2025-056 03 Kadernota 2026 Peel en Maas
Tekst van het document
Inhoud 1.
Inleiding
4
2.
Financiële paragraaf
7
Bijlage A: Financiële uitgangspunten
12
Bijlage B: Voorgenomen investeringen en claims 2026
13
2
1.
Inleiding
Peel en Maas bouwt door Voor u ligt de laatste Kadernota van deze bestuursperiode. Een periode waarin we met lef en vertrouwen hebben gebouwd aan een duurzaam, divers en zelfsturend Peel en Maas. We hebben de afgelopen jaren in documenten als deze geregeld aandacht moeten besteden aan de grillige tijden waarin we met elkaar verkeren. Of het nu de nasleep van de coronacrisis was, de oorlogen in Oekraïne en Gaza of de verschuivende geopolitieke verhoudingen die we nu ervaren; dynamiek en hectiek tekenden de afgelopen jaren en tekenen waarschijnlijk ook de komende jaren. De recente val het kabinet draagt ook niet bij aan rust en stabiliteit in ons land. Ook in deze grillige tijden willen we doorbouwen aan een Peel en Maas waarin het nu en in de toekomst goed leven is. Met lef en vertrouwen gebouwd De afgelopen jaren hebben we in waardevol samenspel met betrokken inwoners, ondernemers en organisaties veel moois bereikt.
Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van een aantal onderwijshuisvestingsprojecten, de oprichting van HAL9, onze rolzuivere bijdrage aan de uitvoering van een aantal door dorpen opgestelde dorpsontwikkelingsvisies, het realiseren van noodopvang is Maasbree, de toevoeging van in totaal 265 woningen in 2023 en 2024, het verruimen van mogelijkheden voor woning- en kavelsplitsing, het duurzamer en verkeersveiliger maken van onze wegen en het intensiveren van het gesprek over mentale gezondheid van de jeugd. Maar ook aan de volgende stappen die we hebben gezet in onze regionale ontwikkeling, goede klanttevredenheidscijfers, een aantal prachtige ‘Samenspelbijeenkomsten’ en – last but not least – het op een bij ons passende manier herijken van onze kaderstellingen. Natuurlijk kwamen er in deze periode – ook door een aantal ontwikkelingen waar wij geen grip op hebben zoals bijvoorbeeld netcongestie en wetgeving van de Rijksoverheid – genoeg uitdagingen op ons pad. Zo blijft het versnellen op de woningmarkt een pittige opgave en dat geldt bijvoorbeeld ook voor het zetten van volgende stappen met ons lokaal werk- en ontwikkelbedrijf of het huisvesten van statushouders. We realiseren ons dan ook zeer zeker dat er nog voldoende werk aan de winkel is en blijft.
Een robuust fundament Vanaf het ontstaan van Peel en Maas hebben we met elkaar een stevig fundament gelegd; op inhoudelijk vlak en op financieel vlak. Door ons stevige financieel fundament konden we de gemeentelijke belastingen voor inwoners, ondernemers en organisaties laag houden en tegelijkertijd investeren in bijvoorbeeld goede voorzieningen, verkeersveiligheid en wonen. Ook lukte het ons de afgelopen jaren om onze spaarpot voor moeilijkere tijden goed te vullen: het totaal aan reserves is in deze bestuursperiode met zo’n € 15 miljoen gegroeid. Dit robuuste fundament is iets dat we mogen koesteren. Om op dit fundament met lef en vertrouwen verder te bouwen is het nodig om met elkaar scherpe keuzes te maken. Onze financiële situatie wordt uitdagender We zien dat onze financiële situatie de komende jaren onzeker blijft. Dat komt met name voort uit onzekerheid op de langere termijn over de inkomsten die we van de Rijksoverheid ontvangen en de mate van beleidsvrijheid die we hebben bij de besteding van deze rijksmiddelen. We zien daarnaast dat we te maken hebben met een aantal autonome ontwikkelingen die stevig doorwerken op onze financiële situatie.
Met name de ontwikkeling van de RUD, de volumegroei en hogere tarieven in het sociaal domein, het opvangen van statushouders en het moeten ophogen van het budget voor toekomstige majeure investeringen zoals in onderwijshuisvesting hebben zo hun effect. Dit alles vraagt om alertheid en het waar nodig maken van gerichte keuzes. De door de raad herijkte kaderstellingen geven daarbij houvast en richting. In het meerjarenperspectief dat staat opgenomen in deze kadernota zijn we voor de jaren 2026 en 2027 – in lijn met de saldi die we kennen vanaf het ontstaan van Peel en Maas – nog in staat een positief saldo te presenteren. Vanaf 2028 moeten we de voorziene toevoeging aan de algemene reserve inzetten om negatieve saldi te voorkomen. In 2026 en 2027 kunnen we nog wel € 2 miljoen ‘sparen’ maar vanaf 2028 vervalt die financiële ruimte.
3
Ook het perspectief voor 2026 en 2027 staat onder druk. Als de Rijksoverheid bij de Voorjaarsnota bijvoorbeeld niet was gekomen met de – overigens niet meer dan terechte en nog steeds beperkte – aanvulling op het Gemeentefonds, dan hadden ook wij al vanaf 2026 stevige keuzes moeten maken om ons huishoudboekje gezond te houden. Om onze financiën ook de komende jaren zo duurzaam mogelijk te houden, stellen we in deze kadernota het volgende voor: - We gaan terughoudend om met verhoging van de lokale lasten. Daarmee houden we de lokale lasten in de traditie van Peel en Maas relatief laag; - In tegenstelling tot de afgelopen jaren waarin we jaarlijks konden sparen om zo een mooie en veilige buffer op te bouwen om tegenvallers op te vangen, lukt dat ons – op basis van de huidige inzichten – vanaf 2028 niet meer. Peel en Maas bouwt door Op het robuuste fundament dat we met elkaar hebben gelegd bouwen we graag met lef en vertrouwen door aan een Peel en Maas waarin het nu en in de toekomst goed leven is. Dat willen we doen op een manier die bij Peel en Maas past, gestaag en met onze kernwaarden in het achterhoofd. Dat betekent dat we bouwen met aandacht voor wat gemeenschappen, wijzelf en de ecologie kunnen dragen. En met aandacht voor de ruimte die ons wordt geboden door onze financiële positie. Goed leven in Peel en Maas vraagt dat er voor alle inwoners een fijne plek is om te wonen.
We zien in heel het land dat dit niet vanzelfsprekend is; de woningmarkt piept en kraakt. Dat zorgt ervoor dat wonen al jaren bovenaan de overheids- én gemeenschapsagenda staat. Het Woonmanifest dat we in 2024 ontvingen, gaf op een mooie manier woorden aan het perspectief van gemeenschappen hierop en zorgde voor goede gesprekken tussen betrokkenen vanuit de kernen en vanuit ons Huis. De komende jaren staan in het teken van het wegwerken van het woningtekort dat in het afgelopen decennium is ontstaan. Met het toevoegen van woningen hopen we vooral de starter die nu nog thuis woont een plek te kunnen bieden en doorstroming op gang te brengen door het toevoegen van woningen voor senioren. Dit maken we het liefst mogelijk zonder dat we daarvoor veel regels nodig hebben. De afgelopen jaren is Peel en Maas met 1.000 woningen gegroeid. Dat zijn net zoveel woningen als heel Koningslust en Egchel bij elkaar. Die groei zetten we ook de komende jaren door, waardoor op termijn het inwonersaantal kan stijgen naar 50.000. We groeien niet door klakkeloos woningen toe te voegen, maar zorgen ervoor dat alle dorpen er beter en mooier van worden. Wat willen we gaan doen? Omdat het natuurlijke bevolkingscijfer – het aantal geboorten min het aantal overlijdens – al jaren daalt, zal de groei voornamelijk afhankelijk zijn van binnenlandse en buitenlandse migratie.
