toegestaan kan worden en welk deel op dit moment (nog) niet. In het MER zijn de volgende twee scenario’s onderzocht en vergeleken met de referentiesituatie: 1. het maximale ontwikkelscenario (op basis van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan, rekening houdend met gestelde kaders zoals het stikstofplafond); 2. het uitvoerbaar scenario (het deel van het totale ontwikkelplan dat vergunbaar is binnen de huidige milieugrenzen en beleidskaders).

Maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan In het bestemmingsplan zijn verschillende kaders opgenomen, met name een strikte stikstofplafondregeling waarbinnen interne saldering niet is toegestaan, maximale geur- en geluidsnormen, een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijk inpassing, een locatieaanduiding voor de nieuwe bedrijfswoning en een belemmeringenstrook aan weerswijzen van de hoogspanningsleiding). Met de opgenomen kaders wordt invulling gegeven aan het advies van de Commissie m.e.r. en aan zienswijzen die zijn ingediend op het ontwerp-bestemmingsplan.

9

Milieueffecten en effectbeoordeling

8.1 Verkeer Met de uitbreiding in aantallen varkens nemen de verkeersbewegingen ook toe. Dit is geen evenredige toename, omdat schaalvoordelen benut worden. Alle stallen op De Horsten worden met pijpleidingen aangesloten op de mestsilo’s. De drijfmest van Jacobusstraat 42 wordt per as aangevoerd en tijdelijk opgeslagen in het nieuwe mestbassin. De opgeslagen drijfmest wordt gescheiden in een dunne en dikke fractie. Het aantal verkeersbewegingen in de bestaande situatie en in het totale ontwikkelplan is gebaseerd op kengetallen en praktijkcijfers. Het plan heeft geen nadelig effect op de verkeersveiligheid. Tabel: Geschatte maximale zware transportbewegingen per jaar in de bestaande situatie en planvoornemen (indicatief)

Mest Bestaand, vergund Planvoornemen

1.224 1.900

Aantal geschatte zware transportbewegingen (indicatief) Voer Dieren Overig Totaal geschat Totaal geschat per jaar gemiddelde per week 240 954 104 2.522 48 760 1.740 312 4.712 91

8.2 Natuur De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2024 vervallen en beleidsneutraal overgegaan naar de Omgevingswet. Het ontwerp-bestemmingsplan is vastgesteld voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet en valt daardoor onder het overgangsrecht. Dit betekent dat het bestemmingsplan wordt vastgesteld op basis van het oude recht, waaronder de voormalige Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De afstanden tot de dichtstbij gelegen Natura 2000-gebieden: • Leudal (Habitatrichtlijngebied) ca. 5,3 km. • Swalmdal (Habitatrichtlijngebied) ca. 6,8 km • Deurnsche peel & Mariapeel (Vogel- en Habitatrichtlijngebied) ca. 7,4 km • Groote Peel (Vogel- en Habitatrichtlijngebied) ca. 8,3 km • Sarsven en De Banen (Habitatrichtlijngebied) ca. 10,9 km • Duitse Natura 2000 gebieden ca. 11,5 km Gezien de afstanden van het plangebied tot de Natura2000 gebieden en de aard van de activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt zijn nadelige effecten voor Natura2000 gebieden door stikstofdepositie niet uit te sluiten en kunnen ‘overige effecten’ wel worden uitgesloten. In het bestemmingsplan is een stikstofplafond opgenomen, waarbinnen de ondernemer zijn ontwikkelingsplan moet concretiseren.

Het stikstofplafond wordt gevormd door de feitelijke, planologisch legale situatie, met als enige uitzondering hierop de één-op-één ingepaste onherroepelijke natuurvergunning (van 2015, gewijzigd in 2020). Als extra waarborg, naast de stikstofplafondregeling en de één-op-één inpassing van de natuurvergunning, zijn ook de stikstofemissies zoals vergund in de gewijzigde natuurvergunning van 2020 opgenomen als maximale stikstofemissies in de planregels. Voor het bestemmingsplan is een voortoets uitgevoerd en bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. De voortoets is een analyse van effecten voor Natura2000 gebieden waarbij ook wordt toegelicht dat er redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten zijn over de gevolgen van het bestemmingsplan waardoor een nieuwe passende beoordeling nodig zou zijn. In de voortoets wordt de actuele stikstof-jurisprudentie uiteengezet en wordt uitgegaan van de juridische regeling met beperkende kaders in het bestemminhgsplan voor vaststelling. De meest belangrijke uitspraken voor dit bestemmingsplan zien toe op de werking van emissiearme stalsystemen en op intern salderen in relatie tot de (natuur)vergunningplicht:

De Raad van State oordeelt in een uitspraak van 18 september 2024 dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan twijfels aan de effectiviteit van emissiearme stalsystemen niet relevant hoeft te zijn (ECLI:NL:RVS:2024:3758) en geen rol hoeven te spelen bij het vaststellen van een bestemmingsplan. De vraag of een emissiearm stalsysteem voldoende effectief is, hoeft niet te worden beantwoord zolang het bestemmingsplan geen toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie toestaat. De Raad van State oordeelt in twee uitspraken van 18 december 2024 (uitspraak Rendac zaaknummer 202201311/1/r2 en uitspraak Amercentrale zaaknummer 202200383/1/r2 ) dat in een voortoets voor een project (vergunningenspoor) niet intern gesaldeerd mag worden en daarvoor een passende beoordeling nodig is. Hierdoor wordt interne saldering weer vergunningplichtig. De voorwaarden voor interne saldering zijn ook aangescherpt en een vergunning kan ook bij interne saldering alle verleend worden als voldaan wordt aan het additionaliteitsvereiste (aantonen dat de inzet van de referentiesituatie voor interne saldering niet ook nodig is om natuur te behouden, herstellen of verslechtering te voorkomen).

