2025-059 03 Overzicht met wijzigingen actualisatie ten opzichte van huidige verordening
Tekst van het document
BIJLAGE BIJ RAADSVOORSTEL ‘ACTUALISATIE ERFGOEDVERORDENING’: Wijzigingen Verordening Erfgoed versus Verordening Erfgoed 2025 Hoofdstuk en artikel (Erfgoedverordening 2025)
Erfgoedverordening
Erfgoedverordening 2025
Toelichting
Intitulé
Gelet op het bepaalde in artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Gelet op artikel 3.16 van de Erfgoedwet en de Omgevingswet
Hoofdstuk 1 artikel 1 Hoofdstuk 1 artikel 1
begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder: 1. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1. eerste lid van Omgevingswet. 2. monument: a. onroerende zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, zijn betekenis voor de wetenschap, zijn cultuurhistorische waarde of zijn archeologische waarde; b. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder a. 3. archeologisch monument: monument, bedoeld in onderdeel b, onder 2. 4. cultuurgoed: roerende zaken die deel uitmaken van cultureel erfgoed. Een verzameling cultuurgoederen bestaat uit objecten die vanuit cultuurhistorisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar horen. 5. gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister. 6. gemeentelijk erfgoedregister: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument of beschermd gemeentelijk archeologisch monument aangewezen zaken. 7. rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in het Rijksmonumentenregister. 8.
kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente, parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt
definities In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder: 1. gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; monument: onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; archeologisch monument: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen; 2. cultureel erfgoed: cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1. van de Omgevingswet; cultureel erfgoed: monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet 3.
kerkelijk monument: kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 6, derde lid van deze verordening; kerkelijk monument: monument dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging; 4. gemeentelijk beschermd stads- en dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel
De verordening is naast de Erfgoedwet eveneens geënt op de relevante onderdelen van de Omgevingswet Gangbaardere term Aantal definities aangepast conform modelverordening en relevante definities.
1
voor de uitoefening van de eredienst. 9. gemeentelijk beschermd stads- en dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 16 van deze verordening. 10. gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid van deze verordening. 11. gemeentelijk beschermde verzameling: verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, tweede lid van deze verordening. 12. gemeentelijke adviescommissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet, genaamd Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Deze commissie heeft in ieder geval tot taak te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, voor zover het andere dan archeologische monumenten betreft. Binnen deze commissie zijn enkele leden deskundig op het gebied van monumentenzorg, die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een rijksmonument. 13.
cultuurhistorisch onderzoek: een onderzoek resulterend in een schriftelijke rapportage naar de architectuurhistorische, bouwhistorische, interieurhistorische, kleurhistorische, tuin- of landschapshistorische, historisch- stedenbouwkundige, wetenschappelijke en/of cultuurhistorische ontwikkeling en waarde van een beschermd rijks- of gemeentelijk monument of groepen van onroerende zaken en/of terreinen. 14. archeologisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd veldonderzoek naar de materiële neerslag van menselijke aanwezigheid en menselijk handelen in het verleden. 15. gemeentelijke archeologische waardenkaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van dit grondgebied,
1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 16 van deze verordening; stads- of dorpsgezicht: groepen van onroerende zaken, van algemeen belang vanwege hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich een of meer monumenten bevinden; 5. gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid van deze verordening ; cultuurgoed: roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; 6. gemeentelijk beschermde verzameling: verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, tweede lid van deze verordening; verzameling: cultuurgoederen die uit cultuurhistorisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar horen; 7. minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 8. omgevingsvergunning : vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stadsof dorpsgezicht.
2
waarop de archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven. 16. plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden. 17. programma van eisen: programma dat door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek. 18. eigenaren: degenen die in de openbare registers als eigenaren en zakelijk gerechtigden van een onroerend monument zijn ingeschreven; 19. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas. 20. minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 21. selectiecriteria: door de raad vastgestelde criteria te hanteren bij procedures ter aanwijzing van een onroerend monument tot beschermd gemeentelijk monument of een terrein tot beschermd gemeentelijk archeologisch monument. 22. omgevingsvergunning : vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stadsof dorpsgezicht. 23. beschermd object: een object dat van algemeen belang is wegens zijn ruimtelijkhistorische samenhang en/of architectuurhistorische, architectonische, bouwhistorische en/of cultuurhistorische waarden.