Daarnaast zijn er meer woningen nodig doordat de samenstelling van huishoudens verandert, gezinnen worden kleiner. Hoewel veel onzekerheid bestaat over de toekomstige prognosecijfers zetten we toch in op gestage en duurzame groei. We hebben hiervoor – in lijn met de inzet die we bepaalden in de Begroting 2025 – plannen klaar liggen. -
-
Op de korte termijn, binnen een jaar, kunnen 300 woningen gebouwd worden. De start van de bouw is onder andere afhankelijk van elektriciteitsaansluitingen of capaciteit van bouwbedrijven; Ook voor de komende drie tot vijf jaren hebben we plannen in de pijplijn, waarbij het ene plan concreter is dan het andere. In totaal gaat het om plannen voor zo’n 1.000 woningen, verdeeld over alle kernen; We gaan gebiedsgericht werken om te komen tot een ruimtelijk ontwikkelperspectief per dorp. Hierbij worden alle toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen in samenhang met elkaar afgewogen, waarbij het perspectief van inwoners, ondernemers en organisaties nadrukkelijk wordt betrokken bij de te maken keuzes; Tenslotte willen we ook voorbereid zijn op de toekomst. Daarom gaan we actiever grond aankopen. Daartoe nemen we weliswaar een gecalculeerd financieel risico, maar hiermee zorgen we voor voldoende groeiperspectief voor de kernen. De laatste jaren is al een aanzet gedaan, maar dat is niet genoeg om perspectief te houden op de langere termijn.
4
We gaan onze ambtelijke capaciteit gerichter inzetten, zodat de plannen die er liggen ook daadwerkelijk woningen worden. Prioriteit ligt bij het ontwikkelen van woningen op grond die we in bezit hebben. Daarnaast gaan we voorrang geven aan projecten en initiatieven met een hoge realisatiekans, bijvoorbeeld waar grondposities al in bezit zijn. We vragen een grotere eigen organisatiekracht van partijen met nieuwe initiatieven, externe adviesbureaus kunnen hen hierbij helpen. We werken aan een methode waarbij we concreter en sneller kunnen aangeven wat we van een initiatiefnemer verwachten en of we een plan kansrijk achten. We blijven vasthouden aan betaalbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Als we woningen toevoegen dan is het belangrijk dat deze bereikbaar zijn voor de inwoners van Peel en Maas. We blijven daarom ruimte maken voor voldoende parkeergelegenheid. Peel en Maas ligt immers niet direct in de buurt van NS-stations. Mensen zijn daarom afhankelijk van individueel (auto)vervoer en daarmee van parkeergelegenheid. In dit kader denken we ook graag mee in ontwikkelingen voor deelmobiliteit. Verder moet het dorp er kwalitatief op vooruitgaan. Niet alleen voor wat betreft de ruimtelijke kwaliteit, maar bijvoorbeeld ook voor wat betreft bereikbaarheid en de beschikbaarheid van voorzieningen.
Met het nieuwe programma ruimtelijke kwaliteit geven we initiatiefnemers en ontwikkelaars handvatten om hun plan Peel en Maas-proof te maken. De bovengenoemde uitgangspunten worden vertaald naar een nieuw volkshuisvestingsprogramma, dat we straks van rijkswege verplicht zijn om te maken. Dit wordt de opvolger van de huidige woonagenda. In de tweede helft van het jaar neemt het college hier een besluit over. Dit programma vormt dan ons kompas als het gaat om wonen. Ook zo bouwen we verder In het bovenstaande hebben we een inkijk gegeven in de wijze waarop we willen doorbouwen aan een Peel en Maas waarin er voor alle inwoners een fijne plek is om te wonen. Ook op andere terreinen willen we in 2026 met lef en vertrouwen verder bouwen aan een Peel en Maas waarin het goed leven is. Dat is voor ons een Peel en Maas: waarin inwoners met elkaar leidend zijn als het gaat om het hoofddoel: het realiseren en behouden van vitale gemeenschappen. Daarom ondersteunen we bijvoorbeeld Grashoek en Baarlo in hun zoektocht naar een duurzaam voorzieningenaanbod. Ook stellen we een uitvoeringsbeleid voor realisatie en instandhouding van maatschappelijke accommodaties op waarin we onder andere aandacht hebben voor nieuwe vormen van verenigen. waarin er voor iedereen gelegenheid is om, naar vermogen, deel te nemen en bij te dragen.
Daarom werken we samen met ondernemers, scholen, re-integratiepartners en sociaal werkorganisaties aan de doorontwikkeling van een eigen ontwikkelbedrijf. Om het toenemend beroep op ondersteuning en zorg als gevolg van vergrijzing en maatschappelijke problemen om te buigen zetten we, samen met netwerkpartners en de dorpen, in op passende ondersteuning van gemeenschapsinitiatieven die uitgaan van ‘omzien naar elkaar’, het ondersteunen van eigen kracht en verbinding en samenwerking tussen zowel formele als informele zorg. waarin jeugd op een fijne manier kan opgroeien en zich kan ontwikkelen. Daarom werken we met Hendig verder aan een toekomstbestendige jeugdzorg waarin er ruimte is voor gezinnen, vertrouwen is voor de professional, transparantie is tussen partners en de kosten beheersbaar blijven. waarin de fysieke leefomgeving duurzaam beleefd kan worden. We zetten volgende stappen met het gebiedsgericht werken. Deze manier van werken stelt ons in staat om – op een bij Peel en Maas passende manier – met input van inwoners naar de ruimtelijke toekomst van een kern te kijken en duurzame keuzes te maken. Verder gaan we bezig met de actualisatie van onze omgevingsvisie en dragen we als betrokken partner bij aan de ontwikkeling van NOVEX-gebied De Peel.
Zoals u in het overzicht van claims en investeringen kunt zien, investeren we – zoals ieder jaar weer – in het verkeersveilig en duurzaam inrichten van onze wegen. Ook werken we met elkaar aan een toekomstbestendige Omgevingsdienst. waarin we bouwen aan een toekomstbestendige economie. Daarom werken we bijvoorbeeld aan de verdere voorbereiding van de uitbreiding van de bedrijventerreinen in Maasbree, Meijel en Panningen. Daarnaast zijn we aan de slag met de uitdagingen voor het bedrijfsleven op het vlak van energietransitie en netcongestie, en de transitie van de agrarische sector en de toekomst van de glastuinbouwsector. 5
waarin veiligheid een stevig fundament vormt voor vertrouwen. We blijven daarom werken aan betere afstemming en samenwerking tussen het zorg- en veiligheidsdomein. Dat gebeurt onder andere door het afsluiten van een convenant schoolveiligheid en door het voorkomen van jonge aanwas in de criminele wereld met opschaling naar het zorg- en veiligheidshuis. We bereiden ons ook voor op de gevolgen van onder andere geopolitieke ontwikkelingen en crises zoals langdurige stroomuitval, overstromingen of drinkwatertekorten. Verder is ons Bibob-beleid aan een opknapbeurt toe en zal daarom worden geactualiseerd. Hiermee hebben we een krachtig instrument in handen om onder andere misbruik van vergunningen tegen te gaan. waarin we ons realiseren dat de leefwereld van inwoners niet ophoudt bij onze gemeentegrens. We blijven daarom onze bijdrage leveren aan een krachtige Regio Noord-Limburg, vanuit de overtuiging dat een krachtige regio goed is voor de deelnemende gemeenten. De op korte termijn te herijken Regiovisie en Governance geven ons daarbij richting en houvast. Het vervolg op de korte én lange termijn Het bovenstaande geeft u alvast op hoofdlijnen enig inzicht in de inhoudelijke bijdrage zoals wij die voor 2026 voor ons zien. Ten aanzien van het vervolg vertalen we onze inzet voor de korte termijn in uitvoeringsafspraken die in de Begroting voor 2026 gaan landen.