Ten gevolge van de RvS-uitspraken van 18 december 2024 zijn de maximale mogelijkheden van het onderhavige bestemmingsplan aanzienlijk ingeperkt, ook al zien deze uitspraken toe op de projecttoets voor vergunningen en wordt er niets gezegd over de gevolgen van deze uitspraken voor de plantoets. Intern salderen is hierdoor niet mogelijk binnen dit bestemmingsplan. Ten aanzien van de mestscheiding is alleen nog maar voortzetting van de feitelijke bestaande, planologisch legale mestscheiding toegestaan. Stikstofeffecten door NOx zijn ondergeschikt aan de stikstofeffecten ten gevolge van NH3 uit stallen. In de natuurvergunning van 2020 zijn stallen en verkeer vergund. Deze vergunning ziet toe op een emissie van 7.077,58 kg NH3/jaar en 13,58 kg NOx/jaar. De stikstofdepositie is berekend in de meest actuele versie van Aerius Calculator (V2024.1.2) en met de actuele emissiefactoren voor stallen en verkeer. Voor verkeer zijn de emissiefactoren gedaald. De onherroepelijke natuurvergunningen (van 2015, gewijzigd in 2020) worden allebei één-op-één ingepast in het bestemmingsplan in combinatie met een planregel op basis waarvan een toename in stikstofemissie en -depositie niet wordt toegestaan.

Toename in stikstofemissie is alleen toegestaan als hiervoor geen interne saldering nodig is en de stikstofdepositie ten gevolge van het hele project op stikstofgevoelige habitattypen in Natura2000 gebieden niet toeneemt (geen stikstofdepositie groter dan afgerond 0,00 mol N/ha/jaar). Voor activiteiten die geen onderdeel uitmaken van de één-op-één ingepaste natuurvergunning, met name de mestscheidingsactiviteit, geldt dat er geen toename van stikstofdepositie mag optreden ten opzichte van de feitelijk bestaande, planologische legale situatie. Op basis van de stikstofregeling in het bestemmingsplan is intern en extern salderen uitgesloten en daardoor is geen passende beoordeling nodig voor dit bestemmingsplan. Er is vanwege de gefaseerde realisatie ruimte voor tijdelijke toenames van NOx-emissie tijdens de realisatiefasen. De ongeveer 217 kg NOx/jaar aan stikstofgebruiksruimte is voldoende voor (tijdelijke) NOx-emissies door verkeer of mobiele werktuigen, zonder dat dit leidt tot een toename in stikstofdepositie in Natura2000-gebieden groter dan afgerond 0,00 mol N/ha/jaar. Natuurnetwerk Op het dichterbij gelegen Natuurnetwerk is de toename van stikstofdepositie van het planvoornemen groter dan op de Natura2000 gebieden. Binnen het Natuurnetwerk komen stikstofgevoelige habitattypen voor, waarvoor beheerdoelen zijn vastgesteld.

Stikstofdepositie is een drukfactor voor stikstofgevoelige vegetaties in het Natuurnetwerk. De stikstofdepositie neemt toe ten gevolge van de mogelijkheden van het bestemmingsplan. Echter niet alleen de stikstofdepositie, maar ook de ruimtelijke condities en de milieu-en watercondities in het natuurgebied zijn van belang voor de betreffende beheertypen. Als de depositietoename ten gevolge van het bestemmingsplan voor vaststelling wordt afgezet tegen de heersende achtergronddepositie dan is de depositietoename zeer gering ten opzichte van de bestaande

situatie. De natuurgebieden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Limburg worden niet beschermd tegen de mogelijk nadelige stikstofeffecten ten gevolge van de externe werking van een bestemmingsplan. De provincie Limburg geeft aan dat de omgevingsverordening beschermingsregels bevat die alleen gelden voor ontwikkelingen in het Natuurnetwerk. Het bestemmingsplan De Horsten maakt geen ontwikkelingen in het Natuurnetwerk mogelijk en dus gelden de beschermingsregels niet voor dit bestemmingsplan. Soortenbescherming In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen altijd sprake van effecten voor planten en dieren. De wetgeving kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd. Provincies hebben de bevoegdheid om vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor niet beschermde soorten geldt een zorgplichtbepaling. Binnen het plangebied is in 2019 en 2023 in opdracht van de gemeente door de IVN (afdeling Helden) een quickscan flora en fauna met veldbezoek uitgevoerd. Door het IVN is aangegeven dat er geen bijzonderheden aanwezig zijn binnen het plangebied.