De beschermde objecten hebben een beschermde status, onderverdeeld in verschillende waarde categorieën. 24. beeld ondersteunend object: bescherming voor- en straatgevel. Deze waarde categorie heeft een basiskwaliteit en is daardoor beeld- en of ruimtelijk ondersteunend. 25. beeld bepalend object: bescherming exterieur, zoals beschreven in de redengevende omschrijving. Deze categorie is
3
beeld bepalend binnen het aanzicht van een straat of gebied. 26. karakteristiek object: bescherming in- en exterieur. Uitgebreide redengevende omschrijving van het exterieur is verplicht evenals een bouwhistorisch onderzoek bij grote wijzigingen waardoor op dat moment ook het interieur in beeld wordt gebracht. Deze categorie betreft objecten die opvallen binnen het aanzicht van een straat of gebied of die een zeer bijzondere vormgeving kennen. 27. waardevol cultuurhistorisch element: dit cultuurhistorische elementen die van bijzondere waarde zijn zoals kerken, kruisen en kapellen, transformatorhuisjes, waterpompen en dergelijke. onderhoud: werkzaamheden die noodzakelijk zijn om een monument in goede staat te brengen dan wel in de bestaande staat te houden en/of toekomstig groot onderhoud en kostbare restauraties te voorkomen of te verminderen. 28. restauratie: werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van een monument en die het onderhoud, bedoeld in artikel 1 onder d van deze verordening te boven gaat. 29. bouwhistorisch waardevolle elementen: historische constructies of elementen in het interieur of interieur van een historisch gebouw, die vanwege ouderdom, gaafheid en zeldzaamheid van bouwhistorische en cultuurhistorische waarden zijn. Hoofdstuk 2 artikel 3
-
Hoofdstuk 2 artikel 3
Lid 3. Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een gemeentelijk beschermd cultuurgoed of een gemeentelijk beschermde verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vragen burgemeester en wethouders advies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.18 van de Erfgoed Lid 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder
Hoofdstuk 3 artikel 5
Toegevoegd: Lid 3. Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de eigenaar vereist. Lid 4. Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een gemeentelijk beschermd cultuurgoed of een gemeentelijk beschermde verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vragen burgemeester en wethouders advies aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Lid 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een beoogd monument of beoogd archeologisch
Aangepast conform modelverordening.
Aanpassing benaming commissie vanwege consistentie terminologie
Toevoeging ‘beoogd’ om duidelijk verschil te maken tussen aangewezen en
4
belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument. Hoodstuk 3 artikel 5
Hoofdstuk 3 artikel 5
Hoofdstuk 3 artikel 5
Hoofdstuk 3 artikel 6
Hoofdstuk 3 artikel 6
Lid 3. Een besluit tot aanwijzing als gemeentelijk monument, als bedoeld in lid 1, wordt onderbouwd met een redengevende omschrijving. Dit is een letterlijke beschrijving van de uiterlijke kenmerken van het object. De beschrijving omvat ten minste het bouwjaar, bouwstijl en bekende historische gegevens. Lid 4. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een cultuurhistorisch waardevol object dat van algemeen belang is wegens zijn ruimtelijkhistorische samenhang en/of architectuurhistorische, architectonische, bouwhistorische en/of cultuurhistorische waarden aanwijzen als beschermd object. De beschermde objecten hebben een beschermde status, onderverdeeld in verschillende waarde categorieën, namelijk: a. Beeld ondersteunend object: bescherming voor- en straatgevel. b. Beeld bepalend object: bescherming exterieur, zoals beschreven in de redengevende omschrijving. c. Karakteristiek object: bescherming in- en exterieur. d. Waardevol cultuurhistorisch element: dit zijn cultuurhistorische elementen die van bijzondere waarde zijn zoals kerken, kruisen en kapellen, transformatorhuisjes, waterpompen en dergelijke. Lid 6: Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een monument als beschermd monument of beschermd object bepalen, dat cultuurhistorisch onderzoek wordt verricht. Lid 1.
Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet -
monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument. -
(nog) niet-aangewezen monumenten
-
De waardecategorieën: ‘beeldondersteunend object’, ‘beeldbepalend object’, ‘karakteristiek object’ en ‘waardevol cultuurhistorisch object’ zijn verwijderd vanwege ontbreken juridische borging van de bescherming
Lid 4: Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een monument als beschermd monument bepalen, dat cultuurhistorisch onderzoek wordt verricht. Lid 1. Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan degenen die om aanwijzing hebben verzocht en alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. Lid 2. Degenen die om aanwijzing hebben verzocht en alle zakelijke gerechtigden kunnen binnen de termijn die in het voornemen wordt genoemd schriftelijk hun zienswijze kenbaar maken bij het college.