Het financieel perspectief zoals gepresenteerd in deze Kadernota vormt daarbij, met de door u vastgestelde kaderstellingen, uiteraard het kader. We hebben in deze inleiding een aantal thema’s aangesneden die raken aan de vraag welke gemeente we willen zijn en welke economie, samenleving en ruimtelijke inrichting daarbij passend is. We kunnen ons indenken dat dit zijn effect kan hebben op uw kaderstellend beleid. Graag gaan wij met u in gesprek over de wijze waarop we een dusdanige aanpassing – op een bij Peel en Maas passende manier – in gezamenlijkheid handen en voeten kunnen geven. Tot slot We zien zeer uit naar om met uw raad en met inwoners, ondernemers en organisaties door te bouwen aan een Peel en Maas waarin het goede leven nu en in de toekomst beleefd kan worden. In deze Kadernota hebben wij een aanzet gegeven hoe we dat in deze grillige tijden kunnen doen Wij nodigen uw raad van harte uit op basis van deze Kadernota daarover met elkaar in gesprek te gaan.
6
2.
Financiële paragraaf
Financiële vooruitblik 2026 – 2029 De financiële vooruitblik 2026 – 2029 is gebaseerd op de bedragen uit de Begroting 2025. De jaarschijf 2029 is op een aantal punten geactualiseerd (o.a. indexering, algemene uitkering, kapitaallasten). Sinds de vaststelling van de begroting hebben zich tal van ontwikkelingen voorgedaan die van invloed zijn op de financiële situatie van de gemeente Peel en Maas. In deze paragraaf geven we een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen en lichten we die toe. Bij de Begroting 2026 zullen we de onderstaande saldi weer verder actualiseren en specificeren. 2026 440.579 -333.941 -2.031.000
Begrotingssaldi 2026-2029 (Verwachte) Raadsbesluiten 2024-2025 (Autonome) ontwikkelingen
2027 232.095 -333.941 -2.570.000
2028 431.218 -333.941 -2.798.000
2029 295.317 -333.941 -3.170.000
Veiligheidsregio
-291.000
-430.000
-508.000
-580.000
Robuuste omgevingsdienst
-1.000.000
-1.400.000
-1.600.000
-1.700.000
Sociaal domein
-250.000
-250.000
-250.000
-250.000
NLW en lokaal ontwikkelbedrijf
0
0
0
0
Doorstroomvoorziening
-400.000
-150.000
0
0
Stelpost majeure projecten
0
-250.000
-350.000
-550.000
Overige
Structurele effecten 1e bijstellingsrapportage Claims Dekking claims Ruimte kapitaallasten 2024 Ruimte kapitaallasten 2025 Algemene uitkering cf. meicirculaire Potentiële besparing beperking trajectduur jeugdzorg Invoeren eigen bijdrage jeugdzorg Verlagen toevoeging algemene reserve Saldi
-90.000
-90.000
-90.000
-90.000
-204.000 -1.266.080 276.500 165.145 35.528 -2.917.269 4.020.898 0 0 1.103.629 0 1.103.629
-204.000 -765.250 276.500 165.145 35.528 -3.163.923 4.073.384 0 0 909.460 0 909.460
-204.000 -745.250 276.500 165.145 35.528 -3.172.800 1.357.793 141.045 539.392 -1.134.571 2.000.000 865.429
-204.000 -684.550 276.500 165.145 35.528 -3.620.001 1.884.276 141.045 539.392 -1.055.288 2.000.000 944.712
De toelichting op de afzonderlijke onderdelen is als volgt: Begrotingssaldi 2026-2029 De saldi uit de vastgestelde Begroting 2025 voor de jaren 2026 tot en met 2028. Het jaar 2029 is overgenomen van 2028 en vervolgens geactualiseerd op onderdelen zoals indexatie van baten en lasten, stelpost kapitaallasten (regulier en majeure projecten), algemene uitkering, etc. (Verwachte) raadsbesluiten Dit betreft raadsbesluiten met consequenties voor het begrotingssaldo die zijn genomen ná vaststelling van de Begroting 2025 (zoals ophogen kapitaallasten Kiënweg, Lorbaan en Merwijck, aanpassingen raadzaal en AV-middelen) én het betreft eventuele consequenties van nog te behandelen raadsvoorstellen. Zonder vooruit te willen lopen op besluitvorming is uit het oogpunt van financiële voorzichtigheid al rekening gehouden met een mogelijke structurele financiële bijdrage aan kasteel De Keverberg en onderhoudskosten die voor rekening van de gemeente komen.
7
(Autonome) ontwikkelingen Op bepaalde ontwikkelingen hebben we als gemeente geen of maar beperkt invloed omdat besluitvorming bijvoorbeeld in het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling plaatsvindt. De financiële effecten van dergelijke ontwikkelingen komen terug in de gemeentelijke begrotingen. Voorgaande jaren konden we van enkele ontwikkelingen nog geen financiële inschatting maken. Nu is dat wel het geval en zijn (soms op basis van aannames) de verwachte financiële effecten in de begroting opgenomen. Waarschijnlijk kunnen bij de Begroting 2026 de effecten nauwkeuriger bepaald worden omdat enkele onderdelen waarvoor nu nog aannames zijn opgenomen dan meer duidelijk zijn. De ontwikkelingen die nu zijn opgenomen betreffen: Veiligheidsregio Dit betreft de actualisatie van de ‘reguliere’ begroting met indexatie en bijvoorbeeld kosten voor het strategisch huisvestingsplan. In hoofdzaak gaat het hier echter om de (structurele) kosten voor het versterkingsplan toekomst GGD. Robuuste omgevingsdienst De huidige netwerkorganisatie van de RUD Limburg Noord moet worden omgevormd tot een ‘robuuste’ omgevingsdienst die voldoet aan de kwaliteits- en robuustheidscriteria. Daartoe worden op dit moment voorbereidingen getroffen die ertoe moeten leiden dat per 1 april 2026 de nieuwe organisatie een feit is. Dit leidt uiteraard tot incidentele en structurele meerkosten.
Voor de incidentele kosten die waarschijnlijk vooral in 2026 zullen zijn is nu de aanname dat we deze kunnen afdekken met geld uit de algemene reserve. De structurele meerkosten zullen ten laste van de begrotingssaldi moeten komen. Uit de eerste analyses en inzichten volgt dat de nieuwe omgevingsdienst (uiteindelijk) zal gaan werken met een begrotingstotaal van ca. € 22 miljoen. Ná aftrek van de kosten die vrijvallen omdat er waarschijnlijk ook medewerkers van Peel en Maas in dienst zullen komen van de omgevingsdienst, zijn de verwachte extra uitgaven jaarlijks circa € 1,8 miljoen. Omdat er sprake is van een ingroeimodel zal dit kostenniveau waarschijnlijk pas vanaf 2030 bereikt worden. Meerkosten sociaal domein Vanaf 2026 is een nieuwe regionale aanbesteding van kracht waarvoor de tarieven bij jeugdhulp en Wmo zijn geactualiseerd. Dat leidt tot gemiddeld 10% hogere tarieven dan in 2025. In de begroting was een tariefstijging al (deels) meegenomen maar om de (verwachte) volumestijging af te dekken is aanvullend budget nodig. Afhankelijk van de werkelijke volumeontwikkeling in 2025 kan deze post bij de Begroting 2026 nog worden bijgesteld (positief of negatief). NLW en lokaal ontwikkelbedrijf De afbouw van de regionale structuur rondom NLW zal waarschijnlijk incidentele kosten tot gevolg hebben.