Aanvullend is in april 2024 een flora- en faunaonderzoek met veldbezoek gedaan door een ecoloog van adviesbureau Aelmans Milieu BV, waarbij ook de omgeving en de registraties in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn betrokken. In het rapport is vermeld op welke manier het plangebied gebruikt wordt door beschermde flora en fauna. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan geen negatieve invloed heeft op beschermde soorten onder de Omgevingswet en dat het landschappelijke inpassingsplan zorgt voor meer groen en ecologische waarden en daardoor een positief effect heeft voor de biodiversiteit en de flora en fauna. Bij naleving van de zorgplicht en het landschapsplan is er ten aanzien van flora en fauna (soorten) geen sprake van een overtreding van de Omgevingswet. 8.3 Geur De gemeente Peel en Maas heeft sinds 1 oktober 2015 de Verordening op grond van de Wet geurhinder en veehouderij in werking. Deze geurverordening stelt een geurnorm van 5,5 Ou voor een bufferzone tussen de woonkern Egchel en het landbouwontwikkelingsgebied. Deze bufferzone heeft een sturende functie met als doel het voorkomen van verslechtering van het leefklimaat in de woonkern Egchel. Verder gelden de landelijke geurnormen van 3 Ou voor de bebouwde kom en 14 Ou in het buitengebied. Aan deze geurverordening ligt een geurgebiedsvisie ten grondslag.

Voor de kern Egchel is in een Raadsbesluit vastgelegd dat bij de beoogde gebiedsontwikkeling in het LOG de leefbaarheid in het dorp Egchel voorop staat en dat het woon- en leefklimaat minimaal gelijk moet blijven (peildatum is 22 december 2008) => een milieukwaliteit van ‘redelijk goed’ uitgaande van de milieukwaliteitscriteria van de Handreiking Wgv. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere intensieve veehouderijen die mogelijk nog ontwikkelen en de cumulatieve milieugebruiksruimte benutten. Als de varkenshouderij aan De Horsten in fasen verder zal uitbreiden en voor de laatste fase(n) over enkele jaren pas een omgevingsvergunning gaat aanvragen, dan is de achtergrondbelasting geur op dat moment bepalend voor de vergunbaarheid en kan het niet uitgesloten worden dat door tussentijdse uitbreiding van andere bedrijven de achtergrondbelasting van geur in de kern Egchel dusdanig is toegenomen, dat bij iedere volgende toename het woon- en leefklimaat verslechtert t.o.v. peildatum 2008. In dat geval kan de ondernemer niet alle stallen realiseren of moet hij binnen de beschikbare geurruimte het totale ontwikkelplan aanpassen naar minder varkens. Het bestemmingsplan biedt het planologisch kader, maar reserveert geen geurruimte.

De geurruimte was ten tijde van het opstellen van de beleidskaders voor het LOG groter, omdat toen de geuremissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers nog gebaseerd waren op 85% geurreductie. Intussen is dit bijgesteld naar 45% geurreductie voor biologische gecombineerde luchtwassers. Dit type luchtwasser wordt als geur reducerende maatregel aangemerkt als Best Beschikbare Techniek (BBT).

Tabel: Geuremissies in scenario’s

Referentie MER

Geur

Vergund 2020

55.728

69.130

Totaal

Uitvoerbaar scenario (indicatief)

ontwikkelplan

met standaard diameter 1m *

200.821

140.427

(OU/m3)

(60.394 Ou minder dan totaal plan)

* Conform Handleiding V-stacks Vergunning een standaard emissiepunt-diameter van 1,0 m

Het uitvoerbaar scenario wordt gevormd door de indicatieve geuremissie waarbij nog voldaan kan worden aan de geldende geurnormen op basis van de huidige geuremissiefactoren voor de gecombineerde biologische luchtwassers en dezelfde situering en dimensionering van de emissiepuntparameters als in de één-op-één ingepaste natuurvergunning (2015, gewijzigd 2020). De geuremissie in het uitvoerbaar scenario is bepaald met een indicatieve optimalisatieberekening waarbij de berekende voorgrondbelasting nog net binnen de geldende voorgrondnormen valt. Tabel: Berekende voorgrondbelasting geur uit stallen in scenario’s (V-stacks Vergunning v2020)

Berekende voorgrondbelasting geur (OU/m3)

Meest bepalende geurgevoelige

Geurnorm

Referentie

Bestaand

objecten per

voorgrond

MER

vergund

deelgebied

Bestemmingsplan

Uitvoerbaar

maximaal

scenario

(totale ontwikkeling)

(indicatief)

Karissendijk 10

14

8,8

10,2

20,8 (19,4*)

14 (13,1*)

Melkweg 11

14

1,7

2,3

7,0 (6,8*)

4,4 (4,8*)

Melkweg 12

14

1,8

2,4

7,2 (7,0*)

4,6 (5,0*)

Rongvenweg 8

5,5

1,6

2,4

7,7 (7,5*)

4,8 (5,5*)

Karissendijk 4

5,5

1,1

1,4

4,4 (4,4*)

2,8 (3,1*)

Jacobusstraat 37

3

0,9

1,2

3,8 (3,7*)

2,4 (2,7*)

Jacobusstraat 16

3

1,0

1,3

4,0 (4,0*)

2,5 (2,8*)

Doorbrand 2 Neer

10

1,3

1,5

4,1 (4,0*)

2,5 (2,7*)

(gem. Leudal) * Berekening met standaard ep-diameter 1m (gewijzigde invoerinstructie V-stacks Vergunning)

