CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-027 05 Toelichting TAM vastgesteld

Commissie 1 april 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO Omgevingsplan "Lanterdweg 5 en Roland 1 Kessel" (2025-027)18.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

39

De dichtstbijzijnde varkenshouderij is gelegen aan Rijksweg 22 in Kessel. De fijnstofemissie voor dit bedrijf bedraagt PM10: 272 kg/jaar. Derhalve dient een afstand te worden aangehouden van 105 meter. De huidige afstand bedraagt ruim 700 meter. De dichtstbijzijnde pluimveehouderij is gelegen aan de Peelweg 2 in Kessel. De fijnstofemissie voor dit bedrijf bedraagt PM10: 460 kg/jaar. Derhalve dient een afstand te worden aangehouden van 132 meter, de huidige afstand is 50 meter. Het plangebied is zodoende gelegen binnen de endotoxine risicocontour van de pluimveehouderij aan de Peelweg 2 in Kessel. Het initiatief heeft echter betrekking op reeds bestaande woningen en op een tijdelijke woning. Er is echter géén toename van het aantal mensen dat blootgesteld wordt aan de risico’s, omdat het aantal huishoudens niet toeneemt. De ligging binnen de endotoxine risicocontour van de pluimveehouderij vormt daarmee geen belemmering. 5.14.4 Geitenhouderij Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) komt naar voren dat omwonenden van intensieve veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen. Zo lopen omwonenden van voornamelijk pluimveehouderijen en geitenhouderijen meer risico op het krijgen van longontstekingen.

Naar aanleiding van het rapport VGO adviseert de GGD aan gemeenten geen nieuwe gevoelige objecten planologisch mogelijk te maken binnen een afstand van 2 kilometer tot een geitenhouderij. Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat binnen een straal van 2 km rondom geitenhouderijen een verhoogd aantal gevallen longontsteking voordoet. Binnen een afstand van 2 km van het plangebied is geen sprake van de aanwezigheid van geitenhouderijen. Er is derhalve geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. 5.14.5 Spuitzones Voor wat betreft het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen zijn geen wettelijke voorschriften over de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht worden gekweekt, en nabijgelegen gevoelige objecten. Het ontbreken van dergelijke voorschriften laat echter onverlet dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen dient plaats te vinden, waarbij de aan te houden afstand tussen akkerbouwgronden en gevoelige objecten zodanig gekozen dient te worden dat een aanvaardbaar leefklimaat kan worden gegarandeerd.

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder overwogen dat toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk is (uitspraak van 27 mei 2015 in zaak nr. 201410309/1/R6). In de omgeving van het plangebied zijn enkele agrarische landbouwpercelen gelegen: - Perceel 321 ligt op een afstand van 10 meter en wordt gebruikt voor de teelt van broccoli; - Perceel 305 ligt op een afstand van 40 meter en wordt gebruikt voor de teelt van gras; - Percelen 285 en 286 liggen op een afstand van 50 meter en worden gebruikt voor de teelt van snijmaïs; - Percelen 324, 463 en 667 liggen op een afstand van 60 meter en worden gebruikt voor de teelt van gras; - Perceel 320 ligt op een afstand van 80 meter en wordt gebruikt voor de teelt van gras; - Percelen 307 en 537 liggen op een afstand van 80 meter en worden gebruikt voor de teelt van winterprei. Het initiatief heeft echter betrekking op reeds bestaande waar de agrariërs reeds rekening mee dient te houden. Daarnaast zijn andere woningen in de nabijheid al reeds bepalend voor het gebruik van de gewasbeschermingsmiddelen. Er is zodoende geen sprake van het aantasten van de ontwikkelingsmogelijkheden van de agrariërs in de omgeving. Spuitzones vormt zodoende geen belemmeringen.

40

6. UITVOERBAARHEID 6.1

Financieel - economische uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Met deze plantoelichting is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan, in de vorm van een TAM-omgevingsplan, een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en de toegedachte functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan in het verlengde daarvan aangenomen worden dat realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegedachte functies om financiële redenen op langere termijn niet zullen worden gerealiseerd. Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat hier om kostenverhaalplichtige activiteiten als genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit, (hierna "een aangewezen bouwactiviteit"). Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte dan wel, of in combinatie met, een anterieure overeenkomst, cofinanciering, subsidies, gemeentelijk krediet de kosten die het vanwege artikel 8.15 Ob maakt anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt/is verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Ob.

Nadeelcompensatie In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV aangewezen als verhaalbare kostensoorten. In onderdeel A11 staat “Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die iemand onevenredig zwaar treft. Het kan gaan om directe of indirecte schade. Directe schade is het gevolg van inperking van bestaande rechten van de eigenaar. Indirecte schade wordt veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie. Voor de gemeente Peel & Maas is dit uitgewerkt in de Verordening nadeelcompensatie Peel & Maas 2024. In het kader van het initiatief heeft de gemeente Peel en Maas een nadeelcompensatie gesloten met de initiatiefnemers.

6.2

Juridische aspecten

6.2.1 Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn alle bestemmingsplannen opgegaan in één gemeentelijk ‘Omgevingsplan van rechtswege’ oftewel het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het omgevingsplan bestaat verder uit de Bruidsschat en een aantal gemeentelijke verordeningen. De Bruisschat betreft een aantal regels die van het rijk zijn overgegaan naar de gemeente. Deze regels zijn geland in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente. Het gaat onder andere om regels over bouwwerken en over milieubelastende activiteiten. Het omgevingsplan van rechtswege kan door de gemeente gewijzigd worden. De voorliggende wijziging beperkt zich tot drie specifieke locaties waarvan één aan de Lanterdweg en twee aan de Roland. Het initiatief heeft geen betrekking op een algemene wijziging.