Vanwege consistentie terminologie verwijderd
Verwijderd, komt elders terug in verordening
Toegevoegd: aan degenen die om aanwijzing hebben verzocht. Omdat de aanvrager ook een belanghebbende is.
Toegevoegd. De mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op het voornemen tot aanwijs. Deze ontbrak in de oorspronkelijke verordening.
5
Hoofdstuk 3 artikel 6
Lid 2. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar.
Hoofdstuk 3 artikel 7
Lid 2: De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of het besluit om het object niet te registreren in het gemeentelijk erfgoedregister Lid 1: Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste en vierde lid, advies aan een gemeentelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Peel en Maas. -
Hoofdstuk 3 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 8 Hoofdstuk 3 artikel 9
Hoofdstuk 3 artikel 9
Hoofdstuk 3 artikel 9
Lid 2: De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijk monument, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijk monument. Lid 3: Het college maakt zijn besluit tot aanwijzing als beschermd gemeentelijke monument of als beschermd gemeentelijk archeologisch monument binnen vier weken na de datum van het besluit schriftelijk bekend aan alle zakelijke gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. Lid 4: De zakelijke gerechtigden en degenen die om aanwijzing hebben verzocht kunnen binnen zes weken na de dag van verzending van de kennisgeving bedoeld in het derde lid van dit artikel schriftelijk hun zienswijze kenbaar maken bij het college.
Hoofdstuk 3 artikel 10
Lid 1. De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
Hoofdstuk 3 artikel 10
Lid 2. Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Lid 3. Na het voornemen en voordat een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van deze verordening definitief wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg met de eigenaar Lid 2: De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of het besluit om het monument niet te registreren in het gemeentelijk erfgoedregister Lid 1: Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste en vierde lid, advies aan de commissie ruimtelijke kwaliteit zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Peel en Maas. Lid 3. De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert binnen 8 weken Lid 2: De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijk monument, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een redengevende omschrijving van het gemeentelijk monument. -
Verduidelijking van het moment waarop een gesprek plaatsvindt met de eigenaar van een kerkelijk monument.
Lid 4: De zakelijke gerechtigden en degenen die om aanwijzing hebben verzocht kunnen binnen zes weken na de dag van verzending van het besluit als bedoeld in het eerste lid van artikel 10 van deze verordening, schriftelijk hun bezwaar kenbaar maken bij het college. Lid 1. Het college maakt zijn besluit tot aanwijzing als beschermd gemeentelijke monument of als beschermd gemeentelijk archeologisch monument schriftelijk bekend aan alle zakelijke gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
Aanpassing term ‘zienswijze’ in ‘bezwaar’ omdat het een reactie op een definitief besluit betreft.
Lid 2. Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing binnen 4 weken in
Wenselijk om grip te houden en een termijn te bepalen
Aanpassing term ‘object’ in ‘monument’
Aanpassing term ‘gemeentelijke adviescommissie’ in ‘commissie ruimtelijke kwaliteit’ vanwege consistentie terminologie
Toegevoegd: termijn waarbinnen adviescommissie adviseert Aanpassing term ‘beschrijving’ in ‘redengevende omschrijving’
Verplaatst naar artikel 10 vanwege leesbaarheid
Samenvoeging van twee artikelen in één artikel
6
Hoofdstuk 3 artikel 11
Lid 1. In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 8 wordt in dat geval aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument.
Hoofdstuk 3 Artikel 12
Lid 2: Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is hoofdstuk 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. Artikel 14. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument en beschermde objecten Het is verboden een gemeentelijk monument of beschermd object te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. Artikel 14. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument en beschermde objecten Lid 1: Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument of een beschermd object: Lid 2 sub b: alleen inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument of beschermd object dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft; Lid 3: In de volgende gevallen kan er een uitzondering worden gemaakt op het bepaalde in lid 1: een beschermd object in de waarde categorie “karakteristiek”. Deze waarde categorie betreft integraal beschermd erfgoed van Peel en Maas, inclusief het interieur. Een omgevingsvergunning is van toepassing voor wijzigingen aan de interne structuur en waardevolle interieurelementen, wijzigingen aan het exterieur zoals de gevelafwerking en sloop of gedeeltelijk afbreken.