Ten aanzien van de voorgrondbelasting is op basis van de huidige geuremissiefactoren de burgerwoning Karissendijk 10 de beperkende woning. Pas als de geuremissiefactoren van gecombineerde luchtwassers (voldoende) worden verlaagd in de Regeling geurhinder en veehouderij kan de laatste fase van het totale ontwikkelplan gerealiseerd worden. Aangezien er vanuit het Rijk concrete onderzoeken en trajecten lopen voor verbetering van de werking van gecombineerde luchtwassers en certificering is het niet ondenkbaar dat binnen 10 jaar alsnog mogelijkheden ontstaan voor volledige realisatie. De ondernemer kan binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan ook voor een andere bedrijfsopzet kiezen met minder varkens en voorsorteren op toekomstige dierwelzijnseisen, bijvoorbeeld vrijloopkraamhokken of meer m2 leef-oppervlak per varken. Kanttekening: de ondernemer kan binnen dit bestemmingsplan vanwege de strenge stikstof-planregeling geen emissiepunt-parameters wijzigen, maar heeft wel de mogelijkheid om deze te wijzigen in een aanvraag om een omgevingsvergunning (vergunning voor het buitenplans afwijken van dit bestemmingsplan). Door optimalisering (wijziging) van emissiepuntparameters kan de geurbelasting op woningen in de omgeving wel verder verlaagd worden.

Achtergrondbelasting geur Met wettelijk aangewezen verspreidingsmodel V-stacks gebied v2020 is de indicatieve achtergrondbelasting van geur berekend. Hierbij is rekening gehouden met vergunde geuremissies van

veehouderijen binnen een straal van 2 km rondom woningen in het buitengebied en de woonkern Egchel en defaultwaarden voor de emissiepunt-parameters zoals geregistreerd in het KRD (voorheen: BVB). Voor het planvoornemen, de naastgelegen varkenshouderij Rongvenweg 14 en nog enkele andere intensieve veehouderijen in de omgeving zijn voor meer nauwkeurigheid de specifieke vergunde emissiepuntparameters gebruikt. Tabel: Indicatieve achtergrondbelasting geur uit stallen in scenario’s

Berekende indicatieve achtergrondbelasting geur (OU/m3)

Meest bepalende geurgevoelige

Geurnorm

Referentie MER

objecten per

voorgrond

feitelijk, planologisch

deelgebied

Vergund

Maximaal scenario

legaal

totaal ontwikkelplan **

Karissendijk 10

14

21,2

21,7

Melkweg 12

14

29,9

30,5

Rongvenweg 8

5,5

19,8

20,1

Karissendijk 4

5,5

10,1

10,2

Jacobusstraat 37

3

10,2

10,4

Jacobusstraat 16

3

9,4

9,5

Doorbrand 2 Neer

10

7,1

7,3

30,2 32,8*

33,4 34,3*

21,3 20,8*

11,6 11,2*

11,5 11,0*

10,9 10,5*

(gem. Leudal)

9,5 9,3*

* Met aanvraag omgevingsvergunning van april 2023 voor uitbreiding Rongvenweg 14. Nog geen ontwerp-besluit, dus alleen voor de beeldvorming opgenomen. Gegevens aanvraag kunnen afwijken van toekomstig (ontwerp-)besluit. ** Voor De Horsten 17 en 20 (planvoornemen) is gerekend met de werkelijke ep-diameter overeenkomstig de één-op-één ingepaste natuurvergunning

Geur en leefklimaat Voor de kern Egchel is vastgelegd dat bij de ontwikkeling van het LOG de leefbaarheid in het dorp voorop staat en het leefklimaat minimaal gelijk moet blijven t.o.v. peildatum 22 december 2008. Dit is een milieukwaliteit van ‘redelijk goed’ uitgaande van de milieukwaliteitsklassen in de Handreiking Wgv. De achtergrondbelasting van geur in de woonkern Egchel mag hierdoor niet hoger mag worden dan 13,1 OU. De aanwezige ‘geurgebruiksruimte’ is niet exclusief voor het onderhavige bestemmingsplan, maar kan ook benut worden door andere veehouderijen in de omgeving. Dit betekent dat de ondernemer bij iedere aanvraag om een omgevingsvergunning op basis van de op dat moment actuele vergunningengegevens moet aantonen dat het leefklimaat in het dorp Egchel niet verslechtert ten opzichte van de (milieu)vergunde situatie op peildatum 22 december 2008. Het is dus niet uitgesloten dat de aanwezige ‘geurgebruiksruimte’ tussentijds geheel of gedeeltelijk is benut door een andere veehouderij. Dit is een ondernemersrisico. In het MER is ook rekening gehouden met de aangevraagde ontwikkeling van de naastgelegen varkenshouderij aan de Rongvenweg 14 (aanvraag d.d. april 2023).

Ook al is de uitbreiding van dit bedrijf nog niet vergund, uit het MER valt wel te concluderen dat de ontwikkelingen op De Horsten en Rongvenweg 14 uitvoerbaar zijn zonder dat het leefklimaat in Egchel verslechtert. In een toekomstige aanvraag om een omgevingsvergunning zal de ondernemer een eventueel genomen besluit voor Rongvenweg 14 moeten betrekken in de cumulatieve berekening van de achtergrondbelasting.