De omvang daarvan is nu nog niet te bepalen en de verwachting is dat we deze eenmalige kosten uit de (algemene) reserve kunnen dekken. Voor de opbouw en exploitatie van het lokaal ontwikkelbedrijf is vooralsnog geen extra budget opgenomen. In de nadere uitwerking blijkt mogelijk dat er nog wel sprake zal zijn van structurele meerkosten maar op dit moment is dat nog niet de verwachting. Doorstroomvoorziening statushouders In de regionale doorstroomvoorziening statushouders verblijven op dit moment personen die zijn toegewezen aan Peel en Maas. Als het verblijf in de doorstroomvoorziening langer duurt dan één jaar komen de verblijfskosten voor rekening van de gemeente. Op 1 juli 2025 verblijven de statushouders nagenoeg allemaal één jaar of langer in de doorstroom-voorziening. Tot het moment dat er huisvesting in Peel en Maas is gevonden resulteert dat dus in extra kosten. Op basis van de inschatting van de termijn waarop huisvesting binnen Peel en Maas gerealiseerd kan worden houden we in het meerjarenperspectief vooralsnog rekening met jaarlijkse (aflopende) meerkosten.
8
Stelpost majeure projecten In de begroting houden we tot nu toe rekening met een jaarlijkse stelpost van € 200.000 voor het afdekken van kapitaallasten van majeure projecten. Daaronder vallen in elk geval de investeringen in onderwijshuisvesting volgens het IHP (Integraal HuisvestingsPlan), maar zijn ook de kosten van sporthal De Heuf en het Pius Park gedekt. In 2026 wordt het IHP geactualiseerd en onder andere aangepast naar het nieuwe prijspeil voor investeringen. Dat zal ertoe leiden dat de huidige stelpost voor majeure projecten niet meer voldoende is. Op basis van de eerste inschattingen van verwachte investeringsbedragen is de stelpost geactualiseerd. Daarbij is naast de onderwijshuisvesting ook rekening gehouden met onder andere de investeringen in de sporthallen in Maasbree en Baarlo. Effecten 1e Bijstellingsrapportage 2025 De voorgestelde mutaties uit de 1e Bijstellingsrapportage hebben deels ook structurele effecten. Die hebben we voorzichtigheidshalve al meegenomen in de financiële doorkijk bij de kadernota. Het betreft de volgende posten: 2026 2027 2028 2029 Informatiebeveiliging 119.000 119.000 119.000 119.000 Onderhoud laagspanningsinstallaties 50.000 50.000 50.000 50.000 Extra inzet beveiliging HvdG 35.000 35.000 35.000 35.000 204.000 204.000 204.000 204.000 Claims en dekking In bijlage B worden de voorgenomen claims en investeringen toegelicht.
De structurele meerkosten van de claims zijn opgenomen in het financieel perspectief en ook de gedeeltelijke dekking van die kosten is meegenomen. Kapitaallasten 2024 en 2025 Er is jaarlijks een budget van € 500.000 beschikbaar voor de kapitaallasten van nieuwe investeringen bij de begroting. Bij de begrotingen 2024 en 2025 is dat budget niet volledig nodig gebleken en is er structureel ruimte ontstaan. Die financiële ruimte wordt nu ingezet ter dekking van de kosten in de kadernota. Algemene uitkering Bij de Meicirculaire 2025 is duidelijk geworden wat de concrete effecten zijn van het verwachte rijksbeleid voor de algemene uitkering. Uit die Meicirculaire blijkt een positief effect dat vanaf 2028 flink afneemt. In hoofdzaak bestaat het positieve effect uit twee onderdelen: Algemene demping terugval gemeentefonds en accres Om de effecten van het zogenoemde ‘ravijnjaar’ te dempen wordt op landelijk niveau jaarlijks zo’n € 400 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds. Daarnaast is er nog een bijstelling van de ‘reguliere’ toename van het gemeentefonds op basis van de volumegroei van het Bruto Binnenlands Product en de bijbehorende loon- en prijsbijstelling.
Compensatie tekorten jeugdzorg: Mede naar aanleiding van de conclusies van de onderzoekscommissie Van Ark naar de Hervormingsagenda is bij de Meicirculaire 2025 aangegeven om voor 2026 en 2027 extra middelen toe te voegen aan het gemeentefonds. Die middelen zijn echter niet structureel toegevoegd omdat de verwachting van het Rijk is dat vanaf 2028 de uitgaven voor jeugdzorg fors zullen dalen als gevolg van de maatregelen uit de Hervormingsagenda. Daartoe zijn taakstellende bezuinigingen opgenomen én wordt rekening gehouden met de invoering van een eigen bijdrage voor jeugdhulp. In hoeverre die taakstellende bezuinigingen gerealiseerd worden is maar zeer de vraag. Of het Rijk een garantie geeft dat wanneer dat niet het geval blijkt te zijn er compensatie volgt via de algemene uitkering is evenmin duidelijk. De provincie heeft via de begrotingsrichtlijnen aangegeven dat gemeenten alleen rekening mogen houden met opbrengsten vanuit de in te voeren eigen bijdrage en de taakstellende besparing vanwege het beperken van de trajectduur in de jeugdzorg. Alle andere (taakstellende) besparingen als gevolg van de Hervormings-agenda zijn niet doorgerekend. Daarom is het positieve effect van de algemene uitkering vanaf 2028 een stuk lager dan in 2026 en 2027. Toevoeging algemene reserve 9
Bij de Begroting 2025 is opgenomen dat er in de jaren 2026 en verder jaarlijks € 2 miljoen wordt ‘gespaard’ door een toevoeging aan de algemene reserve. Na verwerking van alle bovenstaande effecten ontstaan er in de jaren 2028 en 2029 negatieve begrotingssaldi en vervalt de toevoeging aan algemene reserve om een ‘sluitend meerjarenperspectief’ te kunnen presenteren. Het verwachte verloop van de reservepositie in 2026-2029 op basis van de huidige informatie en verwachtingen is als volgt: Indeling reserves
01-01-2025
01-01-2026
01-01-2027
01-01-2028
01-01-2029
01-01-2030
Vrije reserves
20.686.408
29.600.792
30.969.209
32.772.661
32.576.148
32.579.669
bestemmingsreserve
30.806.781
31.690.714
30.496.203
29.517.448
28.621.489
27.722.526
risicoreserve
7.587.411
7.587.672
7.587.937
7.588.203
7.588.473
7.588.745
totaal
59.080.600
68.879.178
69.053.349
69.878.313
68.786.110
67.890.940
80.000.000 70.000.000 60.000.000 50.000.000 40.000.000 30.000.000 20.000.000 10.000.000 0
01-01-2025
01-01-2026
Vrije reserves
01-01-2027
01-01-2028
bestemmingsreserve
01-01-2029
01-01-2030
risicoreserve
Hierbij is rekening gehouden met: • de verwachte resultaatbestemming Jaarstukken 2024 (toevoeging algemene reserve); • de overheveling van € 1.350.000 van de algemene reserve naar de reserve dekking kapitaallasten met betrekking tot het Laefplein in Maasbree; • de lagere / vervallen toevoeging aan de algemene reserve in 2028 en 2029. Niet verwerkt zijn mogelijke onttrekkingen in verband met: • incidentele kosten bij de afbouw van de regionale structuur rondom NLW; • incidentele kosten voor de vorming van de robuuste omgevingsdienst.