Hoofdstuk 4 kopje
Hoofdstuk 4 artikel 13
Hoofdstuk 4 artikel 14
het gemeentelijk erfgoedregister. Lid 1. In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument. Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden bezwaar maken. In afwijking van artikel 8 wordt in dat geval aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument. Lid 2. Als de wijziging betrekking heeft op het schrappen uit het register, is hoofdstuk 3 overeenkomstig van toepassing, tenzij het (archeologisch) monument waarop de aanwijzing betrekking heeft, als zodanig is tenietgegaan. Artikel 14. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument
Voor de leesbaarheid toegevoegd dat tegen dit besluit bezwaar kan worden gemaakt.
Herschreven t.b.v. leesbaarheid
Overbodige term ‘en beschermde objecten’ verwijderd.
Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
Overbodige term ‘of beschermde object’ verwijderd.
Artikel 14. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument
Overbodige term ‘of beschermde objecten’ verwijderd.
Lid 1: Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument:
Overbodige term ‘of een beschermd object’ verwijderd.
Lid 2 sub b: alleen inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft; -
Overbodige term ‘of beschermd object’ verwijderd.
Verwijderd omdat betreffende waardecategorieën niet zijn opgenomen in de geactualiseerde verordening
7
-
een beschermd object in de waarde categorie “beeld bepalend”. Deze waarde categorie betreft de bescherming van het exterieur, zoals beschreven in de redengevende omschrijving. Deze categorie is beeldbepalend binnen het aanzicht van een straat of gebied. Een omgevingsvergunning is enkel van toepassing bij onder andere de gevelafwerking en bij sloop of gedeeltelijk afbreken. Hiervoor geldt dezelfde bescherming als karakteristieke bouwwerken met dien verstande dat alleen de buitenzijde beschermd is en wel het gedeelte dat vanaf de openbare weg zichtbaar is (façadezorg). Deze delen zijn beschreven in de redengevende omschrijving. een beschermd object in de waarde categorie “beeld ondersteunend”. Deze waarde categorie betreft de bescherming van de voor- /straatgevel. Deze categorie heeft een basiskwaliteit en is daardoor beeld- en of ruimtelijk ondersteunend. Een omgevingsvergunning is enkel van toepassing bij sloop of gedeeltelijk afbreken. een beschermd object in de waarde categorie “waardevol cultuurhistorisch element”. Voor deze waarde categorie geldt dezelfde bescherming als voor een karakteristiek object. Dit betekent dat er een omgevingsvergunning van toepassing is voor wijzigingen aan interne structuur en waardevolle interieurelementen, wijzigingen aan het exterieur zoals de gevelafwerking en sloop of gedeeltelijk afbreken.
Lid 4: Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van
Lid 3: Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een ontheffing van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van
Aanpassing ‘vrijstelling’ in ‘ontheffing’ omdat het hier om maatwerk gaat en geen algemene bepaling.
8
Hoofdstuk 4 artikel 15
Hoofdstuk 5 artikel 18
Hoofdstuk 6 kopje
handelingen bedoeld in het tweede lid. -
Lid 1: De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 16, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 16, tweede en derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. -
handelingen bedoeld in het tweede lid. Artikel 15. Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning gemeentelijke monumentenactiviteit: Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument; b. de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en c. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument. Lid 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 17, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 17, tweede en derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. Hoofdstuk 6. Bescherming gemeentelijk beschermd stadsof dorpsgezicht Lid 1. Het is in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen of het aangezicht te verstoren. .
Hoofdstuk 6 artikel 19
Lid 1. Het is in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen.
Hoofdstuk 7
-
Hoofdstuk 7. Beeldbepalend stads- of dorpsgezicht of object
Hoofdstuk 7 artikel 19
-
Artikel 20. Relatie met het Programma Ruimtelijke Kwaliteit Naast bescherming op basis van deze verordening als gemeentelijk monument of beschermd stads- of dorpsgezicht kunnen er op basis van het vigerende Programma Ruimtelijke Kwaliteit eisen van welstand gelden voor een beeldbepalend object of perceel dat beschermingswaardig is.
Ingevoegd artikel over aanvraagvereisten omgevingsvergunning is nodig voor een ‘soepele’ aansluiting op het Omgevingsplan waarin straks de Erfgoedverordening gaat landen. NB. Het oude artikel 15 is artikel 16 geworden ten gevolge van het invoegen van dit nieuwe artikel.
Aanpassing verwijzing naar artikel 17 ipv art 16 i.v.m. hernummering
Invoegen kopje vanwege leesbaarheid Toevoeging: ‘of het aangezicht te verstoren’ waardoor er een ruimere bescherming is dan enkel bescherming tegen sloop. Hiermee kunnen b.v. ook ongewenste ingrepen zoals dakkapellen worden voorkomen. Ingevoegd hoofdstuk waarin relatie met welstandstoets wordt gemaakt Toevoeging artikel specifiek om te verwijzen naar de mogelijkheid om aanvullende voorwaarden te stellen voor objecten en percelen met bepaalde erfgoedwaardes zonder deze een officiële status te geven. De basis hiervoor ligt in het Programma Ruimtelijke Kwaliteit zoals dat ook voor beeldbepalende dorpsgezichten is geregeld.