Tabel: Leefklimaat geur uit stallen in scenario’s

Meest bepalende

Leefklimaat o.b.v. milieukwaliteitscriteria

geurgevoelige

Bijlage 6 en 7 Handreiking Wgv

objecten per

Geurnorm

Referentie MER

deelgebied

voorgrond

feitelijk, planologisch legaal

Vergund

Bestemmingsplan maximaal uitgaande van regels voor vaststelling totaal ontwikkelplan

Karissendijk 10

14

tamelijk slecht

tamelijk slecht

tamelijk slecht

Melkweg 12

14

slecht

slecht

slecht

Rongvenweg 8

5,5

matig

tamelijk slecht

tamelijk slecht

Karissendijk 4

5,5

redelijk goed

redelijk goed

redelijk goed

Jacobusstraat 37

3

redelijk goed

redelijk goed

redelijk goed

Jacobusstraat 16

3

redelijk goed

redelijk goed

redelijk goed

Doorbrand 2 Neer

10

goed

goed

redelijk goed

slecht*

(gem. Leudal) * Met aanvraag omgevingsvergunning van april 2023 voor uitbreiding Rongvenweg 14. Nog geen ontwerp-besluit, dus alleen voor de beeldvorming opgenomen. Gegevens aanvraag kunnen afwijken van toekomstig (ontwerp-)besluit.

De achtergrondbelasting van geur neemt toe ten gevolge van het totale ontwikkelplan, maar leidt ter plaatse van de woonkern Egchel niet tot verslechtering van het leefklimaat. Door in de regels van het bestemmingsplan een maximale achtergrondbelasting van maximaal 13,1 OU op te nemen voor de woonkern Egchel (overeenkomstig de begrenzing in de geurverordening) wordt in het bestemmingsplan gewaarborgd dat het leefklimaat in de woonkern Egchel niet kan verslechteren ten opzichte van het leefklimaat op de peildatum in 2008 en worden kaders uit het raadsbesluit van 2008 vertaald en juridisch geborgd in de planregels van het bestemmingsplan. Om ook de woningen buiten de woonkern Egchel (in het buitengebied) bescherming te bieden tegen onaanvaardbare geurhinder is gekozen om in het bestemmingsplan voor vaststelling voor het buitengebied een maximale achtergrondbelasting van 28,3 OU op te nemen in de planregels. Voor Melkweg 12 is als enige uitzondering de huidige vergunde achtergrondbelasting van 30,5 OU opgenomen als maximum. Vergund recht dient namelijk gerespecteerd te worden in een nieuw bestemmingsplan om planschade te voorkomen. Hiermee wordt de huidige toetsingswijze van de gemeente Peel en Maas bij ontwikkelingen van veehouderijen geïmplementeerd en juridisch verankerd in het bestemmingsplan.

De geadviseerde maximale waarden voor de achtergrondbelasting van geur liggen hoger dan de gezondheidskundige advieswaarden die door de GGD worden geadviseerd. De eerder genomen besluiten over de invulling van het landbouwontwikkelingsgebied passen niet bij deze gezondheidskundige advieswaarden. Geur door mestscheiding Omdat alleen nog maar de voortzetting van de feitelijke bestaande, planologisch legale mestscheiding mogelijk wordt gemaakt is er geen wijziging van geureffecten ten gevolge van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voor vaststelling maakt geen uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit mogelijk. De bestaande mestscheiding vindt plaats op meer dan 100 meter van woningen van derden.

8.4 Fijn stof en endotoxinen De achtergrondconcentratie fijn stof (PM10) lag volgens de Grootschalige Concentratiekaart Nederland (GCN) in en rondom het plangebied en de kern Egchel in 2019 rond 17-18 µg/m3, in 2020 rond 16 µg/m3 en in 2023 rond 14-15 µg/m3. In 2020 is er een positief effect door minder verkeer ten tijde van de Covid19 lockdowns. Tussen 2019 en 2023 is lokaal de fijnstofbelasting van de nieuwste stallen binnen het plangebied erbij gekomen en zijn ook andere grootschalige varkenshouderijen in de directe omgeving ontwikkeld. Verder zijn in 2020/2021 nertsenhouderijen gestopt, onder andere direct ten noordwesten van het plangebied. En zijn er varkenshouderijen gestopt met een positief effect op de woonkern Egchel. De bronbijdrage van de veehouderijen aan de totale heersende achtergrondconcentratie fijnstof PM10 is opgeteld beperkt tot < 1 µg/m3 en lokaal van aard. De gezondheidskundige advieswaarden worden wel overschreden, zoals in alle ‘vee-rijke’ gebieden. Met het planvoornemen neemt de fijn stof emissie toe, maar de toename van de concentratie fijnstof ter plaatse van woningen is beperkt vanwege de afstand. Waar de toename plaatsvindt bevinden zich geen woningen van derden, waardoor de bijdrage fijnstof aan de achtergrondconcentratie als neutraal wordt beoordeeld.