10
Bijlagen A: Financiële uitgangspunten B: Voorgenomen investeringen en claims 2026
11
Bijlage A:
Financiële uitgangspunten
Algemeen De gemeente voert een langjarig solide financieel beleid, waarbij voorkomen wordt dat er grote schommelingen ontstaan. Voorspelbaarheid, langjarige bestendigheid en orde op zaken voeren de boventoon. Daarom hanteren we de volgende uitgangspunten in ons financieel beleid: • Structurele exploitatietekorten vangen we niet op met vermogen (reserves); • Incidentele meevallers worden gebruikt om de vermogenspositie te versterken.
Overige uitgangspunten Bij het opstellen van de begroting 2026-2029 worden de volgende financiële uitgangspunten gehanteerd: • Als startpunt van de Begroting 2026 wordt de meerjarenraming vanuit de Begroting 2025 en de Kadernota 2026 gehanteerd; • Voor de indexatie hanteren we gedifferentieerde percentages. o Voor personeelskosten gaan we uit van de lopende CAO en de daaropvolgende jaren een indexatie van 2%. o De uitgaven in het sociaal domein zijn voor 2026 bijgesteld met de verwachte tariefstijging in de nieuwe inkoopcontracten en vervolgens met 3% jaarlijks. o Subsidies en dergelijke waarvoor een vaste wijze van indexatie is overeengekomen indexeren we met 2%. o De leges voor vergunningen, reisdocumenten en dergelijke indexeren we met een gecombineerde indexatie van Loonvoet sector overheid (50%) en Prijs Bruto binnenlands product (50%) zodat de kostendekkendheid op peil blijft. Voor de andere uitgaven hanteren we een indexatie van 1% en kiezen we er bovendien voor om jaarlijks een algemene stelpost op te nemen. Die post kan worden ingezet ter dekking van eventuele extra prijs- of loonstijgingen.
Hiermee komt de gemiddelde inflatiecorrectie in totaal in lijn met de verwachte prijsontwikkeling BBP 2026-2029 volgens het CEP 2025 (gemiddeld 2,5%); • Voor kapitaallasten van nieuwe investeringen is structureel een bedrag van € 500.000 per jaar opgenomen; • Voor kapitaallasten en kosten van majeure projecten is een aanvullende stelpost opgenomen van € 1.150.000 in 2026, € 1.600.000 in 2027, € 1.900.000 in 2028 en € 2.300.000 in 2029. Daarvan is bij de Kadernota 2026 circa € 1,2 miljoen al ingevuld met investeringen en resteert het overige vor toekomstige projecten; • Activering en afschrijving vinden plaats conform Nota afschrijving en waardering, tenzij anders wordt besloten; • Voor de berekening van de rente over de reserves en het berekenen van de kapitaallasten van nieuwe investeringen hanteren we een rentepercentage van 1,00%; • De algemene uitkering van het gemeentefonds wordt berekend conform de laatst gepubliceerde circulaire. In dit geval is dat de Meicirculaire 2025.
De begroting wordt gebaseerd op de Septembercirculaire 2025; • In meerjarenperspectief wordt jaarlijks 2% opbrengstenstijging voor de OZB meegenomen exclusief areaaluitbreiding; • Als uitgangspunt voor de hoogte van de afvalstoffenheffing wordt 100% kostendekkendheid gehanteerd; • Voor de rioolheffing wordt de ontwikkeling van het GRP gevolgd; • Het tarief voor verblijfsbelasting bedraagt € 1,30 per persoon per nacht; • In de de jaren 2026 – 2029 is een jaarlijkse post voor onvoorzien opgenomen van € 400.000; • Om de reservepositie te verstevigen voegen we in 2026 en 2027 € 2.000.000 toe aan de algemene reserve. 12
Bijlage B: Voorgenomen investeringen en claims 2026
13
Investeringen Kadernota 2026 Omschrijving van de investering
nr Betreft kern
AfschrijvingsBruto termijn investering
Dekking*
Totaal Netto kapitaalinvestering lasten
KapitaalKapitaallasten lasten ten laste van gedekt* exploitatie rente 1,00% rente 1,00%
Vermindering gevolgen klimaatontwikkeling 1
Baarlo
Afkoppelen en herinrichten Bong West
40
1.520.000
0
1.520.000
53.200
0
53.200
2a
Kessel
Karreweg-Noord en Waterweideweg afkoppelen en duurzaam veilig inrichten (wegen)
40
3.010.000
0
3.010.000
105.350
0
105.350
2b
Kessel
Karreweg-Noord afkoppelen en duurzaam veilig inrichten (riool)
60
710.000
710.000
0
18.933
18.933
0
3a
Meijel
Molenstraat afkoppelen en duurzaam veilig inrichten (wegen)
40
1.870.000
0
1.870.000
65.450
0
65.450
3b
Meijel
Molenstraat afkoppelen en duurzaam veilig inrichten (riolering)
60
1.720.000
1.720.000
0
45.867
45.867
0
4
Algemeen
KRW 2026
60
264.297
264.297
0
7.048
7.048
0
5
Algemeen
Groen-blauwe revolutie 2026
60
63.431
63.431
0
1.691
1.691
0
6
Algemeen
Bijdrage privaat afkoppelen 2026
60
52.859
52.859
0
1.410
1.410
0
40
403.945
0
403.945
14.138
0
14.138
40
1.464.000
732.000
732.000
51.240
25.620
25.620
40
1.000.000
0
1.000.000
35.000
0
35.000
20
150.000
0
150.000
9.000
0
9.000
Bevordering verkeersveiligheid Panningen / Duurzaam veilig herinrichten van Loosteeg Panningen en Zandberg Maasbree Maasbree 8 Algemeen Verkeersveiligheidsmaatregelen 3e tranche 7
9
Algemeen
Renovatie wegkanten (graskanttegels) Overige infrastructurele werken
10
Algemeen
Vervangen speeltoestellen 2026 Riool en afvalwater beheer
11
Algemeen
Renovatie vervanging vrijvervalriolering 2026
60
1.853.249
1.853.249
0
49.420
49.420
0
12
Algemeen
Renovatie hoofdgemalen 2026
15
320.328
320.328
0
24.558
24.558
0
13
Algemeen
Renovatie drukriolering 2026
15
262.182
262.182
0
20.101
20.101
0
14
Algemeen
Aanpassen wadi's en buffers 2026
60
37.002
37.002
0
987
987
0
Bedrijfsvoering 15
Algemeen
Aanschaf 2 extra (elektrische) voertuigen
7
220.000
0
220.000
33.629
0
33.629
16
Algemeen
Aanschaf 2 snelladers t.b.v. electrische voertuigen
7
30.000
0
30.000
4.586
0
4.586
17
Algemeen
Vervanging tractiemiddelen
7
418.000
418.000
0
63.894
63.894
0
18
Algemeen
Vervanging schakelborden ICT
10
250.000
0
250.000
27.500
0
27.500
19
Algemeen
Ophogen vervangingskrediet Basis ICT
4
1.250.000
900.000
350.000
91.000
0
91.000
Sociaal domein 20
Algemeen
Vervoersvoorzieningen Wmo
5
TOTAAL
500.000
500.000
0
105.000
105.000
0
17.369.293
7.833.348
9.535.945
829.001
364.529
464.472
* Investering en bijbehorende kapitaallasten kunnen (deels) worden gedekt uit GRP, bestaande begrotingsposten, reserves, voorzieningen, bijdragen derden etc
14
Vermindering gevolgen klimaatontwikkeling De investeringen in deze rubriek hebben een relatie met programma 1.2 Beheer fysieke leefomgeving en dragen o.a. bij aan doelstelling 2. ‘De openbare ruimte is van en voor iedereen, is veilig en toegankelijk en nodigt uit om te ontmoeten en te bewegen.’ en 3. ‘De openbare ruimte is klimaatbestendig’. 1. Afkoppelen en herinrichten Bong West (Baarlo) Programma 1.2: beheer fysieke leefomgeving Duurzaam veilig en klimaatadaptief herinrichten van de openbare ruimte. Voor het klimaatadaptief herinrichten van de openbare ruimte wordt een aandeel geleverd vanuit riolering. Met de nieuwe inrichting wordt het gemengde rioolstelsel ontlast en worden vuilwateroverstorten teruggebracht. 2a. Karreweg-Noord en Waterweideweg (Kessel) afkoppelen en duurzaam veilig inrichten (wegen) Programma 1.2: beheer fysieke leefomgeving Duurzaam veilig en klimaatadaptief herinrichten van de openbare ruimte. 2b. Karreweg-Noord (Kessel) afkoppelen en duurzaam veilig inrichten (riolering) Programma 1.2: beheer fysieke leefomgeving / GRP 2022-2026 Voor het klimaatadaptief herinrichten van de openbare ruimte wordt een aandeel geleverd vanuit riolering. Met de nieuwe inrichting wordt het gemengde rioolstelsel ontlast en worden vuilwateroverstorten teruggebracht. 3a.