41

6.2.2 Wijziging omgevingsplan van rechtswege Het besluit tot wijziging van het omgevingsplan bestaat uit drie delen. In het eerste deel wordt gemotiveerd om welke redenen het omgevingsplan wordt gewijzigd. De voorliggende motivering betreft het eerste deel. Het tweede deel van het besluit bestaat uit de regels die deel gaan uitmaken van het omgevingsplan. Hierin wordt aangegeven op welke wijze de regels van het omgevingsplan worden aangepast. Aangegeven wordt welke regels worden toegevoegd, gewijzigd, verwijderd of vervangen door andere regels. Verder wordt, als onderdeel van de regels, door coördinaten vastgelegd voor welke locatie(s) de regels gaan gelden. Dit wordt ook wel het werkingsgebied genoemd. Het derde deel van het vaststellingsbesluit bestaat uit aanpassingen die worden aangebracht in de geconsolideerde toelichting die bij het omgevingsplan wordt gegeven. 6.2.3 Planregels De planregels van het omgevingsplan worden met onderhavige planvoornemen gewijzigd. De volgende wijzigingen zijn aangebracht: In het kader van de ontwikkeling zal de functie ‘Bedrijf – Niet agrarisch verwant’ van de locatie worden verwijderd en hiervoor in de plaats zal de functie ‘Wonen’ van toepassing worden verklaard. Aan de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in verband met de pré-mantelzorgwoning.

Daarnaast is een extra regel opgenomen voor de maximale toegestane inhoud van de woning en de bijgebouwen. De rest van de regels zoals deze reeds in het vigerende omgevingsplan voor deze functies gelden zijn overgenomen en zijn daarbij niet gewijzigd.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.3.1 Participatie Het initiatief voor de Lanterdweg 5 en de Roland 1 in Kessel is besproken met de omwonenden. Initiatiefnemers hebben een brief afgegeven bij de bewoners van de Roland 4, Peelweg 1 en 3 en Lanterdweg 2, 3, 4, 6, 7, 8, 10 en 12. In totaal hebben initiatiefnemers zes reacties mogen ontvangen op de omgevingsdialoog. Uit alle reacties blijkt dat de omwonenden positief tegenover de ontwikkeling staan en zij wensen de initiatiefnemers dan ook veel succes. In bijlage 5 is de brief die bij de omwonenden is aangeleverd opgenomen. Daarnaast hebben initiatiefnemers persoonlijk gesproken met de bewoners van de Roland 3. Deze bewoners worden namelijk in onderhavig TAM-omgevingsplan meegenomen. De bewoners van de Roland 3 waren zeer positief over de voorgenomen plannen. 6.3.2 Vooroverleg/intaketafel In art. 2.2 van de Omgevingswet is een algemene verplichting neergelegd dat bestuursorganen overleg voeren, met elkaars belangen rekening houden en zo nodig onderling afstemmen. Om die reden is onderhavig TAM-omgevingsplan voorgelegd aan de provincie Limburg. Provincie Limburg heeft aangegeven dat zij geen aanleiding zien tot het maken van opmerkingen. Indien het plan op deze wijze wordt voort gezet, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen.

6.3.3 Zienswijzen Het TAM-omgevingsplan heeft van 24 december 2025 tot en met 4 februari 2025 voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan geen zienswijzen ingediend.

42

7. PROCEDURE De gemeente heeft bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsplan met de regels voor activiteiten voor de leefomgeving. Om dit 'omgevingsplan van rechtswege' te wijzigen, volgt de gemeente een vaste juridische procedure. De procedurebepalingen staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht. De van toepassing zijnde openbare voorbereidingsprocedure staat in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Onderhavig planvoornemen voorziet in een TAM-omgevingsplan, dit is een tijdelijke alternatieve maatregel die middels voorgaande regelgeving gepubliceerd kan worden. De procedure is in te delen in 2 procedurestappen: • Ontwerp-omgevingsplan De gemeente geeft kennis van het ontwerp-omgevingsplan. De gemeente plaatst het ontwerpbesluit integraal in het digitale gemeenteblad (artikel 10.3c, Ob) en legt het ontwerp-omgevingsplan en de bijbehorende stukken 6 weken ter inzage (artikel 3:11, Awb). Binnen 6 weken vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan kan iedereen zienswijzen inbrengen. Als er tijdens de termijn van 6 weken geen zienswijzen op het ontwerpbesluit zijn gekomen, dan: doet de gemeente hiervan zo spoedig mogelijk mededeling in het elektronische gemeenteblad, en neemt de gemeente het besluit binnen 4 weken nadat de termijn voor zienswijzen is verstreken (artikel 3:18, lid 4, Awb).

• Vaststellen omgevingsplan De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. De gemeente maakt het besluit bekend door het te publiceren in het elektronische gemeenteblad. Een wijziging van een omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. De gemeente kan een later tijdstip van inwerkingtreding in het omgevingsplan opnemen. Tegen het besluit tot het wijzigen van een omgevingsplan kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. De gemeente maakt het besluit bekend door het te publiceren in het elektronische gemeenteblad. Een wijziging van een omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. De gemeente kan een later tijdstip van inwerkingtreding in het omgevingsplan opnemen. Tegen het besluit tot het wijzigen van een omgevingsplan kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=2818471a-6153-49c0-95b7-fa65d2a525fa