Er zijn geen verhoogde gezondheidsrisico’s ten gevolge van endotoxinen uit stallen en die ontstaan ook niet in het planvoornemen. Zowel in de bestaande situatie als in het planvoornemen worden gecombineerde biologische luchtwassers toegepast, wat aangemerkt kan worden als de best beschikbare technieken voor de reductie van fijn stof uit stallen. Verkeer De verkeersgeneratie neemt op basis van kengetallen toe met 3.590 verkeersbewegingen per jaar. (weekdaggemiddelde: 10 verkeersbewegingen). Om te bepalen of de NO2- en PM10-emissie ten gevolge van de toename in verkeersbewegingen aan te merken is als ‘Niet In Betekenende Mate’ is de NIBM-tool 2024 van het Ministerie van I&M gebruikt. Hieruit wordt geconcludeerd dat de verkeersbewegingen ten gevolge van het hele planvoornemen niet in betekende mate bijdragen aan de concentratie fijnstof. De emissies door verkeer zijn te verwaarlozen t.o.v. emissies uit stallen. Mestscheiding Bij transport en opslag van (vloeibare) drijfmest en dunne fractie en het mestscheidingsproces treedt geen emissie van fijnstof op. Bij opslag van dikke fractie in de buitenlucht kan wel (fijn)stofemissie plaatsvinden, maar dit is bij de bestaande mobiele mestscheiding en opslag van dikke fractie in de buitenlucht incidenteel en tijdelijk (afvoer binnen een week) en lokaal van aard.

Indien nodig kan de dikke fractie worden afgedekt of worden bevochtigd om verstuiving te voorkomen. Endotoxinen Voor endotoxinen gelden in de gemeente Peel en Maas geen lokale toetsingskaders. De gezondheidskundige WHO-advieswaarde bedraagt maximaal 30 EU/m3. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet beoordeeld worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en deze advieswaarde kan hiervoor gebruikt worden. Voor het omrekenen van de fijnstof emissie naar een worstcase endotoxinen-risicocontour (afstand in meters) is het ‘Brabantse’ Endotoxine toetsingskader 1.0 als hulpmiddel gebruikt. De milieugebruiksruimte ten aanzien van endotoxinen wordt bepaald door Karissendijk 9 en 11 (bedrijfswoningen bij vergunde veehouderijen). De nieuwe bedrijfswoning op De Horsten hoeft niet beschermd te worden tegen emissies vanuit de eigen stallen. Er is ten aanzien van endotoxinen voldoende milieugebruiksruimte aanwezig. 8.5 Geluid Bij het aspect geluid in het ruimtelijk spoor gaat het om bescherming van mensen tegen geluidhinder, maar ook tegen gezondheidseffecten door geluid. In de ruimtelijke ordening wordt voor functies deels bescherming tegen geluid geboden door de Wet geluidhinder (Wgh) en deels door de Wro/Wabo (in het kader van een goede ruimtelijke ordening).

Door de gemeente Peel en Maas is geen gemeentelijk geluidbeleid voor het plangebied vastgesteld. Het plangebied ligt niet op of nabij een gezoneerd industrieterrein of binnen zone voor railverkeerslawaai. Milieuzonering De VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering hanteert voor varkenshouderijen een richtafstand voor geluid van maximaal 50 meter. De bedrijfswoning Karissendijk 9 ligt op ca. 100 meter van de bestemming intensieve veehouderij. Andere woningen van derden liggen op meer dan 200 meter afstand van de bestemming intensieve veehouderij. Op basis van milieuzonering is er voldoende afstand tussen de milieubelastende activiteiten in het planvoornemen en bestaande woningen. Dit geeft aan dat ten aanzien van geluid milieugebruiksruimte aanwezig is. Wegverkeerslawaai In een akoestisch onderzoek is de gevelbelasting onderzocht voor de nieuwe bedrijfswoning. De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op De Horsten overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet op het perceel waar de nieuwe bedrijfswoning is beoogd. De functieaanduiding ‘bedrijfswoning toegestaan’ is zo gesitueerd dat er geen hogere waarde voor wegverkeerlawaai van de Melkweg aangevraagd hoeft te worden en ook voldaan kan worden aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012.

Circulaire beoordeling geluidhinder wegverkeer (indirecte hinder) Indirecte hinder door de verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is niet aan de orde, aangezien op De Horsten en aan de splitsing met de Melkweg geen woningen van derden aanwezig zijn. Op de Melkweg gaat het inrichtingsgebonden verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Bij de eerste woning van derden onderscheidt dit verkeer zich niet meer in snelheid en rij- en stopgedrag van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (directe hinder) De geluidsbelasting door de varkenshouderij aan De Horsten moet aan de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening worden getoetst. Dit betreft met name de ventilatoren en laad- en losactiviteiten binnen de inrichting. Er is genoeg milieugebruiksruimte aanwezig om, al dan niet met maatregelen, aan de geluidsnormen te voldoen. Nader geluidsonderzoek naar industrielawaai is pas aan de orde in het vergunningenspoor. Omdat het een kaderstellend bestemmingsplan betreft zijn in de regels van het bestemmingsplan maximale geluidsgrenswaarden opgenomen. Dit waarborgt dat, ongeacht de locatie van geluidsbronnen, er geen geluidhinder kan optreden ten gevolge van het bestemmingsplan.