Molenstraat (Meijel) afkoppelen en duurzaam veilig inrichten (wegen) Programma 1.2: beheer fysieke leefomgeving Duurzaam veilig en klimaatadaptief herinrichten van de openbare ruimte. 3b. Molenstraat (Meijel) afkoppelen en duurzaam veilig inrichten (riolering) Programma 1.2: beheer fysieke leefomgeving / GRP 2022-2026 Voor het klimaatadaptief herinrichten van de openbare ruimte wordt een aandeel geleverd vanuit riolering. Met de nieuwe inrichting wordt het gemengde rioolstelsel ontlast en worden vuilwateroverstorten teruggebracht. 4. KRW 2026 (Kaderrichtlijn water) Programma 1.2: beheer fysieke leefomgeving / GRP 2022-2026 De Kader Richtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit aan bepaalde eisen moet voldoen. Voor de komende jaren vraagt dit nog diverse investeringen. In ons Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP 2022-2026) is dit vertaald in concrete maatregelen. Tot en met 2026 is daar € 2.800.000 voor gereserveerd. 5. Groen-blauwe revolutie 2026 Programma 1.2: beheer fysieke leefomgeving / GRP 2022-2026 Samen met onze partners van Waterpanel Noord stimuleren we scholen om schoolpleinen af te koppelen en te vergroenen, de zogenaamde groen-blauwe revolutie. 6.
Bijdrage privaat afkoppelen 2026 Programma 1.2: beheer fysieke leefomgeving / GRP 2022-2026 Deze investering is er om de huidige afkoppelregeling (Waterklaar) voor privaat terrein, zoals tuinen van woningen, voort te zetten.
15
Bevordering verkeersveiligheid De investeringen in deze rubriek hebben een relatie met programma 1.2 Beheer fysieke leefomgeving en dragen o.a. bij aan doelstelling 1. ‘Een kwalitatief goede, duurzaam ingerichte en onderhouden openbare ruimte die rekening houdt met de karakteristieke eigenschappen van (de kernen in) Peel en Maas en 2. ‘De openbare ruimte is van en voor iedereen, is veilig en toegankelijk en nodigt uit om te ontmoeten en te bewegen’. 7. Duurzaam veilig herinrichten van Loosteeg (Panningen) en Zandberg (Maasbree) Programma 1.2: beheer fysieke leefomgeving We voeren verkeersveiligheidsmaatregelen uit volgens de maatregelen die zijn opgesteld in de 2e tranche van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) en uiterlijk in 2027 worden uitgevoerd. Er is reeds € 271.055 subsidie beschikbaar die we van het Rijk hebben ontvangen. De totale kosten zijn dus € 675.000. 8. Verkeersveiligheidsmaatregelen 3e tranche Programma 1.2: beheer fysieke leefomgeving Het landelijke Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) 2030 is voor Peel en Maas vertaald naar risicothema's en risicolocaties gericht op minimaliseren van verkeersonveiligheid. Het Rijk stelt in de SPV 3e tranche voor Peel en Maas een subsidieplafondbedrag beschikbaar van € 732.000 (max 50% rijksbijdrage), gericht op verkeersveiligheidsmaatregelen die in het laatste kwartaal 2025 wordt ingediend.
Deze verkeersveiligheidsmaatregelen moeten worden uitgevoerd tussen 2026 en 2028 met een gemeentelijk projectbudget van € 732.000. 9. Renovatie wegkanten (graskanttegels) Programma 1.2: beheer fysieke leefomgeving Over een lengte van ongeveer 55 kilometer moeten op diverse wegen de wegkanten rigoureus worden gerenoveerd (o.a. grastegels vervangen en bermen verlagen) om de verkeersveiligheid te waarborgen en ter voorkoming van schade aan voertuigen. Tot en met 2029 zal bij de begroting een investering voor dit doel worden opgenomen om de noodzakelijke renovaties te kunnen uitvoeren. Overige infrastructurele werken De investeringen in deze rubriek hebben een relatie met programma 1.2 Beheer fysieke leefomgeving en dragen o.a. bij aan doelstelling: 1. ‘Een kwalitatief goede, duurzaam ingerichte en onderhouden openbare ruimte die rekening houdt met de karakteristieke eigenschappen van (de kernen in) Peel en Maas’ en 2. ‘De openbare ruimte is van en voor iedereen, is veilig en toegankelijk en nodigt uit om te ontmoeten en te bewegen’ 10. Vervangen speeltoestellen 2026 Programma 1.2: beheer fysieke leefomgeving Het vervangen van speeltoestellen die technisch zijn afgeschreven. Conform besluit Begroting 2022 wordt hiervoor jaarlijks een krediet ter beschikking gesteld. Dit bedrag staat los van de € 400.000 die in 2022 beschikbaar is gesteld voor uitbreiding van speelvoorzieningen.
Riool en afvalwater beheer Dit betreft investeringen aan het rioolstelsel. We volgen hierin we het Gemeentelijk Riolerings Plan 2022-2026. In dit plan zijn deze investeringen uitgebreid uitgewerkt. De investeringen in deze rubriek hebben een relatie met programma 1.2 Beheer fysieke leefomgeving en dragen o.a. bij aan doelstelling 1. ‘Een kwalitatief goede, duurzaam ingerichte en onderhouden openbare ruimte die rekening houdt met de karakteristieke eigenschappen van (de kernen in) Peel en Maas’ en 3. ‘De openbare ruimte is klimaatbestendig’. 11. Renovatie vervanging vrijvervalriolering 2026 GRP 2022-2026 We verbeteren waar nodig het functioneren van de riolering. De komende jaren optimaliseren we het functioneren van het vrijvervalriool.