9
Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 8 artikel 23
Hoofdstuk 6. Handhaving en toezicht -
Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Hoofdstuk 9 artikel 23
Artikel 21. Intrekken oude verordening De Erfgoedverordening Peel en Maas 2014 wordt ingetrokken
Hoofdstuk 9 artikel 25
Hoofdstuk 9 artikel 26 Toelichting
Lid 1. Een krachtens Erfgoedverordening Peel en Maas 2014 aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. Het gemeentelijk erfgoedbeleid verandert. De bundelingen van wetgeving in één Erfgoedwet en de invoering van de Omgevingswet stimuleren zowel een meer integraal gemeentelijk erfgoedbeleid als de erkenning dat erfgoed een integraal onderdeel is van (de kwaliteit van) de fysieke leefomgeving. De gemeente Peel en Maas heeft er daarom voor gekozen om vooruitlopend op de Omgevingswet erfgoedbeleid te ontwikkelen. Daarbij is gekozen om de bescherming van erfgoed te laten plaatsvinden middels waarde categorieën en niet middels een gemeentelijke monumentenstatus. Dit is (tijdelijk) vastgelegd in deze verordening. Zodra de Omgevingswet in werking treedt en er een overgang plaatsvindt naar het gebruik van een omgevingsplan worden de objecten die nu beschermd zijn middels de Erfgoedverordening gemeente Peel en Maas opgenomen in het omgevingsplan. De bescherming heeft ook betrekking op enkele grotere gebouwen waarvan de instandhouding en herbestemming niet zonder steun van gemeente en provincie mogelijk is. De provincie Limburg subsidieert alleen erfgoed dat formeel is
Hoofdstuk 8. Handhaving en toezicht Artikel 22. Hardheidsclausule Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van deze verordening naar het oordeel van burgemeester en wethouders zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in deze verordening. Hoofdstuk 9. Slotbepalingen Artikel 23. Intrekken oude verordening De Erfgoedverordening Peel en Maas vastgesteld d.d. 10-102023 wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze nieuwe Erfgoedverordening ingetrokken. Lid 1. Een krachtens eerdere Erfgoedverordening of andere regelgeving aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt. Het gemeentelijk erfgoedbeleid verandert. De bundelingen van wetgeving in één Erfgoedwet en de invoering van de Omgevingswet stimuleren zowel een meer integraal gemeentelijk erfgoedbeleid als de erkenning dat erfgoed een integraal onderdeel is van (de kwaliteit van) de fysieke leefomgeving. De gemeente Peel en Maas heeft er daarom voor gekozen om, vooruitlopend op vaststellen van een grondgebiedsdekkend omgevingsplan, erfgoedbeleid vast te leggen. Dit is (tijdelijk) vastgelegd in deze verordening.
Zodra een definitief omgevingsplan wordt vastgesteld, wordt het cultureel erfgoed dat nu beschermd is middels de Erfgoedverordening gemeente Peel en Maas 2025 opgenomen in het omgevingsplan.
Aanpassing nummering Toevoeging van hardheidsclausule zodat college in bepaalde gevallen kan afwijken van de verordening. Dit is een standaardbepaling in onze verordeningen.
Aanpassing vanwege logische nummering Duidelijke verwijzing naar verordening die wordt ingetrokken
Verruiming eerdere verordening. Er is ook erfgoed aangewezen ten tijde van eerdere verordeningen.
Aanpassing datum inwerkingtreding Toelichting aangepast aan de huidige situatie. Dat wil zeggen: de omgevingswet is in werking en hier vloeien verplichtingen uit voort zoals het opstellen van een gebiedsdekkend omgevingsplan waarin erfgoed een plaats krijgt.
10
aangewezen tot gemeentelijk monument. Om deze reden voorziet deze verordening in de mogelijkheid om gemeentelijke monumenten aan te wijzen. Artikelnummers gehele verordening
Vanwege invoegen, weglaten en herschikken van artikelen zijn artikelen hernummerd. Daar waar tevens inhoudelijke wijzigingen waren zijn deze hierboven genoemd. De artikelen die enkel een nieuw nummer hebben gekregen zijn niet meegenomen in deze opsomming.
11