Gekozen is om voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau aan te sluiten bij de geluidsvoorschriften die zijn opgenomen in de geldende omgevingsvergunning van 14 mei 2020. 8.6 Gezondheid Hoewel er al het nodige onderzoek is uitgevoerd, bestaan er ook nog veel vragen over de relatie tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. In de afgelopen jaren is er in Nederland groot onderzoek uitgevoerd onder de naam Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO). Gemeenten hebben ondersteuning in de belangenafweging gekregen in de vorm van de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid’. Om de gezondheidsrisico’s van veehouderijen te beperken, heeft de GGD een aantal adviezen uitgebracht. Het gaat onder meer om het instellen van een minimumafstand van 250 meter tussen veehouderijen en woningen en het verplichten van bedrijven om hun geur en fijnstofuitstoot te beperken. De GGD-adviezen kunnen als handvatten dienen bij de besluitvorming door het bevoegd gezag. Er ligt in het beoogde plan slechts één burgerwoning binnen een afstand van 250 meter. Karissendijk 10 ligt op 220 meter. Kern Egchel ligt op 1,1 km afstand. De grote afstand tot woningen en woonkernen is ook de reden dat dit gebied als LOG is aangewezen. Dit is in lijn met de GGD-adviezen.

In het bestemmingsplan wordt alleen het houden van varkens toegestaan, zodat het uitgesloten is dat op De Horsten diersoorten kunnen worden gehouden met mogelijk nadeligere effecten voor de volksgezondheid, met name pluimvee en geiten. Daarnaast zijn de dieraantallen per diercategorie vastgelegd in de regels. Hiermee wordt volledig invulling gegeven aan het voorlopig advies van de commissie m.e.r. Mestscheiding In de emissies van mestscheidingsinstallaties kunnen dezelfde contaminanten worden verwacht als in stalemissies. Onderzoeken hebben tot op heden niet geleid tot het vaststellen van direct aanwezige risico’s voor de gezondheid. In het de bestaande situatie wordt de mest gescheiden in een dunne en dikke fractie. Met het bestemmingsplan wordt alleen de bestaande mestscheidingsactiviteit voortgezet. Deze activiteit is een kleine emissiebron op ruime afstand van woningen en veroorzaakt geen nadelige effecten voor de gezondheid van omwonenden. Spuitzones Het bestemmingsplan voorziet niet in boom-, vaste planten-, bloemen- of bollenteelt. Er wordt wel een nieuwe bedrijfswoning planologisch mogelijk gemaakt gericht op de Melkweg. Aan de overzijde van de Melkweg liggen agrarische percelen. Er zijn twee kadastrale percelen die binnen een afstand van 50 meter van de aanduiding waar de bedrijfswoning mogelijk wordt gemaakt.

Slechts een gedeelte van deze percelen liggen binnen een grens van 50 meter. Op basis van jurisprudentie wordt in de praktijk een spuitzone voor bebouwing aangehouden van 50 meter, gemeten vanaf de bestemmingsgrens. Deze 50 meter geldt als een richtafstand waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Het gedeelte van de percelen binnen de 50 meter staat te boek als 'blijvend grasland' in BRP Gewaspercelen. Feitelijk is er al langer dan 5 jaar sprake van (blijvend) grasland. Het is niet aannemelijk dat er andere teelten op dit deel van betreffend perceel plaats zal gaan vinden. Hiermee is geen sprake van onaanvaardbare risico's voor de gezondheid van de toekomstige bewoners van de bedrijfswoning voor wat betreft het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Hoogspanningsleiding en indicatieve magneetveldzone In het plangebied loopt de bovengrondse 380 kV lijn Maasbracht – Boxmeer. De indicatieve magneetveldzone van deze hoogspanningslijn is 115 meter aan weerszijde van de hartlijn. Deze zone overlapt een groot deel van het plangebied. Het Rijk adviseert bij bestaande hoogspanningslijnen te voorkomen dat kinderen langdurig blootgesteld worden aan magneetvelden sterker dan 0,4 microtesla. De GGD adviseert in zijn algemeenheid om hier langdurig verblijf van kinderen zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden.

De nieuwe bedrijfswoning is geschikt voor een gezin met kinderen en is daarom buiten de indicatieve magneetveldzone gesitueerd met een specifieke aanduiding. Verder geldt er aan weerszijden een belemmeringenstrook van 36 waar de leidingbeheerder voorwaarden stelt aan bouwwerken. Naar aanleiding van een zienswijze van de leidingbeheerder Tennet wordt in het bestemmingsplan opgenomen dat binnen deze belemmeringenstrook een omgevingsvergunning alleen kan worden afgegeven als een positief advies van de leidingbeheerder is verkregen. 8.7 Klimaatadaptatie en verduurzaming Binnen het plangebied zijn geen grootschalige duurzame energiebronnen aanwezig en deze maken ook geen onderdeel uit van het plan. De nieuwbouw wordt mogelijk voorzien van zonnepanelen. Meekoppelmogelijkheden binnen het gebied zijn niet onderzocht voor de ontwikkelscenario’s. De bestaande centrale waterbergingsvoorziening van de gemeente is aanvullend berekend op basis van T=100 (op advies van het waterschap). Ook bij deze norm heeft de bestaande waterbergingsvoorziening voldoende waterbergingscapaciteit voor de totale ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt.