16
12. Renovatie hoofdgemalen 2026 GRP 2022-2026 Gemalen, drukriolering en IBA’s (Individuele Behandeling van Afvalwater) vervangen of renoveren we als dat nodig is. 13. Renovatie drukriolering 2026 GRP 2022-2026 Gemalen, drukriolering en IBA’s (Individuele Behandeling van Afvalwater) vervangen of renoveren we als dat nodig is. 14. Aanpassen wadi's en buffers 2026 GRP 2022-2026 Gedurende de planperiode van het huidige GRP willen we een aantal wadi’s (= water afvoer drainage en infiltratie) en buffers voor wateropvang omvormen en beter inrichten voor het beheer. Bedrijfsvoering In deze rubriek zijn diverse investeringen opgenomen die verband houden met eigen bedrijfsvoering. Dat betreft o.a. bedrijfsmiddelen voor de buitendienst (programma 6.1) 15. Aanschaf twee extra (elektrische) voertuigen t.b.v. buitendienst Programma 6.1: bestuur, communicatie en dienstverlening Het huidige aantal lichte voertuigen (bestelbussen) bij team Buitendienst is onvoldoende om medewerkers efficiënt in te plannen voor de werkzaamheden. Afgelopen jaar en ook dit jaar hebben we gedurende meerdere maanden twee voertuigen moeten inhuren om medewerkers naar werklocaties te vervoeren. Ondanks optimalisatie van de planning blijft de noodzaak bestaan. De investering voor twee extra voertuigen bedraagt € 220.000. 16. Aanschaf twee snelladers t.b.v.
elektrische voertuigen buitendienst Programma 6.1: bestuur, communicatie en dienstverlening Met de toename van het aantal elektrische voertuigen in ons wagenpark is een 30kW DC-snellader nodig. Deze snellader maakt het mogelijk om voertuigen tussentijds snel van nieuwe elektrische energie te voorzien. De investering bedraagt € 15.000. 17. Vervanging tractiemiddelen buitendienst Programma 6.1: bestuur, communicatie en dienstverlening Om te voldoen aan de vervangingsbehoefte van tractiemiddelen is een budget van € 418.000 nodig. Hiermee kunnen de tractiemiddelen bij de buitendienst tijdig worden vervangen. Dit draagt bij aan de continuïteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering. 18. Vervanging schakelborden ICT Programma 6.1: bestuur, communicatie en dienstverlening Om de veiligheid van ons netwerk te waarborgen, moeten we bepaalde apparatuur vervangen. Deze nieuwe apparatuur zal zorgen voor een stabiele en veilige verbinding voor alle gemeentelijke diensten. 19. Ophogen vervangingskrediet Basis ICT Programma 6.1: bestuur, communicatie en dienstverlening Onze basis ICT-apparatuur, zoals netwerk, opslag en servers, wordt regelmatig vervangen. Door de groei van onze organisatie en uitbreiding van applicaties, moeten we het vervangingsbudget verhogen om ervoor te zorgen dat we blijven voldoen aan onze behoeften en een betrouwbare dienstverlening kunnen bieden.
17
Sociaal domein: De investeringen in de rubriek sociaal domein hebben een relatie met programma 2.2 Zorg en ondersteuning en dragen o.a. bij aan doelstelling 1. ‘Inwoners voeren zoveel mogelijk zelf de regie op hun leven en zijn zo zelfredzaam mogelijk’ en 3. ‘Inwoners krijgen de ondersteuning en opvang die nodig is‘. 20. Vervoersvoorzieningen Wmo Programma 2.2 Zorg en ondersteuning Reguliere aanschaf van vervoersvoorzieningen in het kader van de Wmo die aan cliënten in bruikleen worden gegeven maar waarvan de gemeente eigenaar blijft. De kapitaallasten zijn gedekt binnen de bestaande budgetten in de begroting.
18
Claims Kadernota 2026 Nr 1 2 3 4 5 6 7
8 9 10
Omschrijving van de claim Jaarplan Mobiliteit en Logistiek, Trendsportal Huren opslagloods Kleding buitendienst Optimalisatie dienstverlening Burgerzaken Toezicht en handhaving landschappelijke inpassingsplannen Inrichtingskosten Buurtcollege Samenwerkingsverband NOVEX Digitale gegevensopslag (SAAS) Vernieuwing Geo-informatie Architectuur Ophogen budget vervanging mobiele ICT apparaten
Betrekking op periode
Kosten 2026 Dekking* Kosten 2027 Dekking* Kosten 2028 Dekking* Kosten 2029 Dekking*
structureel
80.000 80.000 30.000 80.780
structureel tijdelijk
structureel structureel eenmalig
structureel structureel structureel structureel
50.000
80.000 80.000
50.000
80.000 80.000
50.000
80.000 80.000
50.000
41.350
41.350
41.350
75.000
75.000
75.000
75.000
465.300 20.000 100.000 45.000 290.000
15.000 211.500
63.900 20.000 100.000 45.000 260.000
15.000 211.500
63.900 20.000 100.000 25.000 260.000
15.000 211.500
3.200 20.000 100.000 25.000 260.000
15.000 211.500
1.266.080
276.500
765.250
276.500
745.250
276.500
684.550
276.500
*Dekking kan bestaan uit een bestaande begrotingspost, voorziening, reserve, bijdrage van derderen etc.
19
1. Jaarplan Mobiliteit en Logistiek, Trendsportal Relatie met programma 1.2: Beheer fysieke leefomgeving In regionaal samenwerkingsverband Regio Noord Limburg (R-NL) voeren wij projecten uit op het gebied van mobiliteit en logistiek. De projecten van het jaarplan 2026 dragen bij aan de programmadoelen van de regionale mobiliteitsvisie Trendsportal. Voor het uitvoeren van de projecten wordt ieder jaar een jaarplan met projecten opgesteld. Gebaseerd op voorgaande jaarplannen is structureel een extra bijdrage nodig van € 30.000 bovenop de huidig beschikbare bijdrage van € 50.000 die als structurele claim in de Kadernota 2025 was opgenomen. Projecten die hiervoor worden uitgevoerd zijn onder andere: • Verkeersactieve School • De veilige Schoolomgeving • Doelgroepenaanpak Gedragsbeïnvloeding Verkeersveiligheid • De veilige schoolomgeving • Groot verkeer? Veilig door de bebouwde kom • Regionale uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid • Regionale aanpak weginrichting • Fietsstimulering (#Posifiets in Noord-Limburg) • Kommee (uitvoering OV-ambassadeurs) • Vervoersgelijkheid Doelgroepenaanpak duurzaam reizen • Deelmobiliteit in Noord-Limburg? Natuurlijk! • Autodelen in de buurt • Uitrolstrategie Mobiliteitshubs Corridoraanpak • Doelgroepenaanpak duurzaam reizen. 2.