Uitgaande van T=100 is de waterbergingsopgave afgerond 8.661 m3. De aanwezige waterbergingsvoorziening heeft een waterbergingscapaciteit van 9.525 m3. Alleen de kavels binnen het plangebied zijn en worden in de bestaande en beoogde situatie op deze waterbergingsvoorziening afgekoppeld. Hiermee wordt voldaan aan de actuele waterbergingsopgave. Met natuurlijke poelen wordt er ook nog ruim 900 m3 aan extra waterbergingscapaciteit op eigen terrein gerealiseerd. De realisatie van deze natuurlijke waterbufferpoelen is gewaarborgd in de planregels van het bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van het landschappelijk inpassingsplan inclusief oplegnotitie. 8.8 Landschappelijke inpassing Voor het totale planvoornemen is een landschappelijk inpassingsplan uitgewerkt. In dit plan staan de beheer- en inrichtingsmaatregelen in fases uitgewerkt. Het oppervlak te realiseren landschappelijke inpassing bedraagt meer dan 10% van het totale oppervlakte bouwvlak. Het landschappelijk inpassingsplan voorziet in bijna 8.800 m2 aan groenelementen en natuurlijke poelen die ook een waterbergingsfunctie kunnen hebben. Met dit landschappelijke inpassingsplan wordt invulling gegeven aan het Kwaliteitskader Buitengebied van de gemeente Peel en Maas. 8.9 Externe veiligheid Aan de hand van de provinciale risicokaart is de aanwezigheid van risicobronnen beoordeeld.

Hieruit blijkt dat het plangebied buiten invloedsgebieden van Bevi-bedrijven, wegen en spoorwegen ligt. De beoogde herontwikkeling van het plangebied heeft geen negatieve gevolgen voor de inzet van hulpdienstverleningen en zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied. De Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft de gemeente geadviseerd over het planvoornemen. Dit advies wordt bij het MER en het bestemmingsplan bijgevoegd. De geadviseerde maatregelen bevorderen de zelfredzaamheid in het plangebied en kunnen de effecten van ongevallen reduceren tot een omvang die beter beheersbaar of bestrijdbaar wordt geacht door de hulpverleningsdiensten.

9

Vergelijking milieueffecten

Totale effectscores t.o.v. referentie MER

Criterium

Realistisch scenario

Maximaal scenario

-

-

Verkeer Verkeersbewegingen Natuur (gebieden en soorten) Uitgaande van stikstofplafondregeling in het bestemmingsplan

Stikstofdepositie op Natura2000 t.o.v. referentie MER

-

-

Stikstofdepositie op Natura2000 t.o.v. referentie plantoets

0

0

Stikstofdepositie op Wav-gebieden en overige natuur

-

-

Verdroging in natuurgebieden

0

0

Soortenbescherming – flora en fauna

0/+

0/+

Ecologische waarde binnen het plangebied

+

+

Geur Toepassen best beschikbare technieken

+

+

Geuremissie uit stallen

-

--

Geuremissie door mestscheiding

0

0

Voorgrondbelasting: Uitgaande van gemeentelijke geurnormen •

Woonkern Egchel

0/-

0/-

•

Buffergebied

-

-

•

Overig buitengebied

-

-

Achtergrondbelasting: •

Woonkern Egchel

0/-

0/-

•

Buffergebied

0/-

0/-

•

Overig buitengebied

0/-

0/-

Leefklimaat: -

Woonkern Egchel

0

0

-

Buffergebied

0

0

-

Overig buitengebied

0

0

Fijnstof en endotoxinen Fijnstof emissie

-

-

Bedrijfsvoering – bijdrage fijn stof en endotoxinen

0

0

Verkeer – bijdrage fijn stof

0

0

Industrielawaai - directe hinder

0

0

Verkeersaantrekkende werking - indirecte hinder

0

0

Wegverkeerslawaai nieuwe gevoelige objecten

0

0

Verduurzaming

0/+

0/+

Klimaatadaptatie

0

0

Veehouderij en gezondheid totaal plangebied

-

-

- ammoniak

-

-

- fijnstof en endotoxinen

0

0

- magneetvelden nieuwe bedrijfswoning

0

0

- externe veiligheid

0

0

Bodem en water

0

0

Cultuurhistorie en archeologie

0

0

Geluid

Klimaatadaptatie en verduurzaming

Gezondheid

Overige milieuaspecten

++ zeer positief + positief 0/+ licht positief 0 neutraal 0/- licht negatief - negatief - - zeer negatief

10 Leemten in kennis Dit MER bevat voldoende informatie voor de besluitvorming over het kaderstellende bestemmingsplan. Concretisering van het ontwikkelplan om te voldoen aan de kaders en actuele wet- en regelgeving vindt plaats in de vervolgprocedures voor vergunningverlening. Leemten in kennis zien met name toe op de onzekerheden omtrent de ontwikkeling van het stikstofbeleid, aanpassing van landelijk geurbeleid en de verwijderingsrendementen van gecombineerde luchtwassers. 11 Monitoring en evaluatie De wijze van monitoring en evaluatie moet met name gericht zijn op waarborgen dat de berekende milieubelasting en het daaraan gekoppelde aanvaardbare leefklimaat behaald wordt en controleerbaar en handhaafbaar is voor de gemeente. Met een evaluatieprogramma kan worden getoetst in hoeverre de daadwerkelijk optredende effecten overeenkomen met de in het MER voorspelde effecten. Wanneer de daadwerkelijke effecten afwijken van de voorspelde effecten, kan het evaluatieprogramma het bevoegd gezag aanleiding geven om effect te reduceren of ongedaan te maken. Dit kan bijvoorbeeld door het opleggen van extra maatregelen. Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning een monitoringsplicht opnemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=bdafc17c-0a8c-4d8d-997a-245368210163