Huren opslagloods Relatie met programma 6.1: Bestuur, communicatie en dienstverlening Vanwege een tekort aan overkapte stallingsplaatsen op de huidige gemeentewerf voor het wagenpark en overige tractiemiddelen, evenals een tekort aan stallingsruimte bij andere dislocaties, is het noodzakelijk om een opslagloods te huren in de buurt van de gemeentewerf. Het huidige aantal overkapte stallingsplaatsen is onvoldoende om het wagenpark en andere tractiemiddelen adequaat te beschermen tegen weersinvloeden. Het huren van een loods in de buurt van de gemeentewerf is daarom essentieel om te voorzien in de huidige en toekomstige stallings- en opslagbehoefte. Dit zal bijdragen aan de bescherming van het wagenpark en andere middelen. Dit vraagt een structureel budget van € 80.000 voor het huren van een opslagloods. 3. Kleding buitendienst Relatie met programma 6.1: Bestuur, communicatie en dienstverlening De nieuwe aanbesteding voor de bedrijfskleding staat gepland om dit jaar te starten. Het huidige jaarlijkse budget voor het vervangen van bedrijfskleding bedraagt € 30.000. Indien de aanbesteding resulteert in een andere kledinglijn, zullen er extra kosten ontstaan omdat alle medewerkers tegelijkertijd voorzien moeten worden van een nieuwe set kleding. De verwachting is dat dit een extra kostenpost van ongeveer € 30.000 met zich meebrengt, bovenop het huidige jaarlijkse budget.
Om deze kosten te dekken, willen we dit bedrag alvast opnemen als claim in de Begroting 2026. 4. Optimalisatie dienstverlening burgerzaken Relatie met programma 6.1: Bestuur, communicatie en dienstverlening Deze claim bestaat uit een module voor het verbeteren van de adresonderzoeken (koppeling met andere systemen) en apparatuur om de kans fraude te verminderen. Denk hierbij aan securitech pc's en gezichtsscanners. Deze apparatuur zorgt ervoor dat de kans op fraude afneemt. Deze apparatuur kan verifiëren of de persoon die zich meldt ook de daadwerkelijke persoon is. Verder betreft deze claim de implementatie van de e-diensten die zorgen voor een optimalisatie binnen burgerzaken op de volgende gebieden: • Procedures gaan sneller (digitale formulieren, digitaal betalen e.d.); • Klantvriendelijker; • Geen onnodig papierwerk meer (post versturen, portokosten e.d.); • Procedures worden veiliger en minder fraudegevoelig. 20
5. Toezicht en handhaving landschappelijke inpassingsplannen Relatie met programma 1.1: Vitale leefomgeving Een landschappelijk inpassingsplan is een belangrijk onderdeel en bijlage van een omgevingsvergunning of omgevingsplanprocedure. Het is ook een sturende factor op een prettige leefomgeving en daarmee het goede leven in Peel en Maas. Een inpassingsplan is een wettelijk vereiste waarop de gemeente toezicht dient te houden en indien nodig dient te handhaven. In 2024 hebben we extra inzet van 50 controles uitgevoerd met incidentele middelen. Het aantal te controleren locaties loopt echter in gelijke tred op. Om de achterstand niet verder op te laten lopen is uitbreiding van de capaciteit nodig. Deze uitbreiding is nodig bij VTHV voor het uitvoeren van het toezicht, handhaving en eventuele juridische trajecten, maar ook bij OR voor de inhoudelijke beoordeling van de toezichtrapportages. Doel is om jaarlijks minimaal 50 controles uit te kunnen voeren en de bijbehorende hercontroles, handhavings- en juridische trajecten. 6. Inrichtingskosten Buurtcollege Relatie met programma 3.2: Onderwijshuisvesting Op basis van leerlingenprognoses en modelverordeningen zijn budgetten bepaald voor de Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair, conform Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) voor het Buurtcollege.
Deze budgetten zijn niet eerder opgenomen in het kredietvoorstel voor tijdelijke- en semipermanente huisvesting. Bij nieuwbouw wordt niet direct het volledige schoolgebouw ingericht. Dan wordt de inrichting gebaseerd op het bruto vloeroppervlakte voor het aantal leerlingen dat de school heeft. Met het budget, waar het Buurtcollege aanspraak op maakt als nieuw gestichte en groeiende school, kan onder andere los meubilair (tafels/stoelen), digitale schermen en/of andere onderwijs specifieke inboedel worden aangeschaft. Na aanschaf is het de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur om het mogelijk onderhoud en instandhouding te faciliteren. Vanuit de stichtingskostenbedragen vanuit nieuwbouw wordt de losse inrichting niet meegenomen. Op basis van de landelijke modelverordeningen zijn de normbedragen bepaald en met de huidige leerlingenprognoses leidt dat in 2026 tot € 465.300 aan kosten en ontstaan ook de daaropvolgende jaren nog kosten. Dit moment is gebaseerd op de ingebruikname van de (semi)permanente huisvesting van het Buurtcollege. Het bedrag van de vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de al toegekende bedragen en de nieuw berekende vergoeding. 7.
Samenwerkingsverband NOVEX Relatie met programma 1.1: Vitale leefomgeving In het samenwerkingsverband NOVEX werken we – Rijk en regio – samen aan een natuurlijke, ondernemende en leefbare Peel. Dit doen we vanuit een gezamenlijk kompas op de toekomst van het gebied, het Zich Ontwikkelend Perspectief 2050. Op basis van een Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda zijn in NOVEX-verband sleutelthema’s benoemd, die een vliegwiel vormen voor de ontwikkeling van de Peel. Deze worden uitgewerkt tot concrete projecten en programma’s en gefinancierd door rijk en regio gezamenlijk. Met bijpassende strategieën, experimenten en arrangementen: ruimtelijk, financieel, juridisch en innovatief. Met en voor de streek: samen aan het roer. Een belangrijke eerste stap is het oormerken van de € 150 miljoen aan bestaande budgetten bij provincies en waterschappen. Het Rijk is via het BOL uitgenodigd om een vergelijkbare stap te zetten en commitment hierop uit te spreken. De gevraagde bijdrage is nodig zodat de financiële samenwerking verder kan worden uitgewerkt en een begin kan worden gemaakt met de uitvoer van de sleutelprojecten, waaronder: circulaire varkenshouderijen en hoogproductieve land- en tuinbouw. Het betreft een bijdrage vanuit de gemeente aan de gehele overkoepelende NOVEX-organisatie en niet aan individuele projecten.
Dekking vanuit de projecten voor deze kosten is dus niet mogelijk. 8. Digitale toepassingen en gegevensopslag op afstand (SAAS) Relatie met programma 6.1: Bestuur, communicatie en dienstverlening Momenteel gebruiken we veel eigen versies van toepassingen in ons rekencentrum. We worden nu door de markt verplicht om over te stappen naar clouddiensten (SaaS). Hierdoor stijgen de kosten, omdat we nu moeten betalen voor het gebruik van deze diensten en de bijbehorende ondersteuning. Daarnaast moeten we nog steeds zelf zorgen voor veilige toegang voor onze gebruikers en ervoor zorgen dat deze diensten op een juiste wijze beschikbaar zijn voor iedereen.
21
9. Vervangen GEO-informatie architectuur Relatie met programma 6.1: Bestuur, communicatie en dienstverlening De GEO-informatie architectuur die we gebruiken dateert van 2012. Deze hebben we steeds bijgewerkt naar de laatst beschikbare versies. Deze is nu aan het einde van zijn levensduur gekomen en wordt niet langer meer ondersteund door de leverancier. Daarom is vervanging noodzakelijk zodat deze blijft voldoen. 10. Ophogen budget vervanging mobiele ICT-apparaten voor gebruikers Relatie met programma 6.1: Bestuur, communicatie en dienstverlening De mobiele apparaten die medewerkers gebruiken worden periodiek vervangen zodat we kunnen blijven vertrouwen op een juiste werking. Door de groei van onze organisatie moeten we het vervangingsbudget verhogen.
22
23
24